Exit Magazine

Maandelijks Brugs Cultuurblad

Categorie Archieven: EXit

Concertgebouw ’19-’20, een nieuw seizoen, de nieuwe tips

Foto EDM

(foto EDM)

 

 

*Woensdag 11.9, openingsavond met columniste Dalilla Hermans en de Brugse componist Daan Janssens. Livemuziek en gesprekken. Annex fototentoonstelling en receptie.

*Zondag 15.9, Arabische poëzie met luit, ud en pipa. Of de combinatie westerse luit en de oosterse ud (peervormig snaarinstrument).

*Donderdag 24.10, het Collegium Vocale Gent serveert Arvo Pärts populaire Kanon Pokajanen, gebaseerd op kerkteksten over boetedoening. De Volkskrant noemt het ‘een betoverend prachtwerk’.

 *December Dance van 5.12 tot 15.12 is dit jaar in handen van kunstenaarshuis Needcompany. Het festival opent en eindigt met premières van Needcompany. Tip: Wim Vandekeybus en dansensemble Ultima Vez met Traces of dans op live-muziek van Trixie Whitley en Marc Ribot.

*Woensdag 15.1.’20, een avondje KAAP met Bobo Stenson. Zweedse jazzpianist en componist. Teert op klassieke piano-opleiding. Speelde met grootheden als Sonny Rollins, Gary Burton en Stan Getz.

*Zondag 16.2.’20, het vermaarde Brodsky Quartet, opgericht in 1972 en bekend voor zijn vernieuwende kamermuziek én voor zijn samenwerking met pop-iconen als Elvis Costello, Björk, Sting. Brengen die avond een ode aan enkele Britse kroonjuwelen (Britten, Elgar, Purcell).

 Zaterdag 7.3.’20, het Belgische koperblaasensemble Oltremontano, geleid door Wim Becu, brengt meerkorige muziek van de Italiaanse componist Gabrieli, zoals die ooit klonk in de Venetiaanse San Marcobasiliek.

*Vrijdag 3.4 en 4.4.’20, Bachs Mattheuspassie in een uitvoering van (huisartiest) Vox Luminis en het Duitse Freiburger Barockorchester. Dit tot grote vreugde van de Brugse muziekliefhebber Hendrik Opdebeeck die er in 2017 een boek aan wijdde (Troost in muziek).

*Dinsdag 9 en 10.6.’20, De Goldbergvariaties en Anne Teresa De Keersmaecker solo. Johann Sebastian Bach bekleedt een unieke plaats in het oeuvre van Anne Teresa De Keersmaeker. Na Bachs cellosuiten en de Brandenburgse Concerten is er nu De Goldbergvariaties. De Keersmaeker vertaalt dit in dialoog met pianist Pavel Kolesnikov naar een solovoorstelling die ze zelf danst.

*Tête- à- tête van 1 tot 29.2.’20, of een maand lang aandacht voor ‘het kleine gebaar’. Zeventien veelkleurige concerten in de Kamermuziekeaal met telkens een aansluitende babbel ‘op niveau’. (LF)

http://www.concertgebouw.be

Toneeltip

 

Wonderweg, Theatergroep Mozaïek
vrijdag 21 juni, 19 uur
zaterdag 22 juni, 15 en 19 uur
Biekorf Theaterzaal

Theatergroep Mozaïek is een van de vele projecten van de stedelijke Diversiteitsdienst, waarbij anderstaligen oefenkansen Nederlands aangereikt krijgen. Vorig jaar bracht de groep Sterrenstof, een voorstelling die erg gesmaakt werd door het publiek.

Ook dit seizoen zijn zestien anderstalige acteurs op weg naar hun publiek, in het donkere onbekende van de zaal. Ze hebben veel gemeen met dat publiek, ook het Nederlands, een taal die ze inkleuren met hun eigen timbre en accenten. Zeven Nederlandstalige acteurs vergezellen hen op hun tocht.

Via hun verhalen en dromen proberen ze de toeschouwers te bewegen en in beweging te brengen, zodat ze onderweg naar elkaar, elkaar ook écht ontmoeten. Zo ontstaat een ‘wonderweg’ waarop vooroordelen verdwijnen en nieuwe inzichten ontstaan.

Wonderweg is ook een ode aan de Poolse dichteres Wislawa Szymborska, van wie de gedichten heel wat scènes inspireerden.

De regie is in handen van Ann Colaert, Ward en Jan Charles. (SD)

 

Rita Lommée (80) on tour

(fotoEDM)

 Ze is onlangs 80 geworden, blikt terug op een boeiende en gevarieerde carrière als actrice, en weet van geen ophouden. Zopas legde Rita Lommée de laatste hand aan haar monoloog die ze opbouwde rond de figuur van Stéphanie Van België, dochter van Leopold II.

Met die monoloog wil ze nu gaan toeren voor telkens een klein publiek in een kleine zaal. Onder de titel ‘Het standpunt van Stéphanie’ vertelt ze een boeiend verhaal over een prinses met een turbulent en miskend leven.

Wie was deze Stéphanie? Ze heette voluit Stefanie Clotilde Louise Hermine Marie Charlotte en was een dochter van Leopold II. Door haar huwelijk met de Oostenrijkse kroonprins Rudolf werd zij aartshertogin van Oostenrijk en kroonprinses van Oostenrijk-Hongarije. Het Stefaniaplein en de Stefaniatunnel in Brussel werden naar haar vernoemd. Na een treurig leven publiceerde ze in 1937 haar memoires, getiteld ‘Ich sollte Kaiserin werden’. De publicatie van het boek bracht een schandaal teweeg in Oostenrijk, maar verkocht zeer goed en werd in meerdere talen vertaald. Ze stierf in 1945, nadat ze op de vlucht was geslagen voor het Rode Leger, en haar intrek had genomen in de Hongaarse Benedictijner Abdij van Pannonhalma. (LF)

Meer info bij Rita Lommée, Verbrand Nieuwland 10 D bus 101, tel. 0477 605637

 

 

Jeroen Vanacker, artistiek directeur Concertgebouw Brugge

 

Foto EDM

‘Onze opdracht? Relevant zijn’

 

‘Een verrassende en jonge keuze’, zo omschreef de cultuurpers het aantreden van Jeroen Vanacker (39) in 2008 als artistiek directeur van het Concertgebouw, in opvolging van Bart Demuyt. Vandaag, elf jaar later, mag hij fier terugblikken op het sindsdien behaalde palmares, maar rusten op de lauweren is er nog niet bij. Zijn grote ambitie? ‘Met het Concertgebouw blijven verrassen!’ Het nieuwe seizoen wordt ingeleid met een vers van dichteres Maud Vanhauwaert (‘Ik ben weer velen’) en belooft een zoveelste stap vooruit.

 EXit: U staat al elf jaar aan het artistieke roer, maar een gemakkelijke start is het niet geweest.

Jeroen Vanacker: ‘Vooral de beginperiode was pittig. Ik moest als jonge gast natuurlijk nog alles bewijzen, maar van dat werk van toen plukken we vandaag de vruchten. Bij mijn start stonden we voor de uitdaging om het draagvlak te vergroten, door meer samen te werken en een genereuze thuis voor artiesten en partners te zijn. Door de meer verhalende aanpak in het artistiek programma en een intensieve publiekswerking is het Concertgebouw ook sterker in de harten van de mensen geslopen.’

‘In de voorbije jaren hebben we ook fors ingezet op onze profilering binnen Vlaanderen én het buitenland. Het belangrijkste wapenfeit was de erkenning in 2015 als ‘Vlaamse Kunstinstelling’, een oude wens van onzentwege. Het was een gevolg van de positieve flow, met elk jaar sterk stijgende publieksaantallen. Een mooie realisatie dankzij de tomeloze inzet van het team en bestuur van het Concertgebouw.’

EXit: Waarom is die erkenning voor jullie zo belangrijk? Wat koop je ervoor?

Jeroen: ‘De erkenning is een waardering voor onze werking en brengt ons onder in een zogenaamde topcategorie, als een uithangbord voor Vlaanderen. Het statuut biedt ook nogal wat zekerheid: een internationale commissie buigt zich elke vijf jaar over onze plannen, maar het voortbestaan van het Concertgebouw is niet bedreigd. Maar uiteraard gaat dit statuut ook gepaard met heel wat extra verantwoordelijkheden en verwachtingen, waarop we zo maximaal mogelijk proberen in te spelen.’

EXit: Vandaag betwist niemand nog het unieke profiel van het Concertgebouw. Ooit was het anders.

Jeroen: ‘En daar zijn wij bijzonder blij mee, want we hebben een eigen artistiek profiel uitgebouwd. Zo werken we jaar na jaar met een seizoensthema (LF. ‘De kosmos’ in ’18-’19). Elk seizoen contrasteert met het voorgaande en die creatieve aanpak maakt het publiek nieuwsgierig. Zo was er het voorbije seizoen veel belangstelling voor onze seizoensdenker Thomas Hertog (LF. kosmoloog). We werden zelf verrast door het andere publiekssegment dat we hiermee bereikten. Ook de artiesten worden trouwens geprikkeld door die verhalende aanpak, die steeds meer geënt wordt op maatschappelijke thema’s, zoals het volgende seizoen rond kunst en identiteit. Ik voel me in die zin een matchmaker, tussen artiest en publiek maar ook tussen kunst en maatschappij.’

EXit: Jullie werken al sinds de beginjaren met huiskunstenaars en creatie-opdrachten. Dat loont?

Jeroen: ‘Dat loont zeker. Het is een kwestie van evenwichten: tussen bekend repertoire en nieuw werk, tussen vertrouwde artiesten en nieuwkomers. En het Concertgebouw moet evident een belangrijke rol spelen in de ontwikkeling van artiesten, door jarenlange residenties of door nieuwe creaties te ondersteunen. Ook bij ons handelskenmerk, de jaarlijkse festivals, is zo’n mix belangrijk. Steeds terugkerende succesnummers als December Dance of de Bach Academie naast nieuwe en originele out-of-the-box festivals als Slow(36h), Surround of de Topstukweken. We zien dat onze buitenlandse collega’s geboeid kijken naar deze aanpak. Ze zien dat we niet alleen vernieuwing programmeren, maar ook de programmering vernieuwen.’

EXit: Hoe gaan jullie om met de factor ‘jeugd’, altijd al een eeuwig discussiepunt geweest.

Jeroen: ‘Onze ijver om een jong publiek te bereiken, werpt vruchten af. Met ons aanbod voor scholen en jeugd bereiken we 16.000 kinderen en jongeren per jaar. Ons publiek van de toekomst? Ik ben ook erg blij met de Soundcast (LF. jongerenplatform), gedreven talenten die ons programma ook naar een jonger publiek vertalen.’

‘Er is een kloof tussen de leeftijd van de musici op de scène en het oudere publiek in de zaal. Maar ik ondervind ook in mijn familie en vriendenkring dat de interesse én de tijd voor klassieke muziek vaak op latere leeftijd ontbrandt. Zolang we jonge mensen maar vroeg kunnen prikkelen.’

EXit: Weinig bekend is jullie werking met ‘doelgroepen’.

Jeroen: ‘Ik ben zeer blij met die nieuwe stappen richting andere doelgroepen, zoals personen met een verstandelijke beperking of het project met gevangenen om er maar twee te noemen. Dit betekent voor ons een grote investering voor een beperkt publiek, maar we zien het als onze opdracht om voor zo veel mogelijk mensen relevant te zijn en kansen te bieden.’

EXit: De Stad steunt financieel ingrijpend, maar krijgt ook veel terug.

Jeroen: ‘De return voor de Stad is moeilijk in cijfers uit te drukken, maar die is divers en aanzienlijk. Er is economische return, we dragen sterk bij tot het imago van een hedendaagse cultuurstad, werken met heel veel Brugse partners samen, genereren media-aandacht … maar zijn bovenal een belangrijke ontmoetingsplek waar iedereen welkom is.’ (LF) (Foto EDM)

 

 

Slow Lee op Muziekcafé: ‘Songs, songs, songs…’

 

De Belgiek, het tot een minicultuurzaal omgebouwde lunapark uit de jaren zeventig van Brugge Plus, zwaait op een aantal vrijdagavonden in de Brugse deelgemeenten de deuren open voor ‘Muziekcafé’. Iedereen is er van harte welkom op de gratis concerten van onder meer Lee Anderson (7 juni, parking sporthal Jan Fevijn in Assebroek), An-Sofie Noppe (21 juni, kerkplein in Sint-Jozef) en Slow Lee (28 juni, parking basisschool Sint-Michiels, Ten Boomgaard). Met frontman Korneel Muylle van die laatste band voerden we een gesprek dat als volgt verliep:

 EXit: Hoe klinkt de muziek van Slow Lee?

Korneel Muylle: ‘De songs van Slow Lee zijn veelal geschreven op gitaar. Men noemt onze muziek wel eens Americana, dan weer alt-pop. Bij de aanvang van Slow Lee had ik vooropgesteld om er zelf ook veel plezier aan te beleven. De songs hebben daarom bewust invloeden van blues, soul, jazz, singersong. Live mag men sterke songs verwachten met daarin veel improvisaties op gitaar en keys. Het kan wel eens ontploffen op het podium.’

‘In het verleden werd ik wel eens vergeleken met Jeff Buckley of Jasper Steverlinck van Arid en recent nog met Amos Lee – dat is een geweldige soulzanger -, en dat deed mij enorm veel deugd. Inspiratiebronnen voor ons zijn ook wel Joe Henry, Elvis Costello, Tom Waits, Daniël Lanois…’

EXit: Wat zet jou aan tot het schrijven van een song?

Korneel: ‘Songs schrijven doe ik nooit bewust. Ik zit meestal wat te klooien op mijn gitaar. Daaruit ontspruiten de meeste songs. Dan begint pas het echte werk: van een leuk idee een goede song maken. In het verleden schreef ik vaak de frustraties van mij af. Onze ep ‘Vermilion Bird’ die binnenkort zal verschijnen, bevat songs over de vluchtelingenproblematiek, een stukgelopen relatie, werkloosheid, mijn onverdraagzaamheid ten opzichte van de Trumps van deze wereld. Wat ik kwijt wil, vertrouw ik toe aan mijn gitaar. In het afgelopen jaar heb ik ook af en toe samengewerkt met tekstschrijver Bart Vlaeminck.’

EXit: Slow Lee speelt nooit covers heb ik me laten vertellen?

Korneel: ‘Ik heb zodanig veel inspiratie dat ik meestal met een paar songs in mijn achterzak naar de repetitie trek. Daar spreken we soms over een cover, maar het is er eigenlijk nog niet echt van gekomen. Misschien komt dit er ooit nog van. Een week na de dood van Prince hebben we wel eens ‘Money Don’t Matter 2 Night’ van hem gecoverd. Dat was de enige cover die we ooit speelden. David Bowie had er zeker ook wel één verdiend. Wat een genie!’

EXit: Waarin schuilt de kracht van Slow Lee?

Korneel: ‘Songs, songs en songs. Ik heb het geluk om met ervaren muzikanten te kunnen spelen, die al lang hun strepen verdiend hebben in de muziek. Ik ben dan ook zo trots dat Serge Bakker (bas), Serge Hertoghe (gitaar), Martijn Bal (cajon, drum, percussie) en Niels Verheest (Hammond, Wurlitzer, piano) in mijn songs geloven en we er samen tegenaan kunnen gaan. Wij zijn geen conceptband, ik houd van extremen op het podium. Wij starten vanuit de song en proberen de kracht en de magie te behouden. Live brijen we meestal improvisaties aan de songs. Zo krijg je een leuke mix van songs en instrumentale muziek.’

EXit: Hoe pakken jullie het optreden in de Belgiek op 28 juni aan?

Korneel: ‘In Brugge spelen is altijd leuk, soms zorgt dat wel voor wat meer stress als er mensen in de zaal zitten die je kent. We spelen een set met een goede mix van downtempo en uptempo songs. We laten het graag wel eens ontploffen in de improvisaties, om daarna de volgende songs heel stilletjes en breekbaar in te zetten. Zowat actie en reactie!’ (ADC)

http://www.belgiek.be en www.slowlee.be

Slow Lee op Muziekcafé: ‘Songs, songs en nog eens songs’

 

De Belgiek, het tot een minicultuurzaal omgebouwde lunapark uit de jaren zeventig van Brugge Plus, zwaait op een aantal vrijdagavonden in de Brugse deelgemeenten de deuren open voor ‘Muziekcafé’. Iedereen is er van harte welkom op de gratis concerten van onder meer Lee Anderson (7 juni, parking sporthal Jan Fevijn in Assebroek), An-Sofie Noppe (21 juni, kerkplein in Sint-Jozef) en Slow Lee (28 juni, parking basisschool Sint-Michiels, Ten Boomgaard). Met frontman Korneel Muylle van die laatste band voerden we een gesprek dat als volgt verliep:

 EXit: Hoe klinkt de muziek van Slow Lee?

Korneel Muylle: ‘De songs van Slow Lee zijn veelal geschreven op gitaar. Men noemt onze muziek wel eens Americana, dan weer alt-pop. Bij de aanvang van Slow Lee had ik vooropgesteld om er zelf ook veel plezier aan te beleven. De songs hebben daarom bewust invloeden van blues, soul, jazz, singersong. Live mag men sterke songs verwachten met daarin veel improvisaties op gitaar en keys. Het kan wel eens ontploffen op het podium.’

‘In het verleden werd ik wel eens vergeleken met Jeff Buckley of Jasper Steverlinck van Arid en recent nog met Amos Lee – dat is een geweldige soulzanger -, en dat deed mij enorm veel deugd. Inspiratiebronnen voor ons zijn ook wel Joe Henry, Elvis Costello, Tom Waits, Daniël Lanois…’

EXit: Wat zet jou aan tot het schrijven van een song?

Korneel: ‘Songs schrijven doe ik nooit bewust. Ik zit meestal wat te klooien op mijn gitaar. Daaruit ontspruiten de meeste songs. Dan begint pas het echte werk: van een leuk idee een goede song maken. In het verleden schreef ik vaak de frustraties van mij af. Onze ep ‘Vermilion Bird’ die binnenkort zal verschijnen, bevat songs over de vluchtelingenproblematiek, een stukgelopen relatie, werkloosheid, mijn onverdraagzaamheid ten opzichte van de Trumps van deze wereld. Wat ik kwijt wil, vertrouw ik toe aan mijn gitaar. In het afgelopen jaar heb ik ook af en toe samengewerkt met tekstschrijver Bart Vlaeminck.’

EXit: Slow Lee speelt nooit covers heb ik me laten vertellen?

Korneel: ‘Ik heb zodanig veel inspiratie dat ik meestal met een paar songs in mijn achterzak naar de repetitie trek. Daar spreken we soms over een cover, maar het is er eigenlijk nog niet echt van gekomen. Misschien komt dit er ooit nog van. Een week na de dood van Prince hebben we wel eens ‘Money Don’t Matter 2 Night’ van hem gecoverd. Dat was de enige cover die we ooit speelden. David Bowie had er zeker ook wel één verdiend. Wat een genie!’

EXit: Waarin schuilt de kracht van Slow Lee?

Korneel: ‘Songs, songs en songs. Ik heb het geluk om met ervaren muzikanten te kunnen spelen, die al lang hun strepen verdiend hebben in de muziek. Ik ben dan ook zo trots dat Serge Bakker (bas), Serge Hertoghe (gitaar), Martijn Bal (cajon, drum, percussie) en Niels Verheest (Hammond, Wurlitzer, piano) in mijn songs geloven en we er samen tegenaan kunnen gaan. Wij zijn geen conceptband, ik houd van extremen op het podium. Wij starten vanuit de song en proberen de kracht en de magie te behouden. Live brijen we meestal improvisaties aan de songs. Zo krijg je een leuke mix van songs en instrumentale muziek.’

EXit: Hoe pakken jullie het optreden in de Belgiek op 28 juni aan?

Korneel: ‘In Brugge spelen is altijd leuk, soms zorgt dat wel voor wat meer stress als er mensen in de zaal zitten die je kent. We spelen een set met een goede mix van downtempo en uptempo songs. We laten het graag wel eens ontploffen in de improvisaties, om daarna de volgende songs heel stilletjes en breekbaar in te zetten. Zowat actie en reactie!’ (ADC)

http://www.belgiek.be en www.slowlee.be

 

 

Stan Slabbynck laat Brugse zotten dansen op gevel

(foto EDM)

Vier dansende Brugse zotten: dat is het beeld van kunstenaar Stan Slabbinck (STS) dat je te zien krijgt als je langs het Concertgebouw op ’t Zand richting Westmeers tuft. Na de mural van Maria van Bourgondië (Hauwerstraat) van Jeremiah Persyn en de sculptuur ‘De eerste Bruggeling’ (gevel ’t Santpoortje) van Strook is deze ‘zotte’ graffitietekening (Westmeers 18) van Slabbinck het derde werk in het streetartproject Legendz.

De Brugse kunstenaar liet zich voor zijn werk – waterverf en spuitbus – inspireren op de legende van de Brugse Zotten. In het Vlaanderen van de 15de eeuw ontstond er ambras tussen Keizer Maximiliaan van Oostenrijk en de Bruggelingen. Nadat Keizer Maximiliaan meer dan vier maanden gevangen werd gehouden in het ‘Huys Craenenburg’ verbood hij de Bruggelingen nog langer jaarmarkten te organiseren. De inwoners waren hier uiteraard niet mee opgezet en probeerden de keizer opnieuw aan hun kant te krijgen door een groot feest te organiseren. De Bruggelingen hoopten zo opnieuw jaarmarkten te kunnen organiseren en een nieuw zothuis te kunnen bouwen. Toen de keizer dit nieuws vernam, declameerde hij volgens de geschiedschrijving de volgende legendarische woorden: ‘Sluit alle poorten van Brugge en je hebt een zothuis!’. Sindsdien is de geuzennaam van de Bruggelingen ‘Brugse zotten’, al staat het woord ‘zot’ niet voor ‘krankzinnig’, maar wel voor het eigenzinnige karakter van de Bruggelingen met hun voorliefde voor humor.

 

Wereldleiders als zotten

‘Ik hoop dat er veel gelachen wordt, dat is ook de vergelijking met de Bruggeling’, zegt Slabbinck. ‘Maar mijn werk zelf zie ik ook globaal: er bevinden zich veel zotten in een bevoorrechte positie. De wereld kampt met problemen en de mensen die een oplossing zouden kunnen bieden, maar het niet doen, die noem ik ook ‘zotten’. De zotten die ik heb getekend, staan vrij hoog en wandelen boven de hoofden van het volk. Net zoals Erdogan, Poetin of Trump regeren ze vanuit hun ivoren toren. De vier zotten staan ook symbool voor de seizoenen. Elke zot stelt een jaargetijde voor, telkens in een passende kleur.’

‘Wereldwijd wordt streetart nu meer en meer erkend als kunstvorm, en niet meer miskend. Vroeger had graffiti een slechte en negatieve bijklank, maar voor ons is graffiti het begin geweest van alles. Graffiti hoeft niet schreeuwerig te zijn, nu krijgen we de kans om dit te bewijzen. Het draagvlak is gelukkig veel groter geworden, want het brengt leven en zuurstof in de stad. In 2002, het Europese cultuurjaar, heb ik samen met mijn vader Frank een grote muurschildering gemaakt aan de brug aan het Kanaaleiland. Ik voelde toen dat Brugge veel schrik had om zoiets te doen. Stilletjesaan is het vertrouwen gegroeid, ook dankzij curator Jeremiah Persyn die altijd een goed compromis nastreeft met het stadsbestuur. Volledig vrij zijn we niet, het gebeurt altijd in overleg met elkaar, maar dan groeien we naar elkaar toe. Ik kan dat alleen maar toejuichen, want het is niet de bedoeling om in een historische stad als Brugge zomaar wat met verf en spuitbus te gaan kladderen.’

Nieuw versus oud

‘Met ons streetartproject Legendz willen we oude Brugse legendes en verhalen op een hedendaagse manier belichten. Eigentijdse kunst (streetart) laten samensmelten met het oude patrimonium van de stad, maar altijd op een kwalitatieve manier’, zegt Jeremiah alias Jamz/Jamezon. Brugse geschiedenis dus, maar steeds met een hedendaagse benadering vol symboliek en dat is belangrijk om jong en oud met elkaar te verbinden. ‘Het zou leuk zijn als we hier nog een vervolg kunnen aan koppelen en dit project verder kunnen uitdiepen, want Brugge heeft nog een pak boeiende verhalen te vertellen. Ook in de Brugse deelgemeenten zijn er nog veel mogelijkheden’, aldus Jeremiah. (ADC)

http://www.bruggeplus.be

 

 

 

 

‘Gruuthuse wordt anders dan elders’

(Foto EDM)

Foto Ellen De Meulemeester 

Een nieuw museum in een gerenoveerd stadspaleis

 

Na een sluitingstijd van bijna vijf jaar staan de deuren van het Brugse Gruuthusepaleis terug wagenwijd open  voor toerist en Bruggeling ofte het grote publiek. Gedurende die vijf jaar is er veel gebeurd: een grondige renovatie en restauratie, de herinrichting van zalen, het uitwerken van een nieuw museumconcept en de presentatie van de talrijke collectiestukken die wachten op een herontdekking. De wapenspreuk van de beroemde bewoner van dit stadspaleis, de ‘Plus est en vous’ van Lodewijk van Gruuthuse, wordt hier alle eer aan gedaan.

De motor achter de realisatie van ‘het nieuwe Gruuthuse’ is Aleid Hemeryk, daarin gesteund door het Gruuthuseteam.  Zij gidst ons doorheen 500 jaar stadspaleis.

EXit: Het Gruuthusemuseum kondigt zich aan als ‘nieuw’ en ‘te herontdekken’. Wat is helemaal nieuw?

Aleid Hemeryk: ‘Vroeger was Gruuthuse vooral een museum van toegepaste kunst. De kunstvoorwerpen werden getoond omwille van hun esthetische waarde. In het nieuwe museum vertrekken we van het idee ‘we gaan een verhaal vertellen en dat in een context plaatsen. We vertrekken uiteraard van de collectiestukken, maar we gaan er anders naar kijken. Elk museaal object vertelt een of meerdere verhalen en die vormen de rode draad van 500 jaar geschiedenis.’

‘Er waren verschillende pistes mogelijk, een thematische indeling bijvoorbeeld, maar we zijn toch teruggekeerd naar de klassieke chronologische opbouw. Uiteraard hebben we voorheen heel wat musea in binnen- en buitenland bezocht, maar we hebben het nieuwe Gruuthuse niet gespiegeld aan één bepaald voorbeeld. Daardoor is Gruuthuse ‘anders dan elders’. Het wordt voor de Bruggeling beslist een (her)ontdekking van de collectie, de nieuwe opbouw en de verhalen die aan de voorwerpen worden toegedicht.’

EXit: Het museum telt drie verdiepingen.

Aleid: ‘Zo is dat. Nu beleef je een reis doorheen drie cruciale perioden. Het gelijkvloers  vertelt het Bourgondische hoogtepunt van de stad, verdieping één gaat over de vaak onderbelichte ‘periode’ van de 17de en 18de eeuw. De tweede verdieping gaat over ‘de herontdekking van Brugge’ en de voor Brugge zo typerende 19de eeuw met zijn neogotiek. Een verhaal dat ook ruim aan bod komt in een documentaire film over Brugge in die periode.’

‘Deze 17 ruime zalen herbergen vijfhonderd collectiestukken: majestueuze wandtapijten, gotische glasramen, indrukwekkende houtsculpturen, schilderijen, historische kant, tot en met een 17de eeuwse gedekte tafel met zilveren bestek en kostbaar Chinees porselein. Al deze voorwerpen worden in context geplaatst, iets waarvoor we heel wat multimedia aanwenden.’

EXit: Lodewijk was een voorbeeld van de rijke klasse waar dit hele museum over gaat.

Aleid: ‘Uiteraard komt hij ruim aan bod als een soort rode draad. Hij was immers de edelman, de gewiekste zakenman, de diplomaat, de ridder en vooral, de cultuurliefhebber met een indrukwekkende bibliotheek. Hij gaf het stadspaleis zijn grandeur. In dat verband tonen wij een selectie historische handschriften uit Brugges rijke geschiedenis. En wie weet kan het beroemde Egidiushandschrift hier ooit nog eens zijn opwachting maken.’

EXit: Geheel nieuw is de prachtige zolderruimte.

Aleid: ‘Deze ruimte gebruiken we als sprong naar het Brugge van vandaag. We laten het parcours hier een beetje los en maken plaats voor onze participatieprojecten waarvan de eerste editie met jongeren plaatsvindt. U vindt er boeken over Brugge en multimedia. Deze ruimte kan ook plaats bieden aan tijdelijke, passende tentoonstellingen of de plek zijn waar we ontmoeting willen stimuleren.’

EXit: Tot slot, een modern bezoekerspaviljoen op een historische  site. Altijd humor in deze stad.

Aleid: ‘We kennen de uiteenlopende standpunten, er is al uitvoerig gediscussieerd daarover, maar de reacties zijn toch gemengd. Dit gebouw zal zijn plek innemen op deze site en ook in het onthaal een belangrijke rol spelen. Daarom, geef het gebouw een eerlijke kans… en wat tijd.’ (LF)

_____Open van dinsdag tot zondag, doorlopend van 9.30 tot 17 uur. Bruggelingen gratis.  www.museabrugge.be

 

Feestweekend Gruuthusemuseum voltreffer

Het openingsweekend van het gerenoveerde Gruuthusemuseum in Brugge was een groot succes. Er kwamen van vrijdagavond tot zondagavond maar liefst 4306 bezoekers langs.
Vrijdagavond stelde de jongerencrew van ‘Paleisje Pimpen’ het resultaat van hun participatieproject voor. Daarna volgden twee dj-sets en kon je dansen op het binnenplein en genieten van de gerenoveerde gevels vanop het gezellige terras. De cijfers van de feestvierders op het binnenplein zijn niet meegeteld met de museumbezoekers en worden geschat op ruim 1000.
Ook zaterdag en zondag was het museum gratis toegankelijk voor het publiek.
“We hadden een uitgebreid extra-aanbod aan activiteiten voorzien met workshops, demonstraties, ludieke rondleidingen enz. en dit allemaal bovenop het feit dat de bezoekers na de sluiting van vijf jaar het gerestaureerde en gerenoveerde museum konden bewonderen. Het werd duidelijk een schot in de roos.” zegt directeur Till-Holger Borchert.
Ook schepen Nico Blontrock is opgetogen over deze succesvolle start “Het is mooi om te zien hoe de Bruggelingen de restauratie van hun Gruuthusepaleis op de voet gevolgd hebben en er van bij het begin wilden bij zijn om de vernieuwing te komen bekijken.” (Musea Brugge)

                                                                          nieuw-nieuw-nieuw-nieuw………..de nieuwe EXit wacht op u, met verdiende aandacht voor het nieuwe Gruuthusemuseum, het Concertgebouw heeft een nieuw seizoen klaar,  kunstenaar Stan Slabbynck laat Brugse zotten dansen op gevel, actrice Rita Lommée (80) gaat terug op tournee, enzovoort, enzoveel….

%d bloggers liken dit: