Exit Magazine

Maandelijks Brugs Cultuurblad

Maandelijks archief: september 2020

Anna Vercammen leent haar naam aan het Biekorfplein

 

Ook het komende culturele seizoen krijgt het pleintje aan de Biekorf Theaterzaal de naam van een opmerkelijke, Brugse maker. Na Lara Taveirne vorig jaar valt die eer dit keer te beurt aan Anna Vercammen. Deze theatermaaksters werd niet in Brugge geboren, maar is er naar eigen zeggen wel ‘getogen’. Ze stond al verschillende keren op de Brugse planken en pakt het komende seizoen uit met heel wat leuke projecten, in samenwerking met Cultuurcentrum Brugge.

EXit: Je bent geen geboren, maar een ‘getogen’ Bruggelinge? Anna Vercammen: ‘Ik ben in de stad aangespoeld op mijn tiende en liep er school tot ik op mijn achttiende naar Brussel trok om drama te gaan studeren. Tussen mijn zevenentwintigste en dertigste keerde ik even terug om daarna naar Gent te verhuizen. Mijn passages waren vrij kort, maar krachtig genoeg om de stad een onbetwistbaar deel van mijn roots te noemen. Mijn liefde voor theater is alvast in Brugge ontstaan. Ik stond voor het eerst op de planken tijdens schoolvoorstellingen en was als jongere vaak betrokken bij allerhande theaterprojecten in de stad. Mijn vader woont in Brugge. Ik keer nog vaak en graag terug.’

 

EXit: Dit seizoen ben je alom aanwezig?
Vercammen:
‘Ik was heel aangenaam verrast toen de mensen van het Cultuurcentrum mij vroegen of ze het pleintje naar mij mochten vernoemen. Ik ben eigenlijk vrij bescheiden, dus ik vond het nogal wat, een plein met mijn naam. Ik ben niet echt beroemd en ook nog niet dood. Toen ik hoorde dat het voor één jaar was, was ik dus ergens ook opgelucht (lacht). Niettemin, ik ben heel vereerd. Het is ook een mooi initiatief richting kunstenaars. Ik zal alvast mijn uiterste best doen om mijn rol met verve te spelen!’

EXit: Voor het KRIKRAK-festival schrijf je een nieuw stuk?
Vercammen:
‘In november presenteer ik een kort toneelstuk, een work in progress, met als werktitel ‘de bleke baron’. Een ‘politiek’ sprookje over  twee muzikanten die leven in het rijk van de bleke baron. Een machthebber die geen al te hoge pet op heeft van ‘zijn’ volk. Hij heeft een hele lijst met alles wat hij aan zijn volk wil veranderen. Het stuk gaat onder andere over de schaamteloosheid die we vandaag jammer genoeg bij bepaalde machthebbers zien. Dat klinkt zwaar, maar ik geef er een grappige draai aan. We staan met twee op de scène. Joeri Cnapelinckx, met wie ik De Anale Fase vorm en ikzelf. Hij speelt een muzikant die leeft in het rijk van de ‘bleke baron’. De baron is zo bleek dat hij niet kan blozen.’

EXit: Je kiest voor een heel actueel thema?
Vercammmen:
‘Ik ben inderdaad vertrokken vanuit de actualiteit van de vele opkomende autoritaire en mogelijks totalitaire regimes in de wereld vandaag. Ik denk onder meer aan machthebbers als Trump of Kim Jong-un, maar ik las ook heel wat rond het fascisme in de jaren 1940 en de na-oorlogse DDR. Het is op een tragische manier lachwekkend  hoe kunstenaars geviseerd en beknot werden in die jaren of onder dwang werden ingezet als propagandamachine. We moeten ons ten allen koste bewust blijven van het feit dat onze verworven vrijheden van vandaag niet evident zijn.’

EXit: Jeugdtheater is je ding?
Vercammen:
‘Ik ben eigenlijk van veel markten thuis. Ik schrijf theaterteksten, ensceneer stukken en sta meestal ook zelf mee op de planken. Met mijn bandje De Anale Fase ga ik bovendien regelmatig de muzikale toer op. Ik ben dus vrij ‘all-round’, maar in de loop der jaren is jongerentheater zo’n beetje mijn ‘core business’ geworden. Hoewel ik er niet bewust voor kies, zien producenten mijn werk op een of andere manier het beste passen binnen het jongerentheater. Het gedijt er blijkbaar goed.’

EXit: Wat is de reden daarvoor?
Vercammen:
‘Ik heb een grote voorliefde voor sprookjes en mythologie. Het is een vorm waar ik vaak naar teruggrijp, ook om zwaardere of emotionele thema’s aan te raken. Sprookjes werken heel goed als metafoor, ook en vooral naar kinderen en jongeren toe, maar in mijn voorstellingen zitten vaak ook lagen of verwijzingen die enkel de volwassenen mee hebben. Zo rigide is het dus vaak niet.’

EXit: Je gaat komend seizoen ook aan de slag met een groep jongeren?
Vercammen: ‘
We gaan onder de noemer ‘The Future is Ours’ op zoek naar jongeren uit het vijfde en zesde middelbaar die ‘goesting’ hebben om een theatervoorstelling in elkaar te boksen. We mikken op spelers, maar ook op schrijvers, dansers, muzikanten of andere creatievelingen. Ik zorg daarbij voor een prikkelende, actuele input, maar de vloer is vooral voor de jongeren zelf. We starten met drie brainstormsessies in oktober en november, gaan repeteren vanaf januari om op 30 april 2021 uit te pakken met een avondvullende voorstelling in de Brugse Stadsschouwburg tijdens het Brugotta Festival. Wie wil meedoen, kan een mail sturen naar cultuurcentrum@brugge.be.’

EXit: Wat staat er verder nog op het programma?
Vercammen:
‘De familievoorstelling ‘De Koningin in verdwenen’ van Kopergietery wordt hernomen. Sonja De Brouwer die het programma voor kinderen en jongeren samenstelt, wilde de voorstelling nog een keer op het programma. Dit wordt voorlopig de laatste, dus wie nog wil genieten van onze dernière krijgt die kans in Brugge op 7 maart. Op 14 maart zal ik ook enkele verhalen vertellen tijdens k’luister in de foyer van de Stadsschouwburg. Voorlopig is dat wat op stapel staat, maar ik sluit niet uit dat er nog kleine initiatieven bij komen. Ik wil daarbij zeker interactief werken met het publiek.’

EXit: Jullie trappen af op 20 september?
Vercammen:
‘Vanaf die dag draagt het pleintje inderdaad mijn naam. We zullen het straatnaambordje die dag met de nodige luister inhuldigen. Ik schrijf heel graag en ben nu aan het werken aan nieuwe teksten die zullen verschijnen op de drie ramen die uitgeven op het plein. Ik had daarvoor ook bestaand werk kunnen kiezen, maar ik vind het wel leuk als ik er een heel actuele, Brugse toets aan kan geven. Ik nodig graag iedereen uit op 20 september om mijn schrijfsels te lezen!’ (SD)

www.ccbrugge.be

Woesh: een familiehuis met open deur

 

Bruggelingen die Circusatelier Woesh nog niet kennen zijn dun gezaaid. Woesh organiseert al twintig jaar circuslessen (voor jong en oud), circuskampen, initiaties en workshops en maakt producties waarmee ze kunnen toeren. Bij Cirque Plus en Uitwijken is Woesh hiermee ook een vaste waarde. Het team van vijf docenten – in loondienst! – zet sinds 2006 ook zwaar in op sociaal circus: ze hebben zo een uitzonderlijke expertise opgebouwd in sociaal-artistieke projecten voor bijzondere doelgroepen (Viro, Oranje, …).  

 

Eind 2017 kon Woesh een eigen gebouw kopen aan de Damse Vaart Zuid 39. Na jarenlang een bijna nomadisch bestaan te hebben geleid van turnzaal naar turnzaal, kwam er eindelijk een vaste plek. Het vertrek van enkele personeelsleden zorgde recent voor kopzorgen, maar vanaf september zal Elsie Roose (Cirque Plus, Cinema Lumière, De Republiek, …) samen met Lies Terryn (De Driehoek, Speelveld, …) een tandem vormen om het net ingediende beleidsplan in daden om te zetten.

 

Elsie Roose: ‘Laat ons zeggen dat ik voorlopig trek en Lies duwt, maar die beweging zou snel moeten keren. Ik leg de toekomst graag in handen van jonge ondernemende krachten, en wat dat betreft kunnen de verdiensten van Lies wel tellen. Mijn ervaring in de circuswereld – ik stond in 2007 aan de wieg van het jaarlijkse circusfestival Cirque Plus, maar ook bij grotere organisaties –  is belangrijk om met haar mee te geven.’

 

Lies Terryn: ‘Die wereld was nieuw voor me toen ik in oktober vorig jaar startte bij Woesh. In een snel tempo maakte ik kennis met circus; zowel buiten als binnen in onze trainingszaal. Ik ben leerkracht van opleiding en was meteen gecharmeerd door de circuspedagogie. Circus draait om spelen, plezier maken en al doende leren, van en met elkaar. Het geloof in ieders mogelijkheden voedt de warme sfeer die hier heerst. Vanuit dat perspectief merk je al snel dat iedereen eigenlijk alles nog kan leren, jong én oud.’

‘Het creëren van ruimte en vrijheid zorgen er dan weer voor dat creativiteit en ondernemerschap ten volle tot uiting kunnen komen. Zo is onze jongerenproductie ‘En Bloc’ hun voorstelling aan het herwerken nadat ze hun equipe gehalveerd zagen. De manier waarop ze die verandering vastgegrepen hebben als startpunt van iets nieuws vind ik prachtig.’

 

Toegankelijk voor iedereen

Het Woesh-team heeft de ambitie het circusatelier samen een trapje hoger te loodsen. Ze willen vooral de sociale kaart trekken: ook jongeren uit armoede of allochtone gezinnen moeten toegang krijgen tot de lessen. Circus beoefenen is gezonde beweging voor lichaam en geest waar je letterlijk en figuurlijk sterker van wordt. Bovendien is het als podiumkunst evenzeer een expressiemiddel; een krachtig middel tot zelfontplooiing dus. ‘We willen circuslessen en -projecten dan ook toegankelijk maken voor iedereen. Vorig jaar telde onze werking een 300-tal leden en daar liggen zeker nog wat mogelijkheden voor de toekomst’, zegt Elsie Roose.

 

Verder wil men heel intensief samenwerken met scholen. ‘Wij gaan niet enkel op zoek naar lenige en sportieve jongeren, maar ook techniek en mechaniek kunnen aan bod komen. Wij zijn ervan overtuigd dat veel kinderen en jonge mensen aan hun trekken kunnen komen bij onze werking, en hier willen we ten volle op inzetten’, aldus nog Lies Terryn. (LF)

 

____

 

In 2021 viert het circusatelier zijn twintigste verjaardag en dat zal gevierd worden. Op zondag 13 september organiseert Circusatelier Woesh een startdag met kleine demonstraties. Iedereen welkom. www.woesh.be

 

 

Belpop Bononza deelt muzikale verhalen op Brugse wandel- en fietsroute

 

Muziekkenners Jan Delvaux en Jimmy ‘DJ Bobby Ewing’ Dewit van Belpop Bonanza spelen sinds kort de rol van persoonlijke ‘city guides’. Het tweetal giet de muzikale geschiedenis van een stad in een gratis wandel- en fietsroute en verbinden Belpopverhalen aan een specifieke locatie. Ook Brugge heeft zo’n muzikale ontdekkingstocht in de aanbieding in het kader van #ikzomerwestvlaams.

Na het wegvallen van de muziekfestivals deze zomer zochten de twee Belpopkenners (die al sinds 2013 theatershows en televisie maken over Belgische popmuziek) alternatieven om toch wat muzikaal vertier te kunnen aanbieden in eigen land. In een dertigtal steden en gemeenten nemen Delvaux en Dewit de rol op van muzikale stadsgidsen. Op iedere plek stippelden ze een fiets- en wandeltocht uit langs diverse Belpopparels. Deze Belpop Bonanza fiets- en wandelroutes zijn volledig gratis én coronaproof (in open lucht) te bezoeken. Het enige wat de deelnemers nodig hebben, zijn een fiets of een paar stapschoenen en een smartphone.

Tussen de 29 andere steden en gemeenten staat ook Brugge op het lijstje van Belpop Bonanza. Daarvoor baseerden Jan Delvaux en Jimmy Dewit zich grotendeels op de Brupop-boeken van EXit-redacteur en auteur Antoine De Clerck. Verwacht Red Zebra, Elisa Waut, Brugotta, Raymond van het Groenewoud, maar ook Benny Scott, hiphop, de Brugse beiaard… ‘Brugge is l’embarras du choix’, zegt Jan Delvaux. ‘Er zijn heel veel en heel veel uiteenlopende muzikale lijnen die terug te voeren zijn naar hier. De grootste Belgische hit aller tijden, de nationale punkklassieker, een Nederlandse monsterhit… Zelfs de beiaard is hier rock-’n-roll. Wat uit Brugge komt, heeft ook een zekere eigenheid. Het is een mix van eigengereidheid en koppigheid. Die dan gekoppeld wordt aan dat geroemde West-Vlaamse ondernemerschap.’

Wandelen of fietsen

Fietsers en wandelaars kunnen in In&Uit (’t Zand) een gratis plannetje oppikken. Die zijn ook beschikbaar als digitale download op de website van Belpop Bonanza (www.belpopbonanza.be). Langs het parcours zijn 20 stopplaatsen voorzien. Bij elke stop hangt een QR-code die gescand kan worden met de smartphone. Achter elke plek zit een rijkelijk geïllustreerd audio- en/of videofragment van Delvaux en Dewit. De tocht situeert zich voornamelijk in de Brugse binnenstad en bedraagt in totaal 12,5 km. Start- en eindpunt is In&Uit. (LF)

 

Brugotta Awards via livestream gratis te volgen

 

Uitgesteld, niet afgesteld, maar deze keer wel in een andere constellatie. De Brugotta Awards – oorspronkelijk gepland op 21 maart, helaas uitgesteld door de Covid19-pandemie – vinden wel degelijk plaats in de Koninklijke Stadsschouwburg op 18 september. Live, maar zonder publiek. Gratis te bekijken via een stream op de Facebookpagina van Cultuurcentrum Brugge.

Met de Brugotta Awards wil Cultuurcentrum Brugge op een originele manier Brugse muzikanten en artiesten in de bloemen zetten. Een tijd geleden kon iedereen zijn/haar stem uitbrengen op een favoriete groep in verschillende categorieën. Zo kon er gestemd worden voor onder meer de strafste band van het moment, de pittigste coverband, het meest dansbare dj-collectief van het moment, de meest zinnenstrelende act, de hotspot van Brugge en het Brugs monument. Tijdens de uitreiking van trofeeën en de obligate bloemenruikers zorgen de Brugse artiesten voor optredens in vaak verrassende bezettingen, onder leiding van de Metronoomband van Steven Van Havere.

De hele show (gepresenteerd door Mieke Dumont e Jordy Vermote) zal professioneel in beeld worden gebracht. Het publiek kan de boeiende en veelzijdige optredens van de Brugse muziekscene gratis volgen via een livestream op de Facebookpagina van Cultuurcentrum Brugge. Wie eerder al een ticket kocht, krijgt zijn geld terug.

Cultuurcentrum Brugge kijkt vooruit en roept alle Brugse bands op om een opname in te sturen voor de Brugotta Tribute op 27 maart 2021 in de Koninklijke Stadsschouwburg. Tot 31 oktober 2020 kunnen groepen een ode aan David Bowie opsturen naar brugotta@brugge.be. Op basis van de inzendingen stelt het CC een show samen voor volgend jaar. Het coronavirus gelieve zich te onthouden van deelname.

 

Een wetenschapper op een sokkel

 

 Zeker een bezoek waard (en nog tot 29 november) is de tentoonstelling in het Brugse Stadsarchief op de Burg. Die is geheel gewijd aan de fascinerende figuur van Simon Stevin, een groot wetenschapper die in eigen stad niet altijd correct werd bejegend. Hij is met voorsprong de grootste ‘ontdekker’ die Brugge ooit heeft voortgebracht.

 De tentoonstelling toont een boeiend portret van een man wiens wiskundige inizchten (‘het decimale getal’) en praktische toepassingen (‘de zeilwagen’) de wetenschap hebben getekend. In Brugge kreeg hij pas laat een standbeeld (1839), maar door Stevins ‘collaboratie’ met het Calvinistische noorden stuitte dat op politiek protest. Zijn standbeeld was het eerste beeld van een historische figuur in Brugge.

EXit: Wie was deze boeiende figuur?

Dieter Viaene (Stadsarchief Brugge): ‘De in Brugge geboren wetenschapper Simon Stevin (1548-1620) verhuisde omstreeks 1577 naar het huidige Nederland en schopte het er tot raadsman van Prins Maurits. Met een frisse kijk verrijkte hij steeds nieuwe terreinen, zoals waterbouwkunde, navigatie, boekhouding, fysica, krijgswetenschap, architectuur, stedenbouw, politieke wetenschappen en wiskunde. Ideeën die hij altijd in het Nederlands formuleerde, als antwoord op concrete vraagstukken van legeraanvoerders, ingenieurs en bestuurders.’

EXit: Wat krijgen we te zien op deze expo?

Viane: ‘De tentoonstelling in het Stadsarchief brengt voor het eerst alle werken en manuscripten van Simon Stevin samen, waaronder tien werken uit de erfgoedcollectie van de Openbare Bibliotheek Brugge. De expo presenteert ook zijn levensloop en over hem gepubliceerde werken. Je komt meer te weten over zijn standbeeld op het naar hem vernoemde plein en over hoe zijn inzichten en ontdekkingen vandaag nog steeds aanwezig zijn in het leven van alledag. Tijdens de duur van de tentoonstelling leer je de wetenschapper beter kennen in een leeshoekje in Hoofdbibliotheek Biekorf. Twee films, over het leven van Simon Stevin en over de invloed van zijn ontdekkingen op ons dagelijks leven, zullen te bezichtigen zijn.’ (LF)

Inhoudelijk is deze expo uitgewerkt door gastcurator professor Guido Vanden Berghe, samen met Dieter Viaene en Ludo Vandamme. Er is ook een begeleidende publicatie (uitgeverij Sterck & De Vreese en te koop aan 22,50 euro). Gratis toegang, maar reservering via Musea Brugge is verplicht op www.museabrugge.be

 

 

 

 

 

Tomas Bisschop van MA Festival: ‘Het is quasi
onmogelijk om onze huidige missie nog waar te maken’

‘De integratie van de coronamaatregelen binnen onze gereduceerde
werking van MA Festival 2020 was een boeiende oefening en bleek
binnen deze editie nipt haalbaar. Maar zolang we dergelijke maatregelen
(beperkt publiek, bubbels, afstandsregels ook op het podium,
internationale beperkingen etc.) moeten hanteren, wordt onze werking al
te veel beperkt en is het quasi onmogelijk om onze huidige missie nog
waar te maken.
Een aantal vragen dringen zich op: wat met een internationale werking?
Welk repertoire is er mogelijk als de strikte afstandsregels op het podium
moeten gerespecteerd blijven? Zijn grotere formaties nog realistisch?
We zijn er in geslaagd om dit jaar een veilige concertbeleving te
garanderen voor 100 personen. Helaas is dit op termijn totaal
onhaalbaar. MA Festival haalt jaarlijks meer dan helft van de omzet uit
eigen inkomsten (tickets en sponsoring), met concerten van 150 tot 1100
luisteraars. Indien 100/200 personen de nieuwe norm wordt, zal dat heel
veel creativiteit vragen om een gezond model uit te werken. Echt hoopvol
zijn we hier niet.

De voorbije tijd werd er uit noodzaak massaal ingezet op livestreaming
en videocaptaties. Ook MA Festival streamde twee concerten via diverse
platformen. De laatste jaren is de opname/weergavekwaliteit zeer goed geëvolueerd
en stap voor stap geraakt dit alternatief ingeburgerd als aanvulling op het
culturele leven. Toch ben ik niet overtuigd of het de essentie van ons
werk, namelijk mensen samenbrengen en beroeren met schoonheid, zal
kunnen realiseren. Vooral de sociale en emotionele aspecten van een
concertbeleving zijn digitaal zo moeilijk weer te geven in de huiskamer :
het contact met de artiest op het podium, de ervaring van de akoestiek,
de rillingen bij een euforisch applaus, en bovenal, het ontmoeten van
mensen.

MA Festival presenteert jaarlijks een veertigtal concerten met een heel
divers repertoire: artiesten treden op in soloverband, in kleine ensembles
of in grote formaties tot vijftig personen. Indien de huidige
afstandsregels behouden blijven (1,5 meter tussen instrumentisten, 2
meter tussen solozangers), kunnen wij niet anders dan ons beperken tot
ensembles van een vijftiental musici. Bijgevolg zal een substantieel
onderdeel van het repertoire niet meer te horen zijn op MA Festival: geen

Monteverdi Vespers meer, geen h-moll messe van Bach, geen Purcell
opera’s etc…Bovendien haalt MA Festival jaarlijks een staalkaart van de
internationale oude muziekscène naar Brugge. Nu internationale
tournees meer en meer onder druk komen te staan, zal dit een impact
hebben op het aanbod.

We sluiten niet uit dat een ticket voor een liveconcert in de toekomst
duurder zal worden. Momenteel onderzoeken we wat een evenwichtig
ticketbeleid zou kunnen zijn, zonder de toegankelijkheid voor onze divers
samengestelde maatschappij al te zeer te gaan hypothekeren. We kijken
hier natuurlijk ook naar de diverse overheden om hun
verantwoordelijkheid te nemen om het unieke culturele aanbod in de
stad in leven te houden, toegankelijk voor een breed publiek.’

(foto EDM)

Lieve Moeremans (directeur Brugge Plus): ‘Fier
op het enthousiasme van onze ploeg’

‘Brugge Plus is als evenementenorganisator ook niet gespaard gebleven
door de Covid-19-pandemie. De zomer is ons hoogseizoen en met lede
ogen hebben we de voorbije maanden moeten toezien hoe het onmogelijk
werd om onze evenementen te laten doorgaan. Gelukkig werd vanuit de
culturele sector een veilig alternatief uitgewerkt met uitZOMERlijk waar
we heel graag onze schouders mee hebben onder gezet. Maar ook dat
werd intussen geannuleerd. Toch bleven nog een aantal initiatieven
overeind.

Met de pre-Triënnale Brugge 2020 hebben we onder de noemer
‘PLATFORM’ negen weken lang negen wisselende tentoonstellingen en
dat in hartje Sint-Michiels. De voorbode van Triënnale Brugge 2021 kon
en kan deze zomer op heel wat belangstelling rekenen. Roel
Vandermeeren, Peter Lagast, Bert Puype, BLVRD, Jasper Rigole, Inge
Watteeuw en maf architecten passeerden al de revue. Joke Raes mag als
voorlaatste het platform inrichten waarna de studenten Toegepaste
Architectuur van Howest, die instonden voor het ontwerp van het
paviljoen, Pre-Triënnale Brugge zullen afsluiten.

Corona heeft ook een grote impact gehad op Uitwijken omdat dit project
net de bedoeling heeft om mensen samen te brengen en te verbinden. We
zijn dit jaar ook tien jaar op toer met Uitwijken en dat hadden we graag
met iedereen gevierd. De coronacrisis zorgde er helaas voor dat we onze
ambitieuze plannen moesten bijstellen en telkens zeer creatief en snel
moesten inspelen op de nieuwe situatie. Ik ben fier op het niet-aflatend
enthousiasme van de Uitwijkenploeg. De voorbije maanden zijn ze
blijven zoeken naar nieuwe manieren om cultuur op een veilige manier
naar de Brugse wijken te brengen.

Zo zijn we er in geslaagd een coronaveilige circustoer te organiseren. We
brachten vijf avonden op rij ‘circus onder het balkon’ aan vijf
appartementsgebouwen in vijf verschillende wijken. De reacties van de
bewoners waren lovend. Ook voor de Uitwijkentoer in september hebben
we heel wat geschrapt in het programma in functie van de
veiligheidsregels. Het is een uitdaging om een veilig en boeiend
programma samen te stellen, maar ook dat zal lukken.
Wat we wel konden realiseren naar aanleiding van ‘10 jaar Uitwijken’ is
de Uitwijken fietskaart die eind juni met het Stadsmagazine in alle
bussen van de Bruggelingen viel. Dit is een ideale manier om op een
veilige manier de Uitwijkensfeer op te snuiven en ongekende plekken te
ontdekken. Ook het Uitwijkenbier viel al bij menig mensen in de smaak
en wordt sinds juni geserveerd in Grand Café De Republiek en in het
restaurant/bar Paula Mostaert.

De maand september zouden we normaal afsluiten met het vernieuwde
Kookeet-concept. Die plannen stoppen we een jaartje in de koelcel, maar
we lanceren wel een promotiecampagne voor en met de Brugse chefs.
Meer nieuws hierover kondigen we in september aan.
De coronacrisis heeft ons geleerd om nog meer flexibel en creatief te zijn.
Het organiseren van evenementen zal voortaan met een andere insteek
gebeuren. We zullen er altijd rekening mee moeten houden dat een
dergelijk virus ons leven van de ene op de andere dag overhoop kan
gooien. Als we als evenementensector overeind willen blijven, moeten we
dan ook een methodiek en aanpak uitwerken zodat we cultuur op een
veilige manier blijven aanbieden.’ ()

Till-Holger Borchert (directeur Musea Brugge): ‘Heel wat publiek uit de buurlanden is
teruggekomen’

De impact van de pandemie voor musea is globaal moeilijk te
voorspellen en ook voor Musea Brugge is het koffiedik kijken. Ondanks
het feit dat het mondiale toerisme in onze stad uiteraard verminderd is,
is er toch heel wat bezoek uit de buurlanden teruggekomen, dus niet
alleen het lokaal publiek vindt aardig de weg terug naar onze musea. Wij

merken wel hoe de soms tegenstrijdige berichtgeving over de pandemie
onmiddellijk effect heeft op de bezoeken. 

Globaal gezien zijn heel wat musea nog altijd gesloten. Sommigen lenen
zelfs geen kunstwerken meer uit, omdat de transporten van kostbare en
fragiele werken nu door de coronamaatregelen niet meer op de
gebruikelijke manier door koeriers begeleid kunnen worden, terwijl
andere instellingen voorlopig gewoon doorgaan met hun
tentoonstellingsprogrammatie, alsof er niets aan de hand is.
Sommige collega’s in internationale musea hebben dan weer grotere
projecten met enkele maanden uitgesteld of ‘on hold’ gezet in de hoop
dat de situatie op termijn gaat verbeteren. Het is duidelijk dat een
bepaald type tentoonstellingen door de door- veiligheidsoverwegingen-
opgelegde-restricties voor aantallen bezoekers financieel nog minder
haalbaar zijn dan voordien, tenzij men de toegangstickets op een voor
musea tot nu toe ongekend niveau gaat verhogen. Dat zou dan wel
misschien in New York, Moskou en Londen werken, waar superrijken de
middelen hebben om hun wens naar exclusiviteit uit te leven, maar of het
in Brugge gaat aanslaan, daar heb ik niet alleen twijfels bij, maar ben ik
zelfs een pertinente tegenstander van. Zeer drukke toestanden, zoals
tijdens de Leonardo-Tentoonstelling in het Louvre, zijn in mijn ogen
bovendien noch wenselijk, noch voor herhaling vatbaar.

Juist in onzekere tijden zoals we die nu beleven kunnen kunst en erfgoed
soelaas bieden en helpen de dingen te relativeren. Feitelijk worden we
door de pandemie sterker dan ooit uitgedaagd om onze vaste collecties
op een creatieve manier te valoriseren naar een evenementieel –
georiënteerd publiek toe. Vergeet niet dat mijn gedreven collega’s met
veel kennis en enthousiasme sinds de start van de lockdown een
uitgebreid digitale aanbod van Musea Brugge op poten gezet hebben. We
hebben in de voorbije jaren systematisch op collectie-valorisatie ingezet,
vanuit de wens naar duurzaamheid op cultureel, intellectueel en artistiek
vlak. We hebben gefocust op de troeven van de rijke erfgoedcollecties in
Brugge – niet alleen van onze eigen musea – en die in de kijker geplaatst,
denk maar aan ‘Haute Lecture’, het project rond Colard Mansion. De
tentoonstelling ‘van Eyck in Bruges’ die we dankzij het feit dat we vooral
lokale bruiklenen exposeren, konden verlengen tot 8 november, is hier
ook een mooi voorbeeld van. Het feit dat deze expo toch redelijk wat volk
over de vloer krijgt, toont ook aan dat er interesse is voor dit soort
exposities. Zo startte net ook de expo over Simon Stevin in het
Stadsarchief, die op een soortgelijk principe berust. De expositie
‘Memling now’ die omwille van corona niet in het voorjaar kon openen,
maar die we normaliter vanaf 1 oktober kunnen presenteren, is dan weer
een andere, meer eigentijdse manier om de vaste collectie te

revaloriseren of herinterpreteren. Ook de expo van ‘Nele van Canneyt’
die Brugge tijdens de lockdown met wondermooie foto’s heeft
gedocumenteerd kan je in het Arentshuis vanaf 27 november verleiden
opnieuw anders naar de stad te kijken.

We willen nu vooral onderzoeken op welke manier we de museale
locaties nóg beter onder de aandacht kunnen brengen in tijden van
corona. We hebben er resoluut voor gekozen om volgend jaar – het jaar
van de volgende triënnale – in te zetten op multidisciplinaire
kruisbestuivingen en met eigentijdse kunstenaars, dansers en
muzikanten projectmatig samen te werken in de hoop dat hun creativiteit
– op een positieve manier – besmettelijk kan zijn voor het grote publiek. (THB)

Never waste a good crisis

(foto EDM)

Jeroen Vanacker, directeur Concertgebouw

‘Eind februari 2020 in het pop-up café op de zesde verdieping van de
Lantaarntoren: we klinken onbezorgd op het succesvolle, stemmige tête-
à-têtes, een festival met muzikale intimiteit en persoonlijk contact als
uitgangspunten, stel u voor!

De maanden die erop volgden, waren een lange oefening in loslaten.
Collega’s, familie en vrienden van achter het computerscherm, een stil
Concertgebouw zonder artiesten en publiek; we beseften zeer goed wat
we misten nu het er niet meer was of slechts via een interface. De
dagelijkse pianostukken van Daan Vandewalle onder de titel ‘Caress’
zorgden 46 dagen lang voor troost, en verbonden het publiek met de plek
waar ze zo graag samenkomen voor muziek en dans.

(Van) achter de schermen was intussen een processie van Echternach
bezig: voorstellingen werden verplaatst van maart naar juni en van juni
naar augustus en van augustus naar …, om uiteindelijk vast te stellen dat
we met z’n allen de impact van dit virus serieus hebben onderschat.
Gelukkig kwam er met voortschrijdend inzicht ook voortschrijdend
optimisme en gloorde er stilaan weer meer hoop aan de horizon.
Het nieuwe seizoen werd in mei online gelanceerd, weliswaar zonder
ticketverkoop. In juni werkte de klassieke muzieksector samen aan het
project Klara on tour. In de zomer mochten we de avant-première van de
nieuwe voorstelling van Anne Teresa De Keersmaeker co-presenteren in
Brussel en boksten de Brugse cultuurpartners in no time het warme zomerfestival uitZOMERlijk in elkaar (dat helaas vroegtijdig werd
stopgezet).

Stilaan leren we leven met dit virus, zijn er veilige omstandigheden
gecreëerd om een waardevol artistiek programma te presenteren vanaf
september. Never waste a good crisis: veel oplossingen dragen ook de
kiem van een meerwaarde in zich. Is een inleiding in een andere ruimte
not done? Een korte introductie in de concertplek bereikt de komende
maanden het volledige publiek. Breekt een pauze soms de
spanningsboog? De omstandigheden laten ons in de nabije toekomst
kiezen voor intense ééndelige sets. Het ontdubbelen van de concerten is
bovendien een experiment met andere starturen. Ik kan me voorstellen
dat een aantal oudere bezoekers het niet zo erg vindt om in de late
namiddag naar de voorstelling te komen. Vertoont de kalender gaten
door het wegvallen van grootschalige evenementen in verhuur? Uit 43
aanvragen voor een residentie in de Concertzaal en Kamermuziekzaal na
een ‘open call’, selecteerden we veertien artiesten en gezelschappen die
onze zalen ook zonder publiek zullen laten zinderen met hun artistieke
praktijk. Het (her)plannen op korte termijn is voor ons zowel een
uitdaging als een kans: de flexibiliteit die we nu aan de dag leggen, zal
ons in de toekomst sterker en veerkrachtiger maken. We zijn hoopvol
maar ook beducht voor de challenges: hoe kunnen we zo snel mogelijk
het vertrouwen terugwinnen? Van virologen en politici over de veilige
omgeving die we met man en macht verzekeren, van het publiek om – nu
nog met afstand – opnieuw de medemens op te zoeken – ook in de
concertzaal.

Essentieel is ook het vertrouwen van de artiest wiens moed in de
schoenen is gezakt. De artiest die we weer perspectief moeten geven om
door te gaan. Met ideeën, flexibiliteit, positivisme en vooral solidariteit
en samenwerking kunnen we ervoor zorgen dat iedereen op en naast het
podium verenigd blijft om te participeren aan kunst, voor zovelen een
onmisbaar onderdeel van een zinvol leven.’

Filip Strobbe, directeur Cultuurcentrum
Brugge: ‘Liveoptredens zijn ons DNA’


‘The show must go on, dat is een grondwet van de cultuursector. Daarom
heeft ons team van bij het begin van de crisis alternatieven uitgedacht
voor de afgelaste voorstellingen. Die alternatieven zochten we in de
eerste plaats in de digitale sfeer. We streamden vroegere opnames ,
presenteerden een theaterstuk via Whatsapp en organiseerden virtuele
tentoonstellingen en digitale zoektochten voor kinderen in de
schouwburg. We leven in een tijdsgewricht waarin alles wat digitaliseert
als een stap vooruit wordt gezien. Op een bepaald ogenblik dachten we:
dit is de versnelling naar een nieuw digitaal cultureel tijdperk die we
misschien zelfs nodig hadden.

Eerlijk: dat moeten we toch serieus nuanceren. Als programmator
vermijden we zelf al om een voorstelling enkel op basis van een opname
te boeken of te beoordelen. Dat is gevaarlijk omdat je de reactie van het
publiek niet ziet en de context, de elektriciteit in de zaal en de al dan niet
schitterende ogen evenmin ervaart. Theater, dans, circus of concerten op
een scherm: het is een afkooksel van de live-ervaring. Komt daarbij dat
we tijdens de coronacrisis misschien nog meer dan vroeger aan ons scherm zijn gekluisterd. Dan hebben we echt geen nood aan nog eens
extra culturele schermtijd.

Zo’n crisis legt bloot wat de eigenheid van je organisatie is en welke
elementen daarin onontbeerlijk zijn: de artiesten in de eerste plaats
natuurlijk maar ook de magie van een speelplek en de reacties van de
andere toeschouwers zijn van groot belang. Liveoptredens zijn ons DNA,
en niet het maken van digitale producties of het verspreiden ervan via
schermen. Daar zijn andere instanties zoals televisie of radio veel beter
in.
Ons publiek verwacht van ons voorstellingen die ‘levende versch’ zijn.
Dat bleek toen we het komende seizoen in verkoop brachten en het even
leek alsof er geen crisis was. Dat bleek ook toen we deze zomer met alle
Brugse culturele partners UitZOMERlijk organiseerden, een vijftigtal
kleinschalige openlucht voorstellingen. In een mum van tijd waren die
voorstellingen uitverkocht. Dat UitZOMERlijk vroegtijdig moest stoppen,
maakte aan de andere kant ook weer duidelijk in welke kwetsbare
situatie de culturele sector zich bevindt. Na het opdoeken van het
voorjaar mochten we het vervangprogramma van de zomer voor een
groot stuk annuleren en dit terwijl er nog grote onzekerheid heerst over
het najaar.

Ons motto is: ‘Schoonheid, Inspiratie, Creativiteit. Elke Dag, Voor
Iedereen’ en dat willen we binnen om het even welke context waarmaken.
Het ziet er naar uit dat we bepaalde onderdelen, zoals tentoonstellingen,
verder zullen kunnen organiseren. Een schouwburg met een maximale
capaciteit van 100 toeschouwers stelt grotere uitdagingen. We zijn
natuurlijk nog niet aan het einde van onze creativiteit of mogelijkheden.
Zoals Pippi Langkous zei: ‘We hebben het nog nooit gedaan dus we
denken dat we het wel kunnen.’’

%d bloggers liken dit: