Exit Magazine

Maandelijks Brugs Cultuurblad

Langs de Maalse Steenweg

Pionierswerk voor Sint-Kruis, dat deed volkskundige Magda Cafmeyer (+ 1989) haar leven lang. Gewapend met bandopnemer en fototoestel en notaboek trok ze naar oudere bewoners van de stad en het platteland, om ze als vaak laatste getuigen te laten vertellen over hun leven, hun ambacht, hun legerdienst…. Ze was ook zeer geïnteresseerd in lokale geschiedenis. Ze schreef heel wat over Sint-Kruis en Male en bouwde een uitgebreide fotoverzameling van haar gemeente op.

Dirk Callewaert (76), ook volkskundige, erfde de foto-collectie van Magda Cafmeyer en gebruikte deze voor een raamvertelling over de geschiedenis van de Maalse Steenweg.

EXit: Waarom koos u voor de Maalse Steenweg?

Dirk Callewaert: ‘De Antwerpsche Heerwech (nu Maalse Steenweg) was de historische uitvalsweg naar Maldegem en Antwerpen en blijft de belangrijkste straat van Sint-Kruis. Ze begint aan de Kruispoort, liep ooit door de paallanden (de Brugse buitenwijken) en tijdens het ancien régime door de Heerlijkheid Male met haar landsheer, kasteel, stadhuis en schandpaal. Van de land-, tuin- en bosbouw is er vandaag niets meer te bespeuren. Evenmin van de lichte indus­trie, de vele neringen en de herbergen. De lintbebouwing begon in het interbellum vanaf de Kruis­poort. De residentiële wijken dateren van na de Tweede Wereldoorlog. Op het Soldatenveld, het oefen­veld van Napoleons cavalerie, lag tot kort na de Tweede Wereldoorlog een (sport)vliegveld. Op dat braakliggende terrein kwamen in 1960 de watertoren en beide grootwarenhuizen. De rest volg­de snel. Vandaar de ondertitel ‘Leven, wonen en werken langs de veranderende omgeving van de Maalse Steenweg’.’

Het boek is een lijvig naslagwerk geworden met een schat aan beeldmateriaal, kaarten, plannen en materiaal uit archieven. Bedoeld voor elkeen met een hart voor Sint-Kruis. (LF)

Dirk Callewaert, Langs de Maalse Steenweg. 15 euro                                                                                             283 pg. en 293 illustraties. Info op dircalcor@gmail.com   Brieversweg 309, 8310 Sint-Kruis

 

Verheyen/Copland/Gress/Hart te gast in De Werf


Internationale top met Belgische strik, zo wordt het concert van Verheyen/Copland/Gress/Hart in De Werf op dinsdag 27 februari aangekondigd op de website van organisator KAAP.  Die Belgische strik heet Robin Verheyen, een in New York verblijvende Belgische saxofonist die voornamelijk geassocieerd wordt met het jazzproject rond Tom Barman : Taxiwars.

 Taxiwars stond ondertussen al een drietal keer op het podium in Brugge. Een eerste keer in mei 2015 voor een staand concert in De Werf, een tweede maal in juni 2016 voor een try-out na het verschijnen van hun tweede album in een volgepakte Parazzar, en een derde maal vorige zomer op het zaterdags podium van het Cactusfestival.

Ook bassist Drew Gress was nog maar een goed jaar geleden (december 2016) in Brugge te zien, samen met nota bene diezelfde Robin Verheyen. Onder de noemer Robin Verheyen NY Quartet stonden naast Verheyen op sax en Gress op double bass ook nog Russ Johnson (trompet) en Jeff Davis (drums) op het podium … en dit voor een memorabel concert dat de Parazzar op zijn grondvesten deed daveren.  Gress speelde voor de gelegenheid op een contrabas die hem door Bruggeling Martijn De Coster ter beschikking gesteld was. De Coster is conservatoriumstudent en coördinator van occasionele jamsessies in de Snuffel. Martijns blik bij dit concert sprak boekdelen, en ik vermoed dat hij zijn instrument na die avond heilig verklaarde en nooit meer een onnodige poetsbeurt gaf.

 Eind deze maand, op dinsdag 27 februari, delen Verheyen en Gress opnieuw het podium in De Werf, deze keer samen met de ondertussen 77-jarige drummer Billy Hart en pianist Marc Copland. Dit voor een concert naar aanleiding van de release van “When the birds leave”(Universal Music), een album dat in het voorjaar van 2018 op het publiek losgelaten wordt en dat het kwartet ook op een korte concerttournee brengt in Nederland, Duitsland en Frankrijk.

Als de naam Billy Hart u niet meteen iets zegt, dan kan wat namedropping u misschien op weg helpen : Hart maakte in de jaren 70 van de vorige eeuw jarenlang deel uit van ensembles rond Herbie Hancock, McCoy Tyner, Stan Getz… Zijn discografie omvat tientallen titels over een tijdsspanne van ruim vijftig jaar en vermeldt samenwerkingen met onder andere Pharoah Sanders, Wayne Shorter, Joe Lovano, Miles Davis… et j’en passe

Ook Marc Copland nadert ondertussen de zeventig en kan bogen op samenwerkingen en releases met de meest gerenommeerde jazzmuzikanten uit ons tijdsgewricht.  Op het prestigieuze ECM-label alleen al waren er in respectievelijk 2013 en 2015 releases met het John Abercrombie Quartet (met Drew Gress en Joey Baron) en met het Gary Peacock Trio (opnieuw met Joey Baron).

Redenen om op de avond van 27 februari thuis te blijven zijn er niet : De Werf is waar u moet zijn om de laatste volle wintermaand in schoonheid te eindigen. (RUDI VANMARCKE)

Toneeltip

23 en 24 februari, 20 uur

25 februari, 15 uur

theatergezelschap TABLEAU NR. 1

2 flikken

CC De Dijk

Het theatergezelschap TABLEAU NR.1 is een vaste gast bij Werkgroep 66. Dit keer staan Bert Cosemans en Bart Van Avermaet (Waldek uit Thuis) op het podium. De twee kruipen in de huid van twee flikken of liever twee jeugdvrienden die ervan droomden om Starsky & Hutch te zijn. De ene is rechttoe rechtaan, maar heeft een drankverleden. De andere worstelt met de veranderde politieaanpak. Vandaag de dag willen mensen helden bij de politie. Helden die in één oogopslag het onderscheid kunnen maken tussen goed en kwaad. Als de mensen dat willen, moeten ze dat krijgen, maar zo simpel is het allemaal niet. 2 flikken is een stuk van de Keith Huff, de man achter de succesvolle Amerikaanse series House of Cards en Mad Men. Het is een verhaal over vriendschap, loyaliteit en verraad dat je in spanning houdt tot het einde. Een briljant, vernuftig en broeierig misdaaddrama vol spitse humor.

 Tickets t 050 35 85 50, joannabeernaert@telenet.be

Kurt Van Eeghem, de man van vele muziekjes

Kurt Van Eeghem in de KLARA-studio. (foto Michiel Hendryckx)

 

‘Als je als jongere wilt revolteren, speel dan Bach en Beethoven’

 

Jongeren en klassieke muziek, een gedroomd huwelijk vindt ex-Klaraman Kurt Van Eeghem (65): ‘Pop is vandaag mainstream. Nul vernieuwing. Als je als jongere wilt tekeer gaan tegen je ouders, speel dan Bach en Beethoven, tot je vader uitroept ‘Stop!’. Je krijgt er een generatieconflict gratis bij.’ Wie zowel Van Eeghem als Beethoven (en Anima Eterna) aan het werk wilt horen, kan dat op donderdag 22 februari in het Concertgebouw met ‘een bonte ode aan Ludwig van Beethoven’, verpakt in enkele topstukken.

 Al een tijdje achter ons, maar het zit Kurt Van Eeghem nog steeds hoog, het overlijden van zijn jongere broer Marc. De enorme publieksappreciatie heeft wel een en ander goedgemaakt.

 Kurt Van Eeghem: ‘De respons was enorm en dat heeft te maken met het feit dat mijn broer zeer gewaardeerd werd door iedereen die met dit vak bezig is. Bij het afscheid waren er 900 mensen in de Bourla en er stonden er nog veel buiten, mensen van alle slag.  Die weerklank staat in groot contrast met Marcs ‘zijn’, hij wilde altijd dienstbaar zijn, wilde dat de anderen het goed hadden. Was niet degene die met de ellebogen breed naar voren stormde. Hij zocht ook nooit ‘exposure’. Marc wou alleen maar een steengoede acteur zijn. Mijn broertje was een heel bijzonder iemand. Hij staat voor mij helemaal bovenaan.’

EXit: Ik herinner mij nog zijn felle uithalen naar de manier waarop kunstenaars hier vaak ontvangen worden.

Van Eeghem: Een Vlaamse ziekte! De pluche wordt mooi gerestaureerd, maar je mag niet kijken naar de ruimtes achter het podium waar de artiesten moeten werken. Alle aandacht gaat naar de mensen die komen kijken. Kijk naar Kortrijk, Brugge en talloos veel andere cultuurcentra waar je vaak nog onder het podium zit. Men besteedt geen aandacht aan de mensen die er moeten optreden. Je vraagt je soms af, hoe is dit in godsnaam mogelijk. Maar er is beterschap.’

 EXit: Wat u zelf betreft, zelden iemand met meer tegenzin met pensioen zien gaan.

Van Eeghem: Ik ga met pensioen na mijn dood en ik ben van plan om heel lang te leven. Daarom blijf ik hard bezig, zoals nu met de voorbereiding van een groot project in de Baltische staten waar ik een zomer lang zal verblijven en waarover ik een boek zal schrijven. Er is daar een culturele ontwikkeling aan de gang die mij enorm boeit. Het is trouwens wonderbaarlijk hoeveel ze investeren in cultuur. Een gemiddeld grote stad beschikt er over twee symfonische orkesten, een opera en enkele gerestaureerde of nieuwe musea. Ik wil er een tijdje gaan wonen en het zaakje met een apart oog bekijken.’

EXit: Straks staat u op het podium van het Concertgebouw voor een soirée Beethoven, samen met Jos Van Immerseel.

Van Eeghem: ‘Ik heb steevast goede herinneringen aan de projecten die ik er al heb gedaan. De samenwerking is er altijd op hoog niveau. Dit programma is opgehangen aan de ‘Negende’ van Beethoven die dit ‘topstuk’ componeerde terwijl hij zo doof was als een kwartel.  Dat op zich was al fenomenaal. Enkele van zijn beste werken schreef hij trouwens in zijn laatste levensjaren. Ik speel enkele rolletjes op scène, terwijl Jos (Van Immerseel) zijn orkest laat grasduinen in Beethovens oeuvre. Beethoven was een kathedraalbouwer, de Negende was de torenspits daarop.’

DE REST VAN DIT INTERVIEW LEEST U IN DE PAPIEREN VERSIE VAN EXIT FEBRUARI. OVERAL GRATIS MEE TE NEMEN!

Lounge Ludwig, donderdag 22 februari om 20 uur in Concertgebouw. Gastheer is Kurt Van Eeghem.

 

 

Alexander Vantournhout mixt dans en circus

 

‘We worden ook wel eens slangenmensen genoemd’

 Van donderdag 22 tot en met zondag 25 februari zijn jonge en beloftevolle choreografen en dansers aan zet tijdens het nieuwe festival Bits Of Dance, een samenwerking tussen Cultuurcentrum Brugge en KAAP. Blikvanger wordt Red Haired Men, een performance van de uit Roeselare afkomstige Alexander Vantournhout. Hij mixt op heel nieuwe wijze dans en circus.

EXit: Red Haired Men? Waar slaat de titel op?

Alexander Vantournhout: ‘We zijn uitgegaan van de teksten van de Russische schrijver Daniil Charms. Hij leefde begin twintigste eeuw onder de Stalinterreur. Zijn werk werd streng gecensureerd en hij mocht enkel nog schrijven voor kinderen. Zijn absurde, kinderlijke gedichtjes zitten echter vaak vol kritische dubbelzinnigheden. Red Haired Men is de titel van één van zijn versjes die gaat over een man zonder identiteit, een man die verdwijnt en wordt geliquideerd.’ 

EXit: Die dubbelzinnigheid zit in het hele stuk?
Vantournhout:
‘Klopt. Red Haired Men wordt een bizarre, onconventionele komedie. Heel toegankelijk, maar tegelijk met meerdere lagen. Alles lijkt op het eerste gezicht eenvoudig, maar er zit veel meer achter. We werken bijvoorbeeld ook met ‘Altijd is Kortjakje ziek’, het bekende kinderliedje van Mozart dat heel ingewikkelde variaties kent.’

EXit: Hoe hebben jullie de teksten van Charms verwerkt?
Vantournhout:
‘Het is de eerste keer dat ik een productie voor meerdere performers leid. Ik selecteerde de teksten, bedacht een aantal hoofdlijnen op voorhand, maar tijdens het creatieproces gaven ook de drie andere performers hun interpretatie op Charms’ werk in tekst en beweging. Ik werk gemiddeld twee jaar aan een nieuwe productie. Het publiek in Brugge krijgt een afgewerkte try-out te zien van ongeveer een uur. In oktober 2018 gaat het stuk dan effectief in première.’

 EXit: Je werk is heel moeilijk in een vakje onder te brengen?

Vantournhout: ‘Als tiener was ik gymnast, mijn zus was danseres. Zo ben ik in contact gekomen met circus én dans. Ik heb ook zowel een circus- als een dansopleiding (ESAC en P.A.R.T.S) achter de rug. Red Haired Men wordt, net als mijn eerste soloperformances, een heel eigen mix van circus, theater, dans en magie. Noem het een ‘gesamtkunstwerk’ waarin verschillende disciplines worden verwerkt. In Frankrijk wordt wat ik doe ‘mouvement chorégraphique’ genoemd. Hier is er (nog) niet echt een term voor.’

EXit: Jullie doen ook aan ‘contortionisme’?
Vantournhout:
‘Contortionisme is een heel extreme vorm van lichaamsbeweging waarbij we onze ledematen buigen en strekken om onnatuurlijke houdingen aan te nemen. We worden ook wel eens slangenmensen genoemd. Ons lichaam is niet dat van een gewone danser of circusartiest. Ik reisde de hele wereld rond en heb her en der les gevolgd, maar ik heb vooral mezelf uitgedaagd in mijn solo ANECKXANDER om nog leniger te worden.’

EXit: Is het fysiek haalbaar?
Vantournhout:
‘Ik heb dit jaar tweeënzeventig voorstellingen gespeeld, wat wil zeggen dat ik bijna om de vier dagen op de scène stond. Dat was net van het goede te veel. In Red Haired Men ben ik niet alleen, dus dat maakt het wel iets minder lastig. Nu ja, dit is mijn levenswerk, dus ik doe het met hart en ziel.’

 EXit: Wie zijn je collega-performers?
Vantournhout:
‘Ik heb een tijdje lesgegeven aan de Fontys Hogeschool, Academy for Circus and Performance Art in Tilburg. Daar worden ook dansacrobaten opgeleid. Axel Guérin, Winston Reynolds en Ruben Martulier zijn drie van mijn leerlingen. Ruben is bovendien specialist in Japans poppentheater Bunraku. We zijn dus alle vier heel polyvalente performers. We zijn eigenlijk in niets echt heel goed, maar wel ‘een beetje goed’ in alles. We zijn geen specialisten, maar generalisten (lacht).’

 

EXit: Kun je als jonge maker overleven?
Vantournhout:
‘Dat lukt aardig. Ik toer de wereld rond met mijn werk. Met ANECKXANDER deed ik meer dan zeventien landen aan. Onze bewegingstaal is heel nieuw en ons werk is heel moeilijk in een vakje te stoppen. Daardoor komen we misschien niet altijd aan bod in de grote traditionele huizen, maar passen we wel in veel circuits en staan we vaak op festivals. Voor Red Haired Men liggen al veertig data vast in vijf verschillende landen. Ik ben ook vijf jaar artist-in-residence in De Vooruit.’

 

EXit: Je hebt sinds kort een eigen compagnie?
Vantournhout:
‘Ik heb in Roeselare een studio gebouwd: ‘The Wood cube’, waar we ondertussen al met een heel team werken. In 2019 staat het locatieproject Screws op stapel en ik werk ook aan een dansduet met Rosas-danser Jason Respilieux. Tijdens de Dag van de Dans op 28 april 2018 organiseren we ook ‘showings’ in The Wood cube. Onze agenda is dus goed gevuld!’ (SD)

_____

 

www.bitsofdance.be

Concertgebouw Brugge eerste concertzaal ter wereld met rechtsnarige concertvleugel

 

‘I’m in love with my new piano’

 

Nee, dit is niet ‘Thomas speelt het hard’, maar een liefdesbetuiging van de beroemde pianist Daniël Barenboim die recent niet één, maar twee revolutionair nieuwe piano’s bestelde bij pianobouwer Chris Maene uit Ruiselede. We besparen u de technische uitleg, maar Maene ontwierp ‘een volmaakte rechtsnarige concertvleugel’, volgens kenners, ‘het beste van drie eeuwen pianobouw’.

Als eerste concertzaal ter wereld is nu ook Concertgebouw Brugge de trotse eigenaar van dit unieke instrument. Deze piano produceert een geluid van een superieure helderheid. Zo beweren alle specialisten. Zo ook Barenboim. Hij speelde Liszt op een rechtsnarige piano en hoorde een groot klankverschil. Maene mocht meteen aan de slag.

 Ook het Concertgebouw droomde al lang van de aankoop van dit nieuwe, maar ook dure instrument (ruim 200.000 euro). Op 22 april 2017 kon het publiek van het Concertgebouw al kennismaken met deze piano tijdens een concert van Alexander Lubimov en Alexei Zuev. Enthousiasme meteen troef en zo startte de zoektocht naar geld of sponsoring. Zes West-Vlaamse ondernemers sprongen in de bres en brachten het kapitaal samen. Artistiek een sprong voorwaarts, zakelijk een staaltje van West-Vlaamse kennis en vakmanschap. Hierdoor beschikt het Concertgebouw als eerste concertzaal ter wereld over een rechtsnarige piano (normaliter liggen de bassnaren gekruist).

Volgens pianobouwer Chris Maene heeft de aankoop door het Concertgebouw een hoge symbolische waarde. Maene: ‘Mijn eerste fortepiano werd in 1976 in Brugge voorgesteld, en ook vele andere bijzondere instrumenten die ik bouwde werden in het Concertgebouw voor het eerst aan de wereld getoond. Ik ben dan ook bijzonder trots.’

Daarmee is duidelijk dat dit nieuwe instrument als ‘een mijlpaal in de muziekgeschiedenis’ mag worden beschouwd. Deze piano is zo uniek dat Barenboim het overal op tournee meeneemt. Voor het ‘Brugse’ publiek is het nog eventjes geduld koesteren, want het inauguratieconcert vindt plaats op 23 juni. De eer komt toe aan de West-Vlaamse pianovirtuoos Julie Libeer, op het programma muziek van Ravel en Mozart. (LF)

http://www.concertgebouw.be

Jazz in februari

Twee jazzconcerten staan er geprogrammeerd in de 27b flat.  U kan er op vrijdag 16 februari het Toine Thys trio aan het werk zien.  De Brusselse Toine Thys (sax) en Nederlander Arno Krijger (hammond en keys) worden er begeleid door de uit Canada afkomstige Karl Jannuska (drums).

Op vrijdag 23 februari is het in 27b flat de beurt aan Aron Talas/Ilya Dynov group.  Talas (piano) en Dynov (drums) worden vergezeld door Garif Telzhanov op bas.  Op het programma staat een mix van jazz standards en eigen werk.  Talas is een Hongaarse jazzpianist en professor aan de Franz Liszt Academy of Music in Budapest.  Drummer Dynov is internationaal actief als percussionist, en bassist Telzhanov voltooide studies aan het Lemmensinstituut. (RV)

Soviet Grass kleurt buiten de lijntjes

Foto Alexander D’Hiet

 

In de kantoren van EXit zijn de verwachtingen hooggespannen voor het volwaardige debuutalbum dat de Brugse groep Soviet Grass nog dit voorjaar op de wereld zal loslaten. Op vrijdag 16 februari krijgen we in Daverlo (Assebroek) daarvan alvast een voorsmaakje tijdens Daverend/Unplugged waar de band samen met Black Roses, nog een Brugse groep, het podium zal delen.

Meer dan een half jaar geleden begonnen Robin Serruys (gitaar), Nicolas Heinkens (zang), Brecht Serruys (drums) en Niek Mouton (bas) met het schrijven en opnemen van nieuwe songs. Eerder brachten ze al een tweetal ep’s uit vol pompende ‘vuile’ bluesrock uit, maar nu moet het eerste full album eindelijk eens het levenslicht zien. En dat zal anders klinken. ‘De ruwe blauwdrukken zijn al een tijdje klaar, nu zijn we die hard aan het repeteren. Binnen enkele weken gaan we die finaal heel kort op elkaar opnemen in de studio’, zegt Brecht Serruys. ‘Het gaat om tien nummers die samen een coherent geheel vormen. We hebben de nummers vorig jaar geschreven in de studio en ieder van ons heeft er een voor een zijn partij aan toegevoegd. Het was een skelet die al redelijk op zijn poten stond, maar die kleden we nu stapsgewijs aan in ons repetitiekot. De touch van een extra gitarist of toetsenist zou wellicht iets aan onze songs kunnen toevoegen, maar ons viertal vormt een homogene groep en dat willen we voorlopig zo houden. Ik heb eventjes overwogen om een extra arm te laten aannaaien, maar het lukt nu ook om enkele effectjes en een paar technische snufjes in onze sound te integreren. Als we de tien nummers straks in de studio definitief inspelen, zullen we dat gerodeerd kunnen doen.’

Een nieuwe lente, een nieuw geluid?

‘De songs zijn alvast honderd procent nieuw. Niemand heeft de nummers al gehoord, behalve ons vier. Het ligt altijd in het verlengde, maar er zal een groot verschil zijn met onze vorige sound. Het is een natuurlijke evolutie: we zijn matuurder geworden en onze smaak is ook veranderd. We gaan ons nooit vastpinnen op het feit dat we een initiële rockbluesband zijn, we spelen gewoon de muziek die in ons zit. Onze songs klinken heel divers, al zal je er nog altijd die bluesvibe erdoor horen waaien’, stelt Brecht.

Tijdens de opname van de nieuwe cd, komt er geen externe producer aan te pas. De Soviet Grassers doen alles zelf: schrijven, opnemen, mixen en producen. Alleen de mastering besteden ze logischerwijze uit. ‘Dat is de enige methode die goed werkt voor ons. In het verleden hebben we nog met producers samengewerkt. Daar komen wel leuke zaken uit, maar toch misten we soms nog bepaalde elementen in een song. Als we het zelf kunnen doen, waarom zouden we het dan niet doen? Het is aangenamer om onze eigen baas te zijn over onze tijdsinvulling. We voelen ons volledig vrij als we aan ons album werken.’

‘We kleuren nu veel meer buiten de lijntjes, wat betreft geluiden, stijlen en de indeling van de songs. Als de muziekliefhebber straks onze plaat in handen krijgt, dan zal hij er een voldaan gevoel aan overhouden. We knipogen naar de groepen waarnaar we opkijken. En er zit zeker potentieel in voor de radio, want dat verhaal ontbreekt nu nog voor ons.’

Tijdens het optreden in Daverlo op vrijdag 16 februari zal Soviet Grass al een viertal nieuwe nummers prijsgeven. Nog even meegeven dat Black Roses het voorprogramma voor zijn rekening neemt met een stevige mix van dansbare rock, metal met snedige hardcore- en punkinvloeden. In de rangen van Black Roses vind je leden van Guilty As Charged, BEUK en Shuriken II. (ADC)

 

http://www.brugge.be/daverend-unplugged en http://www.sovietgrass.com

 

 

 

Enthousiaste turnster wordt circusacrobate

 

Nee, aan motivatie ontbreekt het de twintigjarige Manon Verplancke uit Sint-Andries niet: over vier jaar stapt ze door het leven als ‘zelfstandig artiest’ met specialisatie ‘circus’. Sinds dit schooljaar volgt ze aan het prestigieuze Codarts Rotterdam een vierjarige opleiding tot volwaardige circusartieste. En dat is geen evident of gemakkelijk verhaal. Een meisjesdroom met een keerzijde.

‘Codarts’ betekent in haar geval een zware en dure opleiding, lang weg van thuis en deel uitmakend van een internationaal gezelschap studenten uit alle uithoeken van onze planeet. Maar dat is voor haar geen enkele belemmering om zich voor de volle pond in dit avontuur te gooien. Over vier jaar wil ze als acrobate aan het werk en intussen zoveel mogelijk van de wereld zien, een passie die ze deelt met de 1.000 studenten van Codarts, de school die vijftig nationaliteiten telt en 340 medewerkers.

De kiemen voor dit avontuurlijk leven werden gelegd in haar kinderjaren. Vijftien jaar was ze een felle turnster bij Rust Roest, maar het strakke keurslijf waarin het turnen als discipline gevat, zit deed haar afhaken en kiezen voor een nieuw uitdagend verhaal. Het steeds meer aan populariteit winnende circus was haar nieuwe roeping. Bij de eerste selectieproeven aan de Brusselse Circusschool (in Turn & Taxi’s) ging het op het nippertje fout (er waren slechts 17 toelatingen op 100 deelnemers). Daarop trok ze naar Rotterdam waar haar introductiefilmpje wel indruk maakte, een toonbeeld met het accent op kracht en lenigheid. De trein was vertrokken.

Gemakkelijk was het niet: huisvesting in Rotterdam is niet evident, de lessen zijn duur, het lessenrooster met acht uur per dag vrij zwaar en Hotel Mama slechts één keer in de maand wegens een eivol programma met randactiviteiten.

Codarts focust op haar sterke punten en speelt haar uit als ‘flyer’, een circus- en vakterm voor een atlete die door twee sterke bonken de hoogte wordt ingebonjourd. Haar twee kompanen komen respectievelijk uit Nieuw Zeeland en Israël.

De opleiding in Codarts gaat heel breed, van ballet over dans, kracht en jongleren, naast gezondheid en gezonde voeding. De voertaal is Engels. Tijdens de vierjarige opleiding sluiten de meeste studenten aan bij gezelschappen waar ze de leerstof in de praktijk kunnen brengen.

Wie bij circus nu nog denkt aan een zieke kameel en flauwe moppen, moet zijn mening herzien. Vandaag is het geëvolueerd naar een volwaardige kunstvorm met sterk opgeleide atletes. (LF)

Wie Manon Verplancke wil volgen, kan daarvoor terecht op haar blog manoninrotterdam.wordpress.com.

 

 

Schunnig dialect in ‘Stoet Brugs’

 

 

Aan hun proefstuk zijn ze niet meer toe, (gids) Jo Berten en (journalist) Hedwig Dacquin, maar met het vierde boekdeeltje over het Brugse dialect hebben ze een wel heel apart segment ‘stoet Brugs’ naar boven gehaald.

Wie houdt van schunnige taal, en het Brugse dialect leent zich daar uitstekend toe, wordt hier op zijn wenken bediend. Veel van deze woordenschat (?) staat op het punt te verdwijnen en verdient daarom een inventaris. Het 79 pagina’s tellende boekje geeft hoofdstukgewijs ‘stoet Brugs’ zoals ooit gebruikelijk in cafés, in volksliederen, in poëzie, in de liefde ‘en de hele santeboetiek’, en in het huwelijk ‘en de hele bataklang’.  

En er valt aardig wat schunnigheid te rapen waarvoor de makers zich vooraf excuseren: ‘Geef mij zuiverheid, o Heer, maar nu nog niet’ vragen ze de heilige Augustinus.

Een apart hoofstukje voert Gezelle ten tonele met het gedicht ‘Het Stapeel’ waarin de dichter ‘een kind zijn gevoeg laat doen op het doksaal’. Gezelle stoet? Niet dat het zo belangrijk is, maar er heerst hierover ernstige twijfel. In het tweedelig woordenboek met alle woorden die Gezelle gebruikte (Gezelle in 15.000 woorden) komen heel wat woorden uit dit gedicht niet voor.

Stoet Brugs opent met een vorwordje van ere-burgemeester Patrick Moenaert (‘dat noemen ze hier entwien in ‘t gat steken’) en een ‘achterwordje’ van ere-schepen Yves Roose (‘k ben weer de sigaar’). (LF)

Stoet Brug, Jo Berten en Hedwig Dacquin, uitg. Zorro. Te koop in Brugse boekhandels.

%d bloggers liken dit: