Exit Magazine

Maandelijks Brugs Cultuurblad

Waarheen met de Reiefeesten?

 

Je vindt het in artikel 378 van het Brugse Beleidsprogramma 2019-2024: ‘We onderzoeken of Brugge Plus de Reiefeesten op een vernieuwende wijze kan organiseren.’ Oud-journalist Eric Van Hove nodigt de creatieve krachten in de stad uit om na te denken om ‘heel toekomstgerichte, onvoorspelbare, maar juist daarom heel authentieke acties en evenementen op het water te plannen’. En hij hoopt tegelijk dat dit de nieuwe standaard zal worden: ‘verwacht het onverwachte…’.

Om de ontstaansgeschiedenis van de Reiefeesten te schetsen, moeten we nu al een goede halve eeuw terug in de tijd. De eerste editie vond plaats op 3 augustus 1963. Het was een idee van wijlen Florent Machiels, die lid was van het Comité voor Initiatief, een comité van welwillende Bruggelingen dat zich gevormd had na de inhuldigingsplechtigheden van burgemeester Pierre Vandamme, in 1956. ’t Was toen nog het oude Brugge van voor de fusie: de randgemeenten Sint-Andries, Sint-Michiels, Assebroek, Sint-Kruis, Koolkerke, Dudzele en Lissewege leidden toen nog een eigen leven. En in het ‘oude Brugge’ zelf had de nieuwe bisschop Emilius-Jozefus Desmedt aan de toen 86-jarige Brugse burgervader Victor Van Hoestenberghe per brief laten weten ‘dat het ogenblik gekomen was om ontslag te nemen’. En zo geschiedde: als trouwe soldaat én vrome katholiek bediende Van Hoestenberghe de Brugse bisschop meteen op de ‘wenken’. Zo ging dat toen…

Pierre Vandamme, de man die na Wereldoorlog II als voorzitter van de MBZ en schepen van Openbare Werken de wederopbouw van de haven van Zeebrugge én de prille industrialisatie aan de Pathoekeweg had benaarstigd, volgde Van Hoestenberghe op. Maar Pierre Vandamme wou bij zijn ambtsaanvaarding meteen laten voelen dat er in Brugge een nieuwe wind zou waaien. Hij wilde in de verschillende Brugse wijken contact leggen, zeg maar een soort ‘Buurt aan de beurt’ avant la lettre.

Op Sint-Anna, in Sint-Jozef en in Zeebrugge-dorp werd de nieuwe burgervader – in groot ornaat, met traditionele burgemeestersteek – enthousiast ontvangen, maar een aantal actieve Bruggelingen vonden dat dit op meer gestructureerde manier moest gebeuren en dat Brugge voortaan ook meer oog moest hebben voor publieke evenementen. De namen van die pioniers? Etienne Claeys, Emile Tytgadt, Florent Machiels, Frans Vromman… Zij richtten een vzw op, het Comité voor Initiatief, dat met de Reiefeesten in 1963 stevig van wal stak.

Tienduizenden bezoekers

Die eerste editie in 1963 was met 26.214 bezoekers meteen een schot in de roos. Het budget bedroeg amper 275.000 Belgische franken, omgerekend zou dat nu nog geen 7.000 euro zijn. Er kwam een vervolg, eerst om de twee jaar, dan om de drie jaar, tenslotte om de vijf jaar. In 1976 schakelde men voor het eerst de Burg in als tafereel en in 1986 bereikte men met 58.000 bezoekers een piek. Om de zoveel jaar kwam het wel tot een hernieuwing van enkele historische taferelen, maar voor het algemene schema zélf bleef alles bij het oude, zozeer zelfs dat op een bepaald ogenblik de nieuwe voorzitter van het Comité voor Initiatief, Eddy Vaneylen, ruiterlijk moest toegeven ‘dat er sleet zat op de formule’. In 2014 zette men er dan ook een punt achter: te weinig middelen, maar vooral ook: niet meer mee met de tijd.

Brugge en water

Nochtans: Brugge en het water, je kunt beide moeilijk los van mekaar zien. Brugge wordt nog vaak ‘het Venetië van het Noorden’ genoemd en de Bruggelingen laten zich dat welgevallen. Toch leerde Marc Ryckaert ons in ‘De Brugse Reien’ al dat die vergelijking een beetje overmoedig is: ‘Venetië telt 177 kanalen, Brugge (ruim gerekend!) slechts een twintigtal, plus de vesten. In Venetië zijn er 445 bruggen, in Brugge een zestigtal. Het zijn cijfers die tot enige bescheidenheid manen. Toch is de vergelijking niet geheel onterecht. Zelfs al is in Brugge het water niet alomtegenwoordig zoals in Venetië, toch bepaalt het ook hier in sterke mate het stedelijk landschap én de algemene sfeer. Zonder water zou Brugge een andere stad zijn.’

Dat we dus op zoek zijn om met of rond dat water een publiek evenement te organiseren , daar kun je moeilijk tegen zijn. Alleen zou het natuurlijk van weinig moed en/of verbeelding getuigen als Stad Brugge nu plompweg een oude formule uit de 20ste eeuw opnieuw zou gaan recycleren. We zijn ondertussen een halve eeuw verder, en de laatste jaren hebben we onder meer met de Triënnales bewezen dat we hier ook op een andere manier met water kunnen omgaan: niet meer het statische schouwspel van historische verhalen uit de middeleeuwen of het Ancien Régime, maar meer hedendaagse of toekomstgerichte architecturale constructies, die juist uitnodigen tot betrokkenheid, spel en plezier.

Triënnale 2015 en 2018

Het begon al tijdens de Triënnale 2015 met de Canal Swimmers’ Club, het waterplatform dat het Japanse architectencollectief Atelier Bow-Wow hier in samenwerking met het Brugse bureau Dertien12 aan de Carmersbrug realiseerde: een soort atelier op het water, een vrijplaats waar (vaak jonge) Bruggelingen toeristen en vooral ook mekaar konden ontmoeten, waar ze konden verpozen, ontspannen en dromen. ‘In een door de Unesco beschermde en dus aan sterke regels onderworpen omgeving kan plots weer van alles’, kon men in het programmaboekje lezen. Maar het klopte ook…

Drie jaar later was de Vloeibare Stad of Liquid City zelfs het uitgangspunt van de Triennale 2018 en trokken de Minne Floating School van Kunlé Adeyemi aan het Minnewater, the Floating Island van de Koreaanse architectuurstudio OBBA aan de Lange Rei of het drijvende Selgascano Pavilion aan de Coupure de aandacht van Bruggelingen én bezoekers. Een zwemplatform, een ontmoetingsruimte, ja zelfs een klaslokaal en een tentoonstellings- en presentatieruimte op het water, het kon allemaal. De architecten en kunstenaars nodigden publiek en inwoners uit om samen de vloeibare stad te verbeelden.

Voor Brugge was dit zeker een stap voorwaarts. Meer zelfs: moeten we verder op bouwen. Het zou niet logisch aanvoelen om driejaarlijks markante architecten en internationale kunstenaars uit te nodigen voor een Triënnale hartje binnenstad, maar dan in de tussenseizoenen op onze Brugse reien telkens opnieuw een retro-spektakel gaan opvoeren. Neen, voorwaar: plus est en vous.

 Verwacht het onverwachte

Vandaar dat ik graag een oproep richt aan schepen van Cultuur Nico Blontrock, die bewezen heeft dat hij uitdagingen aandurft. Hij kon op 56-jarige leeftijd op zijn gemak nog tot aan zijn pensioen de altijd vriendelijke presentator blijven van populaire Radio-2-programma’s, maar hij koos ervoor om uit zijn comfortzone te treden en de politiek in te gaan. Geen gemakkelijke keuze, zeker in een tijd waarin veel politici – heel vaak ten onrechte – in de pers en op sociale media vaak kritiek en beschimpingen te verduren krijgen. En wat meer is: hij slaagde ook met brio in zijn opzet. Eerst schoot hij als nieuwkomer zomaar de top-5 van de Brugse politici binnen. Met 3.565 voorkeurstemmen zelfs meer dan pakweg de gewezen toekomstige burgemeester van Brugge Pol Van den Driessche, die op 3.408 bleef steken. Vervolgens ging hij resoluut voor het schepenambt cultuur, ook geen vanzelfsprekende keuze. En nu geen twee zonder drie, het moeilijkste moet nog komen: in de komende jaren metterdaad bewijzen dat vroegere critici ongelijk hebben.

Dat laatste zal echter niet kunnen door de platgetreden paden verder te bewandelen. Ook Brugge zal uit zijn comfortzone moeten komen, als we hier aan de toekomst willen bouwen. Dit is een uitnodiging, ook voor de creatieve krachten in deze stad: eer onze historische kern, het water, door er juist heel toekomstgerichte, onvoorspelbare, maar juist daarom heel authentieke acties en evenementen op te plannen. Geen weg terug, veilig maar al te bekend, nee, laat dit de nieuwe standaard worden: verwacht het onverwachte… (ERIC VAN HOVE)

Het Brugse landschap doorgrond

 

In 2011 verscheen ‘Op het raakvlak van twee landschappen’, een leerrijk boek over de vroegste geschiedenis van Brugge en regio, dit naar aanleiding van de tentoonstelling ‘Uit goede bron’ in het Gruuthusemuseum. De belangstelling was groot, het begeleidende boek snel uitverkocht. ‘Het groene boek’, zoals het werd genoemd, werd meteen een basiswerk ten dienste van zowel leek als wetenschapper. De nieuwe uitgave is nu verkrijgbaar en biedt een ‘herziene en uitgebreide uitgave.’

De ruggengraat van deze heruitgave blijft een chronologisch overzicht van de vroegste geschiedenis van Brugge en ommeland. Dat verhaal vangt aan omstreeks 40.000 jaar geleden en loopt uit naar het begin van de twaalfde eeuw met de moord op graaf Karel De Goede (1127). Als lezer word je meegevoerd in leven en welzijn van de vroegste bewoners, in hun zoektocht naar voedsel. Later komen de Romeinen, gevolgd door de Merowingers, de Karolingers en zelfs de Vikingen.

Opmerkelijk: de regio die onder de loep wordt genomen, is veel ruimer dan Brugge en omgeving. Het strekt zich uit van Oudenburg tot Aardenburg. Samen met Torhout spelen ze een belangrijke rol in het ontstaan van Brugge in de negende eeuw, wanneer de graaf zich in Brugge vestigt.

Het boek ‘Op het raakvlak van twee landschappen’ bevat een overzicht van alle informatie uit archeologische bronnen. Heel wat verspreid en/of ongepubliceerd materiaal werd hier gebundeld.

EXit: Waarom een nieuwe uitgave?

Bieke Hillewaert (Raakvlak): ‘Bijna tien jaar na het eerste boek was de nood aan een herwerkte versie groot. Gegevens uit recent archeologisch onderzoek werden hierin verwerkt. Er zijn vooral veel nieuwe gegevens over de Romeinse aanwezigheid in de kustvlakte en over het prille Brugge. De kaarten werden herwerkt en het aantal kaderteksten verdubbeld.’

EXit: Zijn er nog highlights?

Bieke: ‘Zeker. In tegenstelling tot wat lang werd gedacht, kwam de zee niet tot Brugge en waren er evenmin transgressies en regressies. Ook: een stenen castellum heeft Brugge in de Romeinse tijd nooit gehad, wel een handelsplaats in Fort Lapin. De eerste vermeldingen van de naam Brugge komen er rond 850 na Christus. De oudste munten suggereren dat Brugge in de eerste helft van de negende eeuw het centrum van de streek was. Er is ook vastgesteld dat de Reie, een bescheiden riviertje, over een brede overstromingszone beschikte.’ (LF)

‘Op het raakvlak van twee landschappen, de geschiedenis van Brugge voor Gruuthuse’ is (bijzonder mooi) uitgegeven door Uitgeverij Van De Wiele.

Win kaarten voor Golden Years Open Air

Op zaterdag 17 augustus vindt op de prachtige locatie DOK 54 Pathoekeweg 54 in Brugge een editie van Golden Years plaats in open lucht. Het concept van Golden Years gaat al jaren mee en blijft ongewijzigd, ook voor deze eerste keer in ‘Open Air’: door de boxen schallen steevast de beste nummers uit de jaren 60-70-80-90. Organisator Kurt Deklerck: ‘Aangezien we er een lange, maar bijzondere leuke dag van willen maken, is iedereen al welkom vanaf 14.00 uur. We gaan door tot 3.00 uur ’s nachts dankzij de skills van geen twee maar vier platenruiters. Dj Manu en dj Cissen zijn onze vaste waarden als we de Golden Years-fuif in Het Entrepot organiseren. Zij krijgen op DOK54 versterking van dj Medley en dj Kurt.’

Kaarten voor deze GOLDEN YEARS OPEN AIR EDITIE kosten 7 euro in voorverkoop en 10 euro aan de ingang, maar EXit mag vijf gratis kaarten wegschenken. Mail uw naam en adres naar exitbrugge@gmail.com om deel te nemen aan deze wedstrijd. Succes! (ADC)

http://www.goldenyearsopenair.be    

 

Muzikale parels te ontdekken tijdens de Moods!-concertavonden

 Na Feest in ‘t Park, het nieuwe festival Signaal, Cactusfestival, Burgrock en de Brugse Tripeldagen maken we ons op voor een andere, vertrouwde klepper op de Brugse muziekkalender. Voor het stadsfestival Moods! vormen het wereldvermaarde decor van de Burg en het binnenplein van het Belfort de unieke locaties voor (vaak gratis) concerten. Tussen vrijdag 26 juli en donderdag 8 augustus is dit goed voor samen acht gevulde avonden. Een overzicht in vogelvlucht.

Burg (gratis concerten)

Het twaalfkoppig collectief Antibalas uit Brooklyn tekent op vrijdag 2 augustus om 20.30 uur voor een opzwepend dansfestijn waarin de afrobeat de boventoon voert, maar waar ook voldoende plaats is voor soul, jazz, funk en dub. In het verleden werkte het gezelschap al samen met artiesten van zeer divers pluimage, zoals Public Enemy, Mark Ronson, The Roots, TV on the Radio, Santigold en zelfs Ed Sheeran.

Het feest zal die avond blijven duren, zeker als Les Négresses Vertes anderhalf uur later op het podium verschijnen voor een set doorspekt met mediterraanse geluiden die zowel naar punk, jazz of raï neigen. Dertig jaar geleden brulden we al mee met hun aanstekelijke, maar rauwe nummers zoals ‘Zobi La Mouche’ en ‘C’est Pas La Mer À Boire’ en op deze Moods!-avond kunnen we dat vocaal kunstje nog eens herhalen, want de band zet met dit concert de dertigste verjaardag van hun ‘classic’ album ‘Mlah’ in de verf.

Een week later, op zaterdag 3 augustus, kleurt de avond op de Burg tricolore, want dan staan er twee Belgische bands op het programma. Wie Isbells zegt, denkt meteen aan het nummer ‘As Long As It Takes’ die vanaf 2009 hoge toppen scheerde in de muzikale lijstjes. De muziek van Isbells kun je omschrijven als sobere, breekbare folksongs die refereren aan de songs van Nick Drake en Bon Iver. Intergalactic Lovers, de band rond de charismatische zangeres en spring-in’t-veld Lara Chedraoui waarvoor wij een boontje koesteren, zorgt altijd voor een heerlijke, energieke set met de betere (electro)rocksongs. ‘Delay’, Shewolf’, ‘Fade Away’ of ‘Norther Rd’: het is maar een handgreep uit songs die ondertussen al gemeengoed zijn geworden in de Belgische Pop- en Rockcatalogus.

Binnenplein Belfort (betalende concerten)

Hydrogen Sea is het muzikale liefdeskind van Birsen Uçar en Pieterjan Seaux, maar zij laten zich (live en op plaat) bijstaan door Patricia Vanneste (Balthazar), Joris Caluwaerts (STUFF.) en Steven Van Gelder (Tout Va Bien). ‘Synths, drums, viool en Uçars stem smelten samen tot een geheel dat tegelijk warm en koud, groot en klein, speels en timide aanvoelt’, klinkt het over de band Hydrogen Sea die op woensdag 31 juli op de koer van de Stadshallen optreedt.

De verwachtingen voor het concert van de Zweedse Daniel Norgren-met-de-fragiele-en-ongepolijste-stem op donderdag 1 augustus zijn hooggespannen, want het concert is al maanden op voorhand uitverkocht. Zijn muziek is een mix van roots, Americana, blues, country en southern soul en combineert het beste van helden als Neil Young, Tom Waits, Van Morrison, Lennon, The Tallest Man On Earth en Bonnie ‘Prince’ Billy met een onmiskenbare eigen sound.

Op woensdag 7 augustus zakken de Ierse Villagers af naar Brugge voor een exclusief concert. Hun vierde cd ‘The Art Of Pretending To Swim’ presenteren ze niet in het tijdelijke openluchtzwembad aan de Coupure, maar wel op het binnenplein van het Belfort. Zanger Conor O’Brien leverde met dit album opnieuw een absoluut pareltje af.

Het laatste concert van Moods! 2019 is voorbehouden voor pianist Joep Beving uit Nederland op donderdag 8 augustus. In 2015 maakte hij in eigen beheer zijn debuutalbum ‘Solipsism’ en zette het op Spotify. Met groot succes, want in een korte tijdspanne groeide hij uit tot een van de meest beluisterde levende pianisten ter wereld dankzij zijn warme, melancholische en toegankelijke composities die het midden houden tussen klassiek en pop.

 

NOOT: bij slecht weer verhuizen de concerten van het binnenplein van het Belfort naar de Magdalenazaal (MaZ – Magdalenastraat 27, Sint-Andries).

www.moodsbrugge.be

Hup met die beentjes op Benenwerk –Ballroom Brugeoise

Op zaterdag 10 augustus transformeert de Brugse binnenstad zich alweer tot de grootste openluchtdanszaal van het land tijdens de 18de editie van Benenwerk – Ballroom Brugeoise. Dat is dansen en genieten van live bands en dj’s die op meer dan tien ballrooms met de meest uiteenlopende dansmuziek voor een unieke dansmarathon zorgen. Het uitgebreide programma vind je in de bijgevoegde folder in deze EXit. (ADC)

 

MAfestival speelt leentjebuur bij Yuval Harari

Van 2 tot 11 augustus vindt in Brugge de 56ste (!) editie plaats van het jaarlijkse (oude) muziekfestival ‘Early Music in Bruges’, sinds 2003 de frisse opvolger van het toenmalige Musica Antiqua Brugge. Jaarlijks voeren zij daarbij een thema aan dat zijn weg vindt in de muziekprogrammatie. Dit jaar is dat ‘God, mens & machine, een thema waarmee de Israëlische filosoof en bestsellerauteur Yuval Harari wereldwijd furore maakt. Een gesprek met artistiek directeur Tomas Bisschop.

 

‘Wij zijn gestart met de overname van Musica Antiqua Brugge in 2003. Juist, dat waren heel andere tijden. De erfenis was groot, de verwachtingen hoog. En als je dan aan de boom schudt, blijft dat niet zonder gevolgen. Maar goed, het heeft ons in elk geval geen windeieren gelegd. We hebben stappen vooruit gezet, de subsidies zijn opgetrokken en muzikaal is er een inhaalbeweging uitgevoerd.’

EXit: Hoeveel Musica Antiqua zit er vandaag nog in MAfestival?

Tomas Bisschop: ‘Zeventig procent voor wat het repertoire oude muziek betreft. Wat het publiek betreft, dat fluctueert, maar wij blijven een zeer trouw publiek hebben en dat is een zegen. Mensen hebben, jaar na jaar, vertrouwen in onze organisatie en onze programmering. We beschikken dan ook over enkele unieke troeven. Deze stad leent zich wonderwel voor dit type festival. Het tijdstip zomer eveneens, want we zijn de enige in de regio op dat moment met die programmering. Bovendien zijn er de talrijke faciliteiten die het Concertgebouw ons biedt.’

EXit: Hoe leefbaar is MAfestival in tijden van steeds minder subsidies voor deze sector?

Bisschop: ‘Onze middelen staan heel erg onder druk. Dat is geen evidente situatie. We zijn nu in gesprek met Stad Brugge op zoek naar nieuwe mogelijkheden. We ontvangen nu een behoorlijk bedrag van de Stad, maar die subsidie is nu al twaalf jaar onveranderd. Ik hoop dat we hierover snel uitsluitsel krijgen.’

‘Bovendien moeten wij presteren met steeds minder mankracht en doen we er alles voor om de kosten beheersbaar te houden. We hebben dan ook een fragiele structuur. Zelf heb ik een nieuwe rol aangenomen. Ik werk nu deeltijds als manager voor het ensemble Vox Luminis (LF. Huisartiest Concertgebouw). De andere helft blijf ik artistiek directeur van het MAfestival, iemand anders zakelijk directeur (LF. Goedele Bartholomeeusen). Let op, deze duobaan heeft geen invloed op mijn engagement bij MAfestival. Ik blijf zeer gemotiveerd, want ik heb hier nog veel te doen.’

EXit: U verwijt de muzieksector een gebrek aan ambitie.

Bisschop: ‘Ja, ik vind dat er ontgoochelend weinig ambitie is in onze sector. Zelf werken wij nu hard aan de voorbereiding van de nieuwe subsidieronde. We hebben ambitie om stappen vooruit te zetten. Zo willen we meer inzetten op het Concours (de internationale wedstrijd Musica Antiqua). We zijn hierin uniek, maar we moeten deze troef beter uitdragen. Dat vraagt mankracht en middelen. Er staan ook nog andere projecten op stapel om een jong publiek aan te trekken, maar ik geef hierover nog geen details. Samengevat: het mag dus iets meer zijn dan nu het geval is. Puur zakelijk zitten wij goed wat de verhouding subsidies en eigen middelen betreft, maar elke euro die wordt uitgegeven, wordt onder de loep genomen.’

EXit: Jullie programmeren elk jaar rond een thema. Dit jaar gaat u te rade bij de Yuval Noah Harari, de beroemde Israëlische filosoof?

Bisschop: ‘We zijn bij hem te rade gegaan, ook al is hij niet meteen de meest optimistische mens op aarde. Maar ik heb zijn boek Homo Deus graag gelezen. Ik vind het een eyeopener. Hij zet de dingen op scherp. Hij heeft ons geïnspireerd om rond enkele van zijn ideeën het festivalthema te maken, dat verscholen zit in de programmering. Het thema hoogmoed bijvoorbeeld, de mens als de nieuwe God. Er klinken daarrond heel wat alarmpjes en die vragen en antwoorden zoeken wij onder meer in de muziek.’

‘Andere thema’s zijn de vooruitgangsideologieën en de hybriditeit. Muziek van Bach in combinatie met de muziek van Steve Reich en live video mapping van Jemma Woolmore in real time, bijvoorbeeld. Ook de Lissewege-dag staat in het teken van die hybriditeit met Bachs cello-suites elektrische cello, gebracht door de topcellist Benjamin Glorieux.’ (LUC FOSSAERT)

http://www.mafestival.be

 

 

 

Cozmix Congé 2019

Cozmix, het bezoekerscentrum van Volkssterrenwacht Beisbroek (Zeeweg 96 in Assebroek), pakt deze zomer uit met de nieuwe planetariumvoorstelling ‘Vijftig jaar Apollo’. Daarnaast is er de tijdelijke tentoonstelling ‘Vijftig jaar maanlanding’ die tot 15 september gratis te bezichtigen is.

‘Dat is een kleine stap voor [een] mens, een reuzensprong voor de mensheid.’ Met deze woorden plantte Neil Armstrong op 21 juli 1969 zijn voet als eerste op de maan. De historische gebeurtenis is dit jaar precies een halve eeuw geleden. Om deze reden blikken de Vlaamse Volkssterrenwachten terug op de maanlanding. In klare en begrijpbare taal wordt de reis naar de maan uit de doeken gedaan aan de hand van het vluchtschema van Apollo 11. De expo toont origineel beeld en geluidsmateriaal, schaalmodellen en uitgebreide informatie over de historische momenten voor, tijdens en na de eerste maanlanding.

Tijdens de zomermaanden zijn er dagelijks twee planetariumvoorstellingen, telkens om 15 en 16.30 uur. Ze tonen een mooie mix van kindervoorstellingen en sterrenkundige fulldomevoorstellingen, gevolgd door een projectie van de actuele sterrenhemel. Daarnaast worden onder de noemer Cozmix SummerLabs iedere woensdagvoormiddag (van 10 tot 12 uur) workshops georganiseerd voor kinderen van 5 tot 15 jaar. (LF)

Info en inschrijven op http://www.cozmix.be

Heilig Bloed in handige gids

 

Het blijft een merkwaardig fenomeen, de jaarlijkse ‘ommegang’ van de Processie van het Heilig Bloed. Het historische verhaal, opgehangen aan de figuur van graaf Diederik van de Elzas, is nochtans definitief tot ‘fictie’ en ‘taaie legende’ verklaard, maar dat maakt de Processie niet minder populair. Over deze ‘stoet’, erkend als werelderfgoed, en bijbehorende relikwie, is nu een handige gids verschenen, geschreven door Benoît Kervyn die 30 jaar lang de Processie heeft gecoördineerd.

 

De aanleiding is de driedubbele ‘verjaardag’ van het Heilig Bloed. Tweehonderd jaar geleden (1819) kwamen de zeven overgebleven confraters van de organiserende Edele Confrérie (de relikwie was tijdens de Franse Revolutietijd verstopt) terug samen, werd de relikwie uit haar schuilplaats gehaald en op 3 mei trok de Processie, na 24 jaar onderbreking, terug door de Brugse straten.

Een geactualiseerd verhaal over het Heilig Bloed mocht dan ook niet langer ontbreken, want, op een aantal artikels in vaktijdschriften van lokale historici na, geheel onvindbaar.

Komt aan bod: de soorten Heilig Bloedrelieken, het verhaal van de Confrérie, de verschillende schuilplaatsen van de relikwie, de rol van vooraanstaande figuren in deze, de gevolgen van de Franse Revolutie, de duiding van de vlaggen tot en met de erkenning als ‘Immaterieel cultureel erfgoed van de Mensheid. Alles samen goed voor een 138 pagina’s tellend en vlot leesbaar boek over een van Brugges absoute pronkstukken. (LF)

‘Het Heilig Bloed te Brugge’, Benoit Kervyn de Volkaersbeke, uitgave West-Vlaamse Gidsenkring

 

 

 

 

Zit er nog muziek in Zeebrugge?

(fotoCarlos Nuno)

 Als de ontelbare zandkorrels op het zeer uitgestrekte Zeebrugse strand hun muzikaal verhaal van de voorbije decennia zouden vertellen, we zouden onze oren nogal spitsen. Maar what about the music anno 2019? Zit er nu nog steeds muziek in Zeebrugge? Met die gedachte doken we even de (recente) geschiedenis in om te stranden (no pun intended) op het evenementenplatform.

De spots zijn tegenwoordig weer volop op de Antwerpse topband dEUS gericht. Het is immers twintig jaar geleden dat Tom Barman en co hun classic album ‘The Ideal Crash’ in de platenwinkel dropten. De cd wisselde er toen ontzettend vlot van eigenaar als we de verkoopcijfers mogen geloven. Het twintigjarig bestaan vieren ze dit jaar met een ‘verjaardagstournee’ die de groep in alle uithoeken van Europa brengt en op zondag 7 juli ook naar de 38ste editie van het Cactusfestival. ‘The Ideal Crash’ doet ons dus terugdenken aan zaterdag 16 juli 1999 waar op het zonovergoten strand van Zeebrugge meer dan 60.000 muziekliefhebbers genoten van een editie van het Beachfestival. Het festival heette toen officieel Axion Beach Rock en dat was in die tijd een van de grootste pop- en rockfestivals van ons land. Waar die naam vandaan kwam? Wel, het Gemeentekrediet had de naam Axion gelanceerd en dat was de naam van een zichtrekening (Axion Line). Begin de jaren negentig was zestig procent van de markt van de jongerenzichtrekening immers in handen van twee concurrerende banken. Axion was als zichtrekening vrij onbekend bij 12- tot 24-jarigen en het Gemeentekrediet wilde met die naamsponsoring de bekendheid serieus opkrikken. En of ze daarin slaagden! Op 16 juli 1999 neigden de temperaturen naar tropisch heet en het afgebakend terrein stond tjokvol muziekliefhebbers. dEUS was de absolute headliner op die dag, maar we zagen toen nog optredens van onder meer Das Pop, The Beautiful South, The Cardigans. Simply Red, The Cardigans, Reef, Garbage, Urban Dance Squad, Underworld en Massive Attack.

De betere muziekcatalogus

We konden toen op de verschillende edities van dit strandevenement een pak fantastische groepen live aan het werk zien voor relatief weinig geld. Een ticket kostte toen 800 Belgische franken, nu omgerekend zou dat 20 euro zijn. En het waren wel een pak namen die met hun snuit naar zee gericht daar hebben gespeeld sinds het begin van de jaren negentig. (Voor de volledigheid: de eerste edities van het Beachfestival vonden plaats op de Wellingtonrenbaan in Oostende onder de naam Seaside Festival, Belga Live en Belga Beach, gesponsord door het sigarettenmerk Belga. Sinds 1993 was the place to be(ach) dus Zeebrugge – eerst in de achterhaven en dan op het strand.) Wie de namen van de bands bekijkt die in de badstad van Brugge telkens in de zomer het mooie weer maakten, denkt dat hij de betere muziekcatalogus aan het doorbladeren is: The Sisters of Mercy, Depeche Mode, Vaya Con Dios, Van Morrisson, INXS, Elvis Costello, Iggy Pop, Killing Joke, Crash Test Dummies, East 17, Simple Minds, Faith No More, Oasis, Paul Weller, Siouxsie and the Banshees, James Taylor Quartet, Sex Pistols, Lou Reed, Levellers, Manic Street Preachers, The Cardigans, Neneh Cherry, Heather Nova, The Orb, The Romans, Lush (band), Wet Wet Wet, Neneh Cherry, Shaggy, Apollo 440, Texas, Joe Cocker, Axelle Red, The Corrs, The Cure, K’s Choice, Run DMC, The Prodigy, Ken Ishii, Praga Khan, Guano Apes, Alanis Morissette, Bloodhound Gang, Moloko, Armand Van Helden, All Saints, Common, Angie Stone, AngeliCo, Manic Street Preachers, K’s Choice, Fatboy Slim, Cassius, Sugababes en Morcheeba. Grosso modo een goede combinatie van pop- en rockmuziek met de betere dancemuziek van dat moment.

Zandsculptuurfestival gooit zand in het eten

Het spreekwoord luidt ‘Mooie liedjes duren niet lang’, maar in het geval van het Beachfestival ging dat niet echt op. Van 1981 tot en met 2002 vonden er welgeteld 21 edities plaats. In 2002 was het over en out met het festival in Zeebrugge. Dit had enerzijds te maken met de komst van het Zandsculptuurfestival op dezelfde plaats in Zeebrugge, maar anderzijds ook wel omdat Variety, de toenmalige organisator van Axion Beach Rock, een pak schulden had opgestapeld bij het Brugse stadsbestuur onder leiding van burgemeester Patrick Moenaert. Onderhandelingen tussen beide partijen leverden niets op. Het gevolg was dat Axion Beach Rock terug naar Oostende trok, maar dat verblijf was daar van korte duur. De organisator ging failliet en het Beachfestival werd voer voor de geschiedenisboeken. Een jammerlijke zaak voor de muziekliefhebbers én een dikke streep door de rekening van de plaatselijke handelaars en horeca die ook steeds een graantje van het succes van een van de grootste pop- en rockfestivals van ons land konden meepikken.

Zwoele vibes en beats

Wat kwam er in de plaats? Vanaf augustus 2007 sloeg Polé Polé Beach zijn tenten op het Zeebrugse strand op. Het latino-festival had voordien acht jaar in Knokke-Heist – meer bepaald in Duinbergen – plaatsgevonden, maar was er beperkt door een nieuwe wetgeving op de ruimtelijke ordening op het strand. Organisator Jo Bonte was al langer vragende partij voor een verhuis naar een nieuwe locatie met grotere afmetingen. En Zeebrugge had daarbij de juiste troeven: een groot strand, het nabijgelegen treinstation Zeebrugge-Bad dat in directe verbinding stond met het hinterland en plaats om een grote camping in te richten voor de festivalbezoekers.

Een vergelijking met Axion Beach Rock kon je echter niet maken: Polé Polé Beach was kleinschaliger van opzet en de affiche zag er ook compleet anders uit. Maar we stonden niet aan de klaagmuur: er was weer leven in de brouwerij en we konden onze benen strekken op zwoele zomerse vibes en beats. Olé olé, er was zelfs nog meer dan Polé Polé alleen. Op zondag 24 juli 2011 konden we even onze luchtgitaar testen toen de Amerikaanse rockster Bon Jovi met geföhnd kapsel voor 30.000 mensen op het Zeebrugse strand optrad. Leuk detail: Arid speelde toen in het voorprogramma en wie zat er achter het drumstel van Arid? Juist, Bruggeling Steven Van Havere.

Zomerse hoogmis van elektronische muziek

Wat beide festivals wel gemeenschappelijk hadden: ook aan het Polé Polé-verhaal kwam er een einde (in 2013) en ook zij kozen ervoor om naar Oostende te trekken. Het vorige stadsbestuur van Brugge bleef niet bij de pakken zitten en toverde meteen een nieuwkomer uit de strooien hoed. Het elektrofestival WeCanDance mocht in augustus 2013 op het evenementenplatform aan de St George’s day-wandeling een zomerse hoogmis van de elektronische muziek in stijl organiseren. Een festival dus met vier podia elektronische dansmuziek met veel aandacht voor decor en sfeerschepping. WeCanDance stoelde op een nieuw concept waarbij niet alleen aan de oren werd gedacht. Het ging van start onder de noemer ‘een klein en gezellig ‘Boutique Festival’ dat niet enkel goede muziek aanbood, maar de festivalbezoekers een weekend vol ‘fun, peace, love & happiness’ beloofde. Dat impliceerde: een thema met dresscode, een festival met aangekleed decor en wraps, sushi en ander wereldkeukenvoedsel op de menukaart. Het concept sloeg aan, want de organisatoren mochten ondertussen aardig wat volk verwelkomen – in concrete cijfers: tussen de 20 à 30.000 bezoekers. WeCanDance sleepte ook al enkele prijzen in de wacht voor de aanpak van het festival. Het festival steunt op de vier basisbegrippen muziek, eten, mode en kunst, en sinds enkele jaren voegen ze met ecologie daar nog een vijfde pijler aan toe. Keep the beach clean is ook hun motto en ze nemen maatregelen om de uitstoot van CO2 te beperken om uit te groeien tot een CO2-neutraal festival. WeCanDance wordt dit jaar zelfs een driedaagse op vrijdag 9, zaterdag 10 en zondag 11 augustus.

Nieuwkomer Bomboclat

En dat is niet alles wat nieuwe festivals betreft: sinds 2017 is er nog eentje bijgekomen: het tropische Bomboclat Festival. Dat festival – bedacht door de bedrijvige Brugse broers Loosveldt – richt zich voornamelijk op Dancehall en Afro-muziek, en schuwt zelfs een stevige portie hiphop uit eigen land niet. Vorig jaar bouwde ’t Hof van Commerce daar zelfs een stevig feestje. Liefhebbers mogen nu al vrijdag 23 en zaterdag 24 augustus aankruisen in de agenda. Daarover meer nieuws in de volgende EXit.

Zit er dus nog muziek in Zeebrugge? Heel zeker, is ons antwoord. Nothing really ends. En gelukkig maar. (ADC)

http://www.wecandance.be, http://www.bomboclat.be en http://www.cactusfestival.be

 

Els Wuyts over de Pre-Triënnale deze zomer

(foto EDM)

‘Inspirerende ontmoetingsmomenten tussen twee Triënnales door’

 De eerste editie van Triënnale Brugge-nieuwe-stijl in 2015 was een succes met dank aan enkele uitschieters als de ‘Tree Huts in Bruges’ (boomhutten in het Begijnhof), de ‘Canal Swimmer’s Club’ (zwemplatform aan de Carmersbrug, ontworpen door Atelier Bow-Wow) en de installatie van een ‘Chinese rotstuin’ aan de Sint-Salvatorskathedraal. Drie jaar later, in 2018, gooide de tweede editie hoge ogen bij een heel divers publiek dat massaal opdaagde.

Lof alom en tijdens de recente gemeenteraadsverkiezingen sprak bijna elke partij zijn steun uit over het concept Triënnale Brugge. Intussen werkt het Triënnale-team onverdroten voort aan de editie van 2021 waarvan het thema begin september wordt bekend gemaakt. Maar zo lang hoeft u niet te wachten op concrete resultaten, want deze zomer lang serveert het team een ‘Pre-Triënnale’ met tweewekelijkse zondagse gesprekken met boeiend volk. Een van de sterkhouders van het, qua bezetting, bescheiden Triënnale-team is Els Wuyts uit Oostende.

 Els Wuyts: ‘Ik ben hier twee jaar voor de tweede editie van Triënnale Brugge beginnen te werken als assistent-curator en was meteen gewonnen voor het concept en gefascineerd door de context Brugge en de keuze voor hedendaagse kunst en architectuur. Ik kom zelf voor de volle honderd procent uit de beeldende kunst, heb kunstgeschiedenis gestudeerd in Gent en ben onder andere aan de slag geweest in het Gentse S.M.A.K. en later bij het kunstenfestival Beaufort. Ik ben een absolute fan van kleine en grote initiatieven rond hedendaagse beeldende kunst, lokaal en internationaal.’

EXit: Wat doet een curator tussen twee Triënnales door?

Els: ‘Ik ben een deeltje van het vierkoppige curatorenteam (LF. samen met Till-Holger Borchert, Michel Dewilde en Santiago Dewaele) en dat is mijn hoofdactiviteit. Op dit moment zijn we verder bezig met de herbestemmingen van de installaties van de jongste editie, zoals bijvoorbeeld met ‘Skyscraper (the Bruges Whale)’ van StudioKCA die tijdelijk naar Utrecht is verhuisd. Voorts wordt nu hard gewerkt aan het zomerprogramma ‘Pre-Triënnale Brugge 2019’ dat in het teken staat van ‘ontmoetingen’, en plaatsvindt in het populaire URB EGG-café dat deze keer neerstrijkt aan de Koninklijke Stadsschouwburg.’

EXit: Ontmoetingsmomenten?

Els: ‘We willen graag een aantal thema’s levendig houden die vorg jaar tijdens ‘Liquid City | Vloeibare Stad’ naar boven kwamen drijven. Hier gaan we verder mee aan de slag. We zullen het hebben over hedendaagse kunst en architectuur in de publieke ruimte, solidariteit, gemeenplaatsen en stadsvernieuwing. De laatste zondag is helemaal gewijd aan het feestjaar van 150 jaar Koninklijke Stadsschouwburg en hebben we het onder andere met Peter Roose en Steven Slos over de veranderingen waar stadstheaters wereldwijd mee te maken hebben. Kan de schouwburg een open huis zijn, een plek waar naast traditionele producties ook plaats is voor improvisatie en participatie? En kan het een katalysator zijn voor stadsvernieuwing? Net zoals De Republiek en De Biekorf, die net als het huidige URB EGG-café ontwikkeld werden in samenwerking met het Brugse Architectuuratelier Dertien12.’

EXit: En wat zijn jullie plannen rond hedendaagse kunst en architectuur in de publieke ruimte in Brugge?

Els: ‘We wilden in deze tussentijdse periode aandacht geven aan de standbeelden en stadsbeelden die elke dag te zien zijn in Brugge. We lopen er misschien vaak aan voorbij, maar er zijn heel wat hedendaagse sculpturen en vernieuwende architectuurprojecten die echt de moeite zijn om onder de loep te nemen. De diversiteit is enorm en biedt stof tot dialoog en discussie. We willen vooral onder de aandacht brengen wat langs straten, pleinen en bruggen dagelijks zichtbaar is, van het Concertgebouw tot een installatie van Giuseppe Penone. We doen dat niet alleen met een gesprek op zondag 14 juli, maar ook met een stadsplan waarin we een selectie van heel uiteenlopende kunst- en architectuurprojecten aanduiden over de verschillende buurten en deelgemeenten heen.’

EXit: Hoe zit het met herbestemmingen of recyclage van materialen van de laatste Triënnale?

Els: ‘Sommige installaties krijgen een nieuw leven, andere worden gerecycleerd en voor enkele werken wordt nog een oplossing gezocht. Zo werd het werk van de Belgische kunstenaar Renato Nicolodi (ACHERON I, ter hoogte van de Duinenbrug aan het Grootseminarie) in samenspraak met de kunstenaar afgevoerd. Het bestond immers uit een houten constructie en was bedoeld om na enkele maanden te worden afgebroken.’ Voor ‘MFS III – Minne Floating School’ aan het Minnewater, ‘INFINITI’ van de Brugse architect Peter Van Driessche (de verticale woontoren op de site Oud Sint-Jan) of ‘UrbanModeL’ van Wesley Meuris zijn er verschillende pistes mogelijk. Elke keuze heeft inhoudelijke vraagstukken en financiële gevolgen wegens afbraak, transport en heropbouw.’

EXit: En wat gebeurt met de ideeën rond de godshuisjes?

Els: ‘Ruimteveldwerk ontwikkelde een traject met de bewoners van godshuis Sint-Trudo aan de Garenmarkt om het te hebben over de vele passanten of toeristen die in ‘hun’ tuin op bezoek kwamen, over wat privéterrein of publieke ruimte kan betekenen, maar ook over de waarde van als gemeenschap voor elkaar op te komen, zorgen te delen, mooie feestelijke momentjes te organiseren. Samen met OCMW (Mintus) vervolgen ze hun project ‘G.O.D.’ in andere Brugse godshuizen. Op 28 juli zullen ze samen met Filip Berte een kunstinterventie brengen in Godshuis St.-Jozef – De Meulenaere, waarin ze ook nieuwkomers en asielzoekers betrekken. Die dag is er ’s morgens een gesprek rond solidariteit samen met de gastcurator van Theater aan Zee Lucas De Man. Het motto van dit festival sluit goed aan bij die ochtend: “Het is aan Jou. Het is aan Mij. Het is aan Ons.”, een ideale link om betrokkenheid en engagement bespreekbaar te maken.’

 EXit: Schepen van Cultuur Nico Blontrock ziet Triënnale Brugge graag uitbreiden naar de randgemeenten.

Els: ‘Daarom verkennen we nu al een aantal locaties in de rand, en doen we een heleboel verkennende gesprekken. Dat is een uitdaging, net als de vraag naar betrokkenheid van lokale spelers. We kiezen uiteraard graag voor kwaliteit, want waar een culturele partner of creatieve geest van afkomstig is, maakt eigenlijk niet uit. Het verlangen om voor een aantal maanden Brugge op een andere manier te kunnen beleven, staat voorop.’

‘In september wordt allicht het thema van Triënnale Brugge 2021 bekend gemaakt dat wel eens heel anders kan zijn dan de vorige editie. We spreken niet dezelfde verwachtingen aan, we willen onszelf en het concept telkens opnieuw herdenken. Het team zal ook aanwezig zijn in het URB EGG-café op het Schouwburgplein om de zomer feestelijk af te sluiten en de toekomst tegemoet te gaan.’ (LUC FOSSAERT)

 

Bruggeling Jef Stroo debuteert met ‘Het Blauwe Schrift’

Ja, er zijn nog (kleine) uitgeverijen in Vlaanderen die investeren in debuten, hoewel de aandacht ervoor in de klassieke media en boekenbijagen zeer beperkt is. Zo bereikte ons het debuut van Bruggeling Jef Stroo, ‘Het Blauwe Schrift’, uitgegeven door Sterck & Devreese (dat zich nochtans vooral specialiseert in non-fictie).

Het verhaal speelt zich af in de periode tussen de twee wereldoorlogen en wordt opgehangen aan de figuur van ene Karel Becue. Becue laat het puin van de Grote Oorlog en zijn verleden achter in de Westhoek. Hij ontmoet Anna Blomsfeld op een reis door Duitsland. Hij wordt daar herkend door een gewonde Duitse oorlogsveteraan en een gedeeld (passioneel) verleden wordt blootgelegd.

Later, in Brussel, ontmoet Karel Becue bij toeval Johanna Devreese en niet veel later koesteren Becue, de Duitse Anna en de Vlaamse Johanna een bijzondere liefdesrelatie. In september 1938 maakt Becue – ondertussen spraakmakende journalist van The Guardian – deel uit van een Engelse vredesmissie op Duitse bodem.

Lezer en professor Karel Van Nieuwenhuyse noemt het ‘een spannend en confronterend verhaal over de moedige keuzes van gewone mensen, meegezogen in de waanzinnige maalstroom van het fascisme’. (LF)

 Het Blauwe Schrift, Jef Stroo, uitgeverij Sterck & De Vreese

%d bloggers liken dit: