Exit Magazine

Maandelijks Brugs Cultuurblad

Maandelijks archief: februari 2017

Arend Pinoy op Nagt

‘Ik hou van humor die tegelijk ontroerend is’

 

1:1, arend pinoy

Op zaterdag 18 februari heerst in Cultureel Centrum Scharpoord (Knokke) opnieuw een feestelijke sfeer. Het festival Nagt blijft na vele jaren een succesformule. Op het programma een hele nacht theater, dans, muziek, humor én heerlijke sfeermakers. Om 22.15 uur is No Goal Proposition te zien, werk van creatieve duizendpoot Arend Pinoy.

EXit: Is No Goal Proposition een nieuwe creatie?
Arend Pinoy: ‘Het is een heel korte voorstelling die ik vorig jaar heb gemaakt op vraag van Gent Bougement, een organisatie die amateurdansers de kans wil geven om met professionele makers aan de slag te gaan. In een grote maand tijd heb ik met veertien mensen, tussen 16 en 36 jaar, een stuk gecreëerd.’

EXit: Wat mag het publiek verwachten?
Pinoy: ‘Alle veertien hebben ze één ding gemeen: zin om te bewegen, te spelen en te creëren. Hun honger om er de beste show van hun leven van te maken, was heel groot. Als ik iets creëer, begin ik altijd van nul, dus nu ook. Ik wist dat ik iets wilde maken met een grote lichtheid. Er zit veel humor in het stuk, maar ik hou vooral van de combinatie van grappig en serieus. Ik hou van humor die tegelijk ook ontroerend is.’

EXit: Werk je vaak met liefhebbers?
Pinoy: ‘Ik begeleid dikwijls studenten op de toneelschool, maar dit was mijn eerste keer met amateurs. Een heel toffe ervaring. Het is ook sowieso leuk om met zo’n grote groep te werken. Veertien mensen die in al hun kwetsbaarheid op een scene staan, dat is op zich al een boeiend gegeven.’

EXit: Speel je graag op festivals?
Pinoy: ‘Heel zeker. Het zijn heel toffe momenten om nieuw werk en nieuwe mensen te leren kennen, zowel voor makers als voor het publiek. Ik stond een zevental jaar terug al op Nagt met Talking About Kevin. Er is zoveel te doen, in alle hoeken van het huis én er komen veel verschillende disciplines aan bod.’

EXit: Staat er nog nieuw werk op stapel?
Pinoy: ‘Mijn agenda is goed gevuld. Ik ben nu actief bij het KIP. Daarnaast sta ik in 1:1, een voorstelling die ik afgelopen zomer samen met mijn drie jongere broers creëerde voor Theater Aan Zee. Binnenkort werk ik wellicht in Nederland bij De Veenfabriek, een groep performers/muzikanten die elk jaar één voorstelling maken.’

EXit: Acteren is een familiekwestie?
Pinoy: ‘Het artistieke zit ons inderdaad in het bloed. Mijn oudste broer Gilles is afgestudeerd als jazzpianist. César volgt een opleiding aan het KASK en speelt gitaar. Titus studeert aan de Tuinbouwschool, maar is ook drummer. Ze zijn in eerste instantie muzikanten, maar als ik hen dat vraag, spelen ze evengoed een tekst. Ze stonden ook al regelmatig met mijn moeder, actrice Marijke Pinoy, op scene. Ik werk heel graag met hen. Het gaat er soms hard aan toe, maar ruzies tussen broers zijn van geen tel, want ze komen altijd weer goed (lacht).’

EXit: Ben je eigenlijk danser, acteur of regisseur?
Pinoy: ‘Ik vind het normaal dat mensen er nood aan hebben om het onderscheid te maken. Werk ik puur als danser, dan zeggen mensen ‘ben jij geen acteur’? Speel ik een stuk, dan vragen ze ‘ben je niet meer een danser’? Als ik regisseer, zeggen mensen, ‘anders sta jij toch op scene’? Ik ben een beetje een atypische maker. Ik word ook zelden gevraagd om een Shakespeare te spelen of een Tsjechov, terwijl ik dat eigenlijk wel graag zou doen. Voor mij maakt het eigenlijk allemaal niet zoveel uit. Bewegen en spelen op een podium, is het liefste wat ik doe, zelfs al zijn mijn knieën een beetje kapot (lacht).’ (SD)

Info http://www.nagt.be

The Day Off: ‘We spelen alles kapot’

the-day-off

 

‘Support your locals’ suggereert het Cultuurcentrum en het is een suggestie die we graag ter harte nemen. Vandaar dat we graag even de spotlights richten op de vierkoppige band The Day Off uit onze gouw die op vrijdag 17 februari de zaal in Daverlo (Dries 2 in Assebroek) mag opwarmen voor It It Anita.

 Verwacht u aan een portie stevige decibels die in uw buis van Eustachius zullen binnensluipen. It It Anita kiest voor moderne noiserock, zeg maar een melange van grunge en punk. Ook The Day Off uit Jabbeke tapt uit het harde vaatje met een sound die gelardeerd is met elementen uit garagerock, punk en grunge. ‘Het mag stevig zijn’, zeggen Simon Rabaey (zang en gitaar), Jochen Stragier (gitaar), Tom Vandenheede (basgitaar) en Tommy Lingier (drums). ‘We kijken op naar een aantal groepen die zich in dat muzikaal universum begeven. We denken hierbij concreet aan Foo Fighters, Nirvana, Double Veterans, John Coffey… Harde noten, dus.’

Voorbeeldgroepen bij de vleet, maar toch kiest The Day Off – die sinds de zwoele zomer van 2014 bestaat – enkel voor eigen materiaal. ‘Live spelen we enkel eigen nummers. Het gebeurt wel dat we in de repetities eens een cover spelen. Dat zal in Brugge ook zo zijn. Brugge is onze stad en dus kijken we er zeker naar uit om nog eens in Brugge te mogen spelen. Ieder optreden voelt voor ons speciaal, al is het optreden in de Daverend-reeks voor ons wel een topper omdat we de support van It It Anita mogen doen. We zullen vooral kijken of onze nieuwe nummers al dan niet aanslaan. Het zijn songs waar we zelf wel een zeer goed gevoel bij hebben. Voor de rest maken we alles kapot!’

Groeitijd

Mannen maken plannen, ook het viertal van The Day Off? ‘We hebben momenteel al twaalf nummers klaar. Binnenkort willen we zeker nagaan of we een EP kunnen opnemen. We geven onszelf alle tijd om te groeien en uit te zoeken wat we echt willen. We zetten het geld van onze merchandising en optredens nu wel al aan de kant. En ondertussen hebben we ook al enkele nummers online staan die we zelf hebben proberen op te nemen.’

Gezonde ambitie
‘We zouden graag aan wat grotere wedstrijden willen deelnemen. Op tour gaan is zeker ook wel iets wat we aan onze curriculum vitae willen toevoegen. Voorlopig blijven we met de voeten op de grond en spelen we vollen bak onze muziek. We traden al op op Rock Zerkegem en op het Plectrumfestival. Dat zijn de momenten waarvoor we het doen. In de toekomst willen we zo veel mogelijk optreden en nieuwe nummers schrijven.’ (ADC)

 

Info: http://www.ccbrugge.be

 

The Day Off: ‘We spelen alles kapot’

the-day-off-1

 

‘Support your locals’ suggereert het Cultuurcentrum en het is een suggestie die we graag ter harte nemen. Vandaar dat we graag even de spotlights richten op de vierkoppige band The Day Off uit onze gouw die op vrijdag 17 februari de zaal in Daverlo (Dries 2 in Assebroek) mag opwarmen voor It It Anita.

 Verwacht u aan een portie stevige decibels die in uw buis van Eustachius zullen binnensluipen. It It Anita kiest voor moderne noiserock, zeg maar een melange van grunge en punk. Ook The Day Off uit Jabbeke tapt uit het harde vaatje met een sound die gelardeerd is met elementen uit garagerock, punk en grunge. ‘Het mag stevig zijn’, zeggen Simon Rabaey (zang en gitaar), Jochen Stragier (gitaar), Tom Vandenheede (basgitaar) en Tommy Lingier (drums). ‘We kijken op naar een aantal groepen die zich in dat muzikaal universum begeven. We denken hierbij concreet aan Foo Fighters, Nirvana, Double Veterans, John Coffey… Harde noten, dus.’

Voorbeeldgroepen bij de vleet, maar toch kiest The Day Off – die sinds de zwoele zomer van 2014 bestaat – enkel voor eigen materiaal. ‘Live spelen we enkel eigen nummers. Het gebeurt wel dat we in de repetities eens een cover spelen. Dat zal in Brugge ook zo zijn. Brugge is onze stad en dus kijken we er zeker naar uit om nog eens in Brugge te mogen spelen. Ieder optreden voelt voor ons speciaal, al is het optreden in de Daverend-reeks voor ons wel een topper omdat we de support van It It Anita mogen doen. We zullen vooral kijken of onze nieuwe nummers al dan niet aanslaan. Het zijn songs waar we zelf wel een zeer goed gevoel bij hebben. Voor de rest maken we alles kapot!’

Groeitijd

Mannen maken plannen, ook het viertal van The Day Off? ‘We hebben momenteel al twaalf nummers klaar. Binnenkort willen we zeker nagaan of we een EP kunnen opnemen. We geven onszelf alle tijd om te groeien en uit te zoeken wat we echt willen. We zetten het geld van onze merchandising en optredens nu wel al aan de kant. En ondertussen hebben we ook al enkele nummers online staan die we zelf hebben proberen op te nemen.’

Gezonde ambitie
‘We zouden graag aan wat grotere wedstrijden willen deelnemen. Op tour gaan is zeker ook wel iets wat we aan onze curriculum vitae willen toevoegen. Voorlopig blijven we met de voeten op de grond en spelen we vollen bak onze muziek. We traden al op op Rock Zerkegem en op het Plectrumfestival. Dat zijn de momenten waarvoor we het doen. In de toekomst willen we zo veel mogelijk optreden en nieuwe nummers schrijven.’ (ADC)

Info: http://www.ccbrugge.be

 

Kunstbende Brugge, laatste kans op inschrijiving

kb2

Op zondag 26 februari opent Het Entrepot opnieuw de deuren voor Kunstbende Brugge! Ben jij bezig met circus, txt, muziek, performance, dans, mode, beeldende, foto, film of DJ? Tussen de 13 en de 19 en voel je je klaar om jouw werk te delen met de buitenwereld? Ervaring is daarvoor mooi meegenomen, maar ook als je nog maar pas bezig bent kun je perfect meedoen met Kunstbende. Inschrijven doe je t.e.m. 15 februari op www.kunstbende.be.

 

Mercedes Van Volcem droomt van een Brugse Guggenheim

mercedes-van-volcem_ellen-de-meulemeester

Foto EDM

Ze wil het zo graag: eens aan bod komen in EXit met haar visie op cultuur in Brugge en een reeks actuele dossiers als dat van het KTA (uitbreiding Groeningemuseum) of haar voorstel voor een Brugse pendant van het wereldvermaarde Guggenheimmuseum. ‘Wij hebben ook een visie op het reilen en zeilen van cultuur in Brugge en na vier jaar mag een en ander wel geëvalueerd worden’, zegt Mercedes Van Volcem. Wij en u benieuwd?

EXit: U schreef in 2012 het boekje ‘De weg naar het stadhuis’. Hoe verloopt die tocht?

Mercedes Van Volcem: ‘Die weg blijft open zeker? Maar ik blijf mij keihard inzetten voor deze stad. Ik voel mij ook geliefd bij de Bruggeling, meer zelfs dan in mijn periode als schepen van Monumentenzorg, een functie die ik nochtans graag heb uitgeoefend. Waar, ik heb geweend bij het afscheid. Nu denk ik dat het publiek nog moest wennen aan het beeld van een jonge liberale vrouwelijke en ambitieuze schepen. Ik had de drang om te vernieuwen, vooral dan in mijn eigen departement. Ik erfde een dienst met een enorme achterstand voor bouwdossiers, maar ik heb die kunnen wegwerken. Daar gingen veel inhoudelijke discussies, vooral met toenmalig burgemeester Patrick Moenaert, mee gemoeid.’

EXit: Hoe ziet u de toekomst tegemoet?

Van Volcem: ‘Ik stel vast dat ‘iedereen’ met ons wil samenwerken. Zowel SP. A als CD&V of NV-A. Daarom verwacht ik onze come back. Wij hebben een eigen project voor een Brugge dat moet klaar staan voor de 21ste eeuw. Bovendien staat de teller voor elkeen op nul. Het is de kiezer die beslist wie aan zet is.’

EXit: Doet Brugge profijt met een liberale minister van Cultuur?

Van Volcem: ‘Het is een troef die we zeker moeten uitspelen, maar dat betekent niet dat Sven Gatz cadeautjes gaat uitdelen. Hij voert een evenwichtig beleid en de Brugse culturele wereld is het daarbij niet slecht vergaan. Hij komt ook vaak naar Brugge, zelfs al eens een hele dag om kennis te maken met het werkveld. Ik was er graag bij geweest. Ook voor het Concertgebouw toont hij een ruime appreciatie en heeft hij veel middelen toegekend.’

EXit: Brugge koestert zijn Triënnale(s). U stapt mee?

Van Volcem: ‘Ik was best tevreden over de eerste editie. Ik heb het initiatief dan ook overal verdedigd, al kwam het initiatief van Renaat Landuyt, tot nader order een politieke concurrent. Het publiek bleek ook grotendeels gewonnen voor de zaak. Daarom mag zo’n kunstenfestival zelfs om de twee jaar georganiseerd worden.’

‘Stadsvernieuwing werkt altijd verademend, maar initiatieven als de Triënnale moeten gepaard gaan met dynamiek en beleving. Ik ben een absolute believer. Deze stad presteert al veel op cultureel vlak, maar heeft nog meer niet-benutte potentie. En die moet je uitbaten. Brugge moet meer zijn dan Unesco Werelderfgoed.’

EXit: U pleit voor grote prestigieuze tentoonstellingen. Brugge kiest voor kleine interessante expo’s als ‘De Heksen van Breugel’ of ‘De Kunst van het Recht.’

Van Volcem: ‘Er is niks mis met het organiseren van kleine(re) tentoonstellingen, maar in het licht van de terugval van het toerisme door de terreur, kan een prestigieuze tentoonstelling wonderen doen. Het brengt in elk geval veel volk op de been. Daarom steunen wij het project KTA (LF. uitbreiding Groeningemuseum) voluit, al betreuren wij dat er zoveel tijd is over gegaan. Ik wil echter niet negatief klinken, dat is mijn stijl niet. Ik speel nooit op de man, wel op het dossier, al klinkt dat minder sexy. De vinger op de wonde leggen. Daarom ook hebben wij ons niet gemoeid in de discussie over Brugge Plus. Die werd veel te persoonlijk gevoerd.’

EXit: Brugge als romantische stad, nog zo’n gek ideetje van u?

Van Volcem: ‘Daar werd een beetje lacherig over gedaan, maar ten onrechte. Brugge kan gefinetuned worden tot een van de meest romantische steden van Europa. De troeven zijn er en romantiek rendeert. Het eist hotelbedden, restaurants, verblijven, culturele evenementen. De idee is simpel, maar genereert veel bezoekers. Ik ben echter niet gewonnen voor het elitaire discours, zoals Amsterdam nu probeert. Iedereen moet hier welkom zijn, geen veto’s, geen polariserend verhaal. Toerisme is hier de motor die andere sectoren doet aanslaan.’

EXit: U haalde de krantenkoppen met uw voorstel voor een Guggenheimmuseum op Brugse bodem. En dat in een tijd waarin spektakelarchitectuur op zijn retour is.

Van Volcem: ‘Ja, maar u hebt mijn artikel duidelijk niet gelezen. Guggenheim is vandaag een merknaam geworden en is niet (meer) verbonden aan spektakelarchitectuur. Ik verwijs hierbij naar Venetië waar het Guggenheimmuseum ondergebracht is in een klooster (LF. in het Palazzo Venier del Leonie). Bovendien hebben we hier in onze regio enkele notoire kunstverzamelaars (Van Moerkerke, Vanhaerents…) die hun kunstcollectie zouden kunnen onderbrengen in een Stichting. Tenslotte kan zo’n museum ook met privé-middelen tot stand komen, maar dat is dan weer de liberaal in mij die spreekt. En nu de Finse hoofdstad Helsinki afhaakt voor een Peggy Guggenheimmuseum, kan Brugge in dat gat springen.’

EXit: U hebt ook iets met startende kunstenaars.

Van Volcem: ‘Vind ik belangrijk. Ik hoor te vaak de klacht dat er te weinig aandacht is voor startende kunstenaars, dat ze niet of onvoldoende worden ondersteund. Jonge kunstenaars hebben meestal niet de ruimte, noch het geld, om hun werk zelfstandig te tonen. Brugge telt nochtans een aantal, al of niet tijdelijke, ruimtes waarin ze hun werk zouden kunnen presenteren. Ik denk aan een Maud Bekaert bijvoorbeeld. Kortrijk heeft zo’n steun uitgewerkt. Jonge beginnende kunstenaars kunnen er tegen een laag bedrag een leegstaand appartement huren en benutten als expositieruimte. Vind ik een goed voorbeeld.’

EXit: Slotvraag: wat zou u aanvangen met de fontein-annex-beeldengroep op ‘t Zand?

Van Volcem: ‘Wilt u de recorder eventjes uitschakelen?’ (LF)

 

 

 

 

 

 

 

 

Een oerknal naar inzicht

ubuntu-cover-1

Hilde Misseeuw werd in 2010 gevraagd om gedurende zes maanden een sojamelkproductie op te starten in enkele Afrikaanse landen. Na amper drie weken kwam het project echter abrupt tot een einde. De sojamelkmachine explodeerde en liet Hilde zwaar gewond achter. In Ubuntu, oerknal naar inzicht schrijft Hilde over haar ervaringen en innerlijke ontdekkingen die ze tijdens haar jarenlange helingsproces verzamelde.

Ubuntu is echter niet haar eerste publicatie. In 2009 bracht Hilde het kookboek De innerlijke keukenreis uit, een creatief resumé van een jarenlang horecaverleden als uitbaatster van De Nisse in Brugge en ’t Oud Gemeentehuis in Waardamme. ‘Kort daarna werd ik totaal onverwacht benaderd door een Belgische firma om een ontwikkelingsproject rond sojamelkproductie op te starten in Afrika’, zegt Hilde. ‘Ik heb toen meteen geëxperimenteerd met het artisanaal verwerken van sojabonen en het resultaat voedde enkel maar mijn enthousiasme. Mijn grootste bekommernis was het technische aspect van de productie, maar men verzekerde mij dat het hanteren van de machine een fluitje van een cent was. Die garantie, gepaard met mijn sociaal engagement, de blijvende zoektocht naar de mens achter de mens, mijn kookpassie, ondernemingszin en drang naar avontuur hebben me uiteindelijk overtuigd om mee te stappen in het project.’

‘Toen ik aankwam in Rwanda was de industriële machine nog niet aanwezig. Het heeft nog twee weken geduurd eer we de productie konden starten. In die periode heb ik kennis gemaakt met de wondermooie Ubuntu-gedachte, een Afrikaanse filosofie over toewijding en relaties onderling met als motto ‘Ik ben omdat wij zijn’. Samen met de jongeren en vrouwen van een lokale coöperatie maakten we sojamelk op artisanale wijze wat fenomenale resultaten gaf. In die Ubuntu-sfeer zijn we met veel enthousiasme aan de industriële productie begonnen. De derde dag liep het echter faliekant af. De sojamelkmachine explodeerde en ik werd zwaargewond afgevoerd naar een ziekenhuis in Kigali.’

‘In eerste instantie werd er geopteerd voor een amputatie van mijn rechterbeen, maar een Belgische non stak daar een stokje voor. Jaren later zag ik in hoe belangrijk die beslissing was in mijn revalidatieproces. Indien ik nu zou rondlopen met een prothese had ik vermoedelijk opnieuw een eethuisje uitgebaat, maar dan zou ik mentaal nog steeds stilstaan. Het is net omdat ik nu fysiek stilsta dat ik me geestelijk heb kunnen verruimen en zo heb ik de globetrotter naar mijn ziel ontdekt.’

‘Vorig jaar ontdekte ik in het Pellebos vlak bij mijn huis een bomencirkel. Deze plek, die ik eerder nooit had opgemerkt ondanks mijn dagelijkse wandelingen in het bos jaren voordien, werd mijn spirituele ankerplaats. De acht lindebomen fungeerden als spiegel en steun tijdens mijn helende reis. Uiteindelijk worden we allemaal af en toe gedwongen om op de rem te staan. De redenen verschillen onderling en vaak hebben we het ook niet meteen door, maar de boodschap blijft steeds dezelfde: Sta stil, reflecteer, laat los en verrijk jezelf om dan met een open hart een nieuwe start te maken naar ‘Wij’. En dat is de Ubuntu-gedachte ten voeten uit.’ (LIESELOT DE DEURWAERDER)

www.wubuntu.be, Ubuntu, Oerknal naar inzicht, Hilde Misseeuw, 27 euro. Bestellen online via www.standaardboekhandel.be of via mail hilde.misseeuw@hotmail.com

 

3 muzikale musketiers presenteren nieuwe cd in De Werf

2017-02-09-trio-grande-01_eric-grundman

Foto Eric Grundman

Hun prominente rol in Rêve D’Eléphant Orchestra – van wie recent een prachtige cd verscheen – zou het haast doen vergeten: tubaspeler/trombonist Michel Massot en drummer/percussionist Michel Debrulle schitteren, aangevuld met de Franse multi-instrumentalist Laurent Dehors, ook als Trio Grande aan het Belgisch jazzfirmament.

Het oeuvre van deze 3 muzikale tovenaars wordt steevast gekenmerkt door maîtrise van de meest diverse instrumenten, aftasten van grenzen, inventief improviseren en bovenal tijdig een flinke scheut humor.

Dit unieke trio liet via het W.E.R.F.-label al 3 cd’s (waarvan 2 met pianist Matthew Bourne) op de wereld los. Met hun nieuwe release, die zij zeer toepasselijk “Trois mousquetaires” (W.E.R.F.141) doopten, slagen zij er zonder moeite wederom in de luisteraar te verrassen, terwijl een glimlach om zijn/haar mond speelt. (PJG)

Donderdag 9 februari om 20.30 uur in De Werf – www.kaap.be

 

 

Muzikale ode aan levende legende Donnie Fritts

 

jan-devos

Foto EDM

 

In het jaar 1980 won Jan De Vos met The Machines nog Humo’s Rock Rally en een kleine vier decennia later is hij nog steeds muzikaal actief. Vijf jaar na zijn cd ‘The Roadmaster – A Tribute to Spooner Oldham’ vertolkt Jan nu songs van een andere legendarische componist uit Muscle Shoals, Alabama op de cd ‘My Friend  – A Tribute to Donnie Fritts’.

 EXit: De cd ‘My Friend’ is een ode aan de muzikant Donnie Fritts. Wat kun je over hem kwijt?

Jan De Vos: ‘Donnie Fritts was één van de muzikanten en componisten die ervoor zorgden dat Muscle Shoals, een stadje in de Amerikaanse staat Alabama, in de jaren 60 en 70 uitgeroepen werd tot Hit recording capital of the world. Soul-grootheden als Aretha Franklin, Percy Sledge en Wilson Pickett, maar ook The Rolling Stones, Rod Stewart en Paul Simon namen er platen op. Donnie schreef onder meer Breakfast in Bed voor Dusty Springfield en Choo Choo Train voor de Box Tops. Later werd hij pianist in de band van countryster Kris Kristofferson. Hij nam ook zelf vier albums op. Hij is intussen 74, maar nog altijd muzikaal actief.’

EXit: Wat maakt Donnie Fritts zo bijzonder voor jou?

De Vos: ‘Om te beginnen is hij een ex-drummer, net als ik. Dat schept een band, hé! Nee, serieus, wat me in zijn liedjes vooral aanspreekt, is dat ze zo goed in het gehoor liggen. Bovendien kun je ze niet in één hokje stoppen. Hij heeft soulnummers geschreven, maar ook countrysongs en heel intieme liedjes, die tegenwoordig tot het singer/songwriter-genre gerekend zouden worden.’

EXit: Ben je daardoor een fan van rootsmuziek zoals die van Donnie en Spooner Oldham?

De Vos: ‘Ik hou van veel genres – blues, soul, country -, maar nergens vind je een mix van blanke en zwarte invloeden zoals in Muscle Shoals. Geen wonder, want het stadje ligt zowat halverwege tussen Memphis, de geboorteplaats van de blues, en Nashville, de thuishaven van country&western.’

EXit: Hoe reageerde Donnie Fritts op je muzikale ode?

De Vos: ‘De plaat is in België opgenomen, maar ik ben wel naar Alabama gereisd om er één extra nummer met Donnie in te blikken, zoals ik dat in 2010 al had gedaan met Spooner Oldham. In beide gevallen was de reactie typisch: die mannen zijn levende legendes, maar wel heel vereerd met zo’n muzikale hulde. Donnie kon niet geloven dat ik speciaal voor hem naar Amerika was gekomen. Dat zegt genoeg, zeker?’

EXit: Je hebt een verleden als drummer van The Machines en Derek & The Dirt. Wat sijpelt er hiervan nog door in je nieuwe cd?

De Vos: ‘Ik vind goede nummers het allerbelangrijkste in de muziek. Dat was vroeger al zo en dat is vandaag nog steeds zo.’

EXit: Je speelt geen drums meer op je recentste cd? Volledig afgezworen?

De Vos: ‘Ja, daar ben ik zo’n twintig jaar geleden mee gestopt. Omdat mijn gewrichten zo rond mijn veertigste niet meer mee wilden, maar ook omdat drummen en zingen een moeilijke combinatie is. Sindsdien speel ik vooral gitaar, maar sinds kort ook banjo en mandoline. Dat verklaart het akoestische geluid van de nieuwe plaat.’

EXit: Voor ‘My Friend’ kon je een beroep doen op een aantal vrienden/bevriende muzikanten?

De Vos: ‘Dit is de eerste plaat waarvoor ik geen externe producer aangetrokken heb. Ik heb alles zelf in handen genomen en gewoon mijn zin gedaan. Daardoor is het, hoewel alle songs covers zijn, mijn meeste persoonlijke album ooit. Ook de keuze om met bevriende muzikanten te werken heeft daarmee te maken.’

EXit: Je draagt de cd onder meer op aan je gewezen spitsbroeder Paul Despiegelaere (1954-2013). Het gemis is nog altijd zeer groot, wellicht?

De Vos: ‘Dat spreekt vanzelf. The Machines waren op muzikaal vlak het beste wat me ooit overkomen is. Paul was niet alleen onze zanger en frontman, maar ook onze beste vriend.’

EXit: Je cd kwam uit op het nieuwe Brugse label Beehive Records. Een aanwinst voor de Brugse muziekscene, dat label?

De Vos: ‘Jazeker! Het is geen platenlabel in de ware zin van het woord, maar wel een soort van keurmerk met een duidelijke boodschap: dit is Brugs én goed. Een beetje solidariteit onder muzikanten kan nooit kwaad, vind ik.’ (ADC)

Win gratis tickets voor openingsfilm Jeugdfilmfestival

storm2

EXit en het Jeugdfilmfestival trakteren met veertig gratis tickets voor de openingsfilm ‘Storm: Letters van Vuur’ (8+) op zaterdag 25 februari om 14 uur in Cinema Liberty. Deze spannende middeleeuwse avonturenfilm gaat over de twaalfjarige Storm die zijn vader wil redden van de brandstapel. Mail vóór woensdag 15 februari naar exitbrugge@gmail.com. De winnaars worden via mail op de hoogte gebracht. Succes!

Cultuur Siberische rendierhouders ademt doorheen nieuw werk van Peter Jacquemyn

peter-jacquemyn_1

foto Sigrid Tanghe

 

De kiemen voor het werk dat op de nieuwe tentoonstelling van Peter Jacquemyn is te bezichtigen, werden gezaaid toen de kunstenaar tijdens een recent bezoek aan Moesgård Museum (Aarhus, Denemarken) oog in oog kwam te staan met 2 Gihr-Gihr. Resulteert een eerste impressie van deze ruw uit hout gehakte mensachtige gestileerde gestalten uit de cultuur van de Chukchi rendierhouders (Siberië) louter in “het zien van sculpturen”, dan leert enig graven naar de achtergrond ervan dat die voorwerpen veel méér zijn en heel wat symboliek in zich dragen. Elke Chukchi die een rendier bezit, heeft nl. zijn persoonlijke Gihr-Gihr, dat behalve een plankje om (ritueel) vuur te maken ook een levend wezen is: de verpersoonlijking van de relatie tussen de levenden, de voorouders en de rendieren. Bovendien is een Gihr-Gihr een stille getuige van de levensloop van de eigenaar zelf: sculptuurtjes en relikwieën allerhande aan het plankje vastgemaakt representeren belangrijke levensgebeurtenissen, een knoop in het touw waarmee alles aan de centrale sculptuur is bevestigd, staat symbool voor het overlijden van een verwante of een naaste vriend(in).

Geïnspireerd door die ervaring begon Peter Jacquemyn aan een eigen reeks sculpturen, maar zette – geheel in de geest van zijn Gihr-Gihr belevenis – consequent een volgende stap. Zoals hij als contrabassist samen met anderen, op gelijkwaardig niveau, musiceert en improviseert, besliste hij een medekunstenaar als evenwaardige partner te betrekken in het creatief proces. Aan zijn goede vriendin Veerle Hommelen – na studies textielontwerp medewerkster geworden voor top couturiers in Parijs – bezorgde hij een aantal van zijn beelden waar zij zich, naar eigen goeddunken vindingrijk op kon uitleven en geheel haar eigen intuïtie volgend mocht bekleden. Op die manier is kunst ontstaan waar geen van de kunstenaars afzonderlijk toe zou komen en waarvan geen van de deelnemers – laat staan het publiek – zich een vooropgestelde voorstelling kon maken.

Behalve sculpturen zijn op de expositie ook tekeningen van Jacquemyn te zien. (PJG)

In EXit maart vindt u een interview met de exposerende kunstenaar.

Galerie Pinsart, van 12 februari tot en met 19 maart, op vrijdag, zaterdag, zondag, telkens van 14.00 – 18.00 uur – http://www.pinsart.be

Vernissage op zondag 12 februari om 15.00 uur, met inleiding door Teio Meedendorp (Van Gogh Museum) en muzikaal opgeluisterd door Jan Pillaert (bastuba).