Exit Magazine

Maandelijks Brugs Cultuurblad

Maandelijks archief: oktober 2019

Mysteries uit het witte dorp

(fotoEDM)

 Een boek in eigen beheer? Als uitgevers geen interesse tonen, blijft het de droom van menigeen die zijn naam wil vereeuwigd zien op de cover van zijn literaire pennenvrucht. De jongste aanwinst op de EXit-tafel is ‘Niets is wat het lijkt/ Het witte dorp van Vicky Boerjan (afkomstig uit Lissewege) die publiceert onder haar nom de plume Bo Vickery.

Vicky Boerjan was indertijd kabinetschef van gouverneur Carl De Caluwé, maar een lang aanslepende burn-out en een rustperiode bracht haar op het idee van het schrijven van een thriller. In de hoofdrol Lissewege en de (eeuwige) schat van de Tempeliers, die indertijd al naar boven werd gehaald door de Lisseweegse veelschrijver en jeugdauteur Johan Ballegeer.

Het verhaal telt twee verhaallijnen met zowel een seriemoordenaar als een vrouwelijke commissaris in de hoofdrol. De kille doder moordt er vrolijk op los, in Lissewege nota bene, en spiegelt zich daarvoor op de zeven hoofdzonden, gebaseerd op het werk van Dante Alligherie. Hierdoor piept natuurlijk ook de bekende film Se7en aan het venster met zijn zeven moorden, gebaseerd op de zeven hoofdzonden.

De tweede verhaallijn gaat over de zoektocht naar het geheim van de Heilige Graal, de vermeende schat van de Tempeliers. Er wordt een geheim getal ontdekt in de kerk van Lissewege waarin, volgens de auteur, veel elementen verwijzen naar de schat.

Fictie? Realiteit? De auteur laat het antwoord aanvankelijk in het midden, maar beklemtoont uiteindelijk dat het boek ‘pure fictie’ is. De lezer moet het stellen met ‘De werkelijke schat ligt in jezelf’. Voor de fans. (LF)

Niets is wat het lijkt/ Het witte dorp, Bo Vickery (bestel via site BookSpot.be

Een halve eeuw Steven Van Havere, goed voor drie concerten

 (foto EDM)

‘Ik heb in mijn leven veel kansen gekregen, maar wel allemaal zelf afgedwongen’

 

Tromgeroffel! Het jaar 2019 wordt een speciaaltje voor drummer en Metronoomdirecteur Steven Van Havere (°1969), want hij mag voor diverse gelegenheden de verjaardagstaart aansnijden: hij werd in september vijftig jaar (Abraham klopte op de deur) en het is precies twintig jaar geleden dat hij met zijn band Arid de succesvolle debuutplaat ‘Little Things of Venom’ uitbracht. Beide verjaardagen zijn goed voor concerten, waarvan twee in de AB in Brussel (29 en 30/11) en een in de Koninklijke Stadsschouwburg Brugge (19/10), ook al een jarige.

 Onder de noemer ‘The summer of 69’ vindt op zaterdag 19 oktober het verjaardagsconcert van en voor de Brugse drummer plaats. ‘Op die avond maak ik deel uit van de Metronoomband en speel ik samen met een aantal gasten die in de laatste drie decennia mijn muzikaal pad hebben gekruist, allemaal nummers uit 1969, mijn geboortejaar’, zegt Steven Van Havere. ‘Wat een ongelooflijk jaar was me dat, zeg! Sla er de geschiedenisboeken maar eens op na en kijk wat er in die 365 dagen allemaal is gebeurd, van een maanlanding tot een Belg die de Tour de France heeft gewonnen. En de muzikale productie in 1969 was ook een grand cru: platen van The Beatles, The Rolling Stones, Led Zeppelin, Neil Young, The Who, Bob Dylan… Ik beschik over een zeer weelderige keuze aan toffe nummers om de avond in te kleuren, met topmuzikanten aan mijn zijde. Het concert past ook perfect in het nieuwe festival ‘Nothin’ But Covers’ van Cultuurcentrum Brugge. In de maand oktober zullen verschillende Brugse bands 150 covers in diverse cafés spelen, dit als eerbetoon aan de Koninklijke Brugse Stadsschouwburg die 150 jaar wordt. Het komt allemaal samen.’

EXit: Sinds de opstart van je muziekschool Metronoom in 2012 stond het actief drummen bij jou eerder op een laag pitje?

Steven Van Havere: ‘Ja, het vele werk in de school slorpte me helemaal op. Ik had mijn actieve muzikale carrière min of meer begraven, maar dankzij het Cultuurcentrum Brugge kreeg ik de kans om in 2017 te spelen tijdens de Brugotta Awards. Dat beviel me weer zo goed dat ik daarna op de twee Tribute-avonden voor Madonna (2018) en Tom Waits (2019) met plezier weer achter het drumstel ben gekropen.’

EXit: Herinner je je eerste liefde voor de drum nog?

Steven: ‘Ja, ik kreeg een trommeltje als Sinterklaascadeau en daarna is een trommel of drum nooit meer uit mijn leven geweest. Ik kan me zelfs geen moment meer herinneren zonder dat muziekinstrument. Ik ben autodidact, ik heb nooit les gevolgd, maar ik had wel een goed gevoel voor ritme en timing.’

EXit: Zegt de directeur van een muziekschool…

Steven (lacht): ‘Ha, correctie, ik ben wel naar het Conservatorium geweest, maar ik heb het daar maar enkele weken volgehouden. De manier van lesgeven daar was geen spek voor mijn bek. Hoe geoefend? Enkele workshops bijgewoond en vooral veel meespelen met muziek. Mijn eerste elpees van The Police, Blondie, Deep Purple en Tubeway Army heb ik grijsgedraaid. Oefening baart kunst. Logisch, want wat je graag doet, doe je veel. Zelf geloof ik meer in hard werken dan in talent. Wie een uur per dag oefent, zal meer progressie maken dan iemand die enkel op zijn talent teert.’

EXit: Wat vonden ouders en buren daarvan?

Steven: ‘Geen probleem mee, mijn ouders konden dat perfect verdragen, mijn moeder moedigde me zelfs aan. Mijn vader was havencommandant en wij woonden aan de hoek van de Coiseaukaai in een huis met drie verdiepingen. Als ik boven speelde, hadden ze beneden geen last van mijn drumuitspattingen. De nieuwe generatie heeft het nu beter, want met die digitale drums kun je het volume veel beter regelen.’

‘In mijn puberjaren was ik helemaal into hardrock en dweepte ik met idolen als Ian Paice, Keith Moon, John Bonham en Zak Starkey, de zoon van Beatles-drummer Ringo Starr. Zulke mensen zijn belangrijk om je liefde voor muziek aan te zwengelen.’

EXit: Op je 24ste had je een ‘lucky break’, want je mocht beginnen als drummer bij Gorki.

Steven: ‘In het voorjaar van 1993 ben ik bij Gorki terechtgekomen. Ik hoorde via bassist Erik Van Biesen, met wie ik in de groep Diamond Dogs zat, dat zanger Luc De Vos op zoek was naar een nieuwe drummer om een reeks optredens af te werken. De audities vonden plaats in de Gentse Vooruit. Die dag deed ik zelfs twee audities, want manager Noelle Vanhelsuwé had ook nog Wigbert Van Lierde onder zijn hoede. Het verrassende nieuws was dat ik bij alle twee mocht beginnen, maar ik koos voor Gorki. We zijn er razendsnel ingevlogen, want enkele maanden en vele optredens later zaten we al in Dakar (Senegal) voor de opname van de cd ‘Hij Leeft’.’

EXit: Het verhaal van Arid dat voor jou al in 1997 startte, zou nooit mogelijk geweest zijn zonder Gorki. Het was namelijk Vos die jou eigenlijk heeft aangespoord om bij Arid te gaan drummen…

Steven: ‘Ja, op aanraden van Vos klopte ik bij Jasper Steverlinck aan en bleef ik plakken. Ah, Vos heeft zich dat niet beklaagd, hij was een toffe mens die een ander het geluk gunde en ik heb zes fantastische jaren meegemaakt met Gorki. Met Arid gingen we meteen van start om een repertoire te maken. We kregen vrij snel een platencontract en namen in 1998 onze debuutplaat ‘Little Things of Venom’ op om het jaar daarop uit te brengen. We zaten bij het Brusselse platenlabel Double T Music en dat waren gouden tijden. Het label trok serieus de portefeuille open voor ons. We mochten zelfs drie videoclips opnemen, al kostte dat samen meer dan 120.000 euro. Het avontuur van die platenrelease, de buitenlandse tournees met onder meer Counting Crows, jezelf zien op MTV… We hadden echt het gevoel dat we de wereld aan het veroveren waren. Dat gevoel…, dat was een van de mooiste periodes in mijn leven. Ik was toen 29 jaar. Bij Gorki was ik de benjamin, bij Arid was ik de ancien.’

EXit: The sky was the limit, maar dan…

Steven: ‘We zaten op een rollercoaster, maar opeens begon die te haperen. We hadden de pech dat Double T Music overgenomen werd door Sony. Vanaf dan is het misgegaan. We werden plots ‘degradeerd’ tot een Beneluxgroep. De budgetten gingen naar beneden en die grote internationale ‘mindset’ was volledig weg. Voor ons was dat een grote teleurstelling, want we hadden overal in de wereld gespeeld. De grote internationale doorbraak voor Arid is daardoor uitgebleven. In België hebben we wel alles meegemaakt wat mogelijk was voor een groep van onze status: mooie concerten, grote festivals, gouden platen… We kijken met trots terug op onze muzikale geschiedenis.’

EXit: Toen Arid een rustpauze inlaste, kon je je drumkunsten kwijt bij Hooverphonic, een andere topgroep.

Steven: ‘In 2006 hebben we met Arid nog een plaat gemaakt, maar Jasper was toen ook al bezig aan een solocarrière en ik kon letterlijk aan de slag bij Hooverphonic. Ik heb het geluk gehad dat ik dit vijf jaar kon combineren. Een schitterende periode, we speelden enorm veel concerten. Het was een tijd van veel vliegen en op tourbussen zitten. Op een bepaald moment vielen de agenda’s samen en moest ik de keuze maken. Aangezien ik een derde was van Arid, heb ik voor die groep gekozen. Bij Hooverphonic was ik gemakkelijker inwisselbaar. Ik heb in mijn leven misschien veel kansen gekregen, maar ik heb ze wel allemaal zelf afgedwongen.’

‘In 2012 speelden we ons laatste concert op de Lokerse Feesten. We hadden het gevoel dat het verhaal van Arid verteld was en dat we beter op een mooi moment konden stoppen. Al hadden we wel afgesproken dat we ons debuutalbum na twee decennia zouden ‘vieren’. Dat moment is er straks eind november, in de Ancienne Belgique met twee concerten in de Rewind-reeks. Ik kijk er geweldig naar uit, want zoals ik al zei, heb ik het plezier van het spelen herontdekt.’ (ADC)

www.ccbrugge.be en www.metronoom.be

Drummer Kobe Gregoir invites in De Werf

 

Onder de vleugels van KAAP mag de jonge Brugse drummer Kobe Gregoir (24) de affiche voor een volledige concertavond samenstellen, waarbij drie verschillende bezettingen aan bod komen . Kobe koos er onder andere voor een aantal jonge bevriende muzikanten uit de Haagse jazzscene naar Brugge te brengen. Een proevertje van wat zich op jazzpodia afspeelt in de bestuurlijke hoofdstad van Nederland kan men op vrijdag 18 oktober gaan beluisteren in De Werf. Daarnaast heeft KAAP met nog twee concerten in De Werf een goedgevulde affiche voor de maand oktober.

 

Kobe Gregoir was een erg prille tiener toen het muziekvirus zich onder zijn huid nestelde. Na de plaatselijke jeugdmuziekschool in Assebroek trok hij op zijn vijftiende naar de Kunstacademie van Knokke waar – lang voordat zoiets in het Brugs Conservatorium geduld werd – jazzdocenten aan de slag waren. Daarna zette hij zijn opleiding verder aan de kunsthumaniora MUDA (Gent) en liet zich daar in zijn verdere ontwikkeling begeleiden door muzikanten die zich inmiddels al stevig op het pad van de ervaring bevonden : Lander Gyselinck, Lionel Beuvens, Bruno Catellucci, Antoine Pierre…

Den Haag vandaag

Sinds september 2015 studeert Kobe aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Hij laat er zich verder opleiden door Erik Ineke, Felix Schlarmann, Stefan Kruger. Het is in die Haagse biotoop dat Kobe kennismaakte met een paar jonge muzikanten die ondertussen al onder de naam Sitting Horns het podium opzochten. Componist/saxofonist Kasper Moliin (Denemarken) neemt in deze band het voortouw. Daarnaast vinden we Simon Kalker (NL) op contrabas, Magnus Baugis (Letland) op trompet en op vocals, en Ukko Heinonen (Finland) op tenor sax. Deze laatste prominent aanwezig op het podium : de ‘Peter Sagan’ van de sax mag ik graag over hem denken, omwille van de combinatie van streven naar professionaliteit, ongedwongen speelsheid en een vleugje aanstekelijke nonchalance. Sitting Horns was al een aantal keer te gast in 27b flat in Brugge, op 9 maart jongstleden nog ter gelegenheid van de release van hun eersteling ‘Horns that sit’. Deze jonge band met groeimarge opent de concertavond.

Na Sitting Horns is het de beurt aan het Claudio jr. De Rosa 4tet. De uit Napels afkomstige saxofonist De Rosa releaste in mei 2017 de in Nederland opgenomen eersteling ‘Groovin’Up!’ (Incipit Records). Een paar muzikanten die deze opname mee tot stand brachten delen het podium voor dit concert in De Werf om te komen tot een kwartet dat een afwisseling van lyrische en dynamische momenten belooft.

Afsluiten doen we met het Bruteleiir Collectiif, een sextet samengesteld uit jonge Belgische, Franse en Nederlandse jazzmuzikanten : Ambroos De Schepper (altsax), Sylvain Debaisieux (tenorsax), Pierre-Antoine Savoyat (trompet), Simon Groppe (piano), Matteo Mazzu (bas) en – de link naar Nederland – Denis Baeten (drums), allen twintigers. Te ontdekken jeugdig enthousiasme!

Het verscheiden van de tijd
Enkele dagen daarvoor, op woensdag 16 oktober, krijgt De Werf het Giovanni Guidi Quintet over de vloer. In maart van dit jaar werd op het ECM-label het album ‘Avec le temps’ uitgebracht, een titel verwijzend naar het gelijknamige nummer dat in 1969 door de toen al 53-jarige Léo Ferré gecomponeerd werd, en dat als melancholisch onderwerp het verscheiden van de tijd heeft en het verlies dat dit met zich meebrengt. Naast Giovanni Guidi op piano vinden we Francesco Bearzatti op sax, Roberto Cecchetto op gitaar, Joe Rehmer op contrabas en Joao Lobo op drums. Naast de interpretatie van het titelnummer van Ferré hoort u op deze concertavond eigen werk van de 34-jarige Guidi zelf. In het nummer Tomasz wordt hommage gebracht aan de vorig jaar op 76-jarige leeftijd overleden Poolse trompettist Tomasz Stanko.

Tot slot is het ook uitkijken naar vrijdag 25 oktober. Dan komen niemand minder dan Dave Douglas (trompet) en Uri Caine (piano) in duo naar De Werf. Twee kleppers van formaat die ongetwijfeld in de kortste keren zullen zorgen voor een uitverkocht huis.(RUDI VANMARCKE)

http://www.kaap.be

 

 

Verleiding! Moord! en Liefde! in Mozarts Don Giovanni

(foto Evelien Van Rijn)

Zo vaak pakt het Concertgebouw niet uit met een grote opera, maar dit gemis wordt nu goedgemaakt met een dubbelslag op 18 en 19 oktober. Niet te missen deze Don Giovanni met een toporkest en top-uitvoerders.

 De story Don Giovanni is wijd en zijd bekend. Een gewiekste verleider die zijn verdiende loon krijgt, daar houden we van. In de handen van Mozart en librettist Lorenzo da Ponte werd het verhaal van deze don juan éen van de grootste opera’s in de muziekgeschiedenis. In Concertgebouw Brugge maken een droomcast en een legendarisch orkest zich op voor een concertante uitvoering (‘opera zonder poppenkast’) van dit spannende drama.

Wervelende muziek

Het Weense wonderkind gaat in deze opera met verve alle boekjes te buiten. Op hoogst geraffineerde wijze vermengt hij de ‘opera seria’-stijl van de hogere klasse met de komische ‘opera buffa’ die voor het gewone volk bedoeld was. Personages als Elvira, Anna en Ottavio krijgen lyrische muzikale passages toebedeeld, terwijl speelse melodieën de karakters van Zerlina, Leporello en Masetto verklanken. Het grote dansfeest op de bruiloft van Zerlina vormt een bijzonder staaltje van Mozarts muzikale vernuft. Heel ingenieus schrijft hij door de zang heen voor elk wat wils: een menuet voor de adel, een snelle dans waarop Don Giovanni nota bene de bruid zelf wil paaien en een volksdans waarop de bruidegom zijn dansbenen toont.

 

Een wijze moraal

Genieten van de liefde en het leven, zonder je te bekommeren om de stoet van gebroken harten die je achterlaat; het is even verdorven als aantrekkelijk. Maar de kruik gaat zo lang te water tot ze barst. Mozart en Da Ponte laten hun protagonist genadeloos ten onder gaan. Wie laatst lacht, best lacht, zo leren zowel Don Giovanni als het publiek.

Supersterren in spe

Elk muzikaal genre heeft zo zijn absolute vedetten, en deze uitvoering van Mozarts meesterwerk wordt gedragen door zo’n onbetwist dreamteam. Jonge, verrukkelijke stemmen als André Morsch, Paula Murrihy of Katharine Dain staan op de rand van hun wereldwijde doorbraak. Zo jong als de solisten zijn, zo ervaren is het orkest (‘Orkest van de Achttiende Eeuw’) dat hen begeleidt. (HP/LF)

vr 18 & za 19 oktober om 19.30 uur / Concertzaal Concertgebouw Brugge

Orkest van de Achttiende Eeuw / Mozart. Don Giovanni

Jongeren t.e.m. 26 jaar betalen slechts 7 euro voor hun ticket.

 

 

 

 

Harpiste Mathilde Wauters op drempel internationale carrière

(foto EDM)

‘Van thuis uit gepusht? Verre van…’

 

Seduced by harps, u kunt er zich veel bij voorstellen. De harp heeft inderdaad een romantisch imago, maar dat clichébeeld leeft niet in de harpwereld, zegt de Brugse muzikante Mathilde Wauters, die sinds haar vijfde de harp bespeelt. Voorbije zomer scoorde ze in de Verenigde Staten verrassend hoog met haar uitvoering van een bekend muziekstuk voor harp: het Concierto de Aranjuez. Een prestatie die telt. Wauters staat nu aan de start van een professionele carrière.

EXit: Heel wat musici, zoals uzelf, startten hun loopbaan op piepjonge leeftijd. Is dat een voorwaarde voor een latere carrière in de muziek?

Mathilde Wauters: ‘Mmm…. Is moeilijk te zeggen, maar het staat buten kijf dat het helpt. De mensen rondom mij zijn vrijwel allemaal vroeg gestart, pakweg tussen acht en tien jaar. Er zijn er natuurlijk ook die er ‘ver’ mee komen, hoewel ze pas op latere leeftijd een instrument kozen. Bij die vroege starters merk je wel vaak op dat ze uit een muzikale familie komen. Bij ons thuis was dat eender. Mijn ouders zijn allebei beroepsmuzikanten en lesgevers in het Brugse Conservatorium. Samen met mijn vier zussen, die elk een instrument bespelen, kunnen we sporadisch samenspelen.’

EXit: U bent op vijfjarige leeftijd begonnen met muziek. Is dat niet onverantwoord vroeg?

Mathilde: ‘Natuurlijk niet. In mijn geval is dat heel speels begonnen met oefenen op een kleine harp. Ik wou het echt leren en kunnen, maar les volgen was er nog niet bij. Het was evenmin een zaak van ‘moeten van thuis’, verre van zelfs. Mijn oudere zus, die ook harp speelt, was mijn mentor.’

‘Aan het Conservatorium heb ik de volledige opleiding doorlopen, zijnde negen jaar of de volledige cyclus. Ik bewaar daar goede herinneringen aan. Mijn leerkracht was Eline Groslot. Zo’n opleiding vergt veel van de kinderen, maar ik heb die met veel plezier gevolgd. Natuurlijk is discipline in deze nodig. Zonder dagelijks oefenen gaat het niet. Ik heb het gelukkig nooit ervaren als een opdracht en ik heb er zeker geen trauma aan overgehouden.’

EXit: Is een muziekopleiding compatibel met een zorgeloze jeugd?

Mathilde: ‘Voor mij gaan die twee zaken wel samen. Ook omwille van het feit dat ik van thuis uit niet gepusht werd. Ik heb een zorgeloze jeugd gehad en muziek is daarin altijd mijn grote passie geweest. Ik koos vanaf mijn zevende voluit voor de harp. De kleine modellen waren perfect bruikbaar voor mij. Ik volgde daarmee het voorbeeld van mijn oudere zus.’

EXit: Hoe is uw carrière tot op vandaag gelopen?

Mathilde: ‘Zo lang ik in Brugge bleef wonen, en school liep in het SASK (in Sint-Kruis), was muziek voor mij een hobby. Later mocht ik in Antwerpen aan het Conservatorium een soort jong-talent-traject volgen. Ik liep verder school in Brugge, maar de opleiding werd aangevuld met een muziekopleiding in Antwerpen. Ik volgde er het traject ‘Jong Talent’ . Ik heb toen beslist om professioneel verder te gaan met de harp. Ik ben toen ook in Antwerpen gebleven en heb er mijn master behaald (LF. Met de grootste onderscheiding)’.

 EXit: En op een dag bood zich een buitenkans aan: het Conservatoire National Supérieur du Musique in Parijs.

Mathilde: ‘Op een gegeven moment kreeg ik de kans aangeboden om een stage te volgen bij Isabelle Moretti aan het Parijse Conservatorium. Moretti is één van de bekendste harpisten ter wereld. Nadien heb ik gekozen voor een opleiding aan datzelfde Conservatorium. Om er te kunnen studeren, moest ik een loodzware test in twee fases overleven, iets waarin ik slaagde. Het Parijse Conservatorium is een van de belangrijkste in Europa. Frankrijk telt overigens maar twee conservatoria, het tweede is dat van Lyon. U begrijpt waarom ze beide overbevraagd zijn. Ik had natuurlijk veel zin om daar aan de slag te gaan en de opleiding te volgen. Die loopt tot eind dit schooljaar en dan sta ik terug op eigen benen. ‘

EXit: En u gaat dan meteen beroepshalve aan de slag?

Mathilde: ‘ Dat is toch de bedoeling, tenzij ik er eerst nog een opleiding tot leerkracht bij neem. Nodig? Toch wel, lesgeven is een ingebouwde veiligheid, want in deze (harp)sector struikel je niet over de werkaanbiedingen. Ik wil als freelancer aan de slag gaan, want er zijn toch heel wat mogelijkheden: zelf concerten organiseren, projecten voorstellen, audities doen of Kamermuziek. Het probleem bij een harpist(e)-carrière is voorts dat een groot orkest meestal maar één harpiste nodig heeft.’

EXit: Wat ik mij afvraag: harpisten moeten vaak opbotsen tegen een heel orkest. Is dat geen onbegonnen werk?

Mathilde: ‘’Dat is inderdaad één van de grote frustraties. Gelukkig valt de praktijk nogal mee. Maar als ik tijdens een concert helemaal achteraan op het podium zit, speel ik des te harder. Je kunt een harp meer volume geven, meer dan bijvoorbeeld een luit. Veel hangt ook af van de speelwijze, maar tegen een volledig orkest kun je niet op.’

EXit: U speelt geregeld en graag hedendaagse muziek. Een niet evidente keuze.

Mathilde: ‘Hedendaagse muziek spreekt mij aan. Vorig jaar nog speelde ik, samen met mijn zus Emma, in de Kamermuziekzaal een werk van Stockhausen. Niet evident, maar de reacties waren heel lovend. We hebben er toen zelfs bij gezongen, want de zangpartij is een deel van het stuk en moet door de harpistes zelf worden gezongen.’

‘Ik speel ook geregeld samen met het Hermes Ensemble, dat zich specialiseert in hedendaagse muziek. Ik vind dat het publiek de kans moet krijgen om ten minste kennis te maken met deze muziek. Na kennismaking reageren de luisteraars doorgaans heel enthousiast. Als die muziek goed ingekaderd wordt, spreekt dat het publiek aan. Het soort ‘hedendaags’ dat je brengt is natuurlijk ook van belang. Er is trouwens heel wat repertoire voor hedendaagse harp. Veel componisten die repertoire schreven voor de harp waren harpisten. Zij zijn niet altijd zo bekend voor niet-harpisten (zoals de grote en beroemde componisten), hoewel ze voor ons heel belangrijk waren.’

EXit: U was voorbije zomer knap derde in de USA International Harp Competition. Een hele prestatie, een hele eer.

Mathilde: ‘Het was voor de eerste keer dat een ‘Belg’ in de top drie geraakte, terwijl de jury toch uit internationaal bekende harpisten bestond.’

‘Het grote voordeel van zo’n concours is dat je in de aanloop naar de wedstrijd enorm veel moet ‘lezen’. Je leert ook een repertoire van buiten waarvan je in normale omstandigheden slechts enkele fragmenten speelt. Wij moesten dertien stukken inoefenen en zo’n opdracht vraagt om indeling en overzicht en brengt aardig wat stress mee. Ja, je kunt het, qua inspanning en niveau, een beetje vergelijken met topsport. In de finale speelde ik het Concerto van Rodrigo. ’

EXit: Waarmee hebt u de jury overtuigd?

Mathilde: ‘Het ‘prijsconcert’ was het Concierto de Aranjuez van Joaquim Rodrigo. Voor deze uitvoering kreeg ik een speciale prijs. Het stuk is oorspronkelijk geschreven voor gitaar, maar door de componist nadien bewerkt voor harp.’

‘Deze wedstrijd is één van de belangrijkste harpwedstrijden ter wereld, een beetje vergelijkbaar met de Elisabethwedstrijd bij ons. Alle werken moesten uit het geheugen worden gespeeld. Er namen 40 kandidaten deel, komende uit 18 verschillende landen.’ (LUC FOSSAERT)

Wie Mathilde Wauters (en het HERMESensemble) aan het werk wil horen: 18 oktober in het Amuz (Antwerpen). In het voorjaar 2020 staat ze geboekt voor een concert in Brugge, maar de precieze datum ligt nog niet vast.

Toneeltip

Blue Skies Forever, Buren
Donderdag 10 oktober, 20 uur (Biekorf Theaterzaal)

Het collectief ‘Buren’ werd in 2012 in het leven geroepen en bestaat uit Oshin Lambrecht, afkomstig uit Koksijde en Melissa Mabesoone, geboren in Knokke. Beide dames hebben een kunstopleiding achter de rug. Het feministische werk van dit veelzijdige kunstenaarsduo zit ergens op de grens tussen performance, theater en beeldende kunst. De twee resideerden eerder al in Vooruit en Vrijstaat O. Na een geslaagde doortocht tijdens Theater Aan Zee staan ze op 10 oktober in de Biekorf Theaterzaal met Blue Skies Forever. Daarin gaan ze aan de slag met heel uiteenlopende inspiratiebronnen: enerzijds videowerk van Pipilotti Rist dat volgens hen veel gelijkenissen vertoont met videoclips van Beyoncé, maar anderzijds ook Dorothy uit The Wizard of Oz. Ergens tussen fantasie en cliché tonen ze verschillende beeltenissen van die vrouwelijke archetypes uit de popcultuur, media en film. Muziek en sound zijn van buren, Benjamin Dousselaere & Ferre Marnef. (SD)

 

www.KAAP.be

Signs of Algorithm doen het met Luk Wyns in Skincrawler

 

Mennekes! Nieuws uit het kamp van de metalheads Signs of Algorithm: op zaterdag 12 oktober speelt de band-met-Brugse-roots ten dans in Het Entrepot tijdens het event ‘Music for the Oceans’. De leden Frederick, Didier, Kevin, Yochi en Jonathan zijn goed op dreef, want onlangs namen ze samen met acteur/scenarist Luk ‘Crimi Clown’ Wyns de niet onbesproken videoclip ‘Skincrawler’ op, check YouTube. Dat nummer spelen ze straks ook in Het Entrepot, maar dan wellicht zonder Luk en de schaars geklede dames…


EXit: First things first: we mogen jullie band situeren in het metalgenre?

Frederick Vanhille: ‘We zijn inderdaad te situeren binnen het metallandschap. Onze invloeden komen uit verschillende stromingen en subgenres binnen het metalgenre. We houden er eigenlijk niet heel erg van om onze band te labelen, maar als we echt een genre moeten benoemen, leunen we het dichtst aan bij metalcore en deathcore.’

EXit: Jullie namen met ‘Skincrawler’ een heuse videoclip op. Ik kan me voorstellen dat die gemengde reacties uitlokt…
Frederick
: ‘’Skincrawler’ is onze nieuwste release en dus ook een voorproefje van ons volgend album dat hopelijk in maart 2020 zal verschijnen. Het betreft een erotisch getinte clip over de fantasie van enkele mannen op het containerpark. Reacties hierop zijn subjectief en uiteraard uiteenlopend. Sommigen vinden de clip supervet, anderen vinden dat een clip meer om muziek moet draaien dan om borsten en billen. Dat kun je als band natuurlijk wel verwachten als je dit soort clip uitbrengt. Wij vonden het vooral leuk de clip te shooten en hebben ons enorm geamuseerd.’

EXit: Een opmerkelijke gast in deze clip is acteur/Gamma-stemmenman Luk Wyns. Hoe komen jullie bij hem terecht?
Frederick
: ‘Klopt. Wij zijn gaan aankloppen bij Diamond City Films om ‘Skincrawler’ te shooten. Dit is het productiehuis van Luk Wyns waar hij onder andere Crimi Clowns mee uitbracht. Tijdens de besprekingen en voorbereidingen van de clip hadden we nog enkele gastrollen in te vullen. Uiteindelijk hebben we gezamenlijk besloten dat het eigenlijk enorm tof zou zijn als de rollen ingevuld werden door Luk Wyns himself en zijn zoon Jonas Wyns.’

EXit: Wat staat er zoal op de to do-lijst van Signs of Algorithm?

Frederick: ‘Momenteel hebben we een druk schema aangezien er een hoop shows gepland staan tijdens de ‘Skincrawler Tour’ die nog loopt tot januari 2020. Tot op heden was het hoogtepunt van deze tour onze show op Metaldays 2019. Een topfestival in Slovenië waar we de affiche deelden met tal van topnamen uit de scene zoals Arch Enemy, Architects, Dimmu Borgir, While She Sleeps en vele anderen. Daarnaast was de algemene sfeer op het festival echt top. Volgend jaar krijgen we de kans om terug te keren naar Metaldays en er de mainstage te openen. Daar kijken we echt naar uit. Verder werken we achter de schermen en tussen shows door aan materiaal voor een nieuwe cd.’

‘We hebben ondertussen vijf Europese tours achter de rug waardoor we ondertussen al in een dertiental landen op het podium stonden.’

 EXit: Jullie spelen op zaterdag 12 oktober in Het Entrepot. Hoe ziet de avond van ‘Music for the Oceans’ eruit?

Frederick: ‘Dat wordt ongetwijfeld een topavond, want de organisator heeft zijn best gedaan om een gevarieerde internationale line-up neer te zetten in Het Entrepot. Zo hebben we bands uit Nederland (Another Now), België (Speed Queen, Signs Of Algorithm, Hell City, Fields Of Troy) en Frankrijk (Novelists). Een leuke en gevarieerde line-up als je het mij vraagt. Nu nog een hoop volk en het dak vliegt er gegarandeerd af.’

 EXit: Tot slot: wat prijkt er die avond op de setlist?

Frederick: ‘We brengen die avond een gevarieerde setlist waarin we zowel nieuw en oud materiaal aan bod laten komen. De show is ook een ode aan de overleden vader van de organisator waardoor de mogelijkheid bestaat dat we iets toevoegen aan de setlist dat we slechts één keer live zullen brengen die avond in Het Entrepot.’ (ADC)

 

http://www.facebook.com/SignsOfAlgorithm

 

Reba Malin: ‘Een mix van stijlen’

(foto EDM)

 

Reba Malin: onthoud die naam en pik eens een concertje mee als deze (redelijk) versbakken groep rond zangeres Floor Vanden Bussche in de evenementenkalender voorkomt. Op vrijdag 11 oktober bijvoorbeeld, want dan treden ‘Flo en de boys’ op in het mooie zaaltje van de Snuffel in de Ezelstraat.

Reba Malin was tot voor kort de band van zangeres/gitariste Floor Vanden Bussche en drummer Dirk Defauw, maar sinds enkele maanden zijn de rangen versterkt met bassist Stefan Taveirne (die we ook kennen van Cosy Corner) en gitarist Matthias Rosseel (vroeger ook actief in The Mood of Steffi en de folkgroep Donder in ’t hooi). ‘We zijn gestart met twee, maar het is altijd de bedoeling geweest om er een full band van te maken’, zegt Dirk. ‘Klopt’, vult Floor aan. ‘We hadden ook nood aan een ruimere bezetting. We speelden vroeger al eens op plaatsen waar het podium te groot was voor ons twee. De nummers van Reba Malin zijn immers niet alleen geschreven om in een akoestische versie gebracht te worden.’

EXit: Hoe zou je je groep verkopen?

Floor Vanden Bussche: ‘Moeilijke vraag, hoor. Op onze muziek kun je niet meteen een stempel kleven. Misschien iets in de trant van ‘rock meets souls meets…’.’

Stefan Taveirne: ‘…jazz meets een beetje blues en indierock… Ik was overtuigd na de eerste repetitie en ben blijven plakken. Het klonk te goed om deze groep zomaar te laten liggen.’

Matthias Rosseel: ‘Met onze set kunnen we op Gent Jazz spelen, maar evengoed ook op Rock Werchter. Het is een mix van stijlen. Het zijn eigen nummers, maar we hebben geen hokje ter beschikking om ze in te steken. We hebben onze sound ook nooit op voorhand bepaald. We spelen gewoon en we zien wel waar een bepaald nummer strandt.’

EXit: Geldt de songtekst als bepalende factor?

Floor: ‘Het is vooral de sfeer die belangrijk is. Muziek is voor mij meer dan alleen maar woorden, alhoewel ik veel tijd spendeer aan het schrijven van mijn teksten. Samen zoeken we altijd naar de juiste sfeer van de song.’

EXit: Waarover gaan jouw liedjes?

Floor: ‘Ik heb een hekel aan platte teksten als ik naar muziek luister, dus ik leg de lat voor mezelf graag hoog. De inhoud? Over de alledaagse dingen des levens, de strubbelingen van het leven. Mijn teksten vertrekken bijna allemaal vanuit een biografisch standpunt, maar gaandeweg ontwikkelen ze zich naar een song die voor velen herkenbaar is.’

Matthias: ‘Ik luister niet meteen naar de tekst, mijn gehoor spitst zich eerst toe op de melodie. De structuur van het nummer moet eerst goed zitten. We beginnen met een kapstok en hangen er achteraf de jassen aan.’

Stefan: ‘We hebben zelden een nummer klaar tijdens een repetitie. De ruwbouw is misschien af, maar week na week sleutelen we eraan tot het goed zit. Floor heeft een unieke stem en daar willen we geen muur van lawaai rond breien. We spelen in functie van het geheel.’

Matthias: ‘Als je een nummer de hele avond in het repetitiekot hebt gespeeld, kun je daar niet objectief naar luisteren. Moet je even laten rusten.’

 EXit: Reba Malin: die naam moet je toch eens verklaren, Floor.

Floor: ‘Ik wou niet optreden onder mijn eigen naam, want Vanden Bussche vind ik totaal niet geschikt als groepsnaam. Ik heb een tijdje in Canada gewoond en daar konden ze mijn naam ‘floor’ niet uitspreken zonder in lachen uit te barsten. Ik wilde niet dat ze met mij de ‘vloer’ aanveegden, dus heb ik daar dan maar Flo gebruikt. Dat was simpeler. Voor de bandnaam schuif ik mijn eigen naam wel aan de kant en heb ik twee andere delen samengevoegd. Malin is een veel voorkomende Zweedse meisjesnaam en Reba is geïnspireerd op de Amerikaanse zangeres Reba Neil McEntire die al sinds eind de jaren 70 bekendstaat als The Queen of Country Music. Klinkt toch goed, hé?’

EXit: Je straalt ambitie uit met Reba Malin, Floor!

Floor: ‘Na ons optreden in de Snuffel, is het de bedoeling om enkele nummers in de studio in te blikken zodat we een mooi visitekaartje in handen hebben. Je hebt gelijk als je zegt dat we ambitieus willen zijn, want ik wil graag investeren in mijn band. Graag pikken we volgend jaar mooie concerten op mooie locaties mee. Ook festivals schuwen we niet.’

Stefan: ‘Zonder pretentieus te willen zijn: we zijn niet van plan om het coverbandcircuit af te lopen. We zijn immers géén coverband. We willen wel zoveel en zo ver mogelijk gaan spelen. Met ‘eigen’ muziek moet je andere plaatsen zoeken om te spelen. Dat is onze ambitie met Reba Malin.’ (ADC)

http://www.snuffel.one

 

Boeiende expo over geschiedenis Stadsschouwburg

 

De Brugse Stadsschouwburg opende zijn deuren op 30 september 1869 met de opvoering van ‘Les Mousquetaires de la Reine’, een ‘opéra comique en 3 actes’. In de loop van de voorbije 150 jaar beweegt er in en rond het gebouw heel wat. De tentoonstelling in het Arentshuis (Dyver) gaat dieper in op het stedenbouwkundige, architecturale en programmatorische verhaal. Bezoek aanbevolen.

 Voor de bouw van de schouwburg werden heel wat middeleeuwse huizen afgebroken, straten recht getrokken en werd er een nieuw theaterplein gecreëerd. Er werd aan zes architecten gevraagd om plannen te tekenen. Uiteindelijk mag de Brusselse architect Gustave Saintenoy het gebouw realiseren. Het gebouw straalt rijkdom uit en het wordt bejubeld door een deel van de elite, een ander deel van de bevolking vindt het pompeus.

Ook de invulling van de programmering ondergaat gedurende 150 jaar een enorme verandering. Het Grand Théâtre de Bruges evolueert van een elitaire schouwburg waar de klassen letterlijk in een rangorde gescheiden worden naar een open cultuurhuis dat modern theater, muziek en dans verwelkomt.

Een nieuw stadskwartier

De wijk waar de nieuwe Stadsschouwburg wordt gebouwd, is eeuwenlang het commerciële hart van de stad. Hier stroomt de Reie, bevindt zich de stadskraan en rond het Oude Beursplein staan diverse natiehuizen. Op het einde van de 18de eeuw verhuist de havenactiviteit naar de rand van de stad, de Reie wordt dichtgelegd. Maar de organisch gegroeide wijk heeft zijn middeleeuwse structuur behouden. Grote handelshuizen wisselen af met kleine woningen. De straatjes zijn smal en kronkelen zich tussen de huizen waardoor er weinig licht en lucht binnen stroomt.

Op het moment waarop beslist wordt een kleine vijftig gebouwen af te breken, wordt de wijk nog volop gebruikt voor handelsactiviteiten. Heel wat huizen zijn verhuurd. De eigenaars zijn dokter, advocaat, ambtenaar of grootgrondeigenaar. Er woont en werkt een mix van arm en rijk. Studenten architectuur van Howest hebben de omgeving voor en na de bouw van de schouwburg gevisualiseerd.

Het ontwerp voor de schouwburg is het werk van een jonge architect uit Brussel. Gustave Saintenoy is drieëndertig als hij zijn ontwerp in 1865 indient. Zijn plan voorziet een schouwburg volgens de regels van de kunst. Hij herwerkt zijn ontwerp in 1866, haalt een koepel weg boven de foyer en past de afmetingen wat aan. De trappen worden verbreed. De zaal heeft een ellipsvorm omwille van de akoestiek. In de meeste theaters is trouwens de evolutie te zien van een langwerpige naar een min of meer ronde of ellipsvormige zaal. (LF)

De expo over 150 jaar Koninklijke Stadsschouwburg Brugge loopt in het Arentshuis (Dyver) tot 1 maart (www.museabrugge.be). Bruggelingen mogen gratis binnen

Symposium over ‘geniale alleskunner’ Leonardo da Vinci in historische setting

 

In 2019 is het vijfhonderd jaar geleden dat Leonardo da Vinci het tijdelijke met het eeuwige heeft gewisseld.  De veelzijdige kunstenaar is alvast nog niet vergeten: op zaterdag 5 oktober 2019 (14 uur) vindt er in Hof Bladelin (Naaldenstraat 19) het symposium ‘Reiken naar de eeuwigheid met Leonardo da Vinci’ plaats.

Op donderdag 2 mei 2019 was het precies vijfhonderd jaar geleden dat Leonardo da Vinci (1452-1519) op 67-jarige leeftijd stierf in de armen van een Franse koning. Het was het zachtmoedige einde van een veelzijdig kunstenaarsleven dat vol zat met visionaire ideeën en uitvindingen. Naar aanleiding van die vijfhonderdste sterfdag organiseert de vzw Lectorium Rosicrucianum een Leonardo-symposium in Hof Bladelin. Die locatie is niet toevallig gekozen, want op die plaats zijn nog verbindende sporen te zien met een mecenas van da Vinci, Lorenzo de Medici. Tussen Brugge en het Italiaanse Firenze bestonden indertijd zowel handels- als spirituele krachtlijnen, die voor de De Medici’s een kenmerkend fenomeen waren.

‘Da Vinci hanteerde kunst als een ervaringswetenschap, waardoor hij mens en wereld nader probeerde te doorgronden’, zegt Eddy Matten. ‘Niet voor niets noemde hij zich een leerling van de ervaring. De Da Vinci Code kennen, betekent niet dat we de code hebben om Da Vinci te kennen. Neem alleen al het feit dat hij zijn beroemdste werk, de Mona Lisa, overal waarheen hij verhuisde met zich meenam en als nooit voltooid beschouwde. Welke Leonardo da Vinci is dat? De inleiders brengen Leonardo tot leven in zijn onbeperkte veelzijdigheid als een klassieke ‘uomo universale’, een geniale alleskunner. Voor hen is Leonardo een klokkenluider van een nieuwe tijd, die bijna iedere dag van zijn welbestede leven grens­overschrijdend heeft ingevuld. Hij was de belichaming van de lente van het Europese zelfbewustzijn, een lente die vijfhonderd jaar later nog steeds voortduurt.’

Inschrijven via info@rozenkruis.be of via sms 0032 494 894895 (Katrien Depoorter)

%d bloggers liken dit: