Exit Magazine

Maandelijks Brugs Cultuurblad

Maandelijks archief: januari 2022

Ninalotte Roose maakt acteerdebuut in film ‘Bittersweet Sixteen’

‘Alle kansen met open armen ontvangen’

Ze sierde als fotomodel al menige keren de pagina’s van internationale modemagazines, nu kun je de Brugse Ninalotte Roose ook aan het werk zien als actrice in haar filmdebuut ‘Bittersweet Sixteen’, een tienerkomedie van Jan & Ann Verheyen en Lien Willaert. ‘Acteren en modellenwerk gaan mooi hand in hand; modellenwerk is eigenlijk ook een vorm van acteren, gewoon minder expressief en intens’, aldus de 19-jarige dochter van muzikant Kries Roose. The sky is the limit!

EXit: Is dit je acteerdebuut op het witte doek? Of had je ergens onderweg al ervaring opgedaan?

Ninalotte Roose: ‘Bittersweet Sixteen was voor mij niet enkel mijn eerste acteerervaring, maar ook mijn allereerste auditie. Een interesse in acteren is er wel altijd al geweest, dus ik ben heel dankbaar voor hoe de familie Verheyen zoveel nieuwe, frisse gezichten en ‘first-timers’ in de filmwereld met open armen verwelkomd heeft. Er is geen mooiere leerschool dan op zo’n professionele set staan met een beetje tijds- en prestatiedruk; je wilt elk moment het allerbeste van jezelf geven voor het team, en in combinatie met Lien Willaert die me vooraf onder haar vleugels heeft genomen voor wat aparte oefensessies, kan ik met zekerheid zeggen dat ik nog maar zelden op zo’n korte tijd zoveel heb bijgeleerd.’

EXit: Hoe ben je bij de familie Verheyen terechtgekomen?

Ninalotte: ‘Mijn verhaal over hoe ik in dit mooie project ben beland wijkt een beetje af van de meeste castleden. Op het moment dat alle voorbereidingen voor de audities plaatsvonden, zat ik al een half jaartje voor modellenwerk in Parijs. En het toeval wou dat ik net het weekend van de audities drie dagen  thuis was om mijn familie te zien. Mijn mama heeft een gemeenschappelijke vriendin met Lien, en tijdens een wandeling met hun drietjes had Lien al eens laten vallen dat ze bezig waren met audities voor hun nieuwe tienerkomedie en welke typetjes ze daarvoor zochten. Mijn mama informeerde de avond voor de auditie bij Lien of het een optie was dat ik nog heel last minute deelnam, nadat ik liet blijken hoezeer ik dit eens wou proberen. Intrinsiek was ik na de tweede ronde afgevallen, maar ben dan opnieuw door Lien gecontacteerd toen ik al terug in Frankrijk was. Ik ben dan via Google Meet op miraculeuze wijze toch geselecteerd uit 1.500 kandidaten om de rol van Astrid te vertolken!’

EXit: Hoe verliepen die audities? Zenuwachtig hiervoor of straalde je eerder een Olympische kalmte uit?

Ninalotte: ‘Alhoewel de audities door de vele deelnames best druk en chaotisch verliepen, laat ik zenuwen zelden de bovenhand nemen. Zeker in het geval van een auditie als deze is twijfelen aan je eigen potentieel allesbehalve constructief. Voor veel jongeren ging de auditie gepaard met heel wat stress en emotie, maar ik liet me zowel tijdens de audities als de hele zomer lang tijdens de opnames liever leiden door kalmte. Stress laat je al snel anticiperen op zaken, terwijl rust en vertrouwen in jezelf je een zekere sereniteit bieden en je zo meer gefocust kunt handelen in het moment. Als je opereert uit zo’n staat van zijn geeft het uiteindelijke resultaat ook altijd meer voldoening.’

EXit: Je speelt in deze jongerenkomedie de rol van Astrid, tha bitch. Hoe heb je je op je rol voorbereid?

Ninalotte: ‘Dit gaat misschien wat hand in hand met de innerlijke kalmte die ik steeds probeer te koesteren, maar liefst laat ik alles wat spontaan op me afkomen. Dit was ook van toepassing op de voorbereidingen voor mijn rol. Té veel voorbereiding kan in mijn ogen namelijk ook een averechts effect hebben. De aparte oefensessies met Lien in combinatie met het bekijken van een paar klassieke American highschool drama’s (‘Mean Girls’, ‘Heathers’, ‘Jawbreaker’…) hebben mij meer dan voldoende input gegeven om het personage Astrid leven in te blazen.’

EXit: Waren de opnames intensief?

Ninalotte: ‘De opnames waren best stevig, ja. Aangezien veel castleden zelf nog in het middelbaar zaten, en de school waar we draaiden ook enkel leeg stond in de zomer, hebben we de hele film gedraaid over een periode van 5 à 6 weken. De nachtopnames waren het meest intens; draaidagen die startten om 20 uur ’s en eindigden om 6 uur ’s ochtends schudden je bioritme toch wel wat door elkaar. Maar zelfs op die nachten kijk ik terug met zoveel liefde en warmte. Een topteam, en al was er vaak tijdsdruk, we hebben dit nooit zo op de set ervaren. De cast heeft zelden de stress gevoeld die er vaak wel heerste bij de crew, en dat toont in mijn ogen enkel hun oprecht professionalisme aan. Ik ben hen daar enorm dankbaar voor. Ze hebben op die manier voor ons gedurende de hele draaiperiode echt een ‘safe haven’ gecreëerd.’

EXit: Wat verwacht je zelf van de film? Het zijn natuurlijk niet de meest interessante tijden om je première te beleven… 

Ninalotte: ‘Als deze film jongeren én volwassenen een vorm van rust en amusement kan bieden in tijden als deze, dan zijn wij meer dan voldaan als cast en crew. Ik heb geen verwachtingen op het vlak van het ontvangen van al dan niet positieve reacties of complimentjes. Onze taak met deze film is om een publiek een fijne en luchtige tijd te kunnen bezorgen, punt. Ik moet wel zeggen dat ik op de première het niet had verwacht om zoveel lieve reacties te ontvangen. Dat was overweldigend en hartverwarmend. De première is inderdaad doorgegaan eind december 2021 met de nodige maatregelen en restricties om alles zo veilig mogelijk te houden, en een ‘afterparty’  was er niet, maar wij zijn alleszins enorm blij dat de zalen toch mogen openblijven. Voor jongeren en gezinnen is de winter hét gezelligste moment van het jaar voor bioscoopbezoekjes en culturele ontspanning.’

EXit: Smaakt dit naar meer op filmgebied?

Ninalotte: ‘Als er nieuwe kansen komen, ontvang ik die graag met open armen. Dat ik deze zomer met mijn gat in de boter ben gevallen, valt niet te ontkennen. Wat een geluk om als eerste ervaring meteen te mogen werken op zo’n professioneel niveau, met fantastische mensen. Het smaakt zeker naar meer en ik hou mijn ogen dus graag open voor nieuwe kansen. Hoewel ik de komende twee maanden wel weer even ga focussen op modellenwerk. Ik vertrek voor een 60-dagen contract naar Istanbul en ben heel benieuwd naar wat die ervaring me zal bieden…’

EXit: Wil je in de toekomst je modellenbestaan combineren met een acteercarrière? Of zou je resoluut voor één iets (willen) kiezen?

Ninalotte: ‘Als ik zou moeten kiezen, dan zou ik niet lang twijfelen. Op het vlak van creativiteit en persoonlijke inbreng kent acteren een veel diepere gelaagdheid. Je leert door het vertolken van fictieve personages jezelf ook beter kennen, en dat is zo boeiend. En daarbuiten is het ook zo fijn om voor een langere periode met één groot team naar een zo geslaagd mogelijk eindresultaat toe te werken. Maar als ik niet moet kiezen zoveel te beter, want ik doe het allebei enorm graag. Acteren en modellenwerk gaan ook mooi hand in hand; modellenwerk is eigenlijk ook een vorm van acteren, gewoon minder expressief en intens. Je kruipt eveneens telkens in een rolletje, met andere make up en kleren. In elk geval ben ik enorm dankbaar dat ik op deze leeftijd (19) al de kans heb gekregen beide gebieden te mogen verkennen… en ik hoop dat deze ervaringen voor mij louter het begin zijn van veel toekomstige exploratie.’ (ADC)

____

Volg Ninalotte op Instagram onder de naam @ninalottee

Uitwijken trapt af in Zwankendamme

Van 28 januari tot en met 2 februari trekt Uitwijken met de magische en sfeervolle vuurvoorstelling INCONTRI#2 van compagnie ‘Sprookjes enzo’ naar 6 Brugse wijken. 

INCONTRI#2 en vertelt een verhaal dat het publiek doet wandelen tussen de sterren en laat dansen tussen de vlammen. Paraplu’s worden draaimolens van vuur, vuurslangen schieten weg in het donker… Kortom, een magisch vuurspektakel in openlucht.  

Incontri betekent ontmoeting in het Italiaans en sluit perfect aan waar Uitwijken voor staat: mensen bij elkaar brengen en een gastvrije plek creëren voor ontmoetingen en cultuur. We zijn blij dat we in deze donkere dagen mensen even uit hun huis kunnen halen voor deze prachtige voorstelling en zo een dosis warmte in de Brugse wijken brengen“, aldus Franky Demon, voorzitter Brugge Plus en schepen.

Locaties
 

Vrijdag 28 januari – Zwankendamme  
Lisseweegse Steenweg t.h.v. nrs. 124 – 146 

Zaterdag 29 januari – Koolkerke  
Kerkplein, Arendstraat  
 
Zondag 30 januari – Brugge centrum  
Sentillenhof t.h.v. nr. 12 
 
Maandag 31 januari – Sint-Kruis (Male)  
Peellaertplein, Brieversweg t.h.v. nr. 352 

Dinsdag 1 februari – Sint-Michiels  
Parklaan, tussen de flatgebouwen Nachtegaal & Leeuwerik 

Woensdag 2 februari – Sint-Pieters  
Parking – Blauwe Poort t.h.v. nr. 31

Praktisch 
 

De voorstelling is gratis, geschikt voor alle leeftijden en duurt 45 minuten. Vooraf reserveren is niet nodig. CST (Covid Safe Ticket) is verplicht vanaf 12 jaar en 2 maanden. Het publiek is welkom vanaf 19 uur, de voorstelling start om 19.30 uur. 
 
www.uitwijken.be

Code GROEN voor EXit-februari met onder meer aandacht voor:

*Ere-burgemeester Patrick Moenaert en ‘zijn’ Concertgebouw

*Elviera VELGHE wil een nieuwe schwung geven aan Musea Brugge

*Pieter Gaudesaboos levert een prachtig ‘bewijs van liefde’ af

*Kunstenaar Sylvie Crutelle exposeert nieuw werk in Bogardenkapel

*’Bezielde collega’s schrijven Brugse boekgeschiedenis

*Prentenboek zet Concertgebouw in de kijker

*en talloos veel meer….

Belpop uit de 80’s herleeft in de Stadsschouwburg

De jaren tachtig waren prachtig. Althans op muzikaal vlak. We denken dan ook met heimwee terug aan al die mooie muziek van Belgische makelij. Op zaterdag 22 januari 2022 worden we met graagte gekatapulteerd naar thee eighties: in de Stadsschouwburg brengen Marcel Vanthilt, Jo Lemaire, Peter Slabbynck en Elsje Helewaut onder het goedkeurend oog en oor van Gust De Coster hun beste nummers uit die periode.

Ere wie ere toekomt: het was radioman Gust De Coster die de naam ‘Belpop’ heeft bedacht, een noemer waar alle tricolore muziek uit ons landje (nog steeds) onder past. T.C. Matic, The Machines, Allez Allez, 2 Belgen, The Scabs, Red Zebra, The Kids, Luna Twist, Elisa Waut, De Kreuners en ga zo maar nog een tijdje verder. Elke groep kleurde dat grauwe decennium in met muziek die – vier decennia later – bijzonder goed de tands des tijds heeft doorstaan. In de Stadsschouwburg gaan vier protagonisten uit de eighties aan de slag met hun eigen nummers en verrassende covers. ‘Mijn broer Hans is al volop bezig aan de voorbereiding van ons optreden’, zegt Elsje Helewaut van Elisa Waut. ‘Zowel Marcel Vanthilt, Jo Lemaire, Peter Slabbynck als ik zullen elk een paar eigen nummers zingen, maar ook enkele nummers spelen uit de tachtiger jaren. Gust zal ons tussendoor interviewen. Het wordt een boeiende avond.’

EXit: Welke herinneringen koester je aan die 80’s-periode?

Elsje Helewaut: ‘Als ik aan die periode terugdenk, dan vind ik toch dat we mooie jeugdjaren hebben beleefd, zeker als je dat vergelijkt met hoe de jeugd nu alles moet ondergaan. Let op, er waren ook moeilijke momenten, het was niet allemaal rozengeur en maneschijn, maar er was een bloeiende Belgische scene, er heerste veel creativiteit. Er wordt nu nog altijd veel inspiratie geput uit die periode.’

EXit: Koester je heimwee naar die tijd?

Elsje: ‘Het was een toffe tijd die de bouwstenen leverde voor ons verder leven. Chery (Derycke, haar man en bassist van Elisa Waut, NVDR) en ik waren toen ook net een koppel. We waren jong en de wereld lag nog aan onze voeten. In de huidige tijdsgeest zou ik nu niet meer jong willen zijn. We koesteren mooie herinneringen aan de jaren tachtig, maar ik probeer te leven in het nu. Ik ben geen nostalgisch type. Als ik negentig ben, zal ik misschien anders spreken. (lacht)

EXit: Verlang je weer naar het podium?

Elsje: ‘Mijn laatste optreden was ook in de Stadsschouwburg tijdens de uitreiking van de Brugotta Awards (september 2020). Met de Metronoomband van Steven Van Havere als begeleidingsgroep, die band heeft dat trouwens schitterend gedaan. Met mijn broer Hans zal het wellicht dichter bij het geluid van de eighties aanleunen, zoals in de beginperiode van Elisa Waut. Ik kijk er echt wel naar uit, want tot nu toe waren mijn optredens beperkt tot in mijn eentje zingen in de tuin en in de badkamer.’  

EXit: Ben je nog aan het broeden op nieuwe nummers?

Elsje: ‘In mijn binnenste ben ik altijd aan het broeden op nieuwe muziek. De goesting om te musiceren is steeds aanwezig en niet alleen voor Elisa Waut. De coronacrisis zorgde er wel voor dat ik niet altijd ruimte kreeg voor veel creativiteit. We runnen een winkel en een B&B en de coronacrisis heeft ons, net zoals voor vele anderen, voor heel wat uitdagingen gesteld. Weet je, ik heb nog maar onlangs Spotify ontdekt. Voor mij is dat een ware openbaring! Ik was daar eerst niet zo voor te vinden, maar onze cd-speler met 50 cd’s kan daar niet tegenop. Fantastische uitvinding! We zijn bij wijze van spreken van 50 naar 5 miljoen cd’s gegaan. Spotify heeft weer veel muziek in mijn leven gebracht en de band met muziek – vooral nieuwe – versterkt. Dat doet kriebelen om zelf weer iets te doen. Er is wel geen druk meer. Het maakt nu niet zoveel meer uit, we zijn toch al oud. Een jaar meer of minder, we malen er niet meer om.’

EXit: Elisa oud!

Elsje: ‘Haha, ja, maar ik voel me nog altijd zeer jong, hoor.’ (ADC)

_____

http://www.ccbrugge.be

Vandewoude & Bosschaert & dappere duif

Een van de meest productieve Brugse jeugdauteurs, en illustrator, is Greet Bosschaert (1964). Eventjes nageteld komt ze in de buurt van iets meer dan 35 boeken. Beroepshalve is ze deeltijds aan de slag in het sympathieke ‘schrijfwinkeltje’ Symposium in de Oostmeers. Voor de andere helft illustreert ze vooral verhalen van collega-auteurs met een voorkeur voor de jongste lezers.

Zopas verscheen alweer haar nieuwste exemplaar, Duif en Muis, een schattig boekje van ruim 120 pagina’s waarvan het verhaal uit de pen is gekropen van die andere Brugse jeugdschrijfster Katrien Vandewoude. Bosschaert illustreert alweer met de voor haar zo typische collage-stijl.

Duif & Muis is een verhaal met verschillende lagen en gaat over opgesloten zitten en het uitbreken naar de vrijheid, een thema dat in coronatijden gevoelig ligt. Zowel in tekst als in beeld krijgen de duif en de muis elk een eigen persoonlijkheid. Een gastrolletje is er voor ‘de journalist(e)’ die hoopt dat ze met haar ‘schrijfsels’ iets in beweging kan zetten.

Wie is wie?

Bosschaert debuteerde in 2001 met Durf ik? en is de dochter van  kunstenaar Renaat Bosschaert (die in 2006 overleed).

Katrien Vandewoude (1955) groeide op in Opwijk. Van zodra ze kon lezen, verslond ze verhalen. Al haar boeken verzamelde ze in een grote houten kist die in de hoek van haar kamer stond. Talloze keren las ze de verhalen opnieuw. Later ging ze naar de bibliotheek, maar ze vond het nooit fijn om een mooi boek weer in te leveren. Toen ze ontdekte dat er een wereld in geschreven woorden bestond, begon ze er zelf een te schrijven. Met veel plezier maakte ze tekeningen bij haar verhaaltjes, maar de woorden lagen haar beter. Vandewoude studeerde geschiedenis aan de UGent en werkte een tijdje in de universiteitsbibliotheek. Daarna verhuisde ze naar Brugge. (LF)

____

‘Duif en Muis’, Katrien Vandewoude en Greet Bosschaert, De Eenhoorn, 128 blz.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Gezelles graphic poem

Guido Gezelle schreef enkele van de mooiste natuurgedichten uit de Nederlandse literatuur. De taal in zijn gedichten is meesterlijk, de vorm afwisselend en virtuoos. Toch leefde hij in de 19e-eeuwse stad, plek van industrialisering en grauwe verstedelijking. Op vraag van het Gezellearchief en Poëziecentrum verkennen inleider Geert Buelens en multitalent Lies Van Gasse wat Gezelles natuurlyriek verbindt met onze leefwereld. Zo blijkt hij ons ook in de 21ste eeuw nog heel wat te vertellen te hebben.

Hoe klassiek de gedichten van Gezelle ook zijn, hun thematiek is brandend actueel. In een ritmische, muzikale en zingbare taal brengt hij de natuur in beeld. Wat klein is, wordt groot in zijn gedichten. Lies Van Gasse gaat volop in dialoog met het werk van Gezelle. Rondom een persoonlijke selectie uit zijn gedichten weeft ze een tekstloos graphic poem dat niet alleen de gedichten illustreert, maar ze ook van een nieuwe context voorziet. Want had Gezelle vandaag de dag geleefd, was hij dan een dichter geweest of een KSA-leider, een klimaatactivist, een vogelspotter?

Het boek is een coproductie met het Guido Gezellearchief van de Openbare Bibliotheek Brugge naar aanleiding van het eigentijdse belevingsplatform gezelle.be. (LF)

Een museaal topstuk keert naar Brugge terug

De Denen laten er geen gras over groeien. Een absoluut topstuk, de zegelstempel van Graaf Boudewijn IV, dat ze voor twee jaar in leen geven aan het Gruuthusemuseum, wordt omkaderd met de meest strenge veiligheidsvoorwaarden. Kijken mag op de tentoonstelling ‘Verhalen uit de ondergrond/ Brugge in het jaar duizend’, aankomen niet.

Het specimen is een kleine loden zegel die de graaf gebruikte om zijn ambtelijke documenten te ‘authentiseren’, zijnde een koninklijk privilegie. Eigenaardig: blijkbaar niemand weet precies hoe dat belangrijke voorwerp in Denemarken is terechtgekomen. Mogelijke uitleg: de handelscontacten tussen middeleeuws Brugge en de Vikingen. Gestolen kan ook natuurlijk. Wel zeker is dat het topstuk in 1906 in het Deense Nationaal Museum is beland.

De zegel is een kunstwerkje en weerspiegelt het karakter van de ambitieuze graaf: majestueus zittend , met speer en zwaard of lans. De aanwezigheid van het stuk wordt straks benut voor wetenschappelijk onderzoek. Het wordt ook voor de eerste keer 3D-gescand waarvan nadien een replica wordt geprint.

Aanvullend op deze vondst benut Archeologie Brugge de zegel voor de tentoonstelling ‘Verhalen uit de ondergrond/ Brugge in het jaar duizend’. De expo toont de belangrijkste archeologische sites in en rond de stad. (LF)

______

Praktisch: Gruuthusemuseum, Dijver 17 C, tot 27 oktober 2023. Open van dinsdag tot en met zondag. www.brugge.be/ondergrond

Werk van Line Boogaerts in het Arentshuis

‘Ik wil vooral die meerstemmigheid laten spreken’

In het Arentshuis is begin december ‘é-change’ gestart, de laatste expo binnen het project ‘Mind the Artist.’ Kunstenares Line Boogaerts ging daarvoor aan de slag met enkele Congolese kunstenaars. Ze presenteert hun gezamenlijke werk in een eigenzinnige enscenering. ‘é-change’ refereert aan Congo, aan ons koloniale verleden, maar ook aan Frank Brangwyn aan wie het museum is gewijd. Boogaerts brengt alle elementen samen tot een verrassend, hedendaags geheel.

EXit: Congolese kunst in het Arentshuis. Het is op zijn minst een opvallende combinatie?
Line Boogaerts:
‘Om te schetsen hoe dit project tot stand is gekomen, geef ik eerst wat toelichting bij het artistieke parcours dat ik nu al enkele jaren volg. Mijn werk bestaat hoofdzakelijk uit vergankelijke tekeningen op vensters. Ze dienen voor mij als canvassen. Ik gebruik daarbij een mengsel van olie en pigment, en ga aan de slag met schoonmaakmateriaal, zoals borstels of ruitenwissers. Achteraf veeg ik mijn tekeningen weer weg. Mijn kunst is dus vluchtig en kan in die zin ook als performance worden opgevat. Inhoudelijk speel ik met de grens tussen binnen en buiten, tussen privé en openbaar. Ik voeg ook telkens lagen toe, als een filter op de werkelijkheid. Binnen dat thematische kader werd ik in 2019 uitgenodigd door het Centre d’Art Waza in Lubumbashi voor een residentie.’ 

EXit: Wat deed je daar concreet?
Line:
‘Ik wilde daar vooral mijn onderzoek rond die vensters voortzetten. Lubumbashi is, na Kinshasa, de tweede grootste stad van Congo. Er zijn heel wat grote, koloniale gebouwen met grote ramen. Het Centre d’Art is er zelf één, maar daarnaast trok ik ook de stad uit. Ik wilde alle lagen van de bevolking bij dit project betrekken. Daarom week ik ook uit naar de ‘parcelle’ met ‘mobiele vensters’, ontworpen door een lokale schrijnwerker. Ik plaatste die binnen die typische Congolese woonbuurten en ging er in dialoog met de bevolking. De opnames van dat project gebruik ik voor de expo in Brugge. Het gaat daarbij om mijn tijdelijke tekeningen, maar niet het minst ook om de geluiden. Die swingende kleuren, het constante geroezemoes, de toeterende auto’s … bepalen heel erg de sfeer in de stad en die wil ik naar Brugge brengen.’

EXit: Wat krijgt het publiek in het Arentshuis te zien?
Line:
‘In eerste instantie wordt mijn project met de mobiele vensters binnen de expo geïntegreerd, maar ik heb tijdens mijn verblijf in Zuid-Afrika ook samengewerkt met enkele andere kunstenaars. Ook die betrek ik binnen de tentoonstelling. De eerste is Paul Malaba, een jonge Congolese kunstenaar. Hij is autodidact, striptekenaar en heeft een heel eigen stijl. Met hem tekende ik een werk op vensters in een museum in Lubumbashi, een monumentaal koloniaal gebouw, sterk in contrast met de ‘parcelle’. We gingen elk aan één kant van de ramen aan de slag. De manier waarop we werkten, was symbolisch. Onze tekeningen belemmeren de manier waarop we naar de wereld kijken. Hij kijkt vanuit zijn achtergrond naar ons, ik probeer dat omgekeerd te doen vanuit onze westerse maatschappij. We hebben dat proces gefilmd en verwerkt in een video-installatie ‘é-change’ die het centrale werk binnen de Brugse expo vormt.’

EXit: Ga je in Brugge ook tekenen op vensters?
Line:
‘Het idee van een laag te leggen over de realiteit zit in Brugge vooral verweven in de scenografie. Johan Lagae is gespecialiseerd in koloniale architectuur van Congo. In Lubumbashi werden tijdens de koloniale periode heel veel muren gebouwd. Die dienden als segregatie tussen de knechten en de kolonialen. De muren waren een soort van vrijplaatsen, een plek waar de lokale inwoners even verlost waren van de blik van hun oversten en vrij konden opereren. Het idee van gaten in de muren heb ik meegenomen. In het museum zullen muren worden gebouwd met kijkgaten waarin je de kunstwerken zult kunnen zien. Tegelijk is dit opnieuw een verwijzing naar hoe we blinde vlekken hebben in het kijken naar de wereld en naar de geschiedenis, ook en vooral naar die van Congo.’

EXit: Wie zijn de andere kunstenaars?  
Line:
‘Célestin Kabuya behoort tot een groep kunstenaars die in de jaren 1950 aan de koloniale Académie des Beaux-arts in Elisabethville (Lubumbashi) studeerden onder leiding van de Belgische kunstenaar en docent Laurent Moonens. Kabuya behoort tot een eerste generatie van Congolese kunstenaars die onderbelicht bleef en die het verdient om opnieuw onder de aandacht te worden gebracht. Met hem heb ik een tekening gemaakt. Ik ben gestart met een ontwerp, hij vulde aan. Onze kalktekening heb ik laten omzetten in blauwdruk.’

EXit: Hoe verweef je dit alles met het werk van Brangwyn?
Line
: ‘Brangwyn verbleef jaren terug ook in Zuid-Afrika en zijn reizen hebben zijn werk heel erg beïnvloed. Hij kreeg destijds de opdracht om de zogenaamde ‘British Empire Panels’ te creëren. Die moesten een beeld geven van het leven in de Britse kolonies. De voorschets is vandaag nog steeds te zien op de eerste verdieping van het museum. Brangwyn beschouwde deze reeks als het hoogtepunt van zijn loopbaan. De doeken geven weer hoe divers het toenmalige Britse imperium was, van planten tot dieren en mensen. De kleuren zijn flamboyant, zonnig en vrolijk. Ik vroeg de Belgisch-Congolese kunstenares Muabana (Ornella Ngomba) om daarmee aan de slag te gaan.’

EXit: Wat is het resultaat?
Line:
‘Muabana heeft door haar afkomst – ze is Congolese, maar woont wel al haar hele leven in België – een heel eigen visie op de feiten. Zij schreef een stuk ‘spoken word poetry’ dat als video-performance in het museum te zien is, in dezelfde ruimte als de voorschets van de ‘British Empire Panels’. Binnen het gedicht geeft ze haar mening rond de beeldvorming van de zwarte medemens in onze westerse musea. Ze grijpt op eigenzinnige manier in op de vaste collectie en geeft het werk van Brangwyn een heel frisse toets.’

EXit: Je blaast het stof van Brangwyns oeuvre?
Line:
‘Na vele jaren is Brangwyn helaas van het artistieke toneel verdwenen, maar hij was in zijn tijd een topkunstenaar met meer dan 12.000 creaties op zijn naam. Hij nam deel aan belangrijke Biënnales en was een echt multi-talent. Hij beheerste verschillende schildertechnieken, was graficus en ontwierp onder invloed van de ‘Arts and Craft-beweging’ ook meubels, tapijten, glasramen en zelfs juwelen. Binnen de vaste opstelling staan enkele meubels van zijn hand, en daar heb ik twee video-installaties in geïntegreerd. Van zijn schilderij ‘Kamelen aan de oever van de Nijl’ heb ik een hedendaagse ‘remake’ geschilderd. ‘Colours of Brangwyn’ heb ik het genoemd, een ode aan de sprankelende kleuren in zijn aquarel.’

EXit: Is deze expo een aanklacht tegen het koloniale regime?
Line:
‘Ik wil met deze expo niet per se een statement maken. Ik ben zelf een kind van mijn tijd en bekijk dat verleden vooral vanuit mijn eigen wereld. Ik heb niet de pretentie om bepaalde ideeën op te dringen. Dit is veel groter dan ik zelf ben, vandaar die bewuste keuze om meer kunstenaars een platform te geven. Het gaat mij om die meerstemmigheid en vooral om de gelijkwaardigheid daarin. De expo draait anderzijds wel om die ‘blinde vlekken’, om zaken die door de tijd heen verborgen zijn gebleven. In die zin laat ik het publiek graag zelf nadenken. Het is aan hen om een mening te vormen en tot een eigen visie te komen.’ (RD)

____

Info é-change, tot 13 maart 2021 in het Arentshuis, www.museabrugge.be

Lieve Bruggeling

Ik geef het toe: ik ben ergens opgelucht dat dit jaar erop zit. Dat we de deur mogen dichttrekken van wat we dachten een ander en beter jaar te zijn. Voor ik begin, wil ik je zeggen dat ik het liefst mijn armen om je heen sla en zo laat weten dat ik dit jaar vooral de zachtheid en nabijheid heb gemist. Maar ik hou me nog een beetje in. Als het zorgpersoneel zich ondanks alles staande weet te houden, moet ik dat ook wel kunnen en doen.

In deze brief wil ik nog één gedachte over het virus delen. De besmettelijkheid herinnert ons eraan hoe hard wij als mensen eigenlijk met elkaar verbonden zijn. Voor het indammen van een hardnekkig virus is dat nefast, dat hoef ik jou natuurlijk niet te vertellen. Maar in tijden van eindeloze schermtijd zouden we dat haast vergeten. Als ik er zo een tijdje naar kijk, biedt me dat, hoe bizar ook, een vorm van schrale troost.

Want waar een hart een ander hart raakt, hoe kortstondig en onverwachts ook, wordt troost gezaaid. Misschien wil ik je dat alvast voor het nieuwe jaar wensen: mensen die voor jou troost blijven zaaien.

Het is een moeilijk te geloven paradox, maar 2021 werd voor mij ook het jaar van mijn grote kinderdroom waarmaken. Begin maart dook mijn debuutverhalenbundel ‘Het water vangen’ de wijde wereld in. Een wereld die op dat moment nog op slot was. Ik mocht niet vieren hoe ontzettend trots ik was op dit boek waar ik drie jaar lang dagelijks ben mee bezig geweest.

Maar ik wil het niet alleen over mij hebben, ik wil het vooral over ons hebben. Wij oefenen ons ondertussen al meer dan een jaar op dat stretchen van onze geest, ons werk, onze vriendschappen, onze familietradities, onze doorzetting, ons verlangen. Wat ik wil zeggen: jij bent je uiterste best blijven doen om het hoofd te bieden aan zoveel onzekerheid. Ik wil je een schouderklopje geven. Ik wil je zeggen hoe ontzettend ik je hiervoor bewonder.

2021 gaf ons misschien niet wat we gehoopt hadden. Ik zou het voor je tussen haakjes kunnen zetten, het liefst zet ik al het nare van 2021 voor je tussen haakjes. Het liefst doe ik je een zakje haakjes cadeau voor het nieuwe jaar, just in case.

Ik weet niet hoe gelukkig jij in 2021 bent geweest. Geluk vind ik vaak zo ingewikkeld en ook bijzonder lastig om te meten. Daarom spreek ik liever over dankbaarheid. Dankbaarheid laat zich opsommen in lijstjes. Ik ben dankbaar voor jou, lieve lezer, dat ik je hier in deze woorden mag ontmoeten. Ik ben dankbaar voor: de ochtendzon, koffiegeuren in het appartement, de glimlach van een kind, hoe ik in Brugge blijf thuiskomen, de aanrakingen van regen.

Ik wens toe dat we collectief in de vuurlinie gaan liggen in dit nieuwe jaar. Dat we daar strijden voor menselijkheid, voor grote en kleine dromen, voor gelijkheid en gelijke kansen, voor zachtheid, eerlijkheid en voor solidariteit. Ik wens ons de verbinding toe. Dat onze harten elkaar blijven vinden, hoe afgesneden we soms van elkaar lijken te zijn.

Misschien dacht je dat moed niet voor jou was weggelegd. Maar soms is moed niets anders, dan blijven doorgaan, omdat er geen andere keuze is, dag per dag, en soms ook gewoon stap per stap. 2021 heeft jou dat alvast gegeven Dat we het jaar gehaald hebben, bewijst hoe moedig wij allemaal zijn. Als we iets mogen vieren in dit nieuwe jaar, dan is het wel onszelf. Hoera, we hebben een deur achter ons dichtgetrokken en onmiddellijk een nieuwe geopend.

Alle liefs voor nu

Lies Gallez

Expo en boek belichten Brugge als bakermat van de moderne loterij

Zes cijfers kunnen een mensenleven grondig veranderen. Zeker als ze in de juiste vorm in balletjesvorm uit een loterijtrommel rollen. In het Brugse Stadsarchief bevinden zich de stadsrekeningen van 1441-1442 met een paragraaf waarin ‘een loterij’ voor het eerst vermeld wordt. Brugge mag zich dus als de bakermat beschouwen van de moderne loterijen wereldwijd zoals we ze nu kennen. Een boek, een VR-wandeling en een expo schetsen die 580-jarige geschiedenis.

In het jaar 1441 nam men in Brugge een nooit gezien initiatief waarvan ze niet konden vermoeden dat het de fundering zou leggen van wat we 580 jaar later wereldwijd kennen als ‘een loterij’. ‘Notulen in de Brugse jaarrekening van 1441 tonen aan dat er enkele trekkingen plaatsvonden die alle basiselementen van de huidige moderne Loterij in zich droegen. Namelijk: vele deelnemers die met hun bijdrage gemeenschappelijke noden hielpen financieren en die meespeelden omdat er meerdere interessante prijzen te winnen vielen die volgens een vooraf opgesteld lotenplan waren vastgelegd. De trekking gebeurde in het openbaar in een feestelijke setting en in volledige transparantie. En bovendien de naam ‘Loterij’ droeg’, zegt algemeen bestuurder van de Nationale Loterij Jannie Haek.

Brugge was in die tijd een zeer bloeiende metropool, maar een fikse boete opgelegd door Filips de Goede, Hertog van Bourgondië, en de kosten die gepaard gingen met de veelvuldige opstanden, zorgden ervoor dat er alternatieve manieren moesten worden gevonden om nuttige zaken voor de gemeenschap te financieren zonder daarbij extra belastingen te moeten heffen. Net als vandaag was dat in de middeleeuwen geen populaire maatregel. Het geniale plan om een loterij met diverse prijzen te organiseren en zo vrijwillige bijdragen te verzamelen en met de opbrengsten collectieve noden te bekostigen, bleek een schot in de roos.

Dag en nacht

‘Het was een soort ‘crowdfunding’ avant la lettre die ervoor zorgde dat voorzieningen die de hele gemeenschap ten goede kwamen, konden worden bekostigd. Er werd een waar volksfeest aan gekoppeld met een podium aan de voet van het Brugse Belfort. De trekkingen konden dagen en nachten duren omdat er, door het grote succes, heel veel mensen aan deelnamen en alle namen van de deelnemers werden ook getrokken en voorgelezen‘, zegt Jannie Haek.

De naam ‘Lotinghe’ die toen gegeven werd aan het gebeuren, kende vanaf dat moment een diaspora om zich over de hele wereld te verspreiden. Vandaar dat loterijen over de hele wereld een vorm van het woord in zich dragen.

Expo, wandeling en boek

In het stadsarchief (Burg 11) loopt er tot 27 februari 2022 een tentoonstelling waarbij men de reis kan afleggen die de loterij heeft doorlopen van 1441 tot vandaag. Het paradepaardje van deze expo staat in het midden van het Stadsarchief: een grote cilinder waarin men instapt in  een virtual reality-film die de allereerste loterij ter wereld tot leven brengt. Daarnaast zijn er unieke stukken te bekijken uit de collectie van de Nationale Loterij, Musea Brugge en het stadsarchief Brugge. Het pronkstuk zijn de stadsrekeningen van 1441-1442 met een paragraaf waarin ‘een loterij’ voor het eerst voorkomt.

Wie liever van de buitenlucht wil genieten, kan het Brugge van vroeger en nu ontdekken aan de hand van stadswandelingen met virtual reality-beleving. Er zijn drie lussen uitgestippeld doorheen de stad met verschillende lengtes. Op enkele historische Brugse sites kan men letterlijk tijdreizen met behulp van ter plaatse geïnstalleerde VR-kijkers.

Ten slotte schetst het boek ‘Te Brugge ende eldere’ het verhaal van de geschiedenis van de loterij in Brugge en ver daarbuiten. Auteurs zijn onder meer prof. Dr Jan Dumolyn (hoofddocent Middeleeuwse Geschiedenis UGent) en prof. Jeroen Puttevils (professor Middeleeuwse Geschiedenis UAntwerpen). (RD)

%d bloggers liken dit: