Exit Magazine

Maandelijks Brugs Cultuurblad

Een rondje België – Argentinië in Mu.ZEE

Wat hebben België en Argentinië gemeen? Meer dan men zou vermoeden. Dit verrassend verhaal wordt verteld in deze bijzondere tentoonstelling die de artistieke banden onderzoekt tussen België en Argentinië in de periode 1910 tot 1958.  Er wordt ingezoomd op het kunstenaarsnetwerk van drie figuren (Julio Payro, Victor Delhez en Ignacio Pirovano) die direct of indirect met elkaar in contact stonden. Een verhaal met topwerk van de allerbeste modernisten uit België en Argentinië met onder meer, Frans Masereel, Paul Delvaux en Georges Vantongerloo.

Expo ‘58

De meeste Belgische kunsttentoonstellingen in Buenos Aires waren commerciële ondernemingen. Zoals de vele tentoonstellingen van Arte Belga die de Belgisch-Amerikaanse kunsthandelaar en kunstenaar Frederic Marie Vermorcken organiseerde in de Witcomb Galeriei tussen 1912 en 1933. De deelname van Argentinië aan Expo 58 in Brussel was een (late) stap in de andere richting.

De tentoonstelling in Mu.ZEE over trans-Atlantische modernismes past in het culturele tentoonstellingsbeleid dat het museum de laatste jaren uitdraagt.

Buenos Aires

De Mu.ZEE-tentoonstelling zoomt in op het kunstenaarsnetwerk van drie figuren die direct of indirect met elkaar in contact stonden. Julio Payró (1899-1971) was de zoon van de schrijver en journalist Roberto Payró, die in 1909 met zijn gezin naar Brussel verhuisde. Hij studeerde aan de Brusselse academie, behoorde tot de lokale kunstenaarskring in Ukkel en bouwde een levenslange vriendschap uit met Paul Delvaux. Toen hij in 1923 naar Argentinië terugkeerde, werd hij er een van de belangrijkste kunstcritici en kunsthistorici, en richtte hij de eerste Argentijnse leerstoel in de kunstgeschiedenis op. België behield altijd een belangrijke plek in zijn professionele (artistieke) activiteiten

Victor Delhez (1902-1985), een Belgische kunstenaar die hoofdzakelijk bekendstaat om zijn houtgravures, emigreerde in 1925 naar Argentinië. Hij integreerde zich in de lokale avant-garde, exposeerde, publiceerde experimenteel fotografisch werk en reisde in de regio (Bolivië en Chili) rond.Uiteindelijk vestigde hij zich in Mendoza (Argentinië). Zijn fantastieke, nachtmerrieachtige houtsnedenreeksen als Duizend en één Argentijnse nachten, Bouwkunst en Heimwee, Dodendans en zijn illustraties bij Les Fleurs du Mal van Baudelaire lieten een diepe indruk na.

Ignacio Pirovano (1909-1980) was advocaat, schilder, directeur van het museum voor decoratieve kunsten (1937-1955) én een goede vriend en mecenas van de Belg Georges Vantongerloo, een van de meest gewaardeerde abstracte kunstenaars. Hij liet acht topstukken van Vantongerloo na aan het Museo de Arte Moderno de Buenos Aires (MAMBA).

Ostende in Argentinië

De stad Oostende krijgt een symbolische betekenis in dit project. In 1912 stichtten een Belg en een Italiaan ‘Ostende, parel van de Atlantische kust’, een zusterstad van de Belgische badplaats op 360 kilometer van de Argentijnse hoofdstad Buenos Aires. Hoewel het de ambitie was om honderden Belgische families naar Ostende te laten verhuizen – en met hen Belgische kunst en cultuur – is het project een anekdotische voetnoot gebleven. (LF)

_____

Trans-Atlantische modernismen: een expositie over kunst en culturele mediators tussen België en Argentinië ca. 1910-1958. Nog tot 12 juni 2022 in Mu.ZEE (Oostende).

Het was de liefde… voor het boek

Hij was zestien, maar in zijn boekentas zaten er antiquarische boeken. Zijn voorkeur ging naar ‘hoe ouder hoe beter’. Gestart in een pand hoek Prinsenhof werd hij in geen tijd de belangrijkste boeken- en kunstverzamelaar van deze stad. Jaarlijks organiseren ze drie veilingen met een keur aan boeken en beeldende kunst. Van De Wiele is 70 en laat de zaak stilaan in handen van dochter Nathalie. ‘Een boek is waardevol als er vraag naar is.’

EXit: Wat was er eerst: de boekenwurm of de boekenverzamelaar?

Marc Van de Wiele: ‘In mijn geval beide, denk ik, maar de verzamelwoede speelde mij al parten vanaf mijn zestiende. Tijdens mijn schooljaren zat ik al met antiquarische boeken in mijn boekentas. Mijn voorkeur ging toen al naar ‘hoe ouder hoe beter’. Het was een natte droom om ooit eens een incunabel (boeken gedrukt voor 1501) te vinden.’

‘We zijn gestart in een gedeeld pand in het Prinsenhof (het andere deel was een postzegelzaak) en zijn daar gebleven tot in 1980. Daarna verhuisden we naar de Sint-Salvatorkoorstraat en uiteindelijk in 1992 naar het Sint-Salvatorkerkhof. In 1985 hadden we ook al een pand gekocht in de Jakobinessenstraat. In 2003 zijn we dan gestart met veilingen in Groeninge. Die zaten toen al goed in de lift en werden alsmaar belangrijker. Daar hebben wij op ingespeeld. Op de achtergrond speelde het mislopen van twee belangrijke bibliotheken. We voelden toen aan dat we moesten differentiëren.’

EXit: Wie leerde u de stiel?

Van de Wiele: ‘Niet van thuis uit in elk geval. Ik heb veel geleerd bij Nederlandse collega’s. Veel Belgische antiquaren kwamen uit Brussel en waren volledig Franstalig. Nederlandstalig was uitzondering.’

EXit: Wat was uw eerste grote ‘slag’?

Van de Wiele: ‘Dat was de private en grote bibliotheek van het Maerlantmuseum in Damme, die ik na een goede tip vrij snel heb kunnen verwerven. De eigenaar, een flinke tachtiger, had die boekenoogst in koffers op zolder bewaard en had er niks mee aangevangen. Dat was min of meer het begin.’

‘In de beginjaren ging ik vaak naar Parijs. De Fransen hadden toen nog steeds een soort dégoût aan de Duitsers, ze wilden er amper zaken mee doen. Je vond er nochtans mooie geïllustreerde boeken, vaak in gotische stijl, maar die vielen bij hen niet in de smaak. Ik kon die dus vrij goedkoop kopen en terug verkopen. De Fransen hadden die boeken ook, maar ze wilden geen ingekleurde versies. Ingekleurd vonden zij een beetje verknoeid.’

EXit: Vandaag is Van de Wiele een familiezaak?

Van de Wiele: ‘Ik ben al vijftig jaar bezig met antiquarische boeken, maar vandaag is de zaak deels in handen van (dochter) Nathalie. Zij verzorgt de redactie van de veilingcatalogussen. Ze studeerde talen en specialiseerde zich in handschriften en boeken. Haar man, Frederick Moyaert, zit mee in de zaak en legt zich toe op de uitgave van boeken.’ (LF. Zijn jongste uitgave is ‘Boeken uit Brugge’, studies over Brugse boekengeschiedenis.)

EXit: Van de Wiele staat ook voor een aantal succesvolle uitgaven van boeken.

Van de Wiele: ‘Vandaag is de uitgave van boeken beperkt tot vier en dat is nog net leefbaar. De grote successen dateren al van een tijdje terug. Dé topper was indertijd ‘Humor in de kerk’ van pastoor Geldhof uit Meetkerke. Uitgeverij Lannoo stuurde hem wandelen (later tot hun grote spijt), maar bij ons haalde dit moppenboekje een oplage van 40.000 exemplaren. Een beetje vergelijkbaar was ‘De ogen van de panda’ van wijlen professor Etienne Vermeersch, toen vaak verplichte lectuur aan de universiteit en garant voor een mooie oplage.’

‘Echt succesvol waren natuurlijk de boeken zoals ‘Het Brugge van toen’ (1980), ‘Een eeuw Brugge en andere foto’s van toen-boekjes van Jaak Rau. Veel Bruggelingen herkenden zich nog in die oude foto’s die Rau met zijn feilloos oog wist op te snorren. Later heeft hij zijn collectie met ruim 50.000 foto’s aan het Stadsarchief en de Beeldbank geschonken. Jaak heeft voorkomen dat veel oude foto’s van instellingen zijn verloren gegaan.’

EXit: Vaste stek bij jullie zijn de veilingen.

Van de Wiele: ‘Dat zijn er drie per jaar. Vandaag doen we, naast de boeken, nu ook volop schilderijen uit particuliere verzamelingen. Veel kunstenaars waren of zijn ook boekenillustratoren, zoals Paul Snoek of Hugo Claus. Er zijn ook de lokale kunstenaars die zeer in trek zijn zoals Jules Fonteyne of Edgard Tytgat en Frans Masereel. Hedendaagse kunst doen wij minder.’

EXit: Hoe zeker zijn jullie over de echtheid van het aangebodene?

Van de Wiele: ‘Voor wat de echtheid van de boeken betreft rekenen wij op onze eigen expertise. Voor schilderijen ligt dat iets moeilijker. Die zijn soms moeilijk traceerbaar. In dat geval gaan wij vlug experts raadplegen. We spelen altijd op safe. Bovendien werken wij in de cataloog met haakjes bij de beschrijving van de werken. Dat betekent dat we ze okay vinden, maar dat we geen garantie kunnen geven. Die werken zijn meestal niet gesigneerd.’

‘Waardevol? Een boek is waardevol als er vraag naar is, er moet een verzamelaar interesse tonen. De waarde kan meebepaald worden door de aanwezigheid van illustraties, door de lederen band, door de herkomst. Het is soms een complex verhaal. Veel facetten zijn van belang.’  (LF)

_____

Veilingen Van de Wiele zijn terug te vinden op http://www.marcvandewiele.com

Foto EDM

MA Festival begroet nieuwe artistiek directeur

Ooit was er gedurende vele jaren het zomerfestival Musica Antiqua Brugge tot het in 2008 werd gerestyled tot MA Festival, onder impuls van twee jongeren Tomas Bisschop en Hendrik Storme. Na enkele jaren bleef alleen Tomas Bisschop aan het roer, maar ook aan dat verhaal komt nu een einde. Bisschop geeft de fakkel door aan Jan Van den Borre, een man met een stevige reputatie in de wereld van de Oude Muziek.

Jan Van den Borre is van huis uit gepokt en gemazeld als muzikant en sinds zijn twaalfde een trouwe fan van het MA Festival. Dat motiveerde hem om Oude Muziek te gaan studeren, eerst in Gent, later in Brussel. Oude Muziek was toen bijzonder ‘in’, onder impuls van figuren als Sigiswald Kuijken of Jos van Immerseel. Van den Borre koos meteen voor de traverso (LF. een houten dwarsfluit zoals ze er uitzag in de 18de eeuw) en behaalde zijn diploma bij Barthold Kuijken.

Jan Van den Borre: ‘Afgestudeerd ben ik vlug beginnen te spelen in heel diverse ensembles. Vandaag is dat geen evidentie, maar toen ook al niet. Je moet een aantal skillsontwikkelen om in die wereld terecht te komen. Maar een keer de bal aan het rollen gaat, loopt het vlotjes. Ik startte meteen als voltijdse kracht, gecombineerd met enkele uren lesgeven. Globaal terugkijkend heb ik gespeeld bij Huelgas Ensemble, 15 jaar bij Il Fondamento, bij Anima Eterna Brugge, Collegium Vocale Gent, Vox Luminis en Il Gardellino waar ik nu artistiek leider ben.’

EXit: Andere keuzes?

Van den Borre: ‘De laatste tien jaar ben ik zelf meer en meer gaan organiseren. Vind dat plezant. Aanvankelijk een aantal cd-opnames, nadien gevraagd door Il Gardellino waar ik nu artistiek leider ben. Ik werk er goed samen met (de orkestleden) Jan De Winne en Marcel Ponseele. We hebben het ensemble hervormd tot een echt barokorkest. ‘

EXit: Wat brengt Ma Festival 2022?

Van den Borre:‘Het programma zelf is dit jaar nog door Tomas Bisschop samengesteld. De laureaat van vorig jaar, Van den Borre Ensemble Correspondances, komt spelen met een mooie scenische productie. Elina Albach, een jonge veelbelovende klaveciniste, eveneens. Voorts zijn er toppers als B’Rock en Il Gardellino. We leggen nu de hand aan het gehele programma. Mijn eerste programmatie zal voor 2023 zijn.’

‘Ik hoop dat het publiek en masse terugkomt. Het blijven toch onzekere tijden. Je merkt het aan de teruglopende ticketverkoop. Er wordt ook steeds meer last minute gekocht. Maar, we merken een grote honger naar muziek en dat is positief.’

EXit: U hebt grote plannen met jonge musici?

Van den Borre: ‘U bedoelt, de MA-Academy, een project dat we met meerdere partners, Il Gardellino, B’Rock en Concertgebouw Brugge gaan realiseren. U moet weten, de jongste generatie muzikanten is extreem sterk. Alleen moeten ze een podium krijgen. Het concert van deAcademy zal een van de hoogtepunten van het festival zijn, denk en hoop ik. De jonge muzikanten worden bovendien begeleid door ervaren coaches als Jan De Winne, Marcel Ponseele en Evgeny Sviridov. MA Festival heeft altijd al oog gehad voor jong talent en hier zal de hele wereld kunnen toekijken.’

______

MA Festival 2022 zal starten op vrijdag 5 augustus en duurt tot zondag 14 augustus, met op zondag 7 augustus de muzikale fietsroute VéloBaroque. (LF)

Kries Roose concerteert op 31/3 in zaal Daverlo

‘Blij met wat ik als eigenzinnige, ongeschoolde vrijbuiter in de muziekwereld heb mogen meemaken’

Dien avond en die Kries Roose: op donderdag 31 maart schijnen de spotlights van zaal Daverlo op de kruin van de Brugse muzikant Kries Roose. Hij mag, samen met enkele bevriende musici, het publiek betoveren met een pakket luisterliedjes van eigen en andermans makelij. Kries is geen gewone smurf. Zo mocht en mag hij samenspelen met twee van zijn destijds onbereikbaar gewaande idolen: negen jaar met Raymond en nu al twintig jaar met Jan De Wilde. EXit sprak met deze rasmuzikant die nu eens frontstage mag staan.

EXit: We kunnen niet om het C-virus heen, vandaar dat we eventjes willen polsen welke impact de coronacrisis heeft/had op jouw muzikantenbestaan, Kries?

Kries Roose: ‘Ik vermoed dezelfde impact als bij ieder uitvoerend artiest: afzeggingen, uitstel, sommige optredens met Jan De Wilde zijn al voor de derde keer verplaatst … Spreek met alle boekers, ze hebben er tonnen extra werk bij gekregen en zijn nooit zeker of het uiteindelijk een positief resultaat zal opleveren. Dat moet voor hen ontzettend ontmoedigend werken zijn. Net als voor alle artiesten die van wie het de enige broodwinning is. Gewoon dramatisch. Techniekers, podiumbouwers, organisatoren …’

EXit: Is de (podium)honger nu groot?

Roose: ‘Ik ben geen extravert podiumbeest, maar een goede match tussen artiest en publiek is altijd onevenaarbaar. Het mooiste vind ik de intieme, kleine settings (zoals het optreden nu ook zal zijn, heb ik begrepen) waar je de mensen dicht bij je hebt. Met Raymond speelden we in de Olé/Ola-succesperiode onder andere op Sint-Jacobs in Gent elk jaar voor 5.000 man, op Werchter, op Parkpop in Den Haag ooit voor 80.000 mensen, en ik was verbaasd dat me dat niks deed. Alsof ik in een onwerkelijke bubbel mijn muziekpartij stond te spelen. Heel vreemd. Maar als  – zoals onlangs op de Dag van de Poëzie, waar ik tussen de voorgelezen gedichten enkele liedjes bracht – nadien twee mensen mij komen zeggen dat ze werkelijk ontroerd waren (verontschuldigend ‘Sorry meneer, maar wij hadden nog nooit van u gehoord’ …) dan is mijn dag gemaakt.’

EXit: Jij speelde/speelt eerder in de schaduwen van anderen (Raymond, Jan De Wilde). Nu mag je zelf de frontman zijn op je concert op donderdag 31 maart in Daverlo. Hoe voelt dat?

Roose: ‘Ik ben nooit een ‘frontman’ geweest, maar ik ben ook geen Nick Drake die in heel zijn korte leven maar één keer heeft opgetreden, de hele act met zijn rug naar het publiek. Ik probeer gewoon mooie liedjes te brengen, van mezelf en van anderen. Als dat goed zit, ben ik content. Nadeel is wel dat mijn eigen werk niet gekend is, dus moet het extra goed zijn. Maar ‘Do you feel allright?!’ ga je mij in elk geval niet horen roepen.’

EXit: Nooit de behoefte gehad om meer op de voorgrond te treden?

Roose: ‘Ik heb me vooral altijd goed gevoeld in de rol van sidekick, of als deel van een groepsgebeuren. Daarom breng ik die avond ook enkele mensen met wie ik samen speel of gespeeld heb.’

EXit: Wat prijkt er op de setlist en wie breng je nog mee?

Roose: ‘Simpel, ik ben nog altijd een aangename balans aan het zoeken tussen liedjes van mezelf en liedjes van anderen. Geen jazz, blues, rock, rap, dat is allemaal voorbij … Vooral rustig luistermateriaal met weinig franjes. Gisteren en vandaag hebben nog twee mensen hun deelname toegezegd, dus kan ik opnieuw puzzelen, maar de enige zekerheid na twee jaar pandemie is dat er absoluut geen zekerheden zijn. Dit optreden was gepland vorig jaar op 10 april en toen is het te elfder ure gecanceld. De mensen die ik toen in gedachten had, zijn inmiddels niet meer beschikbaar. Het blijft telkens aanpassen.’

EXit: Beschouw je het concert als een round up van je carrière?  

Roose: ‘Ja en nee. Er komt werk dat al bestond en werk dat ik ongeveer voor het eerst publiek breng. Je moet het publiek ook niet een hele avond met nieuw materiaal opzadelen. Bij wijze van verluchting kan een gekend lied al wat soelaas brengen. En ik heb meer dan 40 jaar covers gespeeld dus daar heb ik wat keuze …’

EXit: In het verleden heb je songs ‘geschonken’ aan Raymond, Clouseau, Jan De Wilde, Scala en Get Ready. Heb je anno 2022 nog wat in je lade liggen voor iemand? 

Roose: ‘Ik heb destijds zo’n 200 liedjes geschreven en in demo opgenomen en naar allerhande artiesten opgestuurd. Soms pikte iemand iets op, vandaar dat zowel Get Ready als Jan De Wilde iets van mij opgenomen hebben. En zelfs het meisjeskoor Scala tot mijn grootste verbazing en vreugde. Het is altijd een vorm van erkenning, wat ook de drijfveren erachter mogen zijn. Ik heb dus nog dingen liggen, ja.’

EXit: Tot slot: wat staat er nog op je muzikale bucketlist en wil je zeker nog afvinken?

Roose: ‘Oei! Veel en weinig, alles is welkom, maar het moet haalbaar zijn, op alle vlakken. Ik moet mezelf geen talenten toemeten die ik niet heb, en ik ga ook niet zomaar tegen mijn zin iets doen. Dus correctie: weinig. (lacht) Ik ben al ontzettend blij met wat ik als eigenzinnige, ongeschoolde vrijbuiter in de muziekwereld heb mogen meemaken. Ik heb met twee van mijn destijds onbereikbaar gewaande idolen mogen samenspelen – negen jaar met Raymond en nu al twintig jaar met Jan De Wilde – en dat is al veel meer dan ooit verhoopt. Dank u, Leven.’ (ADC)

_____

http://www.ccbrugge.be

foto EDM

EXit 328, zowaar nummer 328, gidst u in onveilige tijden doorheen het cultureel aanbod van deze stad. Daarom aandacht deze maand voor:

*Brugotta Festival richt spots op Brugs talent

*Een gids voor het MOOOV Filmfestival

*MAfestival begroet nieuwe artistiek directeur

*Brugs erfgoed maakt school

*Het was de liefde…..voor het boek: veilinghuis Van de Wiele

*Rob Michiels, de jongste veilingmeester van Brugge (foto EDM)

Brugge, 20 jaar Culturele Hoofdstad van Europa: Peter Verhelst

We maken de balans op van ‘Brugge, 20 jaar Culturele Hoofdstad van Europa’. We doen dat aan de hand van een aantal getuigenissen van enkele hoofdrolspelers van toen (en nu): een verhaal in woorden en iedereen zag dat het goed was. Vandaag: auteur Peter Verhelst.

‘Brugge is onmiskenbaar in de juiste richting gekanteld dankzij Brugge 2002’

‘Met architect Paul Robbrecht en kunstenaar Juan Muñoz bezochten we het Concertgebouw-in-opbouw. Enthousiast legde Paul elk detail uit, tot en met de keuze voor welke vijzen. Een indrukwekkende rondleiding en een oefening in verbeelding, want het gebouw was nog maar voor vier vijfden af. Daarna gingen we garnaalkroketten eten en nadenken over de kunst die we in het gebouw konden brengen. We kwamen overeen dat ik een tekst zou schrijven en dat Muñoz eerst zijn opening in de turbinehal van Tate Modern zou afwerken en daarna ‘een tweede focus’ zou ontwerpen in de grote zaal. Iets wat daar aan het plafond of in de wand aanwezig zou zijn en ‘waar je naartoe zou kunnen kijken als je je zou vervelen’. Aldus Muñoz, een van de snelst denkende en geestigste mensen die ik ooit heb ontmoet. Na zijn fenomenale vernissage in London vertrok hij op vakantie naar Ibiza waar hij schetsen zou maken, maar totaal onverwacht overleed hij daar aan een hartaderbreuk. Mijn tekst staat nu op de ruggen van de stoelen in de grote zaal. Verweesd. Maar op de dag van de opening hoorde ik toch even de lach van Muñoz.’

‘Hoe ik het jaar heb beleefd? Het was jaren geleden dat ik nog zo veel in Brugge was. Overal voelde je het knisperen. Veel mensen hadden goesting, waren geïnspireerd en enthousiast. En uiteraard hield men het hart vast voor het Concertgebouw, maar die angst verdween snel na het wankele begin. Brugge is onmiskenbaar in de juiste richting gekanteld dankzij Brugge 2002. Niet dat het vuur constant oplaait, maar het vuur is er wel.’

_____

Peter Verhelst is een veelgelauwerd auteur van poëzie, romans, novelles, theaterteksten, scripts, en boeken ‘voor jonge lezers’. Hij werkt regelmatig samen met beeldend kunstenaars.

Foto Stephan Vanfleteren

Brugge, 20 jaar Culturele Hoofdstad van Europa: Sonia Debal

We maken de balans op van ‘Brugge, 20 jaar Culturele Hoofdstad van Europa’. We doen dat aan de hand van een aantal getuigenissen van enkele hoofdrolspelers van toen (en nu): een verhaal in woorden en iedereen zag dat het goed was. Vandaag: gewezen Cultuurcentrum-directrice Sonia Debal.

‘Brugge 2002? Dat is een trip down memory lane’

‘Laat mij toe dat ik het schuifje van mijn herinnering aan 2002 even opentrek. Welke herinnering  is mij het dierbaarst? Plots gaan er zovele laatjes open … In de bovenste schuif ligt ongetwijfeld de grondige facelift van de Stadsschouwburg. De luide knal van een neervallend stuk plafond in de foyer was het startschot van wat een heel intens cultuurjaar zou worden. Het stadsbestuur realiseerde zich dat ook deze grand old lady een complete make-over voor het grote feest verdiende. Wat aan restauratie en renovatie in een tijdspanne van nauwelijks negen maanden gerealiseerd werd, mag een echt huzarenstuk genoemd worden. Na een maandenlang cultureel nomadenbestaan, zwaaiden de deuren van ons vertrouwd huis opnieuw open. De  bonbonnière schitterde terug in al haar glorie en grandeur. Met niemand minder dan Herman van Veen als gastheer en ceremoniemeester kon het openingsfeest beginnen.’

‘Niet enkel in het historische hart van de stad werden architecturale wonderen verricht. Op ’t Zand verscheen een indrukwekkende nieuwe cultuurtempel die een prominente rol speelde in het Culturele Hoofdstadjaar en een begrip zou worden in het Vlaamse en internationale kunstenlandschap.’

‘In de lente van 2002 weerklonk ook aan de rand van de stad een nieuw geluid. Met een concert van Arid werd de Magdalenazaal ingespeeld . De MaZ bleek een schitterende black box theater waar ook de Cactus een onderkomen vond en voor het Cultuurcentrum betekende het een extra  programmatietroef.’

‘In 2002 toonde Brugge zich meer dan ooit een gastvrije stad. Kunstenaars van heel diverse pluimage, uit alle windstreken, zwermden uit over de stad en nestelden er zich. Brugge 2002 bouwde bruggen tussen oud en nieuw, tussen diverse actoren, kunstenaars en publiek.  Een samenspel van vele partners die het beste van zichzelf gaven.’

‘Ook het Cultuurcentrum werd een belangrijke, actieve en creatieve partner binnen het project Brugge 2002. Als gerespecteerd danshuis bundelde het de krachten met Brugge 2002 en het Concertgebouw om topproducties naar Brugge te halen. Met het baanbrekend festival Format 2002 verkende het Cultuurcentrum de rol van de technologische evoluties in de podiumkunsten.’

‘In mijn andere laatjes liggen nog zoveel artistieke pareltjes. Te veel om op te noemen. Maar toch is er eentje dat mij heel erg heeft weten te beroeren. Met Young@Heart bracht de Amerikaanse regisseur Roy Faudree een groep krasse oudjes samen op het podium van de schouwburg voor een swingend muzikaal programma. Zo authentiek, zo straight from the heart. Niemand in de zaal hield het droog bij hun aangrijpende vertolking van ‘A Stairway To Heaven’.  Nooit eerder was waardig oud worden zo waar…’

‘Het is mooi geweest, heel mooi, maar ook  intens, heel intens..

Soms had ik het gevoel in een hoge snelheidstrein te zitten die door een prachtig landschap raast waarvan ik af en toe slechts flitsen opving. Bij momenten had ik liever in een stoptrein gezeten, om af en toe te kunnen stilstaan, uit te stappen om met een blik vol verwondering en bewondering rustig de tijd te nemen om te genieten van zoveel  schoonheid.’

‘Gelukkig is 2002 niet het eindstation gebleken. Eerder een  wissel op de toekomst. Ook anno 2022 worden er nog steeds nieuwe schitterende  projecten op de rails gezet.’

_____

Sonia Debal leidde als directrice 23 jaar lang Cultuurcentrum Brugge. In 2014 ging ze met pensioen.

Brugge, 20 jaar Culturele Hoofdstad van Europa: Brody Neuenschwander

We maken de balans op van ‘Brugge, 20 jaar Culturele Hoofdstad van Europa’. We doen dat aan de hand van een aantal getuigenissen van enkele hoofdrolspelers van toen (en nu): een verhaal in woorden en iedereen zag dat het goed was. Vandaag: kunstenaar Brody Neuenschwander.

‘Expo ‘Besloten Wereld Open Boeken’ was subliem’

‘In 1993 belandde ik in een stad vol gesloten boeken; dikke perkamenten volumes van onschatbare waarde. De kettingen waarmee ze ooit aan de muur vastgeklonken lagen, waren al lang verdwenen, maar desondanks bleven ze nog stevig op slot. In mijn vroegste herinneringen zie ik glazen kijkkasten waarin ik net – op neushoogte – verluchte manuscripten open zag liggen met hun glans van bladgoud en fijn gemalen lapis lazuli. De letters stonden als gedrongen soldaten in het gelid. Wat wilden mij die woorden zeggen? Waarom waren ze gehuld in goud?  Wie had de sleutel van de vitrine in zijn bezit?’

‘Ik kon alleen twee opengeslagen pagina’s zien, maar honderden anderen hielden zij onder hun perkamenten vleugels nog verborgen. Ik wou dat ik ze allemaal kon zien, aanraken, zélf die letters schrijven… Ik begon te verlangen naar een wereld die niet langer bestond, die ik niet kon ontcijferen, maar die ik met eigen handen zou herscheppen. Jaren later legde Ludo Vandamme, curator van middeleeuwse manuscripten in de Biekorf bibliotheek, enkele van zijn schatten voor mij op tafel. Ik draaide bindingen zwaar als eiken deuren open en bladerde in een wereld ouder dan mijn eigen land. Elk folio gaf het licht van mijn ogen terug.

Plots begonnen de boeken tot mij te spreken. En dit niet enkel door de betekenis van de woorden. Het is de geur die je het eerst bereikt. Wanneer even niemand in de buurt is, kun je het manuscript optillen tot op neushoogte en eens diep inademen – een moment van ‘emotionele archeologie’. En de kleuren, wat vertellen die? Voor mij betekenen ze: Afghanistan, Brazilië, Rusland, Italië, Vlaanderens velden, Theophilus, Cennini. Het perkament betekent voor mij: vlees, het slachten, vaten vol log en kalk.’

‘De woorden zijn geschreven in ijzer sulfaat, Arabisch gom en galnoten van Aleppo. Een handschrift is een landkaart van middeleeuwse handelsroutes en keiharde economische wetten.’

‘Besloten Wereld Open Boeken’

‘Deze sublieme tentoonstelling was een van de meest poëtische voorstellingen van middeleeuwse handschriften die ik ooit te zien kreeg (en dat zijn er heel wat). Twee bladzijden per boek: dat is alles wat we in een glazen kijkkast te zien krijgen. Maar de tentoonstelling bood nog zoveel meer! Het was als het ware een familiereünie van handschriften die mekaar in eeuwen niet meer hadden ontmoet. De tentoonstelling zegende opnieuw de gewijde ruimtes van het Ter Duinen abdij.  Het was een wereld waarin kennis prachtig, maar beperkt was. De ziel van deze middeleeuwse manuscripten werd tot samenklinken gebracht met moderne kunstwerken. Bronzen duiven pikten in het marmeren labyrint in de grote kerk. Herfstbladeren lagen opgestapeld in een deuropening: staan bladeren ook niet voor bladzijden en bomen voor boeken? De bladeren waren wazig vergroot onder een gebogen plaat blauw-groen getint glas. Het was prachtig; Het kind dat zijn nieuwsgierig neusje tegen het glas duwde, had nu eindelijk zijn antwoord: echt weten zal hij nooit. Hij zal nooit het verleden noch zijn schoonheid kunnen ontcijferen. Zijn ogen zijn vol licht.’

_____

Brody Neuenschwander is een wereldvermaard kalligraaf en tekstkunstenaar met opdrachtgevers als het Rijksmuseum Amsterdam, Dries Van Noten, het Joods Museum Berlijn, de BBC en regisseur Peter Greenaway.

foto EDM

Brugge, 20 jaar Culturele Hoofdstad van Europa: Katrien Van Eeckhoutte

We maken de balans op van ‘Brugge, 20 jaar Culturele Hoofdstad van Europa’. We doen dat aan de hand van een aantal getuigenissen van enkele hoofdrolspelers van toen (en nu): een verhaal in woorden en iedereen zag dat het goed was. Vandaag: algemeen directeur Concertgebouw Katrien Van Eeckhoutte.

‘We sloten Brugge 2002 af met mooie financiële papieren’

‘Mijn beste herinnering zou ik uiteraard de start van het feestjaar kunnen noemen op 20/02/2002, toen het vorstenpaar, de musici van Anima Eterna en Haydns Schöpfung het Concertgebouw om 20.02 uur voor geopend verklaarden. Voor het eerst werd ons – nog niet eens volledig afgewerkte – terracotta kunstenhuis op ’t Zand gevuld met paukenroffels, aria’s, en volk, veel en goed volk. Dat voelde voor mij zeker als een historisch moment, maar meer nog dan die onvergetelijke avond is mij de échte vuurdoop van onze Concertzaal bijgebleven: een pre-openingsconcert voor de arbeiders van de Concertgebouwwerf. Een eerste test van onze intussen wereldvermaarde akoestiek voor de ogen en oren van de scheppers van ons gebouw. Kippenvel, zelfs 20 jaar later.’

‘Ik heb als dagelijks bestuurder en zakelijk directeur van de vzw Brugge 2002 bijzonder intense herinneringen aan dat weergaloze cultuurjaar. We stapten aan boord van een rollercoaster die pas tien maanden later weer tot stilstand zou komen. Dat betekende dus: hectiek, dag in, dag uit, én ook ongelofelijk veel voldoening om te mogen meeschrijven aan een toekomstverhaal voor Brugge. Dat verhaal kende zijn aanvang in 2000, en werd in 2002 uitgerold in een fantastisch programma. Artiesten van talloze disciplines en uit alle windstreken streken neer in Brugge, waar hun passie en enthousiasme die van het publiek weerspiegelden en aanwakkerden. De teamgeest van toen vergeet ik nooit. Een kerngroep van een zestal mensen werd een hechte community van meer dan 150 medewerkers, versterkt door 20 vrijwilligers van over heel Europa en nog zoveel meer partners. Samen vormden we een beslagen en talentvolle equipe om onze forse ambities waar te maken en een multidisciplinair festival voor een breed (inter)nationaal publiek uit te rollen op tientallen locaties in Brugge en de regio. Dat vele van die 2002-collega’s waardevolle stemmen zijn geworden in het Vlaamse kunstenveld, toont dat we ons met gedreven mensen omringd hadden, en dat die gedrevenheid niet werd losgelaten, wel integendeel! We sloten Brugge 2002 af met mooie financiële papieren, en in de rotsvaste overtuiging dat ons jaar als Culturele Hoofdstad van Europa een rijke voedingsbodem was voor een duurzame, bloeiende culturele toekomst.’

‘En hoe fijn is het om die overtuiging twee decennia later te kunnen onderschrijven: Brugge zal nooit meer zijn zoals het was! Hier gaan traditie en vernieuwing hand in hand, want de voorbije decennia werd uitgebreid invulling gegeven aan een hedendaags Brugge. We zijn een UNESCO-werelderfgoedstad én een bruisende cultuurstad, waar artiesten dagelijks creëren en het publiek volop kunst kan beleven. Het Concertgebouw blijft tot op vandaag een plaats veroveren in gerenommeerde architectuurpublicaties en werd uitgeroepen tot een van ‘1001 buildings you must see before you die’ volgens het gelijknamige boek. Het kunstenhuis werd in 2015 een Vlaamse Kunstinstelling, en maakte de culturele driehoek in Vlaanderen tot een ruit. Cultuur lééft hier, onder meer dankzij het breedste aanbod klassieke muziek in Vlaanderen en een ongezien programma hedendaagse dans binnen de dansalliantie Dans in Brugge. Meerwaardezoekers uit binnen- en buitenland kunnen hier echt smullen van vele heerlijke culinaire en culturele troeven. Plus est en vous, Brugge? Jazeker.’

______

Katrien Van Eeckhoutte is algemeen directeur van Concertgebouw Brugge.

Jeroen Vanacker:Het Concertgebouw heeft deze periode goed doorstaan’

Het is nog wachten tot half juni 2022 vooraleer het Concertgebouw uitpakt met haar nieuwe seizoensbrochure en dat na een jaar dat op vele fronten een ‘annus horibilis’ was. Maar artistiek directeur Jeroen Vanacker is overtuigd dat ’seizoen 22-’23 een voltreffer wordt met een opgewekt publiek dat zich graag laat verrassen. Maar eerst enkele vragen.

EXit: De vraag van tien miljoen, hoe ziet de nabije toekomst er voor jullie uit?

Jeroen Vanacker: ‘Met de huidige versoepelingen gaan we ervan uit dat alles doorgaat wat in de resterende maanden van dit seizoen gepland staat. We hopen dat het publiek massaal volgt, want er heerst nog wat terughoudendheid. Wie al terug van de partij is, reageert enthousiast. Iedereen beseft hoezeer men het gemist heeft om muziek en dans live te beleven. Wellicht zitten we in de naweeën van deze pandemie, we mogen aannemen dat de noodzaak om grote delen van het maatschappelijk leven stil te leggen nu wel voorbij is.’

EXit: Het zwartste scenario is toch vermeden?

Vanacker: ‘Ja, er is met de steun van velen geen man overboord. Het personeel, de partners zijn aan boord gebleven, er waren steunmaatregelen van de overheid en het publiek heeft donaties gedaan waarmee we artiesten konden steunen of compenseren voor de geleden verliezen.’

‘De hele situatie heeft ook heel wat solidariteit losgemaakt. Ook binnen deze stad hebben de culturele spelers, die allemaal in hetzelfde schuitje zaten, mekaar gevonden en plannen gemaakt voor intenser overleg. Hoewel de culturele sector erg getroffen is en tijd nodig zal hebben om te herstellen, is er dus wel een sterkere verbinding ontstaan. Denk ook aan de samenwerking rond Podium 19 of Mind the artist van Musea Brugge. Maar ik wil hier geen te rooskleurig beeld ophangen, het was bijwijlen een zeer frustrerende periode. En de sector zal nog veel steun nodig hebben voor een definitief herstel.’

EXit: Toch blijft de situatie heel broos…

Vanacker: ‘Desituatie was een beetje ongelijk. Er zijn organisaties die hun ondersteuning bleven krijgen en bij wie er weinig inkomsten wegvielen. Het Concertgebouw heeft naast de subsidie net heel véél eigen inkomsten en er is tijd nodig om dit weer op te bouwen. Een heel ander verhaal is dat van de freelancers, kunstenaars en artistiek personeel die een groot deel van de culturele sector uitmaken. Een orkest als (huisorkest) Anima Eterna Brugge bijvoorbeeld telt muzikanten uit meer dan tien verschillende landen met veel freelancers, ook uit landen waar geen steunmaatregelen waren. Hun situatie is heel broos. De jonge artiesten en kunststudenten zijn misschien het zwaarst getroffen. Zij verloren werk én perspectief, wat mentaal zwaar om dragen is. Zij vragen zich af in wat voor professionele wereld zij zullen terechtkomen.’

EXit: We zijn benieuwd naar de nieuwe seizoensbrochure.

Vanacker: ‘We behouden de timing van vorig jaar. Traditiegetrouw is dat begin mei, maar nu wordt het opnieuw half juni. Een dergelijke seizoensbrochure vraagt een lange aanlooptijd met januari als startmaand. Het programma is klaar en ik verzeker u, het is een rijk aanbod dat vele bijzondere avonden belooft.’

‘De hemel klaart op en we merkten in het najaar al dat het publiek na een duwtje in de rug terug vlot de weg vindt. We waren dit seizoen begonnen met 30% minder ticketverkoop en konden in de maanden september, oktober en november het gat al wat dichtrijden, met volle zalen voor Rosas en het Orchestre des Champs-Elysées. Dat geeft ons de hoop dat we een normaal seizoen zullen draaien.’

EXit: Mogen we nieuwe accenten verwachten in de programmatie?

Vanacker: ‘Zeker. Een nieuw beleidsplan is klaar en daarin komen er nieuwe accenten die ook volgend seizoen al worden aangezet. Naast muziek en dans komt er een derde, volwaardige kunstdiscipline bij: klankkunst. Dit is een genre dat zich beweegt tussen muziek en beeldende kunst. Installaties en kunstwerken focussen op de beleving van klank zonder dat er per se een muzikale context is. Het luisteren staat centraal in een tijdelijke tentoonstelling, maar ook in twee happenings per seizoen waarin we het publiek meenemen in bijzondere luisterervaringen. Openheid voor het onbekende is het uitgangspunt.’

‘Daarnaast gaan we ook nog een stap verder in het combineren van klassieke en traditionele muziek uit verschillende culturen, de term wereldmuziek gaan we niet meer gebruiken. Er zijn veel universele thema’s die de westerse klassieke muziek met andere tradities verbindt. Twee voorbeelden van eerdere succeservaringen op dat vlak: honderden liefhebbers van de polyfonie van Orlando di Lasso ontdekten de Arabische Soefimuziek uit dezelfde periode. Of het SLOW festival dat strijkkwartetten met Marokkaanse gnawa muziek verbindt. Zo voer je mensen via vertrouwde kanalen naar het onbekende.’ (LUC FOSSAERT)

_____

http://www.concertgebouw.be