Exit Magazine

Maandelijks Brugs Cultuurblad

Maandelijks archief: maart 2014

Waarheen op vrijdag 14 maart?

The Go Find

The Go Find

Sea_Air_spooky_bw_01

Sea Air spooky

Suburb Soundz organiseert, in samenwerking met de Brugse Jeugdraad, op vrijdag 14 maart (van 16 uur tot middernacht) opnieuw het 100-dagen evenement op ’t Zand. Op de affiche staan zowel lokale als internationale artiesten die de studerende jongelingen (bezig aan de hopelijk laatste 100 dagen van het middelbaar onderwijs) van ambiance zullen voorzien: Gilles D, Basebreak, Deliciaz , Les Mecs, Digital Dammage, Teka B en als topper Yellow Claw. Het gratis (!) feest is niet alleen beperkt tot scholieren, ook alle andere Bruggelingen zijn meer dan welkom op ’t Zand.‘t Zand

Info: www.100dagen.be

 SEA + AIR

Snuffel Backpacker Hostel

Een kleine band met een groot geluid. Die omschrijving kleeft op de Grieks/Duitse groep Sea + Air van Eleni en haar man Daniel Benjamin die samen zang, gitaren, drums, cimbalen, belletjes, orgels en nog meer muzikale spullen voor hun rekening nemen. Dit alles wordt gekneed tot een divers en simpel folkgeluid, waarbij zowel percussie als gitaarpatronen een grote rol spelen. De grootste inspiratiebronnen van het duo zijn experimentele, duistere Duitse pop uit de jaren zeventig, The Scorpions en de barokstijl van J.S. Bach.

Info: www.snuffel.be

SAY SAY + THE GO FIND

MaZ

Op de nieuwe cd ‘Brand New Love’ versmelt de fijne Belgische groep The Go Find nog steeds zijn dromerige sound met warme electronica. Terwijl je op de vorige platen nog duidelijke invloeden van Pavement en The Notwist kon horen, sluipt er nu de New Romanic sound van Duran Duran en Visage in. Say Say, de band van Barbara Sarmentero en Judith Van Eeckhout, zorgt in het voorprogramma voor synthpop waarin  echo’s weerklinken van Grandaddy, Cat Power en The Notwist.

Info: www.cactusmusic.be

Sam Louwyck met Falling Man op 15 maart in MaZ

EDM_9769

Foto Ellen De Meulemeester

 ‘Een toets van realiteit met een knipoog’

Hij behoort stilaan tot een van de meest gesolliciteerde acteurs van ons land, toch reserveert Sam Louwyck behoorlijk wat plaats in zijn agenda om zich op zijn groep Falling Man te storten. Het rauwe rockrecept van Sam, Sven De Potter, Polie Van de Velde en Lode Sileghem valt op 15 maart te proeven in de Magdalenazaal.

EXit: Ervaar je een apart gevoel om als Bruggeling in een Brugse zaal op te treden?

Sam Louwyck: ‘Absoluut, er overheerst zelfs een wauw-gevoel bij mij. Ik beschouw dit optreden echt als een thuismatch. De Magdalenazaal is een prachtige zaal en ons concert is een Cactusorganisatie, dat is niet niks. Ik vermoed dat er veel Brugse aanhang zal zijn, want er zijn toch wel een flink aantal mensen die het appreciëren wat ik doe.’

EXit: Iedereen kent je als acteur, choreograaf en danser. Als frontman van een band is het nog iets anders. Neem je Falling Man ook als een volwaardig project op?

Louwyck: ‘Helemaal, het is zeker geen uit de hand gelopen hobby. Het is begonnen in een Gents café waar de bassist van Flat Earth Society aan het jammen was. Iemand vroeg me of ik geen zin had om te zingen. Ik had al een glas op – dan ondervind je minder schaamte in alles –  en sprong het podium op. Een bandlid van Falling Man zag in mij de ideale vocalist voor zijn groep. Ze zochten geen zanger in de echte zin van het woord, maar een vocalist die met zijn stem de muziek kon aanvullen. Ik heb toegestemd, want ik had niets te verliezen. We hebben drie uur aan een stuk gejamd in het repetitiekot en het bleek te kloppen. Falling Man maakt geen muziek in functie van, we maken muziek en de stem gaat mee. Het zijn straffe muzikanten en ik doe mijn mond open om het geheel aan te sterken.’

EXit: Je zingt niet, maar je gromt, briest en schreeuwt. Je wilt echt niet als zanger worden bestempeld?

Louwyck: ‘Ik vind het belangrijk dat mensen me als een vocalist beschouwen. Geen zanger. Ik duw redelijk op mijn stem, maar het is niet de bedoeling dat ik een perfecte zanglijn neerzet.’

EXit: In de nummers op de titelloze cd komt je stem niet zo specifiek op de voorgrond.

Louwyck: ‘Mijn stem vormt een aanvulling. Het geheel is belangrijker. Tijdens live-optredens zorg ik wel voor een performance, het is ook mijn achtergrond, hé. Een optreden van Falling Man is een spektakel.’

EXit: Je zingt in het Engels, Frans en Duits. Bepaal je de tekst volgens de sfeer van het nummer?

Louwyck: ‘Ja, bij sommige nummers heb je een bepaalde klankkleur voor ogen die beter wordt uitgedrukt in een passende taal. We zijn dus niet gestrikt gebonden aan één taal. De sfeer moet goed zitten. Vandaar ook de keuze voor Frans, Duits of Engels. Of zelfs Portugees. Ik spreek die taal ook en dit zou zelfs passen bij de nieuwe nummers waaraan we nu volop aan het werken zijn.’

‘Ik schrijf ook, op enkele na, de teksten voor de nummers. Mijn inspiratie haal ik uit situaties die we als mens allemaal kunnen meemaken, universele thema’s. Zeg maar een toets van realiteit met een knipoog.’

EXit: Waar komt Falling Man het best tot zijn recht?

Louwyck: ‘We zitten nu in een overgangsperiode, vind ik. We hebben de neiging om in een bepaalde opstelling te spelen en die is eerder klein. Vandaar dat ik nu uitkijk naar ons optreden in de Magdalenazaal. Daar is de scene groot en dat schept, qua performance, meer mogelijkheden. We hebben de sound mee om grotere zalen aan te kunnen. Ik denk zelfs dat we ook stilaan klaar zijn voor de festivals.’  (ANTOINE DE CLERCK)

Info: www.cactusmusic.be

‘Het leven van Porter is een kunstwerk op zich’

Kurt Van Eeghem

 

In 2014 is het 50 jaar geleden dat Cole Porter overleed. Concertgebouw Brugge brengt hulde gedurende een driedaags festival, met Kurt Van Eeghem als master of  ceremony voor de slotavond.

 

Exit: Wat maakt hem voor u zo bijzonder?

Van Eeghem: ‘Porter schreef tekst èn muziek, veel van zijn collega’s deden dat niet en konden dat ook niet. Je moet het niet onderschatten, een dubbeltalent hebben in twee zo verschillende disciplines. Hij was in beide de absolute meester, zijn songs zijn melodische hoogstandjes die telkens verrassen omwille van uitwerking, vernieuwing en arrangement. De woorden voegt hij niet toe, zij zijn de basis en creëren mee de melodie. Hij schrijft een poëzie die nooit eenduidig is, de onderwerpen beschrijven gemoedstoestanden die velen aanspreken omwille van hun universaliteit maar hij laat ze tot bloei komen in prachtige en krachtige zinnen. Nooit banaal, altijd in metrische en prosodische perfectie en elke lettergreep krijgt zijn eigen noot in de score. Dat laatste is het echte geheim: doordat hij woord en muziek zelf kan samenbrengen, kloppen zijn songs zoals geen ander dat in dat tijdvak heeft gedaan.’

Exit: Is de teneur wel altijd zo “opgewekt”: Porter had noodgedwongen een verborgen kant.   

Van Eeghem: ‘Het leven van Porter is op zijn minst een kunstwerk op zich. Dit kleinkind van de rijkste man van Indiana wilde muziek maken, opa vond dat het iets anders moest zijn. Hij trok naar Yale University maar bleef muziek maken en schreef toen al tientallen songs. Tweede contradictie: hij was homoseksueel èn getrouwd: een verstandshuwelijk met een ontzettend intelligente en erudiete vrouw die zeer goed thuis was in de kunstwereld. Het echtpaar onderhield contacten met de grootste schrijvers, schilders en componisten van hun tijd. Ze bewogen zich in de hoogste kringen en gezien het geld bleef binnenstromen – Cole was enorm populair – werden de meest exuberante feesten aangericht in Parijs, Venetië, New York en Hollywood. Tot slot was er het tragische ongeval waardoor Cole uiteindelijk een been verloor. Ook dit is min of meer contradictorisch: de man die verliefd was op de liefde, het mannelijke lichaam adoreerde, moest als een gehandicapte verder leven. Als je goed luistert naar zijn songs hoor je al die lagen doorklinken.’

Exit: Uw uitgesproken favorieten in dit indrukwekkend songbook vol klassiekers?

Van Eeghem: ‘Ik wil geen keuze maken, dat heeft de tijd gedaan en ik ben het niet altijd eens met wat de tijd deed. Sommige van zijn beste songs zijn daardoor ondergesneeuwd geraakt. Als ik toch één absoluut meesterwerk wil kiezen noem ik ‘Ev’ry time we say goodbye’: een voorbeeld hoe hij met een tragisch gegeven een monument van schoonheid kan bouwen. De muzikale opbouw van deze song kan moeiteloos de vergelijking met de grote ‘liedcomponisten’ uit de klassieke wereld doorstaan.’

 

Exit: Wie van de ettelijke uitvoerders doet hem naar uw smaak het meest eer aan?

Van Eeghem: ‘Zoals bij alle groten zijn er honderden uitvoerders die zich geroepen voelen zijn werk te vertolken. Veel songs zijn jazzstandards geworden wat ook nog eens zorgde voor een lawine aan interpretaties in die wereld. Een voorbeeld: Sinatra heeft volgens mij schitterende vertolkingen opgenomen maar Porter zelf was het daar zelf niet mee eens omdat Sinatra zich niet altijd strikt aan de tekst hield. Zo zie je maar, veroordelen is een heikele kwestie, ophemelen ook. Gewoon genieten van een mooie uitvoering en daarbij de eigen, liefst goede, smaak volgen is de enige manier om het werk van de vertolkers te benaderen.’

Exit: Op de slotavond is er ook een nieuwe documentaire?

Van Eeghem: ‘Het programma in het Concertgebouw is tweeledig. We gaan songs horen gezongen door Wilfried Van den Brande, ik ga op een duidende manier het leven van Porter overlopen, we krijgen ook getuigenissen en tapdans te horen en te zien. Alles verpakt in een ‘laid back’ sfeer met een uitstekend combo en een heldere structuur. Het tweede deel is een film over Porter, waarin ik even verschijn, en die zijn première beleeft. Die documentaire wil een zorgvuldig opgebouwd beeld geven van de grootmeester en ik kijk, samen met u, uit naar het resultaat.’ (PJG)

Concertgebouw Brugge, 13-15 maart – www.concertgebouw.be

 

‘Het oeuvre van Zappa is niet te onderschatten erfgoed!’

14-03-2014-frank-zappa-Jerry Schatzberg

Fr

 

Sinister Sister, de groep die op 14 maart in De Werf werk van Frank Zappa brengt,  is géén Zappa tribute band, benadrukt drummer Lander Gyselinck in een gesprek met eXit.

Exit: Van wie ging het initiatief uit voor  Sinister Sister?

Lander Gyselinck: ‘Van vibrafonist Pieter Claus en van mezelf. Pieter is mijn vroegere drumleraar en toen ik les bij hem volgde, bleek al vrij snel dat we dezelfde muzikale interesses hebben. Reeds in de tijd dat ik aan het Conservatorium studeerde hadden wij een trio waarmee we jazzstukken speelden. Nu vonden we de tijd gekomen voor een èchte band, om stukken goed in te studeren en ze een toegevoegde waarde te geven.’

Exit: Heb je makkelijk kompanen gevonden om mee in dat Zappa-avontuur te stappen?

Lander Gyselinck: ‘Absoluut, en wel in de gedaante van Maayan Smith (sax) die ik al  kende omdat hij ook aan het Conservatorium studeerde, de fantastische gitarist Jan Ghesquière en Michel Hatzigeorgiou (bassist van AKA Moon) die goed vertrouwd is met de muziek van Zappa. Onze bedoeling met Sinister Sister is meer een celebration van Zappa de componist: Pieter heeft arrangementen gemaakt voor een jazzrock ensemble, inderdaad – zoals je terecht de vergelijking maakt – een soort Petit Wazoo, maar dan een eigen versie, evenwel met diezelfde vibe.’

Exit: Ik zou er nogal gemakshalve van uitgaan dat jullie putten uit ‘Hot Rats’, ‘Waka Jawaka’ en ‘The Grand Wazoo’, het meer “jazzgetinte” werk van FZ?

Lander Gyselinck: ‘Toch niet, we gaan eerder voor werk uit de jaren ’80. Zo staat ‘Sinister Footwear’ op ons repertoire en ook ‘The Black Page’, maar dan wel de versie zoals op ‘Make A Jazz Noise Here’ en dus niet de uitvoering van Terry Bozzio (‘Zappa in New York’, PJG).  Pieter en ik hebben elk een uitgesproken voorkeur voor bepaalde stukken uit het omvangrijke oeuvre en de keuze  wat we spelen is gebeurd op basis van de composities die ons het nauwst aan het hart liggen. Het criterium is dus niet techniciteit en de bedoeling is niet om een reconstructie te maken van het meest evidente uit dat oeuvre. Wij willen de uitgekozen composities, die op zich al dermate goed zijn, doen leven èn er bovendien iets aan toevoegen.’

Exit: Wordt dit een eenmalig initiatief? Zullen de versies van Sinister Sister op cd worden vastgelegd?

Lander Gyselinck: ‘Dit is zeker geen eenmalig gebeuren en voor alle duidelijkheid: deze band is niet opgericht voor een herdenking van “20 jaar geleden overleed Zappa”. Wij zijn al lang met die muziek bezig, hebben met Sinister Sister intussen 4 optredens achter de rug en voelen dat dit een project is dat live moet evolueren. Dit is echt wel een band met veel potentieel! Een cd opnemen met deze muziek is inderdaad onze wens, maar de vraag is nog maar of die ook in realiteit kan worden omgezet, gezien  de kwestie van de rechten…’

Exit: Voel jij interesse voor Zappa bij leeftijdsgenoten?

Lander Gyselinck: ‘Ik voel mij eigenlijk een uitzondering, want maakte – dankzij mijn vader en broer – al op heel jonge leeftijd kennis met die muziek. Onder mijn leeftijdsgenoten ken ik geen echte FZ-fans, maar ik merk bij velen dat er wel interesse is voor zijn muziek. Alleen weet men niet waar te starten… En daarom willen wij dat oeuvre beschikbaar maken voor en aanreiken aan de mensen. En ook aantonen dat Frank Zappa evenwaardig is aan zoveel andere revolutionairen in de muziek. Zijn werk is werkelijk niet te onderschatten erfgoed.’ (PJG)

Vrijdag 14 maart om 20.30 uur – www.dewerf.be

 

Een ‘vergeten’ vermaarde Bruggeling: André De Meulemeester

Andre De Meulemeester

Tentoonstelling brengt hommage aan ‘De Arend van Vlaanderen’

Hij was telg  uit een vermaarde Brugse familie die sinds het begin van de negentiende eeuw de eigenaar was van de Brugse brouwerij Den Aigle-Belgica. Voorts was hij een  gevreesd oorlogspiloot tijdens WO I, een graag geziene gast in de Belgische upperclass en, vooral, een leven lang een eigengereid kunstenaar die zijn oeuvre van meer dan 1400 werken niet wilde tentoonstellen. Van 7 tot 23 maart kunt u in de Garemijnzaal kennismaken met zijn schilderijen en aquarellen die Jan Hoet ‘zeer sterk werk’ noemt.

Voor oudere Bruggelingen is de vroegere brouwerij Den Arend een industrieel, historisch begrip. Het was de plek waar sinds 1533 bier werd gebrouwen, het stadskwartier dat het gebied tussen Carmersstraat en Potterierei domineerde en die zorgde voor een grote tewerkstelling. Later: in 1927 fuseerde Den Aigle met De Gentse Belgica tot Den Aigle-Belgica, werd in 1978 overgenomen door het Luikse Piedboeuf en werd in 2004 onderdeel van de multinational Inbev. De brouwerij werd in de tachtiger jaren gesloopt om plaats te maken voor de nieuwe woonwijk Rijkepijnders.

In het begin van de twintigste eeuw kwam Victor De Meulemeester, de vader van André, aan het hoofd van de brouwerij. Victor werd ook senator voor de Belgische Werkliedenpartij ,de liberale voorganger van de socialistische partij. Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak verhuisde het hele gezin (vanuit hun schitterende woning aan de Sint-Annarei, de latere woning van Achille Van Acker) naar London, terwijl een achtergebleven zoon de zorg over het Brugse bedrijf waarnam.  Toen het front zich in 1915 gestabiliseerd had, meldt André zich als piloot en belandt in de buurt van Parijs van waaruit de vluchten naar het oorlogsfront vertrekken. Hij maakt snel furore als durfal, boekt veel overwinningen op Duitse vliegtuigen, en houdt er de bijnaam De Arend van Vlaanderen aan over, terwijl de Fransen hem Mystère noemen (omdat ze de naam De Meulemeester niet konden uitspreken). Hij bedacht ook de leuze van de compagnie ‘Niemand valt mij straffeloos aan’. In de schaarse vrije tijd tussen de vluchten schildert hij portretten van oversten en collega’s en zorgt voor muzikale wijsjes op de piano.

Na de oorlog verlaat André het leger en wijdt zijn taak aan de brouwerij. Pas vanaf 1931 ontpopt hij zich als schilder van stads- en landschapsgezichten van Brugge en kust en als aquarellist, een artistieke bezigheid die hij volhoudt tot aan zijn dood in 1973. Voorts tekende hij meer dan 500 cartoons en satirische prenten die geen al te fraai beeld schetsen van de zogenaamd linkse bourgeoisie waartoe hij natuurlijk zelf behoorde. Zijn slachtoffers waren onder meer politici, dokters, notarissen, militairen, en alles wat met kerk en clerus te maken had.  Zeer merkwaardig: De Meulemeester stelde nooit tentoon, wellicht tot opluchting van zijn  echtgenote die ’s mans kritische ijver maar matig kon appreciëren. Eenmalig probeerde hij zijn werk te tonen in de Verenigde Staten, maar dat liep met een sisser af. De Meulemeester leidde een dubbel leven: tijdens de dag was hij Monsieur André, baas van een grote brouwerij en meer dan 300 (café)eigendommen in Brugge, ’s avonds was hij L’Artiste.

Vandaag proberen vrienden de artistieke erfenis van De Meulemeester levendig te houden. Er verschijnt binnenkort een biografie over hem (van o.m. André Vannieuwkerke) en het volledige artistieke werk wordt geïnventariseerd en sporadisch tentoon gesteld. Over de artistieke kwaliteiten liet onder meer Jan Hoet zich lovend uit: ‘zeer sterk werk, fantastische composities, sterke verbeeldingskracht’. De tentoonstelling in de Garemijnzaal kan het definitieve startschot betekenen van de herkenning van een merkwaardig talent en een eerbetoon aan een ‘vergeten vermaarde Bruggeling’. (LF)

‘André De Meulemeester, vliegenier, ondernemer en schilder’ in de Garemijnzaal (Markt) van 7 tot 23 maart.

Steven Delannoye NY Trio feat. Frank Vaganée op releasetournee

 Steven-Delannoye_0008-HR1

Toen saxofonist Steven Delannoye na zijn studies aan het Lemmensinstituut de kans – lees: een  scholarship – kreeg om zich gedurende een jaar in New York muzikaal verder te ontwikkelen, vond hij er in Desmond White (contrabas) en Jesse Simpson (drums) dé geschikte partners voor de oprichting van een eigen trio.

Dit Steven Delannoye New York Trio breidde uit tot een tijdelijk kwartet toen Frank Vaganée (alom gekend als artistiek leider èn altsaxofonist bij BJO) in de arm en mee op tournee werd genomen. Hoe dat klonk, werd in 2010 vastgelegd op de live-cd ‘Uptown’.

Twee jaar later bracht het eigenlijke Trio ‘Small World’ uit, maar voor de derde cd ‘Here Comes Tomorrow’ (W.E.R.F. 116), greep men terug naar de combinatie met Vaganée. Dat nieuwe werkstuk wordt thans in het kader van een tournee van JazzLab Series op een aantal plaatsen live voorgesteld. Traditiegetrouw gebeurt dat in de kunstencentra en clubs die partner zijn van JazzLab, voor onze regio dus De Werf en Vrijstaat O. (PJG)

Vrijdag 7 maart om 20.30 uur in De Werf – www.dewerf.be

Zondag 16 maart om 17.00 uur  in Vrijstaat O. – www.vrijstaat-o.be

 

Vandermark en Nilssen-Love: een krachtduo

 A4

Ken Vandermark (VS) en Paal Nilssen-Love (NO), twee muzikanten die in Down Beat worden bejubeld en in de Critics Poll van dat jazzmagazine menigmaal als laureaat uitblonken, worden door Parazzar nu ook naar Brugge uitgenodigd.

De eerste samenwerking tussen de rietblazer en de drummer/percussionist dateert al van het jaar 2000 toen de groep School Days werd gevormd. Hoewel ze elkaar sindsdien in heel veel andere formaties telkens opnieuw troffen, voelde optreden in duo voor hen al vrij snel als heel natuurlijk en comfortabel aan.

In de zomer van 2002 bracht het tweetal een eerste album (‘Dual Pleasure’) uit, waarop vrije geïmproviseerde muziek vol energie, rauw maar van een brutale schoonheid. Op de resem volgende cd’s wordt dit universum verder geëxploreerd en krijgt de avant-free music zoveel facetten dat het soms nauwelijks te geloven is dat er slechts 2 muzikanten te horen zijn.

Niettegenstaande deze tandem sindsdien in internationale en in de meest uiteenlopende context al talloze keren heeft opgetreden, houdt elk concert steeds de belofte in dat het creatief proces nimmer tweemaal hetzelfde zal zijn. (PJG)

Zondag 9 maart om 20.00 uur – www.parazzar.be

Pecha Kucha Brugge: ‘Creativiteit als troef’

EDM_4771

Foto Ellen De Meulemeester

Pecha Kucha is Japanees voor ‘prietpraat’, maar is dus ook de naam van een internationale beweging die avonden organiseert waarop creatievelingen presenteren, elkaar ontmoeten en netwerken. In 2003 werd dit voor het eerst georganiseerd in Tokyo, ondertussen zijn er Pecha Kucha-avonden in meer dan 700 steden wereldwijd. Ook Brugge is er een van. Initiatiefnemers zijn Wannes Fremaut, Robbie Boi, Stijn Blomme, Matthias Vandermaesen, Pieter Blaton en Simon De Meyere. Villa Bota ondersteunt de Pecha Kucha avonden.

EXit: Het opzet is om elke avond tien boeiende figuren aan het woord te laten. Is de vijver groot genoeg om in te vissen?
Wannes Fremaut
: ‘In maart organiseren we onze vierde Pecha Kucha avond en de longlist was langer dan ooit. Het opsporen van potentiele sprekers is zowat een natuurlijke reflex geworden. We krijgen ook meer en meer suggesties binnen.’
‘We zijn de avonden gestart met de bedoeling om creatief Brugge in de kijker te zetten, onze sprekers hadden tot nu toe dan ook steeds een link met de stad, maar of ze hier zijn geboren, wonen of werken, maakte niet uit. In de toekomst kunnen we gerust eens van deze voorwaarde afwijken, ook wat er buiten Brugge gebeurt, kan interessant zijn (lacht).’

EXit: Kan elke branche aan bod komen?
Fremaut
: ‘Alles kan. We hadden in het verleden zowel Bob Madou van de Belgische voetbalbond, Jeroen Willems die longboards maakt, Greet Chielens die startte als begrafenisonderneemster, muzikant en illustrator Seppe Van den Berghe als Burlesque-madam Lien Dereere. Zolang creativiteit maar troef is.’

EXit: Hoe reageert het publiek op Pecha Kucha Brugge?
Fremaut
: ‘De reacties van het publiek zijn voor ons een grote motivatie om voort te doen. Iedere editie zien we het publiek groeien. Met 170 bezoekers op de vorige editie zat de zaal vol, wat de zoektocht naar originele locaties steeds uitdagender maakt.’

EXit: Tot slot: nog enkele tips voor toekomstige sprekers?
Fremaut
: ‘Maak het persoonlijk! Wat motiveert je? Wie inspireert je? Waarom doe je het? Wat wil je Brugge en de rest van de wereld meegeven?’ (ADC)

Info:

De sprekers op 8 maart (20 uur)  in de Schipperskapel zijn Gilles Coulier (filmmaker), Kevin Rombaux (Mugge van Brugge), Wim Lybaert (Vier, De Moestuin), Minke Siesling (De Oever), Louise Maertens (Days On The Road), Jonas Vanhullebussche (Donkey Squad), Eefje Depoorter (League of Legends), Peter Deblieck (Plnk), Peter Monballieu (Schipperskapel) en Sticker Invasion (streetartist). Pecha Kucha Brugge is gratis, maar wel liefst je aanwezigheid bevestigen via Facebook.com/pechakuchabrugge.

Swing Time Society maakt naam waar

Swing Time

Foto Hans Vanhauwaert

Ongeacht het aantal optredens per jaar repeteren we èlke week, vertelde me zondag na afloop van het concert Hans Vanhauwaert, trombonist van Swing Time Society. Dat  was tijdens het zowat twee uur durende optreden van deze bigband in een bijna helemaal volgelopen Magdalenazaal overduidelijk gebleken: hier waren sterk op elkaar ingespeelde muzikanten aan het werk die het te brengen repertoire echt wel in de vingers hadden.

Nochtans was de setlist behoorlijk gevarieerd: jazzstandards (‘On Green Dolphin Street’, ‘Sweet Georgia Brown’…), pure swing (bv. afsluiter ‘In The Mood’), klassiekers uit jazz songbooks (‘Cheek to Cheeck’, ‘A Foggy Day’), popsongs in jazzy arrangementen (‘One Day I’ll Fly Away’, ‘Play That Funky Music’ van – jawel! – Wild Cherry), ballads (‘I Remember Clifford’)… you name it. Schitteren deden vooral Marc Blieck (tenorsax), Georges Vanpachtenbeke (altsax), Rony D’Herck (trompet), Marc Alleyn (piano) en niet in het minst ook Ghislain Slingeneyer die met soepele maar kundige hand zijn veelkoppige orkest veilig door deze veelheid aan genres dirigeerde.

Zeer mooie momenten beleefde ondergetekende tijdens de uitvoeringen van ‘All Devil Moon’, ‘Sea Shanty’ en het gedurfde maar bijzonder geslaagde arrangement van ‘Stolen Moments’ van monument Oliver Nelson.

Hoewel niet alle omstandigheden mee zaten – een van beide zangeressen ziek waardoor twee stukken dienden geschrapt; een publiek dat best wat meer en luider uiting had mogen geven aan het nochtans in de lucht hangende enthousiasme voor deze muziek – bevestigde deze bigband de stelling van Duke Ellington: “it don’t mean a thing if it ain’t got that swing”. Het bleek moeilijk niet toe te geven aan ritmisch meestampen of –schudden met resp. voet of hoofd. (PJG)