Exit Magazine

Maandelijks Brugs Cultuurblad

Dromen met de vingers

(foto EDM)

Zijn naam klinkt misschien nog niet zo vertrouwd bij het grote publiek, maar toch is Tom Kristiaan (Demeyer) al een aantal jaren bezig met het componeren voor film, reclamespots en eigen voorstellingen. Hij volgde zijn eerste muzieklessen in het Brugse Conservatorium (piano, solfège, harmonie en kamermuziek) en vervolmaakte zich nadien nog met lessen accordeon, jazz piano en ensemble aan enkele andere conservatoriums tot een topmuzikant. Recent verscheen ‘In Deep Woods’, een cd met acht instrumentale pianocomposities, terug te vinden op 200 (!) digitale platformen.

 Tom Kristiaan: ‘Met het album ‘In Deep Woods’ wil ik nu in eerste instantie mijn muziek bekendmaken en nieuwe luisteraars aanspreken. Of dat nu op Spotify, of via cd-verkoop of optredens verloopt, maakt mij niet zoveel uit. Als ik maar muziek mag maken die beluisterd wordt. Tot op heden bleven de songs stof vergaren in de kast. Maar hoe je het nu draait of keert, een muzikant wil vooral gehoord worden.’

EXit: Op jouw muziek kunnen we onder meer de woorden ‘romantisch’, ‘melancholisch’ en ‘poëtisch’ kleven, maar hoe zou je zelf je werk omschrijven?

Tom: ‘Een collega-muzikant beschreef onlangs mijn werk als ‘intiem en intens’ en een vriend had het dan weer over ‘verstilling en verdieping’. Deze omschrijvingen vind ik allebei wel mooi. Zelf houd ik wel van de term ‘filmische muziek’ omwille van het dromerige karakter.’

EXit: Welke composities vinden we terug op jouw nieuwe cd ‘In Deep Woods’?

Tom: ‘Het album bevat acht composities, in totaal 45 minuten instrumentale muziek. Dat is goed voor vijf nummers op piano (solo) en drie nummers met accordeonbegeleiding. De accordeonpartijen werden ingespeeld door Elke De Meester (EveryGoodie, Les Invités, …). Naast pianist ben ik ook accordeonist. En die combinatie werkt heerlijk in sommige werken.’

EXit: Hoe ga je te werk bij het componeren? Heb je dan bepaalde beelden in gedachten? Is het ‘dichten op toetsen’?

Tom: ‘Meestal ga ik aan de piano zitten en begin ik te improviseren op basis van een bepaald gevoel. Een beetje dromen met de vingers. Meestal vind ik vrij snel een leuk of pakkend melodietje. Maar dan duurt het meestal weken tot maanden vooraleer dat melodietje in een volledige compositie is gegoten. Er worden tussenstukken en een goede opbouw gezocht, baspartijen aangepast, melodieën gefinetuned, dynamiek (luid/stil) ingebouwd, etc tot het geheel boeiend en interessant is. Zoals een dichter twintig lijnen schrijft om er vijf over te houden, zo wordt ook alles tien maal omgekeerd, uitgekleed, ondersteboven gedraaid. Het is hard werken, maar het bezorgt me veel voldoening. En heel soms rolt er ook wel eens een heuse song ineens uit mijn vingers, zoals het stuk ‘In Deep Woods’. Maar dit is eerder uitzondering dan regel.’

EXit: Ook kinderen zijn in de ban van jouw werk, heb ik gehoord. Kan jouw muziek een opstap betekenen voor kinderen om vertrouwd te geraken met klassieke muziek?

Tom: ‘Absoluut. Ik merk dat kinderen gaandeweg heel erg open staan voor muziek. En door de YouTube-cultuur komen ze in aanraking met veel meer genres dan vroeger. Dit juich ik van harte toe – ik luisterde vroeger ook naar punk en rock, en nu naar singersongwriters, blues en jazz -, maar dat maakt dat ze ook minder eenzijdig met klassieke muziek vertrouwd zijn. Ik probeer mijn composities steeds laagdrempelig en toegankelijk te houden, wat een leuke opstap kan betekenen voor kinderen. Een eenvoudig melodietje blijft sneller hangen dan een virtuoos concerto.’

EXit: Welke muzikale plannen smeed je voor de zeer nabije toekomst?

Tom: ‘Ik hoop met het album wat meer bekendheid te krijgen, leuke optredens te kunnen spelen en stiekem droom ik toch ook om ooit muziek te kunnen componeren voor een bekende film. Eventjes de Vlaamse Ludovico Einaudi worden, zeg maar.’ (ADC)

https://vi.be/tomkristiaan

Drumme Iggy Pop speelt op drum handmade in Brugge

Schitterende reclame voor de Exclusive Drums van bouwer Dirk Defauw: hij mocht voor Mat Hector, de man die momenteel de velgen beroert bij muziekicoon Iggy Pop, een snare drum op maat maken. ‘Het valt me op dat vooral professionele drummers mijn muziekinstrumenten sterk appreciëren. Ik krijg van hen steeds te horen dat het geluid zo mooi klinkt’, aldus Dirk die naast het runnen van een muziekwinkel zich ook toelegt op de verhuring van repetitieruimtes voor muziekgroepen (The Jamm in de Pathoekeweg).

Duurzaam, lokaal en ecologisch: drie woorden waar muziek in zit, dacht interieurbouwer, meubelmaker en muzikant Dirk Defauw toen hij enkele jaren geleden begon met het bouwen van drumstellen uit gerecycleerd hout. ‘Ik maak de instrumenten in mijn atelier. Mijn grondstof bestaat uit afbraakmateriaal. Vooral een houten trap of een deurkozijn zijn het meest geschikt om een tweede leven als drumstel aan te gaan’, zegt hij. Daar vloeien ook mooie verhalen uit voort. ‘De oma van mijn vrouw is op 102-jarige leeftijd gestorven. Uit het deurkozijn van haar oude voordeur heb ik een snare drum gemaakt. De linker- en rechterkant van een oud bed zijn nu twee snare drums geworden. Als er geen worm in het hout zit, dan kan ik het gebruiken.’

Elke houtsoort heeft zijn eigen klank

Elke houtsoort klinkt anders en zorgt dus voor een apart geluid. ‘De ene beukenboom is de andere niet. Het geluid wordt bepaald door de karakteristieken van het hout. Zo zal beuk warmer klinken en eik eerder agressiever.’

Dirk bouwt stave shell drums volgens het ‘duigen – of staaf-principe’. Hierbij worden blokjes hout naast elkaar gelijmd in een cirkel en vervolgens aan de binnen- en buitenkant rond gemaakt. Dit is vergelijkbaar met het principe van een regenton. Dit is een volledig andere techniek in vergelijking met de meer klassieke techniek waarbij dunne laagjes hout onder druk worden samengevouwen. De ketels van Exclusive Drums staan niet onder druk waardoor de toon lager en de klank veel rijker is. Elk van deze handgemaakte drums is dan ook een uniek instrument. En wat meer is: er zijn momenteel maar twee drumbouwers in ons land en Dirk is daar een van.

Iggy Pop

Defauw krijgt voor zijn Exclusive Drums applaus vanop alle banken, maar het valt hem vooral op dat professionele drummers zijn werk loven en de sound van zijn drums prijzen. Op de London Drum Show ontmoette hij Mat Hector, de man die tegenwoordig de vellen bij Iggy Pop beroert. ‘Een aangename kennismaking, want ik mocht voor hem een snare drum bouwen. Dat is een goede zaak voor mijn naambekendheid in het Verenigd Koninkrijk waar ik ook op zoek ben naar een verkooppunt. Sinds de opening van mijn repetitieruimtes in The Jamm een tweetal jaren geleden zit alles precies in een stroomversnelling. Zo mocht ik onlangs ook materiaal leveren aan de conservatoria van Brugge en Leuven. Blij dat ik die kans kreeg zodat ik kan bewijzen dat mijn drums echt wel uitstekende, unieke en duurzame muziekinstrumenten zijn.’ (ADC)

info@exclusive-drums.be en http://www.exclusive-drums.com

 

 

Veertig jaar Red Zebra? Dat verdient concerten, een vinylavond en… een plein

 

‘Liever een plein dan een doodlopende straat’, zegt Peter Slabbynck, de frontman van de eeuwige band Red Zebra, die vanaf zondag 15 september zijn naam voor een jaar aan het Biekorfplein mag schenken. Reden? De onverwoestbare Belpopklassieker ‘I Can’t Live In A Living Room’ bestaat straks veertig (!) jaar en dat is Cultuurcentrum Brugge niet ontgaan. In het cultuurjaar 2019/2020 vloeit dan ook heel wat aandacht naar een van de bekendste muziekgroepen van Breydeltown.

 EXit: Een plein dat de naam Peter Slabbynck draagt: dat moet tot eer strekken?

Peter Slabbynck: ‘Ik zou liegen als ik zei dat het mij niks doet. Maar op de vergadering met het Cultuurcentrum drong ik erop aan om de naam Red Zebra-plein of Living Room-plein te kiezen, maar dat kon blijkbaar niet. Het moet een eigennaam zijn. Trouwens, beter een plein dan een doodlopende straat.’

EXit: De aanleiding voor deze naamgeving is de 40ste verjaardag van het nummer Living Room dat in 1980 eigenlijk als B-kant verscheen. Herinner je je nog hoe die song tot stand kwam?

Peter: ‘Ik ben altijd een grote fan geweest van het nummer ‘Without you’ van Harry Nilsson en vooral van die zin ‘I can’t live if living is without you’. Maar op een dag zag ik op tv een interview met Michael Caine. Hij gaf aan dat je als acteur beter niet te veel nadenkt over je tekst, want er zijn zoveel vreemde woorden en hij gaf als voorbeeld ‘living room’. Kort daarop kwam gitarist Geert Maertens met een maffe riff. Zo is het gegaan, denk ik toch. Eigenlijk heb ik veel te danken aan Michael Caine. Het Michael Caine-plein had ook gekund, dus.’

EXit: In 1980 speelde Red Zebra de finale van Humo’s Rock Rally. Heeft dat toen veel deuren geopend?

Peter: ‘Zeker. Maar ook de komst van Dirk Depauw was belangrijk. Hij bood zich een paar maanden ervoor aan als manager en zorgde er bijvoorbeeld voor dat we het voorprogramma konden doen van The Cure in Gent. Maar we werden pas echt opgemerkt in de finale van Humo’s Rock Rally. We speelden toen ook een nieuw nummer, ‘I can’t live in a living room’. Wel vreemd dat we achteraf het potentieel van dit nummer niet doorhadden. Ik noem het altijd de C-kant van onze eerste single omdat er drie nummers op stonden.’

EXit: Waarom denk je dat dat nummer nu nog altijd wordt gedraaid op radio en op fuiven? Met andere woorden: waar schuilt de sterkte van ‘Living Room’?

Peter: ‘Er is de combinatie van die straffe riff en de catchy titel. Ook de tekst sprak blijkbaar aan. Nogal wat mensen herkenden het gevoel. De opname van het nummer had wel veel beter gekund. Maar we waren toen te onervaren, het was de eerste keer in de studio. Die oprechte klungeligheid maakt echter deel uit van de charme en dus de sterkte van het nummer. Af en toe speel ik deejay, maar dan draai ik het nummer niet. Ik vind dat wat vreemd om te doen. Eigenlijk vind ik het na al die jaren vreemd dat dit nummer nog steeds zo veel succes heeft. Maar de song is een eigen leven gaan leiden, los van mij. Het kind is groter geworden dan de verwekkers.’

EXit: Jullie spelen al eens in het buitenland. Hoe reageren ze daar op het nummer?

Peter: ‘Uiteraard is ‘Living Room’ ook daar gekend, maar er is wel een verschil. Als we bijvoorbeeld in Duitsland spelen, beginnen ze al te dansen vanaf het eerste nummer. Hier wacht men vaak op ‘Living Room’ en dan pas barst alles los. Daarom is het nooit het laatste nummer in de set.’

EXit: Van welke song/elpee/cd ben je het meest tevreden?

Peter: ‘Daar moet ik niet lang nadenken: het mini-album ‘Bastogne’. Die vijf nummers zijn gewoon het beste dat we ooit gemaakt hebben en zijn dan ook vaste waarden in de set. Met dank aan Chery Derycke die voor de zeer melodieuze baslijnen zorgde en producer Jean-Marie Aerts, toen nog gitarist bij TC Matic. Voor mij zit alles juist op deze plaat. Ik zou er vandaag geen noot aan veranderen.’

EXit: Jij bent het boegbeeld van Red Zebra en toch ben je er af en toe uitgestapt?

Peter: ‘Ach, shit happens, in elke band. Soms gebeurde het om muzikale redenen, soms om persoonlijke. Ik zoek graag eens nieuwe horizonten en nieuwe avonturen op. Die ervaringen kon ik dan weer meenemen naar Red Zebra. Het voornaamste is dat Red Zebra weer bestaat. We werken hard en het werpt ook vruchten af, want we staan er live en kunnen zeker niet klagen over het aantal concerten met af en toe een uitstap naar het buitenland.’

EXit: In het nieuwe cultuurjaar 2019/2020 zien we je vaak opduiken. Op zaterdag 19/10 draai je in de kelders van (de ook jarige) Koninklijke Stadsschouwburg je vijftien favoriete songs op vinyl. Mogen we die in het punkgenre situeren of zal je ons verrassen?

Peter: ‘Wie al een kaartje kocht en denkt dat hij of zij vijftien punksongs zal horen, is eraan voor de moeite. Ik duik vooral in mijn jeugd en vis daar een aantal nummers op die mij om een of andere manier zijn bijgebleven. Het was mijn idee om dat eens te doen, maar evident is het niet. Ik heb immers zo’n 25 nummers in mijn hoofd, helaas moeten er dus nog tien afvallen. Een moeilijke keuze. Ik zou graag nog wat meer doen met mijn muzikaal verleden en dat komende uit een niet-muzikale familie. Ik was een kind in de sixties, ontdekte ten volle muziek in de seventies en werd echt zanger in de eighties. Dat vind ik een interessante mengeling.’

EXit: De muzikale erfenis van (de vroegere) Red Zebra blijft overeind als ik muziek van de ijzersterke Whispering Sons hoor…

Peter: ‘New wave is echt weer in. Enerzijds door het W-festival waar we telkens op het podium staan en tal van andere organisatoren die new wave op hun affiche zetten, anderzijds door de overwinning van Whispering Sons in Humo’s Rock Rally in 2016. Dat heeft de scène meer zelfvertrouwen gegeven. We hebben met EX-RZ trouwens een versie opgenomen van ’17 Seconds’ van The Cure met zangeres Fenne Kuppens van Whispering Sons. Een bijzondere ervaring. Mochten we dat nu uitbrengen, dan draaien ze het wellicht op de radio, maar toen moest Whispering Sons nog aan zijn grote opmars beginnen.’

EXit: Werken jullie aan nieuw materiaal?

Peter: ‘Mijn eerste bekommernis bij de heroprichting van Red Zebra was keihard werken aan een goede set en de keuze hebben uit een 25-tal nummers. Dat is goed gelukt. Dus kunnen we nu naar fase twee: nieuwe nummers maken. Maar dat hebben we nog nooit gedaan in deze bezetting, dus dat is even zoeken hoe het moet. Ik heb alvast titels in overvloed. Als alles goed gaat, zit er mogelijk wel iets aan te komen. Hoe en wat? Dat mag ik nog niet zeggen. Voorts ben ik nog bezig met een aantal projecten die op een of andere manier toch met Red Zebra te maken hebben. Ik ben 57, maar soms lijkt het of het nu pas allemaal begint. Maf, toch?’

EXit: Is het podium ondertussen een natuurlijke habitat geworden voor jou? Voel je nog zenuwen of stress vóór je op het podium stapt?

Peter: ‘Ik ben volledig ontzenuwd, met dank aan mijn tandarts. Nee, zenuwen voel ik niet, al kan er nog steeds van alles mislopen bij een optreden, vooral technisch. Af en toe probeer ik mijzelf toch wat zenuwachtig te maken, een beetje spanning op het podium mag wel. Zo openden we vorig jaar onze set op W-festival met een cover die we daarvoor nog maar één keer gespeeld hadden. Dan zie je aan ieders gezicht toch wat zenuwachtigheid. En als het dan lukt, dan valt al die spanning weg en speel je de rest van de set helemaal bevrijd. Zo moet dat.’

EXit: Op 18 april 2020 spelen jullie een clubconcert met de al even legendarische De Brassers. Dat wordt speciaal?

Peter: ‘Zeker. Ik vroeg gitarist Willy Dirkx van De Brassers wanneer ze het laatst gespeeld hadden in Brugge. Het antwoord was… 1981 samen met Red Zebra tijdens de Trauma Tour. Dus daar moest ik iets aan doen. En vergeet ook de twee dames van Alk.A.Line niet. Zij openen de avond met hun elektro die ergens het midden houdt tussen Human League en Front 242. Ik mocht onlangs een nummer inzingen op hun nieuwe plaat. En wie weet doen ze weer mee met ons op het podium zoals op Parkpop en W-festival. We willen er in de Magdalenazaal alvast een onvergetelijke avond van maken!’ (ADC)

http://www.ccbrugge.be

 

 

Guido Dobbelaere schildert ‘soul landscapes’ met Brugse zwanenveren

 

 

Aan de vooravond van zijn 90ste (!) verjaardag maakt de Brugse kunstenaar Guido Dobbelaere zich op voor zijn expo ‘Leestekens van de overtocht’ dat van 20 september tot 6 oktober loopt in de Bogardenkapel (Katelijnestraat 86, Brugge). ‘Ik heb net een nieuwe hartklep gekregen en kan dus weer een tijdje verder’, zegt de man die abstracte landschappen schildert

met Brugse zwanenveren en met trefzekere zinnen het leven in poëzie vat.

Hoogbejaard is een woord dat niet van toepassing is op de 89-jarige Guido Dobbelaere. Niet met schuifelende pantoffels, maar met een stevige tred leidt hij mij naar zijn atelier in Assebroek waar hij bijna elke morgen enkele uren aan de slag gaat met verf en veer. Ik zie zijn blinkende ogen niet alleen ‘lust for life’ uitstralen, maar vooral ook ‘lust for painting’.

‘Hoe begin je aan een schilderij?’ vraag ik hem. ‘Ik weet vaak helemaal niet wat ik ga schilderen. Soms heb ik een idee in mijn hoofd,

maar meestal breng ik bijna achteloos verf aan op het doek en zie waar het naartoe gaat. Dan komt er een moment waarop het geheel van kleur, licht en donker emoties oproept. Vaak is er een landschappelijke herkenning. In die richting werk ik dan verder, tot landschap en ziel één worden.’

Dit zijn zijn ‘soul landscapes’ zoals hij ze zelf graag noemt. Of het fysiek niet te zwaar is op zijn leeftijd? ‘Schilderen is de minst belastende van alle werkzaamheden die ik overdag uitvoer. Maar schilderen is geen ontspanning en ook geen bezigheidstherapie. Het is voor mij een intens en tegelijk rustgevend proces. Het raakt, samen met poëzie schrijven, de kern van mijn wezen. In mijn atelier – met Bart Stouten van Klara op de achtergrond – ga ik op in mijn eigen wereld.’

Wat opvalt, is het werkmateriaal van Dobbelaere. Hij schildert hoofdzakelijk met veren van Brugse zwanen. De zwaarste pennen van de mannelijke zwanen die net hebben geruid zijn de beste. ‘Zwanenveren zijn zeer soepel en stevig, je kunt er alles mee schilderen, je kunt er subtiel en teder mee aaien, maar je kunt er ook heftig mee te keer gaan op het doek.’ Het heeft voor de kunstenaar met de jaren een bijna magische en rituele dimensie gekregen. Handmade in Brugge…

Vóór hij begon te schilderen was hij ook fotograaf. ‘Kunst- en reportagefotografie lagen aan de basis van mijn artistieke bewustwording. In de zeventiger jaren heb ik in opdracht van de toenmalige vliegtuigmaatschappij Sabena bijna tien jaar lang fotoreportages en diamontages gemaakt over hun overzeese bestemmingen. En met de Brugse fotokring Kalliarte gaven we in 1988 een prestigieus fotokunstboek over Brugge uit.’

In die tijd bouwde Guido een loopbaan uit in het onderwijs, als docent Duits en Nederlands aan het Hoger Technisch Instituut Brugge (waar nu het gebouw van de KU Leuven staat).

Innerlijke landschappen

Bij de opening van Dobbelaere’s tentoonstelling in september verschijnt ook het boek ‘Leestekens van de Overtocht’ met nieuwe poëzie van zijn hand en foto’s van zijn recente schilderijen. Hoe staan poëzie en schilderwerk tegenover elkaar? ‘Ik zie ze niet apart. Ze zijn uit een zelfde emotie ontstaan en staan vaak in interactie tegenover elkaar. Het gaat over saudade, melancholie, schoonheid, verlangen naar elders. Er is natuurlijk een groot verschil in medium. In het schilderen ben ik misschien vrijer en abstracter, in poëzie hangt de emotie vast aan woorden, die een veel concretere lading hebben dan kleur en verf.’

Yves Beaumont, zelf schilder en docent Schilderkunst aan de Brugse Academie, schrijft in de inleiding van dit boek: ‘De schilderijen roepen een sfeer op van melancholie en intensiteit, en voelen aan als verweerde maar vlot en vloeiend geabstraheerde innerlijke landschappen. Landschappen van de ziel. Het coloriet is bedachtzaam, hier en daar fluweelzacht, maar op een ander doek valt dan weer de robuustheid op. Diverse zachte blauwen wisselen elkaar af, felroden tot vage okers eisen elk hun recht op, en hier daar komen grijstinten aan de oppervlakte turen. De kleuren dansen en dwarrelen heen en weer op het doek en zorgen voor een geheel dat spanning en emotie toont’.

Voor alle duidelijkheid: dit is geen overzichtstentoonstelling, beklemtoont Dobbelaere. ‘Aan de wanden van de kapel hang ik in hoofdzaak werken van de laatste vijf jaar, afgewisseld met recente gedichten. Ik ben nog volop bezig met de creatie van een paar nieuwe schilderijen voor de tentoonstelling. In mijn atelier staan meestal drie ezels met werk erop. Soms werk ik aan alle drie tegelijk. Altijd op zoek naar nieuwe impulsen, naar meer intensiteit of subtiliteit in de vormgeving. Het blijft een boeiende en uitdagende bezigheid. Zolang ik schilder, zal ik leven, en omgekeerd misschien ook wel. En zolang er Brugse zwanen zijn…’ (ADC)

De tentoonstelling ‘Leestekens van de overtocht’ is te zien van 20 september tot 6 oktober in de Bogardenkapel (Katelijnestraat 86, Brugge). In Galerie Indigo (Kerkstraat 15, Damme) hangt er ook werk van Guido Dobbelaere, nog tot 15 september.

 

http://www.ccbrugge.be en http://www.indigoartgallery.be

Jeugdauteur Brigitte Minne start poppentheater

(foto EDM)

‘Elke keer voel ik mij Alice in Wonderland’

Het poppentheater is in Brugge terug van weggeweest. Op de zolder van Brasserie Uilenspiegel in de Langestraat wordt sinds kort  met poppen gespeeld, in Dudzele is er een vestzak-theatertje en de Brugse jeugdauteur Brigitte Minne start nu ook met een poppentheater in de Moerstraat. Wat is er gaande?

 

EXit: Een poppen- en verteltheater ten huize Minne in de Moerstraat, waarom?

Brigitte Minne: ‘ Ik heb zelf heel veel mooie momenten in poppentheaters beleefd, zowel in het volkse Marionettentettentheater in Aalter, bij Toone in Brussel, bij Pierke in Gent en talloos veel andere plaatsen in het buitenland. Voor mij is dat pure magie. Elke keer voel ik mij Alice in Wonderland. Ik hou van verhalen, vertel ze graag, zowel met woorden als beelden. De magie van poppenspel delen, maakt me blij.’

EXit: Is die poppenverslaving een nasleep uit de kinderjaren?

Brigitte: Poppen zijn een rode draad in mijn leven. Als kleuter was ik diep ontgoocheld dat ik in de poppenhoek moest om daar eindeloos poppen aan- en uit te kleden omdat ik een meisje was. Gelukkig speelde zuster Denise op vrijdagnamiddag poppenkast. Dat maakte veel goed. Ik was helemaal verkocht als de gordijnen open schoven. Dat zullen mijn ouders geweten hebben. Toen ik vijf was, bracht Sinterklaas wel een heel inspirerend geschenk. Zo leerde ik miniatuurwereldjes creëren en bouwen. Tussen het schrijven in maak ik al jaren poppenhuizen, mini-winkeltjes, een berenhuis, een boerderij met dieren die de grootte van een vingernagel hebben…Van al dat pietepeuterig knutselen word ik helemaal zen.

EXit: Verhalen en poppen, wie doet wat?

Brigitte: ‘Het zijn verhalen die uit mijn pen vloeien. Een poppenspel voor oud en jong met poppen en decors die vrienden-kunstenaars met mij bedenken en maken. De poppen voor de eerste voorstelling zijn gebaseerd op grafisch werk van illustrator An Candaele. Kunstenares Naomi Kerkhove die indrukwekkende installaties met textiel maakt, toverde ze om in zwart-wit personages en ontwierp de Brugse beer, enkele zwanen en een paard dat op de markt televisie kijkt. Naomi tekende ook voor enkele attributen onder andere een prachtige carrousel. Erik Wille, creatieve duizendpoot, bezorgde de poppen een mechanisme zodat ze gemakkelijk hanteerbaar zijn, een passend decor en deed de regie. Stadsbeiaardier Wim Berteloot zorgde voor muziek, Bernard Dewulf zorgde voor geluid en klank en Steven Vandenbosch toverde met licht.’

EXit: U beschikt over een authentieke collectie poppen. Hoe is die verzameling tot stand gekomen? 

Brigitte: ‘Mijn vader Jacko kreeg van zijn peter, Germain Sys, Beeusaert handpoppen in papier maché. Jacko had zijn eigen theater op zolder aan de Damse Vaart. Alle kinderen moesten betalen om naar zijn voorstelling te komen.’

‘Toen ik vijf was, timmerde mijn moeder stiekem in de kelder een poppenkast. Naast mijn schoen vond ik op 6 december niet alleen de poppenkast, maar tot mijn eigen verbazing ook de grote blikken doos met oude handpoppen van mijn vader: Boerke Naas, de rechter, de duivel, een cowgirl, de Gelaarsde Kat, Roodkapje en haar grootmoeder. Jaren later breidde de verzameling uit door rommelmarkten af te schuimen, op internet te zoeken en dankzij vondsten en cadeaus. Vrienden schonken mij een doos met poppen bij de opening van het theatertje.’

EXit:  Behalve het poppentheater hebt u onlangs een kunstgalerij(tje) geopend in de (smalle) Stoofstraat.

Brigitte: ‘Galerie Magiek is evengoed gegroeid uit de magie van verhalen. Galerie Magiek geeft in de Stoofstraat Vlaamse illustratoren, kunstenaars en designers een plek om hun werk te tonen en te verkopen. De Bruggeling moet het nog ontdekken. Er zijn nog enkele kastjes vrij voor mooie zaken van mensen met gouden handen. Wie zich geroepen voelt…’ (LF)

____Speelkalender Poppentheater: http://www.galerie-magiek.be,

Open op vrijdag en zaterdag van 11 tot 17.30 uur, zondag van 12 tot 17 uur

 

 

Jazz in september, maar geen September Jazz

(foto Alexander Popelier)

U bent vergeefs op zoek naar de juiste datum voor September Jazz op een zaterdag ergens halfweg de maand ? U hoeft niet verder te zoeken: na 22 edities heeft men de deur van dit jaarlijkse evenement geruisloos dicht getrokken. Het concept van de bezielers – voormalig schepen Yves Roose en programmator Willy Schuyten – combineerde een laagdrempelige ontmoetingsplaats in een volkse fin-de-saison sfeer met een festivalpodium waar nooit aan kwaliteit werd ingeboet. Dat September Jazz afgevoerd werd mag zonder meer een jammere zaak genoemd worden. Wie zich aan live jazz tegoed wil doen, komt in september evenwel aan zijn trekken… Een overzicht.

 

*** Als u zich niet per definitie laat afschrikken – dat zou overigens ten onrechte zijn – door de minder toegankelijke stempels als daar zijn ‘free jazz’, ‘experimentele muziek’ of ‘avant garde’, dan kan u op zondag 22 september terecht in Parazzar in de Torhoutsesteenweg. Saxofonist Trevor Watts wordt op keyboard en piano begeleid door Veryan Weston (69). Beide Britten steken hiervoor het kanaal over vlak na een tweedaagse doortocht in café Oto in Londen waar de 80e verjaardag van Watts gevierd wordt. Voor wie zou twijfelen aan de kwaliteit die in Parazzar regelmatig te vinden is : in de afgelopen jaren waren al niet minder dan vier topmuzikanten te gast die op de recente en sublieme ‘John Zorn bagatelles’-dag op Jazz Gent (9 juli jongstleden) in verschillende bezettingen te zien waren. Drie van hen deelden in mei jongstleden in Brugge zelfs nog samen het podium als trio in Parazzar : Sylvie Courvoisier, Kenny Wollesen en Drew Gress.  Namen om ‘U’ tegen te zeggen.

*** Wie de website van drummer Stéphane Galland opzoekt, vindt er volgende Albert Einstein-quote : ‘There are two ways to live: you can live as if nothing is a miracle; you can live as if everything is a miracle’.  Daar mag elke ochtend bij het opstaan even over nagedacht worden. Galland zal voor de meesten wel nog steeds voornamelijk geassocieerd worden met het in 1992 opgerichte powertrio Aka Moon (met naast Galland saxofinist Fabrizio Cassol en Michel Hatzigeorgiou (bas)). Zijn weelderige haardos uit de jeugdjaren is hij al een tijdje kwijt, zijn virtuoze drumtechniek heeft er niet bij ingeboet.  Op vrijdag 27 september kan u in De Werf in een organisatie van KAAP Stéphane Galland & (The Mystery of) KEM gaan zien. Samen met Sylvain Debaisieux (tenorsax), Bram De Looze (piano) en Federico Stocchi (contrabas) vertolkt hij er zijn recentste cd die in het najaar van 2018 het levenslicht zag. Verwacht u aan veel ritmiek waarbij accenten uit de wereldmuziek prominent aanwezig zijn.

*** Mocht u op zondag 22 september een herfstuitstap naar Oostende plannen, weet dan dat u op de Zeedijk in Vrijstaat O om 17 uur het Jacob Bro Trio aan het werk kan zien. Op het KAAP-programma: verfijning en oorstrelende subtiliteit in een onthaastende sfeer, geheel conform de lijn van het ECM-label waarop dit trio in 2017 een in New York opgenomen live-cd uitbracht. Het trio bestaat naast Bro (gitaar) uit niemand minder dan Joey Baron (drums) en Thomas Morgan (contrabas).  Het trio was in november 2018 ook al eens te beleven in de kamermuziekzaal van het Concertgebouw als onderdeel van het Jazz Brugge 2018-festival.

*** Naast Parazzar is 27b Flat ook zo’n fijne horecaplaats waar concerten gepland worden vanuit privé-initiatief.  27b Flat mag begin dit jaar dan al verhuisd zijn van de Katelijnestraat naar de Sint-Jakobsstraat, de ziel van de zaak is ongeschonden behouden. Uitbater Jan Dedeyne heeft er het hele jaar door zowat wekelijks muzikanten te gast. In het najaar timmert hij verder aan de weg met op zaterdag 6 september het Alejandro Vargas Trio. Componist Vargas (piano) – geboren in Cuba – leeft vandaag in Santiago de Compostella, waar hij muziekles geeft. In 27b Flat wordt hij begeleid door Gaëtan Casteels op contrabas. Casteels studeerde bij Jean-Louis Rassinfosse aan het Koninklijk Conservatorium in Brussel. Stephen Scharmin neemt de drums voor zijn rekening. (RUDI VANMARCKE)

 

Schrauwen portretteert zielige zuipschuit in stripverhaal

 

Een van de interessantste striptekenaars van het moment is een Bruggeling die meer dan een decennium geleden naar Berlijn is uitgeweken. Olivier Schrauwen (°1977) is zijn naam en hij bracht onlangs met ‘Portret van een zuipschuit’ een nieuw ‘piratenboek’ uit. Het scenario kroop uit de pennen van twee Fransmannen. Florent Ruppert zorgde voor de dialogen en de verhaallijn en Jérôme Mulot bedacht de decors. Schrauwen stond in voor de fascinerende en soms bizarre tekeningen. Ook het decor van Brugge, zijn geboortestad, krijgt een klein rolletje toebedeeld.

Verwacht in het boek ‘Portret van een zuipschuit’ (Vrije Vlucht-collectie van Dupuis) geen figuur als Piet Piraat, Kapitein Haddock of Jack Sparrow van Pirates of the Carribean. Neen, het hoofdpersonage Guy is een zielige, pathetische dronken lapzwans waar je geen greintje sympathie kunt voor veinzen en die over geen enkel normbesef lijkt te beschikken. Het verhaal situeert zich halfweg de jaren 1800 en vangt aan in de historische binnenstad van Brugge. Dronkaard Guy maakt zich van ’s morgensvroeg al op voor een zuipfestijn van jewelste: met zijn gebral valt hij stadsgenoten lastig, plast hij in de kroeg andere stamgasten onder en vermoordt hij tenslotte een edelman. Wat daarna volgt, is een delirium aan ruwe toestanden, zeg maar helse anekdotische taferelen, op volle zee en aan wal, die zowel absurd als bevreemdend overkomen. Dat heeft vooral ook te maken met de aparte tekenstijl die Schrauwen voor dit boek hanteert. Soms krijg je mooie kleurplaten te zien, maar vaak ook ‘onafgewerkte’ of ruwe tekeningen die je als lezer zelf moet proberen in te vullen. Dat levert samen een fascinerend geheel op en het laat je op het einde van het boek achter met een apart gevoel. Het is niet zomaar een stripverhaal dat je na het lezen achteloos op de stapel gooit. De taferelen kruipen in je hoofd, net als een paar stevige liters gerstenat dat doen.

Uitdaging

‘De persoonlijkheid van Guy is volledig vervangen door het cliché van de dronkaard. Hij is een klootzak van begin tot eind, zonder dat we zijn gedrag op een of andere manier vergoelijken. Tegelijk hebben we de meeste nevenpersonages bewust vaag gehouden, waardoor je wordt verplicht om mee te gaan in Guys verschrikkelijke avonturen. Een uitdaging voor onszelf en de lezer’, zegt Olivier Schrauwen in Knack Focus. ‘De structuur is gebaseerd op de gemiddelde dag van een dronkaard. Guy staat op met een kater, begint te drinken om zich beter te voelen, gaat feesten en ontspoort volledig. We hebben veel inspiratie opgedaan in filmpjes van zatlappen op YouTube. Dronkenschap heeft iets kluchtigs, maar kan heel snel overslaan in verschrikkelijke drama.’ (ADC)

_______http://www.dupuis.com

 

Iedereen welkom op openingsfeest 150 jaar Koninklijke Stadsschouwburg Brugge

Cultuurcentrum Brugge beleeft, samen met heel wat partners, in het cultuurseizoen 2019 – 2020 een feestjaar van jewelste. Met de 150ste verjaardag van de Brugse Koninklijke Stadsschouwburg belooft het cultuurhuis een pak boeiende en unieke projecten en culturele voorstellingen in de Stadsschouwburg en ver daarbuiten. Om het feestjaar met een knaller te starten, nodigt Cultuurcentrum Brugge op zaterdag 28 september alle Bruggelingen en cultuurliefhebbers uit om het glas te heffen op de verjaardag van deze ‘schone dame’. De openingsreceptie belooft alvast iets unieks te worden. Cultuurcentrum Brugge dompelt die middag het publiek onder in de tijdsgeest van 1869, het geboortejaar van de Stadsschouwburg. Tal van figuranten trekken 19deeeuwse kledij aan en zullen op het plein en de straten rondom flaneren. Randanimatie en muzikale ‘opluisteringen’ zullen de passanten even doen wegdromen naar het geboortejaar van de Brugse Stadsschouwburg. Praktisch Iedereen is welkom op zaterdag 28 september om 15.30 uur op het voorplein van de Koninklijke Stadsschouwburg om samen het feestjaar te starten. Het volledige programma van het feestgebeuren ‘150 jaar Koninklijke Stadsschouwburg Brugge’ staat op http://www.150jaarstadsschouwburg.be.

Het verlaten graf van Mohamed en Ibrahim

Van Koelies en Sepoys in de Westhoek ’14-‘18

 Met ‘De vergeten soldaten van de Eerste Wereldoorlog’ heeft de Brugse historicus Dominiek Dendooven een huzarenstukje afgeleverd dat, meer dan 100 jaar na datum, eindelijk recht doet aan de verdiensten van tienduizenden Chinese en Indiase soldaten uit WO I.  Ze vochten hier mee in een bittere oorlog zonder einde en kregen daarvoor zowel tijdens als na de oorlog ‘stank voor dank’. Bovendien hadden ze af te rekenen met een verholen racisme. De pastoor van Dikkebus noteerde waarschuwend: ‘Ze kijken bijzonder gaarne door de vensters van de huizen’.  Deze studie komt daarmee geen dag te vroeg, want zoals auteur Cyriel Buysse het toen al verwoordde: ‘Wie zal er ooit knielen naast het verlaten graf van Mohamed of Ibrahim in Vlaamse grond? ’  

 EXit: Wat drijft een Brugse historicus in de armen van Wereldoorlog I ?

Dominiek Dendooven: ‘Het zal wellicht vreemd klinken, maar aanvankelijk had ik helemaal geen belangstelling voor WO I. Mijn vakgebied was de 18de eeuw. Dat veranderde toen ik mijn toenmalige vriendin, afkomstig uit Ieper, leerde kennen. De kennismaking met deze stad verraste me. Ik zag vooral veel gelijkenis tussen beide steden, ondanks de verschillende schaal. In beide steden, het ouderlijk huis staat in de Goezeputstraat, woonde (en woon) ik in het historische centrum, wat een zegen betekent voor een historicus, want beide steden behoren tot de meest historische sites van de provincie. Veel van waarmee ik vandaag bezig ben is te verklaren vanuit mijn Brugse roots en het leven in een historisch centrum. Waar ik opgroeide als kind, tussen Station en Markt, passeerde de hele wereld voor onze deur. ‘

EXit: U bent wetenschappelijk medewerker van het ‘In Flanders Fields Museum’. Jullie kijken streng toe op de goede smaak.

Dominiek: ‘Brugge is natuurlijk een fantastische stad, maar het toerisme in Ieper is van een heel andere orde dat het beleid soms moeilijk maakt. Wij moeten streng toezien dat de goede (historische) smaak niet wordt belaagd. Een restaurant met de naam Ieperiet (LF. mosterdgas) of een slager met In Flandern Fields paté, daar houden wij niet van, hoe goed bedoeld ook. Wij hebben hier immers te maken met een heel divers toerisme. Veel familieleden komen hier op bezoek naar het graf van hun voorouders. Wij ontvangen zowel de pure toerist, naast de piëteitsvolle bezoeker.’

EXit: De voorbije vijf jaar was Wereldoorlog I een absolute tophit. Is alles nu gezegd, herdacht en onderzocht?

Dominiek: ‘Nee, verre van zelfs, maar alles wat het strikt militaire aangaat, de veldslagen en dergelijke, is bijna afgerond. Maar hoe meer je je verwijdert van het front, hoe beperkter de kennis. Als iemand informatie opzoekt over een overgrootvader die bij de artillerie vocht, ongeacht de nationaliteit, ligt dat meteen een pak moeilijker. Over het Chinese aandeel in WO I bijvoorbeeld bestond er 15 jaar geleden slechts één boek en één artikel, gepubliceerd door een Engelsman in eigen beheer. Er streden nochtans 140.000 Chinezen mee in de strijd.’

EXit: Daar is een uitleg voor.

Dominiek: ‘Zeer zeker. Het waren, in de denktrant van toen, maar ingehuurde arbeiders. Ze kregen bovendien geen enkele rol van betekenis toebedeeld. Racisme speelde ook een rol, hoewel er ook andere stemmen waren. Er waren evenveel Chinezen in Britse dienst als er Nieuw-Zeelanders waren, maar in de officiële herdenkingen werden hun namen niet genoemd. Die westerse houding leidde tot veel frustraties  bij deze Aziatische soldaten. De naoorlogse herdenkingen waren dan ook heel ‘nationaal’ gekleurd, want oorlog heeft veel te maken met identiteit. Ik moet er toch aan toevoegen dat Vlaanderen zich wel goed heeft ingezet om een breder beeld te schetsen.’

EXit: Waar vond je de nodige informatie over deze ‘vergeten soldaten’?

Dominiek: ‘ Een moeilijke zaak, want de taalbarrière is immens. Veel van deze Chinese of Indische strijders waren analfabeten die geen bronnen nalieten. Je moest de informatie echt gaan ‘schrapen’. Er waren natuurlijk de officiële brieven, maar die waren meestal ‘gedicteerd’. Toch zijn wij goed op de hoogte van de Indische wapenfeiten omdat de censuurcommissie heel wat verslagen bijhield en vertaalde naar het Engels. Veel van die brieven werden later ‘voorgelezen’ in de dorpen, en dat zorgde voor nog een extra-filter.’

‘Omdat ik zelf geen Chinees of Indisch ken, kreeg ik veel steun van Bruggeling Philip Vanhaelemeersch, de directeur van Brugse Conficius-instituut die wel Chinees begrijpt. We zijn samen naar China geweest.’

 EXit: Je vraagt je, na lectuur van dit lijvig boek, af waarom ze überhaupt hier kwamen mee vechten. Ze hadden er amper iets mee te winnen.

Dominiek: ‘Heel eenvoudig: de Chinezen kwamen voor het geld, maar die houding evolueerde naarmate ze hier waren. Bij de Indiërs lag het dubbel: het geld, jazeker, maar een groot aantal was ook beroepssoldaat. De Indische soldaten waren overigens de uitzondering op de regel dat alleen de blanke soldaat mocht vechten. De Britten beschikten immers over te weinig mankracht. Toch werden ook die huursoldaten slachtoffer van een racistische instelling. Een Engelse soldaat was in die optiek meer waard dan een Indische korporaal. ‘

‘Ook na de oorlog werden ze niet beloond. Hun hoop of politieke onafhankelijkheid werd snel de bodem ingeslagen, wat dan weer leidde tot radicalisering. Je kunt het enigszins vergelijken met de Vlaamse houding en strijd voor onafhankelijkheid die na de oorlog radicaliseerde. Desondanks vormt het verhaal van de Chinezen en de Indiërs het beginpunt van de strijd om dekolonisering.’ (LF)

Dominiek Dendooven, ‘De vergeten soldaten van de Eerste Wereldoorlog’, Epo, 317 blz, 24,90 euro

 

Concert van Ronny Mosuse & vrienden

 

Een opmerkelijke muzikale gast op Uitwijken op zaterdag 7, 21 en 28 september in Sint-Andries, Sint-Kruis en Assebroek is Ronny Mosuse. Hij begon zijn muzikale reis in 1988 samen met broer Robert in de groep ‘The B-Tunes’. Bart Peeters nam de broertjes Mosuse onder zijn vleugels en samen bouwden ze als ‘The Radios’ een mooi muzikaal parcours uit. Aan de zijde van Hugo Matthysens CpEX neemt hij onder het alter ego Sylvain Aertbeliën de baspartijen voor zijn rekening. Ook solo bracht Ronny al een handvol cd’s uit, ‘Altijd oktober’, ‘Allemaal Anders’ en ‘Halfweg’ om er maar enkele te noemen. Op de Uitwijken Septembertoer vult hij drie concertavonden in. ‘Ik ben vooreerst vereerd om de muzikale invulling te mogen verzorgen. Ik kleur heel graag buiten de lijntjes. Ik denk dan ook dat ik ga voor nieuwe muzikale ontmoetingen. Hoogstwaarschijnlijk zal mijn compagnon de route en beste vriend Aram Van Ballaert wel steeds van de partij zijn. Het zal alleszins zomers en intiem zijn. In dat kader kleur ik de muziekjes. De rest is een verrassing, ook voor mij’, vertelt Ronny. Of hij straks een muzikale link met Brugge in zijn set zal steken? ‘Daar moet ik nog eens stevig over nadenken. Mijn meest muzikale link met Brugge was namelijk een optreden dat we in een ver verleden deden in de vrouwengevangenis van Brugge. Dat was uiteraard een onvergetelijke ervaring, maar ik weet niet of ik die herinnering muzikaal kan oproepen…’ (ADC)

%d bloggers liken dit: