Exit Magazine

Maandelijks Brugs Cultuurblad

‘Dansen op vluchtige noten’

Veelbelovend debuut van An Van Paemel

Literaire debuten hebben een hoog risicofactor, zo weet elke beginnende auteur, maar dat weerhoudt weinigen ervan om de proef op de som te nemen. An Van Paemel, schrijfcoach bij Avansa, sluit zich aan bij deze groep. Groot pluspunt: haar eerste contact met een literaire uitgeverij (Houtekiet) was meteen raak. ‘Dansen op vluchtige noten’ is dan ook een beloftevol debuut dat uitnodigt naar meer.

An Van Paemel komt uit Blankenberge, liep school in het Brugse Atheneum en studeerde nadien Germaanse talen aan de Universiteit van Gent. Gaf enkele jaren les, maar het gehaspel van de ene interim’ naar de andere deed haar snel afhaken. Er volgde nog een korte opdracht bij de VRT om tenslotte ervaring op te doen bij een overheidsdienst die controles uitvoerde op de naleving van sociale wetten. Niet meteen de meest sexy job, maar naar eigen zeggen deed ze er heel wat inspiratie op voor haar latere schrijfwerk.

EXit: Waar is de vlam ontstoken?

An Van Paemel: ‘Die vlam is er altijd al geweest, hoewel mijn moeder steevast waarschuwde dat een schrijver nooit genoeg verdient om van te leven. Had ze groot gelijk in, maar dat temperde de goesting niet.’

‘Zo kwam ik terecht bij de Volkshogeschool (nu Avansa), het vroegere VormingPlus, waar ik mij aansloot bij een schrijfclub onder leiding van Ingrid Verhelst. We noemden ons ‘Het Brugse Schrijverscollectief’. We publiceerden bundeltjes met korte verhalen, uiteraard in eigen beheer en vooral bedoeld voor vrienden en familie. We waren slechts met een stuk of tien enthousiastelingen, maar dat drukte de pret niet.’

‘Zodra Ingrid Verhelst andere oorden opzocht heb ik de leiding overgenomen. De opdracht luidde: verhalen schrijven. Heb ik enkele jaren gedaan. Zeer plezant.’

EXit: Bestaat dat eigenlijk: leren schrijven?

An: ‘Ja, rekening houdend met het gegeven dat diegenen die erop afkomen meestal vooraf interesse hebben getoond, dat scheelt. Sommigen hebben bijvoorbeeld hulp nodig omdat hun verhaal vastzit. En er zijn natuurlijk algemene vaardigheden die je moet beheersen: hoe bouw je een plot op, hoe steek je structuur in een verhaal, dat soort zaken.’

‘Er is ook de theorie en daarna vooral veel oefenen, feedback geven (of krijgen). Je leert veel door elkaars werk te beoordelen. Uiteraard spreken we hier van fictie.’

EXit: Wat heeft Brugge te maken met uw verhaal?

An: ‘Het verhaal is begonnen met mijn oma en met een rare aanloop. In 2013 organiseerde Brugge de tentoonstelling ‘Liefde en Devotie en het Gruuthuse handschrift’. In de schrijfclub inspireerden we ons aan het Gruuthuse handschrift voor een verhaal of een gedicht. Ik koos het welbekende ‘Egidius waer bestu bleven’. Mijn oma heette Egidia en ik vond dat zo’n mooie naam dat ik dacht: hier moet ik een verhaal over schrijven. Ik schreef toeneen kortverhaal over mijn omadie ik omzeggensniet gekend heb, maar hetgeen ik wel wist was voldoende uitnodigend. Uit dat kortverhaal leerde ik dat ik veel meer kon doen met dat gegeven. Uit het verhaal is toen de roman ontstaan.’

EXit: De roman schuwt de grote thema’ niet …

An: ‘Wat mij vooral boeit, is de link tussen geschiedenis en heden. Er is dan wel een andere context, maar menselijke emoties en drijfveren zijn dezelfde gebleven. Ik heb me in mijn roman geconcentreerd op thema’s die nu nog heel actief zijn als vluchtelingen, pandemie, feminisme en de dunne grens tussen geestelijk en gezond.’ (LF)

Veel thema’s, Wereldoorlog I het decor

Gidia, de oudste dochter uit een arm Nederlands gezin, moet gaan werken als ‘krankzinnigenverpleegster’ (omfloerste termen zijn niet aan de orde in het verhaal) om de studies van haar broers te betalen. Zij zoekt vruchteloos naar een uitweg uit het saaie leven dat meisjes in dat tijdvak moesten leiden. Bovendien breekt de eerste Wereldoorlog uit en veel Vlamingen nemen de vlucht naar (het neutrale) Nederland. Een van die vluchtelingen is de Belg ‘Jean’ die ook nog een begenadigd cellist is. Hij fleurt Gidia’s dagen op met muziek. De ware reden voor zijn aanwezigheid in de psychiatrie verneemt de lezer stukje bij beetje. (LF)

Dansen op vluchtige noten, An Van Paemel, uitg. Houtekiet

Schaken voor kids

Schaken is een sport voor twee mensen. Elke deelnemer heeft 16 stukken. Bedoeling: de koning in de val te lokken. Christel Minne, lerares aan de Freinetschool Klimop, schreef een prentenboek over schaken, bedoeld voor kleuter tot volwassene. Bij het boek hoort een toolbox vol tips en spelletjes zodat een volwassene het spel stap voor stap kan aanbrengen voor kinderen vanaf 4 jaar. De titel van het boek is ‘Later word ik koningin’ en wordt binnenkort uitgegeven door de Gentse uitgeverij Thinkers Publishing.

EXit: Wat maakt het boekje speciaal?

Christel Minne: ‘Er bestaan al kinderboeken over schaken, vanaf plus 7, maar meestal bevatten die veel theorie en weinig speelse elementen. De tekeningen zijn er meestal om sfeer te scheppen en niet om didactisch te ondersteunen.’

‘Mijn boek is anders: het kan ‘gelezen’ worden door kleuters. Aangezien ik al tien jaar schaakles geef aan kleuters in de Freinetschool weet ik wat die leeftijdsgroep nodig heeft en wat hen aanspreekt: goede tekeningen, een leuk verhaal en spelletjes, het liefst gecombineerd met bewegend leren.’

‘Het verhaal staat bovendien in rijmvorm en de tekeningen illustreren de schaakregels. Als je als volwassene dit boek voorleest leer je ondertussen zelf de schaakregels en helpen de tekeningen zodat het kind ze memoriseert.’

EXit: Bij het boekje hoort een een toolbox (een software platform)?

Christel: ‘Klopt. Dat is bedoeld voor de individuele trainer of voor groepsbegeleiders. Aan de hand van heel wat spelletjes leest de volwassene hoe je het schaken stap voor stap kan aanleren aan jonge kinderen.’

‘Met schaken bereik je ontzettend veel: het is een multicultureel en verbindend spel, geschikt voor iedereen.Ik hoop dat veel leerkrachten het opnemen in hun aanbod op school.’ (LF)

Directeur kunstencentrum KAAP Rolf Quaghebeur

‘Het traject dat we de voorbije vijf jaar hebben doorlopen, was er een van vallen en opstaan’

Hoe vreemd het ook mag klinken, maar de samensmelting van het Brugse De Werf en het Oostendse Vrijstaat O. bleef sommige geesten wel heel lang beroeren. Onder impuls van Rolf Quaghebeur is daar nu een dikke streep onder getrokken. Dat is ook subsidieheer Vlaanderen niet ontgaan. KAAP ontving in de jongste bedeling niet minder dan 1,8 miljoen euro. Quaghebeur wil daar ‘op een heel verantwoorde manier mee omspringen’. Zoals bijvoorbeeld met het tiendaagse belevingsfestival AMOK (30 september tot 9 oktober) dat inzet op ontdekking en beleving in de binnenstad met muziek, beeldende kunst en literatuur. Een heel gevarieerd programma voor iedereen die houdt van een ‘samenspel tussen muziek, lichaam en samenleving’.

EXit: Directeur KAAP: wat trok je over de streep voor de job?

Rolf Quaghebeur: ‘In 2018 was het een jaar na de fusie tussen De Werf en Vrijstaat O. Dat was een leuk experiment. Dat was de enige echt volwaardige geslaagde fusie in Vlaanderen met twee partners die hetzelfde gewicht hadden. Die samengingen zonder dat de ene de andere consolideerde. Het was een verzoening van de beide manieren van werken, van twee bedrijfsculturen.’

EXit: Gold dat ook voor De Werf? 

Rolf: ‘Er is nooit iemand gedwongen om in die fusie te stappen. Er was niets opgelegd. Minister Sven Gatz stuurde wel aan op samenwerking en fusies, maar een minister van Cultuur gaat in een Kunstendecreet nooit een organisatie verplichten om iets te doen. De Raad van Bestuur was heel evenwichtig samengesteld, de personeelsploegen waren netjes samengevoegd. Of iedereen daar achteraf gelukkig mee was, dat is een andere vraag, maar het was zeker geen gedwongen huwelijk.’

‘Wat die fusie zo uniek maakte en atypisch was voor de kunstencentra in Vlaanderen, was dat je een kunstencentrum hebt die een werking ontplooit in twee steden. Zowel in Brugge als in Oostende. ‘

EXit: Toch liep niet alles van een leien dakje.

Rolf: ‘De misrekening die bij het begin is gemaakt, is om de werkingen op elkaar te doen gelijken. In het begin was er een behoudsgezinde reflex. Er werd zelfs gezegd: ieder doet voort zijn eigen ding. Maar zo werkt een fusie niet.’

EXit: De Werf had die ervaring al met HetNet.

Rolf: ‘Klopt, maar dat was minder een fusie, eerder een consolideren van HetNet binnen de werking van De Werf die groter was. Dat heeft voor wat spanningen gezorgd en we hebben wat publiek verloren in beide steden. Dat was heroriënteren en van nul beginnen. Ik ben hier gearriveerd toen de crisis op zijn hoogte- of dieptepunt zat, wat op zich ook geen ondankbaar moment was.’

EXit: Was dat subsidiedossier van levensbelang voor KAAP?

Rolf: ‘Zeker, want dat is de basisfinanciering in onze sector. Wij zijn een onafhankelijke vzw. We moeten onze financiering uit publieke middelen halen en wat de professionele kunsten betreft, is dat het Kunstendecreetmet een ‘werkingssubsidies voor professionele kunsten’ zoals dat heet.’

EXit: U kaapte een toegift voor tien jaar weg.

Rolf: ‘Voordien zaten we in een ritme van vijf jaar. Duim omhoog, duim omlaag: eigenlijk kun je van 1 miljoen euro naar nul euro gaan, wat bij De Werf bijna een paar keer is gebeurd. Het heeft een paar keer aan de rekker gehangen om bijna niets meer te krijgen. Uiteraard zijn we nu zeer blij met die beslissing.’

EXit: Een vaak gehoorde kritiek luidt: ‘Er is geen jazz meer in De Werf.’

Rolf: ‘Ik snap dat dat voor een publiek moeilijker leesbaar is. Als je het geheel bekijkt, dan zie je dat we kunstenaars en muzikanten op een plek in de stad laten reageren. Wij werken met het stedelijk weefsel. Momenten van gevaar, van risico of niet vrijblijvendheid gaan creëren in de stad, daarvoor moet je nomadisch te werk gaan. Zeker in een stad als Brugge die werelderfgoedstad is, maar waarvan ook de openbare ruimte heel monofunctioneel gedefinieerd is. Het gaat over toerisme, over economie die vandaag de dag heel brutaal. Ik vind het een mooie casus door het erfgoedgegeven, door die bescherming, om te zeggen hoe je met hedendaagse kunst momenten van publieke ruimte kan creëren, in de zin van: dit is wat we delen, hier gaan we in interactie met elkaar, spreken we met elkaar en doen we iets met elkaar. Dat is ook het uitgangspunt van AMOK. Onze infrastructuur rammelt voorlopig aan alle kanten, dus zien we onze eigen ruimte als een hub, een vertrekpunt. We zullen altijd andere plekken in de stad nodig hebben om dat te doen. Vandaar dat we samenwerken met Musea Brugge. Zo hebben we opeens twintig zalen ter beschikking. Dat geldt ook voor het Concertgebouw, het Cultuurcentrum, Cactus Muziekcentrum, De Republiek, Cinema Lumière, Snuffel, kerkfabrieken, zelfs met het stedelijk zwembad Guilini gaan we een samenwerking aan. Met AMOK gaan we zelfs proberen om monumenten in te pakken. Het is echt een bevraging van wat is hedendaagse kunst in een erfgoedstad. Dat is ook de lijn die Brugge met Oostende verbindt.’

EXit: Het programma van AMOK oogt redelijk ‘niche’. Op welke publiek mikken jullie?

Rolf: ‘Op een zo breed mogelijk publiek én het avontuurlijke publiek waarvan we merken dat de bezoekers zowel jong als oud zijn. Ik besef dat we nooit het grote publiek zullen bereiken. We hebben ook geen zaal van 1.200 zitjes die we moeten vullen. Ondanks dat het discours dan wel ‘niche’ klinkt, zorgt het wel voor een stevige intellectuele ondergrond waarop je best toegankelijke activiteiten kunt programmeren. We organiseren ook festivals waar er 700 man op afkomt. De AMOKATHON op vrijdag 30 september is eigenlijk helemaal niet niche. Een cultuurcentrum is opgericht om zoveel mogelijk aan cultuurspreiding en participatie te doen. In Brugge heb je het Cultuurcentrum dat het op een excellente manier doet. Wij moeten dat niet meer doen. Wij zetten meer in op het experiment, maar het is daarom niet minder toegankelijk. Het voldoet misschien minder aan een vooropgesteld verwachtingspatroon, maar we laten de kunstenaars doen wat ze moeten doen. Ik wil verrast worden door de kunstenaars en we gaan ervan uit dat ons publiek dat ook wil.’

EXit: Belangrijk tijdens het tiendaagse AMOK-festival is de viering van het 30-jarig bestaan van jullie huislabel W.E.R.F. Records?

Rolf: ‘Naast het tweestedenverhaal is ook dit platenlabel een uniek gegeven. Er is geen enkel kunstencentrum dat een eigen platenlabel heeft die dan ook al drie decennia consequent inzet op de Belgische jazz.’

EXit: De relevantie blijft dan ook overeind?

Rolf: ‘Meer dan ooit relevant. Als je jazz definieert als avontuurlijke muziek – jazz was van oorsprong geen muziek, maar een levensstijl – dan willen we kunst weer ‘gevaarlijk’ maken, relevant maken voor de samenleving. We kunnen niets anders dan hiervoor vertrekken bij de jazz. Rik Bevernage heeft titanenwerk verricht voor heel Vlaanderen. Wij halen onze identiteit niet meer uit de plaats waar we zitten, maar uit de productie in een internationale context. Dat label is een krachtig instrument, dat is pure muziekproductie. Wat voor een musea de collectie de alfa en omega is voor elke tentoonstelling, is dit label  – dat trouwens staat voor ‘Wasted Energy Record Factory’ – voor de jazzmuziek. Het label doet het zeer goed, zowel digitaal als fysiek. Tijdens corona was er een revival van vinyl en nu zelfs van de cd. Het zit in een groeifase, met zelfs veel verkoop wereldwijd en is dus nog steeds belangrijk als promotie-instrument voor die Belgische artiesten.’ (ADC/LF)

_____www.amokbrugge.be

Geert Lommée en zijn liefde voor Amerika

Is er nog honger naar boeken over Amerika? De stroom aan degelijke en andere literatuur over Trumpiaans Amerika is immers nog ver van opgedroogd, getuige de lijst van recent gepubliceerde boeken over elk denkbaar aspect van de Amerikaanse samenleving. Tussen al die (vak)literatuur door vind je af en toe een vreemde eend in de bijt. Onder die noemer rangschikken we het boek ‘Glory Days in America’ van Bruggeling GeertLommée, 360 bladzijden liefdesverklaring aan een land dat hem, na een exchange student in 1977 in Ohio, niet (meer) loslaat. Blijkt alvast dat het land meer te bieden heeft dan wat de reportages van Louis Theroux ons doen geloven.

De auteur bekent: Amerika is zijn grote liefde en dat sinds vele jaren. Het land dat hij al zo vaak heeft bezocht staat immers borg voor een onuitputtelijke bron van verhalen. Het land leerde hij kennen door het kriskras te verkennen met de autobus, de mobilhome of de auto, en dat in de periode tussen 1977 en 2018. Na een jaar als student exchange keerde hij er regelmatig terug. Na al die bezoeken vond hij de tijd rijp voor een liefdesverklaring in boekvorm.

EXit: Een boek over een zo uitgestrekt continent lijkt mij niet eenvoudig.

Geert Lommée: ‘Nee,ik ben dan ook van oost naar west gesukkeld en weer terug. Ik heb er eindeloos gepraat en ben vriend geworden met klasgenoten, schoolmeesters en de man in de straat. Ik heb mij ondergedompeld in sportmanifestaties, drive-in movie en demolitionderby’s en uiteindelijk belandde ik weer aan de keukentafel bij mijn Amerikaanse tweede moeder. Amerikanen worden heel snel familie.’

EXit: Amerika staat voor ons vaak symbool voor extreem (wapen)geweld.

Lommée: ‘Ik heb geprobeerd de Amerikanen zo objectief mogelijk te benaderen en gelukkig laten de Amerikanen zich ook vlot benaderen. Zelden moest ik een excuus zoeken voor een gesprek en wat vaak als een oppervlakkig gesprek begon, eindigde vaak in een onuitwisbare kennismaking. En door die vele contacten is mijn liefde voor de Amerikaan bij elke reis alleen maar groter geworden. En ja, er is de compleet gekke wapenwetgeving, de onvoorwaardelijke liefde voor God, de aanbidding van geld, de onwetendheid over de rest van de wereld en junkfood. België kennen ze evenmin, Brussel des te meer.’ (LF)

_____

‘Glory Days in America’, Geert Lommée, boek bestellen via geert.lommee@telenet.be of in boekhandel De Reyghere.

EXit en de nieuwe oktobermaand

*Interview met (Schepen) Pablo Annys: een beleidsambitie met ballen

*Interview met Rolf Quaghebeur (directeur KAAP): er is geen enkel kunstencentrum dat een eigen platenlabel heeft

*Brugge krijgt met Klimax haar eerste klimaatfestival

SANT in eigen stad

*Tien dagen AMOK

*De najaarsprogrammering van Cactus

*Triënnale 2024 met nieuw curatorenteam

*En zoveel meer….

De Republiek als kloppend hart voor sociaal & cultureel ondernemerschap

‘Samen maken we stad!’ Met een heldere baseline bij de nieuwe huisstijl zet De Republiek een volgende stap in zijn intussen rijkgevulde geschiedenis. De Republiek is een gekend historisch pand met uniek Grand Café, maar is vooral ook een brede community van stadmakers. Een mix van creatieve doeners, innovatieve denkers, ambachtelijke makers en maatschappelijke ondernemers die op een positieve manier rebelleren en als netwerk meewerken aan de stad van morgen.Als een incubator ondersteunen we impactvolle sociale en culturele projecten en helpen deze groeien’, zegt algemeen coördinator Bart Geernaert.

Een verhaal op lange termijn

Bart Geernaert: ‘De nieuwe huisstijl van De Republiek is een vertaling van wat al even bezig is. Zeven jaar geleden (in 2015) zijn we hier opnieuw begonnen onder impuls van Jorijn Neyrinck  en Jan De Clercq. Het was, eerlijk gezegd, een beetje een alles-of-nietsverhaal. Er was toen één personeelslid in dienst – Carine die als poetsdame trouwens nog altijd een rots in de branding is –  en je had verschillende partijen in dit vervallen stadsgebouw die nogal ‘zoekende’ waren. We zijn uiteindelijk met enkelen gesprongen en hebben gepoogd een doorstart te maken voor een nieuw verhaal op lange termijn. Stijn Van Wynsberghe nam het horeca-gedeelte voor zijn rekening, Lieven Neyrinck ontfermde zich over het gebouwenbeheer en ik stond in voor de algemene leiding. Vandaag zijn we een team van 41 collega’s.’

Het oudste cultuurhuis van Brugge

Geernaert: ‘In het begin spendeerde ik veel tijd in het Stadsarchief om uit te zoeken welke rol dit gebouw in de loop van de geschiedenis heeft gespeeld voor de stad. Wat was – maar vooral – wat kan vandaag opnieuw de meerwaarde zijn voor de stad? Fascinerend om te vast te stellen dat ‘Het Boterhuis’, zoals het gebouw aanvankelijk heette, al sinds 1580 dienst deed als een soort ‘zuivelcoöperatie’ avant la lettre waarbij de boeren hier hun waren kwamen slijten aan de Bruggelingen. Toen al was het een gebouw waarin veel ontmoetingen plaatsvonden. En dat is altijd zo gebleven. In 1834 werd het omgedoopt tot Koncertgebouw. Een kleine 200 jaar later is het nog steeds een cultuurhuis, meteen het oudste van en in de stad, maar misschien niet meer in de klassieke zin van het woord.‘

De Republiek als incubator
Geernaert: ‘Het gebouw heeft in de loop van de jaren veel verschillende culturele ‘bewoners’ mogen verwelkomen. Denken we bijvoorbeeld aan poppentheater Pietje Puppe, Cinema Lumière, tapis plein, Lessen in het Donker, Cinema Novo, Mooov!, MA Festival, Cactus Muziekcentrum, het Concertgebouw, De Korre/het Net … Vele culturele spelers van vandaag hebben hier dus ergens een verleden, zijn hier ontstaan of hebben er tijdelijk verbleven. Hier zijn dus veel kiemen van het hedendaagse cultuurveld gelegd. Dat idee zijn we beginnen uit te werken: hoe kunnen we als ‘De Republiek’ opnieuw een broedplaats zijn voor de sociale en culturele projecten van de toekomst? We willen projecten – die een belangrijke impact hebben op de stad – onder onze hoede nemen, omarmen en ervoor zorgen dat ze structureel goed staan zodat ze op termijn sterk genoeg zijn om hun eigen vleugels uit te spreiden, hier of elders in de stad.’
‘We zijn een sociale onderneming in die zin dat alle winst die we hier maken, integraal mee ter ondersteuning dient van ons maatschappelijk doel. Daarvoor hebben we drie belangrijke lijnen uitgezet: de uitbating van het Grand Café als pure ontmoetingsplaats, een co-housingplek voor starters en culturele organisaties en een broedplaats voor innovatieve socio-culturele projecten en ondernemers. Met elke pint die je hier komt drinken, ondersteun je dus met andere woorden die creatieve starters en projecten.’

Stadmakers worden stad-smakers

Geernaert: ‘We richten onze werking op verschillende thema’s: sociaal en creatief ondernemerschap, kunst en cultuur, erfgoed en vakmanschap, food, ecologie en stadsontwikkeling. Het is onze ambitie om impactvolle starters en ideeën te doen groeien zodat ze op termijn zelfstandig worden. Deze stadmakers worden zo stad-smakers. Hoe sterker ze worden, hoe meer maatschappelijke impact ze hebben in onze stad. Diverse projecten zoals Handmade in Brugge, TURBO, Jeugdfilm in Brugge, ModulAIR, Ant-Woord!, Brugs Food Lab … werken momenteel vanop ons platform. We zijn een grote ‘community’ en van onderuit kunnen we samen bouwen aan de stad. We geloven allemaal oprecht in het fantastisch potentieel van de stad.’

Culturele driehoek

Geernaert: ‘Het gebouw van De Republiek heeft een schitterende ligging in het centrum van de stad. In een straal van 150 meter vinden we een tiental culturele organisaties zoals het Cultuurcentrum, de Stadsschouwburg, de Biekorfbibliotheek, KAAP, het stedelijk Conservatorium, De Poortersloge … Samen vormen we de Stadsrepubliek waar we de mensen willen samen brengen in het creatieve hart van de stad. Door slimme verbinding creëren we een nieuwe positieve dynamiek. Geen eilandjes, maar één groot socio-cultureel landschap waarin iedereen zijn eigenheid kan behouden om de stad beter te maken. Met De Republiek willen we daar mee als motor fungeren.
Samen met het stadsbestuur staan we ook als ‘beleidsaanjager’ schouder aan schouder. We houden elkaar wederzijds scherp, maar altijd met het oog op een positief, sterk en duurzaam verhaal voor de stad van de toekomst. Nieuwe stadmakers met goeie ideeën mogen altijd aankloppen bij ons.’ (ADC)

Speranza Symphonic in Brugse Stadsschouwburg (vrijdag 23.9)

Piet Lamiroy dirigeert andermaal zijn virtuozen van Speranza Symphonic in de Brugse stadsschouwburg. Zij brengen dit keer de drie grote componisten uit de Weens klassieke periode: Beethoven, Haydn en Mozart. Ontdek mee liefst vier Vlaamse, jonge, schitterende solisten ! Alexander Declercq vertolkt eerst het magistrale Derde Pianoconcerto van Ludwig van Beethoven. Na de ouverture tot ‘Le Nozze di Figaro’ zingen sopraan Mieke Dhondt en mezzo-sopraan Esther Verheye aria’s en duetten uit W.A. Mozart’s zogenaamde ‘Da Ponte-opera’s’. Als klap op de vuurpijl volgt dan de nog jonge(16j) trompetvirtuoos Warre Dendievel met het bekende en aanstekelijke trompetconcerto van Joseph Haydn. Uit respect voor het vele leed waaronder onze wereld vandaag gebukt gaat laten we het concert beginnen met het beroemde allegretto uit Beethoven’s Zevende Symfonie dat velen onder ons kennen van de film ‘The King’s speech’.

‘Culture Crossing’ sluit eerste seizoen succesvol af

‘Culture Crossing’ is een redelijk nieuw project dat verschillende (Brugse) organisaties met elkaar verbindt. Elke maand organiseert DO vzw samen met een cultuurhuis een activiteit waarmee ze een jonger en diverser publiek willen bereiken. ‘Met Culture Crossing willen de juiste mensen over de juiste thema’s aan het woord laten. Waar veel cultuurhuizen niet altijd de richting weten naar inclusiever programmeren, helpt Culture Crossing ze graag vooruit’, zegt programmator Pamela Evbuomwan die op vrijdag 23 en zaterdag 24 september het eerste succesvolle seizoen afsluit in KORF (Naaldenstraat) met een nabeschouwing en feest.

Na een goed gevuld jaar van activiteiten die diverse gesprekken hebben opgestart in Brugge wil Culture Crossing het eerste succesvolle seizoen afronden. Dat gebeurt op vrijdag 23 en zaterdag 24 september in KORF, het vroegere Biekorfcafé in de Naaldenstraat. Op het programma staan diverse events.

EXPO

Brugse fotografe Kim Note heeft het eerste seizoen van Culture Crossing vastgelegd. Samen met collage kunstenaar Mohammad Radwan hebben ze aan deze beelden een nieuwe dimensie toegevoegd. Deze expo is te zien in het restaurant van De Republiek en KORF.

TALK

Op vrijdag laten Musea Brugge, Cultuurcentrum Brugge en Bibliotheek Brugge horen zij het eerste seizoen van Culture Crossing hebben ervaren en hoe de aanpak van hun interne werking werd beïnvloed. Op zaterdag vindt er een panelgesprek plaats over diversiteit in jeugdliteratuur.

MUSIC (23/9)

Live performance door Shaka Shams die old skool hiphop met invloeden uit alle subgenres brengt, met zijn diepe stem als rode draad. Met zijn muziek wil hij mensen doen nadenken over het echte leven, zonder dat de luisteraar moet inboeten aan plezier. Als opwarmer brengt MNKY een dj-set.

FILM (24/9)

‘Passage’ is een documentaire over rituelen, hoe die cultureel verschillen en hoe 12-jarigen dit zien en beleven. De film werd gemaakt door drie klassen uit Brugge, Gent & Brussel, als initiatief van de Batterie. Na de film worden kinderen uitgedaagd om na te denken over een diverser wordend Brugge.  (RD)

Tiende editie culinair festival Kookeet steekt in een ander jasje

Het zal even wennen worden voor de trouwe bezoeker van het culinair festival Kookeet. Niet alleen de locatie is opnieuw gewijzigd (van Balkonrotonde naar tuin Grootseminarie), ook het concept kreeg een nieuwe schwung waardoor het kleinschaliger wordt dan voorheen. Dat zal de eetpret alvast niet bederven, want het organiserende Brugge Plus belooft een kwalitatieve totaalbeleving voor de smaakpapillen door het aanbod van vijf verschillende ‘eetbelevingen’. Kookeet vindt plaats van zaterdag 24 tot en met maandag 26 september.

Geen 100.000 bezoekers meer, maar maximaal 5.000 bezoekers per dag zijn welkom in de mooie tuin van het Grootseminarie (Potterierei) voor de jubileumeditie van het (kleinschaligere) culinaire evenement Kookeet. Deze plaats is de gedroomde locatie voor een foodfestival: de standhouders palmen letterlijk de weide in van de koeien die er anders in grazen. Daarenboven is de tuin – die voor veel Bruggelingen die nog nooit naar het circusfestival Cirque Plus kwamen kijken nog onbekend is – ook een inspirerende omgeving voor de chefs. De weide en de boomgaard bezorgen de bezoekers het gevoel dat ze midden in de natuur staan en dit in hartje Brugge. Het terrein sluit bovendien perfect aan bij het thema ‘Grond’. Grond is de basis van alles: door opnieuw op het terrein zelf te koken, staan de chefs letterlijk met de voeten op de grond voor het publiek. Het thema legt ook de link tussen de producenten, de chefs en de bezoekers: ze werken zoveel als mogelijk met streekproducten en focussen op lokale, korte keuken (van boer/boot naar bord), een verhaal dat zeker in West-Vlaanderen kan worden gerealiseerd. Ruim twee jaar geleden was tv-figuur Wim Lybaert de trekker van dit thema, maar hij zal er dit jaar wegens opnames voor een nieuw programma rond visserij helaas niet bij zijn.

Vijf eetbelevingen

De focus van het event Kookeet ligt dus meer dan ooit op beleving. Dat gebeurt aan de hand van vijf verschillende formules. ‘Uit het vuistje’, waarbij bezoekers kunnen proeven van gastronomische streetfoodgerechten, ‘Op drie wijzen’, waarbij drie chefs aan de slag gaan met hetzelfde product, ‘Op het vuur’ waar alle gerechten op open vuren worden bereid, ‘Met de chef’ waarbij de bezoekers de chefs aan het werk kunnen zien in het kooktheater en ‘Op zijn best’ waarbij de bezoekers een vip-beleving krijgen. Het kruim van de Brugse chefs, hotelscholen en producenten slaan hierbij de handen en de pannen in elkaar om de Kookeetbezoekers deze culinaire trip aan te bieden en de gastronomische rijkdom van stad Brugge nog meer in de verf te zetten. (RD)

___

Kookeet vindt plaats van zaterdag 24 tot en met maandag 26 september van 11.00 tot 22.00 uur in het Grootseminarie in Brugge (ingang via Peterseliestraat). Tickets kosten 10 euro/dag (kinderen t.e.m. 12 jaar mogen gratis binnen). De prijs van de gerechten varieert tussen 10 en 15 euro. 

http://www.kookeet.be

Speeltijd in de Stadsschouwburg met gamefestival

Game, set & match! We zouden het zomaar spontaan kunnen roepen als we van vrijdag 16 tot en met zondag 18 september in de Koninklijke Stadsschouwburg (Vlamingstraat) rondlopen. Daar vindt dan namelijk de derde editie van het gratis gamefestival Playtime 20.22 plaats. Hét event om liefhebbers van gaming én kunst in een prachtige setting onder te dompelen met verrassende spelinstallaties en innovatieve ervaringen.

foto Playtime Michel De Pourq

De meer dan 150 jaar oude Stadsschouwburg gaat mee met zijn tijd. Tijdens de opening van het nieuwe cultuurseizoen van Cultuurcentrum Brugge ondergaat het gebouw een metamorfose en krijgt het de status van ‘reusachtige gamehall’ voor de derde editie van Playtime 20.22. De vorige edities waren succesvol en lokten 2.500 mensen uit hun kot, want ‘gaming is kunst en bestaat uit totaalervaringen vol sterke verhalen, geniale muziek en adembenemende architectuur’, luidt het bij het Cultuurcentrum. ‘Net als podiumkunsten verenigt, verrijkt en verwondert deze cultuur. Laat dit tweejaarlijks festival vooral ook de aanzet zijn om ook een structurele werking rond gaming op poten te zetten. Waarom zouden we bezoekers van podiumkunsten niet kunnen zien als een testpubliek voor games van Belgische onafhankelijke gameontwikkelaars?’

Strijden tegen William Boeva

Het festival Playtime 20.22 start op vrijdagavond 16 september met een sfeerrijke gamenocturne waar dj’s en cosplay-figuren voor een bijzondere sfeer zullen zorgen. Van catacomben tot zolder: alle hoeken en kanten van de Stadsschouwburg worden benut door onafhankelijke gameontwikkelaars. Op die manier kunnen ze hun nieuwste creaties door het (Brugse) publiek laten uittesten. Hierbij komt ook virtual reality aan bod, zijn er verschillende workshops (hoe omgaan met technologisch afval, hoe ontwerp je een eigen 3D-game) of kan men – al of niet tegen comedian en fervent gamer William Boeva – de strijd aanbinden met een controller in de hand op de bühne van de Stadsschouwburg.

De trompet van Stromae

Playtime 20.22 neemt het hele weekend in beslag. Op vrijdag 16 september van 19 tot 23 uur en op zaterdag 17 en zondag 18 september van 11 tot 18 uur. Seizoenskunstenaar en turntablist DJ Grazzhoppa zorgt, samen met trompettist Bart Maris die we kennen van zijn werk voor Stromae , voor het slotakkoord van het speelweekend. Zij zullen live een soundtrack creëren bij een leuke game. Tot slot, nog dit: alle activiteiten zijn gratis, maar voor sommige moet je we vooraf inschrijven. (ADC)

____

www.playtime2022.be en www.ccbrugge.be

%d bloggers liken dit: