Exit Magazine

Maandelijks Brugs Cultuurblad

Categorie Archieven: EXit

After All zorgt voor Daverende decibels in Daverlo

Foto Jan Darthet

 Wie in is voor een avond zwaar geschut, zakt op vrijdag 22 februari best af naar zaal Daverlo (Assebroek) voor optredens van de bands Vague View en After All, zowaar het beste wat onze stad te bieden heeft op metalvlak. Dat gaat voor After All zelfs al dertig (!) jaar op, want in 1989 verscheen hun eerste demo en al die tijd zijn ze onafgebroken op een constant hoog niveau blijven optreden en platen maken. ‘Dat we in Brugge optreden, betekent automatisch dat we heel wat oude bekenden zullen zien. We kijken dus ook uit naar de afterparty’, knipoogt gitarist Dries Van Damme.

 EXit: Hoe gaat het tegenwoordig met After All?

Dries Van Damme: ‘Zeer goed, dank u! We hebben net een drukke periode van schrijven, repeteren en opnemen achter de rug. Nu maken we graag tijd om weer live te spelen.’

EXit: Al drie decennia After All: wat is het (geheime) recept om jullie band zo lang draaiende te houden?

Dries: ‘We maakten onze eerste demo in 1989. Deze zomer zal dat inderdaad precies dertig jaar geleden zijn. Al die tijd zijn we onafgebroken blijven optreden en platen blijven maken, zonder gênante splits of geforceerde reünies (lacht). Al hebben we intussen wel wat verschillende line-ups gekend. Christophe Depree (gitaar) en ikzelf vormen de harde kern. Het geheim zit vooral in het feit dat we altijd onze eigen zin hebben gedaan. Als er doelstellingen waren die we wilden bereiken – zoals een album maken of een Europese tournee doen – dan waren dat onze doelstellingen, niet die van een manager of een platenfirma.’

EXit: Mike Slembrouck is sinds twee jaar de nieuwe zanger. Hoe verloopt de samenwerking met hem?

Dries: ‘Het is niet evident om als band een nieuwe zanger en frontman te introduceren, maar blijkbaar komen wij ermee weg (lacht). De single ‘Restore to sanity’ (een nieuwe opname van een bestaand nummer – ADC) was onze eerste release met Mike. De respons van pers en publiek was zonder meer overweldigend. Intussen is Mike helemaal ingewerkt, hebben we al de nodige shows achter de rug en werken we volop aan het eerste complete album waarop Mike te horen zal zijn. Bassist Frederik Vanmassenhove kwam in 2010 bij de band, drummer Bert Guillemont in 2015. Dit is zonder twijfel de beste line-up die After All ooit heeft gehad.’

EXit: Waar staat After All momenteel in de Belgische metalscene?

Dries: ‘We mogen onszelf intussen tot de anciens rekenen. Maar we hebben dan ook een heel parcours afgelegd: van De Kelk in de begindagen, tot de Vooruit, AB, Lotto Arena, Graspop en noem maar op.’

EXit: Jullie zetten regelmatig buitenlandse tournees op. Plannen in die richting binnenkort?

Dries: ‘Ook in de internationale metalscene is After All intussen een vertrouwde naam. We hebben doorheen de jaren inderdaad in zowat heel Europa opgetreden, van Helsinki tot Athene en zowat alles daar tussen. We blijven ervan dromen om ook in de VS te gaan spelen. Het hing al een paar keer in de lucht, maar voorlopig kwam het er nog niet van. Hopelijk lukt het als de nieuwe plaat uit is.’

EXit: Jullie werken volop aan die nieuwe plaat, het tiende album ondertussen. Wat wordt het?

Dries: ‘Elk album vertelt een eigen verhaal. After All is niet het type band dat telkens weer op dezelfde formule voortborduurt. Wie ons werk kent, weet dat we doorheen de jaren een heel gevarieerd oeuvre hebben opgebouwd. De nieuwe nummers gaan heel breed. We leggen onszelf geen grenzen op. Sommige nummers zijn snel en hard, andere juist heel melodieus.’

EXit: Fijn om op vrijdag 22 februari nog eens in Brugge (Daverlo) op te treden?

Dries: ‘Jazeker! We hebben de voorbije jaren te weinig in onze eigen stad gespeeld. Vorig jaar stonden we na een lange afwezigheid nog eens in Het Entrepot – en straks dus in Daverlo. Het doet goed om na een intense periode in de studio weer energie op te doen door live te spelen. Dat we in Brugge optreden, betekent automatisch dat we heel wat oude bekenden zullen zien. We kijken dus ook uit naar de afterparty (lacht).’

EXit: Wat staat er voorts nog op de kalender van 2019 voor jullie?

Dries: ‘We werken naarstig verder aan het nieuwe album, al zullen we wellicht af en toe ook wat optredens doen. De nieuwe plaat verschijnt wellicht pas in 2020. Maar dan is het ook 25 jaar geleden dat ons debuut ‘Wonder’ verscheen. Wie weet is ook dat wel een feestje waard?’ (ADC)

http://www.afterall.behttp://www.ccbrugge.be

Informatiedag Pelgrimstocht naar Compostela voor stappers en fietsers

16 maart 2019, vanaf 10u00 tot 17u00, ( picknick meebrengen, drank te bekomen )

Omdat een goede voorbereiding belangrijk is bezorgen wij algemene info over alle mogelijkheden om deze tocht aan te vatten en tot een goed einde te brengen. Ervaren pelgrims zijn aanwezig om persoonlijke en specifieke vragen te beantwoorden en u op weg te helpen.

10u30 welkom: alg. informatie en getuigenis.

13u15, Afzonderlijke uiteenzetting voor stappers en fietsers,

14u15   Thematafels, kans om ervaren pelgrims specifieke vragen te stellen.

Zaterdag 16 maart, 2019, ZOWE, Barriérestraat 23 d, St Michiels- Brugge

( achterkant van station, 5 min. stappen )

Vrije gift, doch graag inschrijven ten laatste 12 maart, 2019

afdelingbrugge kust@compostelagenootschap.be

of tel. Alex Cusse 050 / 35.99.74

Agenda toneel februari

Parle moi d’amour, Cue Productions,

Vrijdag 22 en zaterdag 23 februari, 20 uur
Zondag 24 februari, 15 uur (CC De Dijk, Sint-Pieters)
Als een man en een vrouw rond middernacht thuiskomen van een diner, barst een huiselijke discussie los. De twee zijn vijftigers. Hun huwelijk is sleur geworden. Al hun frustraties komen naar boven in deze orkaan van verbaal geweld. Alles wordt tot op het bot uitgebeend: de opvoeding van de kinderen, hun seksleven, de schoonouders, hun ambities, haar schoonheidsoperaties, zijn hypochondrie en jaloezie … Een ernstig drama? Helemaal niet! De spitse dialogen, zo typisch voor goede Franse komedies, doen het publiek spontaan in lachen uitbarsten.

 

EXit sprak met Sylvia Broeckaert, de operastem van Klara

‘Opera is emotie in het kwadraat’

 

 Sylvia Broeckaert, van Brugse origine maar beroepshalve halve Brusselaar, heeft een uitermate stimulerend boek over opera geschreven. In de stilaan bekende Klara-huisstijl is dit boek een verplicht nummer voor wie zich (eindelijk) wil laten fascineren door deze kunstvorm die als geen ander ‘de tijd kan uitschakelen’. Broeckaert opent onze blik op dit genre middels de emoties die eraan verbonden zijn. In een vinnig voorwoord doet Klara-nethoofd Chantal Pattyn een stevige oproep: ‘Doe me een plezier: boek vooral kaartjes voor een van de vele producties in één van onze operahuizen. Er gaat een wereld voor u open’.

Foto Ellen De Meulemeester

 

EXit: Met de deur in huis: wat is de beste opera aller tijden?

Sylvia Broeckaert: ‘Oei, dat is een moeilijke vraag, want er bestaan duizenden opera’s. Maar in 2017 organiseerde BBC-Music Magazine een stemming waaraan 172 bekende operazangers deelnamen om de twintig grootste opera’s aller tijden uit te kiezen. Op nummer één belandde, met grote voorsprong, Le Nozze di Figaro’ van Mozart.’

‘Maar voor mij persoonlijk zou het eerder Don Giovanni zijn van Mozart of Il Barbiere di Siviglia van Rossini of – waarom niet – La Bohème van Puccini, of Don Carlos van Verdi. Maar misschien ga ik toch voor Peter Grimes van Benjamin Britten of Dialogues des Carmélites van Poulenc. Je ziet: ik kan niet kiezen.’

 EXit: Wat is de meest populaire opera aller tijden?

Broeckaert: ‘Carmen van Georges Bizet is vandaag één van de meest populaire opera’s uit het repertoire. Bizet bleef vooral bekend dankzij dit meesterwerk dat hij componeerde voor de Parijse Opéra Comique waar het in première ging in maart 1875. Die première was onderkoeld. Het Parijse publiek was geschokt door wat ze te zien kregen op de scène: een sensuele vrouwelijke hoofdfiguur, een zigeunerin die een deugdzame jonge militair op het slechte pad brengt. Ook de critici waren vernietigend in hun commentaar, maar vandaag is het een absolute topper.’

EXit: Het is opvallend dat opera vandaag zich vaker een militant jasje aan meet. Meer dan een trend?

Broeckaert: ‘Een bekend voorbeeld is natuurlijk 12 maart 2011 en de voorstelling van Nabucco in de opera van Rome waarbij de 150ste verjaardag van de eenmaking van Italië werd gevierd. Dirigent Riccardo Muti onderbrak de voorstelling na het slavenkoor en richtte zich tot het publiek in aanwezigheid van toenmalig premier Berlusconi. Hij klaagde de zware besparingen aan in de overheidssubsidies voor cultuur. Het publiek zong daarop mee in de herhaling van het slavenkoor. Mooi toch?’

‘Als je het over moderne ensceneringen hebt: het is zeker zo dat men met het genre opera in een zichzelf respecterend operahuis wel iets meer wil vertellen dan het gegeven in het libretto. Met hun operadebuut in De Parelvissers van Bizet, maakte bijvoorbeeld het theatercollectief FC Bergman indruk door het wat stoffige verhaaltje te situeren in een ouderlingentehuis en er een reflectie van te maken over vergankelijkheid en herinneringen. Militant is dat niet, maar het maakt het operagenre vandaag ook nog relevant, dergelijke nieuwe interpretatie.’

EXit: Een boek over opera, wiens idee?

Broeckaert: ‘Het boek is er gekomen op vraag van ons nethoofd Chantal Pattyn. De voorbije jaren publiceerde Klara enkele boeken Iedereen Klassiek: klassiek voor alle emoties. Daaraan heb ik ook meegewerkt. En wie emoties zegt, komt terecht bij opera dat zich daartoe uitermate goed leent. Opera is één en al emotie, het is emotie in het kwadraat. Op dezelfde manier is ‘Iedereen Opera’ vormgegeven. Bovendien voegen wij daar een vijfdelige cd-box aan toe met muziekfragmenten die gebaseerd zijn op verschillende emotionele categorieën. Ik heb daarvoor zo’n 50 muziekfragmenten geselecteerd, waaronder (maar niet uitsluitend) de toppers uit meer dan 400 jaar geschiedenis.’

EXit: Het boek is een pareltje van vormgeving. Een verfrissend concept.

Broeckaert: ‘Dat hoop ik. Ik vertrek telkens van één muziekfragment en beschrijf de emotie, het verhaal, de componist, de tijdsgeest, enkele anekdotes en een citaat uit het libretto. Je zoomt in, je zoomt uit, dat is het uitgangspunt.’

‘Of emoties niet aan trends en tijdsgeest onderhevig zijn? Nee, helemaal niet, ze zijn niet onderhevig aan de tijd. De ensceneringen zijn dat wel. De pure emotie blijft geldig, sinds de 17de eeuw tot vandaag.’

EXit: Vind ik in dit boek alleen de highlights uit de operageschiedenis terug?

Broeckaert: ‘Nee, het boek is geen best of. Ik beschrijf zowel aria’s, als duetten, ensembles, ouvertures en intermezzo’s. Alle muzikale aspecten van opera komen aan bod en opera’s uit alle tijden, van 1600 tot vandaag. Er zitten natuurlijk highlights in, maar niet alleen aria’s. Dat vond ik heel belangrijk.’

EXit: U bent de operastem bij Klara. Mooie job, u luistert de hele dag naar klassieke muziek!

Broeckaert: ‘Was dat maar waar! Ik breng wekelijks vier liveprogramma’s en één ingeblikt programma over opera op zaterdagavond. Ik bereid dat ter plaatse voor en daar komt veel bij kijken: beluisteren, teksten schrijven, veel opzoekwerk. Ik zorg ook voor recensies op Klara van operapremières in onze huizen, dat doe ik in het ochtendprogramma Espresso. Dat zijn intense dagen. De Klara-medewerker moet ook meer presteren dan vroeger. Dankzij de evolutie van de technologie is er dan ook meer mogelijk. Zo werk ik nu zonder een technicus, wat meteen meer verantwoordelijkheid met zich meebrengt. Maar het lukt wel, het is boeiend werk. By the way: ’s avonds thuis luister ik vooral naar jazzmuziek, belangrijke muziek van onze tijd.’

EXit: U bent van Brugse origine. Wanneer komt u terug?

Broeckaert: ‘Zeer graag, maar deze mooie stad is voor mij onbetaalbaar. Ik huur nu een flat in Schaarbeek en ik heb een kleine studio in Oostende. Voor de prijs van een studio in Oostende betaal je hier alleen een garage. Bovendien is de verbinding Oostende (of Brugge)-VRT voor mij ondoenbaar. Ik heb dit de voorbije zomer enkele keren getest. Ik was vijf uur onderweg. Ik blijf dus nog een tijdje in Brussel. Bovendien bevalt Oostende mij wel. Het heeft een artistieke kant, maar helaas ook een marginale keerzijde.’ (LUC FOSSAERT)

  Iedereen Opera, Sylvia Broeckaert, uitg. Borgerhoff & Lamberigts, 49,99 euro

 

 

 

 

Brugse sommelier schrijft uitdagend wijnboek

 

 

Jazzper Van Papeghem, in 2017 gekozen tot ‘Beste sommelier van het jaar’, is een luide en gerespecteerde stem in wijnland en derhalve vaak kwistig met eigenzinnige statements over wijn. Zopas verscheen zijn eerste wijnbijbel, een wijngids over biologische wijnen, bedoeld: wijnen die geteeld worden op gezonde akkers en zonder sproeistoffen.

 Jasper Van Papeghem doorliep zijn schooljaren in Brugge (de Frères), volgde nadien kunsthumaniora in Brussel, toerde door Europa, gidste in Rome en Griekenland…. En toen kwam nine eleven en einde verhaal, toerisme wereldwijd op z’n gat. Jasper keerde terug naar zijn eerste liefde, de horeca, die hij hier combineerde met een dito opleiding. Samen met vrouw en kinderen baatten ze zes jaar lang een Indisch getint restaurant uit in het Gentse Patershol. Nadien volgde hij een opleiding wijnsommelier en ging aan de slag in enkele toprestaurants. Zo kaapte hij eind 2017 de prestigieuze onderscheiding weg als ‘Best sommelier of Belgium 2017’. De voorbije drie jaar was (en) is hij aan de slag als wijnsommelier in het Brugse sterrenrestaurant De Jonkman.

EXit: Wat doet een sommelier behalve wijn proeven?

Jasper Van Papeghem: ‘Studeren vooral, want pas op: sommelier is geen beschermd beroep. Een sommelier weet niet alleen alles over wijnen, maar evengoed alles over aperitieven, alcoholische dranken en voedsel, want er is een sterke link tussen voedsel en wijn. Een sommelier leeft dus niet alleen van wijn.’

‘Mijn geheim? Dat is een geijkt schriftje waarin ik de resultaten noteer van het wijnproeven volgens een geijkt schema om zo de geuren, stijlen en types te kunnen herkennen. Ik kan tot 250 wijnen na mekaar proeven (en vooral spuwen). En ook hier: oefening baart kunst. Zondigen? Doen we niet, tenzij we een Conté Romanée voorgeschoteld krijgen. Maar pas op, wijn gaat door de slokdarm, je proeft niet beter door de wijn te slikken, er komt alleen meer alcohol in je bloed.’

EXit: Een nieuw boek over wijn, is dat nog steeds een gat in de markt?

Jasper: ‘Amper, maar dit is een boek over biowijnen en daar bestaat amper literatuur over. Bovendien bekijk ik biowijn met een kritisch oog, want het is een heel apart geval. De criteria waaraan biowijn moet beantwoorden, zijn extreem fanatiek en bijna ondoenbaar. Vandaar ook dat biowijnen soms onterecht samen gebracht worden onder de noemer ‘goed bedoeld’. Ik durf dan ook beweren dat slechts twee procent van de biowijnen top is, de rest is ‘brol’. Maar ik werk er toch graag mee, al is het geen conditio sine qua non.’

EXit: Ik lees dat je het verschil tussen gewone wijn en biowijn niet kunt proeven.

Jasper: ‘Dat klopt. Zit zo: bij gewone wijnen mag je van Europa 140 additieven toevoegen. Biowijn wordt biologisch geteeld op gezonde akkers, maar wat er achteraf mee gebeurt (‘in de kelders’) is veel minder gereglementeerd. Ook aan biowijnen mogen van Europa tot 80 additieven toegevoegd worden, en die Europese criteria zijn bovendien rekbaar. Ze zijn bijvoorbeeld veel lakser dan voor drinkwater. Is dat normaal? Voorts heb je naast biologische wijn ook biodynamische en natuurlijke wijn.’

EXit: Conclusie: de gemiddelde wijnliefhebber weet de klepel niet hangen?

Jasper: ‘Daarom dit boek. Mensen zien door de bomen het wijnbos niet meer. Overigens gebruik ik het woordje biowijn of ‘natuurwijn’ zo weinig mogelijk. De kans is immers groot dat de gemiddelde wijnliefhebber die weet wat hij proeft de biowijn niet lekker vindt. Laat je hem eerst proeven en zeg je pas achteraf dat het om biowijn gaat, dan is er geen probleem.’

‘Weet je wat mij het meest is bijgebleven tijdens het schrijven van dit boek? Dat ik enkele keren versteld stond van wat wij allemaal gewoon worden binnen onze voedsel- en drankproductie. We moeten anders leren omgaan met de natuur. Het is vandaag geen vijf voor twaalf, maar twee voor twaalf.’ (LUC FOSSAERT)

________

Bio: logisch!, dynamisch! Natuurlijk? Jazzper Van Papeghem, Stichting Kunstboek

 

 

Fotografe Ruth Decaesstecker creëert haar eigen Wonderland

Autosave-File vom d-lab2/3 der AgfaPhoto GmbH


In de Brugotta hal Burg (in het A.C. ’t Brugse Vrije op de Burg) krijgt de Brugse fotografe Ruth Decaesstecker (°1980) van vrijdag 15 tot en met zaterdag 28 februari de muren cadeau om haar werk te tonen. Verwacht geen idyllische plaatjes op haar eerste solotentoonstelling ‘Analog Wonderland’, maar wel kunstzinnige beelden waarover een nostalgische zweem gedrapeerd hangt. De sfeer van oude, bijna vergeten zomers is in haar foto’s dan ook nooit ver weg.

 

Ruth Decaesstecker volgde studies Juweelontwerp aan Sint-Lucas Gent waar ze een master behaalde, maar ook de lessen Filosofie en Fotografie én La Condition Humaine eisten haar volle aandacht op. Enkele jaren en omzwervingen later ontdekte Ruth dat de oldschool analoge fotografie de perfecte katalysator was om haar eigen (analoge) wonderland te creëren. ‘Ik zweer bij het analoge aspect van fotografie’, stelt Ruth. ‘Voor mij is dat focus behouden, kijken en afduwen op het juiste moment. Dat roept een zekere spanning bij me op. Ik ben zo blij als een klein kind als ik mijn filmpje mag binnendragen om het te laten ontwikkelen en achteraf nog blijer als ik zie dat mijn foto’s goed gelukt zijn. Digitale fotografie boeit me totaal niet. Ik vind het zelfs soms lastig om een foto te nemen met mijn iPhone. Mijn werkmateriaal bestaat uit oude camera’s, 35 mm-film en Polaroid. Door analoog te werken, kan ik me uitleven en voel ik de uitdaging: kijken, wachten en dan klikken. Dat vormt voor mij de basis van echte fotografie. Dat ene sublieme moment dat ik via dat ene duw op het knopje kan vastleggen zonder mijn artistieke focus uit het oog te verliezen … Geweldig!’

Camera? Check!

De opdrachten van Ruth Decaesstecker situeren zich zowel in de commerciële als in de culturele sfeer. ‘Ik fotografeer communies en trouwfeesten, maar ook muziekgroepen kloppen op mijn deur voor fotoshoots. Voor Cultuurcentrum Belgica in Dendermonde heb ik ook al beelden geleverd. Daarnaast concentreer ik mij op kunstzinnig werk en daar steken ook af en toe wat weinig verhullende zelfportretten tussen. Ik heb geen voorkeur wat opdrachten betreft; die afwisseling zorgt er net voor dat mijn werk uitdagend blijft’, zegt Decaesstecker die nooit haar woning in Dudzele verlaat zonder camera in haar handtas.

Geen censuur in haar eigen wonderland

De expo ‘Analog Wonderland’ in de Brugotta Hal is haar eerste solotentoonstelling en daar is ze bijzonder trots op. Ze kan er ongecensureerd werk tonen. Dat haar foto’s doen wegdromen naar (lang) vervlogen tijden, hoort ze wel vaker. ‘Het is absoluut mijn bedoeling om een nostalgische laag over mijn foto’s te leggen. Ik wil een bepaalde schoonheid en warmte registreren. Ik ben een dromer en creëer graag mijn eigen wereld, zeg maar een eigen wonderland.’

Hoe de reacties zijn op haar werk? ‘Die zijn verdeeld’, zegt ze resoluut. ‘Sommige mensen vinden het supermooi, anderen vinden het griezelig. Eerlijk gezegd, die reacties interesseren me gewoonweg niet. Ik vind het zelfs soms opwindend dat mensen mijn werk niet snappen of het niet mooi vinden. Het is pure fotografie en het zijn geen gemaakte beelden. Je krijgt van mij niet het perfecte plaatje voorgeschoteld.’ (ADC)

www.ruthdecaesstecker.com en http://www.ccbrugge.be

‘Mijn honger om zelf te creëren is groot’

Foto Leontien Allemeersch

 

 

Maxim Storms is een naam om te onthouden. Hij haalde in 2018 het Theaterfestival met zijn solo ‘Brother Blue’. ‘Another One’, een creatie met Lobke Leirens, werd geselecteerd voor Circuit X en werd na de selectie voor Big in Belgium (2018) in Schotland bekroond met de prestigieuze Total Theatre Award. ‘Happy Hour’ is hun nieuwste creatie.

 EXit: Je staat opnieuw samen met Lobke Leirens op het podium?
Maxim Storms: ‘
Na ‘Brother Blue’ wilde ik opnieuw met een andere maker aan de slag. Het is ondertussen de derde keer dat ik met Lobke het podium deel en ons verhaal is nog niet uitverteld. We kruipen in de huid van twee personages die gestorven zijn. Ze bevinden zich in een soort tussenzone tussen hemel en hel. Hun handen zijn een beetje afgebrand, maar verder zijn het twee heel herkenbare, alledaagse figuren. Ze kennen elkaar niet, maar zijn heel toevallig op hetzelfde moment in dat vagevuur terecht gekomen. Ze zijn op elkaar aangewezen en gedoemd om bij elkaar te blijven. Samen reflecteren ze over de vele aspecten van leven en dood.’

EXit: Wordt het opnieuw een beeldende voorstelling?
Maxim:
‘Absoluut. Heel zintuiglijk ook. ‘Happy Hour’ is niet woordeloos, maar het fysieke primeert. Ik ben eigenlijk zelf meer geïntrigeerd door hoe een personage beweegt dan door wat hij vertelt. Beweging is mysterieuzer. Er zijn meer interpretaties mogelijk en net dat vind ik leuk. Personages kunnen op die manier vele gezichten hebben voor het publiek. We werken ook met klank, geluid en stukken zang. We spelen op een grote rode cirkel, wat dan weer refereert aan rituelen.’

EXit: Je kiest niet voor klassiekers, maar voor nieuw werk met een heel eigen stempel. Hoe start je aan zo’n voorstelling?
Storms:
‘Ik werk altijd heel intuïtief. Nu ook met Lobke. We gaan met een bepaald thema – in dit geval ‘de dood en doodsrituelen’ – de vloer op en dan gaat het heel natuurlijk verder. We improviseren, spelen, knippen, plakken, schrijven … Wat het eindresultaat wordt, dat is ook voor ons een verrassing. De titel blijft in dit geval gelukkig wel de lading dekken (lacht). Ze verwijst naar het laatste uur van de personages, maar heeft ook iets dubbelzinnigs. Er is een scène met zweepjes, we werken met rubber en latex in decor en kostuums, wat ook iets kinky heeft.’

EXit: Het stuk heeft ook een donker kantje?
Maxim:
‘Dat is dan vooral aan Lobke te danken. Ze is heel erg gefascineerd door horror en dat komt altijd wel op één of andere manier tot uiting. Laat ons zeggen dat we ons publiek nu en dan de stuipen op het lijf jagen (lacht). In ‘Krocht’ bijvoorbeeld namen we het publiek mee op een pretparkkarretje doorheen een spookachtig doolhof. Inspiratiebron was toen de hel van Dante. ‘Happy Hour’ zit een beetje in dezelfde sfeer. Lobke is de horrorfreak, ik ben dan eerder de man van de absurde humor.’

 EXit: Werd je daarom recent de ‘Charlie Chaplin van jouw generatie’ genoemd?
Maxim:
‘Een mooi compliment dat door velen werd overgenomen, maar ik heb eigenlijk niet zoveel met dit personage. Ik denk dat ze vooral doelen op de manier waarop ik beweeg: mimisch en heel staccato. Ik hou ook wel van humor in een voorstelling, liefst wat absurd, maar humor is nooit mijn hoofddoel. Ik spreek liever van absurdisme, dat klinkt filosofischer en absurd kan ook donker zijn.’

EXit: Je speelt in drie maanden tijd drie keer in Brugge en Oostende, telkens met een andere voorstelling. Blijft het haalbaar?
Storms:
‘Af en toe (lacht). Ik speel en creëer tegelijkertijd, zowel voor jongeren als voor volwassenen. Die kruisbestuiving is enorm verrijkend, maar het weegt wel. Mijn honger om zelf te creëren is groot, maar dat is voor een jonge maker niet altijd de gemakkelijkste weg. Je moet alles zelf in handen nemen: productie, het zakelijke luik, communicatie … We zijn ook erg afhankelijk van middelen. ‘Happy Hour’ is door omstandigheden in twee maanden gemaakt. Wie komt kijken, vindt de voorstelling daardoor veel gedurfder, maar ik had graag wat meer tijd gehad voor reflectie.’

EXit: Je agenda staat in elk geval alweer mooi vol?
Storms:
‘Met Ballet Dommage – dat ben ik met actrice en theatermaakster Katrien Valckenaers – ga ik VOLK (Fragment 3) creëren, een reeks voorstellingen buiten de theaterzaal. Tijdens VOLK (Fragment 1) trokken we van deur tot deur door enkele Gentse wijken. We belden aan en boden mensen drie minuten theater aan. Dit keer gaan we voor een ander concept. In één maand tijd gaan we van Leuven naar Hasselt. We zullen negen keer halt houden in straten, op pleinen, in parochiezalen, … Thema van het stuk wordt ‘ramp’.

EXit: Je speelt graag buiten de theaterzaal?
Storms:
‘Ik wil dat blijven doen. In de theaterzaal bereik je alleen de echte cultuurliefhebber. Op straat speel je voor een totaal ander publiek. Je speelt eigenlijk voor iedereen en dat opent je ogen als maker.’

 EXit: Er staat ook een muzikaal project in de steigers?
Storms:
‘Voor ‘Brother Blue’ nam ik zelf de geluidsband op. Linde Carrijn, muzikante en actrice, vond dat daar meer inzat. Brik tu-tok is de band waarmee we heel recent te zien waren tijdens het huiskamerfestival Chambres d’O in Oostende. We maken eigenzinnige composities met huishoudprullaria, cassettes, allerlei instrumenten … Onze excentrieke kostuums en choreografieën maken het plaatje compleet. Er zijn ook plannen om volgend jaar een plaat op te nemen. Ik kijk er alvast naar uit!’ (SD)

 

Kant in Vlaanderen, een subliem eerbetoon

Foto EDM

Wie ‘kant’ zegt, droomt al snel weg naar de charme van middeleeuwse portretten van vorsten en edelen, van geestelijken en burgers. Van verwondering gaat het over in bewondering, want het artistieke en technische kunnen van de makers van weleer was subliem. Vandaag is kant aan een remonte bezig en kantklost zich een weg naar de hedendaagse kant. In de voorbije zomer verwelkomde Brugge meer dan 3.000 mensen uit alle werelddelen voor een congres over… kant. Pleitbezorger van de organiserende vzw is Martine Bruggeman, op Brugse bodem de specialiste van (onder meer hedendaagse) kant.

EXit: In 1997 publiceerde u Kant in Europa, vandaag Kant in Vlaanderen. Wat is het verhaal achter dit nieuwe boek?

Martine Bruggeman: ‘Het gaat dit keer over datgene wat in Vlaanderen op kantgebied vandaag leeft, met het accent op de hedendaagse kant. Komt aan bod: de conservatie van kant en iconografie in Vlaamse musea, archieven en privécollecties. Het boek laat ook zien hoe de kantkennis in scholen en werkgroepen wordt doorgeven. De publicatie werd onder meer mogelijk gemaakt door Fernand Huts die de Engelstalige uitgave sponsorde.’

‘Daarnaast geeft het boek veel aandacht voor kant als hedendaagse kunst, zoals beoefend in de tien academies in Vlaanderen en door hedendaagse kunstenaars die kant realiseren, het kant-aspect in hun werk integreren of kant-gerelateerd werken. Er waren op dat congres ook enkele buitenlandse kunstenaars en organisaties uitgenodigd die relevant waren voor de hedendaagse kantkunst. Al deze aspecten samen worden in het boek voorafgegaan door een bondige geschiedenis van de kant in Vlaanderen, om dit alles in de juiste context te kunnen plaatsen’.

EXit: De vaak gestelde vraag: vanwaar uw passie voor kant?

Martine: ‘Waarom precies? Ik rolde erin, vond dit een zo boeiende wereld, een niche waarvan ik voordien het bestaan niet kende. Kant is meer dan een randje of zakdoekje, maar heeft een hele geschiedenis: kunsthistorisch, sociaaleconomisch en vooral het hedendaagse aspect dat de toekomst verzekert.’

EXit: Weg suf imago?

Martine: ‘Zeker. Het fenomeen kant moet opengetrokken worden en bevrijd van zijn stoffig imago. Dit was de doelstelling van het congres Living Lace en dit bijbehorende boek. Ikzelf leid de groep Kant-Act die zich intensief toelegt op actuele kant. Ik vind trouwens dat het Brugse Kantcentrum (Balstraat) zich meer moet profileren met hedendaagse kant.’

EXit: Jullie organiseerden afgelopen zomer een Wereldcongres. Er was weinig mediabelangstelling, de stad Brugge stuurde haar kat.

Martine: ‘Inderdaad, maar er was wel een heel goede website die vooral in de kantwereld erg gesmaakt werd. De stad Brugge had weinig of geen belangstelling. We telden in het tentoonstellingsweekend (vrijdag-zaterdag en zondagmorgen) nochtans meer dan 3.000 bezoekers in de Hallen. In de Sint-Gilliskerk brachten de stedelijke Musea een tentoonstelling over religieuze kant, in het archief een tentoonstelling over het volkskundig aspect van de kant, de academie bracht in de Bogardenkapel hedendaagse kant van leraressen en leerlingen.’

‘Ook op andere locaties in Vlaanderen werden tentoonstellingen hedendaagse kant gerealiseerd (Aalst, Ieper, Kortrijk, Sint-Pieters-Leeuw, Sint-Truiden, Leuven…), verschillende musea in Vlaanderen zetten hun deuren open en organiseerden een speciale tentoonstelling naar aanleiding van het congres. Er was voor de belangstellenden een zesdaagse kantreis voorzien, maar ook individueel kon men de expo’s bezoeken.’

EXit: Nog ideeën?

Martine: ‘Ideeën voor een tentoonstelling? Ja, in 2020 zullen we met internationale hedendaagse kant naar buiten komen, maar dit moet nog concreet vorm krijgen.’ (LF)

Kant in Vlaanderen, Erfgoed en hedendaagse kant, Martine Bruggeman, 49,99 euro

Sunflower: ‘Dromen van een stek op het Cactusfestival’

Foto Daniil Lavroski

 Cactus Muziekcentrum pakt vanaf februari weer uit met een goedgevulde kalender. De concerten van de groepen Sunflower en Rumours op zaterdag 9 februari in de Magdalenazaal zijn er alvast twee om aan te stippen, niet in het minst omdat het bands zijn met 8000 als postcode. Sunflower, de post-punk-band-met-nog-meer-invloeden-dan-alleen-maar-post-punk, stelt er meteen ook zijn debuutplaat(je) aan pers en publiek voor. Afspraak op de eerste rij?

EXit: Jullie namen vorig jaar deel aan de voorrondes van Humo’s Rock Rally. Een verrijkende ervaring?

Daan Soenens (gitarist): ‘Humo’s Rock Rally kent natuurlijk een grote reputatie in de Belgische muziekscene en toen we (in de nasleep van Westtalent) ook hiervoor werden geselecteerd, leefden we even op een wolk. Snel merk je echter ook dat wedstrijden zelden leuk zijn als muzikant. Daarvoor doe je niet wat je doet. Achteraf bekeken zijn we ook heel blij dat het voor ons bij de voorrondes is gebleven. Het positieve aan zo’n wedstrijden is de aandacht die de muziek erdoor krijgt en dat hadden we door Westtalent al voldoende. Mentaal was een ‘neen’ krijgen bij Humo’s Rock Rally heel gezond voor ons.’

EXit: Inderdaad, voordien hadden jullie zich in de kijker weten te spelen met een overwinning op een ander rockconcours, die van Westtalent. Heeft dat deuren geopend voor jullie?

Daan: ‘Zeker. We mogen als band niet onderschatten hoe snel we hierdoor een zekere bekendheid hebben verworven. Niet zozeer door de overwinning op zich als de mensen die ons tijdens de voorronde en de finale hebben gezien. Zij zorgden ervoor dat we snel op enkele mooie podia konden staan. Deuren heeft het zeker geopend, maar we leerden ook dat je vooral op je eigen tempo moet groeien en elke stap moet zetten als je er klaar voor bent. Het label van ‘winnaar’ werkt in de eerste weken na zo’n concours, maar je moet jezelf ook gewoon met elk optreden weer opnieuw bewijzen. De muziek wordt niet beter door zo’n titel.’

EXit: Sunflower wordt bestempeld als een post-punkband. Dekt deze term de lading voor de muziek die jullie spelen?

Daan: ‘Termen plakken op muziek is nooit gemakkelijk, zeker in tijden waar genre-verwarring op zich een standaard is geworden. Vaak kiezen we zelf voor de combinatie van post-punk en dreampop om onze muzikale lading wat te dekken, maar ook wijzelf geven toe dat er nog heel wat andere invloeden in onze muziek sluipen. Iets dat het eindproduct alleen maar versterkt, maar de benaming al eens lastig maakt.’

EXit: Wat is er eerst: tekst of muziek?

Daan: ‘Bij het schrijven van nieuwe nummers vertrekken wij volledig vanuit de muziek. Soms komen mensen met ideeën naar een repetitie, vaak ontstaan er dingen op het moment zelf. De bas speelt een belangrijke rol in Sunflower en vormt de ruggengraat van veel nummers. Wat teksten betreft, schrijft Brent meestal buiten de repetities. Het gaat hierbij hoofdzakelijk om losse ideeën die hij dan samenbrengt in zanglijnen die tijdens de repetities ontstaan op de muziek. Deze manier van werken geeft voor ons een aangename sfeer en veel vrijheid in het creatieve proces.’

EXit: Sunflower straalt zelfvertrouwen uit.

Daan: ‘Voor mij is de grote sterkte van onze band het geloof en de eerlijkheid die in de muziek, zang en tekst zit. Die zit ook in de praktijk van het nummers schrijven. Doordat we dit steevast samen en op een heel organische manier doen, hebben onze nummers een soort natuurlijke flow in zich. Ook op het podium proberen we die oprechtheid te benadrukken. In tijden waar veel bands kiezen voor een meta- of ironische benadering van muziek als medium, vind ik het heel aangenaam om volop de kaart van die oprechtheid te trekken. We hebben op heel wat vlakken nog heel wat groei voor de boeg, maar dit is voor mij wel wat van Sunflower een sterke speler maakt.’

EXit: Op zaterdag 9 februari stellen jullie in de Magdalenazaal een verse EP voor. Spannend!

Daan: ‘Onze debuut-EP hebben we opgenomen in Track (Kortrijk) onder het toeziend oog van Michael Neyt. In de zomer van 2018 hebben we daar vijf nummers opgenomen die, naar mijn mening, een goed beeld schetsen van wat Sunflower fundamenteel als band bepaalt. De EP zal uitkomen op vinyl en op cassette onder het label Sentimental, onder bewind van Kobe en Fenne van Wispering Sons.’

EXit: Jullie dromen van een stek op de affiche van het Cactusfestival?

Daan: ‘Als Bruggelingen zijn we allemaal opgegroeid met het Cactusfestival. Ik denk dat we hier allemaal ook onze eerste festivalervaringen hebben opgedaan. Al bestond die toen nog hoofdzakelijk uit het oprapen van plastic bekertjes terwijl de ouders van de muziek en de sfeer genoten. Enkele leden van de band werken ook al enkele jaren op het festival en het heeft een grote nostalgische waarde voor ons. Als kind droom je om ooit ook eens op dat grote podium te staan. En de dromen die je als kind hebt, vergeet je niet.’

‘In je thuisstad spelen, is altijd fijn. Een mens voelt zich steeds goed in zijn eigen omgeving en bekende gezichten zien in het publiek is daar ook een aangenaam aspect van. Net als bij Cactusfestival blijft het leukste aspect om op podia te spelen waar je zelf zo vaak in het publiek voor hebt gestaan om naar je helden te kijken. Dat geeft een mooie boost en een goede positieve druk.’ (ADC)

http://www.cactusmusic.be

 

Agenda toneel februari

  Foto Kathleen Michiels

De Passant, Laika

Zondag 10 februari, 15 uur (Daverlo)
Vier mannen staan op de scène, van groot naar klein. Ze dragen hun koffers en kijken elkaar aan. Ze laten in elkaars koffer kijken, ze leren elkaar kennen, ze bouwen samen een huis, maar dan nemen ze weer afscheid. De één moet, de andere wil. Via klank en muziek, met slungelachtige en acrobatische bewegingen zoeken ze hun plek op het podium, maar eigenlijk ook in de wereld. Ze zwerven van hot naar her, vol verlangen naar een plek om eindelijk thuis te komen. Maar dan? Wat is dat eigenlijk thuis? Cultuurcentrum Brugge zet deze voorstelling op het programma binnen het jaarthema En Route! Regisseur Michai Geyzen gaat graag met deze acteurs aan de slag, omdat ze ‘samen een steengoede ploeg zijn’. De Standaard schrijft: ‘Kinderkunst met een boodschap, maar dan telkens verpakt in een lentefris, fantasierijk jasje.’

____

www.ccbrugge.be

%d bloggers liken dit: