Exit Magazine

Maandelijks Brugs Cultuurblad

Een ‘vergeten’ vermaarde Bruggeling: André De Meulemeester

Andre De Meulemeester

Tentoonstelling brengt hommage aan ‘De Arend van Vlaanderen’

Hij was telg  uit een vermaarde Brugse familie die sinds het begin van de negentiende eeuw de eigenaar was van de Brugse brouwerij Den Aigle-Belgica. Voorts was hij een  gevreesd oorlogspiloot tijdens WO I, een graag geziene gast in de Belgische upperclass en, vooral, een leven lang een eigengereid kunstenaar die zijn oeuvre van meer dan 1400 werken niet wilde tentoonstellen. Van 7 tot 23 maart kunt u in de Garemijnzaal kennismaken met zijn schilderijen en aquarellen die Jan Hoet ‘zeer sterk werk’ noemt.

Voor oudere Bruggelingen is de vroegere brouwerij Den Arend een industrieel, historisch begrip. Het was de plek waar sinds 1533 bier werd gebrouwen, het stadskwartier dat het gebied tussen Carmersstraat en Potterierei domineerde en die zorgde voor een grote tewerkstelling. Later: in 1927 fuseerde Den Aigle met De Gentse Belgica tot Den Aigle-Belgica, werd in 1978 overgenomen door het Luikse Piedboeuf en werd in 2004 onderdeel van de multinational Inbev. De brouwerij werd in de tachtiger jaren gesloopt om plaats te maken voor de nieuwe woonwijk Rijkepijnders.

In het begin van de twintigste eeuw kwam Victor De Meulemeester, de vader van André, aan het hoofd van de brouwerij. Victor werd ook senator voor de Belgische Werkliedenpartij ,de liberale voorganger van de socialistische partij. Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak verhuisde het hele gezin (vanuit hun schitterende woning aan de Sint-Annarei, de latere woning van Achille Van Acker) naar London, terwijl een achtergebleven zoon de zorg over het Brugse bedrijf waarnam.  Toen het front zich in 1915 gestabiliseerd had, meldt André zich als piloot en belandt in de buurt van Parijs van waaruit de vluchten naar het oorlogsfront vertrekken. Hij maakt snel furore als durfal, boekt veel overwinningen op Duitse vliegtuigen, en houdt er de bijnaam De Arend van Vlaanderen aan over, terwijl de Fransen hem Mystère noemen (omdat ze de naam De Meulemeester niet konden uitspreken). Hij bedacht ook de leuze van de compagnie ‘Niemand valt mij straffeloos aan’. In de schaarse vrije tijd tussen de vluchten schildert hij portretten van oversten en collega’s en zorgt voor muzikale wijsjes op de piano.

Na de oorlog verlaat André het leger en wijdt zijn taak aan de brouwerij. Pas vanaf 1931 ontpopt hij zich als schilder van stads- en landschapsgezichten van Brugge en kust en als aquarellist, een artistieke bezigheid die hij volhoudt tot aan zijn dood in 1973. Voorts tekende hij meer dan 500 cartoons en satirische prenten die geen al te fraai beeld schetsen van de zogenaamd linkse bourgeoisie waartoe hij natuurlijk zelf behoorde. Zijn slachtoffers waren onder meer politici, dokters, notarissen, militairen, en alles wat met kerk en clerus te maken had.  Zeer merkwaardig: De Meulemeester stelde nooit tentoon, wellicht tot opluchting van zijn  echtgenote die ’s mans kritische ijver maar matig kon appreciëren. Eenmalig probeerde hij zijn werk te tonen in de Verenigde Staten, maar dat liep met een sisser af. De Meulemeester leidde een dubbel leven: tijdens de dag was hij Monsieur André, baas van een grote brouwerij en meer dan 300 (café)eigendommen in Brugge, ’s avonds was hij L’Artiste.

Vandaag proberen vrienden de artistieke erfenis van De Meulemeester levendig te houden. Er verschijnt binnenkort een biografie over hem (van o.m. André Vannieuwkerke) en het volledige artistieke werk wordt geïnventariseerd en sporadisch tentoon gesteld. Over de artistieke kwaliteiten liet onder meer Jan Hoet zich lovend uit: ‘zeer sterk werk, fantastische composities, sterke verbeeldingskracht’. De tentoonstelling in de Garemijnzaal kan het definitieve startschot betekenen van de herkenning van een merkwaardig talent en een eerbetoon aan een ‘vergeten vermaarde Bruggeling’. (LF)

‘André De Meulemeester, vliegenier, ondernemer en schilder’ in de Garemijnzaal (Markt) van 7 tot 23 maart.

Comments are closed.

%d bloggers liken dit: