Exit Magazine

Maandelijks Brugs Cultuurblad

Maandelijks archief: januari 2013

W.E.R.F.-label trekt de digitale kaart

 

1358497709nwerf1_roland_legein
 
De Werf
 
Zeer binnenkort – voorjaar 2013 is de timing – zullen cd’s van het W.E.R.Fwww.dewerf.be.-label ook digitaal kunnen worden aangeschaft. Meer nog: er komt een bijhorende informatieve website: www.werfrecords.be. Labelcoördinator Benny Claeysier licht de logica der dingen toe.
 
 EXit – Waarom plots nu die stap?
 
Benny Claeysier – ‘Ik denk dat we hiermee een logische stap hebben gezet. We zitten al een tijdje in een cruciale fase in de muziekindustrie: de cd als fysieke drager van muziek is op sterven na dood en binnen de popwereld eigenlijk al bijna volledig afgeschreven. De jazzniche is iets langer gespaard gebleven, wat met een aantal redenen te maken heeft: het doorsnee jazzpubliek is iets ouder en hierdoor minder snel vertrouwd met de vernieuwde (legale of illegale) digitale mogelijkheden; de jazzconsument is vaak iemand die belang hecht aan het verzamelaspect en graag iets tastbaars in handen krijgt; bovendien was tot voor kort slechts weinig jazz online te vinden, legaal of illegaal. Op onze vernieuwde website zullen de bezoekers zowel voor het aankopen van digitale muziek als van fysieke cd's terecht kunnen. Je zal dus een link vinden naar iTunes waar je de nummers legaal kunt downloaden, maar net zo goed zal je via een “winkelmandje” de fysieke cd kunnen aanschaffen, die vervolgens per post wordt toegestuurd. Je zal er echter veel meer kunnen dan enkel muziek kopen: op die website zullen bio’s staan van de artiesten, videofragmenten, achtergrondinformatie over de cd's, nieuws met betrekking tot ons W.E.R.F.-label, podcasts… De site zal ook up to date blijven en de bezoeker zal regelmatig geprikkeld worden, bv. door gratis downloads.’
 
 EXit – Hoeveel bedraagt de gemiddelde verkoop van een W.E.R.F.-cd en welke zijn absolute uitschieters?
 
Claeysier – ‘De gemiddelde winkelverkoop van een (Belgische) jazz-cd is teleurstellend laag, als gevolg van de ineenstortende cd-markt. In België zijn er nog enkel een aantal speciaalzaken die de stap zetten om een nieuwe release van een Belgische jazzgroep in hun gamma op te nemen: de grote winkelketens verarmen steeds meer hun aanbod en spelen op veilig. Hierdoor is de winkelverkoop eigenlijk bijna verwaarloosbaar geworden. Dit wordt tegenwoordig echter gecompenseerd door de verkoop na concerten, die enorm in de lift zit. Dat heeft grotendeels met beleving te maken: wie een fantastisch concert heeft meegemaakt, neemt graag een cd mee als souvenir. Het contact met de artiest is op die manier ook veel directer, wat een extra verkoopsargument is. Om een idee te geven qua verkoop op ons label: voor jonge en/of onbekende jazzgroepen persen we tegenwoordig slechts op 750 à 1.000 exemplaren en zijn we tevreden als we die na x aantal jaar hebben uitverkocht. Af en toe hebben we een succesproject zoals MixTuur, Brussels Jazz Orchestra, Nathalie Loriers Trio… en dan komen we met een beetje geluk aan een 2.500 verkochte exemplaren. Het gebeurt dus heel zelden dat we een cd uitgeven die lucratief is. Ons gesubsidieerde statuut maakt het ons echter mogelijk jonge artiesten te blijven ondersteunen en zo groeikansen te bieden. Voor hen is een cd een promotiemiddel, een opstapje om verder te geraken in hun carrière. We doen echter zo goed als kan ons best om het commerciële en het ondersteunende aspect van ons label met elkaar te laten rijmen. De lancering van onze site is eveneens een aanzet daartoe.’
 
 
EXit – Zelf heb ik helaas moeten vaststellen dat bepaalde cd's uitverkocht zijn: worden van deze geen extra exemplaren meer gemaakt?
 
Claeysier – ‘Er zijn inderdaad een tiental cd's uit onze catalogus uitverkocht, die we nog niet hebben heruitgegeven. In ieder geval zullen deze straks digitaal te koop aangeboden worden via onze nieuwe site. Of we ze ook fysiek zullen heruitgeven, zal intern moeten worden onderzocht: het persen van een cd en vooral de verpakking is een aanzienlijke kost. Je bent bovendien verplicht om op minimum 500 exemplaren te drukken. Als je mijn verkoopcijfers van hierboven in acht neemt, dan moet er grondig afgewogen worden of het wel de moeite is om die cd’s nog fysiek opnieuw te persen.’ (Paul Godderis)
 
Info (binnenkort): www.werfrecords.be
 
 
 
 

Comedian Bart Vantieghem trakteert met gratis tickets

 

1358412729nflyeric2

EXit ontving volgende mail van de Brugse comedian Bart Vantieghem die een mooi cadeau voor de Vriendenvan de Gulle Lach in petto heeft:

“Ons collectief Independent Comedy toert door Vlaanderen en houdt volgende week zaterdag 26 januari 2013 ook halt in de Biekorf in Brugge. Aangezien wij met de vorige optredens al uit de kosten zijn en het leuker is om te spelen voor een volle zaal, mag ik een aantal vrijkaarten weggeven. 
Het wordt een mix van 5 comedians van Independent Comedy (zie affiche hierboven), aangevuld met de coming man in comedy Steven Goegebeur (lange tijd het voorprogramma gedaan van Philippe Geubels).
Ikzelf zal die avond Master of ceremony spelen en tussen de acts een aantal liedjes zingen.

Wil je graag helemaal gratis naar deze show komen kijken, stuur een mailtje naar  bartvantieghem@skynet.be met hoeveel personen je wil komen en ik zet jullie op de guestlist.”

Aaron Siegel ziet uit naar 22 januari

 

1358411267nnnnmemorize_the_sky

Voor het Belgische luik van de korte internationale tournee die Memorize The Sky in januari o.a. ook naar Frankrijk en Engeland voert, moet men in Parazzar zijn. Niemand minder dan Hugo De Craen (De Singel) was het die Joeri Hostens contacteerde en hem aanraadde de unieke kans om dit trio naar de Soulbar te halen, met beide handen te grijpen.

Rietspeler Matt Bauder, contrabassist Zach Wallace en percussionist Aaron Siegel ontmoetten elkaar eind jaren ’90 van de vorige eeuw en hebben sindsdien als Memorize The Sky zowel de VS als Europa laten kennismaken met hun geheel eigenzinnige versie van akoestische geïmproviseerde muziek. Wat ze brengen, omschreven ze zelf ooit als “een onderdompeling in klanken met hetzelfde verfrissende effect als een duik in zee in volle zomer”. Het trio bracht intussen een aantal opnamen uit, waaronder de CD’s “Creeks” (2010) en “In Former Times” (2008). Op hun palmares mogen ze ook een samenwerking met de legendarische Anthony Braxton schrijven.

Naar verluidt verheugt Aaron Siegel, die ettelijke jaren geleden in de Heidelberg in Loppem te gast was voor een concert met Scott Rosenberg, zich er op naar onze contreien terug te keren om er dit keer op te treden in het etablissement van “de zoon van Tony”. (PJG)

Praktisch: dinsdag 22 januari om 20.30 uur (stipt!) – 10 VVK 12 ADD – www.parazzar.be

Staande ovatie voor duo Jef Neve & Myrddin De Cauter

 

De_werf1_-_kopie
 
Presentator van dienst Rik Bevernage bleek zaterdag jl. begiftigd met de kunst van het voorspellen toen hij in zijn introductie voor het duoconcert van Jef Neve en Myrddin De Cauter “een warme avond” aankondigde: niet alleen zat De Werf afgeladen vol, het publiek toonde zich hoorbaar overweldigd door wat de beide muzikanten ten gehore brachten.
 
 Pianist Neve opende solo met een eigenzinnige versie van “Lush Life” (Billy Strayhorn) en werd vanaf het tweede stuk (“Second Love”, een eigen compositie) vervoegd door de gitarist. (Dat ze tijdens dit nummer even door de techniek in de steek werden gelaten, vingen ze zonder noemenswaardige schade vlot op.) De Cauter kon in door hem geschreven stukken als “Ama” en “Kundalini” demonstreren hoe vingervlug hij de snaren kan betokkelen en over welke verbluffende muzikale bagage hij beschikt. Met “Inner Peace” werd even gas teruggenomen: Neve lichtte toe dat hij tijdens de opname van zijn debuut-CD – intussen precies 10 jaar geleden – telkens dat nummer begon te spelen wanneer de gemoederen wat hoog dreigden op te lopen.
 
Voorafgaand aan “Lucie”, een solostuk van De Cauter, opgedragen aan zijn moeder die in de zaal aanwezig was, gaf De Neve als kwinkslag mee een mooie versie te spelen, zo niet zou de tocht huiswaarts wel eens zonder vervoer dreigen te moeten… “The space we need” was bedoeld om in een duo-uitvoering te worden gebracht, maar de intensiteit waarmee de gitarist het voorafgaande stuk had gespeeld, bleek haar tol te hebben geëist in de vorm van een gebroken snaar. Het wordt dan toch een solo-uitvoering, lachte Neve zich door deze tweede onverwachte technische tegenvaller, maar dat was zonder zijn compaan gerekend: die transformeerde zijn geaborteerde gitaarbijdrage tot een stukje percussie. Vooraleer af te sluiten benadrukte Neve de niet genoeg te schatten inzet van De Werf voor jonge Belgische jazzmuzikanten en herinnerde hij er aan dat het indertijd ook voor hem in deze zaal eigenlijk allemaal echt begonnen is. Het daverend applaus voor de inzet van het Kunstencentrum was dan ook geheel terecht èn een morele opsteker in deze moeilijke tijden. Als laatste stuk van de eigenlijke set was verrassend gekozen voor “Trompettes de la renommée” van Georges Brassens (die – kan men niet anders dan met droefenis vaststellen – tegenwoordig nog nauwelijks te horen is op radio of TV). Staande ovatie volgde, waarna het duo bij (voorlopig?) gebrek aan een meer uitgebreid repertoire in deze duoformule als bisnummer dan maar “Kundalini” hernam.
 
Een zeer gesmaakt optreden, mocht na afloop als algemene teneur worden samengevat. Ondanks de virtuositeit van beide muzikanten – dat de zon licht geeft, valt nu eenmaal niet te ontkennen – maakte het concert bij mij persoonlijk echter weinig emoties los. Ik verliet dan ook de zaal met de wat wrange reflectie in de voorbije jaren in De Werf een aantal concerten te hebben beleefd die véél indrukwekkender waren, maar noch op datzelfde talrijk opgekomen publiek, noch op dergelijke staande ovatie mochten rekenen. (PJG)
 
 
 

Radioactieve neerlag in Brugge

 
 
 
Thierry Buysse exposeert met Tsjernobylfotografie in de Bogardenkapel
   
Een kattenschedel met poppenhaar, de werkende motor van een Dax uitgestald op de salontafel of een duif die zichzelf ophangt in zijn kooi; stuk voor stuk werken die je kan aantreffen in het atelier van de Bruggeling Thierry Buysse. Zelf noemt hij zich een knutselaar, maar dat is ongetwijfeld te bescheiden. Met reeds tal van exposities in binnen- en buitenland en een kunstfotoboek op zijn naam, is de titel van kunstenaar meer gepast.
 
 Bekendheid verwierf de artistieke duizendpoot bovenal met zijn fotografisch werk. Sinds 2005 legt Buysse zich toe op het subgenre van de Urban Exploration of urbex: het verkennen en fotograferen van verlaten, desolate stedelijke landschappen en locaties. Een activiteit die vaak niet verstoken is van gevaar. In België is Buysse één van de vroegste adepten van deze sterk opkomende trend binnen de fotografie. Intussen is het genre zo populair, dat het moeilijk wordt om originele, ongebruikte sites te vinden – zelfs binnen België, nochtans een paradijs op vlak van verwaarloosde panden.
  
Daarom zocht Buysse het verder. Verder, grootser en extremer. Op zoek naar de ultieme urbex-spot, kwam hij uit bij niet één enkele bouwval, maar wel een volledige stad. Tsjernobyl. Tweemaal, in 2008 en 2009, bezocht Buysse de spookstad, volledig verlaten sinds de kernramp van 26 april 1986. De intense beelden die de Bruggeling er zag, legde hij vast op de gevoelige plaat. Verspreid over de twee reizen van samen 7 dagen, nam Buysse een 450-tal foto’s. Een krachttoer. Want zoals hij zelf aangeeft, fotografeert Buysse digitaal maar denkt hij analoog: de compositie, belichting en onderwerp van elke foto is weloverwogen alvorens de fotograaf afdrukt. Bijgevolg kan Buysse 70 à 80% van elke shoot recuperen. Nadien worden enkel zaken als contrast en licht bijgeschaafd; kleine ingrepen zoals die ook kunnen in een donkere kamer. Het resultaat van dit monnikenwerk is indrukwekkend. Nooit tevoren is de troosteloze en naargeestige sfeer van de gedoemde stad zo treffend weergegeven. Buysse besefte de uniciteit en kracht van zijn materiaal en besloot het Tsjernobyl-project verder uit te bouwen. Een website en diverse exposities, onder andere in Frankfurt en Stuttgart, waren het gevolg.
 
Met de tentoonstelling Fallout, de Engelse term voor het neerdalend radioactief stof na een nucleaire explosie, zijn de foto’s nu ook voor het eerst te zien in België. Van half januari tot half februari valt in de Bogardenkapel een selectie van een 50-tal foto’s uit de Tsjernobyl-serie te bezichtigen. En voor de zekerheid nog dit: aan het bezoek van de tentoonstelling is geen stralingsgevaar verbonden. (Alexander Jocqué)
  
Expositie Fallout
 
Bogardenkapel, Katelijnestraat 86, 8000 Brugge
 
13 januari t.e.m. 10 februari 2013
 
vrij, za, zon, ma, 13h00 – 18h00
 
Gratis toegang
 
 
 
 

Buysse_4Buysse_5

De spot op everyman

 

Vincent-neyt-everyman
Foto Bruno Roels

Melancholie troef op de verse debuutcd ‘Songs About Ninjas’ van Everyman, de groep rond de Brugse frontman Vincent Neyt. Hij laat ons in zijn ziel kijken.

Bezetting

‘Everyman bestaat uit mezelf, Jan Dhaene (The Bony King Of Nowhere), Eva Hautekiet, Filip Huyghebaert (The Catatonics), Maarten Flamand (The Antler King) en Stijn Tondeleir (Bristol Blonde). Mijn allereerste groep heette Spam, lang voordat het woord ‘populair’ werd in de mailboxen. We maakten één cassetje dat ooit nog te koop was in de Doctor Vinyl in Brugge. Daarna speelde ik in de Brugse groep Galope, waarvoor ik samen met Filip Huyghebaert de nummers schreef. Ondertussen zijn dat twee groepen geworden, Everyman, waar Filip opnieuw een deel van uitmaakt, en The Catatonics.’

Debuutcd ‘Songs About Ninjas’

‘Het oudste nummer dat op de cd staat is van 2005, dus je zou kunnen zeggen dat we 7 jaar aan de cd gewerkt hebben. Het heeft heel lang geduurd voor ik het gevoel had dat ik de juiste nummers bijeen had voor een coherente plaat. Maar toen dat het geval was, is het redelijk vlug gegaan. We zijn het repetitiekot ingetrokken, hebben één week gerepeteerd en in de twee volgende weken is alles opgenomen. We hopen dat de opnames door die manier van werken spontaan en levendig klinken. De productie was in handen van Filip Tanghe. Ook Renée Sys zingt mee op deze cd. Ze doet dat in het nummer Oh My Lord en dat hebben we opgenomen in de living van mijn ouderlijk huis in Brugge.’

Genre

‘De nummers vertrekken altijd van zang en akoestische gitaar. Dat past dan in het vakje ‘singer-songwriter’.’

Invloeden

‘Wij houden enorm van de volgende groepen: Palace Music, My Morning Jacket, Great Lake Swimmers, M. Ward, Band of Horses, Bon Iver, Spain. Daar zullen zeker sporen van te vinden zijn in onze muziek.’

Airplay

‘Begin oktober hebben we onze eerste single aan de radio’s aangeboden. Dat is altijd een zeer spannend moment. Ik heb nu al een hele tijd voortdurend de drang om naar de radio te luisteren, checken of het niet toevallig gedraaid wordt. Over ons liedje ‘Sleep’ wordt vaak gezegd dat het ‘Duyster’-muziek is, en het is ondertussen al enkele keren in Duyster gedraaid, dus dat is natuurlijk super. Ook in het programma Select op Stubru stond het al op de playlist. En ook de Vlaamse Steenweg op FM Brussel heeft het al enkele weken gedraaid. De eerste keer op Duyster draaiden ze na ‘Sleep’ een nummer van Smog, echte jeugdhelden van ons. Dat is dan dubbel kicken!’

Ambitie

‘Ik hoop dat we nog lang samen muziek (mogen) maken. En dat daar veel cd’s uit voortkomen waar we trots kunnen op zijn. En dat we die muziek overal live mogen gaan spelen. En het is een persoonlijke (verre) droom dat een liedje van ons gebruikt zou worden in een Hollywoodfilm.’

Toekomstmuziek

‘Sinds 23 november ligt onze cd ‘Songs About Ninjas in de winkels en is hij verkrijgbaar op iTunes. Op dezelfde dag speelden we een releaseshow in theaterzaal de Kopergietery in Gent en in december speelden we in de 4AD in Diksmuide, in het voorprogramma van de Senegalese Malick Pathé Sow & Bao Sissoko. We hopen dat er nog veel optredens zullen volgen. Houd alvast onze website in de gaten.’ (ADC)

Patrick De Blauwe demonstreert flamenco

Deblauwe
foto EDM
 
'Je moet een beetje gek zijn om flamenco te willen leren'
  
De blues van Andalucia: zo omschrijft Patrick De Blauwe flamenco. Al twee decennia lang ademt de Bruggeling deze muziekvorm die bulkt van passie en emotie. In Sol Y Sombra (Langestraat) kun je bij hem wekelijks terecht in zijn 'flamencoschooltje' om deze kunstvorm onder de knie te krijgen. En op zaterdag 12 januari staat hij zelf in de schijnwerpers. Dan geeft hij een staaltje van zijn eigen kunnen in het Gemeenschapshuis van Sint-Kruis (Moerkerkse Steenweg 190).
 
 EXit: Patrick, je bent geen 'blauwtje' in de muziekwereld: al vier decennia speel je gitaar. Wat staat er op je geloofsbrieven?
 
Patrick De Blauwe: ‘Zoals zovelen ben ik begonnen met kampvuurliedjes te spelen bij de jeugdbeweging. Daar is ons eerste folkgroepje ontstaan “Foozle”. Met het geld van mijn eerste job kocht ik een elektrische gitaar en sloot mij aan bij het jeugdkoor ”Idoena”. Vervolgens speelde ik bij het dansorkest van de zanger “Jerry Dewood”, maar dit was allemaal mijn ding niet. Dus stapte ik terug over naar akoestische gitaar en volgde privélessen klassieke muziek. Op aandringen van vrienden toch opnieuw de elektrische gitaar ter hand genomen en pop-rock beginnen te spelen bij de groepjes “K.A.T. Men Band” en “Caouchouc”. Daarna mijn zoektocht verder gezet en terechtgekomen bij de groep “Mana-Ri-Mana” waar we samen met Tcha Limberger (van de Piotto’s) Zuid-Amerikaanse muziek speelden. Tenslotte terug bij de folkmuziek beland met de groep “Bourguignon”.’
 
EXit: Enkele jaren geleden raakte je gepassioneerd door flamencomuziek. Wat of wie overtuigde je?
 
De Blauwe: ‘20 jaar geleden vroeg een vriend (Martin Van Steenkiste) of ik niet mee wilde naar Brussel om er flamencogitaarles te volgen. Er ging een nieuwe wereld voor mij open. Ik bleef les volgen, mijn vriend is gestopt. Dan ben ik naar Spanje getrokken om er de (authentieke) muziek te gaan zoeken. Daar zag ik de flamencodans en was totaal verkocht. Terug in België heb ik na lang zoeken Manolo Montes gevonden, die toen dansles gaf in Gent.’
 
EXit: Dansen en gitaarspelen: het lijken twee verschillende werelden? Of net niet?
 
De Blauwe: ‘De dans en de gitaar zijn in de flamenco (inderdaad) twee totaal verschillende disciplines. Ik beheers ze alle twee. Een flamencodanser maakt muziek met zijn voeten en danst met zijn bovenlichaam. Mijn dansleraar Manolo had ontdekt dat ik gitaar speelde en verplichtte mij m’n instrument mee te brengen naar de les. Hij heeft mij geleerd de dans te begeleiden, en heeft het er bij mij letterlijk ingestampt. Het vraagt jaren intensieve training om deze moeilijke discipline te beheersen; je moet een beetje gek zijn om dit te willen leren.’ (ADC)
 
 Het volledig interview leest u in EXit januari.
 
 
 
 
 

Sam Louwyck speelt hoofdrol in Het Vijfde Seizoen

 
 
 
 

Lowyck
foto EDM
 
‘Ok, ik heb een smerige kop, maar ik wil niet eeuwig de bad guy blijven spelen’
  
Op 21 januari gaat in Cinema Lumière de film Het Vijfde Seizoen van regisseurskoppel Peter Brosens en Jessica Woodworth in première en daar hangt een Brugs randje aan. Bruggeling Sam Louwyck (°1966) kruipt in het personage Pol, een rondreizende bijenkweker, en neemt daarbij een van de hoofdrollen voor zijn rekening. EXit sprak met de acteur die enkele decennia hier als danser en choreograaf zijn opgang maakte.
 
Sam Louwyck: ‘Ik heb het dansen wat achterwege gelaten, maar ben nog niet volledig gestopt. Volgend jaar doe ik nog mee aan een mooi project met onder meer Josse De Pauw en Dirk Roofthooft.’
 
EXit: Ik dacht: het lichaam wordt ouder en werkt niet meer zo goed mee op het danspodium…
 
Louwyck: ‘Dat is ook zo, ik ben me daar goed van bewust. Ik zou liever stoppen met een koffer mooie herinneringen dan afgaan als een gieter op het einde. In alle geval wil ik het wel nog eens proberen. Als het lukt, dan is tof om nog eens een ‘oude zak’ aan het werk te zien.’
 
 EXit: Vertel eens iets over Het Vijfde Seizoen waarin de rol van Pol speciaal voor jou is geschreven?
 
Louwyck: ‘Vroeger deden dorpsbewoners een beroep op rondreizende imkers. Die gasten wisten het exacte moment om de bijen te lossen om zo kolonisatie te stimuleren. Mijn personage is een filosoof die een zoon heeft met een fysische beperking. Hij heeft een vrouw gehad, een pianiste, maar zij is met de noorderzon verdwenen. Zijn academisch leven heeft hij achter zich gelaten en nu houdt hij zich nu bezig met de natuur en de bijtjes. In Het Vijfde Seizoen wordt de wereld getroffen door een allesomvattende natuurramp. Na de winter weigert de natuur op gang te komen: de lente blijft uit, insecten verdwijnen, koeien weigeren melk te geven en door het gebrek aan gewassen dreigt er hongersnood. De bevolking van een klein dorpje zoekt een schuldige.’
 
‘Het is een zeer mooie en poëtische film die op enkele filmfestivals al een paar prijzen heeft getikt. Ik heb niet getwijfeld toen ik het script in handen kreeg, want ik kende hun vorige films Khadak en Altiplano, opgenomen in Mongolië en Peru. Ik had dus al een exotische bestemming voor ogen, bleek dat de opnames plaatsvonden in de Ardennen. Verdomme… (lacht)’ (ADC)
 
 
 Het volledige interview leest u in EXit-januari
 
 
 
 
 
 

Patrick Beuckels combineert Bach met Stockhausen

 

Beuckels
foto Paul Willaert
 
Derde editie Bach Academie in Concertgebouw (22-27.01)
 
 In het laatste weekend van januari (25-27.01) opent het Concertgebouw opnieuw haar deuren voor de Bach Academie Brugge. Philippe Herreweghe en zijn Collegium Vocale Gent zijn de centrale gasten op dit minifestival rond de grootmeester uit de barok. Eerste fluitist bij het gerenommeerde ensemble is de Bruggeling Patrick Beuckels (1956). Bovendien verzorgt hij ook een solo-concert met muziek van Bach en Stockhausen.
   
EXit – Mijnheer Beuckels, als fluit- en traverso-speler geldt u al jaren als één van de specialisten binnen de Oude Muziek. Uw naam wordt vooral met deze stijlperiode geassocieerd. Terecht?
 
Patrick Beuckels : ‘Eigenlijk niet. Zeker wat mijn persoonlijke interesse of smaak betreft, heb ik geen voorkeur voor een bepaalde periode of stijl. In mijn jeugd luisterde ik naar alles, van Bach over Boudewijn de Groot tot Jimi Hendrix. En binnen het genre van de klassieke muziek komt in mijn lessen kamermuziek alles van Monteverdi tot Sjostakovitsj aan bod, en dat steeds met evenveel plezier. Ook als uitvoerend muzikant heb ik veel verschillende stijlen en tijdsperiodes geëxploreerd, en nog altijd. Maar natuurlijk is het zo dat de pre-klassieke muziek óók bijzonder rijk en boeiend is, en die speel ik dan ook zeer graag.’
 
 EXit – Ondanks uw brede interesse, toch vooral Bach?
 
Beuckels: ‘Voor mij staat Bach boven alles. Bach is altijd een vorm van zuivering, een catharsis. Zijn muziek is zo evenwichtig, zo volmaakt. Ze biedt houvast als een rots. Het is bijgevolg geen toeval dat grote componisten vaak teruggrepen naar zijn werk. Ik heb het ongelofelijke geluk gehad dat ik destijds voor Philippe Herreweghe heb mogen voorspelen. Voor mij is Bach nu dan ook al 27 jaar Herreweghe, 27 jaar Bach op topniveau.’
 
 
EXit – U musiceert al lang met Philippe Herreweghe. Een speciaal gevoel?
 
Beuckels – ‘Werken met Philippe is zeer dubbel. Enerzijds is hij de absolute perfectionist. Hierdoor bekruipt mij steeds weer het gevoel een ingangsproef te spelen, zo veeleisend is hij. Dat is uiteraard ook noodzakelijk om te blijven presteren op het allerhoogste niveau.’
 
EXit – Op het programma van uw concert (zo. 27.01 om 17 u.) staat naast Bachs Musikalisches Opfer ook de Tierkreis van de 20e eeuwse componist Karlheinz Stockhausen. Een merkwaardige combinatie.
 
Beuckels: ‘Vooreerst, zoals eerder aangehaald, is mijn muzikale interesse erg breed. In elk geval sta ik voor alles open. Je moet het eigenlijk als volgt zien: het maakt mij bij wijze van spreken niet uit of je kiest voor Helmut Lotti of voor Mozart. Maar besluiten voor het ene zonder naar het andere te hebben geluisterd, is gewoon bijzonder jammer. Met de keuze voor zowel Bach als Stockhausen, trachten we deze boodschap ook mee te geven.’ (Alexander Jocqué)
 
 Het volledige interview leest u in de EXit van januari
                                                       
 
 

Ruben Machtelinckx Quartet: jazz in een atypische bezetting

Voorkant_hoes
Schilder Koen van den Broek ontwierp de hoes
 
 
Gitarist Ruben Machtelinckx stelde voor de opname van de CD ‘Faerge’ een naar jazznormen ongebruikelijk kwartet samen: hijzelf en Hilmar Jensson op elektrische gitaar, Joachim Badenhorst op klarinet en saxofoon, Nathan Wouters op contrabas. De huidige concertreeks brengt hen op 6 januari naar Soulbar Parazzar en ondanks deze voor hem hectische tijden bleek Ruben toch bereid tot een korte verbale inleiding op dat optreden.
 
EXit – Voor jullie debuutalbum ‘Faerge’ zijn jullie naar Kopenhagen getrokken: vanwaar die keuze?
 
Ruben Machtelinckx – Dat is eerder toevallig gebeurd. Vorig jaar heb ik wat tijd doorgebracht in Kopenhagen omdat de Scandinavische en de Deense jazz- en improvisatiescène me zeer boeien. Zo is er bijvoorbeeld het label ILK: een collectief van een 20-tal jonge musici die elk hun eigen muziek spelen, opnemen en uitbrengen, vaak eigenzinnig en ook met internationale gasten. Dat gitarist Jakob Bro bij wie ik enkele lessen kon volgen, in Kopenhagen woont was een andere reden om naar daar te trekken. Nathan Wouters, die bas speelt op de CD, studeerde op dat moment een jaar bij Anders Jormin in Göteborg, dat op drie uurtjes rijden van Kopenhagen ligt: zo hebben wij elkaar daar getroffen. Via contacten leerde ik in Kopenhagen een goede geluidstechnieker kennen die reeds enkele CD’s van Jakob Bro en andere jazzmusici had opgenomen en vond ik er ook een mooie studio. De omgeving werkte heel inspirerend en ik begon met het idee te spelen de muziek daar op te nemen. Het kwam goed uit dat ook Joachim Badenhorst net in die periode in Kopenhagen moest repeteren met een project. Enkel Hilmar Jensson moest dus nog overkomen (uit IJsland). Opnemen in het buitenland bleek een goede beslissing: ik kon me ten volle concentreren op de muziek, zonder afleidingen.
 
EXit – Hoe zou je zelf de muziek op die CD omschrijven?
 
Ruben Machtelinckx – De muziek op ‘Faerge’ is vaak rustig en melodisch. Ik laat me tijdens het componeren vaak inspireren door allerlei beelden, wat je ook wel in de muziek hoort, denk ik: die heeft een heel beeldend karakter. Op veel gebieden wijkt de muziek trouwens ver af van datgene wat van “jazz” vaak wordt verwacht: er zijn zelden solisten en ook de klassieke akkoordenschema’s en de vorm van thema en chorussen worden zelden of nooit gebruikt. Sterke melodieën en aardse progressies vormen de basis van de composities die vaak een melancholische ondertoon hebben. De muziek is opgebouwd uit atmosferische, warme, poëtische klanken, waarin de eigenheid van iedere muzikant volledig tot zijn recht komt. De nadruk ligt op de klanktextuur en de homogeniteit van de muziek, wat ondermeer betekent dat de musici meer als componist dan als solist fungeren.
 
EXit – Is dit een eerste samenwerking in die bezetting of traden jullie voorheen al samen op?
 
Ruben Machtelinckx – Met bassist Nathan Wouters speel ik wel vaker samen. Zo spelen wij samen in “Amygdala”, een trio met Kurt van Herck en in “An Expedition Into The Mind of Sgt Fuzzy”, een groep onder leiding van saxofonist Thomas Jillings. Met Joachim Badenhorst had ik ook reeds enkele keren samen gespeeld en Hilmar Jensson leerde ik beter kennen toen ik enkele jaren geleden privé les bij hem volgde in een periode dat hij op doorreis was in België. Ik wist dat ik de muziek die ik geschreven had met deze musici wilde spelen: elk van die drie is natuurlijk een meester op zijn instrument, maar ik wist ook dat ze goed zouden aanvoelen waar ik met mijn muziek naartoe wilde. De concerten straks zullen de eerste zijn in deze bezetting, maar hopelijk zullen er nog volgen.
 
EXit – Wat mogen we op 6 januari verwachten: spelen jullie het materiaal van de CD, of wordt het ordewoord eerder – zoals meestal in Parazzar – “improvisatie”?
 
Ruben Machtelinckx – We zullen mijn composities spelen die ook op de CD staan. Er zal m.a.w. dus vaak een bepaald kader zijn, maar daarbinnen is natuurlijk veel ruimte voor improvisatie… (PJG)
 
Praktisch: zondag 06/01 om 20.30 uur (stipt!) – 10 VVK 12 ADD – www.parazzar.be