Exit Magazine

Maandelijks Brugs Cultuurblad

Categorie Archieven: EXit

Belpop uit de 80’s herleeft in de Stadsschouwburg

De jaren tachtig waren prachtig. Althans op muzikaal vlak. We denken dan ook met heimwee terug aan al die mooie muziek van Belgische makelij. Op zaterdag 22 januari 2022 worden we met graagte gekatapulteerd naar thee eighties: in de Stadsschouwburg brengen Marcel Vanthilt, Jo Lemaire, Peter Slabbynck en Elsje Helewaut onder het goedkeurend oog en oor van Gust De Coster hun beste nummers uit die periode.

Ere wie ere toekomt: het was radioman Gust De Coster die de naam ‘Belpop’ heeft bedacht, een noemer waar alle tricolore muziek uit ons landje (nog steeds) onder past. T.C. Matic, The Machines, Allez Allez, 2 Belgen, The Scabs, Red Zebra, The Kids, Luna Twist, Elisa Waut, De Kreuners en ga zo maar nog een tijdje verder. Elke groep kleurde dat grauwe decennium in met muziek die – vier decennia later – bijzonder goed de tands des tijds heeft doorstaan. In de Stadsschouwburg gaan vier protagonisten uit de eighties aan de slag met hun eigen nummers en verrassende covers. ‘Mijn broer Hans is al volop bezig aan de voorbereiding van ons optreden’, zegt Elsje Helewaut van Elisa Waut. ‘Zowel Marcel Vanthilt, Jo Lemaire, Peter Slabbynck als ik zullen elk een paar eigen nummers zingen, maar ook enkele nummers spelen uit de tachtiger jaren. Gust zal ons tussendoor interviewen. Het wordt een boeiende avond.’

EXit: Welke herinneringen koester je aan die 80’s-periode?

Elsje Helewaut: ‘Als ik aan die periode terugdenk, dan vind ik toch dat we mooie jeugdjaren hebben beleefd, zeker als je dat vergelijkt met hoe de jeugd nu alles moet ondergaan. Let op, er waren ook moeilijke momenten, het was niet allemaal rozengeur en maneschijn, maar er was een bloeiende Belgische scene, er heerste veel creativiteit. Er wordt nu nog altijd veel inspiratie geput uit die periode.’

EXit: Koester je heimwee naar die tijd?

Elsje: ‘Het was een toffe tijd die de bouwstenen leverde voor ons verder leven. Chery (Derycke, haar man en bassist van Elisa Waut, NVDR) en ik waren toen ook net een koppel. We waren jong en de wereld lag nog aan onze voeten. In de huidige tijdsgeest zou ik nu niet meer jong willen zijn. We koesteren mooie herinneringen aan de jaren tachtig, maar ik probeer te leven in het nu. Ik ben geen nostalgisch type. Als ik negentig ben, zal ik misschien anders spreken. (lacht)

EXit: Verlang je weer naar het podium?

Elsje: ‘Mijn laatste optreden was ook in de Stadsschouwburg tijdens de uitreiking van de Brugotta Awards (september 2020). Met de Metronoomband van Steven Van Havere als begeleidingsgroep, die band heeft dat trouwens schitterend gedaan. Met mijn broer Hans zal het wellicht dichter bij het geluid van de eighties aanleunen, zoals in de beginperiode van Elisa Waut. Ik kijk er echt wel naar uit, want tot nu toe waren mijn optredens beperkt tot in mijn eentje zingen in de tuin en in de badkamer.’  

EXit: Ben je nog aan het broeden op nieuwe nummers?

Elsje: ‘In mijn binnenste ben ik altijd aan het broeden op nieuwe muziek. De goesting om te musiceren is steeds aanwezig en niet alleen voor Elisa Waut. De coronacrisis zorgde er wel voor dat ik niet altijd ruimte kreeg voor veel creativiteit. We runnen een winkel en een B&B en de coronacrisis heeft ons, net zoals voor vele anderen, voor heel wat uitdagingen gesteld. Weet je, ik heb nog maar onlangs Spotify ontdekt. Voor mij is dat een ware openbaring! Ik was daar eerst niet zo voor te vinden, maar onze cd-speler met 50 cd’s kan daar niet tegenop. Fantastische uitvinding! We zijn bij wijze van spreken van 50 naar 5 miljoen cd’s gegaan. Spotify heeft weer veel muziek in mijn leven gebracht en de band met muziek – vooral nieuwe – versterkt. Dat doet kriebelen om zelf weer iets te doen. Er is wel geen druk meer. Het maakt nu niet zoveel meer uit, we zijn toch al oud. Een jaar meer of minder, we malen er niet meer om.’

EXit: Elisa oud!

Elsje: ‘Haha, ja, maar ik voel me nog altijd zeer jong, hoor.’ (ADC)

_____

http://www.ccbrugge.be

Vandewoude & Bosschaert & dappere duif

Een van de meest productieve Brugse jeugdauteurs, en illustrator, is Greet Bosschaert (1964). Eventjes nageteld komt ze in de buurt van iets meer dan 35 boeken. Beroepshalve is ze deeltijds aan de slag in het sympathieke ‘schrijfwinkeltje’ Symposium in de Oostmeers. Voor de andere helft illustreert ze vooral verhalen van collega-auteurs met een voorkeur voor de jongste lezers.

Zopas verscheen alweer haar nieuwste exemplaar, Duif en Muis, een schattig boekje van ruim 120 pagina’s waarvan het verhaal uit de pen is gekropen van die andere Brugse jeugdschrijfster Katrien Vandewoude. Bosschaert illustreert alweer met de voor haar zo typische collage-stijl.

Duif & Muis is een verhaal met verschillende lagen en gaat over opgesloten zitten en het uitbreken naar de vrijheid, een thema dat in coronatijden gevoelig ligt. Zowel in tekst als in beeld krijgen de duif en de muis elk een eigen persoonlijkheid. Een gastrolletje is er voor ‘de journalist(e)’ die hoopt dat ze met haar ‘schrijfsels’ iets in beweging kan zetten.

Wie is wie?

Bosschaert debuteerde in 2001 met Durf ik? en is de dochter van  kunstenaar Renaat Bosschaert (die in 2006 overleed).

Katrien Vandewoude (1955) groeide op in Opwijk. Van zodra ze kon lezen, verslond ze verhalen. Al haar boeken verzamelde ze in een grote houten kist die in de hoek van haar kamer stond. Talloze keren las ze de verhalen opnieuw. Later ging ze naar de bibliotheek, maar ze vond het nooit fijn om een mooi boek weer in te leveren. Toen ze ontdekte dat er een wereld in geschreven woorden bestond, begon ze er zelf een te schrijven. Met veel plezier maakte ze tekeningen bij haar verhaaltjes, maar de woorden lagen haar beter. Vandewoude studeerde geschiedenis aan de UGent en werkte een tijdje in de universiteitsbibliotheek. Daarna verhuisde ze naar Brugge. (LF)

____

‘Duif en Muis’, Katrien Vandewoude en Greet Bosschaert, De Eenhoorn, 128 blz.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Gezelles graphic poem

Guido Gezelle schreef enkele van de mooiste natuurgedichten uit de Nederlandse literatuur. De taal in zijn gedichten is meesterlijk, de vorm afwisselend en virtuoos. Toch leefde hij in de 19e-eeuwse stad, plek van industrialisering en grauwe verstedelijking. Op vraag van het Gezellearchief en Poëziecentrum verkennen inleider Geert Buelens en multitalent Lies Van Gasse wat Gezelles natuurlyriek verbindt met onze leefwereld. Zo blijkt hij ons ook in de 21ste eeuw nog heel wat te vertellen te hebben.

Hoe klassiek de gedichten van Gezelle ook zijn, hun thematiek is brandend actueel. In een ritmische, muzikale en zingbare taal brengt hij de natuur in beeld. Wat klein is, wordt groot in zijn gedichten. Lies Van Gasse gaat volop in dialoog met het werk van Gezelle. Rondom een persoonlijke selectie uit zijn gedichten weeft ze een tekstloos graphic poem dat niet alleen de gedichten illustreert, maar ze ook van een nieuwe context voorziet. Want had Gezelle vandaag de dag geleefd, was hij dan een dichter geweest of een KSA-leider, een klimaatactivist, een vogelspotter?

Het boek is een coproductie met het Guido Gezellearchief van de Openbare Bibliotheek Brugge naar aanleiding van het eigentijdse belevingsplatform gezelle.be. (LF)

Een museaal topstuk keert naar Brugge terug

De Denen laten er geen gras over groeien. Een absoluut topstuk, de zegelstempel van Graaf Boudewijn IV, dat ze voor twee jaar in leen geven aan het Gruuthusemuseum, wordt omkaderd met de meest strenge veiligheidsvoorwaarden. Kijken mag op de tentoonstelling ‘Verhalen uit de ondergrond/ Brugge in het jaar duizend’, aankomen niet.

Het specimen is een kleine loden zegel die de graaf gebruikte om zijn ambtelijke documenten te ‘authentiseren’, zijnde een koninklijk privilegie. Eigenaardig: blijkbaar niemand weet precies hoe dat belangrijke voorwerp in Denemarken is terechtgekomen. Mogelijke uitleg: de handelscontacten tussen middeleeuws Brugge en de Vikingen. Gestolen kan ook natuurlijk. Wel zeker is dat het topstuk in 1906 in het Deense Nationaal Museum is beland.

De zegel is een kunstwerkje en weerspiegelt het karakter van de ambitieuze graaf: majestueus zittend , met speer en zwaard of lans. De aanwezigheid van het stuk wordt straks benut voor wetenschappelijk onderzoek. Het wordt ook voor de eerste keer 3D-gescand waarvan nadien een replica wordt geprint.

Aanvullend op deze vondst benut Archeologie Brugge de zegel voor de tentoonstelling ‘Verhalen uit de ondergrond/ Brugge in het jaar duizend’. De expo toont de belangrijkste archeologische sites in en rond de stad. (LF)

______

Praktisch: Gruuthusemuseum, Dijver 17 C, tot 27 oktober 2023. Open van dinsdag tot en met zondag. www.brugge.be/ondergrond

Werk van Line Boogaerts in het Arentshuis

‘Ik wil vooral die meerstemmigheid laten spreken’

In het Arentshuis is begin december ‘é-change’ gestart, de laatste expo binnen het project ‘Mind the Artist.’ Kunstenares Line Boogaerts ging daarvoor aan de slag met enkele Congolese kunstenaars. Ze presenteert hun gezamenlijke werk in een eigenzinnige enscenering. ‘é-change’ refereert aan Congo, aan ons koloniale verleden, maar ook aan Frank Brangwyn aan wie het museum is gewijd. Boogaerts brengt alle elementen samen tot een verrassend, hedendaags geheel.

EXit: Congolese kunst in het Arentshuis. Het is op zijn minst een opvallende combinatie?
Line Boogaerts:
‘Om te schetsen hoe dit project tot stand is gekomen, geef ik eerst wat toelichting bij het artistieke parcours dat ik nu al enkele jaren volg. Mijn werk bestaat hoofdzakelijk uit vergankelijke tekeningen op vensters. Ze dienen voor mij als canvassen. Ik gebruik daarbij een mengsel van olie en pigment, en ga aan de slag met schoonmaakmateriaal, zoals borstels of ruitenwissers. Achteraf veeg ik mijn tekeningen weer weg. Mijn kunst is dus vluchtig en kan in die zin ook als performance worden opgevat. Inhoudelijk speel ik met de grens tussen binnen en buiten, tussen privé en openbaar. Ik voeg ook telkens lagen toe, als een filter op de werkelijkheid. Binnen dat thematische kader werd ik in 2019 uitgenodigd door het Centre d’Art Waza in Lubumbashi voor een residentie.’ 

EXit: Wat deed je daar concreet?
Line:
‘Ik wilde daar vooral mijn onderzoek rond die vensters voortzetten. Lubumbashi is, na Kinshasa, de tweede grootste stad van Congo. Er zijn heel wat grote, koloniale gebouwen met grote ramen. Het Centre d’Art is er zelf één, maar daarnaast trok ik ook de stad uit. Ik wilde alle lagen van de bevolking bij dit project betrekken. Daarom week ik ook uit naar de ‘parcelle’ met ‘mobiele vensters’, ontworpen door een lokale schrijnwerker. Ik plaatste die binnen die typische Congolese woonbuurten en ging er in dialoog met de bevolking. De opnames van dat project gebruik ik voor de expo in Brugge. Het gaat daarbij om mijn tijdelijke tekeningen, maar niet het minst ook om de geluiden. Die swingende kleuren, het constante geroezemoes, de toeterende auto’s … bepalen heel erg de sfeer in de stad en die wil ik naar Brugge brengen.’

EXit: Wat krijgt het publiek in het Arentshuis te zien?
Line:
‘In eerste instantie wordt mijn project met de mobiele vensters binnen de expo geïntegreerd, maar ik heb tijdens mijn verblijf in Zuid-Afrika ook samengewerkt met enkele andere kunstenaars. Ook die betrek ik binnen de tentoonstelling. De eerste is Paul Malaba, een jonge Congolese kunstenaar. Hij is autodidact, striptekenaar en heeft een heel eigen stijl. Met hem tekende ik een werk op vensters in een museum in Lubumbashi, een monumentaal koloniaal gebouw, sterk in contrast met de ‘parcelle’. We gingen elk aan één kant van de ramen aan de slag. De manier waarop we werkten, was symbolisch. Onze tekeningen belemmeren de manier waarop we naar de wereld kijken. Hij kijkt vanuit zijn achtergrond naar ons, ik probeer dat omgekeerd te doen vanuit onze westerse maatschappij. We hebben dat proces gefilmd en verwerkt in een video-installatie ‘é-change’ die het centrale werk binnen de Brugse expo vormt.’

EXit: Ga je in Brugge ook tekenen op vensters?
Line:
‘Het idee van een laag te leggen over de realiteit zit in Brugge vooral verweven in de scenografie. Johan Lagae is gespecialiseerd in koloniale architectuur van Congo. In Lubumbashi werden tijdens de koloniale periode heel veel muren gebouwd. Die dienden als segregatie tussen de knechten en de kolonialen. De muren waren een soort van vrijplaatsen, een plek waar de lokale inwoners even verlost waren van de blik van hun oversten en vrij konden opereren. Het idee van gaten in de muren heb ik meegenomen. In het museum zullen muren worden gebouwd met kijkgaten waarin je de kunstwerken zult kunnen zien. Tegelijk is dit opnieuw een verwijzing naar hoe we blinde vlekken hebben in het kijken naar de wereld en naar de geschiedenis, ook en vooral naar die van Congo.’

EXit: Wie zijn de andere kunstenaars?  
Line:
‘Célestin Kabuya behoort tot een groep kunstenaars die in de jaren 1950 aan de koloniale Académie des Beaux-arts in Elisabethville (Lubumbashi) studeerden onder leiding van de Belgische kunstenaar en docent Laurent Moonens. Kabuya behoort tot een eerste generatie van Congolese kunstenaars die onderbelicht bleef en die het verdient om opnieuw onder de aandacht te worden gebracht. Met hem heb ik een tekening gemaakt. Ik ben gestart met een ontwerp, hij vulde aan. Onze kalktekening heb ik laten omzetten in blauwdruk.’

EXit: Hoe verweef je dit alles met het werk van Brangwyn?
Line
: ‘Brangwyn verbleef jaren terug ook in Zuid-Afrika en zijn reizen hebben zijn werk heel erg beïnvloed. Hij kreeg destijds de opdracht om de zogenaamde ‘British Empire Panels’ te creëren. Die moesten een beeld geven van het leven in de Britse kolonies. De voorschets is vandaag nog steeds te zien op de eerste verdieping van het museum. Brangwyn beschouwde deze reeks als het hoogtepunt van zijn loopbaan. De doeken geven weer hoe divers het toenmalige Britse imperium was, van planten tot dieren en mensen. De kleuren zijn flamboyant, zonnig en vrolijk. Ik vroeg de Belgisch-Congolese kunstenares Muabana (Ornella Ngomba) om daarmee aan de slag te gaan.’

EXit: Wat is het resultaat?
Line:
‘Muabana heeft door haar afkomst – ze is Congolese, maar woont wel al haar hele leven in België – een heel eigen visie op de feiten. Zij schreef een stuk ‘spoken word poetry’ dat als video-performance in het museum te zien is, in dezelfde ruimte als de voorschets van de ‘British Empire Panels’. Binnen het gedicht geeft ze haar mening rond de beeldvorming van de zwarte medemens in onze westerse musea. Ze grijpt op eigenzinnige manier in op de vaste collectie en geeft het werk van Brangwyn een heel frisse toets.’

EXit: Je blaast het stof van Brangwyns oeuvre?
Line:
‘Na vele jaren is Brangwyn helaas van het artistieke toneel verdwenen, maar hij was in zijn tijd een topkunstenaar met meer dan 12.000 creaties op zijn naam. Hij nam deel aan belangrijke Biënnales en was een echt multi-talent. Hij beheerste verschillende schildertechnieken, was graficus en ontwierp onder invloed van de ‘Arts and Craft-beweging’ ook meubels, tapijten, glasramen en zelfs juwelen. Binnen de vaste opstelling staan enkele meubels van zijn hand, en daar heb ik twee video-installaties in geïntegreerd. Van zijn schilderij ‘Kamelen aan de oever van de Nijl’ heb ik een hedendaagse ‘remake’ geschilderd. ‘Colours of Brangwyn’ heb ik het genoemd, een ode aan de sprankelende kleuren in zijn aquarel.’

EXit: Is deze expo een aanklacht tegen het koloniale regime?
Line:
‘Ik wil met deze expo niet per se een statement maken. Ik ben zelf een kind van mijn tijd en bekijk dat verleden vooral vanuit mijn eigen wereld. Ik heb niet de pretentie om bepaalde ideeën op te dringen. Dit is veel groter dan ik zelf ben, vandaar die bewuste keuze om meer kunstenaars een platform te geven. Het gaat mij om die meerstemmigheid en vooral om de gelijkwaardigheid daarin. De expo draait anderzijds wel om die ‘blinde vlekken’, om zaken die door de tijd heen verborgen zijn gebleven. In die zin laat ik het publiek graag zelf nadenken. Het is aan hen om een mening te vormen en tot een eigen visie te komen.’ (RD)

____

Info é-change, tot 13 maart 2021 in het Arentshuis, www.museabrugge.be

Lieve Bruggeling

Ik geef het toe: ik ben ergens opgelucht dat dit jaar erop zit. Dat we de deur mogen dichttrekken van wat we dachten een ander en beter jaar te zijn. Voor ik begin, wil ik je zeggen dat ik het liefst mijn armen om je heen sla en zo laat weten dat ik dit jaar vooral de zachtheid en nabijheid heb gemist. Maar ik hou me nog een beetje in. Als het zorgpersoneel zich ondanks alles staande weet te houden, moet ik dat ook wel kunnen en doen.

In deze brief wil ik nog één gedachte over het virus delen. De besmettelijkheid herinnert ons eraan hoe hard wij als mensen eigenlijk met elkaar verbonden zijn. Voor het indammen van een hardnekkig virus is dat nefast, dat hoef ik jou natuurlijk niet te vertellen. Maar in tijden van eindeloze schermtijd zouden we dat haast vergeten. Als ik er zo een tijdje naar kijk, biedt me dat, hoe bizar ook, een vorm van schrale troost.

Want waar een hart een ander hart raakt, hoe kortstondig en onverwachts ook, wordt troost gezaaid. Misschien wil ik je dat alvast voor het nieuwe jaar wensen: mensen die voor jou troost blijven zaaien.

Het is een moeilijk te geloven paradox, maar 2021 werd voor mij ook het jaar van mijn grote kinderdroom waarmaken. Begin maart dook mijn debuutverhalenbundel ‘Het water vangen’ de wijde wereld in. Een wereld die op dat moment nog op slot was. Ik mocht niet vieren hoe ontzettend trots ik was op dit boek waar ik drie jaar lang dagelijks ben mee bezig geweest.

Maar ik wil het niet alleen over mij hebben, ik wil het vooral over ons hebben. Wij oefenen ons ondertussen al meer dan een jaar op dat stretchen van onze geest, ons werk, onze vriendschappen, onze familietradities, onze doorzetting, ons verlangen. Wat ik wil zeggen: jij bent je uiterste best blijven doen om het hoofd te bieden aan zoveel onzekerheid. Ik wil je een schouderklopje geven. Ik wil je zeggen hoe ontzettend ik je hiervoor bewonder.

2021 gaf ons misschien niet wat we gehoopt hadden. Ik zou het voor je tussen haakjes kunnen zetten, het liefst zet ik al het nare van 2021 voor je tussen haakjes. Het liefst doe ik je een zakje haakjes cadeau voor het nieuwe jaar, just in case.

Ik weet niet hoe gelukkig jij in 2021 bent geweest. Geluk vind ik vaak zo ingewikkeld en ook bijzonder lastig om te meten. Daarom spreek ik liever over dankbaarheid. Dankbaarheid laat zich opsommen in lijstjes. Ik ben dankbaar voor jou, lieve lezer, dat ik je hier in deze woorden mag ontmoeten. Ik ben dankbaar voor: de ochtendzon, koffiegeuren in het appartement, de glimlach van een kind, hoe ik in Brugge blijf thuiskomen, de aanrakingen van regen.

Ik wens toe dat we collectief in de vuurlinie gaan liggen in dit nieuwe jaar. Dat we daar strijden voor menselijkheid, voor grote en kleine dromen, voor gelijkheid en gelijke kansen, voor zachtheid, eerlijkheid en voor solidariteit. Ik wens ons de verbinding toe. Dat onze harten elkaar blijven vinden, hoe afgesneden we soms van elkaar lijken te zijn.

Misschien dacht je dat moed niet voor jou was weggelegd. Maar soms is moed niets anders, dan blijven doorgaan, omdat er geen andere keuze is, dag per dag, en soms ook gewoon stap per stap. 2021 heeft jou dat alvast gegeven Dat we het jaar gehaald hebben, bewijst hoe moedig wij allemaal zijn. Als we iets mogen vieren in dit nieuwe jaar, dan is het wel onszelf. Hoera, we hebben een deur achter ons dichtgetrokken en onmiddellijk een nieuwe geopend.

Alle liefs voor nu

Lies Gallez

Expo en boek belichten Brugge als bakermat van de moderne loterij

Zes cijfers kunnen een mensenleven grondig veranderen. Zeker als ze in de juiste vorm in balletjesvorm uit een loterijtrommel rollen. In het Brugse Stadsarchief bevinden zich de stadsrekeningen van 1441-1442 met een paragraaf waarin ‘een loterij’ voor het eerst vermeld wordt. Brugge mag zich dus als de bakermat beschouwen van de moderne loterijen wereldwijd zoals we ze nu kennen. Een boek, een VR-wandeling en een expo schetsen die 580-jarige geschiedenis.

In het jaar 1441 nam men in Brugge een nooit gezien initiatief waarvan ze niet konden vermoeden dat het de fundering zou leggen van wat we 580 jaar later wereldwijd kennen als ‘een loterij’. ‘Notulen in de Brugse jaarrekening van 1441 tonen aan dat er enkele trekkingen plaatsvonden die alle basiselementen van de huidige moderne Loterij in zich droegen. Namelijk: vele deelnemers die met hun bijdrage gemeenschappelijke noden hielpen financieren en die meespeelden omdat er meerdere interessante prijzen te winnen vielen die volgens een vooraf opgesteld lotenplan waren vastgelegd. De trekking gebeurde in het openbaar in een feestelijke setting en in volledige transparantie. En bovendien de naam ‘Loterij’ droeg’, zegt algemeen bestuurder van de Nationale Loterij Jannie Haek.

Brugge was in die tijd een zeer bloeiende metropool, maar een fikse boete opgelegd door Filips de Goede, Hertog van Bourgondië, en de kosten die gepaard gingen met de veelvuldige opstanden, zorgden ervoor dat er alternatieve manieren moesten worden gevonden om nuttige zaken voor de gemeenschap te financieren zonder daarbij extra belastingen te moeten heffen. Net als vandaag was dat in de middeleeuwen geen populaire maatregel. Het geniale plan om een loterij met diverse prijzen te organiseren en zo vrijwillige bijdragen te verzamelen en met de opbrengsten collectieve noden te bekostigen, bleek een schot in de roos.

Dag en nacht

‘Het was een soort ‘crowdfunding’ avant la lettre die ervoor zorgde dat voorzieningen die de hele gemeenschap ten goede kwamen, konden worden bekostigd. Er werd een waar volksfeest aan gekoppeld met een podium aan de voet van het Brugse Belfort. De trekkingen konden dagen en nachten duren omdat er, door het grote succes, heel veel mensen aan deelnamen en alle namen van de deelnemers werden ook getrokken en voorgelezen‘, zegt Jannie Haek.

De naam ‘Lotinghe’ die toen gegeven werd aan het gebeuren, kende vanaf dat moment een diaspora om zich over de hele wereld te verspreiden. Vandaar dat loterijen over de hele wereld een vorm van het woord in zich dragen.

Expo, wandeling en boek

In het stadsarchief (Burg 11) loopt er tot 27 februari 2022 een tentoonstelling waarbij men de reis kan afleggen die de loterij heeft doorlopen van 1441 tot vandaag. Het paradepaardje van deze expo staat in het midden van het Stadsarchief: een grote cilinder waarin men instapt in  een virtual reality-film die de allereerste loterij ter wereld tot leven brengt. Daarnaast zijn er unieke stukken te bekijken uit de collectie van de Nationale Loterij, Musea Brugge en het stadsarchief Brugge. Het pronkstuk zijn de stadsrekeningen van 1441-1442 met een paragraaf waarin ‘een loterij’ voor het eerst voorkomt.

Wie liever van de buitenlucht wil genieten, kan het Brugge van vroeger en nu ontdekken aan de hand van stadswandelingen met virtual reality-beleving. Er zijn drie lussen uitgestippeld doorheen de stad met verschillende lengtes. Op enkele historische Brugse sites kan men letterlijk tijdreizen met behulp van ter plaatse geïnstalleerde VR-kijkers.

Ten slotte schetst het boek ‘Te Brugge ende eldere’ het verhaal van de geschiedenis van de loterij in Brugge en ver daarbuiten. Auteurs zijn onder meer prof. Dr Jan Dumolyn (hoofddocent Middeleeuwse Geschiedenis UGent) en prof. Jeroen Puttevils (professor Middeleeuwse Geschiedenis UAntwerpen). (RD)

Kunstfotograaf Jean Godecharle

‘Ik was rijp voor een nieuwe stap’

Brugge en de fotografie is een onderbelicht thema, maar daar wordt aan gewerkt, zie het stadsfestival ‘Brugge Foto’ en straks ‘De Donkere Kamer’ in het Concertgebouw. De blikvanger dezer dagen (en dat nog tot 9 januari) is de boeiende tentoonstelling van de Brugse kunstfotograaf Jean Godecharle. Hij toont zijn kunnen op drie locaties: de Bogardenkapel (Katelijnestraat), Exporuimte Burg en ten huize Godecharle. Bezoek aan zijn studio (in de Weidebekestraat 1, Assebroek) is bij deze warm aanbevolen en een buitenkans.

In zijn studio plaatste Godecharle een creatie van de Canadese kunstenaar David Altmejd, een werk dat schreeuwt om aandacht. Een reus, samengesteld uit beton en allerlei moeilijk definieerbare voorwerpen zoals kokosnoten, nepling en kwarts, vult de studio. Afkomstig uit de rijke collectie van kunstverzamelaar Vanhaerents. De GVR wordt daarbij geconfronteerd met Godecharles wandvullend fotografisch werk. Het tweede luik van zijn project bewonder je in de Bogardenkapel. Hier toont de kunstenaar elf nieuwe werken waarvan er zeven gemaakt werden tijdens een vertraagde wandeling door velerlei bomen. Aspects Of (a) Being toont een vreemde wereld.

Het vak

‘Een vriend die een zomercursus fotografie gaf in de Volkshogeschool zette mij op weg. Hij had een donkere kamer waar ik gebruik van mocht maken. Op mijn zesentwintigste heb ik mij ingeschreven in een cursus fotografie. Op mijn dertigste heb ik me dan ‘gevestigd’ als zelfstandig free lance fotograaf om me kort daarna te specialiseren in publiciteitsfotografie. Dat vak heb ik geleerd bij en van Stephane Verheye met wie ik nog altijd veel contact heb. Waarschijnlijk niet toevallig heeft Stephane intussen ook de stap gezet naar kunstfotografie, vooral dan als curator.’

Digitaal 

‘Deze digitale tijden zijn onlosmakelijk verbonden met de ontelbare beelden die vooral via sociale media de wijde wereld ingestuurd worden. Vakmanschap heeft grotendeels plaats moeten ruimen voor snelheid en automatisatie, fotografen voor influencers, camera’s voor gsm’s. Er is echter ook een soort van fotografische tegenbeweging. Misschien relatief klein en in de marge, maar net daardoor inherent onafhankelijk en dus belangrijk.’

 
Kunstfotografie

‘Sinds enkele jaren ben ik zelf overgestapt naar de kunstfotografie. Voor mij was dat een bijna vanzelfsprekende evolutie. Ik was gekend als een out of the box denkende fotograaf en ik heb lang als dusdanig mijn creativiteit kunnen beleven, zelfs botvieren in toegepaste fotografie, in opdrachten.’

‘Na 35 jaar als zelfstandig publiciteitsfotograaf was het gewoon tijd om zelf te bepalen wat ik fotografeer, om mijn drang om ongebonden te creëren de vrije teugels te geven. Het is een erg moeilijk pad omdat het zo verschillend is van wat ik ervoor deed, maar net daardoor ook zeer bevrijdend en verrijkend.’ 


Debuut in Brugge

‘Aspects Of (a) Being is inderdaad mijn debuut in Brugge. Waarom heeft het zo lang geduurd? Eigenlijk heb ik pas sinds en naar aanleiding van mijn tentoonstelling in Galerie Hilde Vandaele in 2019 mijn werk een eigenheid weten te geven en kom ik echt als kunstenaar naar buiten. Sindsdien heb ik, naast een drietal groepstentoonstellingen in Watou en Knokke, de solotentoonstelling Walk_About in het Concertgebouw, een deelname aan de Internationale Fotobiënnale Oostende, de tentoonstelling ’Soupçons’ in Galerie Latuvu in het Zuidfranse Bages en nu dit erg mooie drieluikproject op vraag van Cultuurcentrum Brugge, gerealiseerd. ‘

Scenografie

‘Besteed ik erg veel aandacht aan. Mijn werk is een letterlijk ingevulde zoektocht naar menselijke ingrepen in zowel het natuurlijke als het (ver)stedelijk(t)e landschap. De inherente littekens, groot of klein, mooi of lelijk, duidelijk of verborgen, afstotelijk of geïntegreerd, worden gefotografeerd, maar niet met de bedoeling om ze als zodanig te tonen.  Ze moeten de ondertoon van de beelden vormen, de onderliggende sfeer, maar niet noodzakelijk het beeld zelf. Om die intentie waar te maken, is hoe de beelden afgewerkt en gepresenteerd worden van erg groot belang. Een goede scenografie concretiseert dat streven en beschouw ik dan ook als een integraal onderdeel van mijn werk.’

Cultuurcentrum   

‘Die samenwerking was een echte verademing, een plezier zelfs ondanks het erg harde werk, de intense voorbereiding en het vele roet dat de coronacrisis in het eten gegooid heeft en nog steeds gooit. Zowel creatief, technisch als administratief lopen er daar echte cracks rond die niet alleen mijn soms erg ambitieuze ideeën ondersteund en vorm gegeven hebben, maar me zelfs aanmoedigden om nog verder gegaan, nog creatiever te zijn. Er is een tentoonstellingsproject ontstaan waar ik mezelf heb kunnen en mogen overstijgen. Ik kan alleen maar hopen dat zij dat gevoel delen en dit project ook als een stap vooruit ervaren.’  

Vanhaerents

Ik werk vaak nauw samen met kunstverzamelaar Vanhaerents. De Vanhaerents Art Collection is niet langer één man, het is nu het project van een vader, een zoon en een dochter. De stichter Walter Vanhaerents is inderdaad een bijzonder man. Bijzonder gepassioneerd, bijzonder inspirerend en met een bijzondere, geheel eigen kijk op kunst en het verzamelen ervan. Iemand die niet achterom kijkt, maar enkel en heel bewust vooruit.  Zijn focus ligt op de nieuwste hedendaagse kunst en kunstenaars, op wat er nu gecreëerd wordt en op degenen die de nieuwe baanbrekers zijn.’

Fotografie in Brugge

Net als Dans in Brugge kan ook fotografie in Brugge gebundeld worden. Nu lopen ‘De Donkere Kamer’ (Concertgebouw), Brugge Foto én Godecharles werk losjes naast elkaar.

‘Maar, omdat ik de voorbije jaren toch met een aantal van die ‘huizen’ nauw heb samengewerkt, kan ik getuigen dat daar wel degelijk het besef gegroeid is dat er meer kan worden bereikt door samen te werken. Achteruit kijken en/of ‘oude’ projecten hernemen of proberen nieuw leven in te blazen, is volgens mij de verkeerde weg. Een groot, volledig nieuw en ambitieus project is wat aan de orde is.’(LUC FOSSAERT)

_______

Aspects Of… loopt nog tot 9 januari 2022 op drie locaties: Studio Godecharle, Bogardenkapel en Exporuimte Burg 11. Info 050 443060

Een deugdelijk jaar

‘Ik wensche u een jaar dat zacht als zijde is/ Ik wensche u een jaar/ dat blank en blijde is/ Ik wensche u een jaar/ dat ver van krank is/ een deugdelijk jaar/ Zoo breed als ’t lang is/ Ik wensche u een jaar/ dat, als ’t voorbij is/ een zalig jaar/ voor u en voor mij/ is/ ‘Ik wensche u een jaar/ zoo Gods gebod is/ dat in en dat uit/ geheel voor God is/. (GG)

( Lara Taveirne, fotograaf Carmen de Vos)

EXit is klaar voor een nieuw (deugdelijk?) jaar. In dit nummer dames aan de macht: Lies Gallez, Ellen De Meulemeester, Line Boogaerts, Lara Taveirne, Kristel Mestdagh, Elsje Helewaut, Greet Bosschaert, Katrien Vandewoude…

Jephan de Villiers exposeert in Galerie Indigo

Nog tot en met zondag 9 januari 2022 loopt er in Galerie Indigo (Damme) een interessante expo met het werk van Jephan de Villiers.

Het werk van Jephan de Villiers is opgebouwd uit natuurlijke en sterke, maar toch ietwat vergankelijke, materialen. Hij werkt met aangespoeld hout uit de monding van de Gironde (FR) en uit de bossen van oa. het Zoniënwoud. Ook schors, pluimen, elfenbankjes, lege omhulsels van rogge-eitjes assembleert hij op een wonderlijke manier tot nieuwe entiteiten. Deze veelal kleinere objecten, zeer zorgvuldig bij mekaar gesprokkeld, vormen de sterkte van zijn werk. De combinatie van stoerheid en fragiliteit geven het geheel een bijzonder evenwicht.


‘Het werk van Jephan de Villiers is voor 100 procent het resultaat van zijn filosofische reflecties op het leven: een nederige, respectvolle manier van in het leven staan’, zegt Hilde Kuypers van Galerie Indigo. ‘We maken met zijn allen een klein, tijdelijk deeltje uit van dit immense universum. In dit grootse tijdsgebeuren zijn we maar een seconde van betekenis, en toch zijn we in die korte tijd een unieke schakel in het geheel.’

‘Vanwaar onze vaak niet-zorgvuldige manier van omgaan met elkaar? Vanwaar het onbegrip en de kortsluiting die vaak maken dat mensen niet écht met elkaar in dialoog gaan? Dit kan toch niet echt de bedoeling zijn. En wat doen we met de aarde? Ontbossing, vervuiling van wereldzeeën en rivieren … Het grote onrecht dat we de aarde aandoen en waarvan we de gevolgen nog maar net beginnen zien…Waar komt de superieure pretentie van de mens vandaan om onze omgeving slecht te behandelen? Die vragen maken het oeuvre van Jephan de Villiers razend actueel.’

‘De gestileerde figuren, kenmerkend voor zijn werk, staren ons verweesd aan, niet echt begrijpend hoe het zo ver is kunnen komen, niet wetend waar het naartoe moet. Toch is het werk van deze kunstenaar niet pessimistisch te noemen: een kinderlijke verwondering maakt zich immers meester van de figuren die zijn werk bevolken’, aldus Hilde Kuypers.


Jephan zijn werk is te vinden in musea in Brussel, Parijs en New York en komt vaak aan bod in grote thematentoonstellingen. Bronzen realisaties zijn permanent te zien in Brussel (onder andere metro Albert). De tentoonstelling in Galerie Indigo op het Damse marktplein loopt nog tot en met zondag 9 januari 2022. (RD)

____

De expo is te bezichtigen op donderdagmiddag van 14 tot 18 uur, op vrijdag van 11 tot 13 uur en van 14 tot 18 uur, op zaterdag van 11 tot 18 uur, op zondag van 11 tot 18 uur, op maandag van 11 tot 13 uur en van 14 tot 18 uur of op afspraak. Gesloten op 25 december 2021 en op 1 januari 2022. Meer info op www.indigoartgallery.be

Jephan de Villiers schenkt dit werk ‘ Messager du bout du monde II’ saan de vzw KetaKeti, om per opbod verkocht te worden. ‘Het is een uitstekende gelegenheid om een mooi werk aan te schaffen en het schoolproject waar ik al 21 jaar de voorzitter (en stichter) van ben, een boost in de rug te geven. Met de vzw Keta Keti betalen we de weddes van zeven leerkrachten in een afgelegen gebied in het voorgebergte van Nepal’, zegt Hilde Kuypers van Galerie Indigo.

____

www.ketaketi.be

%d bloggers liken dit: