Exit Magazine

Maandelijks Brugs Cultuurblad

Topneeltip januari 202O

Nocturama, Theater De Spiegel & HERMESensemble
12 januari, 10.30, 14 en 16 uur (Concertgebouw Brugge)

In het museum van de nacht slaapt iedereen. Of toch niet? Terwijl de kinderen slapen, komen de nachtdieren tot leven. Ze willen in de dromen van de kinderen duiken en meegaan op avontuur. Nocturama is de allernieuwste productie van Theater De Spiegel. Het gezelschap focust al enkele jaren op muziektheater voor de allerkleinsten. Acteurs en muzikanten spelen met figuren, ruimte, muziek én publiek, wat leidt tot hartverwarmende voorstellingen. Theater De Spiegel stimuleert de nieuwsgierigheid, verwondering en fantasie van zowel kinderen als volwassenen. De muziek is van HERMESensemble, een Antwerps collectief voor hedendaagse muziek en kunst. Voor kinderen vanaf één jaar.

www.concertgebouw.be

Robert Devriendt in Parijs: Schilderen is topsport

(foto EDM)

De Brugse kunstenaar Robert Devriendt (°1955) is in januari de centrale gast van de Parijse Galerie Loevenbruck. Hij toont er het derde deel van zijn werk The Missing Script. In eigen stad dateert Devriendts tentoonstelling in Groeninge al van 2015. Een hint…?

 EXit: Een tentoonstelling in een Parijse, gerenommeerde kunstgalerij: hoe komt zoiets tot stand?

Robrt Devriendt: ‘Ik werk al meer dan tien jaar samen met Galerie Loevenbruck, die in het Quartier Latin gevestigd is. Een assistente van de galerie had hun op mijn werk gewezen tijdens een kunstbeurs in Parijs, en zo werd ik uitgenodigd om er te exposeren. Die dingen gebeuren gewoon, zoiets heb je helemaal niet in de hand.’

‘Nu toon ik er het derde deel van The Missing ScriptThe scent of burning wood. Laat ons zeggen dat de geur van brandend hout een van mijn lievelingsparfums is. Misschien wordt het branden van  hout ooit wel helemaal verboden en kunnen we een dergelijke geur alleen nog ervaren in de vorm van chemisch spul. Ik stel mij voor dat de mensen uit het derde deel op zoek zijn naar die ‘primitieve’ geur, en naar alles wat je erbij kunt fantaseren. ‘

EXit: Wat is het concept van de tentoonstelling?

Devriendt: ‘The Missing Script is een meerjarenproject waarbij elk schilderij dat ik maak in verhouding staat tot alle andere werken. Het gaat vooral over de combinatie van schilderijen. Wat gebeurt er als je twee of drie schilderijen met elkaar combineert? Elke kijker geeft andere betekenissen aan de confrontatie van beelden, en maakt eigen associaties. Er is niet één verhaal. Zelf ontdek ik soms jaren nadat het werk gemaakt is, betekenissen waarvan ik mij eerst niet bewust was. Natuurlijk bepaalt ook de manier waarop er geschilderd wordt de inhoud van het werk. De drang om betekenis te geven aan opeenvolgende beelden gebeurt zo automatisch dat je het nauwelijks beseft. Je ziet een schilderij van een auto in een bos, met ernaast een portretschilderij, en meteen gaat je fantasie aan het werk, of je nu wilt of niet.’

‘Het eerste deel van dit meerjarenproject had als titel Blind Seduction, waarbij ook de verleiding door het beeld centraal stond. In het tweede deel voerde ik een duister alter ego op. En nu, in het derde deel, situeer ik onder andere personages in een landschap. Ik zie het geheel van die schilderijen als een eigenzinnig storyboard waarbij de kijker een eigen script kan fantaseren, elk voor zich. In zekere zin voel ik me een filmregisseur. Tenslotte gaat het over wat er gebeurt in de hoofden van de toeschouwers en is het werk slechts een aanleiding. Maar wel een belangrijke aanleiding.’

EXit: U bent toch al een tijdje niet in Brugge verschenen met nieuw werk… How come?

Devriendt: ‘Naast Galerie Loevenbruck in Parijs werk ik ook nog met Galerie Baronian Xippas in Brussel. Dat is voor mij voldoende. Ik heb trouwens nog altijd goede herinneringen aan mijn tentoonstelling in het Groeningemuseum in 2015, die echt wel een succes was. Zelfs nu nog spreekt men mij erover aan. In principe sta ik open voor  deelname aan elke goede tentoonstelling. Maar het is wel zo dat ik lange tijd bezig ben aan een werk. Soms zonder ik mij lange tijd af om in alle stilte nieuw werk te kunnen maken, tot wanhoop van galeries en curatoren. Ik heb verschillende tentoonstellingen in Londen en New York geweigerd, omdat het qua tijd gewoon niet haalbaar was. Kwaliteit en intensiteit staan bij mij voorop. Maar toegegeven, ik heb zo mijn trucs om die afzondering aangenaam te maken. Elk uur verlaat ik mijn atelier en loop even de stad in, drink ik een thee of een koffie. Zo blijft de relatie ten opzichte van mijn werk fris. Ooit zei iemand me dat het soort werk dat ik maak te vergelijken is met topsport, zoiets houdt je geen acht uur op een dag vol. Ik ben het daar volledig mee eens.’

EXit: U houdt ook van teksten schrijven en fictie. Wordt dat een aanvulling op uw beeldend werk?

Devriendt: ‘De laatste jaren heb ik naast het schilderen ook heel intensief geschreven. Fictie. Uiteraard zijn er linken tussen beide disciplines, maar de teksten verklaren mijn schilderijen niet. Eerder schreef ik het boekje Schilderen – iets tussen dagboek en essay-  dat intussen niet meer te verkrijgen is. Ik zie nog wel wat ik met de nieuwe teksten aanvang.’ (LF)

 

THE MISSING SCRIPT, Part 3. The scent of burning wood. Galerie Loevenbruck, 6, rue Jacques Callot, 75006 Paris. Van 24 januari tot 7 maart 2020

 

‘Ruimte voor meer subsidies’

Burgemeester Dirk De fauw :‘Er komt in deze legislatuur ruimte om de subsidies te verhogen’

(foto EDM)

Die verkiezingszondag in oktober 2012 zal Dirk De fauw zich wellicht levenslang herinneren. Als gedoodverfde kandidaat burgemeester speelde hij te elfder ure de sjerp kwijt, tegen de brede verwachting in. Zes jaar later speelde hij op veilig en haalde in oktober 2018 de bekroning binnen. Vandaag toont zijn college een verrassende eensgezindheid en een neus voor grote projecten. Een gesprek.

EXit: Hoeveel drukker is het leven met een burgemeesterssjerp geworden?

Dirk De fauw: ‘Mijn leven was al behoorlijk druk, maar nu is alles toegespitst op dat burgemeesterschap. Vroeger deed ik aanvullend nog heel wat advocatenwerk, maar daar is weinig tijd meer voor. Maar ik bof, mijn oudste zoon is in de praktijk gestapt. Ik word nu volledig ‘losgelaten’.’

‘De tijd die je vandaag aan de politiek besteedt, is veel ruimer geworden. Als ik vergelijk met mijn loopbaan als schepen, gedeputeerde of OCMW-voorzitter stel ik vast dat ik vroeger meer tijd overhield voor andere zaken. Naast de politiek volg ik nu ook nog de verplichte bijkomende opleiding als advocaat, die gelukkig via de computer verloopt. Daarnaast probeer ik ook nog wat sportieve prestaties af te leveren, maar dat wordt steeds moeilijker. Bij de laatste Kerstloop kon ik wel de zes kilometer in 37 minuten lopen.’

 

EXit: Met de deur in huis: Gent en Leuven zetten volop in op cultuur. Gent investeert maal vier in zijn gebouwen, Leuven steunt jonge starters.

De fauw: ‘Zowel in het verleden als in de toekomst doet Brugge zware inspanningen op het vlak van cultuur en vooral op het vlak van infrastructuur. De plannen voor een cluster-cultuur op de Biekorf-site is een mooi voorbeeld daarvan. Er is de nieuwe museumsite op de gronden van Sint-Andreas (Groeninge), geraamd op een kleine 30 miljoen euro, met de sluitende garantie dat het voor die prijs (28,5 miljoen) wordt gebouwd. Wat de aannemers voorstellen, moeten ze bouwen. Alleen kan de Stad nog aanvullende werkzaamheden vragen bovenop dat budget. Dit is een les die we uit het verleden hebben geleerd, zoals met de bouw van het Concertgebouw dat uiteindelijk veel meer kostte dan gepland. Deze werkwijze passen we ook toe voor de bouw van het nieuwe Beurs- en Congresgebouw.’

EXit: Geldt die werkwijze ook voor de verbouwing van de site-Biekorf?

De fauw: ‘Nee, dat is een geval apart, dat werkt nog volgens het oude principe. Hier worden de werken geraamd op 9 miljoen euro, maar er is ruimte voorzien voor bijkomende werkzaamheden. De architect Lennaert Claeys, van Dertien 12, kwam aanvankelijk uit op een veel groter bedrag, maar dat hebben we gemilderd. Anderzijds, je voelt hier een geweldige flow bij de medewerkers en bij de partners (Biekorf, Cultuurcentrum…). De mensen van de bibliotheek hadden dit helemaal niet verwacht. De hele verbouwingsidee kwam uit de koker van Dertien 12 en de mensen van De Republiek. Tenslotte investeren we 3,45 miljoen euro in een regionale erfgoedfabriek.’

EXit: Politici leiden een druk leven. Tijd om boeken te lezen is er niet, beklaagt Rik Torfs zich.

De fauw: ‘Klopt, tijd vinden is bijzonder moeilijk. Ik heb nu net ‘Durf!’ van Bart Verhaeghe (CEO Club Brugge) gelezen, een dun boekje dat je tijdens een vliegtuigvlucht kunt lezen. Daarnaast lees ik geboeid in ‘Grand Hotel Europa’ van Ilja Leonard Pfeijfer, maar dat verloopt in veel etappes. Het gekke is dat ik bijzonder veel boekentips van boekenfans krijg. Maar eerlijk, ik heb geen tijd. En onze vrije tijd (met echtgenote) gaat vooral naar avontuurlijk reizen. Kamperen in een tentje op het dak van een jeep in Zuid-Afrika en Mozambique en genieten van een kampvuur… tijd om te lezen is er dan niet meer.’

 EXit: Het hoofdstuk ‘werkingssubsidies 2020: de culturele sector reageert ontgoocheld. Begrip?

De fauw: ‘Die boodschap is nog niet tot bij mij doorgedrongen, maar misschien wel tot bij Nico (LF. Nico Blontrock, schepen van Cultuur). Ik begrijp dat men gehoopt had op een forse inhaalbeweging, maar anderzijds moesten wij ook consequent handelen. Als Cultuur moest stijgen, dan ook Jeugd en Sport, en dat konden we niet doen. Maar ik ben ervan overtuigd dat er tijdens deze legislatuur ruimte zal komen om de subsidies te verhogen. Vergeet ook niet dat we nu aantraden met een nieuwe ploeg, een nieuwe burgemeester en een nieuwe schepen van Financiën, waardoor we onze berekeningen achteraf een beetje moesten aanpassen en corrigeren. Van een tekort kwamen we dan toch uit op een reserve aan middelen.’

EXit: Is het burgemeesterschap voor u de bekroning van een politieke carrière?

De fauw: ‘Ik vind van wel, hoewel ik alle voorgaande functies met heel veel plezier heb gedaan. Dit is nu de meest ingrijpende en boeiendste periode in mijn leven. Je wordt elke dag, elk uur, met steeds andere dossiers geconfronteerd.’

‘Of ik de sjerp verwacht had? Eerlijk, ik heb het altijd gedroomd. Zes jaar geleden was ik echter veel zekerder van mijn stuk en dat viel dan serieus tegen. Het was een heel speciale zondag toen (oktober 2012).’

‘Ik heb van mijn partij altijd alle kansen gekregen, maar ik heb steeds verkondigd dat ik vooral een job ambieerde op het lokale of op het regionale niveau. Het burgemeesterschap is derhalve een bekroning.’

 EXit: Uw twee voorgangers, Patrick Moenaert en Renaat Landuyt, hebben zich sterk geprofileerd op het vlak van cultuur. Is dat ook uw terrein?

De fauw: ‘Pas op, Renaat deed dat omdat hij ook schepen van Cultuur en schepen van Toerisme was. Anderzijds hoor(de) ik vaak uit de culturele sector dat hij weinig bereikbaar was. Burgemeester zijn is een voltijdse job, je hebt geen tijd voor andere zaken. Ik vind cultuur trouwens te belangrijk om het ‘erbij’ te nemen en dat geldt ook voor toerisme. Patrick daarentegen heeft zich cultureel geprofileerd omwille van het Concertgebouw en Brugge 2002. Hij was natuurlijk dominant aanwezig.’

EXit: Het stadsbestuur pakt uit met een nieuw evenement: Wintergloed. Tevreden?

De fauw: ‘Het was gedurfd, maar ik denk dat het geslaagd is. Er was aanvankelijk veel kritiek, onder meer vanuit het Brugse Handelscentrum dat de verhuis van de ijspiste slecht verteerde. Maar wij wilden iets totaal nieuws en kwaliteitsvol. Er waren uiteindelijk twee kandidaten, en het schepencollege koos voor het Wintergloed-model.’

EXit: Een vraag die in een interview niet mag ontbreken: de nieuwe concertzaal van Muziekcentrum Cactus op het Kanaaleiland. Wachten op Godot?

De fauw: ‘Het dossier is eindelijk binnen, tot en met de langverwachte omgevingsvergunning. Ik denk dat er nu niets meer kan dwars liggen. Binnen het schepencollege heerst de overtuiging dat het nu of nooit is. Het budget ligt al heel lang vast: de Stad met 800.000 euro, de Provincie met 200.000 euro en Vlaanderen met 1.200.000 euro. Dit dossier is helaas vreselijk ingewikkeld. De locatie was een heikel punt, net als heel wat opduikende technische problemen zoals met de riolering. Tenslotte was er ook vertraging als gevolg van de gezondheidsproblemen van de architect (LF. Ievan Decoster die ook de Magdalenazaal heeft gebouwd). Noteer maar: definitieve datum voor de werkzaamheden, medio 2020.’

 EXit: Het Concertgebouw. Daar was de vraag veel groter dan het aanbod.

De fauw: ‘We konden natuurlijk geen uitzondering maken voor het Concertgebouw, terwijl iedereen moet besparen. Dat zou niet te verantwoorden zijn. We investeren wel fel in het gebouw (LF. 712.400 euro) voor onderhoud en andere verplichtingen. Wij dragen alle kosten. Bovendien ontvangen ze 472.891 euro voor de artistieke werking. Voeg daar nog de stevige bijdrage van Vlaanderen (3,12 miljoen euro) bij. Maar ik begrijp hun verzuchting. Wat we bijkomend hebben gedaan is de besparing op infrastructuur die de voorbije drie jaar werd opgelegd door de Stad ongedaan maken.’

EXit: Een ander moeilijk dossier is dat van de Sint-Godelieveabdij in de Boeveriestraat. De kogel geraakt niet door de kerk.

De fauw: ‘Ik ga de kroon niet ontbloten, maar binnen twee maanden komt er een totaal nieuwe switch op dat vlak. Plannen waarmee Brugge een voorbeeld zal zijn voor heel Vlaanderen over hoe men moet omgaan met religieus erfgoed. Het plan gaat zelfs verder dan alleen maar met de abdij. Ook het project Engels Klooster (Carmersstraat) start binnenkort met geleide gidsbeurten in een nog bewoond klooster.’ (LUC FOSSAERT)

 

Nieuwjaarsbrief van Filip Strobbe, directeur Cultuurcentrum Brugge

(foto EDM)

Beste Bruggeling,

Wanneer de laatste bezoekers van de Koninklijke Stadsschouwburg van Brugge de zaal en het foyer hebben verlaten en ook de artiesten zijn vertrokken, loont het de moeite om eens gewoon te luisteren. Zelfs al is er geen levende ziel in het gebouw, toch hoort u af en toe kraken, piepen, kermen en een soort gezucht. De oppervlakkige waarnemer zal dit toeschrijven aan het zetten van de houten balken of het afkoelen van de metalen theaterspots of aan de verwarming die vreemde geluiden maakt. Mijn collega’s en mezelf kunnen u echter een geheim verklappen: dat is niet de oorzaak. Wat u hoort, is het ademen, het kreunen en het genieten van de honderdvijftigjarige dame. Bij deze weet u het: de schouwburg leeft.

‘We shape our buildings and afterwards they shape us’, zei Winston Churchill. De schouwburg werd opgericht door een ambitieus stadsbestuur dat meteen voor het mooiste, maar ook voor het duurste ontwerp koos. Maar zelfs met dit startkapitaal had het project ook een mislukking kunnen worden. In de beginjaren waren de meningen over de nieuwe schouwburg erg verdeeld. Als het een troost kan wezen voor vandaag: honderdvijftig jaar geleden was de samenleving niet minder verdeeld dan nu en werden de verschillende meningen ook niet altijd subtiel geformuleerd. Een van de notoire tegenstanders van de nieuwe schouwburg was Guido Gezelle. De dichter die zijn tijd ver vooruit was, had geen goed woord over voor wat hij een duivels oord van verderf noemde. Hij vreesde dat het aantal onwettige geboortes in Brugge zou stijgen door ‘ ‘t vrouwvolk dat de theaters bezoekt’.

Diezelfde Guido Gezelle mocht enkele jaren later aan zijn baas, de bisschop, komen uitleggen waarom hij in de schouwburg was gesignaleerd tijdens een voorstelling. Er is geen enkel bewijs dat hij zich liet overhalen door de argumenten van zijn tegenstanders. De enige rationele verklaring is dat de koppige pastoor zich liet betoveren door de nog jonge dame die toen al een eigen leven leidde. De schouwburg is immers even koppig. Na honderdvijftig jaar is het voor haar medewerkers nog altijd onvoorspelbaar welk effect ze zal hebben op de bezoekers. In het beste geval zitten we er maar een klein beetje naast.

De kracht van haar betovering valt echter voor geoefende oren feilloos waar te nemen. Na de voorstelling kunt u aan de vestiaire, op de trappen of in het foyer aan het timbre, de tonaliteit en de intensiteit van het geroezemoes horen hoe de voorstelling is geweest. In het slechtste geval wijst een stilte op onverschilligheid, in het beste geval wijst een sprankelende klankenwolk op euforie. De medewerkers en de artiesten doen hun best om van elke voorstelling een feest te maken. Maar of de betovering zijn werk doet, hangt af van de genade van de oude dame. Ze leeft niet alleen, ze geeft ook leven. Zou het daarom zijn dat we over de schouwburg onbewust spontaan in vrouwelijke vorm praten?

Eind september 2019 was ze voor de viering van haar verjaardag bijzonder mild gestemd. Honderden mensen woonden in de kledij van haar jeugd een knappe musical bij. Opvallend: niemand was verkleed in Guido Gezelle, nochtans de beroemdste Bruggeling uit die tijd. Niemand had daar blijkbaar aan gedacht. Misschien was dit wel een subtiele knipoog van de oude dame: ze houdt niet van opgeheven vingertjes. Wat binnen haar muren wordt getoond, moet niet noodzakelijk stichtend zijn of andere morele doelstellingen dienen, of dat nu de versterking van de Vlaamse identiteit is of de bevordering van de sociale gelijkheid. De oude dame zorgt er zelf wel voor dat goed gemaakte kunst tot een betere wereld leidt en laat zich daarbij door niemand sturen.

Ook in het nieuwe jaar zal de schouwburg in al haar vergulde glorie schitteren dankzij straffe kunstenaars, een gemotiveerde ploeg medewerkers en een talrijk en enthousiast publiek. Ze verlangt naar u. De schouwburg leeft, lang leve de schouwburg.

De beste wensen voor een nieuw, warm cultureel jaar!

Filip Strobbe

Directeur Cultuurcentrum Brugge

 

De playlist van het jaaroverzicht: de EXit-Awards 2019

JANUARI: De jongste gemeenteraadsverkiezingen van 2018 hebben duchtig aan de boom geschud en een vernieuwde ploeg doen aantreden. Het ambt schepen van Cultuur, in het verleden meestal bij sp.a geparkeerd, ging naar CD&V-stemmenkanon Nico Blontrock, die vanuit het niets de vijfde plaats op de populariteitspoll wegkaapte.

In de jaarlijkse EXit-nieuwjaarsbrief belooft Lieve Moeremans, directeur Brugge Plus, ‘zes boeiende jaren’ en Brugge ‘als een plek waar kwaliteit primeert boven kwantiteit.’

********************

FEBRUARI: Brugge en kant blijft een succesvol verhaal,: het Kantcentrum (Balstraat) beleeft publiekstoppers. NV-A-raadslid Martine Bruggeman publiceert een schitterend naslagwerk over ‘Kant in Vlaanderen’ en belooft een internationale tentoonstelling in 2020 in Brugge.

Eveneens een bijzondere prestatie: de Brugse Klara-stem Sylvia Broeckaert verrast met het boek ‘Iedereen Opera’, een absolute must read die alle muzikale aspecten van opera aan bod laat komen, van 1600 tot nu.

******************************

MAART: Nico Blontrock, de nieuwe schepen van Cultuur, bekent (in EXit) dat hij, met het oog op de verkiezingen, ‘heeft gegokt, gewonnen en de bevoegdheid gekregen die ik ambieerde’. In de obligate interviews voor nieuwkomers doet hij echter geen enkele belofte: ‘Een verhoging van de subsidie voor de cultuursector zit er voor niemand in’ luidt de waarschuwing. Nochtans hadden enkele grote spelers (Cogebo, MAfestival,….) luidop gehoopt op een forse inhaalbeweging. Blontrock belooft wel enkele eigen accenten: inzetten op het Kantcentrum (‘Een pluim die ik op mijn hoed mag steken’), een week van het Brugse dialect en luisteren naar alle cultuurspelers. Uiteraard krijgt het initiatief De Stadsrepubliek de volle steun en middelen.

                                 *********************

APRIL: Andere koek: de Emmaëusparochie pakt uit met een zeven pagina’s tellend document dat het Brugse (leegstaande) kerkenlandschap moet hertekenen. Enkele kerken staan te koop en met die opbrengst wil men een nieuwe kerk bouwen in de Abdijbekestraat. Vooruit zien is hier de boodschap. En het is een evidentie: Brugge moet nadenken over ‘een kwart van de oppervlakte van de binnenstad die gelinkt is aan religieus erfgoed’. Dankzij het project ‘Sacred Books, sacred libraries’ van het Brugse raadslid Doenja Van Belleghem wordt nu gezocht naar een nieuwe toekomst voor zowel Het Engels Klooster (Carmersstraat) als voor het klooster van de ongeschoeide Karmelieten (Ezelstraat).

Een verwant dossier is dat van de (grotendeels) leegstaande Sint -Godelieveabdij in de Boeveriestraat. Een bestemmingsplan van Eric Van Hove bekoorde het vorige stadsbestuur niet, maar onder de leiding van Ingrid Leye schieten de plannen op. ‘Een museum moet men niet verwachten, het gebouw moet leven’, zegt ze in een EXit-interview.

Een terechte museumblikvanger was de boeiende en succesvolle tentoonstelling ‘Meesters van de Spaanse barok’ in het Sint-Janshospitaal.

********************************

 MEI: Het dossier rond de nieuwe museumsite verhuist uiteindelijk van de Jakobinessenstraat (KTA-site) naar de schoolsite van Sint-Andreas (Groeninge). De nieuwe aanpak oogst lof en waardering. Onze architectuurwatcher geeft goede punten wegens ‘verstandig advies gevraagd, goed onderhandeld en kordaat beslist’. Scholengroep Sint-Trudo, waaronder het Sint-Andreasinstituut, deed flink wat water bij de wijn. Hebben ze nog spijt van. (…)

EXit eert graag zijn (Brugse) schrijvers. Deze maand met ‘Confituurwijk’, een veelbelovend literair debuut van Femke Vindevogel bij uitgeverij Van Oorschot.

Goed nieuws ook uit de Biekorf-bibliotheek: een grootschalig gebruikersonderzoek van de VUB, waaraan 1.500 Bruggelingen deelnemen, scoort ‘excellent’. En voor wie zich zorgen maakt over de gestage ontlezing, vorig jaar nog telde de Biekorf meer dan een half miljoen ontleningen. Hallo PISA-rapport.

*****************************************

JUNI: Het was stormlopen voor de langverwachte opening van het grondig gerenoveerde Gruuthusepaleis, een gigantisch karwei dat vijf jaar in beslag nam. De blikvanger bleek echter het hedendaagse bezoekerspaviljoen op de binnenkoer te zijn. Kritische stemmen tekenden uiteraard present, met boeman Unesco achter de hand. Curator Aleid Hemeryck sust de tegenstand: ‘Geef het gebouw een eerlijke kans…. En wat tijd.’

Juni is steevast ook de maand waarop het zeer ambitieuze Concertgebouw ons verblijdt met een nieuw seizoen vol topstukken rond het dichterlijke thema Ik ben weer velen, een vers van dichteres Maud Vanhauwaert. Nog meer vrouwelijke force belooft schrijfster en activiste Dalilla Hermans, ingehaald als seizoensdenker over (maar niet alleen) muziek. Citaat: ‘Schoon hoe muziek een universele taal spreekt die net als geuren en aanrakingen meteen naar de bron gaat van ons zijn.’

Het Concertgebouw staat, als Vlaamse Kunstinstelling, jaar na jaar klaar voor heel wat extra-verantwoordelijkheden en verwachtingen (die steeds meer geld weghappen uit het budget). Gevraagd naar hun opdracht antwoordt artistiek directeur Jeroen Vanacker: ‘Relevant zijn’. Geslaagd.

********************************

JULI: De twee vakantiemaanden par excellence staan bol van muziek en evenementen. Feest in ’t Park, de traditionele opener, bestaat bij deze dertig jaar, Cactus leverde een 38ste editie af met een krachtige affiche met sterke vrouwen (Cat Power), Belgische toppers (Trixie Witley en buitenlandse kleppers (Joe Jackson). En Burgrock blies vijftien kaarsjes uit.

Na het Concertgebouw kon ook de jarige Stadsschouwburg niet achterblijven met een feestprogramma, onder leiding van haar kersverse directeur Filip Strobbe. Ze slaan de handen in mekaar met 32 verschillende partners. Beloofd: een feestelijke afsluiting van het jaar met een Oudejaarsbal, samen met The Bruges Brothers. Een traditie die tot leven wordt gewekt.

**********************************

AUGUSTUS: Brugge eert ook zijn kunstenaars, zelfs Jan De Cock die zijn oog liet vallen op een majestueus pand langs de Spinolarei. Zijn bescheidenheid is legendarisch. Laat hij optekenen in Knack: ‘Ik ben de eerste Vlaamse primitief die naar Brugge terugkeert. Hij belooft vuurwerk. Waarom? ‘Zoals Conscience zijn volk leerde lezen, zo leer ik mijn volk kijken’.

Een uitgeweken Bruggeling, auteur Bart Moeyaert, kaapte de prestigieuze en lucratieve Astrid Lindgrenprijs weg en genoot met volle teugen van een huldevolle ontvangst in het Brugse stadhuis.

Voorts stond augustus 2019 in het teken van interessante muziekfestivals, zowel met het hippe Bomboclat op het Zeebrugse strand als met het vertrouwde MAfestival . Op straten en pleinen viel te genieten van een gesmaakt Moods!

**********************************

SEPTEMBER: Vandaag telt Vlaanderen bijna meer schrijvers dan lezers, het boek in eigen beheer maakt furore. Anderzijds krijgt kwaliteit altijd een forum: de Brugse historicus Dominiek Dendooven schrijft een eervol portret over ‘de vergeten soldaten van Wereldoorlog I’, bedoeld: de tienduizenden Chinese en Indiase soldaten die hoopten op meer vrijheid.

Een striptalent pur sang, Bruggeling Olivier Schrauwen, heeft sinds vele jaren zijn tenten opgeslagen in Berlijn, en verrast ons met het ‘Portret van een zuipschuit’. Brugge krijgt een rolletje toebedeeld.

Jeugdauteur Brigitte Minne keert terug naar haar geboortestad en opent zowel een poppentheatertje als Galerie Magiek in de Moerstraat.

*************************************

OKTOBER: Terwijl Brugge kreunt onder de toeristische pletwals pakt de Stad uit met een toeristisch plan: ‘Een klavertje vier’. Voortaan wordt gekozen voor beter in plaats van meer, maar de jaarlijkse 8 miljoen bezoekers blijven welkom. Cruises ook.

**********************************

NOVEMBER: Het gedwongen samengaan van Vrijstaat O. (Oostende) en De Werf (Brugge) in KAAP leidt tot een nieuw soort muziekfestival: AMOK, goed voor 3.200 bezoekers. Er komt een vervolg in 2020, belooft curator Pieter Koten.

Het Brugge-boek van het jaar is ongetwijfeld ‘Brugge, een middeleeuwse metropool’ van auteur Jan Dumolyn. Stevig teamwork overigens vol nieuwe inzichten, gevat in een schitterende uitgave.

*******************************

DECEMBER: Het voorgaande (december)nummer van EXit staat in het teken van nummer 300 . Het zet oud-burgemeester Patrick Moenaert nog eens in de redactionele bloemetjes. Citaat: ‘Moenaert slaagde er in korte tijd in om de basis te leggen van Brugge als cultuurstad’. Gent moest tandenknarsend toezien hoe deze stad in no time een Concertgebouw binnenhaalde. Brugge werd wakker en hoe! (LUC FOSSAERT)

 

****************************

 

Kerst vieren met nieuwe EXit

 

Net voor Kerst ligt alweer een nieuwe EXit op de juiste afhaalplekken. Bovendien maakt u kans op de exclusieve Marec-cultuurkalender. Mailen daarvoor naar exitbrugge@gmail.com en u bent in the running voor een gratis exemplaar. Voorts: een interview  met burgemeester De fauw over de cultuursubsidies, een gesprek met kunstenaar Robert Devriendt en de playlist van het jaaroverzicht ofte de EXit-Awards. Lezen, nu.

 

De nieuwe Lumière-brothers

 

(foto EDM)

 Met Andreas Vermaut en Simon Vanbeylen komen bij Cinema Lumière in Brugge twee twintigers aan het roer. Een nieuw geluid, op een ogenblik dat de Vlaamse stadsbioscopen zich in het algemeen beraden over toekomstige Vlaamse steun aan de auteurscinema in Vlaanderen. Hallo, Jan Jambon?

De cinema is dood, leve de cinema. Al jaren wordt in publicaties allerhande de nakende dood van de cinema aangekondigd. Eerst was er de opkomst van televisie, later de commerciële zenders, nog wat later Netflix of streaming on demand. En toch. In Europa neemt het aantal bioscooptickets niét af, wel integendeel: 1,26 miljard tickets in alle EU-lidstaten samen. Idem voor België. Al jaren vrij stabiel: we komen van zo’n 20 miljoen tickets in 1980 naar 19.500.000 tickets in 2016 en 19.555.375 in 2017. Het grootste pak daarvan komt natuurlijk van de multiplexen à la Kinepolis, maar ook de arthousecinema’s doen het hier meer dan behoorlijk.

Met zes zijn ze in Vlaanderen, een stedelijk fenomeen bij uitstek: Cartoon’s in Antwerpen, Sphinx en Studio Skoop in Gent, Budascoop in Kortrijk, ZeD in Leuven en Lumière in Brugge. Straks komt daar nog eentje bij in Mechelen, maar wie hun cijfers bekijkt, merkt meteen dat deze stadsbioscopen écht wel meer dan een kleine niche bereiken. Heel concreet? In Brugge trekt Lumière per seizoen meer bezoekers dan pakweg Cercle Brugge. En in tegenstelling tot de gewezen ploeg van ’t Stad gaan de cijfers van Lumière hier nog altijd in stijgende lijn: van 52.786 bezoekers in 2014 over 69.672 in 2016 tot 72.897 in 2018. Tweeënzeventigduizend bezoekers, dat moet je toch verdienen…

Zeker, de tijden zijn lang voorbij dat de piepjonge Jan De Clercq hier in Brugge met de filmclub Skratsj in alle mogelijke en onmogelijke achterafzaaltjes aandacht moest vragen voor wat toen nog de ‘niet-commerciële film’ heette. Nu maakt Lumière in Brugge deel uit van een grotere Lumièregroep, met hoofdzetel in Gent, waar de eigen cinema-activiteiten maar een klein onderdeel meer vormen en met name de distributie van films en vooral ook televisieseries steeds meer gewicht én aandacht krijgen: de digitale wereld is bij een uitstek een snel evoluerende wereld, en wie daarin niét mee is (of meegaat), die mag het zéker schudden.

 

Moeilijk moment

Enkele jaren geleden nog, in 2014 met name, kende Lumière in Gent een moeilijk moment en moesten er op de hoofdzetel zelfs mensen afvloeien, maar uiteindelijk kwam er toch een doorstart, onder meer dank zij de financiële inbreng van FinCo, die binnen de grote Lumière-groep een minderheidsparticipatie van 40% nam. Deze FinCo is een zogenaamd private equity investeringsfonds rond de figuur van Hubert Plouvier, een man die zélden in de schijnwerpers komt, maar in de tabel van Rijkste Belgen van Ludwig Verduyn toch maar prominent op de 131ste plaats prijkt: niet min, dus.

FinCo stelt zich op als middel- tot lange termijn investeerder en richt zich op gevestigde KMO’s met goede cashflow en groeipotentieel. Verduyn: ‘FinCo heeft een hands-on aanpak, bepaalt actief mee de strategie, te samen met het management van het bedrijf, maar treedt niet operationeel op.’ In de portefeuille van FinCo zitten onder meer de onlinedrukkerij Zwart op Wit, de 3D-specialist Argon Measuring Solutions en de Antwerpse Bafa-vliegschool, broederlijk naast de Lumière-groep. Op zich niks mis mee: als de auteurscinema in Vlaanderen wil overleven, dan kan zij maar beter een stevige (ook financiële) structuur achter zich hebben, maar anderzijds wil dit natuurlijk wel zeggen dat ook een cultureel product als de auteurscinema zich zo niet straffeloos kan onttrekken aan winst- of rendabiliteitscijfers: de rekening(en) moet(en) kloppen.

En daar wringt nu juist het schoentje. In zijn interessante thesis als master in cultuurmanagement (‘De stad als partner voor het businessmodel van een stadsbioscoop’) toont Andreas Vermaut overtuigend aan dat de stadsbioscopen in Vlaanderen erg belangrijk zijn voor de toekomst van de auteursfilm in Vlaanderen, maar dat zij het financieel lang niet altijd makkelijk hebben. Het Vlaams Audiovisueel Fonds, of kortweg VAF, publiceert jaarlijks cijfers waaruit alvast het volgende blijkt: zonder een bescheiden Europese steun – zo’n 13.000 tot 20.000 euro per jaar via het programma Europa Cinemas – en zonder de 17.500 euro ‘stimulanspremie’ van het VAF zélf, zouden nagenoeg àlle Vlaamse stadsbioscopen in het rood gaan. Vandaar: wie een mooie toekomst wil voor de auteurscinema in Vlaanderen, moet nieuwe uitwegen zoeken.

Eigen dynamiek

Dat begint bij de eigen dynamiek van de stadsbioscopen zélf. Creatief zijn, dùrven. De stadsbioscopen kunnen uitpakken met een abonnementsformule zoals dat bij UGC al bestaat, ze kunnen ook oude klassiekers in context brengen, of hun reguliere programma aanvullen met eenmalige vertoningen, zoals dat in de Sphinx in Gent en soms ook in de Budascoop in Kortrijk al succesvol gebeurt.

Een tweede stap leidt de stadsbioscopen naar hun respectieve stadsbesturen, want zoals Bart Somers, gewezen burgemeester van Mechelen, bij de omvorming van de oude stadsfeestzaal in Mechelen tot nieuwe stadsbioscoop getuigde: ‘De komst van de stadsbioscoop is goed nieuws voor Mechelen, maar ook voor Vlaanderen. Want stadsbioscopen liggen niet dik gezaaid en zeker niet die die de auteursfilm in het hart dragen. Dit project is een meerwaarde voor filmliefhebbers uit Mechelen en de ruime omgeving en brengt bovendien ook leven in het centrum van de stad. Deze nieuwe bestemming van de stadsfeestzaal is een stadsvernieuwingsproject én een leefbaarheidsproject tegelijkertijd.’

Om hun steden leefbaar en levendig te houden, moeten de diverse stadsbesturen dus wel uit hun kot komen. Antwerpen deed dat tot nog toe eigenlijk niet, maar Gent bijvoorbeeld steunde zowel Sphinx als Studio Skoop met een jaarlijkse toelage van 10.000 euro ‘als erfgoedinstelling’. Kortrijk heft een belasting op cinematickets, maar voorziet hiervoor een vrijstelling voor de Europese en de derde wereldfilm, waardoor Budascoop de facto goed weg komt. Brugge investeert dan weer fors in De Republiek, wat indirect ook Lumière ten goede komt. Kortom, de steden doén een inspanning, omdat ze ook wel de maatschappelijke meerwaarde van een bioscoop in het stadscentrum beseffen: goed voor het uitgaansleven, voor de veiligheid en voor de levendigheid van de stad.

Extra inspanning

Rest nog de derde stap, de Vlaamse overheid. Als steden hun stadsbioscopen concreet tegemoetkomen, moet ook Vlaanderen dan niet een extra inspanning leveren voor de auteurscinema als dusdanig? Want hoe wil Vlaanderen anders via het VAF een eigen Vlaamse filmproductie ondersteunen, als er straks geen plaatsen meer zouden zijn waar dergelijke films vertoond worden? Ok, Vlaanderen denkt nu aan een structurele erkenning van 20.000 euro voor de periode 2020-2022, maar anderzijds schaffen ze meteen de stimulanspremie van 17.500 euro af, zodat het voor de betrokken stadsbioscopen eigenlijk Tweedledee Tweedledum blijft.

Tja, keuzes maken? Vergelijk maar even met de Vlaamse subsidies voor pakweg toneel: met een tiende van het bedrag dat het Vlaamse ministerie van Cultuur jaarlijks spendeert aan het Antwerpse Toneelhuis alleen, namelijk meer dan 3 miljoen euro, met nog géén tiende van dat bedrag zou men vanuit Vlaanderen in elke stadsbioscoop een publiekswerker kunnen betoelagen, die dan zélf verdere inspanningen zou leveren om een breder publiek voor de auteurscinema te winnen. Publieksonderzoek bij de Antwerpse Cartoon’s wees al uit dat de stadsbioscopen goed scoren in de leeftijdscategorie van 55 tot 70 en van midden de 20 tot 35. Maar in de tussengeneratie van 35 tot 55 zit zeker nog groei, als men deze mensen tenminste via de juiste kanalen weet te bereiken: het kleine verschil, de grote gevolgen.

Welaan dan, I have a dream. Zou de Brugse schepen van Cultuur Nico Blontrock hier niet samen met De Republiek én Lumiere in Brugge een soort Staten-Generaal van de auteurscinema in Vlaanderen kunnen organiseren, mét deelname van de zes arthouse-cinema’s in Vlaanderen? Thema van de dag: hoe kan de nieuwe Vlaamse regering de auteurscinema in Vlaanderen concreet en daadwerkelijk steunen? Met tegen het eind van de dag ook de verzekerde aanwezigheid van de burgemeesters van de vier grootste (en betrokken) Vlaamse steden. Beeldt u zich even een groepsfoto in, met burgemeester Bart De Wever van Antwerpen (N-VA), Mathias De Clercq van Gent (Open VLD), Dirk De fauw van Brugge (CD&V) en Mohamed Ridouani van Leuven (SP.A), eendrachtig achter deze eenvoudige, beperkte maar heel duidelijke vraag: Vlaanderen, kom over de brug met financiële steun voor één publiekswerker in elke Vlaamse arthouse-cinema. Kostprijs: nog geen 300.000 euro op de totale Vlaamse cultuurbegroting…

Wie weet zou zo’n breed gedragen stedelijke démarche niet zonder gevolgen blijven, met name bij de nieuwe Vlaamse minister van cultuur, die nu globaal 6% moet of liever wil bezuinigen. Hamvraag hierbij: durft men in Vlaanderen nog wel keuzes maken, of wordt het toch de simpele kaasschaaf?

Hallo, Jan Jambon, is daar al/nog iemand? (ERIC VAN HOVE)

 

 

Daniël Van Heckes ‘Verschroeide Hof van Eden’

 

Bekend is de Brugse dichter Daniël Van Hecke niet, spijts een behoorlijke literaire productie met zowel verhalen als romans en poëzie. Van Hecke, inmiddels 81, behoort dan ook tot een generatie Vlaamse auteurs die naast de mazen van het literaire net viel. Kwam daarmee in het spoor van collega-auteurs als Jan Walravens, Leo Geerts, Daniël Robberechts en Jan Emile Daele. Auteurs die stuk voor stuk werk(t)en aan een hermetisch oeuvre en alleen weerklank vonden bij een select publiek en uitgever Julien Van Weverbergh. Hun boeken zijn vandaag nog amper terug te vinden in de boekhandel-etalages.

Van Hecke, geboren in Gent, maar sinds 1983 Bruggeling, debuteerde in 1966 met de verhalenbundel ‘De Ijsheilige’, een jaar later gevolgd door ‘De Mutant’ dat een plek kreeg in het fonds van uitgeverij Manteau. Beide boeken werden amper opgemerkt door de officiële literatuurgeschiedenis en het bijbehorende publiek. Pas in 1985 schreef hij zich in de prijzen met de roman ‘De Vlucht’ die bekroond werd met de Vijfjaarlijkse Literaire Prijs van de Stad Brugge. Dan is het opnieuw wachten tot 1990 met de roman ‘De Krater’ dat de betekenisvolle ondertitel ‘Kroniek van een Nederlaag’ krijgt. Tussendoor publiceert Van Hecke drie verhalenbundels en schrijft hij een maandelijkse kroniek in de toenmalige Brugse ‘Uitkrant’. In 2009 verschijnt zijn recentste roman, De Tranen van Pygmalion’.

En nu is er de dichtbundel ‘De Verschroeide Hof van Eden’ met een honderdtal gedichten (en gedichtjes), en vergezeld van een essay van dichter Guy Van Hoof over het proza en de poëzie van Van Hecke. De dichter zoekt en vindt zijn thema’s in de beladen realiteit van elke dag, meestal ingeleid door treffende citaten van andere dichters en denkers. Gelukkig bevat de bundel ook enkele lichtvoetige verzen, zoals het gedicht ‘Genie’ , gewijd aan de legendarische Braziliaanse voetballer Pelé. Van Hecke noemt hem: Het voetbalgenie van de eeuw/ minister en sandwichman/ poseert en murmelt wat/ maar blijft wel een product/ van de favela’s hoewel/ daarmee geen haveloze werd gered/.  

Het gros van de productie is echter zwaar op de hand zoals in het gedicht ‘Schuld’: De pooier die/ Macht heet/ naait zijn hoer/ met de blik op Mekka/ of Wall Street/. (LF)

De Verschroeide Hof van Eden’, gedichten van Daniël Van Hecke, Uitgeverij C. De Vries-Brouwers

 

 

 

Vrolijke verwoesting bij Delphine Lecompte

 

De Brugse dichteres Delphine Lecompte heeft haar lezers voldoende gewaarschuwd: ‘Voor kneuterige, geruststellende en troostende gedichten moet men niet bij mij zijn’, zo klonk het in een recent EXit-interview. Voor cryptische bundels met meestal bizarre titels, des te meer, of wat dacht u van covers als Blinde gedichten, De baldadige walvis, Schachten en amuletten, Dichter-bokser-koningsdochter of Western. Haar nieuwste bundel houdt het droog: Vrolijke Verwoesting, of een combinatie die vragen oproept.

Haar vorige bundel, The best of Delphine, met een knipoog naar Andy Warhol en Dylans ‘Blood on the tracks’, is nog niet zo lang uit (2018), of er ligt alweer een nieuw boekdeel klaar, de vijfde bundel al in de literaire stal van uitgeverij De Bezige Bij. De thema’s zijn intussen vertrouwd, de felle beeldspraak ook en de foto op de achterflap, (een kunstwerkje van Stephan Vanfleteren) van een Vlaamsprimitieve schoonheid. Die foto zette Delphine (uiteraard) aan het dromen. Zegt ze: ‘De eerste dagen na de fotoshoot was ik hartstochtelijk verliefd op Stephan Vanfleteren, dat ging gelukkig voorbij. Alhoewel…’

 Voorspelbaar zijn de spaarzame en zeldzame kritieken. Poëziecritici weten zich amper raad met Lecomptes oeuvre en vervallen telkens weer in dezelfde clichés, zoals over de vroegere dokter-grootvader Herman Lecompte, die geen 1000 jaar (zoals beloofd), maar slechts 78 werd. Anderen zien dan weer een rijke wereld aan poëzie. Poëzierecensent Guido Lauwaert omschrijft haar taalgebruik als ‘nieuwe barok met renaissancetrekjes, een nette dame onwaardig’. Humor, u weet wel.

Vrolijke Verwoesting een bundeling van haar beste gedichten van de voorbije twee jaar. Bij die schrijfdrift worden soms vraagtekens gezet, maar Lecomptes universum is dan ook onuitputtelijk. De cultuursite Cutting Edge prijst haar aanpak: ‘Geen enkele andere dichter slaagt erin zo manifest aanwezig te zijn als Delphine Lecompte’. Klinken haar thema’s intussen vrij vertrouwd, opvallend is nu de iets mildere toon en minder zwartgalligheid in deze nieuwste bundel.

Wat de dichteres aanvangt met de kritiek op haar werk? Aan recensenten heeft ze een broertje dood. Zegt ze: ‘Ik hecht weinig geloof aan recensies. Lof is erg giftig en contraproductief. Ik tracht het naast me neer te leggen. Ze begrijpen me toch niet.’ (LF)

Vrolijke Verwoesting, Delphine Lecompte, uitg. De Bezige Bij.

Toneeltip december

Dinsdag 17 december, 19 uur
Angels in America, Toneelhuis / Olympique Dramatique
Stadsschouwburg

Zes inwoners van New York midden jaren tachtig. Ronald Reagan voert een conservatief, rechts beleid. Aids is een nieuwe ziekte die onverwacht en hard toeslaat. De levens van de zes kruisen elkaar in dit caleidoscopische verhaal. Centraal staat het leven van Tony Kushner, een homoseksuele man die leeft met aids en wordt bezocht door een engel. Acht acteurs kruipen in de huid van twintig personages: van reisagenten, advocaten, verplegers, ex-dragqueens tot religieuze minderheden. Ze creëren een portret van een strijdvaardige generatie die ingaat tegen de tijdsgeest. Tom Dewispelaere en Stijn Van Opstal bewerken en regisseren deze moderne klassieker en creëren een hoopvol verhaal: ‘Angels in America is een ode aan het vermogen van de mens om te transformeren en te overleven. Een uiting van hoop dat een samenleving kan evolueren, als een tanker die – krakend weliswaar – van koers verandert. En bovenal een pleidooi voor het geloof in de kracht en de troost die de liefde in zich draagt.’ (SD)

www.ccbrugge.be

%d bloggers liken dit: