Exit Magazine

Maandelijks Brugs Cultuurblad

Maandelijks archief: februari 2018

Soviet Grass kleurt buiten de lijntjes

Foto Alexander D’Hiet

 

In de kantoren van EXit zijn de verwachtingen hooggespannen voor het volwaardige debuutalbum dat de Brugse groep Soviet Grass nog dit voorjaar op de wereld zal loslaten. Op vrijdag 16 februari krijgen we in Daverlo (Assebroek) daarvan alvast een voorsmaakje tijdens Daverend/Unplugged waar de band samen met Black Roses, nog een Brugse groep, het podium zal delen.

Meer dan een half jaar geleden begonnen Robin Serruys (gitaar), Nicolas Heinkens (zang), Brecht Serruys (drums) en Niek Mouton (bas) met het schrijven en opnemen van nieuwe songs. Eerder brachten ze al een tweetal ep’s uit vol pompende ‘vuile’ bluesrock uit, maar nu moet het eerste full album eindelijk eens het levenslicht zien. En dat zal anders klinken. ‘De ruwe blauwdrukken zijn al een tijdje klaar, nu zijn we die hard aan het repeteren. Binnen enkele weken gaan we die finaal heel kort op elkaar opnemen in de studio’, zegt Brecht Serruys. ‘Het gaat om tien nummers die samen een coherent geheel vormen. We hebben de nummers vorig jaar geschreven in de studio en ieder van ons heeft er een voor een zijn partij aan toegevoegd. Het was een skelet die al redelijk op zijn poten stond, maar die kleden we nu stapsgewijs aan in ons repetitiekot. De touch van een extra gitarist of toetsenist zou wellicht iets aan onze songs kunnen toevoegen, maar ons viertal vormt een homogene groep en dat willen we voorlopig zo houden. Ik heb eventjes overwogen om een extra arm te laten aannaaien, maar het lukt nu ook om enkele effectjes en een paar technische snufjes in onze sound te integreren. Als we de tien nummers straks in de studio definitief inspelen, zullen we dat gerodeerd kunnen doen.’

Een nieuwe lente, een nieuw geluid?

‘De songs zijn alvast honderd procent nieuw. Niemand heeft de nummers al gehoord, behalve ons vier. Het ligt altijd in het verlengde, maar er zal een groot verschil zijn met onze vorige sound. Het is een natuurlijke evolutie: we zijn matuurder geworden en onze smaak is ook veranderd. We gaan ons nooit vastpinnen op het feit dat we een initiële rockbluesband zijn, we spelen gewoon de muziek die in ons zit. Onze songs klinken heel divers, al zal je er nog altijd die bluesvibe erdoor horen waaien’, stelt Brecht.

Tijdens de opname van de nieuwe cd, komt er geen externe producer aan te pas. De Soviet Grassers doen alles zelf: schrijven, opnemen, mixen en producen. Alleen de mastering besteden ze logischerwijze uit. ‘Dat is de enige methode die goed werkt voor ons. In het verleden hebben we nog met producers samengewerkt. Daar komen wel leuke zaken uit, maar toch misten we soms nog bepaalde elementen in een song. Als we het zelf kunnen doen, waarom zouden we het dan niet doen? Het is aangenamer om onze eigen baas te zijn over onze tijdsinvulling. We voelen ons volledig vrij als we aan ons album werken.’

‘We kleuren nu veel meer buiten de lijntjes, wat betreft geluiden, stijlen en de indeling van de songs. Als de muziekliefhebber straks onze plaat in handen krijgt, dan zal hij er een voldaan gevoel aan overhouden. We knipogen naar de groepen waarnaar we opkijken. En er zit zeker potentieel in voor de radio, want dat verhaal ontbreekt nu nog voor ons.’

Tijdens het optreden in Daverlo op vrijdag 16 februari zal Soviet Grass al een viertal nieuwe nummers prijsgeven. Nog even meegeven dat Black Roses het voorprogramma voor zijn rekening neemt met een stevige mix van dansbare rock, metal met snedige hardcore- en punkinvloeden. In de rangen van Black Roses vind je leden van Guilty As Charged, BEUK en Shuriken II. (ADC)

 

http://www.brugge.be/daverend-unplugged en http://www.sovietgrass.com

 

 

 

Enthousiaste turnster wordt circusacrobate

 

Nee, aan motivatie ontbreekt het de twintigjarige Manon Verplancke uit Sint-Andries niet: over vier jaar stapt ze door het leven als ‘zelfstandig artiest’ met specialisatie ‘circus’. Sinds dit schooljaar volgt ze aan het prestigieuze Codarts Rotterdam een vierjarige opleiding tot volwaardige circusartieste. En dat is geen evident of gemakkelijk verhaal. Een meisjesdroom met een keerzijde.

‘Codarts’ betekent in haar geval een zware en dure opleiding, lang weg van thuis en deel uitmakend van een internationaal gezelschap studenten uit alle uithoeken van onze planeet. Maar dat is voor haar geen enkele belemmering om zich voor de volle pond in dit avontuur te gooien. Over vier jaar wil ze als acrobate aan het werk en intussen zoveel mogelijk van de wereld zien, een passie die ze deelt met de 1.000 studenten van Codarts, de school die vijftig nationaliteiten telt en 340 medewerkers.

De kiemen voor dit avontuurlijk leven werden gelegd in haar kinderjaren. Vijftien jaar was ze een felle turnster bij Rust Roest, maar het strakke keurslijf waarin het turnen als discipline gevat, zit deed haar afhaken en kiezen voor een nieuw uitdagend verhaal. Het steeds meer aan populariteit winnende circus was haar nieuwe roeping. Bij de eerste selectieproeven aan de Brusselse Circusschool (in Turn & Taxi’s) ging het op het nippertje fout (er waren slechts 17 toelatingen op 100 deelnemers). Daarop trok ze naar Rotterdam waar haar introductiefilmpje wel indruk maakte, een toonbeeld met het accent op kracht en lenigheid. De trein was vertrokken.

Gemakkelijk was het niet: huisvesting in Rotterdam is niet evident, de lessen zijn duur, het lessenrooster met acht uur per dag vrij zwaar en Hotel Mama slechts één keer in de maand wegens een eivol programma met randactiviteiten.

Codarts focust op haar sterke punten en speelt haar uit als ‘flyer’, een circus- en vakterm voor een atlete die door twee sterke bonken de hoogte wordt ingebonjourd. Haar twee kompanen komen respectievelijk uit Nieuw Zeeland en Israël.

De opleiding in Codarts gaat heel breed, van ballet over dans, kracht en jongleren, naast gezondheid en gezonde voeding. De voertaal is Engels. Tijdens de vierjarige opleiding sluiten de meeste studenten aan bij gezelschappen waar ze de leerstof in de praktijk kunnen brengen.

Wie bij circus nu nog denkt aan een zieke kameel en flauwe moppen, moet zijn mening herzien. Vandaag is het geëvolueerd naar een volwaardige kunstvorm met sterk opgeleide atletes. (LF)

Wie Manon Verplancke wil volgen, kan daarvoor terecht op haar blog manoninrotterdam.wordpress.com.

 

 

Schunnig dialect in ‘Stoet Brugs’

 

 

Aan hun proefstuk zijn ze niet meer toe, (gids) Jo Berten en (journalist) Hedwig Dacquin, maar met het vierde boekdeeltje over het Brugse dialect hebben ze een wel heel apart segment ‘stoet Brugs’ naar boven gehaald.

Wie houdt van schunnige taal, en het Brugse dialect leent zich daar uitstekend toe, wordt hier op zijn wenken bediend. Veel van deze woordenschat (?) staat op het punt te verdwijnen en verdient daarom een inventaris. Het 79 pagina’s tellende boekje geeft hoofdstukgewijs ‘stoet Brugs’ zoals ooit gebruikelijk in cafés, in volksliederen, in poëzie, in de liefde ‘en de hele santeboetiek’, en in het huwelijk ‘en de hele bataklang’.  

En er valt aardig wat schunnigheid te rapen waarvoor de makers zich vooraf excuseren: ‘Geef mij zuiverheid, o Heer, maar nu nog niet’ vragen ze de heilige Augustinus.

Een apart hoofstukje voert Gezelle ten tonele met het gedicht ‘Het Stapeel’ waarin de dichter ‘een kind zijn gevoeg laat doen op het doksaal’. Gezelle stoet? Niet dat het zo belangrijk is, maar er heerst hierover ernstige twijfel. In het tweedelig woordenboek met alle woorden die Gezelle gebruikte (Gezelle in 15.000 woorden) komen heel wat woorden uit dit gedicht niet voor.

Stoet Brugs opent met een vorwordje van ere-burgemeester Patrick Moenaert (‘dat noemen ze hier entwien in ‘t gat steken’) en een ‘achterwordje’ van ere-schepen Yves Roose (‘k ben weer de sigaar’). (LF)

Stoet Brug, Jo Berten en Hedwig Dacquin, uitg. Zorro. Te koop in Brugse boekhandels.

Van kleine rosse tot rode gestreepte

 

Foto EDM

 

Dat is al veertig jaar dat hij in het vak zit. Hij heeft zalen doen vollopen en vaten doen leeglopen, maar Red Zebra-zanger Peter Slabbynck (°1962) heeft vooral bewezen dat hij zonder veel muzikale bagage toch een belangrijke stempel wist te drukken op de Belgische muziekscene. Op zaterdag 10 februari graaft hij in SPC Hof ter Straeten (Varsenare) in zijn muzikale verleden en zoekt hij uit waar die kiemen hem hebben gebracht. Na deze voorstelling speelt de vernieuwde Red Zebra de beste nummers uit de jaren tachtig en die waren prachtig.

 

Peter Slabbynck: ‘De organisatoren van de vroegere feestzaal Groene Meersen in Zedelgem zijn bij mij komen aankloppen. Een keer per jaar organiseren ze een optreden en dit keer dachten ze aan Red Zebra. Ze stelden me voor om tweemaal een akoestische set van 45 minuten te spelen. Akoestisch is niet echt ons ding, maar ik deed ze een mooi tegenvoorstel: ik schets mijn verhaal hoe ik als telg uit een niet-muzikaal nest toch de zanger werd van een punkband. Dat verhaal heb ik nog nooit helemaal verteld. En als kers op de taart spelen we nadien een ietwat meer akoestische set met de vernieuwde band.’

EXit: Je komt dus uit een niet-muzikale familie.

Slabbynck: Dat klopt. Mijn verhaal start bij de feestjes die bij ons thuis door mijn ouders werden georganiseerd. We hadden weinig platen in huis, maar gelukkig werd er toch muziek gedraaid. Het gegeven dat die muziek op feestjes mensen verenigde, deed me wel iets. Al die zaken samen zorgen er toch voor dat je ergens muzikaal gevormd wordt, hoe weinig dat ook wel was. Mijn moeder heeft blijkbaar ooit wat banjo gespeeld, mijn broer Frank had een basgitaar. En dat was het dan. Als ik bijvoorbeeld lees dat de vader van Raymond van het Groenewoud een beroemde orkestleider was, dan denk ik: Wauw, welke bagage krijg je daar al niet mee? Het kan bijna niet anders dat Raymond zo’n grote artiest werd. Als ik de balans voor mezelf opmaak, dan stel ik vast dat die bagage toch zeer beperkt was. Dat verklaart misschien ook waarom ik bij punk terechtkwam.’

EXit: Zonder al die bagage kun je dan wel weer je eigen ding vormen, zonder te veel beïnvloeding van buitenaf, denk ik dan.

Slabbynck: ‘Van punk zei men altijd dat je geen muziek moest kunnen spelen of er niet veel vanaf moest weten om nummers te maken. Dat klopte maar gedeeltelijk, zo bleek. Ik heb ooit een half jaar les klassieke gitaar gevolgd. Ik herinner me nog goed dat mijn leraar aan de ene hand lange nagels had om zijn gitaar beter te kunnen bespelen. Ik was geobsedeerd door die nagels! Het lukte me niet goed, al die noten, al die snaren. Gelukkig kwam daar net op tijd de punk op de deur kloppen, zeg maar rammen. Foert, zei ik tegen die lessen gitaar. Ik nam de basgitaar van mijn broer en ik maakte daarop het nummer ‘Innocent People’. Punk saved my life, al neemt het niet weg dat het mij wel geholpen had om iets van muziek te kennen. Ik kan nog altijd geen instrument bespelen.’

EXit: Nooit de behoefte gehad om later een instrument te leren bespelen?

Slabbynck: ‘Tja, pure luiheid, zeker… Elk jaar neem ik me voor om gitaar te leren. Enkele jaren geleden kocht ik me een gitaar en een kleine versterker, maar tijdens het stemmen haak ik dan toch telkens af. Ik leid aan afstelgedrag als het daarop aankomt. Ik kan met moeite een paar akkoorden spelen. Ooit begonnen aan het nummer ‘The House of The Rising Sun’, maar ja… Zelfs Living Room kan ik niet spelen. Die vingerzetting, hé! Ik heb wel een muzikaal gevoel en in de loop der jaren ben ik veel beter beginnen te zingen. Ik weet wat mijn stem wel en vooral niet aankan.’

EXit: Wat weet je nog over de beginperiode?

Slabbynck: ‘Ik weet nog goed dat we echt from scratch begonnen zijn. Als je een drummer hebt – niet Johan Isselée, maar wel Luc Deprest – en die stelt zijn speelstijl af op de slagen van de gitaar, dan is dat zeer experimentele muziek op dat moment. Haha. Of we speelden een nummer van Devo drie keer te traag om achteraf te klagen dat het te snel ging. Zo beperkt waren we in het begin. Soms vraag ik me af: wat als punk er niet was geweest?’

EXit: Muziek is altijd in jouw leven geweest.

Slabbynck: ‘Ja, maar het is niet zo dat ik elk weekend de drang voel om te moeten optreden. Ik kan gerust een jaar zonder optreden, maar ik stap toch zo gemakkelijk een podium op. Veel moeite moet ik daarvoor niet doen, want last van zenuwen heb ik niet, tot ongeloof van bepaalde mensen. Show geven heeft er altijd al ingezeten bij mij. Als welp in de scouts van Don Bosco in Sint-Kruis maakte ik al eigen liedjes. Van ‘Angeline de blonde sexmachine’ maakte ik ‘Akela de blonde welpenmachine’.’

EXit: We zijn (straks) 2018 en jullie zijn gestart in 1978. Veertig jaar Red Zebra!

Slabbynck: ‘Het is eerder toevallig, maar het vormt toch een mooie aanleiding om mijn verhaal daar aan op te hangen. Al kun je veertig jaar ook negatief opvatten. Weet je, ik kan het zelf moeilijk geloven dat ik al zo lang bezig ben. Het is bizar dat we straks (voorjaar) met Red Zebra een aantal shows in het buitenland (Duitsland, Griekenland, Italië) doen. Vroeger hadden we geen booker die zich daarmee bezig hield, nu wel. Als ik wil, kan ik bijna elk weekend in het buitenland optreden. Financieel zou ik echter daar elke keer mijn broek aan scheuren. Als we nu in het buitenland spelen, draait dat uit op een breakeven. Vluchten, hotels, vervoer… alles moet worden betaald en op het einde van de rit schiet er weinig over. Het is een wrede wet, maar succes trekt succes aan. Als de mensen zien dat het allemaal weer begint te lopen, komen ze met voorstellen af, hier en in het buitenland.’

EXit: Voorzie je iets speciaals voor dat optreden in Varsenare?

Slabbynck: Speciaal zal het in elk geval zijn, zeker dat eerste deel. Ik zou het ook graag een stukje interactief maken met het publiek en het mag vooral niet te serieus zijn, al kan het allemaal de mist in gaan. Ooit presenteerde ik in een jeugdclub een quiz over Red Zebra. Je kon daarbij Bastogne-koeken winnen. Dat liep zo uit de hand dat ik dan maar de koekjes in het publiek gegooid heb. Ach, ik zie wel, it’s only punk, you know.’ (ADC)

Voorstelling en optreden Red Zebra op zaterdag 10 februari 2018 om 20 uur in SPC Hof ter Straeten in Varsenare, info 0494 07 15 73 – 0473 48 08 18

 

Eindelijk weer Brugs goud op Humo’s Rock Rally? (deel 2/3)

 

34 jaar. Zoveel jaren is het geleden dat een Brugse band ooit het hoogste schavot van de tweejaarlijkse muziekwedstrijd Humo’s Rock Rally mocht bestijgen. Die eer en de centen waren toen weggelegd voor Elisa Waut, het trio rond Elsje en Hans Helewaut en Chery Derycke. Op zaterdag 10 februari staat er in de MaZ een nieuwe lichting Brugs talent te trappelen voor de preselecties van editie 2018. Kunnen ze na drie decennia voor een aflossing van de wacht zorgen?

 Dit jaar overleefden een handvol Brugse groepen de strenge hand van de Humo-jury onder het leiderschap van Klaus Harmony (snapt u ‘em?) en mogen deze geselecteerde bands zich bewijzen in de preselecties van Opwijk (19 januari), Leffinge (20 januari) en Brugge (MaZ, 10 februari).

Giraffic

‘De selectie kwam wel behoorlijk onverwacht. We hadden ons op het laatste moment ingeschreven, met een paar nummers die op dat moment nog niet af waren. Op goed geluk toch onze ‘work-in-progress’ versies doorgezonden, en plots was die selectie daar’, reageren Sam, Gertjan, Jeroen, Maarten en Louis van Giraffic enthousiast. ‘Giraffic is zeven jaar geleden ontstaan. Onze muziek sluit het dichtst aan bij indiepop. We proberen met onze muziek zoveel mogelijk kleuren te scheppen en contrasten op te zoeken, zonder daarbij de kracht van een catchy popsong te verliezen. Met onze laatste nummers hebben we een degelijke songs afgeleverd en dus een reuzensprong gemaakt. Daarnaast zijn we, na al jaren van muziek maken en optreden, heel goed op elkaar ingespeeld. Deze twee elementen zijn onze troeven om de jury te overtuigen. We zouden heel graag de finale bereiken. Het zou jammer zijn om in Brugge al af te vallen, want er valt nog zoveel te leren in de volgende rondes.’

Budget Trash

‘We waren niet verrast dat we geselecteerd werden, al is de geldsom wel enorm’, zeggen de jonge gasten Arno, Barno, Tibo, Kawien van Budget Trash die al meteen het rock-‘n-roll-gehalte in dit interview hoog houden. ‘We willen sellouts worden, man, poen scheppen en misschien eens optreden in de wc van de Bauhaus. We hebben een hekel aan de vraag welk genre we precies spelen, waarschijnlijk omdat we het zelf niet weten. We willen ons gewoon niet binden aan één specifieke sound. We zijn ondertussen al twee jaar aan het klooien. Wat er op het menu staat? Op de achterkant meestal een menukaart van de frituur en op de voorkant onze nummers. Soit, we hebben gehoord dat er een aantal doven in de jury zitten, dus we vragen ons af hoe dat gaat. Onze oudercontacten waren ook best genadeloos, komt wel goed, hoor!’ 

www.cactusmusic.be en www.humo.be

Eindelijk weer Brugs goud op Humo’s Rock Rally? (deel 1/3)

How Tsunami

 

34 jaar. Zoveel jaren is het geleden dat een Brugse band ooit het hoogste schavot van de tweejaarlijkse muziekwedstrijd Humo’s Rock Rally mocht bestijgen. Die eer en de centen waren toen weggelegd voor Elisa Waut, het trio rond Elsje en Hans Helewaut en Chery Derycke. Op zaterdag 10 februari staat er in de MaZ een nieuwe lichting Brugs talent te trappelen voor de preselecties van editie 2018. Kunnen ze na drie decennia voor een aflossing van de wacht zorgen?

Dit jaar overleefden een handvol Brugse groepen de strenge hand van de Humo-jury onder het leiderschap van Klaus Harmony (snapt u ‘em?) en mogen deze geselecteerde bands zich bewijzen in de preselecties van Opwijk (19 januari), Leffinge (20 januari) en Brugge (MaZ, 10 februari).

How Tsunami

‘We wisten dat we goede nummers hadden ingestuurd, maar het is moeilijk na te gaan hoe de kronkels van de jury werken. Blij te zien dat ze na het eerste smaakje nog wat meer willen’, zeggen Arnaud De Rouck, Jonathan Veriez, Stan Van Acker en Francis Isebaert van How Tsunami. ‘We spelen een mix van Britpop en Stonerrock, maar pin ons daar niet op vast. Desondanks dat we allemaal al jaren met muziek bezig zijn, bestaat How Tsunami nog sinds vorige zomer en zijn de nummers nog volop aan het groeien. We zien Humo’s Rock Rally in de eerste plaats als een springplank naar optredens, maar stiekem dromen we van een plaatsje op het uiteindelijke podium. We zouden al blij zijn met een halve finale. Het is nu aan ons om een sterke set af te leveren zodat ze weinig kritiek kunnen leveren.’

 Tuk Tuk Thailand

‘Wij waren wel verrast, want ik had ons zomaar ingeschreven’, zeggen Alison Salens, Pierre Lannoy en John Bonaparte van Tuk Tuk Thailand. ‘Humo’s Rock Rally was in onze gedachten altijd een onbereikbaar droompunt. Het gaat nu nog maar om de preselectie, maar we zijn zeker al heel enthousiast en voelen ons nu al geflatteerd. Heel vaak wordt onze sound vergeleken met Massive Attack of Portishead, het is soort van (iets) versnelde trip hop dus. We spelen al enkele jaren samen en hebben sinds vorig jaar een eerste ep ‘ABCTTT’ uit. Momenteel werken we aan een tweede ep. We zijn misschien niet de meest indrukwekkende band op technisch vlak, maar we creëren op podium een stevige dosis energie die we niet altijd terugvinden in andere opkomende bands.’

www.cactusmusic.be en www.humo.be

Wervelende theatershow over tricolore muziekgeschiedenis

Foto Jef Boes

Zet twee praatgrage Belgische muziekencyclopedieën op een podium, geef een van hen enkele platendraaiers waarop hij sneller dan zijn schaduw platen aan elkaar kan lijmen en je krijgt een wervelende theatershow die Belpop Bonanza heet. Gastheren Jan Delvaux en Jimmy Dewit aka dj Bobby Ewing grossieren hiervoor maar al te graag uit de strafste verhalenton van de Belgische muziekgeschiedenis. Te beleven op woensdag 7 februari in de Stadsschouwburg.

 Jan Delvaux en Jimmy Dewit muziekconnaisseurs noemen, is een understatement. Deze heren kennen niet alleen alle nummers die de Belgische muziekindustrie heeft voortgebracht uit het blote hoofd, ze weten er ook altijd een boeiend of grappig verhaal rond te weven. Radiofenomeen Gust De Coster mag dan al de term ‘Belpop’ hebben bedacht als verzamelnaam voor onze vaderlandse pop en rock, het zijn wel Delvaux en Dewit die het begrip ten volle exploreren voor een ruim publiek. Nadat ze eerder al enkele theatershows hebben gemaakt (en Jan presenteert al jarenlang op zaterdagmiddag zijn rubriek ‘De Dikke Delvaux’ in het Radio 1-programma ‘Allez Allez’), toeren ze sinds eind vorig jaar met een nieuwe vierde show die toepasselijk Belpop Bonanza Quattro’ heet en ‘deel uitmaakt van een alsmaar groter wordend geheel’. In de voorbije kerstvakantie pakten ze op Canvas ook een weeklang uit met ‘Belpop Bonanza TV’, een nieuw format waarin ze met even grote verwondering naar de Belgische muziekgeschiedenis keken zoals ze ook deden en doen in hun theatershows.

 Van wafel naar uitgeverij

Een deel van de verhalen die in de voorstelling onder het fileermes en de pick-upnaald van het duo belanden, heeft Jan Delvaux ook opgetekend in een vers en lijvig boek ‘Belpop Bonanza’ (277 blz), verpakt in een schitterende tricolore Ever Meulen-covertekening. Aandacht gaat uit naar The Names, dEUS, Toots Thielemans , Liliane Saint Pierre, T.C. Matic, Soulwax en zo veel markante artiesten . Omdat dergelijke woorden het best ondersteund worden met een toepasselijk streepje muziek is er, naast de theatervoorstelling, ook een deluxe driedubbele cd met de beste Belgische nummers te koop.

Opmerkelijk: het boek ‘Belpop Bonanza’ is de eerste publicatie van hun eigen Uitgeverij Sylvain. De naam en het logo verwijzen naar Sylvain Tack, de uitvinder van de Suzy wafel. ‘Niemand in België kan zo’n fabelachtig parcours voorleggen als de flamboyante ondernemer uit Halle’, stelt Delvaux. ‘Lees er zijn verhaal maar eens op. Zo ontfermt hij zich in de jaren 70 onder meer over het talent van Paul Severs, staat in 1973 aan de wieg van het muziekmagazine Joepie en begint twee jaar later de piratenzender Mi Amigo’

‘Het boek is de neef of de zus van de theatershow en de televisiereeks. Dat is ideaal voor die niche van enkele duizenden geïnteresseerden. Muziekboeken zijn schaars, buiten af en toe een biografie verschijnt er weinig bij traditionele uitgevers. Maar ik weet waar het publiek zit, waarom zou ik een omweg maken?’ (ADC)

___www.belpopbonanza.be en www.comedyshows.be

 

Film voor en door jongeren

Foto Reinout Hiel

 

Ook dit jaar staat de krokusvakantie naar goede gewoonte in het teken van de betere jeugd –en kinderfilm. Het Jeugdfilmfestival, die deze editie voor het eerst onder de naam JEF festival plaatsvindt, is voor vele jonge filmliefhebbers en hun ouders een vaste waarde geworden in het Brugse vrijetijdsaanbod. Afspraak in Cinema Lumière van zaterdag 10 tot en met zaterdag 17 februari waarin de jeugd het even overneemt voor een week vol filmbeleving, premières en leuke workshops.

 De gewijzigde festivalnaam komt er naar aanleiding van de lancering van de nieuwe jeugdfilmorganisatie JEF. Na een jarenlange samenwerking tussen het Jeugdfilmfestival, jeugdfilmdistributeur Jekino en Lessen in het donker zijn deze drie organisaties met steun van het Vlaams Audiovisueel Fonds gefusioneerd tot JEF. Concreet betekent dit een groter budget en meer draagkracht voor de jeugdfilm in Vlaanderen en Brussel. De nieuwe organisatie, die opereert vanuit Antwerpen en Brugge, blijft verder inzetten op hun bestaande projecten maar is ook volop bezig met het uitwerken van nieuwe ambitieuze en duurzame pistes. Eén van die focuspunten is innovatie waarmee JEF naast traditionele filmvertoningen kinderen wil uitdagen om nieuwe media te ontdekken. Binnen het educatieve luik tracht JEF onder de noemer ‘Meer dan film’ een breed lespakket aan te bieden die het volledige leertraject van kinderen en jongeren moet overbruggen.

Bij JEF staat het uitgangspunt ‘voor en door jongeren’ centraal. Het valt dus niet te verwonderen dat de organisatie kan rekenen op een enthousiast team van jonge vrijwilligers die elk jaar opnieuw een handje komt toesteken. Eén van die vrijwilligers is Sarah Verplancke, een 21-jarige studente Kunstgeschiedenis die ondanks haar jonge leeftijd al heel wat jaren ervaring op haar teller heeft staan.

Sarah Verplancke: ‘Ik kwam voor het eerst in contact met het toenmalige Jeugdfilmfestival toen ik negen jaar was. Mijn moeder had een oproep in EXit gelezen waarin het festival leden voor de kinderjury zocht. Die ervaring liet meteen een diepe indruk na en heeft de manier waarop ik naar films keek voor altijd veranderd. De jaren die volgden, brachten steeds nieuwe taken en verantwoordelijkheden met zich mee. Die evolutie is bovendien een schoolvoorbeeld van de investering die JEF in zijn vrijwilligers steekt. De organisatoren houden rekening met onze interesses en talenten, ook al hebben we die zelf nog niet ontdekt. Zo werd er mij drie jaar geleden gevraagd of ik wou meeschrijven aan de lesmappen, een taak die ik vandaag nog steeds graag doe.’

EXit: Welke rol speel je in deze editie van het JEF festival?

Sarah: ‘Dit jaar heb ik weer de kans gekregen om een nieuwe uitdaging aan te gaan. De Jonge Programmatoren is een nieuw luik binnen het festival, een reboot van wat voorheen Cut the Crap heette en waarin een groep van 12- tot 16-jarigen een programma mag selecteren voor leeftijdsgenoten. Ik heb die jongeren tijdens het proces begeleid.’

EXit: Welke kijktip kun je ons nog meegeven?

Sarah: ‘Mijn favoriete vertoning uit het jongerenprogramma dit jaar is ‘DRIB’, een mockumentaire over manipulatie van beelden in de media die me volledig heeft omver geblazen. Een echte aanrader dus!’ (LDD)

____

Het JEF festival vindt plaats van zaterdag 10 tot zondag 18 februari in cinema Lumière. Het programma vind je op bladzijde 24 in deze EXit. Contacteer JEF (info@jeugdfilm.be) met al je vragen over jeugdfilm en meer dan film voor in vrije tijd en onderwijs.

http://www.jeugdfilm.be

 

WIN TICKETS VOOR DE OPENINGSFILM!

 

EXit en het JEF festival geven vijf duotickets weg voor de openingsfilm ZOOks (6+) op zaterdag 10 februari om 14 uur in Cinema Lumière. Mail uw gegevens vóór 4 februari naar exitbrugge@gmail.com. Succes!

 

Film voor en door jongeren

 

Ook dit jaar staat de krokusvakantie naar goede gewoonte in het teken van de betere jeugd –en kinderfilm. Het Jeugdfilmfestival, die deze editie voor het eerst onder de naam JEF festival plaatsvindt, is voor vele jonge filmliefhebbers en hun ouders een vaste waarde geworden in het Brugse vrijetijdsaanbod. Afspraak in Cinema Lumière van zaterdag 10 tot en met zondag 18 februari waarin de jeugd het even overneemt voor een week vol filmbeleving, premières en leuke workshops.

De gewijzigde festivalnaam komt er naar aanleiding van de lancering van de nieuwe jeugdfilmorganisatie JEF. Na een jarenlange samenwerking tussen het Jeugdfilmfestival, jeugdfilmdistributeur Jekino en Lessen in het donker zijn deze drie organisaties met steun van het Vlaams Audiovisueel Fonds gefusioneerd tot JEF. Concreet betekent dit een groter budget en meer draagkracht voor de jeugdfilm in Vlaanderen en Brussel. De nieuwe organisatie, die opereert vanuit Antwerpen en Brugge, blijft verder inzetten op hun bestaande projecten maar is ook volop bezig met het uitwerken van nieuwe ambitieuze en duurzame pistes. Eén van die focuspunten is innovatie waarmee JEF naast traditionele filmvertoningen kinderen wil uitdagen om nieuwe media te ontdekken. Binnen het educatieve luik tracht JEF onder de noemer ‘Meer dan film’ een breed lespakket aan te bieden die het volledige leertraject van kinderen en jongeren moet overbruggen.

Bij JEF staat het uitgangspunt ‘voor en door jongeren’ centraal. Het valt dus niet te verwonderen dat de organisatie kan rekenen op een enthousiast team van jonge vrijwilligers die elk jaar opnieuw een handje komt toesteken. Eén van die vrijwilligers is Sarah Verplancke, een 21-jarige studente Kunstgeschiedenis die ondanks haar jonge leeftijd al heel wat jaren ervaring op haar teller heeft staan.

Sarah Verplancke: ‘Ik kwam voor het eerst in contact met het toenmalige Jeugdfilmfestival toen ik negen jaar was. Mijn moeder had een oproep in EXit gelezen waarin het festival leden voor de kinderjury zocht. Die ervaring liet meteen een diepe indruk na en heeft de manier waarop ik naar films keek voor altijd veranderd. De jaren die volgden, brachten steeds nieuwe taken en verantwoordelijkheden met zich mee. Die evolutie is bovendien een schoolvoorbeeld van de investering die JEF in zijn vrijwilligers steekt. De organisatoren houden rekening met onze interesses en talenten, ook al hebben we die zelf nog niet ontdekt. Zo werd er mij drie jaar geleden gevraagd of ik wou meeschrijven aan de lesmappen, een taak die ik vandaag nog steeds graag doe.’

EXit: Welke rol speel je in deze editie van het JEF festival?

Sarah: ‘Dit jaar heb ik weer de kans gekregen om een nieuwe uitdaging aan te gaan. De Jonge Programmatoren is een nieuw luik binnen het festival, een reboot van wat voorheen Cut the Crap heette en waarin een groep van 12- tot 16-jarigen een programma mag selecteren voor leeftijdsgenoten. Ik heb die jongeren tijdens het proces begeleid.’

EXit: Welke kijktip kun je ons nog meegeven?

Sarah: ‘Mijn favoriete vertoning uit het jongerenprogramma dit jaar is ‘DRIB’, een mockumentaire over manipulatie van beelden in de media die me volledig heeft omver geblazen. Een echte aanrader dus!’ (LDD)


Het JEF festival vindt plaats van zaterdag 10 tot zondag 18 februari in cinema Lumière. Het programma vind je op bladzijde 24 in deze EXit.
Contacteer JEF (info@jeugdfilm.be) met al je vragen over jeugdfilm en meer dan film voor in vrije tijd en onderwijs.

http://www.jeugdfilm.be

WIN TICKETS VOOR DE OPENINGSFILM!

EXit en het JEF festival geven vijf duotickets weg voor de openingsfilm ZOOks (6+) op zaterdag 10 februari om 14 uur in Cinema Lumière. Mail uw gegevens vóór 4 februari naar exitbrugge@gmail.com. Succes!