Exit Magazine

Maandelijks Brugs Cultuurblad

Maandelijks archief: augustus 2019

Bom wordt sax

 

Geen vakantie voor de Brugse saxofoonbouwer Karel Goetghebeur van Adolphe Sax & Cie (Gistelsesteenweg 97 in Sint-Andries). Hij is momenteel druk bezig aan het vervaardigen van 193 ‘speciale’ saxofoons.  Dat ‘speciale’ slaat op het materiaal waarmee de muziekinstrumenten worden vervaardigd: omgesmolten granaathulzen uit de Eerste Wereldoorlog. Daarvoor organiseerde hij van eind 2018 tot begin 2019 een nationale inzamelingsactie om voldoende artillerie in te zamelen voor zijn project ‘Sax4Pax’. Duizend (kg) bommen en granaten!

‘Make music, not war’. Die leuze nam Karel Goetghebeur ter harte. Hij kwam op het idee om de woorden ‘Dan zullen ze hun zwaarden omsmeden tot ploegscharen’ (gebaseerd op de Bijbelse profetieën in Jesaja hoofdstuk 2 vers 4 en Micha hoofdstuk 4 vers 3) toe te passen op zijn ambacht, het bouwen van saxofoons. ‘Mijn oproep viel niet in dovenmansoren’, zegt hij. ‘Ik had dertig inzamelpunten opgezet en de mensen zijn daar massaal op afgekomen, met als resultaat bijna 1.000 kg bommen. Deze granaathulzen werden gerecycleerd en heb ik door het Duitse (!) bedrijf Aurubis laten omsmelten tot nieuw plaatmateriaal. Dat is ideaal materiaal voor het creëren van 193 saxofoons, want de hulzen zijn gemaakt uit messing. Je mag het bestempelen als een vredesproject, want bommen worden saxen. Uiteindelijk hebben wij gewonnen.’

‘Doordrenkt met het bloed der gevallenen’

Wie straks een ‘Sax4Pax’ in zijn handen neemt, zal zich kunnen vergapen aan de gravures op het muziekinstrument. Karel werkte het ontwerp uit met een Venezolaanse kunstenares die haar land ontvlucht is uit voor de politieke onrust en het geweld. ‘De gravure beeldt de IJzertoren en ‘Pax-poort’ (Diksmuide) uit met daaronder een impressie van de Tyne Cott begraafplaats, een Britse soldaat bij het graf van zijn gevallen kameraad. Op de voorgrond staat de Dodengang. Op de saxofoon komt ook de Bijbeltekst die als inspiratie diende voor deze saxofoon. Op de zijkant van de saxofoon zal een gravure van de Menenpoort (Ieper) aangebracht worden, waar elke avond de Last Post weerklinkt.’

Dat is nog niet alles. ‘De inleg van de toetsen, die normaal van parelmoer zijn, zullen worden gemaakt uit het hout van een kolf van een Lee Enfield, hét geweer van de Britse strijdkrachten tijdens WO1. Op de hals van de saxofoon zal een klein schildje worden aangebracht, gemaakt van aarde uit de Dodengang, ‘doordrenkt met het bloed der gevallenen’. De Britse kunstenares Scarlett Raven zal een speciale poppy flower ontwerpen die aangebracht zal worden op de ‘Pax Sax’. Met behulp van een app zal door augmented reality de saxofoon tot leven komen.’ Klein weetje: Scarlett is de dochter van saxofonist Raphael Ravenscroft die wereldbekend werd met de saxofoonsolo uit ‘Baker Street’ van Gerry Rafferty. Raphael kwam in 2014 naar Brugge om Karels winkel Adolphe Sax & Cie te bezoeken en zou ook in het vredesproject stappen. Jammer genoeg overleed hij vier dagen voor de initiële aankondiging die op 23 oktober 2014 was gepland.

Goede doelen

In september zullen de eerste exemplaren afgewerkt zijn. ‘Als alles naar wens verloopt, wil ik op 11 november 2019 mijn speciale sax laten weerklinken onder de Menenpoort. De bedoeling is dat vier twaalfjarigen de Last Post spelen. Binnenkort maak ik ook bekend naar welke drie goede doelen de opbrengst van drie saxofoons gaat’, aldus Karel Goetghebeur. (ADC)

http://www.sax4pax.com

 

Jarige dame met ambitieus programma

 

(foto Stephan Vanfleteren)

150 jaar Stadsschouwburg levert enkele unieke parels op

Met de 150ste verjaardag van de Koninklijke Stadsschouwburg Brugge beleeft Cultuurcentrum Brugge volgend (komend) seizoen een feestjaar van jewelste. Om de mooiste cultuurtempel van Brugge (en Europa) een passend eerbetoon te schenken, slaat Cultuurcentrum Brugge de handen in elkaar met maar liefst 32 culturele partners. In tal van unieke projecten leer je de Koninklijke Stadsschouwburg en zijn verborgen parels (her)ontdekken. Grasduinen in de nieuwe seizoensbrochure levert aardig wat verrassingen op. Een keuze/selectie.

 De reguliere programmering belooft veel lekkers met muzikale toppers als Novastar, de jarige Raymond (70!), Herman Van Veen (75!) en de muzikale verjaardag van Joseph Ryelandt (huldeconcert van vroegere Conservatoriumdirecteur). Van een ander kaliber is dan weer het accordeonfestival Airbag, een sterkhouder voor een breed publiek..

Een van de sterkste pijilers van de artistieke werking van het Cultuurcentrum is sinds jaar en dag het aanbod theater. In een herdenkingsjaar mocht niet ontbreken: Youp Van’t Hek (met twee voorstellingen), Othello van Het Nationale Toneel, Pareidolia van La Llave Maestra, The Great Gatsby van Toneelgroep Maastricht, Een Jihad van Liefde van Rataplan, Yellow van NTGent/Luk Perceval en niet te vergeten: Orestes in Mosul in een ophefmakende regie van Milo Rau (NT-Gent).

Dans, ook dit jaar met een deels eigen programmering, deels in samenwerking met het Concertgebouw. Blikvangers: KIND van Peeping Tom, 2019 met Needcompany, Tender Men van Koen De Preter, Softies van fABULEUS, 11 O’ clock van Liz Kinoshita, Ends of Worlds van Michiel Vandevelde.

Circus is dan weer een recente toevoeging aan de programmering van het Cultuurcentrum, soms in samenspraak met dans. Voorbeeld? Humans van Circa, Common Ground, Cirque Composé gecureerd door Gab Bondewel, Carrying my father van THERE THERE Company. U bent nog mee?

Tentoonstellingen

Cultuurcentrum Brugge heeft, na een korte windstille periode, terug een boeiende werking rond beeldende kunst. Naast de laureatententoonstelling van Input/Output staan er tal van inspirerende expo’s te wachten. De Brugse kunstenaars Sylvie, Elke, Peter en Christophe tonen nieuw werk. Vier kunstenaars die hun werk baseren op, of werken met, fotografie en waar het lichaam, het liefdesspel, het feest van en met het lichaam een hoofdthema zijn. Op de expo hoort de bezoeker ook een soundscape samengesteld door de kunstenaars. Muziek die voor hen een meerwaarde kan geven aan het nieuwe werk dat ze presenteren. Want geen feest zonder muziek, toch?

Oudejaarsbal

Het jaar 2019 sluit, samen met The Bruges Brothers, feestelijk af in de foyer van de Koninklijke Stadsschouwburg met een waar oudejaarsbal. Een traditie die terug tot leven wordt gewekt.

Fotografie

Voor de achtste editie van de toonaangevende fotografiewedstrijd Fotonale Brugge werken dit seizoen honderden fotografen rond het thema Feest!. Geniet bijgevolg van het werk van een nieuwe lichting talentvolle fotografen. Of neem zelf deel in de feestvreugde en schrijf je als fotograaf in voor deze fotowedstrijd.

De Brugse artist in residence is Geertje Vangenechten

Artist in residence Geertje Vangenechten ontrafelt voor haar solotentoonstelling Tragedie van het menselijk tekort – Tragédie de la Condition Humaine het verleden van komedie naar tragedie en dat op de fundamenten van de Stadsschouwburg. Drie kelderruimtes worden omgetoverd tot prikkelende ruimtes. Belooft een boeiende verkenning.

Gloednieuw: k’luister

Al van oudsher vertellen mensen verhalen. In het feestjaar is de foyer een prachtige plek om mensen samen te brengen. Tijdens een gloednieuw concept, k’luister, nodigt men vier Bruggelingen uit om er een kort verhaal te brengen. Daar waar men in november tijdens het KRIKRAK-festival stilstaat bij het thema ‘familie’, eren ze in februari 2020 de liefde met tal van liefelijke, passionele vertellingen. Om de dag goed in te zetten, wordt gestart met met een heerlijk ontbijt.

 Pop-up bar

Triënnale Brugge heeft de ambitie om zelfs voor rasechte Bruggelingen telkens weer een onbekende, onbeminde plek op te zoeken voor de installatie van het URB EGG-café. Naar aanleiding van het feestjaar vormt Triënnale Brugge, samen met architectenbureau Dertien12, het voorplein van de Stadsschouwburg om tot een pop-up bar met een verhoogd terras. Voorts: in het kader van de Pre-Triënnale Brugge 2019 staat er een boeiend programma in juli en augustus. De hele zomer lang kunnen bezoekers genieten van de zon en de mooie aanblik van de Koninklijke Stadschouwburg, die ondertussen mooi zal opgeknapt zijn.

Gamen?
En wat met de toekomst? Tijdens het gamefestival Playtime 2020 op 7 en 8 maart 2020 tovert Cultuurcentrum Brugge de Stadsschouwburg om in een reusachtige, digitale gamehal. Hier ontdek je hoe een cultuurtempel in de 21ste eeuw in al zijn glorie blijft boeien. Een nieuwe welkom in het stadstheater van de toekomst. (LF)

(Losse) ticketverkoop zowel op 050 44 30 60, bij Cultuurcentrum Brugge, In&Uit Brugge als online via ccbrugge.be. Cultuurcentrum Brugge is gesloten van 1 juli t.e.m. 15 augustus.

http://www.ccbrugge.be

 

 

 

Lissewege baadt wer in het licht

(foto Matthias Desmedt)

Lissewege, het ‘witte’ polderdorp, wordt op vrijdag 16 en zaterdag 17 augustus nog een tikkeltje gezelliger. Tal van artiesten en de bewoners van Lissewege zorgen door een combinatie van muziek, installaties met vuur en licht, straattheater en honderden kaarsjes voor een intieme, hartverwarmende sfeer in het dorp.

De leerlingen van de stedelijke basisschool Ter Poorten presenteren drie mooie installaties waar ze tijdens het schooljaar intens aan hebben gewerkt onder begeleiding van de kunsteducatieve organisatie De Batterie.

Het is ook uitkijken naar de live video-collages van kunstenaar Sammy Slabbinck en videograaf Jasper van het Groenewoud, de vuurinstallaties van Showflamme, de fluorescerende kunst van Jan Franssen en de verhalen van het  ’t Brugs Vertelcollectief. Zij laten hun licht schijnen op de heldhaftige, magische en ondeugende verhalen uit het witte dorp. Het ‘Lichtkoor’ Cantores wandelt door de straten met fakkels en brengt stemmige a capella. Dit en veel meer maakt van het 21ste Lichtfeest Lissewege weer een editie om naar uit te kijken.

Praktisch

Het hele programma speelt zich af langs een feeëriek parcours en is doorlopend te zien op vrijdag 16 en zaterdag 17 augustus, telkens van 21.00 tot 23.30 uur. Alles is gratis.

http://www.lichtfeestlissewege.be

 

Bijzondere graven krijgen restauratiebeurt op Centrale Begraafplaats

(fotoEDM)

 De Begraafplaats Steenbrugge is een van de oudste begraafplaatsen van Vlaanderen. Het werd aangelegd na 1784 toen keizer Jozef II verbood om nog langer binnen de stadsmuren te begraven. Voor de aanleg kocht het stadsbestuur grond aan het toenmalige Sint-Trudoklooster in Assebroek.

Vandaag beslaat de begraafplaats een oppervlakte van 12 hectare en liggen er 130.000 mensen begraven. In 1979 werd een columbarium (bewaarplaats van urnen) gebouwd en een strooiweide aangelegd. In meer dan 200 jaar van zijn bestaan hebben heel wat bekende figuren daar een rustplaats gevonden zoals Achille Van Acker, kanunnik Duclos, kunstschilder Flori van Acker, architect Louis Delacenserie, Guido Gezelle en heel wat notabelen uit de Brugse geschiedenis. De bijzondere graven worden nu systematisch gerestaureerd.

Sinds de jaren 70 voert Stad Brugge een actief beleid om grafmonumenten te behoeden voor verval. Er werd toen een Commissie van Graftekens opgericht. De dienst Patrimoniumbeheer van Stad Brugge maakt deel uit van die Commissie en staat in voor de restauraties van de belangrijke waardevolle grafmonumenten in stadseigendom. Men trekt hiervoor jaarlijks een budget van ongeveer 30.000 euro uit.

Schepen Minou Esquenet: ‘Dit jaar zijn vijf restauraties in uitvoering gegaan op dit kerkhof. Het gaat om vier neogotische en een neoclassicistisch grafmonument. Voor drie grafmonumenten werd aan het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium gevraagd om een materiaal-technisch onderzoek uit te voeren. Op basis hiervan kunnen we bepalen welke conservatiemaatregelen we moeten inzetten. Sommige monumenten kregen enkel een reinigingsbeurt, bij andere is een ingrijpendere aanpak vereist.’

Bij de restauratie-graven vind je onder meer de indrukwekkende neoclassicistische graftombe van Joseph Francois Ducq, de hofschilder van Willem I. Of het grafmonument voor Eduard Campe, onderpastoor van de Sint-Salvatorkerk, opgetrokken uit witte natuursteen en met een afbeelding van de overledene geknield voor de Madonna. Met deze restauraties wil het stadsbestuur uitzonderlijk funerair erfgoed beschermen en bewaren voor de toekomst. (LF)

 

Auteur Bart Moeyaert (even) sant in egen stad

 ‘Terugkeren? Ik ben niet weggeweest’

 Veel open ruimte was er niet meer te vinden in de propvolle agenda van (jeugd)auteur Bart Moeyaert, maar voor een eervolle huldiging in het Brugse Stadhuis tekende hij onlangs graag present. Of zoals hij in een van de talloze interviews van de voorbije maanden benadrukte: ‘Hier is mijn nest, hier zijn mijn roots, en ik ben uiterst tevreden terug in mijn nest te zijn’.

De aanleiding voor deze huldiging lag voor de hand: het totaal onverwachte binnenhalen van wat men ‘de Nobelprijs voor jeugdliteratuur’ noemt: de Astrid Lindgren Memoriam Award (ALMA). Een prestigieuze onderscheiding met een prestigieuze verloning (460.000 euro). De keuze voor de 54-jarige Bart Moeyaert viel uit een trommel met 246 kandidaten. De voorbije jaren was hij telkens de gedoodverfde kandidaat, maar deze keer was het raak.

De Brugse roots van Bart Moeyaert zijn bekend. Opgegroeid in Sint-Kruis (in de Karel van Manderstraat) als jongste in een nest met zeven jongens (!), waarover een en ander te lezen valt in onder meer Moeyaerts boek ‘Broere’. Vader Moeyaert was een strenge man, zoals toen gebruikelijk, en stapte veeleisend door het leven als onderwijsinspecteur. Het bezorgde hem in onderwijskringen de olijke bijnaam Pupe Moeial. De pijp in de klas, het mocht toen nog, zich bemoeien ook.

Vaders droom voor zijn jongste was (bijna uiteraard) een job in het onderwijs, iets waarvoor de jonge auteur-in-spe meteen al bedankte. Een en ander liep bijgevolg niet altijd van een leien dakje, zo blikt de auteur terug op die tijd: ‘Vader heeft het mij niet gemakkelijk gemaakt. Althans, dat heb ik toch zo ervaren’. Vader Moeyaert mocht dan al een strenge stem zijn in het debat, hij volgde de carrière van zijn jongste telg met grote belangstelling. Hij overleed onlangs op 91-jarige leeftijd en bij het opruimen van zijn archief ontdekte de auteur dat vader stevig gevulde knipselmappen bijhield met artikels die over zijn schrijvende zoon verschenen, netjes geordend en chronologisch genummerd. Kritiek werd niet geapprecieerd, zoals ik zelf eens mocht ervaren na een flauw grapje over een van de eerste succesboeken van de auteur, ‘Kus me’. Bij een strenge recensie noteerde hij: ‘Wat denkt deze man wel?!

Bart Moeyaert (ook nog ‘broere’ van Jan Moeyaert, de man achter het kunstenfestival Watou) debuteerde in 1993 met het veel gelezen en herhaaldelijk herdrukt boekje ‘Duet met valse noten’. Vanaf toen viel het niet meer stil en bleef hij presteren met een breed gamma, van kinder- en jeugdboeken over prentenboeken, poëzie, theater en scripts. Hij hoorde nooit bij één groep. Dat geldt zeker voor het recentste Tegenwoordig heet iedereen sorry’, een jeugdboek dat er weer geen is. Het verhaal vertelt over Bianca die onhandelbaar heet te zijn, maar daar uiteindelijk een nieuwe betekenis aan geeft. Of hoe de auteur zich graag autobio verstopt in zijn verhalen? Het boek verdient overigens al een eervolle pluim voor de prachtige cover, werk van de Koreaanse portretkunstenaar Jong Myeon, wiens werk hij ontdekte via Instagram.

De Astrid Lindgrenprijs, in 2002 in het leven geroepen na de dood van Lindren, geeft de auteur, naar eigen zeggen, ‘heel wat speelruimte’. Meer nog: ‘Door die centen zorgt de prijs ervoor dat ik tijd kan kopen. Het komt op een ongelooflijk goed moment, precies na het verschijnen van ‘Tegenwoordig heet iedereen sorry’. ‘Het geeft mij ook wat rust, want deze prijs veroorzaakt een rollercoaster. Er gebeurt nu ongelooflijk veel tegelijk. Zo weet ik nu al dat ik volgend jaar veel ga reizen.’

 Dat de Zweedse jury unaniem was in haar keuze, maakt de auteur bijzonder gelukkig: ‘Zij kijken op de eerste plaats naar het specifieke van je oeuvre. Zij appreciëren blijkbaar dat ik al jaren opkom voor de eenling (Bianca). Ik heb een boontje voor de zonderling, de mens die aan de rand van de groep staat. Deze mens probeert erbij te geraken, maar tevergeefs, want de groep heeft het zo beslist. Het maakt mij ongelooflijk gelukkig dat de jury dit heeft opgemerkt.’

 In het gesprek na de huldiging ten stadhuize wordt volop gevraagd naar het autobiografische karakter van Moeyaerts verhalen. Dat klinkt niet als een zoveelste verhaal ‘ongelukkige jeugd’. Hij herinnert zich vooral de gelukkige kinderjaren die op twaalf jaar plots ophielden wegens de grote stap naar het (Sint-Leo)college waar hij niet zo’n geweldige tijd beleefde. Van graag tekenen, schrijven en poppenkast spelen naar een wereld die overwegend in punten werd uitgedrukt, was een stap te ver voor de eenling Bart Moeyaert. De Academie in Gent en Brussel brachten later soelaas, maar de druk van thuis bleef groot. Hij hield er, naar eigen zeggen, een zachte faalangst aan over. En toeval of niet, in een recente Knack vertelt de auteur dat hij zelfs zijn handen heeft laten verzekeren. Je weet maar nooit, het ambacht staat voorop.

Mooie literatuur, zeer zeker, maar hoe hou je de iPhone-tokkelende jeugd bij de leesles? ‘Ik vind dat een ingewikkelde discussie, maar één ding staat vast: jongeren appreciëren het live-karakter van lezingen bijvoorbeeld Maar nog belangrijker is de leesbevordering in de lerarenopleiding. Deze studenten zijn de eerste schakel in een ketting, zij moeten alle soorten boeken lezen en dat overmaken aan hun publiek’, zegt Moeyaert.

Uiteraard mag de laatste vraag niet ontbreken: overweegt de auteur om Antwerpen in te ruilen voor Brugge? Er volgt een cryptisch antwoord: ‘Ik ben niet weggeweest.’ Die bekentenis schrijft hij in zwarte stift in het grote gastenboek van Stad Brugge waarin grote namen zich verschuilen achter grote handtekeningen. Opvallend: de kleinste handtekening in het boek is deze van …Albert Einstein.

 En na alle mooie woorden van burgemeester Dirk De fauw en schepen van Cultuur Nico Blontrock neemt Moeyaert aan het slot van de huldiging een geschenk in ontvangst: een grafisch werk van de Brugse kalligraaf Brody Neuenschwander. Stad Brugge die attent omgaat met haar auteurs, het moet een constante worden. (LUC FOSSAERT)

‘Kommil Foo, maar dan vuiler’

 

Preuteleute, een hype? Misschien wel, misschien ook niet. De Oostendse ‘cultband van de vuulle liedjes’ van het duo Alain (Sebastien Dewaele) en Ook Alain (Tom Vanrijckeghem) draait immers al van 2002 mee en wist in de afgelopen jaren al menig zaaltje uit te verkopen. Nadat ze onlangs hun nieuwe theatertournee ‘Nog ene kè’ aankondigden, vlogen al 10.000 tickets de deur uit. En het houdt niet op, want ook Brugge deelt in de prijzen: de voorverkoop voor een show op vrijdag 7 februari 2020 in het Concertgebouw is van start gegaan.

De titel ‘Nog ene kè’ kan een verklaring zijn waarom het stormloopt op de tickets voor Preuteleute, maar ook de bekende ‘acteurskop’ van Sebastien Dewaele zal wel een reden zijn voor het succes. Dewaele is meer dan geregeld te zien in tv-series als onder meer Eigen Kweek, Bevergem, Cargo en De Dag en is in het najaar ook een personage in de thrillerreeks Grenslanders. Toch is de muziek met de soms scabreuze teksten van Alain en Ook Alain zelden te horen op radio en tv. ‘Dat klopt,’ zegt Dewaele. ‘Wellicht haken ze al af na het eerste vuile woord dat meestal in het begin van het lied zit. Het houdt ons niet tegen om zalen uit te verkopen, want iedereen wil de theatershow van Preuteleute gezien hebben.’ Het optreden op 24 januari 2020 in de Koninklijke Stadsschouwburg was in minder dan 24 uur volledig uitverkocht. Aangezien ze enkel nog één keer op een bepaalde locatie optreden en de honger naar tickets groot was, beslisten ze om ook het Concertgebouw in te palmen, goed voor 1.200 zitjes op vrijdag 7 februari 2020.

Bucketlist

‘Nog ene kè’ is een theatershow over bucketlists en andere zaken die je met een emmer doet. Over laatste en eerste keren. ‘Het is een show met oude succesnummers en nieuwe liedjes die we vanaf september zullen schrijven. In het najaar ondernemen we enkele try-outs in huiskamers om volledig klaar te zijn voor de grote podia. Vergelijk onze show met die van Kommil Foo, maar dan wat vuiler’, grapt Tom Vanrijckeghem. (ADC)

 

Tickets via http://www.COMEDYSHOWS.be

 

Watou 2019: ‘Over vijf jaar staat Saudade in Van Dale’

 

Nog tot en met 1 september openen de deuren van enkele bijzondere locaties in grensdorp Watou zich opnieuw voor het Kunstenfestival Watou. Met als overkoepelend thema ‘Saudade – Niets bestaat dat niet iets anders aanraaktbrengt men er tijdens deze 39ste editie verzamelde verhalen van kunstenaars en dichters samen langs het parcours doorheen het dorp.

 

Het campagnebeeld voor de affiche werd getekend door Laura De Coninck. Als beeldend kunstenaar met veel aandacht voor de verbinding tussen taal en beeld weet Laura woorden om te zetten naar sprekend beeld. De werelden die haar vader, Herman de Coninck, op zijn unieke manier met de juiste woorden kon oproepen, roept Laura op met dezelfde authenticiteit. Ze doet dat via een ingetogen samenspel van lijnen, beelden, inkt, verf en papier. Laura doet met haar recentste werk een oproep naar ambassadeurs voor ‘saudade’. Ze maakt zich sterk dat het woord over vijf jaar in Van Dale kan staan.

Onvertaalbaar woord

Het tot nu toe onvertaalbare Saudade is Portugees en staat voor een manier van zijn. Het omvat de voortdurende onzichtbare aanwezigheid van onbestemde weemoed en de eindeloze zoektocht naar iets waaraan we niet eens een welomschreven herinnering hebben. De mijmeringen die het woord oproept, komen neer op heimwee, nostalgie en weemoed met een niet concreet aanwijsbare oorsprong. De Portugese cultuur en het dagelijkse leven van de Portugezen is ervan doordrongen. Zij zijn er fier op en claimen het als een nationale trots. Watou 2019 voegt er de quote Niets bestaat dat niet iets anders aanraakt uit de roman Bezonken Rood van Jeroen Brouwers toe. Onze levens zijn doorweven van toevallige voorbijgaande ontmoetingen met elkaar, met de dingen rondom ons, met onze dagelijkse omgeving en met andere culturen.

Tijdens Kunstenfestival Watou brengen onder andere kunstenaars Stefaan De Croock, Joseph Klibansky, Marion Moskowitz, Nicholas Lamas, Wiame Haddad, Zeger Reyers en Michel François hun interpretatie van het thema in woord en/of beeld.

Daarnaast kunnen op weekend- en feestdagen de bezoekers opnieuw een keuze maken uit de gevarieerde Zomerzinnen. Op het programma staan onder andere boeiende auteurslezingen, meeslepende voorstellingen, fijne workshops en verrassende optredens. Voor de jongste bezoekers is er steeds een interactief kinderparcours voorhanden. (LF)

Open van woensdag tot zondag (11 tot 19 uur). Op maandag en dinsdag gesloten. Tickets: 19,5 euro. Festivalhuis, Watouplein 12. Volg Kunstenfestival Watou op Facebook en Instagram om op de hoogte te blijven van alle activiteiten.

 

 

Waarheen met de Reiefeesten?

 

Je vindt het in artikel 378 van het Brugse Beleidsprogramma 2019-2024: ‘We onderzoeken of Brugge Plus de Reiefeesten op een vernieuwende wijze kan organiseren.’ Oud-journalist Eric Van Hove nodigt de creatieve krachten in de stad uit om na te denken om ‘heel toekomstgerichte, onvoorspelbare, maar juist daarom heel authentieke acties en evenementen op het water te plannen’. En hij hoopt tegelijk dat dit de nieuwe standaard zal worden: ‘verwacht het onverwachte…’.

Om de ontstaansgeschiedenis van de Reiefeesten te schetsen, moeten we nu al een goede halve eeuw terug in de tijd. De eerste editie vond plaats op 3 augustus 1963. Het was een idee van wijlen Florent Machiels, die lid was van het Comité voor Initiatief, een comité van welwillende Bruggelingen dat zich gevormd had na de inhuldigingsplechtigheden van burgemeester Pierre Vandamme, in 1956. ’t Was toen nog het oude Brugge van voor de fusie: de randgemeenten Sint-Andries, Sint-Michiels, Assebroek, Sint-Kruis, Koolkerke, Dudzele en Lissewege leidden toen nog een eigen leven. En in het ‘oude Brugge’ zelf had de nieuwe bisschop Emilius-Jozefus Desmedt aan de toen 86-jarige Brugse burgervader Victor Van Hoestenberghe per brief laten weten ‘dat het ogenblik gekomen was om ontslag te nemen’. En zo geschiedde: als trouwe soldaat én vrome katholiek bediende Van Hoestenberghe de Brugse bisschop meteen op de ‘wenken’. Zo ging dat toen…

Pierre Vandamme, de man die na Wereldoorlog II als voorzitter van de MBZ en schepen van Openbare Werken de wederopbouw van de haven van Zeebrugge én de prille industrialisatie aan de Pathoekeweg had benaarstigd, volgde Van Hoestenberghe op. Maar Pierre Vandamme wou bij zijn ambtsaanvaarding meteen laten voelen dat er in Brugge een nieuwe wind zou waaien. Hij wilde in de verschillende Brugse wijken contact leggen, zeg maar een soort ‘Buurt aan de beurt’ avant la lettre.

Op Sint-Anna, in Sint-Jozef en in Zeebrugge-dorp werd de nieuwe burgervader – in groot ornaat, met traditionele burgemeestersteek – enthousiast ontvangen, maar een aantal actieve Bruggelingen vonden dat dit op meer gestructureerde manier moest gebeuren en dat Brugge voortaan ook meer oog moest hebben voor publieke evenementen. De namen van die pioniers? Etienne Claeys, Emile Tytgadt, Florent Machiels, Frans Vromman… Zij richtten een vzw op, het Comité voor Initiatief, dat met de Reiefeesten in 1963 stevig van wal stak.

Tienduizenden bezoekers

Die eerste editie in 1963 was met 26.214 bezoekers meteen een schot in de roos. Het budget bedroeg amper 275.000 Belgische franken, omgerekend zou dat nu nog geen 7.000 euro zijn. Er kwam een vervolg, eerst om de twee jaar, dan om de drie jaar, tenslotte om de vijf jaar. In 1976 schakelde men voor het eerst de Burg in als tafereel en in 1986 bereikte men met 58.000 bezoekers een piek. Om de zoveel jaar kwam het wel tot een hernieuwing van enkele historische taferelen, maar voor het algemene schema zélf bleef alles bij het oude, zozeer zelfs dat op een bepaald ogenblik de nieuwe voorzitter van het Comité voor Initiatief, Eddy Vaneylen, ruiterlijk moest toegeven ‘dat er sleet zat op de formule’. In 2014 zette men er dan ook een punt achter: te weinig middelen, maar vooral ook: niet meer mee met de tijd.

Brugge en water

Nochtans: Brugge en het water, je kunt beide moeilijk los van mekaar zien. Brugge wordt nog vaak ‘het Venetië van het Noorden’ genoemd en de Bruggelingen laten zich dat welgevallen. Toch leerde Marc Ryckaert ons in ‘De Brugse Reien’ al dat die vergelijking een beetje overmoedig is: ‘Venetië telt 177 kanalen, Brugge (ruim gerekend!) slechts een twintigtal, plus de vesten. In Venetië zijn er 445 bruggen, in Brugge een zestigtal. Het zijn cijfers die tot enige bescheidenheid manen. Toch is de vergelijking niet geheel onterecht. Zelfs al is in Brugge het water niet alomtegenwoordig zoals in Venetië, toch bepaalt het ook hier in sterke mate het stedelijk landschap én de algemene sfeer. Zonder water zou Brugge een andere stad zijn.’

Dat we dus op zoek zijn om met of rond dat water een publiek evenement te organiseren , daar kun je moeilijk tegen zijn. Alleen zou het natuurlijk van weinig moed en/of verbeelding getuigen als Stad Brugge nu plompweg een oude formule uit de 20ste eeuw opnieuw zou gaan recycleren. We zijn ondertussen een halve eeuw verder, en de laatste jaren hebben we onder meer met de Triënnales bewezen dat we hier ook op een andere manier met water kunnen omgaan: niet meer het statische schouwspel van historische verhalen uit de middeleeuwen of het Ancien Régime, maar meer hedendaagse of toekomstgerichte architecturale constructies, die juist uitnodigen tot betrokkenheid, spel en plezier.

Triënnale 2015 en 2018

Het begon al tijdens de Triënnale 2015 met de Canal Swimmers’ Club, het waterplatform dat het Japanse architectencollectief Atelier Bow-Wow hier in samenwerking met het Brugse bureau Dertien12 aan de Carmersbrug realiseerde: een soort atelier op het water, een vrijplaats waar (vaak jonge) Bruggelingen toeristen en vooral ook mekaar konden ontmoeten, waar ze konden verpozen, ontspannen en dromen. ‘In een door de Unesco beschermde en dus aan sterke regels onderworpen omgeving kan plots weer van alles’, kon men in het programmaboekje lezen. Maar het klopte ook…

Drie jaar later was de Vloeibare Stad of Liquid City zelfs het uitgangspunt van de Triennale 2018 en trokken de Minne Floating School van Kunlé Adeyemi aan het Minnewater, the Floating Island van de Koreaanse architectuurstudio OBBA aan de Lange Rei of het drijvende Selgascano Pavilion aan de Coupure de aandacht van Bruggelingen én bezoekers. Een zwemplatform, een ontmoetingsruimte, ja zelfs een klaslokaal en een tentoonstellings- en presentatieruimte op het water, het kon allemaal. De architecten en kunstenaars nodigden publiek en inwoners uit om samen de vloeibare stad te verbeelden.

Voor Brugge was dit zeker een stap voorwaarts. Meer zelfs: moeten we verder op bouwen. Het zou niet logisch aanvoelen om driejaarlijks markante architecten en internationale kunstenaars uit te nodigen voor een Triënnale hartje binnenstad, maar dan in de tussenseizoenen op onze Brugse reien telkens opnieuw een retro-spektakel gaan opvoeren. Neen, voorwaar: plus est en vous.

 Verwacht het onverwachte

Vandaar dat ik graag een oproep richt aan schepen van Cultuur Nico Blontrock, die bewezen heeft dat hij uitdagingen aandurft. Hij kon op 56-jarige leeftijd op zijn gemak nog tot aan zijn pensioen de altijd vriendelijke presentator blijven van populaire Radio-2-programma’s, maar hij koos ervoor om uit zijn comfortzone te treden en de politiek in te gaan. Geen gemakkelijke keuze, zeker in een tijd waarin veel politici – heel vaak ten onrechte – in de pers en op sociale media vaak kritiek en beschimpingen te verduren krijgen. En wat meer is: hij slaagde ook met brio in zijn opzet. Eerst schoot hij als nieuwkomer zomaar de top-5 van de Brugse politici binnen. Met 3.565 voorkeurstemmen zelfs meer dan pakweg de gewezen toekomstige burgemeester van Brugge Pol Van den Driessche, die op 3.408 bleef steken. Vervolgens ging hij resoluut voor het schepenambt cultuur, ook geen vanzelfsprekende keuze. En nu geen twee zonder drie, het moeilijkste moet nog komen: in de komende jaren metterdaad bewijzen dat vroegere critici ongelijk hebben.

Dat laatste zal echter niet kunnen door de platgetreden paden verder te bewandelen. Ook Brugge zal uit zijn comfortzone moeten komen, als we hier aan de toekomst willen bouwen. Dit is een uitnodiging, ook voor de creatieve krachten in deze stad: eer onze historische kern, het water, door er juist heel toekomstgerichte, onvoorspelbare, maar juist daarom heel authentieke acties en evenementen op te plannen. Geen weg terug, veilig maar al te bekend, nee, laat dit de nieuwe standaard worden: verwacht het onverwachte… (ERIC VAN HOVE)

Het Brugse landschap doorgrond

 

In 2011 verscheen ‘Op het raakvlak van twee landschappen’, een leerrijk boek over de vroegste geschiedenis van Brugge en regio, dit naar aanleiding van de tentoonstelling ‘Uit goede bron’ in het Gruuthusemuseum. De belangstelling was groot, het begeleidende boek snel uitverkocht. ‘Het groene boek’, zoals het werd genoemd, werd meteen een basiswerk ten dienste van zowel leek als wetenschapper. De nieuwe uitgave is nu verkrijgbaar en biedt een ‘herziene en uitgebreide uitgave.’

De ruggengraat van deze heruitgave blijft een chronologisch overzicht van de vroegste geschiedenis van Brugge en ommeland. Dat verhaal vangt aan omstreeks 40.000 jaar geleden en loopt uit naar het begin van de twaalfde eeuw met de moord op graaf Karel De Goede (1127). Als lezer word je meegevoerd in leven en welzijn van de vroegste bewoners, in hun zoektocht naar voedsel. Later komen de Romeinen, gevolgd door de Merowingers, de Karolingers en zelfs de Vikingen.

Opmerkelijk: de regio die onder de loep wordt genomen, is veel ruimer dan Brugge en omgeving. Het strekt zich uit van Oudenburg tot Aardenburg. Samen met Torhout spelen ze een belangrijke rol in het ontstaan van Brugge in de negende eeuw, wanneer de graaf zich in Brugge vestigt.

Het boek ‘Op het raakvlak van twee landschappen’ bevat een overzicht van alle informatie uit archeologische bronnen. Heel wat verspreid en/of ongepubliceerd materiaal werd hier gebundeld.

EXit: Waarom een nieuwe uitgave?

Bieke Hillewaert (Raakvlak): ‘Bijna tien jaar na het eerste boek was de nood aan een herwerkte versie groot. Gegevens uit recent archeologisch onderzoek werden hierin verwerkt. Er zijn vooral veel nieuwe gegevens over de Romeinse aanwezigheid in de kustvlakte en over het prille Brugge. De kaarten werden herwerkt en het aantal kaderteksten verdubbeld.’

EXit: Zijn er nog highlights?

Bieke: ‘Zeker. In tegenstelling tot wat lang werd gedacht, kwam de zee niet tot Brugge en waren er evenmin transgressies en regressies. Ook: een stenen castellum heeft Brugge in de Romeinse tijd nooit gehad, wel een handelsplaats in Fort Lapin. De eerste vermeldingen van de naam Brugge komen er rond 850 na Christus. De oudste munten suggereren dat Brugge in de eerste helft van de negende eeuw het centrum van de streek was. Er is ook vastgesteld dat de Reie, een bescheiden riviertje, over een brede overstromingszone beschikte.’ (LF)

‘Op het raakvlak van twee landschappen, de geschiedenis van Brugge voor Gruuthuse’ is (bijzonder mooi) uitgegeven door Uitgeverij Van De Wiele.

Win kaarten voor Golden Years Open Air

Op zaterdag 17 augustus vindt op de prachtige locatie DOK 54 Pathoekeweg 54 in Brugge een editie van Golden Years plaats in open lucht. Het concept van Golden Years gaat al jaren mee en blijft ongewijzigd, ook voor deze eerste keer in ‘Open Air’: door de boxen schallen steevast de beste nummers uit de jaren 60-70-80-90. Organisator Kurt Deklerck: ‘Aangezien we er een lange, maar bijzondere leuke dag van willen maken, is iedereen al welkom vanaf 14.00 uur. We gaan door tot 3.00 uur ’s nachts dankzij de skills van geen twee maar vier platenruiters. Dj Manu en dj Cissen zijn onze vaste waarden als we de Golden Years-fuif in Het Entrepot organiseren. Zij krijgen op DOK54 versterking van dj Medley en dj Kurt.’

Kaarten voor deze GOLDEN YEARS OPEN AIR EDITIE kosten 7 euro in voorverkoop en 10 euro aan de ingang, maar EXit mag vijf gratis kaarten wegschenken. Mail uw naam en adres naar exitbrugge@gmail.com om deel te nemen aan deze wedstrijd. Succes! (ADC)

http://www.goldenyearsopenair.be    

 

%d bloggers liken dit: