Exit Magazine

Maandelijks Brugs Cultuurblad

Categorie Archieven: EXit

Een museaal topstuk keert naar Brugge terug

De Denen laten er geen gras over groeien. Een absoluut topstuk, de zegelstempel van Graaf Boudewijn IV, dat ze voor twee jaar in leen geven aan het Gruuthusemuseum, wordt omkaderd met de meest strenge veiligheidsvoorwaarden. Kijken mag op de tentoonstelling ‘Verhalen uit de ondergrond/ Brugge in het jaar duizend’, aankomen niet.

Het specimen is een kleine loden zegel die de graaf gebruikte om zijn ambtelijke documenten te ‘authentiseren’, zijnde een koninklijk privilegie. Eigenaardig: blijkbaar niemand weet precies hoe dat belangrijke voorwerp in Denemarken is terechtgekomen. Mogelijke uitleg: de handelscontacten tussen middeleeuws Brugge en de Vikingen. Gestolen kan ook natuurlijk. Wel zeker is dat het topstuk in 1906 in het Deense Nationaal Museum is beland.

De zegel is een kunstwerkje en weerspiegelt het karakter van de ambitieuze graaf: majestueus zittend , met speer en zwaard of lans. De aanwezigheid van het stuk wordt straks benut voor wetenschappelijk onderzoek. Het wordt ook voor de eerste keer 3D-gescand waarvan nadien een replica wordt geprint.

Aanvullend op deze vondst benut Archeologie Brugge de zegel voor de tentoonstelling ‘Verhalen uit de ondergrond/ Brugge in het jaar duizend’. De expo toont de belangrijkste archeologische sites in en rond de stad. (LF)

______

Praktisch: Gruuthusemuseum, Dijver 17 C, tot 27 oktober 2023. Open van dinsdag tot en met zondag. www.brugge.be/ondergrond

Werk van Line Boogaerts in het Arentshuis

‘Ik wil vooral die meerstemmigheid laten spreken’

In het Arentshuis is begin december ‘é-change’ gestart, de laatste expo binnen het project ‘Mind the Artist.’ Kunstenares Line Boogaerts ging daarvoor aan de slag met enkele Congolese kunstenaars. Ze presenteert hun gezamenlijke werk in een eigenzinnige enscenering. ‘é-change’ refereert aan Congo, aan ons koloniale verleden, maar ook aan Frank Brangwyn aan wie het museum is gewijd. Boogaerts brengt alle elementen samen tot een verrassend, hedendaags geheel.

EXit: Congolese kunst in het Arentshuis. Het is op zijn minst een opvallende combinatie?
Line Boogaerts:
‘Om te schetsen hoe dit project tot stand is gekomen, geef ik eerst wat toelichting bij het artistieke parcours dat ik nu al enkele jaren volg. Mijn werk bestaat hoofdzakelijk uit vergankelijke tekeningen op vensters. Ze dienen voor mij als canvassen. Ik gebruik daarbij een mengsel van olie en pigment, en ga aan de slag met schoonmaakmateriaal, zoals borstels of ruitenwissers. Achteraf veeg ik mijn tekeningen weer weg. Mijn kunst is dus vluchtig en kan in die zin ook als performance worden opgevat. Inhoudelijk speel ik met de grens tussen binnen en buiten, tussen privé en openbaar. Ik voeg ook telkens lagen toe, als een filter op de werkelijkheid. Binnen dat thematische kader werd ik in 2019 uitgenodigd door het Centre d’Art Waza in Lubumbashi voor een residentie.’ 

EXit: Wat deed je daar concreet?
Line:
‘Ik wilde daar vooral mijn onderzoek rond die vensters voortzetten. Lubumbashi is, na Kinshasa, de tweede grootste stad van Congo. Er zijn heel wat grote, koloniale gebouwen met grote ramen. Het Centre d’Art is er zelf één, maar daarnaast trok ik ook de stad uit. Ik wilde alle lagen van de bevolking bij dit project betrekken. Daarom week ik ook uit naar de ‘parcelle’ met ‘mobiele vensters’, ontworpen door een lokale schrijnwerker. Ik plaatste die binnen die typische Congolese woonbuurten en ging er in dialoog met de bevolking. De opnames van dat project gebruik ik voor de expo in Brugge. Het gaat daarbij om mijn tijdelijke tekeningen, maar niet het minst ook om de geluiden. Die swingende kleuren, het constante geroezemoes, de toeterende auto’s … bepalen heel erg de sfeer in de stad en die wil ik naar Brugge brengen.’

EXit: Wat krijgt het publiek in het Arentshuis te zien?
Line:
‘In eerste instantie wordt mijn project met de mobiele vensters binnen de expo geïntegreerd, maar ik heb tijdens mijn verblijf in Zuid-Afrika ook samengewerkt met enkele andere kunstenaars. Ook die betrek ik binnen de tentoonstelling. De eerste is Paul Malaba, een jonge Congolese kunstenaar. Hij is autodidact, striptekenaar en heeft een heel eigen stijl. Met hem tekende ik een werk op vensters in een museum in Lubumbashi, een monumentaal koloniaal gebouw, sterk in contrast met de ‘parcelle’. We gingen elk aan één kant van de ramen aan de slag. De manier waarop we werkten, was symbolisch. Onze tekeningen belemmeren de manier waarop we naar de wereld kijken. Hij kijkt vanuit zijn achtergrond naar ons, ik probeer dat omgekeerd te doen vanuit onze westerse maatschappij. We hebben dat proces gefilmd en verwerkt in een video-installatie ‘é-change’ die het centrale werk binnen de Brugse expo vormt.’

EXit: Ga je in Brugge ook tekenen op vensters?
Line:
‘Het idee van een laag te leggen over de realiteit zit in Brugge vooral verweven in de scenografie. Johan Lagae is gespecialiseerd in koloniale architectuur van Congo. In Lubumbashi werden tijdens de koloniale periode heel veel muren gebouwd. Die dienden als segregatie tussen de knechten en de kolonialen. De muren waren een soort van vrijplaatsen, een plek waar de lokale inwoners even verlost waren van de blik van hun oversten en vrij konden opereren. Het idee van gaten in de muren heb ik meegenomen. In het museum zullen muren worden gebouwd met kijkgaten waarin je de kunstwerken zult kunnen zien. Tegelijk is dit opnieuw een verwijzing naar hoe we blinde vlekken hebben in het kijken naar de wereld en naar de geschiedenis, ook en vooral naar die van Congo.’

EXit: Wie zijn de andere kunstenaars?  
Line:
‘Célestin Kabuya behoort tot een groep kunstenaars die in de jaren 1950 aan de koloniale Académie des Beaux-arts in Elisabethville (Lubumbashi) studeerden onder leiding van de Belgische kunstenaar en docent Laurent Moonens. Kabuya behoort tot een eerste generatie van Congolese kunstenaars die onderbelicht bleef en die het verdient om opnieuw onder de aandacht te worden gebracht. Met hem heb ik een tekening gemaakt. Ik ben gestart met een ontwerp, hij vulde aan. Onze kalktekening heb ik laten omzetten in blauwdruk.’

EXit: Hoe verweef je dit alles met het werk van Brangwyn?
Line
: ‘Brangwyn verbleef jaren terug ook in Zuid-Afrika en zijn reizen hebben zijn werk heel erg beïnvloed. Hij kreeg destijds de opdracht om de zogenaamde ‘British Empire Panels’ te creëren. Die moesten een beeld geven van het leven in de Britse kolonies. De voorschets is vandaag nog steeds te zien op de eerste verdieping van het museum. Brangwyn beschouwde deze reeks als het hoogtepunt van zijn loopbaan. De doeken geven weer hoe divers het toenmalige Britse imperium was, van planten tot dieren en mensen. De kleuren zijn flamboyant, zonnig en vrolijk. Ik vroeg de Belgisch-Congolese kunstenares Muabana (Ornella Ngomba) om daarmee aan de slag te gaan.’

EXit: Wat is het resultaat?
Line:
‘Muabana heeft door haar afkomst – ze is Congolese, maar woont wel al haar hele leven in België – een heel eigen visie op de feiten. Zij schreef een stuk ‘spoken word poetry’ dat als video-performance in het museum te zien is, in dezelfde ruimte als de voorschets van de ‘British Empire Panels’. Binnen het gedicht geeft ze haar mening rond de beeldvorming van de zwarte medemens in onze westerse musea. Ze grijpt op eigenzinnige manier in op de vaste collectie en geeft het werk van Brangwyn een heel frisse toets.’

EXit: Je blaast het stof van Brangwyns oeuvre?
Line:
‘Na vele jaren is Brangwyn helaas van het artistieke toneel verdwenen, maar hij was in zijn tijd een topkunstenaar met meer dan 12.000 creaties op zijn naam. Hij nam deel aan belangrijke Biënnales en was een echt multi-talent. Hij beheerste verschillende schildertechnieken, was graficus en ontwierp onder invloed van de ‘Arts and Craft-beweging’ ook meubels, tapijten, glasramen en zelfs juwelen. Binnen de vaste opstelling staan enkele meubels van zijn hand, en daar heb ik twee video-installaties in geïntegreerd. Van zijn schilderij ‘Kamelen aan de oever van de Nijl’ heb ik een hedendaagse ‘remake’ geschilderd. ‘Colours of Brangwyn’ heb ik het genoemd, een ode aan de sprankelende kleuren in zijn aquarel.’

EXit: Is deze expo een aanklacht tegen het koloniale regime?
Line:
‘Ik wil met deze expo niet per se een statement maken. Ik ben zelf een kind van mijn tijd en bekijk dat verleden vooral vanuit mijn eigen wereld. Ik heb niet de pretentie om bepaalde ideeën op te dringen. Dit is veel groter dan ik zelf ben, vandaar die bewuste keuze om meer kunstenaars een platform te geven. Het gaat mij om die meerstemmigheid en vooral om de gelijkwaardigheid daarin. De expo draait anderzijds wel om die ‘blinde vlekken’, om zaken die door de tijd heen verborgen zijn gebleven. In die zin laat ik het publiek graag zelf nadenken. Het is aan hen om een mening te vormen en tot een eigen visie te komen.’ (RD)

____

Info é-change, tot 13 maart 2021 in het Arentshuis, www.museabrugge.be

Lieve Bruggeling

Ik geef het toe: ik ben ergens opgelucht dat dit jaar erop zit. Dat we de deur mogen dichttrekken van wat we dachten een ander en beter jaar te zijn. Voor ik begin, wil ik je zeggen dat ik het liefst mijn armen om je heen sla en zo laat weten dat ik dit jaar vooral de zachtheid en nabijheid heb gemist. Maar ik hou me nog een beetje in. Als het zorgpersoneel zich ondanks alles staande weet te houden, moet ik dat ook wel kunnen en doen.

In deze brief wil ik nog één gedachte over het virus delen. De besmettelijkheid herinnert ons eraan hoe hard wij als mensen eigenlijk met elkaar verbonden zijn. Voor het indammen van een hardnekkig virus is dat nefast, dat hoef ik jou natuurlijk niet te vertellen. Maar in tijden van eindeloze schermtijd zouden we dat haast vergeten. Als ik er zo een tijdje naar kijk, biedt me dat, hoe bizar ook, een vorm van schrale troost.

Want waar een hart een ander hart raakt, hoe kortstondig en onverwachts ook, wordt troost gezaaid. Misschien wil ik je dat alvast voor het nieuwe jaar wensen: mensen die voor jou troost blijven zaaien.

Het is een moeilijk te geloven paradox, maar 2021 werd voor mij ook het jaar van mijn grote kinderdroom waarmaken. Begin maart dook mijn debuutverhalenbundel ‘Het water vangen’ de wijde wereld in. Een wereld die op dat moment nog op slot was. Ik mocht niet vieren hoe ontzettend trots ik was op dit boek waar ik drie jaar lang dagelijks ben mee bezig geweest.

Maar ik wil het niet alleen over mij hebben, ik wil het vooral over ons hebben. Wij oefenen ons ondertussen al meer dan een jaar op dat stretchen van onze geest, ons werk, onze vriendschappen, onze familietradities, onze doorzetting, ons verlangen. Wat ik wil zeggen: jij bent je uiterste best blijven doen om het hoofd te bieden aan zoveel onzekerheid. Ik wil je een schouderklopje geven. Ik wil je zeggen hoe ontzettend ik je hiervoor bewonder.

2021 gaf ons misschien niet wat we gehoopt hadden. Ik zou het voor je tussen haakjes kunnen zetten, het liefst zet ik al het nare van 2021 voor je tussen haakjes. Het liefst doe ik je een zakje haakjes cadeau voor het nieuwe jaar, just in case.

Ik weet niet hoe gelukkig jij in 2021 bent geweest. Geluk vind ik vaak zo ingewikkeld en ook bijzonder lastig om te meten. Daarom spreek ik liever over dankbaarheid. Dankbaarheid laat zich opsommen in lijstjes. Ik ben dankbaar voor jou, lieve lezer, dat ik je hier in deze woorden mag ontmoeten. Ik ben dankbaar voor: de ochtendzon, koffiegeuren in het appartement, de glimlach van een kind, hoe ik in Brugge blijf thuiskomen, de aanrakingen van regen.

Ik wens toe dat we collectief in de vuurlinie gaan liggen in dit nieuwe jaar. Dat we daar strijden voor menselijkheid, voor grote en kleine dromen, voor gelijkheid en gelijke kansen, voor zachtheid, eerlijkheid en voor solidariteit. Ik wens ons de verbinding toe. Dat onze harten elkaar blijven vinden, hoe afgesneden we soms van elkaar lijken te zijn.

Misschien dacht je dat moed niet voor jou was weggelegd. Maar soms is moed niets anders, dan blijven doorgaan, omdat er geen andere keuze is, dag per dag, en soms ook gewoon stap per stap. 2021 heeft jou dat alvast gegeven Dat we het jaar gehaald hebben, bewijst hoe moedig wij allemaal zijn. Als we iets mogen vieren in dit nieuwe jaar, dan is het wel onszelf. Hoera, we hebben een deur achter ons dichtgetrokken en onmiddellijk een nieuwe geopend.

Alle liefs voor nu

Lies Gallez

Expo en boek belichten Brugge als bakermat van de moderne loterij

Zes cijfers kunnen een mensenleven grondig veranderen. Zeker als ze in de juiste vorm in balletjesvorm uit een loterijtrommel rollen. In het Brugse Stadsarchief bevinden zich de stadsrekeningen van 1441-1442 met een paragraaf waarin ‘een loterij’ voor het eerst vermeld wordt. Brugge mag zich dus als de bakermat beschouwen van de moderne loterijen wereldwijd zoals we ze nu kennen. Een boek, een VR-wandeling en een expo schetsen die 580-jarige geschiedenis.

In het jaar 1441 nam men in Brugge een nooit gezien initiatief waarvan ze niet konden vermoeden dat het de fundering zou leggen van wat we 580 jaar later wereldwijd kennen als ‘een loterij’. ‘Notulen in de Brugse jaarrekening van 1441 tonen aan dat er enkele trekkingen plaatsvonden die alle basiselementen van de huidige moderne Loterij in zich droegen. Namelijk: vele deelnemers die met hun bijdrage gemeenschappelijke noden hielpen financieren en die meespeelden omdat er meerdere interessante prijzen te winnen vielen die volgens een vooraf opgesteld lotenplan waren vastgelegd. De trekking gebeurde in het openbaar in een feestelijke setting en in volledige transparantie. En bovendien de naam ‘Loterij’ droeg’, zegt algemeen bestuurder van de Nationale Loterij Jannie Haek.

Brugge was in die tijd een zeer bloeiende metropool, maar een fikse boete opgelegd door Filips de Goede, Hertog van Bourgondië, en de kosten die gepaard gingen met de veelvuldige opstanden, zorgden ervoor dat er alternatieve manieren moesten worden gevonden om nuttige zaken voor de gemeenschap te financieren zonder daarbij extra belastingen te moeten heffen. Net als vandaag was dat in de middeleeuwen geen populaire maatregel. Het geniale plan om een loterij met diverse prijzen te organiseren en zo vrijwillige bijdragen te verzamelen en met de opbrengsten collectieve noden te bekostigen, bleek een schot in de roos.

Dag en nacht

‘Het was een soort ‘crowdfunding’ avant la lettre die ervoor zorgde dat voorzieningen die de hele gemeenschap ten goede kwamen, konden worden bekostigd. Er werd een waar volksfeest aan gekoppeld met een podium aan de voet van het Brugse Belfort. De trekkingen konden dagen en nachten duren omdat er, door het grote succes, heel veel mensen aan deelnamen en alle namen van de deelnemers werden ook getrokken en voorgelezen‘, zegt Jannie Haek.

De naam ‘Lotinghe’ die toen gegeven werd aan het gebeuren, kende vanaf dat moment een diaspora om zich over de hele wereld te verspreiden. Vandaar dat loterijen over de hele wereld een vorm van het woord in zich dragen.

Expo, wandeling en boek

In het stadsarchief (Burg 11) loopt er tot 27 februari 2022 een tentoonstelling waarbij men de reis kan afleggen die de loterij heeft doorlopen van 1441 tot vandaag. Het paradepaardje van deze expo staat in het midden van het Stadsarchief: een grote cilinder waarin men instapt in  een virtual reality-film die de allereerste loterij ter wereld tot leven brengt. Daarnaast zijn er unieke stukken te bekijken uit de collectie van de Nationale Loterij, Musea Brugge en het stadsarchief Brugge. Het pronkstuk zijn de stadsrekeningen van 1441-1442 met een paragraaf waarin ‘een loterij’ voor het eerst voorkomt.

Wie liever van de buitenlucht wil genieten, kan het Brugge van vroeger en nu ontdekken aan de hand van stadswandelingen met virtual reality-beleving. Er zijn drie lussen uitgestippeld doorheen de stad met verschillende lengtes. Op enkele historische Brugse sites kan men letterlijk tijdreizen met behulp van ter plaatse geïnstalleerde VR-kijkers.

Ten slotte schetst het boek ‘Te Brugge ende eldere’ het verhaal van de geschiedenis van de loterij in Brugge en ver daarbuiten. Auteurs zijn onder meer prof. Dr Jan Dumolyn (hoofddocent Middeleeuwse Geschiedenis UGent) en prof. Jeroen Puttevils (professor Middeleeuwse Geschiedenis UAntwerpen). (RD)

Kunstfotograaf Jean Godecharle

‘Ik was rijp voor een nieuwe stap’

Brugge en de fotografie is een onderbelicht thema, maar daar wordt aan gewerkt, zie het stadsfestival ‘Brugge Foto’ en straks ‘De Donkere Kamer’ in het Concertgebouw. De blikvanger dezer dagen (en dat nog tot 9 januari) is de boeiende tentoonstelling van de Brugse kunstfotograaf Jean Godecharle. Hij toont zijn kunnen op drie locaties: de Bogardenkapel (Katelijnestraat), Exporuimte Burg en ten huize Godecharle. Bezoek aan zijn studio (in de Weidebekestraat 1, Assebroek) is bij deze warm aanbevolen en een buitenkans.

In zijn studio plaatste Godecharle een creatie van de Canadese kunstenaar David Altmejd, een werk dat schreeuwt om aandacht. Een reus, samengesteld uit beton en allerlei moeilijk definieerbare voorwerpen zoals kokosnoten, nepling en kwarts, vult de studio. Afkomstig uit de rijke collectie van kunstverzamelaar Vanhaerents. De GVR wordt daarbij geconfronteerd met Godecharles wandvullend fotografisch werk. Het tweede luik van zijn project bewonder je in de Bogardenkapel. Hier toont de kunstenaar elf nieuwe werken waarvan er zeven gemaakt werden tijdens een vertraagde wandeling door velerlei bomen. Aspects Of (a) Being toont een vreemde wereld.

Het vak

‘Een vriend die een zomercursus fotografie gaf in de Volkshogeschool zette mij op weg. Hij had een donkere kamer waar ik gebruik van mocht maken. Op mijn zesentwintigste heb ik mij ingeschreven in een cursus fotografie. Op mijn dertigste heb ik me dan ‘gevestigd’ als zelfstandig free lance fotograaf om me kort daarna te specialiseren in publiciteitsfotografie. Dat vak heb ik geleerd bij en van Stephane Verheye met wie ik nog altijd veel contact heb. Waarschijnlijk niet toevallig heeft Stephane intussen ook de stap gezet naar kunstfotografie, vooral dan als curator.’

Digitaal 

‘Deze digitale tijden zijn onlosmakelijk verbonden met de ontelbare beelden die vooral via sociale media de wijde wereld ingestuurd worden. Vakmanschap heeft grotendeels plaats moeten ruimen voor snelheid en automatisatie, fotografen voor influencers, camera’s voor gsm’s. Er is echter ook een soort van fotografische tegenbeweging. Misschien relatief klein en in de marge, maar net daardoor inherent onafhankelijk en dus belangrijk.’

 
Kunstfotografie

‘Sinds enkele jaren ben ik zelf overgestapt naar de kunstfotografie. Voor mij was dat een bijna vanzelfsprekende evolutie. Ik was gekend als een out of the box denkende fotograaf en ik heb lang als dusdanig mijn creativiteit kunnen beleven, zelfs botvieren in toegepaste fotografie, in opdrachten.’

‘Na 35 jaar als zelfstandig publiciteitsfotograaf was het gewoon tijd om zelf te bepalen wat ik fotografeer, om mijn drang om ongebonden te creëren de vrije teugels te geven. Het is een erg moeilijk pad omdat het zo verschillend is van wat ik ervoor deed, maar net daardoor ook zeer bevrijdend en verrijkend.’ 


Debuut in Brugge

‘Aspects Of (a) Being is inderdaad mijn debuut in Brugge. Waarom heeft het zo lang geduurd? Eigenlijk heb ik pas sinds en naar aanleiding van mijn tentoonstelling in Galerie Hilde Vandaele in 2019 mijn werk een eigenheid weten te geven en kom ik echt als kunstenaar naar buiten. Sindsdien heb ik, naast een drietal groepstentoonstellingen in Watou en Knokke, de solotentoonstelling Walk_About in het Concertgebouw, een deelname aan de Internationale Fotobiënnale Oostende, de tentoonstelling ’Soupçons’ in Galerie Latuvu in het Zuidfranse Bages en nu dit erg mooie drieluikproject op vraag van Cultuurcentrum Brugge, gerealiseerd. ‘

Scenografie

‘Besteed ik erg veel aandacht aan. Mijn werk is een letterlijk ingevulde zoektocht naar menselijke ingrepen in zowel het natuurlijke als het (ver)stedelijk(t)e landschap. De inherente littekens, groot of klein, mooi of lelijk, duidelijk of verborgen, afstotelijk of geïntegreerd, worden gefotografeerd, maar niet met de bedoeling om ze als zodanig te tonen.  Ze moeten de ondertoon van de beelden vormen, de onderliggende sfeer, maar niet noodzakelijk het beeld zelf. Om die intentie waar te maken, is hoe de beelden afgewerkt en gepresenteerd worden van erg groot belang. Een goede scenografie concretiseert dat streven en beschouw ik dan ook als een integraal onderdeel van mijn werk.’

Cultuurcentrum   

‘Die samenwerking was een echte verademing, een plezier zelfs ondanks het erg harde werk, de intense voorbereiding en het vele roet dat de coronacrisis in het eten gegooid heeft en nog steeds gooit. Zowel creatief, technisch als administratief lopen er daar echte cracks rond die niet alleen mijn soms erg ambitieuze ideeën ondersteund en vorm gegeven hebben, maar me zelfs aanmoedigden om nog verder gegaan, nog creatiever te zijn. Er is een tentoonstellingsproject ontstaan waar ik mezelf heb kunnen en mogen overstijgen. Ik kan alleen maar hopen dat zij dat gevoel delen en dit project ook als een stap vooruit ervaren.’  

Vanhaerents

Ik werk vaak nauw samen met kunstverzamelaar Vanhaerents. De Vanhaerents Art Collection is niet langer één man, het is nu het project van een vader, een zoon en een dochter. De stichter Walter Vanhaerents is inderdaad een bijzonder man. Bijzonder gepassioneerd, bijzonder inspirerend en met een bijzondere, geheel eigen kijk op kunst en het verzamelen ervan. Iemand die niet achterom kijkt, maar enkel en heel bewust vooruit.  Zijn focus ligt op de nieuwste hedendaagse kunst en kunstenaars, op wat er nu gecreëerd wordt en op degenen die de nieuwe baanbrekers zijn.’

Fotografie in Brugge

Net als Dans in Brugge kan ook fotografie in Brugge gebundeld worden. Nu lopen ‘De Donkere Kamer’ (Concertgebouw), Brugge Foto én Godecharles werk losjes naast elkaar.

‘Maar, omdat ik de voorbije jaren toch met een aantal van die ‘huizen’ nauw heb samengewerkt, kan ik getuigen dat daar wel degelijk het besef gegroeid is dat er meer kan worden bereikt door samen te werken. Achteruit kijken en/of ‘oude’ projecten hernemen of proberen nieuw leven in te blazen, is volgens mij de verkeerde weg. Een groot, volledig nieuw en ambitieus project is wat aan de orde is.’(LUC FOSSAERT)

_______

Aspects Of… loopt nog tot 9 januari 2022 op drie locaties: Studio Godecharle, Bogardenkapel en Exporuimte Burg 11. Info 050 443060

Een deugdelijk jaar

‘Ik wensche u een jaar dat zacht als zijde is/ Ik wensche u een jaar/ dat blank en blijde is/ Ik wensche u een jaar/ dat ver van krank is/ een deugdelijk jaar/ Zoo breed als ’t lang is/ Ik wensche u een jaar/ dat, als ’t voorbij is/ een zalig jaar/ voor u en voor mij/ is/ ‘Ik wensche u een jaar/ zoo Gods gebod is/ dat in en dat uit/ geheel voor God is/. (GG)

( Lara Taveirne, fotograaf Carmen de Vos)

EXit is klaar voor een nieuw (deugdelijk?) jaar. In dit nummer dames aan de macht: Lies Gallez, Ellen De Meulemeester, Line Boogaerts, Lara Taveirne, Kristel Mestdagh, Elsje Helewaut, Greet Bosschaert, Katrien Vandewoude…

Jephan de Villiers exposeert in Galerie Indigo

Nog tot en met zondag 9 januari 2022 loopt er in Galerie Indigo (Damme) een interessante expo met het werk van Jephan de Villiers.

Het werk van Jephan de Villiers is opgebouwd uit natuurlijke en sterke, maar toch ietwat vergankelijke, materialen. Hij werkt met aangespoeld hout uit de monding van de Gironde (FR) en uit de bossen van oa. het Zoniënwoud. Ook schors, pluimen, elfenbankjes, lege omhulsels van rogge-eitjes assembleert hij op een wonderlijke manier tot nieuwe entiteiten. Deze veelal kleinere objecten, zeer zorgvuldig bij mekaar gesprokkeld, vormen de sterkte van zijn werk. De combinatie van stoerheid en fragiliteit geven het geheel een bijzonder evenwicht.


‘Het werk van Jephan de Villiers is voor 100 procent het resultaat van zijn filosofische reflecties op het leven: een nederige, respectvolle manier van in het leven staan’, zegt Hilde Kuypers van Galerie Indigo. ‘We maken met zijn allen een klein, tijdelijk deeltje uit van dit immense universum. In dit grootse tijdsgebeuren zijn we maar een seconde van betekenis, en toch zijn we in die korte tijd een unieke schakel in het geheel.’

‘Vanwaar onze vaak niet-zorgvuldige manier van omgaan met elkaar? Vanwaar het onbegrip en de kortsluiting die vaak maken dat mensen niet écht met elkaar in dialoog gaan? Dit kan toch niet echt de bedoeling zijn. En wat doen we met de aarde? Ontbossing, vervuiling van wereldzeeën en rivieren … Het grote onrecht dat we de aarde aandoen en waarvan we de gevolgen nog maar net beginnen zien…Waar komt de superieure pretentie van de mens vandaan om onze omgeving slecht te behandelen? Die vragen maken het oeuvre van Jephan de Villiers razend actueel.’

‘De gestileerde figuren, kenmerkend voor zijn werk, staren ons verweesd aan, niet echt begrijpend hoe het zo ver is kunnen komen, niet wetend waar het naartoe moet. Toch is het werk van deze kunstenaar niet pessimistisch te noemen: een kinderlijke verwondering maakt zich immers meester van de figuren die zijn werk bevolken’, aldus Hilde Kuypers.


Jephan zijn werk is te vinden in musea in Brussel, Parijs en New York en komt vaak aan bod in grote thematentoonstellingen. Bronzen realisaties zijn permanent te zien in Brussel (onder andere metro Albert). De tentoonstelling in Galerie Indigo op het Damse marktplein loopt nog tot en met zondag 9 januari 2022. (RD)

____

De expo is te bezichtigen op donderdagmiddag van 14 tot 18 uur, op vrijdag van 11 tot 13 uur en van 14 tot 18 uur, op zaterdag van 11 tot 18 uur, op zondag van 11 tot 18 uur, op maandag van 11 tot 13 uur en van 14 tot 18 uur of op afspraak. Gesloten op 25 december 2021 en op 1 januari 2022. Meer info op www.indigoartgallery.be

Jephan de Villiers schenkt dit werk ‘ Messager du bout du monde II’ saan de vzw KetaKeti, om per opbod verkocht te worden. ‘Het is een uitstekende gelegenheid om een mooi werk aan te schaffen en het schoolproject waar ik al 21 jaar de voorzitter (en stichter) van ben, een boost in de rug te geven. Met de vzw Keta Keti betalen we de weddes van zeven leerkrachten in een afgelegen gebied in het voorgebergte van Nepal’, zegt Hilde Kuypers van Galerie Indigo.

____

www.ketaketi.be

PB – Café Louwyck met Sam Louwyck, 14 januari, 11 februari, 8 april en 12 mei 2022, Theaterzaal Biekorf, met Axelle Red, Tomas Leyers, Stefaan Degand, Alain Platel …

In de reeks Café Louwyck neemt een van de huiskunstenaars van Cultuurcentrum Brugge, Sam Louwyck, de rol van moderator op tijdens vier informele samenkomsten met bevriende kunstenaars. In een laagdrempelige setting gaan ze tussen het publiek de ontmoeting aan waar creativiteit, inspiratie en de daarmee gepaarde processen centraal staan. Café Louwyck vindt plaats op 14 januari, 11 februari, 8 april en 12 mei 2022, telkens om 20.00 uur in Biekorf Theaterzaal.

“Sam belooft ons vier unieke avonden in Theaterzaal Biekorf, met telkens twee kanjers uit hun vakgebied. De ontmoetingen leiden tot een zeer unieke ervaring waarin het publiek enkele grootheden uit de Belgische kunstwereld omringt en ook dieper kennis met hen maakt. Welkom in Café Louwyck”, zegt schepen van Cultuur Nico Blontrock.

Vrijdag 14 januari 2022 • 20.00 uur
Café Louwyck #1: Dave en Axelle Red

Wouter Otto Levenbach, beter bekend als Dave, is een in Amsterdam geboren chansonnier die al decennialang actief en populair is bij onze zuiderburen. Zo verzorgde hij een reeks concertavonden in het legendarische Olympia in Parijs.

Het Olympia is Axelle Red ook niet vreemd. De in Hasselt geboren zangeres en grande dame van het Franstalig lied veroverde niet enkel Belgische maar ook Franse harten met hits als SensualitéJe t’attends en Parce que c’est toi. 

Vrijdag 11 februari 2022 • 20.00 uur 
Café Louwyck #2: Tomas Leyers en Martin Koolhoven

Filmproducent Tomas Leyers legt zich met zijn productiehuis Minds Meet toe op arthouse auteurscinema en was producent van onder andere Lost Persons Area van Caroline Strubbe en Violet van Bas Devos. Sinds 2020 is hij conservator van Cinematek, het Koninklijk Belgisch Filmarchief.

Martin Koolhoven is een Nederlandse regisseur bekend van Brimstone en Oorlogswinter. In maart start het derde seizoen van het geprezen filmprogramma De Kijk van Koolhoven op de Nederlandse televisiezender VPRO waarin hij filmcolleges verzorgd over de meest uiteenlopende thema’s.

Vrijdag 8 april 2022 • 20.00 uur
Café Louwyck #3: Stefaan Degand en Steve Dugardin

Stefaan Degand is in de eerste plaats theateracteur die gesmaakte rollen had in talloze producties bij onder meer Theater Antigone, HETPALEIS en Het Toneelhuis. Hij sierde ook het grote en kleine scherm in films en programma’s als De RondeEigen Kweek en Weekend aan Zee.

De in Oostende geboren Steve Dugardin is een begenadigd countertenor die al samenwerkte met Ricercar Consort, Clemencic Consort en Tragicomedia (Stephen Stubbs) en meespeelde in opera’s van Scarlatti (met Opera Mobile), Händel (met Transparant) en in Ercole Amante van Cavalli (in Boston en op het Muziekfestival te Utrecht).

Donderdag 12 mei 2022 • 20.00 uur 
Café Louwyck #4: Alain Platel en James Ingalls

Regisseur en choreograaf Alain Platel richtte in 1984 het ondertussen internationaal gerenommeerde dans- en theatergezelschap Les Ballets C de la B op. Hij stond daarmee aan de wieg van de Vlaamse Golf, die voor een grote vernieuwing in het Vlaams theaterlandschap heeft gezorgd. Producties als Moeder en kindWolf en VSPRS sieren zijn indrukwekkend oeuvre.

James Ingalls is een Amerikaanse lichtontwerper die het lichtdesign verzorgde voor talloze producties van de Amerikaanse theaterregisseur regisseur Peter Sellars in onder meer The Royal Opera House. Hij werkte samen met gezelschappen als American Ballet Theatre, Het Nationale Ballet, the Mark Morris Dance Group en Paris Opera Ballet.

PRAKTISCH:

Café Louwyck met Sam Louwyck

14 januari, 11 februari, 8 april en 12 mei 2022

Theaterzaal Biekorf
Sint-Jakobsstraat 8, 8000 Brugge

10 euro 
5 euro -26 jaar

www.ccbrugge.be/cafelouwyck

Room interior with two red leather chairs

Strook, beeldhouwer van de tijd

‘Strook maakt hedendaagse kunst met een oude ziel’

Een van de toptentoonstellingen van dit jaareinde is ongetwijfeld It’s only a matter of time van kunstenaar Stefaan De Croock (1982) alias Strook die zijn silhouetten van sloophout aanbrengt in achtereenvolgens het Groeningemuseum, de zolder van het Sint-Janshospitaal en de Onze-Lieve-Vrouwekerk. Dat levert een intrigerend wandelparcours op waarin Strooks werk uitstekend tot zijn recht komt. Volgens fotograaf Stephan Vanfleteren haalt Strook met zijn gave een splinter uit onze pijn. Nog voor de officiële opening waren al heel wat kunstwerken verkocht. Er bestaat geen excuus om deze expo niet te gaan zien. Een gesprek in schuifjes.

Beginperiode

‘Op school was ik constant aan het tekenen. Ik volgde Latijn-Wiskunde aan het Sint-Leocollege in Brugge. Een logisch gevolg was de start van mijn studies als ingenieur, maar ik besefte al snel dat dit niks voor mij was. Ik ben toen naar Sint-Lucas in Gent gegaan voor een grafische opleiding. Na een aantal jaren werken als art director in een grafisch bureau, startte ik met een artistieke loopbaan. Naast het maken van eigen werk, tekende ik vaak live op events. We organiseerden zelf tentoonstellingen en kregen al snel goede reacties. De deelname aan The Crystal Ship in Oostende (in 2017) zorgde voor nog meer aandacht. Zo groeide ook de belangstelling in het buitenland.’

Drie locaties

‘We zijn lang bezig geweest met de voorbereiding van deze tentoonstelling. Het concept, een parcours over drie zalen en drie locaties, is spontaan gegroeid. De eerste keus was de Onze-Lieve-Vrouwekerk, maar de kans om ook in het Groeningemuseum en op de zolder van het Sint-Janshospitaal werk te presenteren, namen we er heel graag bij. Ik vind het een hele eer om op deze drie historische plaatsten in Brugge werk te mogen tonen.’

Obsessie met tijd

‘Tijd is iets wat je niet kunt vatten, en dat fascineert mij enorm. De zelfdoding van mijnbroer in 2012 heeft mij brutaal doen stilstaan bij het feit dat het einde van een leven onomkeerbaar is, ook al is er het verlangen om dat wel te kunnen. Men zegt dat tijd alle wonden heelt, maar dat geloof ik niet. Je moet het wel een plaats kunnen geven, zonder weg te lopen van het verdriet dat soms toch iets schoons kan zijn. Verdriet mag je toelaten. Die houding zit verweven in mijn werk.’

Citaat: ‘Strook maakt hedendaagse kunst met een oude ziel’

‘Als je de portretten ziet, vormen ze één geheel, maar elk stukje hout gebruik ik zoals ik het vind. De patina’s die er aan vast hangen, zijn alleen mogelijk door de tijd. Aan elk stukje hout hangt een geschiedenis vast. Zo heb ik planken van de scheepswerf van Gdansk (waar de Poolse vakbond Solidarnosc ontstond) gebruikt, net zo goed als ik hout gebruik uit een café in Kortrijk. De meeste geschiedenissen van het hout ken ik. Wie een werk koopt van mij krijgt er een biografie bij.’

De patina’s

‘De patina’s op het hout zijn eenmetafoor voor littekens of trauma’s die iedere mens meemaakt in zijn leven en je vormt tot wie je bent. Het vergankelijke kun je daarin zien. De mens met zijn krassen en littekens wordt in de Onze-Lieve-Vrouwekerk monumentaal voorgesteld. Die pijnen worden vaak weggestopt. Daarbij durven stil te staan en over praten is een sterktebod, vind ik.’

Boek Portraits

‘De voorbije jaren kreeg ik vaak aanbiedingen voor een boek over mijn werk, maar ik heb al die tijd de boot afgehouden. Het leek ons nu een mooi moment om een eerste boek met Hannibal Books uit te geven in het kader van de tentoonstelling met Musea Brugge. Het boek is een eerste introductie tot mijn oeuvre en biedt een kijk op mijn kunstenaarspraktijk van de afgelopen jaren. De mooie vormgeving werd verzorgd door Tim Bisschop uit Brugge. Samen met hem en de uitgeverij kozen we meteen voor het groot formaat zodat de foto’s beter tot hun recht zouden komen. Ook de teksten van Thijs Demeulemeester, Stephan Vanfleteren, Wannes Cappelle en Koen Van Damme vind ik bijzonder knap.’

Toekomst?

‘Ik ga blijven werken binnen dezelfde thematiek, maar daar is er nog veel onontgonnen terrein dat nog veel denkwerk vereist. Het zal een onderzoek blijven. Het is zeker niet zo dat ik op een bepaald moment zal uitmaken dat het werk af is.’

‘Ik ga wel uitbreiden naar het gebruik van andere materialen zoals marmer bijvoorbeeld. Het werk in het Groeningemuseum is daar een illustratie van. Op het vlak van materialen kan er nog veel gebeuren, maar dat zit nu nog in de fase van onderzoek. Er komt zeker iets concreets uit. Nu komt er een korte rustperiode, maar dan wordt het werken aan onze volgende tentoonstelling eind 2022 bij Diskus in Aalst.’ (LF)

Foto Mathias Desmedt

_____

Strook, It’s only a matter of time, Groeningemuseum, O.L.V.-Kerk, Sint-Janshospitaal, tot 6 maart 2022, info www.mindtheartist.be.

Bij de tentoonstelling hoort een publicatie, 59 euro, tweetalige editie, info www.hannibalbooks.be en www.strook.eu

In de naam van het zwaard

Hallebardiers, goed voor 500 jaar schermtraditie in Brugge

Zwaard, zoek het maar op, telt 18 definities in het Nederlands, gaande van ‘recht steekwapen’ tot ‘inwendig skelet van pijlinktvis’. Maar met zwaard bedoelen wij in eerste instantie het anderhalve meter lange steekwapen; geschikt voor de aanval in het kader van de schermkunst. De Brugse Sint-Michielsgilde bestaat 500 jaar en viert dat met een jubileumboek.

De oudste schermvereniging van Vlaanderen en wellicht zelfs van heel Europa ontstond in Brugge. Dit jaar is het precies 500 jaar geleden dat de Sint-Michielsgilde van de Brugse schermers officieel erkend werd als vijfde wapengilde van Brugge.

Waar komt de bijnaam ‘Hallebardiers’ vandaan? Hoe komt het dat de oudste schermgilde precies in Brugge ontstaan is? Wat is een wapengilde of schermgilde precies? Welke toernooien worden georganiseerd bij de Brugse schermers? Op welke locaties toonden de schermers van de Sint-Michielsgilde zich ‘abel van den langhen Sweerde’? Wat is het verschil tussen een hofdegen en een schoolzwaard? Voer voor een stevige studie in een stevig boek…

Weinig wapens spreken zo tot de verbeelding als het zwaard, het symbool van macht en weerbaarheid. Twee gekruiste zwaarden symboliseren een strijd op het slagveld. De vrijmetselaars  gebruiken het zwaard dan weer als symbool voor ‘een vrij man’. Historisch gezien is het zwaard van koning Arthur, Excalibur, nog altijd zoek zodat om de haverklap iemand meent dé vondst te hebben gedaan. Tenslotte kun je ook iets ‘te vuur en te zwaard’ bestrijden.

Visitekaartje

Veel literatuur over de Brugse Hallebardiers bestaat er niet. Heemkundige Antoon Viaene was de eerste die in 1963 een uitvoerig artikel wijdde aan ‘De Brugse Hallebardiers 1444-1905.’ Drie Hallebardiers (Bjorn Hinderickx, Bert Gevaert en Hannes Dendooven) sloegen de handen in mekaar en schreven de geschiedenis van de voorbije 500 jaar. De auteurs wilden niet meteen het definitieve naslagwerk naslagwerk schrijven. Daarom geen uitgebreid notenapparaat, maar wel een uitgebreide bibliografische lijst. Deze publicatie moet het visitekaartje worden van deze Brugse gilde. Daarnaast is het boek ook een kijkboek wegens talloos afbeeldingen en oude documenten. Het boek is dan ook geschreven voor een breed publiek, opgebouwd in tien hoofdstukken met een eigen chronolgie. Het voorwoord is geschreven door de Brugse historicus Jan Dumolyn. Hij betreurt en passant dat de Sint-Michielsgilde steeds in de schaduw is blijven staan van de eerbiedwaardige schuttersgilden ‘zoals de Sint-Sebastiaans- en de Sint-Jorisgilde’. Hij noemt het boek ‘een welverdiend jubileumboek’. (LUC FOSSAERT) (Foto EDM)

____

Hallebardiers, 500 jaar Brugse schermtraditie onder de vleugels van Sint-Michiel, verkrijgbaar in de Brugse boekhandels