Exit Magazine

Maandelijks Brugs Cultuurblad

Maandelijks archief: april 2019

‘Het woord is een krachtig wapen’

 

 

(foto Ellen De Meulemeester)

De Brugse dichter Frederik Lucien De Laere stelt op vrijdag 19 april in IJsberg (Burgstraat 5 in Damme) zijn nieuwe dichtbundel ‘Opabinia’ voor waarin hij recente en minder recente uitgestorven diersoorten uit zijn pen laat vloeien. ‘Als dichter kruip ik in de huid van deze vaak wonderlijke en spectaculaire wezens en breng een ode aan de schoonheid en complexiteit van het leven. Helaas wordt de biodiversiteit op deze planeet bedreigd, vroeger en nu, hoofdzakelijk door toedoen van de mens. Ik wil met deze bundel een statement maken. Ik neem als kunstenaar mijn maatschappelijke verantwoordelijkheid op’, zegt de voormalige stadsdichter van Damme.

 EXit: Opabinia is de titel van je nieuwe dichtbundel. Dat moet je eens verklaren aan ons.

Frederik Lucien De Laere: ‘Opabinia verwijst naar het fossiel dier waarvan enkele sporen gevonden zijn in Canada en China. Een mysterieus, bijna alien-achtig wezen. Het dier is zo afwijkend, dat het in geen enkele klasse van organismen is thuis te brengen. Ik vond dat wel een mooie metafoor voor mijn dichterschap.’

EXit: Je dicht over recente en minder recente uitgestorven diersoorten zoals de grote ivoorsnavelspecht en de westelijke zwarte neushoorn. Is je boek een aanklacht? Springt de mens niet zorgzaam genoeg om met de natuur?

De Laere: ‘Ik wil met deze bundel wel een statement maken. Uit een recent rapport van WWF blijkt dat in de laatste vijfenveertig jaar zestig procent van de dieren in het wild door toedoen van de mens zijn gedood. Ik vind dat schrijnend, dat is gewoon pure moord. De dieren waarover ik schrijf zijn onze ancestors, wij zijn er nauw mee verwant. Terzelfdertijd zijn de gedichten in Opabinia lofbetuigingen aan de schoonheid en de complexiteit van het leven.’

EXit: Natuur, klimaat en milieu zijn nu hot topics. Vind je het belangrijk dat jongeren spijbelen en op de barricades gaan staan voor het klimaat?

De Laere: ‘Natuurlijk hebben de jongeren gelijk, dit protest is eerlijk en komt van onderuit. Ik hoop dat ze hun idealisme kunnen bewaren en niet ten prooi vallen aan manipulatie of aan de corruptie van de macht. In deze prille revolutie zie ik het begin van een systeemomwenteling, een reactie tegen het kapitalisme dat ook in onze tijd gericht blijft op ongebreidelde uitbuiting van de natuur en van de mens.’

EXit: Kan poëzie hierbij de wereld (een beetje) redden?
De Laere
: ‘De vraag is of een echte revolutie nog mogelijk is, maar de jeugd van tegenwoordig geeft hoop. We moeten vooral naar hen luisteren. Hoewel ik behoor tot een vorige generatie, geloof ik dat ik als dichter ook een verantwoordelijkheid heb op te nemen in deze maatschappij, en niet aan de zijlijn kan staan. Vanuit mijn positie kan ik wel degelijk een bijdrage leveren, het woord is een krachtig wapen.’

EXit: Tijdens je boekvoorstelling op 19 april kruip je in de huid van een ‘wildeman’ of ‘green man’, een Keltische mythologische figuur die de terugkeer naar de natuur symboliseert in tijden van ecologische crisis. Wat mag het publiek precies verwachten?

De Laere: ‘De wildeman is ook een uitgestorven diersoort, een wijze sjamaan die de mens dichter bij de natuur kon brengen. Hij is als fossiel nog terug te vinden in de folklore en middeleeuwse ornamenten. In de voorstelling zal ik een poging doen om deze figuur terug tot leven te wekken.’

EXit: Ook je partner in crime Els Deceukelier brengt op die avond een performance?

De Laere: ‘Els zal enkele gedichten uit mijn nieuwe bundel voordragen. Zij staat ook in voor de regie van de wildeman-performance. Door de samenwerking met Els heb ik als dichter en performer grenzen verlegd.’

EXit: Broed je al op een nieuw thema voor een volgende bundel?
De Laere
: ‘Mijn volgende bundel zal profetische teksten bevatten, naast gedichten over belangrijke profeten. Als een van de grootste levende Nederlandstalige dichters van het moment beschouw ik mezelf ook als een ziener.’ (ADC)

____Op de voorstelling van ‘Opabinia’ (uitgeverij Vrijdag) op vrijdag 19 april om 20 uur geeft uitgever Rudy Vanschoonbeek een inleiding, zorgt Frederik Lucien De Lare met ‘De wildeman’ voor een soloperformance en leest actrice Els Deceukelier enkele gedichten voor uit de bundel. Meer info via fldelaere@gmail.com

 

Buddy Munro verenigt muzikale spitsbroeders

 

Vriendschap is mooi, en het krijgt zelfs nog een extra glans als er een muzikale saus over gegoten wordt. Zo ook bij Buddy Munro, een nieuwbakken (cover)band uit Brugge waarin zowaar oude rockers het voortouw nemen. Covers jawel, maar hier en daar sluipt er stilaan ook al eens een eigen nummer de set binnen. Op zaterdag 13 april delen de buddies het podium van De Kelk (Langestraat 69) met de groep N-Carbon.

Achter Buddy Munro gaat Alex Vuylsteke (gitaar), Hans Podevijn (gitaar), Dave Willaert (bas), Tom De Vos (drums), Louis (zeg ‘Lewis’) (keyboards) en Jan Podevijn (zang) schuil. Jan kennen we nog uit een ver verleden toen hij bij Alpenradio (waar is de tijd!) achter de microfoon zat als presentator van zijn eigen alternatieve rockshow ‘Het Venijn’. Hij leerde ons op dinsdagavond in de jaren negentig de fijnste gitaarsongs ontdekken van de beste bands van het moment, altijd vergezeld van een streepje duiding. ‘Mijn radio-avontuur dateert inderdaad al van lang geleden, maar de liefde voor muziek is altijd gebleven’, zegt hij. ‘Buddy Munro klinkt misschien als een late roeping voor mij, al heb ik nog met Elsje Helewaut samen gerepeteerd, nog voordat er van Elisa Waut sprake was. Ik was keyboardspeler en het is – eerlijk gezegd – bij die repetities gebleven, want we hebben toen nooit met die band opgetreden. Dat ik nu toch de muzikale draad weer heb opgenomen, heb ik te danken aan mijn broer Hans en Alex Vuylsteke die al een tijdje samen aan het jammen waren. Er kwamen enkele bevriende amateurmuzikanten bij en opeens waren we met zijn zessen aan het spelen. Aangezien er ook een toetsenist bij was en we nog geen zanger hadden, heb ik me ‘opgeofferd’ voor de goede zaak. Ik geef grif toe dat ik niet de beste zanger ben – vergeet die tien op tien voor toonvastheid -, maar ik kan wel een nummer brengen en interactie creëren tussen onze band en het publiek. Ik smijt me telkens voor de volle honderd procent en daardoor kan ik de muziek ook naar mijn hand zetten. Wij beschouwen Buddy Munro als een leuke liefhebberij, een ideale uitlaatklep voor de oude rockers die we allemaal zijn. We koesteren allemaal een passie voor rockmuziek en het is die passie die ons bij elkaar heeft gedreven.’

Een stukje muziekgeschiedenis

Het leeuwendeel van het repertoire bestaat voorlopig nog uit een 25-tal covers, al zijn het niet meteen de meest voor de hand liggende nummers die de revue passeren bij Buddy Munro. ‘Onze setlist bestrijkt de muziekgeschiedenis van de jaren zestig tot nu’, zegt Podevijn. ‘Verwacht nummers van onder meer The Sonics, Queens Of The Stone Age en The Bollock Brothers. We kiezen voor een gevarieerde set waarin ook enkele rustpunten steken. En momenteel hebben we al één eigen nummer afgewerkt dat we ook brengen. Het klinkt goed, al zeg ik het zelf. Er kunnen nog nieuwe nummers bijkomen, het bevalt ons wel. We zien wel hoe het vlot, want we repeteren tot nu toe maar één keer per week.’

Bunny wordt Buddy

Dan moeten we het nog even over de groepsnaam hebben. Die is gebaseerd op het boek ‘The death of Bunny Munro’ van Nick Cave, de Australische bard die ons elke minuut van de dag mag storen als hij met zijn slechte zaadjes zijn duivels ontbindt. ‘Tom en ik zijn zeer grote fans. Samen hebben we hem al meer dan vijftig keer aan het werk zien. Er is niemand die live beter uit de verf komt dan Cave, zo’n charisma op het podium. We durven het niet aan om zijn werk te coveren, daarvoor is het respect te groot. Wat niet wil zeggen dat we voor de andere artiesten geen eerbied hebben, maar van Cave’s songs blijven we af. Of we hem ook hebben uitgenodigd op ons optreden in De Kelk? Ja, maar hij kan niet komen, want hij moet op dat moment met zijn vrouw naar Ikea’, lacht Jan Podevijn. (ADC)

Facebook/Buddy Munro en Instagram (@buddymunro).

Religieus erfgoed in de aanbieding

# Een cijfer dat tot nadenken stemt: een kwart van de oppervlakte van de binnenstad is rechtstreeks gelinkt aan religieus leven door kerken, abdijen, kloosters, abdijen en pastorieën. De acute leegloop en leegstand openen vandaag heel wat perspectieven op korte en lange termijn. Een groot deel van dat patrimonium is bovendien kunsthistorisch waardevol.

# In de vorige EXit (maart) bepleitte Eric Van Hove (ex-dienst Stedenbeleid) een grotere inbreng van Stad Brugge in het dossier van de vijf (!) parochiekerken. Een boeiende case, want ‘het initiatief voor de herbestemming blijft daarbij bij de plaatselijke gemeenschappen, maar de Stad kan een handje toesteken met steun in woord en daad.’ Van Hove noemt het ‘een kans die zich niet vaak voordoet in een decennium’.

# Een ander herbestemmingsdossier dat zich nu aandient is dat van de (leegstaande) Sint-Godelieveabdij in de Boeveriestraat. In 2015 hebben de kloosterzusters het gebouw verlaten en het in erfpacht gegeven aan Stad Brugge voor een periode van vijftig jaar. De toen pas opgerichte Brugge Foundation meldde zich kandidaat voor het beheer van de site. Een nieuwe bestemming(en) en de nodige sponsorgelden zouden deze 3.400 vierkante meter grote site kunnen redden voor de toekomst. In deze EXit laat Ingrid Leye (ex-Monumentenzorg en ‘sterke vrouw’ van Brugge Foundation) haar licht schijnen op de moeilijkheden en de addertjes in dit dossier. Zegt Leye: ‘Het is zeer moeilijk om gepaste functies te vinden’ en ‘geïnteresseerde partners zijn heel voorzichtig.’ De site is bovendien vrijwel helemaal historisch beschermd en bepaalde delen, zoals de slaapkamers van de zusters, zijn niet toegankelijk. Spijts het voorgaande is er nu toch licht in de tunnel met dank aan een milde testament-weldoener die 150.000 euro vrijmaakte voor de restauratie van de kerk (die nog niet ontwijd is). Dit dossier, met partners als Foodstep en VTI-Brugge, kan de trigger worden voor een mooi verhaal.

# Los van het verhaal Sint-Godelieveabdij staat (ook in deze EXit) het initiatief ‘Sacred Books, Sacred Libraries’ van onder meer de Brugse historica Doenja Van Belleghem. In een eerste fase sluiten zich twee kloosters aan: het Engels Klooster in de Carmersstraat en dat van de Karmelieten in de Ezelstraat. Met de steun van Toerisme Vlaanderen (321.000 euro) wil dit project het klooster ontsluiten ’waarin de unieke verwevenheid van Stad en het religieus leven’ wordt verteld tijdens geleide gidsbeurten. Van Belleghem hoopt op die manier ‘de onmiskenbare invloed van de religieuzen op de geschiedenis van de stad’ aan te tonen.’

# En, ook al verschillen de beide initiatieven qua opzet, er is veel dat hen bindt. Zoals Ingrid Leye het verwoordt: ‘Dus, ja, waarom zouden we beide initiatieven niet op elkaar afstemmen?’. (LF)

Toneeltip

Augustus, ergens op de vlakte (Werkgroep66)
19, 20, 25, 26 en 27 april om 20 uur (CC De Dijk)

Een familie, ergens op de vlakte. Een groep verwante, intelligente, gevoelige mensen met de beangstigende gave om elkaar het leven absoluut onmogelijk te maken. Wanneer de vader des huizes plots spoorloos verdwijnt, verzamelt de familie zich in het ouderlijke huis om elkaar te steunen en meteen ook kapot te maken. Augustus is een familie-epos, gebaseerd op een Amerikaans stuk dat jaren op Broadway speelde. Rita Bossaer die eerder al stukken schreef en herwerkte voor Werkgroep66, geeft het stuk een eigentijdse, Vlaamse invulling. Een stuk met een grote, gevarieerde bezetting. Regie en enscenering zijn in handen van Dominique Deckers die dit keer experimenteert met rechtstreekse projectie op de scène. (SD)

www.toneelkring-werkgroep66.be

AMBITIE VOOR BRUGGE

In Brugge gaat er nu (terecht) veel aandacht uit naar de nieuwe museumsite, maar een ander groot dossier voor deze legislatuur, namelijk het nieuwe beurs- en congresgebouw op het Beursplein, staat in de praktijk al heel wat verder. Al blijft er hier vooralsnog één cruciale vraag: hoe zal men straks dit complex van een slordige 40 miljoen euro in de praktijk exploiteren en tot een succes maken? Het stadsbestuur keek of kijkt hierbij in de richting van het Concertgebouw, maar zal zélf toch ook de eigen ambities nog wat duidelijker moeten uittekenen.

De architectuurwedstrijd voor het nieuwe beurs- en congresgebouw is ondertussen achter de rug, het ontwerp van de Portugese architect Souto de Moura is als laureaat uitgeroepen. De omgevingsvergunning is aangevraagd en als alles verder naar wens verloopt, kunnen de werkzaamheden binnen afzienbare tijd starten en zal Brugge tegen het einde van deze legislatuur over een nieuw beurs- en congresgebouw beschikken.

Vraag blijft echter wie (en hoe men) deze nieuwe infrastructuur en deze nieuwe ambitie voor Brugge in de praktijk zal waarmaken. Eenvoudig is dat niét. De voorbije jaren zocht het vorig bestuur vruchteloos een privé-partner die deze exploitatie op zich wou nemen, maar ondanks diverse oproepen in die zin, daagde niemand op. Geen wonder ook, want voor een succesvolle exploitatie moet men hier eigenlijk drie verschillende ambities op één gezamenlijke plek waarmaken.

Driestoelenprincipe

Om te beginnen wil het nieuwe congresgebouw zich uitdrukkelijk richten op residentiële meerdaagse internationale congressen van middelgrote omvang: de nieuwe locatie moet groepen van 500 à 600 personen kunnen ontvangen volgens het gekende driestoelenprincipe: een zitplaats in een plenaire zaal, een stoel in een break-outruimte en een plaats om te lunchen. Op zich is dat voor Brugge zeker een interessante doelgroep, wie weet zelfs een hoeksteen van een nieuwe toeristische strategie.

In tegensteling tot bijvoorbeeld het cruisetoerisme, dat hier een zeer vluchtige en eenzijdige benadering van Brugge in de hand werkt, vormt het congrestoerisme ongetwijfeld een potentiële troef voor onze stad: congresgangers blijven meerdere dagen in een stad, meestal in de midweek en dus niét alleen in de drukke weekends, ze hebben vaak – naast de informatieve sessies – nog heel wat vrije tijd, waarin ze ook van de sfeer van de stad nog willen proeven. Ze spenderen dan ook heel wat meer euro’s dan de doorsnee dagtoeristen, hebben ook meer aandacht voor kwaliteitswinkels en originele initiatieven en willen een stad ook wel eens op een andere manier beleven.

Een stad op maat van de mens

Brugge beschikt in dat marksegment zeker over serieuze troeven. Om te beginnen is er onze ligging, in de vierhoek tussen Londen, Parijs, Amsterdam en het Ruhrgebied. Bovendien heeft Brugge ook als Unesco wereld-erfgoedstad een ijzersterke renommee, een mix van eeuwenoud en gaaf gebleven erfgoed, in combinatie met een leefbare stad: veilig en net, met een goed leesbaar stadsplan binnen de wallen, alles op loopafstand, uitstekende gastronomie, interessante musea, maar vooral ook: een stadsbeeld dat tot de verbeelding spreekt, een stad op maat van de mens.

Binnen een steeds globaler en internationale context een betekenisvol deel van die internationale congressen naar Brugge halen, wordt dus de eerste ambitie. Maar dat gebeurt niet vanzélf, zeker weten. Een vergelijkbare stad als Maastricht, eveneens 120.000 inwoners met een historische stadskern, pakt dat al jàren professioneel aan, ga maar eens kijken op www.mecc.nl. Meer dan zestig mensen zijn er permanent in de weer om internationale congressen naar Maastricht te halen, om de organisatoren ervan professioneel te begeleiden, om het totaalpakket te doen lukken. Ok, hier in Brugge zal het allicht wel met minder moeten, maar toch: de story van het Oud Sint-Jan in Brugge heeft ons ondertussen hopelijk geleerd dat je ook een indrukwekkende ligging en dito infrastructuur kunt verknallen, als je er ook geen professionele omkadering en investeringen aan koppelt.

Investeren in een professionele omkadering

Nee, als we straks als gemeenschap een slordige 40 miljoen veil hebben voor een nieuwe congresinfrastructuur, dan moeten we ook voldoende investeren in een professionele omkadering voor dat nieuwe geheel. Maar dat zal niet altijd makkelijk te combineren zijn met de tweede doelstelling van het project, namelijk een beursgebouw dat zich in de praktijk vooral op lokale beurzen zal (moeten) richten. Dat heeft dan in eerste instantie te maken met de optie die het duo Laloo-Landuyt onder het vorig bestuur doorgedrukt heeft, namelijk een beursgebouw van ongeveer dezelfde omvang als de vroegere Beurshalle: in de praktijk een gebouw met een bruikbare netto-vloeroppervlakte van 4.500 m².

Vergelijk dat even met pakweg Flanders Expo in Gent, 54.000 m², of XPO in Kortrijk, 55.000 m², en je weet het meteen: Brugge zal in deze categorie nooit de Champions League spelen, hoogstens de regionale competitie. De dimensie zélf van het nieuwe beursgebouw maakt toonaangevende beurzen à la Brafa (Tour& Taxis) onmogelijk, het wordt meer iets in het verlengde van Bouwen, Wonen Nu. Zeker verdienstelijk, maar wel erg lokaal. Wat meteen ook voor het exploitatie-model van het hele nieuwe complex toch wel serieuze vragen oproept. Het nieuwe gebouw moet straks immers een modern onderkomen bieden voor congressen én beurzen die naast elkaar en op hetzelfde moment kunnen functioneren. Maar anderzijds weten we nu al dat de organisatoren van lokale beurzen de facto over weinig budgetten beschikken, zodat je nu al de vraag kunt stellen wie dan uiteindelijk de rekening zal doen kloppen.

Overdekt plein

Nee, deze combinatie wordt al niet simpel, en dan hebben we het nog niet gehad over de derde ambitie, de zogenaamde Stadshal of het overdekt plein dat bij de voorstelling van het project van Souto de Moura misschien niet altijd de nodige aandacht kreeg. Als er in het nieuwe gebouw geen beurs georganiseerd wordt, kunnen de wanden van het gebouw zich aan drie kanten openen en kan de nieuwe Beurshalle een overdekt plein worden, met tal van mogelijkheden: als je bedenkt wat de broertjes Loosveldt aan de overkant met en in De Vetten Os allemaal hebben uitgeprobeerd, dan weet je nu al dat hier mogelijkheden liggen voor een nieuw stukje stedelijkheid in Brugge. Een beetje naar het voorbeeld van Cargo, een groot overdekt depot in het Antwerpse Park Spoor Noord, zie maar: www.barnoord.be.

Een internationaal luik met interessante congressen, een regionaal luik met overwegend lokale beurzen en een stedelijk luik met een overdekte ruimte die uitnodigt tot het nemen van nieuwe initiatieven: wie maakt straks de proef op de som? (ERIC VAN HOVE)

ERGENS IN EEN STAD WAAR HET ALTIJD THEETIJD IS

 

daar zaten ze dan – tussen het lover en plastic – een tafellaken

lang te zwijgen – thee te trekken uit nagelkruid en vierkantswortel –

de maartse haas peilde mij – of hij uit mij ook thee kon… –

maar het meest trof mij de hoedenmaker: hoe schaduw als ringen

rond zijn vingers viel en in zijn vuist de tijd stopte met tikken…

 

Tania Verhelst, stadsdichter van Brugge

inspired by Maria Kleopatra & Kim Note (foto)

inspired by Lewis Caroll’s Alice in Wonderland

 

Werk van Yves Velter in Black Swan Gallery

 

In Yves Velter’s soloshow ‘Where the Forgotten is Stored’ in de Black Swan Gallery (Langerei 24) wordt de bezoeker van 6 april tot 5 mei aan de hand van zijn beeldend alfabet op een museale manier doorheen zijn oeuvre geleid. Kosten noch moeite werden gespaard om elke ruimte van het tentoonstellingslabyrint te transformeren om zijn symbolen of codes optimaal te ondersteunen.

 De opening van de expo ‘Where the Forgotten is Stored’ van Yves Velter is gepland op zaterdag 6 april. Om 17.00 uur geeft Annelies A.A. Vanbelle, co-hoofdredacteur TheArtCouch, een inleiding op het werk van Yves Velter.

Annelies A.A. Vanbelle: ‘Al van kindsbeen af heeft Yves Velter een fascinatie voor onoplosbare vragen. Hij laat ze bestaan, een beetje ontredderd in al hun vaagheid. Precies in die ontreddering ziet hij de schoonheid, hij zet de schemerzone op een voetstuk en maakt er zijn levenswerk van. Als een sociaal onderzoeker, weliswaar van de eigengereide soort, begeeft Velter zich onder zijn medemens, om daar precies op te pikken wat anderen laten liggen. Met een hypergevoelige antenne detecteert hij de blinde vlekken in ons sociale spel. Verlangens en angsten, stille getuigen op de achtergrond, ongeschreven regels, conflicten en twijfels, sensaties en emoties, nuances en lagen die zonder meer bestaan, maar waarvoor niemand ooit de moeite nam woorden te bedenken.’

Nieuwe betekenislagen

Velter geeft er geen woorden aan, maar beelden. ‘Schimmen van mensen, of suggesties van figuren’, zegt Vanbelle. ‘Hij beperkt zich tot de contouren van ons mens-zijn, niet omdat hij niet weet wat zich daarbinnen afspeelt, maar om het teveel buiten te sluiten, om het ondefinieerbare naar voor te halen, en voor het voetlicht te plaatsen wat doorgaans tussen de lijnen glipt. Gezichten worden verhuld, lichamen worden vereenvoudigd. Precies door die beperking komen nieuwe betekenislagen bovendrijven.’

Velter richt de spot op het onbestemde. ‘Om dit kracht bij te zetten bedient hij zich van een beeldenalfabet dat gestaag aangroeit: brieffragmenten van zijn autistische tante, spiegelgezichten, oplichtende lichaamsdelen, arceringen, gaatjeskarton, sleutels of zaklampen… Stuk voor stuk verwijzen ze naar onderbelichte elementen uit ons gevoelsleven of subtiele sociale vraagstukken.’ (ADC)

De tentoonstelling loopt van 6 april tot 5 mei in de Black Swan Gallery, Langerei 24, Brugge. Open op zaterdag en zondag van 14 tot 18 uur en op afspraak.

 

Restauratie abdijkerk pilootproject voor Sint Godelieve-site

‘Dit gebouw moet leven’

 Het gonst van de bedrijvigheid in de 17deeeuwse Sint-Godelieveabdij in de Boeveriestraat. Vaklui repareren er de centrale verwarming, de abdijkerk krijgt een dringende opfrisbeurt. Opdrachtgever is de Brugge Foundation, een stichting die zich inzet voor het behoud en beheer van moeilijk herbestembaar erfgoed. Met de erfenis van een gefortuneerde Bruggeling krijgt de site nu een forse boost. Foundation-verantwoordelijke Ingrid Leye geeft tekst en uitleg.

Ingrid Leye: ‘Ik ben in de Foundation gerold op vraag van Eric Van Hove (LF. Ex-dienst Stedenbeleid). Ik was net met pensioen bij de Dienst Monumentenzorg toen mij gevraagd werd om aan te sluiten. De collega’s en ik zijn er met veel enthousiasme aan begonnen. Met de kennis van vandaag zouden we wellicht wat voorzichtiger geweest zijn (lacht), maar ik ben nog altijd blij met datgeen ik hier bezig ben, al is het zeer arbeidsintensief.’

‘We zijn gestart zonder middelen, op een kredietsubsidie van Stad Brugge na. De bedoeling was meteen om geld te verzamelen via schenkingen, crowdfunding, erfenissen en legaten. Helaas hadden we nog geen project klaar, zodat het verhaal traag op gang komt. De mensen geven geen geld aan lucht.’

 EXit: Wie doet wat in dit complex dossier?

Ingrid: ‘Er is een lang verhaal aan voorafgegaan. In 2015 zijn de eerste gesprekken gestart tussen Stad Brugge en de (religieuze) vzw Camino. De kloosterzusters hebben toen het gebouw voor een periode van vijftig jaar afgestaan. Stad Brugge heeft ons (de Foundation) gecontacteerd voor het beheer van de hele site. Wij hebben aan het stadsbestuur beloofd dat we zouden zoeken naar een nieuwe bestemming en naar sponsorgelden. Intussen is er veel tijd over gegaan.’

‘Onze eerste opdracht was het opmaken van een masterplan, een visieplan, iets waarvoor de Stad 100.000 euro uittrok. Dat plan zit nu in de pijplijn en wordt binnenkort opgestart. Er is al heel wat voorbereidend werk gepleegd zoals het opmeten van het terrein. De hele site beslaat 1,25 ha waarvan ca. 3.500 vierkante meter bebouwd is. Dat lijkt veel, maar is niet zo naar herbestemming toe. De abdij-annex-tuin is dan wel een mooi geschenk, maar het is zeer moeilijk om gepaste functies te vinden. Het historische deel, daterend uit vooral 17de en 18de eeuw, is zeer waardevol en bijna geheel beschermd. Bovendien moet je sommige delen van de abdij uit respect ongestoord laten, zoals de slaapruimtes van de zusters. Het wordt een moeilijke evenwichtsoefening tussen wat kan en wat mag.’

EXit: Waarom loopt het verhaal ‘partners’ zo moeizaam?

Ingrid: ‘Omdat het telkens zoeken is naar de juiste intenties: hoeveel willen ze inbrengen, hoeveel interesse tonen ze? Belangrijk is ook dat het roerend erfgoed best in situ (ter plaatse) blijft. Er is een schat aan kunstzinnig materiaal, schilderijen, kasten, beelden en meubels en die blijven op de originele plek. Tenslotte vragen wij steeds om mee te investeren in de herbestemming, maar de geïnteresseerde partners zijn heel voorzichtig of beschikken niet over de nodige middelen. Ik begrijp dat.’

EXit: U mag eens luid dromen. Wat gebeurt er op termijn met de site?

Ingrid: ‘Vanuit de Foundation is er heel wat belangstelling om iets te doen rond de geschiedenis van het moniale (LF. vrouwelijke religieuzen) leven in Brugge. Een museum? Ja, maar aan te vullen met voorwerpen uit andere, leegstaande, kloosters. Een soort erfgoedkluis voor religieus erfgoed. Natuurlijk moet het gebouw geen star museum worden waar niks mag, behalve kijken. Het gebouw moet leven.’

‘Maar er zijn meer mogelijkheden te realiseren en te combineren op de site. Wij hopen wel dat ze cultureel en maatschappelijk relevant zijn voor de Bruggelingen.’

EXit: Waarom werken jullie niet samen met het project ‘Sacred Places, Sacred Books’? (zie artikel hiernaast)

Ingrid: ‘Zij vertrekken vanuit een bibliofiele idee. Dus ja, waarom zouden we beide initiatieven niet op elkaar afstemmen? Het kan één verhaal worden. Maar er zijn ook grote verschillen. Zij zijn vooral bezig met invulling, voor ons gaat het vooral over in stand houden en definitief herbestemmen. Zij werken ook met bewoonde kloosters (LF. Engels Kloosters, Karmelieten Ezelstraat) en dat is een ander verhaal. De Sint-Godelieve-abdij heeft ook geen bibliotheek meer. De boeken bevinden zich in de abdij van Zevenkerken, maar moeten daar binnenkort misschien weer weg. De bibliotheek zou een nieuw project kunnen worden.’

EXit: Waarom besteden jullie het geld van de recente schenking meteen aan de restauratie van de kerk?

Ingrid: Zowel wegens hoognodig, de vervuiling is nefast voor de perceptie van de schoonheid van deze ruimte, als op vraag van de schenker. Het dossier schenking hebben wij volledig afgehandeld. De milde gever liet ons uiteindelijk 150.000 euro na en daarmee kunnen we een mooi en zichtbaar project aanbieden en eventuele nieuwe sponsors en schenkers aantrekken. Wij zijn overtuigd dat dit zowel een investering in het behoud van ons patrimonium als in de toekomst geworden is, want de investering is een voorafname op een meer uitgebreid toekomstig gebruik. Bovendien is het ook een samenwerking met enkele lokale bedrijven geworden. Zowel het maatwerkbedrijf Foodstep als het VTI Brugge hebben hun engagement toegezegd. Ook vzw Camino participeert in ons project en sponsort het ingrijpend onderhoud van het orgel in de kerk.’ (LF)

www.bruggefoundation.be

 

 

 

 

 

Nieuwe toekomst voor oude kloosters

Foto Paul Willaert

Het imposante Engels Klooster in de Carmersstraat wordt al bijna 400 jaar ononderbroken bewoond door de ‘Kanunnikessen van Windeshein’. Het klooster is een goed bewaard en volledig ommuurd complex met een unieke koepelkerk en een 19deeeuwse tuin. Ook nog bewoond is het Klooster van de ‘ongeschoeide karmelieten’ in de Ezelstraat, met een geschiedenis die teruggaat naar 1633. Voor beide (leeglopende) kloosters wenkt een nieuwe toekomst dankzij het project ‘Sacred Books/Sacred Libraries’ van de Brugse historica Doenja Van Belleghem.

EXit: Waarom is Sacred Books uitgedacht?

Doenja Van Belleghem: ‘Het is uitgedacht en opgestart met de uitdrukkelijke bedoeling om het spirituele erfgoed van religieuzen te bewaren. Het was evident om dit in Brugge op te starten wegens de hoge concentratie aan religieus patrimonium? Een kwart van de oppervlakte van de binnenstad is rechtstreeks gelinkt aan religieus leven. Men kan Brugge slechts begrijpen wanneer men de religieuze component in de identiteit van de stad erkent.’

EXit: Welk verhaal wilt u brengen?

Doenja: ‘Het verhaal van de unieke verwevenheid van de stad en het religieus leven en de onmiskenbare invloed van de religieuzen op de geschiedenis van de stad. Een verhaal ook van historische evoluties en religieuze stromingen. Dat verhaal kunnen wij brengen met dank aan de steun van Toerisme Vlaanderen (LF. 321.000 euro).’

EXit: Voor wie is dit bedoeld? Vooral jongeren zijn vandaag helemaal niet meer vertrouwd met de kerk en haar tradities.

Doenja: ‘Toch wel. We leven natuurlijk niet meer in een christelijke samenleving, maar in een razend snelle wereldlijke samenleving, is de behoefte aan stilte, rust en reflectie nog nooit zo groot geweest. Er is nood aan plekken om dit te beleven.’

 EXit: Die plekken bestaan, zegt u.

Doenja: ‘Ja, natuurlijk en ze zijn er altijd geweest. Wij nemen nu onze verantwoordelijkheid op om die locaties op een doordachte wijze te herwaarderen en te gebruiken met respect voor hun eigenheid. We doen dit met veel kennis van zaken en een onderbouwde toekomstvisie én in samenspraak met de religieuzen.’

EXit: Hoe concreet is Sacred Books op dit moment?

Doenja: ‘Momenteel worden de parcours voor de bezoekers voorbereid en geïnstalleerd. Gidsen zullen de bezoekers naar unieke, verborgen en geheime plekken leiden waar de stilte overheerst. In het hart van de kloosters maakt de bezoekers kennis met de religieuzen. Daarnaast vormen de boeken en de kloosterbibliotheek een rode draad in het parcours en elk bezoek wordt afgerond met een ontmoeting met een religieuze. Deze geleide bezoeken starten volgend jaar op 20 februari.’

EXit: Jullie organisatie wil een voorbeeld stellen van hoe om te gaan met religieus erfgoed?

Doenja: ‘Juist. Vanuit Sacred Books/Sacred Libraries willen wij een netwerk creëren en een voortrekkersrol opnemen in het actuele debat over de omgang met religieus erfgoed. Vandaag is dat debat te sterk toegespitst op sluiten, stopzetten, afstoten, opdelen en herbestemmen. Wij willen niet dat de geestelijke nalatenschap verdampt. We willen dat dat erfgoed zuurstof krijgt zodat het niet uit Brugge verdwijnt.’ (LF)

http://www.sacredbooksbruges.be