Reacties uitgeschakeld voor
Geplaatst door lfossaert op 20/07/2022
De Walburgakerk krijgt een algemene restauratie
Lange tijd was de Walburgakerk ‘ten dode’ opgeschreven als parochiekerk en hoogstens nog in gebruik als bijkomende ruimte voor het naastliggende Europacollege. Jammer voor wellicht de mooiste barokke kerk van Brugge. De plannen voor een herbestemming, ooit sprake van, zijn voorlopig afgevoerd. ‘En maar goed ook’, zegt gemeenteraadslid Pol Van Den Driessche (N-VA), die samen met schepen van Patrimonium Minou Esquenet (CD&V) het dossier mee verdedigde in Brussel. De Sint-Walburgakerk krijgt een algemene restauratie. Er zijn vooral werkzaamheden aan de buitenkant van de kerk nodig, maar ook binnenin de kerk worden enkele interieurelementen gerestaureerd en er wordt geschilderd. (LF)
Stedelijke Academie krijgt extra atelierruimte en kunstenlab
De kloosterkerk van de Zusters Redemptoristinnen in Brugge wordt voortaan verhuurd aan de stedelijke Academie die al lang worstelt met capaciteitstekort. Helaas lopen de restauratiewerkzaamheden vertraging op wegens een ernstige zwamaantasting die grote delen van de kerk heeft aangetast. Voor deze werkzaamheden is een premie van 79.876 euro toegekend. De kerk is van uitzonderlijk kunsthistorisch belang. Het klooster werd gesticht in 1841 en bleef actief tot in 2004. (LF)
Reacties uitgeschakeld voor
Geplaatst door lfossaert op 14/07/2022
Inge Bergh: ‘Gelezen worden is voor mij het allerbelangrijkste’
Inge Bergh uit Sint-Andries mag met recht en rede een van Vlaanderens productiefste jeugdauteurs worden genoemd. Vandaag ligt alweer een liedjessprookje klaar, geënt op het Vlaamse volksliedje ‘Boer, wat zeg je van mijn kippen?’. Verhaal, tekeningen, muziek en opdrachten. U zocht een cadeautje?
EXit: U debuteerde in 1997. Hoe is uw auteurscarrière tot nu toe verlopen?
Inge Bergh: ‘Ik heb tot nu toe een zeer divers parcours mogen doorlopen. Ik debuteerde 25 jaar geleden en ik deed al die tijd gewoon mijn eigen zin. Ik schrijf enorm graag en mijn hoofd zit altijd vol verhalen. De voorbije jaren heb ik dan ook echt voor bijna alle leeftijden geschreven. Voor lezers is dat vaak verwarrend. Een lezer houdt van continuïteit. Die was bij mij vaak zoek. Na een boek voor peuters, bracht ik niet veel later een YA uit, om daarna weer een boek voor jonge lezers te schrijven. Gelezen worden, dat is voor mij echt het allerbelangrijkste.’
EXit: Maar erkenning krijgen doet natuurlijk ook altijd deugd?
Inge: ‘Enkele jaren geleden mocht ik voor uitgeverij Van In, het leesboek ‘Talent’ voor het derde leerjaar schrijven. Dat vond ik een hele eer. Ook de Vlag en Wimpel die ik samen met Sylvia Vanden Heede heb ontvangen voor ons boek ‘Hond weet alles en Wolf niets’ is een hoogtepunt geweest voor mij. Net als de workshop creatief schrijven die ik mocht geven op een boekenevenement in Zweden. Onvergetelijk was dat.’
EXit:Ondertussen bent u gestart met het schrijven van sprookjes bijiconische kinderliedjes.
Inge: ‘Die boeken (uitgegeven bij Pelckmans) spreken heel veel kinderen aan en ook van ouders, leerkrachten en zelfs vanuit de bibliotheken krijg ik positieve berichten over de eerste twee boeken in de reeks, dat maakt mij erg gelukkig. ‘Boer, wat zeg je van mijn kippen?’is het tweede boek in de reeks liedjessprookjes. Ik heb er zelf geen muziek aan toegevoegd, maar de liedjes worden erg aanstekelijk uitgevoerd door de Appelmoesbandop een scholentoer door heel Vlaanderen. Elk boek bevat een QR-code die leidt naar muzikale filmpjes.’
EXit: Is het goede kinderboek bedreigd?
Inge: ‘Ik merk daar niet veel van. Het blijft wel opboksen tegen bekende (vaak buitenlandse) reeksen en namen, maar een goed boek vindt altijd wel zijn weg naar de lezer. Al gaat dat niet vanzelf natuurlijk. Promo vanuit de uitgeverij en zelf over je boeken gaan vertellen in scholen en bibliotheken geven een boek een stevige duw vooruit.’
EXit: Wat staat er nog op uw to do-lijst?
Inge: ‘Heelwat,maar ik kijk uit naar een historische roman die ik aan het schrijven ben over het spookhuis in de Spanjaardstraat in Brugge. Ik hoop het boek dit najaar helemaal klaar te hebben. Het zal mijn eerste boek voor volwassenen worden. Wat absoluut niet betekent dat ik in de toekomst niet meer voor kinderen zal schrijven.’ (LF)
____
‘Boer, wat zeg je van mijn kippen?’, Inge Bergh, uitgeverij Pelckmans, www.ingebergh.com
Reacties uitgeschakeld voor
Geplaatst door lfossaert op 12/07/2022
Brugse artieste Fleur Perneel debuteert met solo-act op circusfestival
Cirque Plus tekent weer present voor vier dagen circusplezier
Cirque Plus is er – na twee jaar afwezigheid – weer helemaal klaar voor om van donderdag 21 juli tot en met zondag 24 juli in de prachtige tuin van het Grootseminarie duizenden toeschouwers te ontvangen voor actuele circusvoorstellingen, inclusieve creaties en ander circusplezier door artiesten en gezelschappen uit België, Nederland, Frankrijk, Zwitserland en Italië. Ook de Brugse circusartieste Fleur Perneel (°1996) heeft een stek op de affiche. Ze brengt voor het eerst haar solo ‘HUNT OR BE HUNTED’ in haar thuisstad.
Fleur Perneel studeert dit jaar af aan de Franse ESACTO’Lido (école supérieure des arts du cirque) in Toulouse, met als specialiteit acrodans. Hiervoor studeerde ze ‘Beeld en Installatie’ aan KASK School Of Arts in Gent en mime aan de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten.
EXit: Al van kleins af aan gebeten door de circusmicrobe?
Fleur Perneel: ‘Van zolang ik me kan herinneren, wilde ik circusartieste worden. Ik herinner me zelf dat ik loog tegen mijn klasgenoten in de lagere school dat ik in een circusfamilie was opgegroeid tot ik er zelf in ging geloven. We hadden een VHS-band van een Cirque de Soleil-voorstelling die ik heel vaak heb bekeken en ik herinner me dat ik opkeek naar de koorddanseres in roze tutu. Gelukkig heb ik dat clichébeeld achter me gelaten, want ik heb met dit soort grote producties niet zo’n affiniteit. Ik begon met circuslessen in circusatelier Woesh in Brugge waar ik me al heel snel thuis voelde. Ik ben Woesh erg dankbaar voor al wat ik beleefd heb en heb mogen zijn. Vele jaren later studeer ik nu af aan de circusschool in Toulouse en ga hier voorlopig blijven wonen, maar ik verlang ook wel om het circuslandschap in België te verkennen. Voor een nieuwe voorstelling die ik maak met een vriendin zijn we op zoek naar ‘residentieplekken’ en ik zou het geweldig vinden om naar België te komen om aan de voorstelling te werken en ze er te spelen.’
EXit: Welke act breng je op Cirque Plus? (Waarover gaat Hunt or be hunted?)
Fleur: ‘Ik breng mijn afstudeer solo ‘HUNT OR BE HUNTED’ (HOBH) voor de eerste keer in de buitenlucht, voor de eerste keer in het Vlaams, en als ik me niet vergis voor de eerste keer met het publiek rondom me in plaats van enkel voor me. Best stresserend sinds dit ook de eerste keer is dat ik voor mijn Belgische vrienden ga spelen. In HOBH vergelijk ik het menselijk bewustzijn met dat van een dier in verband met de dood. Het gaat over kiezen om te blijven of te gaan. En de menselijke struggle zich bewust te zijn van het levenseinde. Niet te weten waarom we leven en soms niet te begrijpen waarom we ten alle koste proberen te overleven. In deze solo meng ik acrodans, theater en installatiekunst met elkaar.’
EXit: Hoe bereid je je voor op deze act? Het lijkt me een fysieke krachttoer die veel concentratie vereist?
Fleur: ‘Als ik ergens aankom, verken ik het podium, de vloer, de omgeving, de sfeer, het publiek. Voor de voorstelling warm ik mij fysiek op, probeer ik er zeker van te zijn dat ik me niet zal bezeren als ik eenmaal aan het spelen ben. Ik trek mijn kostuum aan, warm mijn stem op en zoek de ‘fysicaliteit’ door me te concentreren op de essentie van de voorstelling. Ik herinner mezelf steeds aan de reden waarom ik deze voorstelling schreef en uit welke emoties ik ze heb geput. Ik wil genereus zijn met het publiek en vaak is het een beetje eng, want de voorstelling is best intiem. Ik hoop dat ze ook zal werken als ik ze in de buitenlucht speel.’
EXit: Het festival Cirque Plus is wellicht geen onbekende voor je …
Fleur: ‘Cirque Plus vindt plaats in bijna de achtertuin van mijn ouderlijk huis! Ik vind de programmatie erg geslaagd en ben content steeds vrienden tegen te komen in het publiek en op podium. Het is op een festival als Cirque Plus dat ik echt heb beseft dat ik circusartieste wou worden. Het was toen nog op de parking in Het Entrepot. Hoe is het mogelijk dat je op een parking in een industrieterrein zo veel poëzie kan creëren? Ik herinner me nog steeds de eerste voorstellingen die ik zag en probeer me ze me af en toe voor de geest te halen. Denken aan die eerste kennismaking met het circus warmt me op en motiveert me.’
EXit: Op welke manier wil je een toekomst uitbouwen in de wereld van het circus?
Fleur: ‘Nu ik klaar ben met school – hoera! – heb ik heel veel zin om te maken en te spelen en vooral mijn eigen creaties op poten te zetten. Voor mij is het erg belangrijk dat ik artistieke vrijheid heb en dus wil ik graag maker zijn en niet enkel acrobaat. Samen met een vriendin Gentiane Garin schrijven we op dit moment aan een voorstelling die we willen in première zien gaan in de herfst van 2023. We hebben onszelf ‘ La Brûlure’ genoemd. Het project is een voortzetting van de solo die ik dit jaar maakte en draagt dezelfde naam ‘HUNT OR BE HUNTED’. Een nieuw project beginnen is helemaal niet zo makkelijk, maar we zijn omringd door mensen die heel behulpzaam zijn en in ons geloven. We willen het in onze voorstelling hebben over het delicate onderwerp van het levenseinde die in onze westerse cultuur vaak taboe is. We willen met onze voorstelling onderwerpen zoals euthanasie, bewust sterven en zelfmoord bespreekbaar maken. Ik zie de term circus heel breed en laat me nooit beperken door een bepaald medium. Wil ik schrijven dan schrijf ik. Wil ik een hert beeldhouwen uit een valmat dan doe ik dat. Wil ik trompet, accordeon en drums spelen op hetzelfde moment, dan zal ik me daarvoor enkele dagen opsluiten in mijn kamer. Wil ik dansen dan dans ik en dansen wil ik!’ (ADC)
____
Het volledige programma is terug te vinden op www.cirqueplus.be. Fleur Perneel brengt haar act ‘HUNT OR BE HUNTED’ op zondag 24 juli om 14.40 en 16.55 uur.
Reacties uitgeschakeld voor
Geplaatst door lfossaert op 08/07/2022
Burgrock brengt twee dagen lang muziek en animatie
Tradities blijven zelfs na twee moeilijke coronajaren overeind. Burgrock blaast het stof van de schouders en zet op zaterdag 9 en zondag 10 juli een twee dagen durend volksfeest op het getouw. Onder meer Shuriken II, Vive la Fête en Dirk Stoops sieren de affiche en voor het eerst wordt op de Burg ook een kinderdorp ingericht.
Burgrock is al een tijdje een vaste waarde in het Brugse culturele zomeraanbod. De vereniging ontstond in 2005 toen het 11 Juli-Komitee besliste om samen met de stedelijke jeugdraad een jeugdig evenement te organiseren, met een knipoog naar de Vlaamse Feestdag. Intussen lokt het festival jaarlijks duizenden muziekliefhebbers naar de Burg.
‘Burgrock heeft intussen meer dan ooit zijn plek op de Brugse evenementenkalender verdiend, met telkens een verrassend programma en een eigen, trouw publiek’, zegt Roeland Van Den Driessche, voorzitter van Burgrock vzw. ‘Ook vorig jaar, toen de coronamaatregelen strikter waren, brachten we veel mensen op de been voor ons alternatief concept, waarbij Brugs talent op vijf pleintjes kon tonen wat het waard was. Na de vele positieve reacties besloten we een vervolg aan dit succesverhaal te breien.’
Vijf groepen, vijf locaties
Op de site van het Arentshof, ’t Oud Sint-Jan, het Zilverpand, de Markt en de Burg zullen op zondagnamiddag opnieuw vijf talentvolle muziekgroepen aantreden: Goe Poeier, Shakin’ Strings and Rolling ‘Joel, Par Hasard, Speechdrops en Ad Omnes. Elke groep speelt meerdere sets, dus de bezoeker hoeft geen enkel concert te missen. ‘De meeste opvallende naam in het rijtje is misschien die van de Brugse studentenfanfare Ad Omnes, die een namiddag lang de Burg op sleeptouw neemt. Elke groep brengt ook een Nederlandstalig nummer’, zegt Roeland.
Kinderdorp in de stad
Die zondag zijn ook de kleine pagadders welkom. Onder de bomen op de Burg staat er een dorp met springkasteel, kindergrime en volksspelen. ‘De Burg vormt opnieuw het centrale hart van de festiviteiten, ook voor het avondprogramma op zaterdag. Dan starten we om 19.00 uur met een optreden van Shuriken II, de groep van Bruggeling Thomas Meire. De klepper om naar uit te kijken is Vive La Fête, de elektroformatie van Els Pynoo en Danny Mommens. De groep staat garant voor een wervelende en visueel erg aantrekkelijke show die je niet mag missen. Dirk Stoops tekent voor het slotakkoord. Hij stond al tweemaal op ons podium en mag na drie jaar zijn comeback maken. Hij heeft er, net als ons, veel zin in om een massa volk op de been te brengen’, aldus Roeland Van Den Driessche. (ADC)
Het Brugse 11-juli-Komitee viert de Vlaamse feestdag met een blikvanger van formaat, de Catalaanse politicus Carles Puigdemont die sinds de talrijke pogingen tot zijn arrestatie veiligheidshalve in ons land verblijft. Maar naast de politiek is er ook het vertrouwde 11 juli-programma met de traditionele (20ste) Wandeltocht, stevig werk op Burgrock, her en der akoestische optredens en velerlei vertier.
Met de uitnodiging van Carles Puigdemont is Komitee-voorzitter Pol Van den Driessche niet aan zijn proefstuk toe. Op 25 november 2017 gidste hij de Catalaanse politicus in de Brugse binnenstad, een geste die niet door alle Spaanse toeristen werd gesmaakt. Puigdemont stond indertijd aan het hoofd van de Catalaanse regering en organiseerde in 2017 in die hoedanigheid het onafhankelijkheidsreferendum. Het bekwam hem slecht met verschillende arrestatiepogingen door de Spaanse overheid als gevolg. Vandaag verblijft hij in de Brusselse rand. Recent nam hij ontslag als leider van de partij.
O ja, er is ook nog plezier met optredens van Benny Scott en Barbara Dex. De toegang is gratis. (LF)
Reacties uitgeschakeld voor
Geplaatst door lfossaert op 05/07/2022
Cactusfestival op kruissnelheid voor een daverende driedaagse in het Minnewaterpark
Ongetwijfeld staan de data van vrijdag 8, zaterdag 9 juli en zondag 10 juli al maandenlang aangestipt in de agenda van menig muziekliefhebber. Dan vindt namelijk – na twee uitgestelde edities – de 39ste editie van het Cactusfestival plaats in het nog altijd feeërieke Minnewaterpark. Onder meer Robert Plant & Alison Kraus, Belle and Sebastian, Ben Harper, Franz Ferdinand, Richard Hawley en Balthazar kruiden de affiche, naast nog meer fraaie toppers. Organisator Patrick Keersebilck oogt tevreden over (de voorbereiding van) zijn festival, al bezorgt de bouw van het nieuwe muziekcentrum op het Kanaaleiland (op enkele meters van het park) hem wel een pak kopzorgen en slapeloze nachten.
EXit: We zijn op een zucht van (eindelijk!) een nieuwe editie van het Cactusfestival. Hoe verliep de voorbereiding?
Patrick Keersebilck: ‘We zitten perfect op schema en onze voorverkoop zit op een maand voor het festival een stuk beter dan voorgaande jaren. Toch blijft die laatste maand cruciaal qua verkoop, want Cactus heeft van oudsher voor een stuk een publiek van late ticketkopers. Het blijft dus traditiegetrouw opnieuw spannend tot aan de eindmeet. Die spanning is er altijd, maar nu toch wat meer dan in voorgaande jaren. We stellen immers vast dat er dit jaar ontzettend veel nieuwe muziekfestivals zijn bijgekomen. In de directe regio kwam Live is Live in Zeebrugge (drie weken voor ons) erbij. Herman Schueremans en andere promotoren lanceren deze zomer ook een aantal nieuwe festivals … . Daarnaast blijven een aantal zalen (AB, Roma, …) ook in de zomer concerten programmeren, voornamelijk uitgestelde concerten.’
EXit: Is de evenementensector zichzelf niet aan het opblazen?
Keersebilck: ‘Naar mijn gevoel is het deze zomer zeker te veel van het goede. Ik hoop dat ik me vergis, maar ik denk dat er misschien wel slachtoffers zullen vallen. Met slachtoffers bedoel ik organisatoren die zich zullen hebben misrekend.’
EXit: Die uitgestelde knaldrang botst dan toch op zijn limieten?
Keersebilck: ‘Die knaldrang wordt naar mijn gevoel toch wat overschat. Ook was er in de sector het idee dat na twee Covid-jaren, waarin weinig te beleven viel qua evenementen, mensen bereid zouden zijn om meer budget hieraan te besteden. Ondertussen worden mensen echter, onder andere door de oorlog in Oekraïne, geconfronteerd met aanzwellende inflatie en prijsstijgingen allerhande … . We voelen wel dat mensen in zekere zin snakken naar die aankomende festivalzomer, maar het aanbod is dit jaar enorm terwijl het budget dat mensen hieraan willen/kunnen besteden toch beperkt blijft en het meer dan andere jaren wellicht een kwestie van keuzes maken wordt.’
EXit: De samenstelling van de affiche: een gemakkelijke of een moeilijke puzzel om te leggen na die twee moeilijke coronajaren?
Keersebilck: ‘Het is altijd een serieuze uitdaging om die puzzel te leggen. Mensen denken vaak dat dit voor ons – met dertig jaar ervaring op de teller en onze internationale contacten – een fluitje van een cent is, maar niets is minder waar. Europa is in de zomer een echt festivalcontinent met in de meeste landen verschillende events die mikken op een internationale programmering. Interessante groepen hebben als het ware festivals voor het uitkiezen aangezien de vraag veel groter is dan het aanbod.’
‘Daarenboven zit je met de vaststelling dat de grote spelers hier in België zoals Werchter en Pukkelpop meestal groepen in exclusiviteit willen neerzetten, wat ervoor zorgt dat heel wat acts die we potentieel interessant vinden voor Cactus, en die daar ook op hun plaats zouden staan, hierdoor niet beschikbaar zijn.’
‘Tenslotte is Cactusfestival een event dat artistieke kwaliteit hoog in het vaandel draagt – ook vanuit onze erkenning als muziekcentrum door de Vlaamse overheid. Daarnaast is er echter de financiële realiteit waarbij het festival niet alleen financieel volledig self-supported moet zijn, maar waarbij er ook een batig saldo moet gerealiseerd worden om de rest van de werking te financieren. Rekening houdend met die factoren blijft de programmering dus jaar na jaar een serieuze uitdaging.’
EXit: Welke groepen zijn de publiektrekkers van het festival?
Keersebilck: ‘De vrijdag zal vooral in het teken staan van Robert Plant & Alison Krauss. De andere dagen dragen de sterkte uit door de totaliteit van het programma. Daar hebben we dit jaar opnieuw straf op ingezet. Met artistiek interessante groepen die stuk voor stuk hun eigen publiek hebben, maar die ook voor anderen een ontdekking zullen zijn.’
EXit: Mogen we voor de afterparty al naar jullie nieuwe zaal op het Kanaaleiland trekken?
Keersebilck: ‘Net voor het bouwverlof wordt ons nieuw gebouw opgeleverd, al zal het voor de afterparty dit jaar nog te vroeg zijn. Het muziekcentrum is grotendeels klaar, maar er zal nog wel wat werk kruipen in de eindafwerking ervan. We mikken nog steeds op de tweede helft van oktober voor de opening, ook al zijn er momenteel nog wat onzekerheden over de leveringstermijn van bepaald materiaal zoals de geluids-en lichtinstallatie. Ook in die wereld heersen er daar heel veel problemen momenteel. Voorts moet na de afwerking van het gebouw ook nog de omgevingsaanleg gerealiseerd worden, iets waarover we nog in gesprek zijn met het stadsbestuur.’
EXit: Het zijn uiterst moeilijke tijden ‘in de bouw’. Wellicht geldt dit ook voor jullie?
Keersebilck: ‘Klopt, het zijn harde tijden. Bij de start van de bouw van het nieuwe muziekcentrum was ons financieel plaatje sluitend, maar anno 2022 kijken wij ondertussen aan tegen een serieuze meerkost.
Het niveau van de prijsstijgingen in de bouw in het laatste half jaar is ongezien. Zo kregen we bijvoorbeeld in mei af te rekenen met een prijsherziening van meer dan 29 procent, dus bijna één derde meer.
Hierdoor staan we in de laatste rechte lijn uiteindelijk nog voor een serieuze uitdaging qua financiering.’
‘De bouwwereld is daarenboven een machine met een heel eigen dynamiek, die je moeilijk kunt stilleggen eenmaal die concreet in gang is gezet. Bestellingen werden geplaatst, onderaannemers geëngageerd, er duiken niet te voorziene problemen op die meteen een antwoord vragen … bij momenten erg hectisch allemaal.’
EXit: Je droomt ’s nachts van aannemers?
Keersebilck: ‘Van aannemers niet meteen, wel van de vele mogelijkheden die het gebouw zal bieden en de meerwaarde die dit kan betekenen voor Brugge als muziekstad.’
EXit: Coronavirus, needle spiking, apenpokken … Ze maken het jullie als organisatoren verdomd niet gemakkelijk …
Keersebilck: ‘Ik heb al een aantal telefoons van journalisten gekregen met de vraag wat we op het festival zullen doen tegen needle spiking. (Zucht), wat bij mij spontaan nog maar eens de bedenking opriep dat een deel van de pers toch wel toe is aan serieuze introspectie als het gaat over zaken in hun juiste proportie aan de orde te stellen. De drang naar primeurs, uitzonderlijke verhalen, exclusiviteiten en dergelijke meer is in die wereld op vandaag blijkbaar soms dermate groot, dat het de werkelijkheid geweld aandoet. Een jammerlijke evolutie.’
EXit: Naar welke groepen kijk je zelf uit op je festival, Patrick?
Keersebilck: ‘Robert Plant & Alison Kraus, Oh Wonder, Franz Ferdinand, Arab Strap – mijn favoriete Schotse band – en Richard Hawley om er maar enkele te noemen. Zijn eerste optreden op ons festival, maar we hebben ooit het eerste Belgische concert van Hawley in de Stadsschouwburg georganiseerd. Het wordt de eerste keer op ons festival van deze moderne crooner, die soms toch ook wel stevig kan uithalen. Niet te missen!’
EXit: Volgend jaar zijn we toe aan de veertigste editie van het Cactusfestival. Dat wordt iets speciaals?
Keersebilck: ‘De intentie is er om iets speciaals te doen, maar zoals ik al aangaf, heb je de programmering niet altijd zelf in handen. We zullen zien. Een ding is zeker: de nieuwe zaal voor de afterparty staat er in ieder geval al.’ (ADC & LF)
Reacties uitgeschakeld voor
Geplaatst door lfossaert op 04/07/2022
Julie Beirens: poëzie als blijver
Je bent jong, woont in Sint-Jozef, je studeert, je worstelt met psychische troubles allerhande, en vindt uiteindelijk troost in de poëzie. Een zoektocht naar een uitgever raadt iedereen af wegens frustrerend en onbeantwoord. Je debuteert in enkele literaire tijdschrijften en wordt dan toch opgepikt door uitgeverij Pelckmans. Vandaag kijkt dichteres Julie Beirens fier naar haar eersteling. De titel ‘Huiden’ verklapt weinig, de gedichten des te meer.
EXit: Hoe bent u in de wereld van de poëzie beland?
Julie Beirens: ‘In het vierde leerjaar moesten we een gedicht schrijven over de vier seizoenen. Met het puntje van mijn tong tussen mijn tanden schreef ik een gedicht. De juf was onder de indruk en ik mocht het als enige voorlezen. Toen wist ik dat ik dit wou doen.’
‘Als kind ging ik ieder jaar mee naar de Boekenbeurs met mijn ouders. Als ik de auteurs zag signeren werd de wens om te schrijven alsmaar groter. Ook toen wijlen Dirk Bracke kwam spreken in het zesde leerjaar, en hij vroeg wie later schrijver wou worden, was ik dat ene kind dat de vinger in de lucht stak. Schrijven, dat was wat ik wou doen.’
‘In de puberteit zakte mijn schrijverswens wat. Schrijven was tenslotte niet cool en ik was een tiener die bijna obsessief populair wilde zijn. Pas na de puberteit begon ik weer te schrijven.’
‘Op mijn achttiende werd ik opgepikt door Jeugd en Poëzie, die mij met zoveel toewijding begeleidde in het schrijversschap. Ik won her en der een wedstrijd, en was vertrokken.’
EXit: Hoe verliep de zoektocht naar een uitgever?
Julie: ‘Ietwat onzeker. Bijna van ‘je weet maar nooit’. En eigenlijk was het van ‘je weet maar nooit’. West-Vlaamse bescheidenheid?’
EXit: Wat is de betekenis van de titel ‘Huiden’?
Julie: ‘De titel ‘Huiden’ gaat op zoek naar de betekenis van dat wat ons lijf ontsluit. Begrijp het als een soort continuïteit van onze menselijke huid. Er is altijd huid. Onze huid is het huis waarin we wonen. Dat we verfraaien. Dat we laten zien.’ (LF)
In de zomer van 2020 ging ik op een maandagavond tussen de eerste en de tweede lockdown wijntjes drinken met een vriend op een terras. Dat zou niet zo bijzonder zijn, ware het niet dat het de allereerste terrasavond in mijn nieuwe stad was. Enkele dagen voordien trokken man, kinderen en ik ons nieuwe huis in Sint-Kruis in. De vriend in kwestie is een Nederlander die naar Antwerpen verhuisde, dus het was aan mij om een locatie te bedenken. De horeca draaide nog niet terug op volle toeren, van Google werd ik niet veel wijzer. We streken neer op het zonovergoten terras van de lokale tennisclub. De vriend in kwestie heeft een bekende kop, en al snel spraken een aantal leden ons aan. Wat volgde was een memorabel gezellige avond, waarin ik meer leerde over de Brugse volksaard dan in alle jaren dat ik hier voordien als bezoeker kwam. Ik leerde de Bruggeling die avond kennen als minzaam en hartelijk eens het ijs gebroken. Maar ook als erg bescheiden en zelfkritisch.
Daar stonden wij van versteld. Als je woont in een stad zo mooi als Die Scone, lijkt lyrische liefde voor haar pracht en praal niet ongepast. Het is me bijgebleven, dat moment naast het tennisveld, waarin ik voor het eerst een echte inkijk kreeg in de kleine kantjes van deze prachtige stad.
Toen ik werd gevraagd om drie wensen te formuleren voor het Brugge van de toekomst, die de basis vormden voor het debat dat op 22 februari jongstleden plaatsvond, liet ik me inspireren door de gesprekken van die bewuste avond. Als relatief nieuwe inwoner die heel bewust Antwerpen verruilde voor het Brugse ommeland, zit ik immers nog in de wittebroods-fase. De liefde is diep en hecht en ik blijf geneigd met roze bril doorheen de straten te dartelen. Hoewel ik de afgelopen jaren als columnist leerde mijn pen als zwaard te gebruiken, bleek het een uitdaging met de nodige scherpte te schrijven over een plaats die me nu al zo dierbaar is. Maar zoals één van de voorgangers van mijn terrasvriend, Mark Uytterhoeven, eind jaren 90 al wist: alles kan beter.
Geïnspireerd door de besognes van alledaagse Bruggelingen formuleerde ik drie (culturele) toekomstdromen. Wannes Loosveldt, Nina Everaert, Patrick Moenaert, Dominique Savelkoul en Erik Van Hove gingen erover in gesprek, onder deskundige leiding van Mieke Dumont. In een ideale wereld had ik met notitieblok in het publiek gezeten om hun bevindingen te noteren, maar covid had me nét die week eindelijk te pakken. Ik stuurde dus videoboodschappen en kreeg de bevindingen van het panel in digitale vorm, via gesprekken en mails.
De wensen zelf waren simpel:
Ik droom van een levendig Brugge dat nooit meer gezien wordt als een ingeslapen toeristenstad. Een Brugge dat innovatief is, als een bakermat voor vernieuwende kunst en cultuur.
Ik droom van een Brugge waar toerist en inwoner bondgenoten worden die niet langer in strijd zijn met elkaar over de invulling van de openbare ruimte. Een Brugge waar de internationale gast aanschuift aan de authentieke Brugse tafel, en waar de Bruggeling zich weer eigenaar voelt van de toeristische trekpleisters.
Ik droom van een Brugge waar de diversiteit van de demografie overal vertegenwoordigd en alom present is. Waar we ook in het culturele leven een veelheid aan profielen vinden, en minderheden de agenda mee bepalen.
De antwoorden waren zoals gehoopt veel meer gelaagd. Hoewel er telkens een consensus werd gevonden, bleek elke panellist toch een zeer eigen kijk te hebben op hoe én of deze wensen ingevuld kunnen worden. Er klonken veel positieve geluiden over wat er sinds 2002 al verwezenlijkt is. Brugge leeft heus wel, stelden de sprekers eensgezind. Er zijn constant nieuwe initiatieven die het levenslicht zien, de ene pop-up na de andere euh ‘popt up’.
Creatieplekken voor jonge makers
De vele plaatsen waar talent getoond kan worden zijn degelijk en gedragen. Je hebt het Concertgebouw, de Stadsschouwburg, de Magdalenazaal, Het Entrepot en ongetwijfeld heel wat presentatieplaatsen die we nu even vergeten. Maar, zo stelden vooral de jongere panelgasten: er is nog weinig ruimte om ook zelf te creëren. Uiteraard gebeurt zoiets vaak in de onderbuik van een stad. De beste plannen worden gesmeed in zolderkamers en keldertjes, op pleintjes en aan de toog. Maar wanneer een stedelijke overheid pro-actief investeert in plaatsen waar kunst, cultuur en ontmoeting kunnen ontstaan, levert dat vaak vernieuwing op. In Brugge heb je nu al enkele initiatieven zoals De Tank en De Republiek waar jonge makers kunnen neerstrijken, maar er is potentieel om daar nog meer op in te zetten. De nieuwe museumsite BRUSK zou een prachtige plek kunnen worden waar, naast gevestigde (internationale) waarden, ook jong Brugs geweld haar plaatsje zou kunnen vinden. Dat vraagt echter visie, durf en investering signaleert het panel duidelijk aan de stad en bij uitbreiding aan de Vlaamse overheid. En, zo vul ik zelf even aan, het vergt ook flexibiliteit en goesting om de geijkte paden te verlaten.
Wanneer het gesprek inzoomt op het vraagstuk over openbare ruimte, blijkt al snel datzelfde gevoel van hoop en potentieel dat nog niet ten volle aangeboord is. Het Brugse patrimonium van gebouwen blijft vaak leegstaan, of ondergebruikt. Waarom smijten we deuren niet vaker open naar een breed publiek? Wat bijvoorbeeld met de site Oud Sint-Jan, het Begijnhof, de oude stelplaats van De Lijn, de militaire basis in Sint Kruis of de kasteeldomeinen in Sint-Andries? Daar is nog heel veel mogelijk, maar het her-invullen van die ruimtes vraagt om durvers. De oproep voor een nieuw kunstenoverleg dat zich buigt over die invullingen met de nodige ambitie en rebelse houding gonst door de zaal.
De sleutels afgeven
Aan het einde van het panelgesprek verlegt het panel de blik naar één van mijn eigen stokpaardjes, en misschien wel naar het enige punt van kritiek dat ik van nature, ook zonder tennisclub-bijdragers, zou kunnen geven. Hoe zit het met de vertegenwoordiging van de superdiverse maatschappij in Brugge? De sprekers kijken snel in eigen boezem, en ook naar de zaal. Op de stoelen vinden we zoals vanouds voornamelijk middenklasse, witte, en vaak hoogopgeleide Bruggelingen. De droom die al in 2002 leefde om de veelkleurigheid van deze historische havenstad te vertalen naar de culturele scène blijkt nog ver van verwezenlijkt. Bomboclat, het festival op het strand van Zeebrugge waarvan ik trotse meter ben, blijft één van de weinige evenementen, ondanks het brede aanbod, waar Bruggelingen met migratieroots echt een soort eigenaarschap over voelen. Het is niet door een ingebakken geslotenheid, maar eerder door onwetendheid en onbewuste drempels dat het culturele aanbod, wel degelijk superdivers ingevuld, nog zelden mensen aanspreekt die niet tot de ‘usual suspects’ behoren. Zoals ik eerder in een onafhankelijk lokaal magazine schreef: het blijft zaak de sleutels van de (culturele) huizen af te geven.
Een nieuw model van samenleven
Mijn conclusie en verjaardagswens voor Brugge, twintig jaar na het jaar waarin onze stad Europese Culturele Hoofdstad was, is dan ook dat we al wat onderhuids borrelt aan de oppervlakte moeten brengen. Ik wens Brugge vooral een gezonde dosis trots, ambitie en zelfs chauvinisme toe. Als Kempenaar ben ik ook opgevoed met het mantra ‘doe maar gewoon, dan doe je zot genoeg’, maar als je in een stad leeft die adembenemend mooi is, waar de hele wereld rondloopt, en waar ondernemerschap hoogtij viert mag je dat heus wat serieuzer nemen. Dan mag je de lat voor jezelf best hoog leggen. Dan is het aan de tegendraadse denkers, schenenschoppers en aan een coalitie van nieuwe en gevestigde Bruggelingen om het verhaal van de stad te herschetsen.
Op de dag dat ik dit essay schrijf had ik toevallig, bijna twee jaar na onze tennisclub-date een nieuw gesprek met Jan Jaap van der Wal. Hij had het over zijn verliefdheid op Vlaanderen, en zijn blijvende verbazing over de doorgedreven bescheidenheid en ons talent voor teleurstelling. En het voelde even alsof hij een Antwerpse Kempenaar was die in Brugge neerstreek. Ik hoorde mezelf. Ik hoorde Brugge.
Deze stad was eeuwenlang de poort naar Europa. Voor mij heeft ze nu potentieel de poort naar een nieuw model van cultureel samenleven in de nabije toekomst. Ik blijf met roze bril door Brugge dartelen, gesterkt door de kritische noten die het roze dieper, meer betekenisvol maken.
Dalilla Hermans, Brugge – mei 2022
Dalilla Hermans schreef dit essay naar aanleiding van het paneldebat dat De Republiek, Avansa regio Brugge en Concertgebouw Brugge op 22 februari organiseerden in het kader van de twintigste verjaardag van Brugge 2002, Culturele Hoofdstad van Europa.
Reacties uitgeschakeld voor
Geplaatst door lfossaert op 30/06/2022
YOT en het verhaal van een nieuwe kerk
‘Ze noemen ons The crazy church. Ik zie dat als een compliment’
YOT mag dan al de kleinste letter zijn van het Hebreeuwse alfabet, de gelijknamige organisatie (verzameld rond de Heilige Magdalenakerk) heeft de voorbije 20 jaar een mooi parcours bij mekaar gefietst.Ontstaan tijdens Brugge Culturele Hoofdstad 2002 zijn ze er de voorbije twee decennia in geslaagd om iets te betekenen in de binnenstad. Ze noemen zichzelf soms ‘The crazy church’, maar dat is een compliment. In hun thuishaven, de Magdalenakerk, confronteren ze geregeld kunst met de Boodschap. Vandaag en volgende maanden is de Brugse kunstenaar Piet Peere aanwezig met een 8,5 meter hoog beeld of de tantaluskwelling op zijn best.
EXit: Wat is YOT alweer?
Coördinator Koen Dekorte: ‘In 2002 rees de vraag naar herbestemming van de kerkgebouwen in Brugge. De Stad zocht nieuwe perspectieven voor het kerkelijk patrimonium. Een groep geëngageerde christenen nam de uitdaging aan met een concreet projectvoorstel rond kerkherwaardering. De opdracht: een parochiekerk zo inrichten dat het een plek voor levensbeschouwing wordt voor een brede groep van mensen met respect voor de spirituele traditie. Met een gedurfde architectuuringreep (met architect Tom Callebaut) in de kerk creëert YOT een pilootproject dat inspireert. Het tekent hier voor een frisse aanpak. Tegelijk stelt YOT de parochiekerk ruimer open voor de spirituele meerwaardezoeker.’
Experimenteren met vorm en inhoud
De kerk oogt vandaag als een experimentele ruimte. Er staan nog amper stoelen en er is een water- of zandpartij in het midden, een stoere schommel nodigt iedereen uit en allerlei kunstige ingrepen brengen leven in de brouwerij. En er is nog steeds een koster. Hiermee is YOT de drukst bezochte (secundaire) kerk in de binnenstad. De bezoekers komen van overal. Ook moslims noteer ik. Maar contact met de buurt kan beter, geven ze grif toe.
Stafmedewerkster Eliene: ‘Met ons werk in de Magdalenakerk en in de Nieuwe Pastorie dagen we onszelf en anderen uit om na te denken over de functie en het gebruik van kerken en pastoriewoningen. Klassieke opdelingen, zoals die tussen gelovigen en niet-gelovigen, stellen we in vraag. Twijfelen beschouwen we als de moeilijkste én de boeiendste levenshouding. Experimenteren met vorm en inhoud is ons motto.’
Deze zomer gaan ze ook de prachtige tuin van ‘De Nieuwe Pastorie’ (palend aan de kerk) openstellen voor bezoekers, dit in het kader van hun zomerproject ‘De Zalvende Zomer’, inclusief een zomerbar. De bedoeling van het zomerproject is dat men een wandelparcours in de kerk afstapt waarbij tijdens vier stops het verzachten van het lijden centraal staat. 3 juli is de startdatum.
Rituelen
Eliene: ‘ YOT tekent ook voor de zoektocht naar nieuwe rituelen, naar een nieuwe zingeving. De nood is hoog, klinkt het, want de traditie is een beetje zoek geraakt. Wij (of dé kerk) moeten deze rituelen ‘hertalen’ en terug naar de mensen brengen. We lopen nu een beetje verloren omdat we niet weten hoe we moeten omgaan met tradities. Begrafenissen lenen zich daartoe. We weten niet goed hoe we moeten afscheid nemen. YOT wil hierin een rol spelen.’
Tenslotte haakt YOT zijn wagentje ook vast aan dat van Toerisme Vlaanderen dat in de Boeveriestraat met de Sint-Godelieveabdij voor een groots herbestemmingsproject staat. (LUC FOSSAERT)
Reacties uitgeschakeld voor
Geplaatst door lfossaert op 28/06/2022
Streetartfestival The Bridges trekt naar Zeebrugge (en omgeving)
Twee jaar geleden stampte street artist Wietse Hindryckx het festival ‘The Brigdes’ uit de grond. Aan een handvol Vlaamse en internationaal gerenommeerde artiesten vroeg hij om hun beste spuitbuskunsten te etaleren op Brugse gevels, goed voor negen nieuwe metershoge openbare ‘muurschilderijen’. Eind juni krijgt het project een vervolg met ‘The (sea) Bridges’ waarbij Zeebrugge, de haven en omstreken aan bod komen.
U hebt ze ongetwijfeld al opgemerkt en bewonderd, die schitterende ‘masterpieces’ die op Brugse gevels prijken en zich perfect weten te integreren in het stedelijke landschap. Wietse kon twee jaar geleden een beroep doen op het creatieve brein en handenpaar van onder meer Stan Slabbinck, JamZ, Kitsune Jolene, Bisser, Kymo One en Gijs Vanhee. Hun kunstwerken-in-openlucht werden samen in een mooi wandel- of fietsparcours gegoten dat het publiek in coronatijden gretig wist te waarderen. Het project ‘The Bridges’ was niet alleen een woordspeling naar Brugge, maar het ging ook over bruggen leggen en verleggen. ‘Brugge heeft een rijke geschiedenis van kunstenaars, ambachten, pracht en praal. Er is gigantisch veel gedocumenteerd over deze historische stad. Maar het is tijd voor iets nieuws. Er wordt letterlijk een brug gelegd tussen de oude en de jonge garde’, liet Wietse toen optekenen.
Cultuur en klimaat
En het is tijd voor nog meer nieuwigheden. Door het succes van deze eerste editie dokterde Wietse, in samenspraak met het Brugse stadsbestuur dat hiervoor 35.000 euro op tafel legde, opnieuw een streetart-tour uit. Deze keer breidt het concept uit naar Zeebrugge, de haven en omstreken. De naam krijgt een aanpassing en heet daarom toepasselijk The (sea) Bridges. The (sea) Bridges gaat aan de slag met dezelfde thematiek als bij de eerste editie: cultuur en klimaat. Opnieuw combineert het festival de rijke cultuur van Brugge met het blijvend relevante thema ‘klimaat’. ‘De locatie van deze editie laat toe ook met het element ‘zee’ te spelen’, zegt Wietse. ‘Een element dat perfect aansluit bij de andere thema’s. Denk maar aan de stijging van de zeespiegel, opvangen van vluchtelingen, beschermen van natuurgebieden… De speelse omgang met beelden en verhaallijnen resulteert in gevarieerde stijlen van jonge artiesten.’
De deelnemende artiesten zijn, naast Wietse zelf, Sammy Slabbinck, Frieke Verlée, Mesca, Tuzq one en Simo. Samen met deze kunstenaars trok hij op speurtocht naar geschikte locaties op de grens tussen de historische binnenstad en de deelgemeenten. Hij vond die in Lissewege, Dudzele, Zwankendamme en Zeebrugge. Deze locaties mogen zich verrijken met kwaliteitsvolle streetart: Watergang 13 (Dudzele),
Vanaf 20 juni gaan de kunstenaars aan het werk. Eind juni zal de kunst zichtbaar zijn op de gevels en kan men alvast de route uitstippelen tussen Dudzele en Zeebrugge, goed voor een wandel- of fietstocht van acht kilometer lang. ‘Het is een nieuwe vorm van toerisme die we met dit streetartproject bewerkstelligen. Mensen zakken speciaal af om alle locaties te bezoeken. De kunst staat centraal, maar we hopen dat ook de horeca mee kan genieten van de bezoekersstroom’, aldus Wietse. (ADC)