Exit Magazine

Maandelijks Brugs Cultuurblad

Maandelijks archief: mei 2021

Brugge als locatie voor de uitreiking van de Louis Paul Boonprijzen

Vlaanderen zal op 17 maart 2022 voor de eerste keer de nieuwe Vlaamse literatuurprijzen uitreiken. Martine Bruggeman (N-VA) doet in dit verband een oproep om Brugge warm te maken voor literatuur. Brugge is immers altijd al een rijke voedingsbodem geweest voor literaire expressie. Ook Brugge en veel Bruggelingen schitteren al heel lang op literair vlak.

EXit: Brugge heeft een stevige traditie met schrijvers?

Martine Bruggeman: ‘Inderdaad, Brugge kent een belangrijke traditie en dit patrimonium was uitermate gevarieerd. Het begon met de rederijkers zoals Anthonis De Roovere, Cornelis Everaert of Edward De Dene. Er waren schrijvers en dichters zoals Jacob van Maerlant en Jan van Casembroot. Guido Gezelle behoort natuurlijk tot de absolute top in ons taalgebied, met zelfs internationale uitstraling. En er zijn ook de boekdrukkers met pioniers zoals Colard Mansion, Jan Brito, Wiliam Caxton en vele anderen die internationale waardering oogsten.’

EXit: Dat klinkt allemaal zeer historisch.

Bruggeman: ‘Recenter, in de 20ste eeuw, hebben schrijvers en dichters als Antoon Witteryck, Maurits Sabbe, Christine D’haen, Jan van der Hoeven, Hugo Claus en nog vele anderen hun literaire stempel op Brugge gedrukt. Ook de hedendaagse Brugse literatuur is van een heel hoog niveau. Zowel Peter Verhelst als Pieter Aspe blijven toppers in hun genre, Patrick Lagrou en Bart Moeyaert zijn gevierde jeugdauteurs. Er zijn hier ook befaamde kalligrafen die getuigen van hun subliem artistiek en technisch kunnen. Ook vandaag nog zijn kalligrafen als Brody Neuenschwander, Yves Leterme, Maud Bekaert, de familie Boudens en nog vele anderen vaste waarden.’

‘Maar bovenal is er de literatuur en alles wat zich errond beweegt die vandaag in Brugge erg wordt gesmaakt. Dat bewijst de interesse voor de literaire wandelingen van de gidsenverenigingen, de literaire reeksen die het Concertgebouw organiseerde, de aandacht die de Openbare Bibliotheek schenkt aan literaire beroemdheden waarbij ook jongeren en kinderen een podium krijgen. Brugge ademt literatuur. Onze stad is in veel boeken ook een hoofdspeler of fungeert als uniek decor.’

EXit: Conclusie?

Bruggeman: ‘Ik vind dat Brugge zich enthousiast en overtuigend kandidaat moet stellen om de uitreiking van deze Boonprijzen in onze stad te organiseren. Het woord is nu aan het stadsbestuur.’ (RD)

Symfonieorkest Vlaanderen: ‘Ons publiek erkent onze grote kwaliteiten’

Voor Symfonieorkest Vlaanderen (SOV), verwend met een trouw publiek, was de voorbije periode geen sabbat, maar een tijd van mogelijkheden en kansen zoeken. Toch is de hunker naar live en contacten immens groot. Intendant Frederik Styns, door Klara verkozen tot muziekpersoonlijkheid van het jaar 2020, heeft er alle vertrouwen in: ‘Wat mij betreft, staan we volgend seizoen opnieuw gewoon op het podium’.

EXit: Hoe overleeft SOV deze aartsmoeilijke periode?

Frederik Styns: ‘Het sleutelwoord is creativiteit. Stilstand is voor geen enkele kunstenorganisatie gezond of nuttig. Van bij de start van deze crisis hebben we nagedacht hoe we deze periode artistiek kunnen overbruggen én overleven. We hebben daarom creatief nagedacht over nieuwe projecten, opnames, manieren om in contact te blijven met ons publiek. Het resultaat is – al zeg ik het zelf – indrukwekkend. We hebben maar liefst vier Beethoven-symfonieën opgenomen, we hebben een nieuw internationaal project voor jonge dirigenten uit de grond gestampt, we hebben livestreams gespeeld, we hebben in december een online kerstvoorstelling gemaakt én we zijn nieuwe samenwerkingsverbanden – zowel nationaal als internationaal – aangegaan. Toch hoor je me niet zeggen dat we ons hyper-gelukkig voelen. Datgene wat ons zin en energie geeft, is het contact met ons dierbare publiek. Het wordt echt hoog tijd om opnieuw ons publiek in onze muzikale armen te sluiten, in de concertzaal wel te verstaan!’

EXit: Hoe zijn de vooruitzichten voor het komende seizoen? Blijft livestreaming dé boodschap?

Styns: ‘Ook hier is het antwoord simpel: neen, livestreaming is wat mij betreft niet de boodschap. Het is een zwak en flauw surrogaat voor de ‘real stuff’. De live-ervaring is datgene waarvoor we het doen. Gelukkig heeft deze tijd aangetoond dat er geen 100% waardevol digitaal alternatief bestaat. Dat stemt me gerust en bevestigt ook wat ik zelf al aanvoelde. Wat mij betreft staan we dus volgend seizoen opnieuw gewoon op het podium, voor ons publiek. Creativiteit is ook hier weer het steutelwoord. Zo hebben we in oktober (toen we even concerten mochten spelen) bewezen dat we ook in moeilijke tijden met zin voor verantwoordelijkheid – en alle strenge maatregelen in acht nemend – een veilige context kunnen creëren voor het publiek. Veel veiliger dan samen winkelen of samen het vliegtuig nemen. Hopelijk vertrouwen wetenschappers en politici ons, en kunnen we aldus zeer snel weer de deuren van de concertzalen openen.’

EXit: Jullie werken, als een van de weinigen, met een vrouwelijke dirigente. Tekenen vrouwelijke dirigenten voor een eigen stijl?

Styns: ‘Ik zou het niet weten. Toen Kristiina Poska geselecteerd werd als nieuwe chef-dirigent van Symfonieorkest Vlaanderen gebeurde dit enkel en alleen op basis van haar grote muzikale en artistieke kwaliteiten. Ik maak niet graag vergelijkingen, maar als ik het toch moet doen dan merk ik geen enkel verschil tussen haar en haar mannelijke collega’s.’

EXit: SOV heeft een trouw publiek. Jullie zetten zwaar in op communicatie met jullie publiek. Rendeert dat?

Styns: ‘Uiteraard zetten we zwaar in op communicatie met ons publiek. Zij zijn deels onze bestaansreden. Ze moeten het gevoel krijgen erbij te horen als essentieel deel van onze werking. Ik ben bijzonder verheugd dat we zo’n trouwe achterban hebben. Ons publiek erkent onze grote kwaliteiten en waardeert de creativiteit van onze programmatie en van al onze flankerende projecten. Ik verwacht inderdaad dat ons publiek snel opnieuw naar de zalen zal komen. We krijgen wekelijks brieven en mails waaruit hun hunker naar de live muziek blijkt. Het is hartverwarmend en geeft ons veel moed om deze periode voor heel even nog achter gesloten deuren te overleven.’

EXit: Blijft het SOV op volle getalsterkte werken of dreigen er ontslagen?

Styns: ‘We blijven absoluut op volle sterkte verder gaan. Tijdens de crisis hebben we er alles aan gedaan om zoveel mogelijk werk te creëren voor de musici, en ook om hen blijvend uit te dagen via bestaande en nieuwe projecten. Van stilzitten willen we niet weten, en nog minder van afslanken. Wat ons betreft gaan we dus op volle snelheid verder en staan we binnenkort weer op de scène met een spannend en uitdagend nieuw seizoen.‘ (LUC FOSSAERT)

_____

http://www.symfonieorkest.be; foto Tom De Visscher

Fotografe Femke den Hollander zoekt de blauwe uren op

De Brugse fotografe Femke den Hollander pakt uit met een bijzonder project: van juli tot oktober 2020 zocht ze, met de camera van de smartphone in de aanslag, de avondlucht op om die digitaal te registreren. Tussen droom en werkelijkheid. Haar dagelijkse inzet resulteert nu in het boek ‘Goodnight’ waar die mooie beelden van gekleurde avonden een plaats krijgen naast (poëtische) teksten van bevriende schrijvers en dichters. En als de horeca straks weer open mag, dan komt er ook nog een foto-expo in de Grand Café van De Republiek.

Op stille warme zomeravonden en in regen en wind trok Femke den Hollander de hort op voor een Goodnight-date. ‘Mijn leeggelopen agenda zorgde immers voor rust en tijd voor vrij werk, waar ik anders niet vaak toe kom’, zegt Femke die een hart heeft voor culturele en maatschappelijke projecten. Elke avond maakte ze met haar telefoon een foto. Beelden van roze zonsondergangen, rivieren en vijvers, vuur op wolken, het avondblauwe licht op de bloemen in de tuin, hoge luchten en gevonden pluimpjes kregen een lichte bewerking en belandden op haar Facebookpagina. ‘Al snel begonnen mensen de avondfoto’s te volgen. Er kwam veel reactie, ook hele persoonlijke reacties. Vrienden lieten weten dat ze ernaar uitkeken om ‘s avonds een nieuwe foto te zien. Van andere mensen hoorde ik dat ze er troost in vonden.’

Een vleugje poëzie

Nadat ze een pak foto’s had gemaakt en op Facebook had gedeeld, besloot Femke de meest sprekende plaatjes in een boek te gieten. Sanne De Muynck stond in voor de vormgeving en liet de beelden tot hun recht komen in mooie bladspiegels. Foto’s zeggen vaak meer dan 1.000 woorden, luidt het cliché, maar toch vond ze dat er ook wel een streepje tekst bij paste. Ze contacteerde vrienden en schrijvers voor een vleugje poëzie en proza. Peter Verhelst, Stijn Tormans, Jan Devriese, Frederik Lucien De Laere, Harm Logghe, Joke Bruyneel, Lise Surmont, Sabine Forrier en Rein De Puysseleyr hapten toe. Zelf voegde Femke ook nog twee gedichten toe om het boek ‘Goodnight’ af te sluiten.

En er komt (nog) meer. Van zodra cafés en restaurants hun deuren weer mogen opendoen, organiseert De Republiek in haar Grand Café in de Sint-Jakobsstraat vanaf dag één een expo van haar fotoreeks. ‘Als het mogelijk is, willen we er ook een publieke nocturne aan koppelen. Naast een vrij bezoek aan de tentoonstelling zal het publiek die avond ook in Cinema Lumière terechtkunnen voor een avondvullend programma met woordperformances, gesprekken en muziek. Voor deze nocturne zal ik een kortfilm creëren die gebaseerd is op mijn beelden en de teksten die in het boek aan bod komen’, aldus Femke den Hollander. (ADC)

______

Het boek ‘Goodnight’ is te koop bij Boekhandel De Reyghere (Markt 12, Brugge) of bij Femke zelf via femdenhollander@gmail.com

www.femkedenhollander.be

Auteur Pieter Aspe overleden

Op zaterdag 1 mei 2021 overleed de Brugse auteur Pieter Aspe in het AZ Sint-Jan. Hij werd 68 jaar en kampte al een tijdje met gezondheidsproblemen. Pierre Aspeslag – zijn echte naam – debuteerde als Pieter Aspe in 1995 met zijn thrillerdebuut ‘Het Vierkant van de Wraak’ dat meteen tot een verkoopsucces uitgroeide. Vijfentwintig jaar later is zijn oeuvre aangedikt tot onder meer vijftig titels – goed voor meer dan 3,5 miljoen verkochte exemplaren in binnen- en buitenland – en een 10-delige reeks op VTM (2004 – 2014). Aspe is een keurmerk geworden voor het misdaadgenre in de Vlaamse letteren.

Het Brugse culturele maandblad EXit heeft jarenlang samengewerkt met ‘De Loge van Marec en Aspe’. De redactie betuigt zijn diep medeleven aan de familie.

In het novembernummer 2018 van EXit verscheen een artikel naar aanleiding van zijn eerste boek in de nieuwe Van In-reeks. Als eerbetoon aan het vakmanschap van Pieter Aspe publiceren we dit artikel graag nog eens hieronder.

Foto: Ellen De Meulemeester

Handmade in Brugge: het kunst- en ambachtswerk van Pieter Aspe

Wie het nog niet op de Brugse aanplakzuilen zou hebben opgemerkt: Pieter Aspe heeft een nieuwe thriller uit. ‘Episode 1’ is het eerste deel van een compleet nieuwe tiendelige reeks over het personage Van In die anno 2018 geen deel meer uitmaakt van het Brugse politiekorps wegens pensioengerechtigd. Geen spoiler alert over het hagelverse boek in onderstaand artikel, want we laten schrijver Pierre Aspeslag (°1953) aan het woord over zijn manier van werken. We troffen hem aan in zijn vaste stek ‘De Loge van Marec en Aspe’ (Sint-Jakobsstraat 6). Handmade in Brugge. With love.

Het werkproces?

Pieter Aspe: ‘Eerst zoek ik een idee, een thema. Dat kan heel gevarieerd zijn. Een onnozele zin die ik ergens eens heb opgevangen, een beeld dat ik zag, een artikel dat ik in de krant las … Het moet vooral iets zijn dat blijft hangen. Mijn geheugen werkt op die manier. Ik noteer niets. Ik heb dan ook nooit een notitieboekje op zak. Je kunt dit misschien vreemd vinden, maar ik ga ervan uit ik alles mag vergeten wat niet de moeite is. Wat blijft hangen, is wel de moeite. Dat vormt mijn basisidee. Onbewust laat ik dat idee rijpen en gaandeweg komen er zaken bij. Ik vertrek met heel weinig. Dan is het beste moment aangebroken om te beginnen te schrijven.’

Schema’s?

Aspe: ‘Het boek mag dan al strak gecomponeerd zijn, ik maak nooit schema’s op. Op voorhand zet ik ook geen structuur uit. Al vanaf mijn eerste boek werkte ik zo. Toen mijn debuutboek ‘Het vierkant van de wraak’ verschenen was, zei iemand me dat het precies was alsof ik al heel mijn leven wist hoe je een verhaal moet opbouwen. Er moet een logica in het verhaal zitten. Als je een huis bouwt, moet je ook beginnen met de funderingen en bouw je stelselmatig op. Als je ergens met de structuur begint te foefelen, zakt het in elkaar. In mijn geval komen de beste ideeën al doende.’

‘De verschillende lagen in mijn verhaal kan ik moeilijk op voorhand bedenken. Je hebt schrijvers die zich daar suf over piekeren en borden volkleven met gekleurde post-its met verwijzingen. Ik noteer enkel de namen en bepaalde karaktertrekken van nevenpersonages, anders ben ik ze na tien bladzijden alweer vergeten. Een boek is goed voor een gevuld A4’tje aan beide zijden beschreven met notities, alles door elkaar. Dat is alles.’

Schrijfritme?

Aspe: ‘Vroeger schreef ik ’s morgens omdat we dan ’s middags vrij hadden. Sinds Bernadette er niet meer is, kan het al eens gebeuren dat ik ook op andere momenten van de dag schrijf, zeker als het een ‘donkere’ dag is. Maar ik schrijf het liefst ’s morgens. Ik kan elk moment van de dag schrijven, maar ik moet dan wel over een tijdsblok van minstens drie uur beschikken. Ik werk het liefst in periodes. Dus niet drie dagen schrijven en dan een week iets anders doen. Ik moet de focus op mijn verhaal kunnen behouden. Mijn schrijftempo ligt op 1.700 woorden in drie à vier uur. In noodgevallen pas ik ‘wordspeed’ toe: dan pen ik 3.400 woorden neer. Dat is wel lastig…’

Rituelen?

Aspe: ‘Tijdens het schrijven rook ik twee à drie sigaretten. Ik las per schrijfsessie een korte pauze van vijf minuten in omdat ik dan zin heb in een sigaret of gewoon eens mijn hoofd enkele minuten rust wil gunnen. Voor de rest: zonder drank, zonder muziek. Geen afleiding in mijn schrijfkot, ik schuif ook mijn mobieltje aan de kant. Ik werk op een vaste computer. Op een laptop werk ik niet graag. Sommige mensen nemen hun laptop mee naar buiten en schrijven in de tuin als de zon hoog staat. Ik vind dat allemaal niet comfortabel. Ik werk met het tekstverwerkingsprogramma Word. Tijdens het schrijven check ik soms zaken op het internet, maar daar gebruik ik een andere computer voor. Mijn schrijfcomputer is enkel bedoeld om mijn teksten te maken en daarmee kan ik niet op het internet surfen.’

Met de pen?

Aspe: ‘Mijn handschrift is compleet misvormd omdat ik al meer dan twintig jaar niet meer met de hand schrijf. Ik ben linkshandig en als ik met de hand schrijf, dan maak ik alle vulpennen kapot. Tijdens signeersessies op de Boekenbeurs bijvoorbeeld kwam ik soms wel weer in het ritme omdat ik dan weer schreef, al waren het dan maar vaak namen. Voor het overige schrijf ik, behalve een to do-lijstje, niet meer met de hand. De eerste tachtig bladzijden van mijn manuscript voor het ‘Vierkant van de wraak’ heb ik met de hand geschreven. Zo ben ik begonnen. Ik wilde dat ambachtelijk doen. Ik had een registerachtig schrift gekocht om met een fijn stiftje het verhaal neer te schrijven. Na tien bladzijden begon het al redelijk onleesbaar te worden. En achteraf moest ik het toch overtypen. Dan heb ik een typemachine gekocht. De eerste semi-computer van Brother, met een klein schermpje, en een diskettestation. En dan kon je bladzijde per bladzijde printen. Primitief als je er nu op terugkijkt, maar het lukte ook. De boeken werden ook geschreven.’

Vooruitdenken?

Aspe: ‘Ik ben al aan het nadenken over episode 2 voor de nieuwe Van In-reeks. Vanaf januari 2019 begin ik weer effectief te schrijven. Nu ben ik al wat bezig met research voor bepaalde onderwerpen. Per boek reken ik op ongeveer vijftig schrijfdagen, verdeeld over drie maanden. Ik schrijf het verhaal in één ruk. Ik herlees niets tot het af is. Het herlezen neemt gemiddeld twee weken in beslag. Na mijn correcties gebeurt er redactie op de tekst. Ik prijs me gelukkig dat ik hiervoor al twintig jaar kan samenwerken met een uitmuntende redactrice.’ (ADC)

_____

Kunstencentrum KAAP neemt Musea Brugge over

De coronacrisis treft de culturele sector hard, maar er zijn ook lichtpunten. Musea Brugge maakt van de crisis een opportuniteit en zet met het project Mind the Artist volop in op het veelzijdige en creatieve talent van de vele kunstenaars in ons land. Naast een reeks tentoonstellingen krijgen ook enkele Brugse cultuurhuizen carte blanche om aan de slag te gaan tijdens een ‘take-over’ van een of meerdere museumlocaties. Kunstencentrum KAAP krijgt als eerste een platform.

EXit: Mind the Artist is het antwoord van Musea Brugge op de coronacrisis?
Elviera Velghe
(directeur Publiek en Toonstellingen Musea Brugge): ‘Op 13 maart 2020 stond de museumwereld toch even stil. We hadden binnen Musea Brugge de avond daarvoor net de Jan Van Eyck tentoonstelling feestelijk geopend. De volgende dag moesten de deuren van het Groeningemuseum onherroepelijk dicht. Dat was best heftig. Na de eerste shock hebben we niettemin snel de klik gemaakt om voorbij de praktische rompslomp na te denken over de toekomst: hoe konden we van de coronacrisis een opportuniteit maken? Mind the Artist is daarop ons antwoord.’

EXit: Wat mogen we van Mind the Artist verwachten? 
Velghe
: ‘Kunstenaars zijn de grondstof voor onze musea. Ze voeden onze collecties. Mind the Artist vertrekt vanuit twee sterktes: onze collecties en de hedendaagse kunstenaars. Enerzijds vormen de collecties van Musea Brugge een rijke inspiratiebron, anderzijds voeden kunstenaars onze musea. Ons concept is vanuit dat idealisme vertrokken. We willen hen zoveel mogelijk ondersteunen op diverse manieren. We nodigden in eerste instantie een reeks kunstenaars uit om een tentoonstelling op te zetten. Van Pieter Chanterie is nu werk te zien in het Volkskundemuseum, van Sanam Khatibi in het Groeningemuseum. Later volgen nog SEADS, Tille Pepermans, Strook en Line Boogaerts. Daarnaast zochten we ook verbinding met andere Brugse cultuurhuizen en kunstdisciplines. Via drie ‘take-overs’ geven we onze collectie en locaties in handen van KAAP, MOOOV en Concertgebouw.’

EXit: KAAP neemt als eerste over?
Rolf Quaghebeur
(algemeen directeur KAAP vzw): ‘Ook voor ons was dit een mooie opportuniteit. De collecties van Musea Brugge spreken tot de verbeelding en zijn erg inspirerend. Bovendien zijn we ook onze eigen werking aan het heroriënteren. We zijn niet bang om onze taak als kunstencentrum vandaag in vraag te stellen. We willen sowieso met KAAP meer gaan experimenteren met werk buiten de klassieke theaterzaal. Betekenisvol ingrijpen in de stad, in de maatschappij, wordt meer en meer onze doelstelling. We willen op locatie werken, maar dan minder vrijblijvend. Dat we de kans krijgen om in een gevestigde kunstinstelling als Musea Brugge in te breken, sluit daar zeer goed bij aan. Musea bewaren het verleden, reflecteren erover, KAAP is een hedendaags cultuurhuis. Met onze ingrepen willen we op onze beurt Musea Brugge prikkelen om op een nieuwe manier over hun collecties na te denken.’

EXit: Ook Musea Brugge wil veel meer verleden en heden verbinden?
Velghe
: ‘De collecties van Musea Brugge maken deel uit van ons internationale werelderfgoed, maar ze zijn ook vandaag nog steeds relevant. Daar wil ik de komende jaren inderdaad heel erg de nadruk op leggen. Hoe zit onze kunstinstelling in elkaar en hoe kan die vandaag nog een relevante rol spelen in het kunstenlandschap en zelfs ruimer, in de maatschappij? De vele kunstenaars die straks binnen onze locaties aan het werk zullen zijn, zullen één voor één onze historische context verbinden met hun hedendaagse werk en dat is wat nu nog te weinig gebeurt. We beseffen en dragen nu nog te weinig uit hoe onmetelijk inspirerend onze collectie is. We kozen in dat opzicht ook voor carte blanche voor de verschillende cultuurhuizen.’

EXit: Een gedurfd experiment?
Velghe
: ‘We kozen voor KAAP, net omdat ze op niet-evidente manier omgaan met kunst. KAAP heeft de gewoonte om buiten de lijntjes te kleuren en heeft iets rebels in zich. KAAP werkt multidisciplinair, ook dat spreekt ons erg aan. Het leek ons boeiend om hen ‘de luis in onze pels’ te laten zijn.’

EXit: Carte blanche is mooi voor een huis als KAAP?
Quaghebeur
: ‘Zeer zeker. Dankzij de extra middelen kunnen we trouwens meer doen dan alleen maar presenteren. We konden ook kunstenaars aan het werk zetten om nieuw materiaal te creëren. Daar hebben we niet altijd de mogelijkheid toe. We konden daardoor heel wat interessante makers overtuigen om mee te werken. Hoewel alles op vrij korte termijn moest gerealiseerd worden, zijn we erin geslaagd om een rijk gevuld programma op te zetten.’

EXit: Jullie aanbod is erg veelzijdig?
Quaghebeur
: ‘Het programma omvat drie grote onderdelen. In eerste instantie gaan een aantal artiesten de audioguides in het museum ‘hacken’, daarnaast worden enkele installaties en/of performances gepresenteerd die in dialoog gaan met de collecties, tijdens de openingsuren van de musea. Tenslotte staan een aantal concerten op stapel. We hebben heel bewust voor die gelaagdheid gekozen, omdat het enerzijds in ons ‘KAAP-DNA’ zit, maar ook omwille van de onzekerheden die de coronacrisis met zich meebrengt. Zelfs al kunnen we de meer evenementiële zaken niet laten doorgaan, dan nog blijft er voldoende aanbod over om het traject boeiend te houden.’

EXit: Wat moeten we ons voorstellen bij die ‘audiohacks’?
Quaghebeur
: ‘Een aantal muzikanten kregen de opdracht om de klassieke audioguides te kruiden. Het resultaat is uiteenlopend. De muzikant Bear Bones, Lay Low creëerde een soundscape die je kunt beluisteren terwijl je het Sint-Janshospitaal bezoekt. Dijf Sanders en Linde Carrijn componeren dan weer vier nummers rond evenveel kunstwerken uit het Groeningemuseum. Aafke Romeijn schreef een nieuw gedicht dat te beluisteren zal zijn in het Sint-Janshospitaal.’

EXit: Een tweede luik zijn de installaties en performances?
Quaghebeur
: ‘Met de coronamaatregelen in het achterhoofd leek ons dat een haalbare, maar ook erg boeiende piste. De installatie Washing Hands van het Nederlandse collectief Building Conversation in het Sint-Janshospitaal zorgt ervoor dat mensen elkaar op coronaveilige manier opnieuw kunnen aanraken. Zo ontstaat er opnieuw ontmoeting tussen mensen. De installatie From bow to ear van Maika Garnica is enerzijds een sculptuur in keramiek, maar ze kan er ook muziek op maken. Simone Basani gaat dan weer in interactie met bezoekers van het Gruuthusemuseum. In het Brugse Vrije is een hoorspel van Sien Vanmaele gepland. Dit zou een podiumvoorstelling geworden zijn, zonder de coronaperikelen, maar de kunstenares besliste om er een hoorspel van te maken in het kader van Mind the Artist.’

EXit: Een aantal van de genoemde muzikanten/performers zullen ook live in het museum te zien en te horen zijn?
Quaghebeur
: ‘Dat is – als corona geen roet in het eten gooit – inderdaad de bedoeling. Zo brengt Esinam, een jonge multi-instrumentaliste uit Brussel, een eigenzinnig concert op de zolder van het Sint-Janshospitaal. We brengen met haar trouwens later dit jaar een nieuwe plaat uit onder ons WERF Records label. Ook de Nederlandse Aafke Romeijn brengt haar nieuwe album mee naar Brugge en zo zijn er nog enkele concerten. Maar er is niet alleen muziek. Bruggeling Mathieu Charles gaat in dialoog met Simon(e) van Saarloos in het Volkskundemuseum voor de podcast Beyond Vision. Daarnaast is er onder andere nog de première van de dansvoorstelling van Bérengère Bodin – die normaal gezien te zien zou zijn tijdens December Dance en zijn er ook performances in onder meer de Gotische Zaal van het Stadhuis. De concerten en voorstellingen zijn gepland tussen 6 en 18 mei. Laat ons duimen dat die kunnen plaatsvinden!’  (RD)

______

www.museabrugge.be/KAAP

%d bloggers liken dit: