Exit Magazine

Maandelijks Brugs Cultuurblad

Van kleine rosse tot rode gestreepte

 

Foto EDM

 

Dat is al veertig jaar dat hij in het vak zit. Hij heeft zalen doen vollopen en vaten doen leeglopen, maar Red Zebra-zanger Peter Slabbynck (°1962) heeft vooral bewezen dat hij zonder veel muzikale bagage toch een belangrijke stempel wist te drukken op de Belgische muziekscene. Op zaterdag 10 februari graaft hij in SPC Hof ter Straeten (Varsenare) in zijn muzikale verleden en zoekt hij uit waar die kiemen hem hebben gebracht. Na deze voorstelling speelt de vernieuwde Red Zebra de beste nummers uit de jaren tachtig en die waren prachtig.

 

Peter Slabbynck: ‘De organisatoren van de vroegere feestzaal Groene Meersen in Zedelgem zijn bij mij komen aankloppen. Een keer per jaar organiseren ze een optreden en dit keer dachten ze aan Red Zebra. Ze stelden me voor om tweemaal een akoestische set van 45 minuten te spelen. Akoestisch is niet echt ons ding, maar ik deed ze een mooi tegenvoorstel: ik schets mijn verhaal hoe ik als telg uit een niet-muzikaal nest toch de zanger werd van een punkband. Dat verhaal heb ik nog nooit helemaal verteld. En als kers op de taart spelen we nadien een ietwat meer akoestische set met de vernieuwde band.’

EXit: Je komt dus uit een niet-muzikale familie.

Slabbynck: Dat klopt. Mijn verhaal start bij de feestjes die bij ons thuis door mijn ouders werden georganiseerd. We hadden weinig platen in huis, maar gelukkig werd er toch muziek gedraaid. Het gegeven dat die muziek op feestjes mensen verenigde, deed me wel iets. Al die zaken samen zorgen er toch voor dat je ergens muzikaal gevormd wordt, hoe weinig dat ook wel was. Mijn moeder heeft blijkbaar ooit wat banjo gespeeld, mijn broer Frank had een basgitaar. En dat was het dan. Als ik bijvoorbeeld lees dat de vader van Raymond van het Groenewoud een beroemde orkestleider was, dan denk ik: Wauw, welke bagage krijg je daar al niet mee? Het kan bijna niet anders dat Raymond zo’n grote artiest werd. Als ik de balans voor mezelf opmaak, dan stel ik vast dat die bagage toch zeer beperkt was. Dat verklaart misschien ook waarom ik bij punk terechtkwam.’

EXit: Zonder al die bagage kun je dan wel weer je eigen ding vormen, zonder te veel beïnvloeding van buitenaf, denk ik dan.

Slabbynck: ‘Van punk zei men altijd dat je geen muziek moest kunnen spelen of er niet veel vanaf moest weten om nummers te maken. Dat klopte maar gedeeltelijk, zo bleek. Ik heb ooit een half jaar les klassieke gitaar gevolgd. Ik herinner me nog goed dat mijn leraar aan de ene hand lange nagels had om zijn gitaar beter te kunnen bespelen. Ik was geobsedeerd door die nagels! Het lukte me niet goed, al die noten, al die snaren. Gelukkig kwam daar net op tijd de punk op de deur kloppen, zeg maar rammen. Foert, zei ik tegen die lessen gitaar. Ik nam de basgitaar van mijn broer en ik maakte daarop het nummer ‘Innocent People’. Punk saved my life, al neemt het niet weg dat het mij wel geholpen had om iets van muziek te kennen. Ik kan nog altijd geen instrument bespelen.’

EXit: Nooit de behoefte gehad om later een instrument te leren bespelen?

Slabbynck: ‘Tja, pure luiheid, zeker… Elk jaar neem ik me voor om gitaar te leren. Enkele jaren geleden kocht ik me een gitaar en een kleine versterker, maar tijdens het stemmen haak ik dan toch telkens af. Ik leid aan afstelgedrag als het daarop aankomt. Ik kan met moeite een paar akkoorden spelen. Ooit begonnen aan het nummer ‘The House of The Rising Sun’, maar ja… Zelfs Living Room kan ik niet spelen. Die vingerzetting, hé! Ik heb wel een muzikaal gevoel en in de loop der jaren ben ik veel beter beginnen te zingen. Ik weet wat mijn stem wel en vooral niet aankan.’

EXit: Wat weet je nog over de beginperiode?

Slabbynck: ‘Ik weet nog goed dat we echt from scratch begonnen zijn. Als je een drummer hebt – niet Johan Isselée, maar wel Luc Deprest – en die stelt zijn speelstijl af op de slagen van de gitaar, dan is dat zeer experimentele muziek op dat moment. Haha. Of we speelden een nummer van Devo drie keer te traag om achteraf te klagen dat het te snel ging. Zo beperkt waren we in het begin. Soms vraag ik me af: wat als punk er niet was geweest?’

EXit: Muziek is altijd in jouw leven geweest.

Slabbynck: ‘Ja, maar het is niet zo dat ik elk weekend de drang voel om te moeten optreden. Ik kan gerust een jaar zonder optreden, maar ik stap toch zo gemakkelijk een podium op. Veel moeite moet ik daarvoor niet doen, want last van zenuwen heb ik niet, tot ongeloof van bepaalde mensen. Show geven heeft er altijd al ingezeten bij mij. Als welp in de scouts van Don Bosco in Sint-Kruis maakte ik al eigen liedjes. Van ‘Angeline de blonde sexmachine’ maakte ik ‘Akela de blonde welpenmachine’.’

EXit: We zijn (straks) 2018 en jullie zijn gestart in 1978. Veertig jaar Red Zebra!

Slabbynck: ‘Het is eerder toevallig, maar het vormt toch een mooie aanleiding om mijn verhaal daar aan op te hangen. Al kun je veertig jaar ook negatief opvatten. Weet je, ik kan het zelf moeilijk geloven dat ik al zo lang bezig ben. Het is bizar dat we straks (voorjaar) met Red Zebra een aantal shows in het buitenland (Duitsland, Griekenland, Italië) doen. Vroeger hadden we geen booker die zich daarmee bezig hield, nu wel. Als ik wil, kan ik bijna elk weekend in het buitenland optreden. Financieel zou ik echter daar elke keer mijn broek aan scheuren. Als we nu in het buitenland spelen, draait dat uit op een breakeven. Vluchten, hotels, vervoer… alles moet worden betaald en op het einde van de rit schiet er weinig over. Het is een wrede wet, maar succes trekt succes aan. Als de mensen zien dat het allemaal weer begint te lopen, komen ze met voorstellen af, hier en in het buitenland.’

EXit: Voorzie je iets speciaals voor dat optreden in Varsenare?

Slabbynck: Speciaal zal het in elk geval zijn, zeker dat eerste deel. Ik zou het ook graag een stukje interactief maken met het publiek en het mag vooral niet te serieus zijn, al kan het allemaal de mist in gaan. Ooit presenteerde ik in een jeugdclub een quiz over Red Zebra. Je kon daarbij Bastogne-koeken winnen. Dat liep zo uit de hand dat ik dan maar de koekjes in het publiek gegooid heb. Ach, ik zie wel, it’s only punk, you know.’ (ADC)

Voorstelling en optreden Red Zebra op zaterdag 10 februari 2018 om 20 uur in SPC Hof ter Straeten in Varsenare, info 0494 07 15 73 – 0473 48 08 18

 

Eindelijk weer Brugs goud op Humo’s Rock Rally? (deel 2/3)

 

34 jaar. Zoveel jaren is het geleden dat een Brugse band ooit het hoogste schavot van de tweejaarlijkse muziekwedstrijd Humo’s Rock Rally mocht bestijgen. Die eer en de centen waren toen weggelegd voor Elisa Waut, het trio rond Elsje en Hans Helewaut en Chery Derycke. Op zaterdag 10 februari staat er in de MaZ een nieuwe lichting Brugs talent te trappelen voor de preselecties van editie 2018. Kunnen ze na drie decennia voor een aflossing van de wacht zorgen?

 Dit jaar overleefden een handvol Brugse groepen de strenge hand van de Humo-jury onder het leiderschap van Klaus Harmony (snapt u ‘em?) en mogen deze geselecteerde bands zich bewijzen in de preselecties van Opwijk (19 januari), Leffinge (20 januari) en Brugge (MaZ, 10 februari).

Giraffic

‘De selectie kwam wel behoorlijk onverwacht. We hadden ons op het laatste moment ingeschreven, met een paar nummers die op dat moment nog niet af waren. Op goed geluk toch onze ‘work-in-progress’ versies doorgezonden, en plots was die selectie daar’, reageren Sam, Gertjan, Jeroen, Maarten en Louis van Giraffic enthousiast. ‘Giraffic is zeven jaar geleden ontstaan. Onze muziek sluit het dichtst aan bij indiepop. We proberen met onze muziek zoveel mogelijk kleuren te scheppen en contrasten op te zoeken, zonder daarbij de kracht van een catchy popsong te verliezen. Met onze laatste nummers hebben we een degelijke songs afgeleverd en dus een reuzensprong gemaakt. Daarnaast zijn we, na al jaren van muziek maken en optreden, heel goed op elkaar ingespeeld. Deze twee elementen zijn onze troeven om de jury te overtuigen. We zouden heel graag de finale bereiken. Het zou jammer zijn om in Brugge al af te vallen, want er valt nog zoveel te leren in de volgende rondes.’

Budget Trash

‘We waren niet verrast dat we geselecteerd werden, al is de geldsom wel enorm’, zeggen de jonge gasten Arno, Barno, Tibo, Kawien van Budget Trash die al meteen het rock-‘n-roll-gehalte in dit interview hoog houden. ‘We willen sellouts worden, man, poen scheppen en misschien eens optreden in de wc van de Bauhaus. We hebben een hekel aan de vraag welk genre we precies spelen, waarschijnlijk omdat we het zelf niet weten. We willen ons gewoon niet binden aan één specifieke sound. We zijn ondertussen al twee jaar aan het klooien. Wat er op het menu staat? Op de achterkant meestal een menukaart van de frituur en op de voorkant onze nummers. Soit, we hebben gehoord dat er een aantal doven in de jury zitten, dus we vragen ons af hoe dat gaat. Onze oudercontacten waren ook best genadeloos, komt wel goed, hoor!’ 

www.cactusmusic.be en www.humo.be

Eindelijk weer Brugs goud op Humo’s Rock Rally? (deel 1/3)

How Tsunami

 

34 jaar. Zoveel jaren is het geleden dat een Brugse band ooit het hoogste schavot van de tweejaarlijkse muziekwedstrijd Humo’s Rock Rally mocht bestijgen. Die eer en de centen waren toen weggelegd voor Elisa Waut, het trio rond Elsje en Hans Helewaut en Chery Derycke. Op zaterdag 10 februari staat er in de MaZ een nieuwe lichting Brugs talent te trappelen voor de preselecties van editie 2018. Kunnen ze na drie decennia voor een aflossing van de wacht zorgen?

Dit jaar overleefden een handvol Brugse groepen de strenge hand van de Humo-jury onder het leiderschap van Klaus Harmony (snapt u ‘em?) en mogen deze geselecteerde bands zich bewijzen in de preselecties van Opwijk (19 januari), Leffinge (20 januari) en Brugge (MaZ, 10 februari).

How Tsunami

‘We wisten dat we goede nummers hadden ingestuurd, maar het is moeilijk na te gaan hoe de kronkels van de jury werken. Blij te zien dat ze na het eerste smaakje nog wat meer willen’, zeggen Arnaud De Rouck, Jonathan Veriez, Stan Van Acker en Francis Isebaert van How Tsunami. ‘We spelen een mix van Britpop en Stonerrock, maar pin ons daar niet op vast. Desondanks dat we allemaal al jaren met muziek bezig zijn, bestaat How Tsunami nog sinds vorige zomer en zijn de nummers nog volop aan het groeien. We zien Humo’s Rock Rally in de eerste plaats als een springplank naar optredens, maar stiekem dromen we van een plaatsje op het uiteindelijke podium. We zouden al blij zijn met een halve finale. Het is nu aan ons om een sterke set af te leveren zodat ze weinig kritiek kunnen leveren.’

 Tuk Tuk Thailand

‘Wij waren wel verrast, want ik had ons zomaar ingeschreven’, zeggen Alison Salens, Pierre Lannoy en John Bonaparte van Tuk Tuk Thailand. ‘Humo’s Rock Rally was in onze gedachten altijd een onbereikbaar droompunt. Het gaat nu nog maar om de preselectie, maar we zijn zeker al heel enthousiast en voelen ons nu al geflatteerd. Heel vaak wordt onze sound vergeleken met Massive Attack of Portishead, het is soort van (iets) versnelde trip hop dus. We spelen al enkele jaren samen en hebben sinds vorig jaar een eerste ep ‘ABCTTT’ uit. Momenteel werken we aan een tweede ep. We zijn misschien niet de meest indrukwekkende band op technisch vlak, maar we creëren op podium een stevige dosis energie die we niet altijd terugvinden in andere opkomende bands.’

www.cactusmusic.be en www.humo.be

Wervelende theatershow over tricolore muziekgeschiedenis

Foto Jef Boes

Zet twee praatgrage Belgische muziekencyclopedieën op een podium, geef een van hen enkele platendraaiers waarop hij sneller dan zijn schaduw platen aan elkaar kan lijmen en je krijgt een wervelende theatershow die Belpop Bonanza heet. Gastheren Jan Delvaux en Jimmy Dewit aka dj Bobby Ewing grossieren hiervoor maar al te graag uit de strafste verhalenton van de Belgische muziekgeschiedenis. Te beleven op woensdag 7 februari in de Stadsschouwburg.

 Jan Delvaux en Jimmy Dewit muziekconnaisseurs noemen, is een understatement. Deze heren kennen niet alleen alle nummers die de Belgische muziekindustrie heeft voortgebracht uit het blote hoofd, ze weten er ook altijd een boeiend of grappig verhaal rond te weven. Radiofenomeen Gust De Coster mag dan al de term ‘Belpop’ hebben bedacht als verzamelnaam voor onze vaderlandse pop en rock, het zijn wel Delvaux en Dewit die het begrip ten volle exploreren voor een ruim publiek. Nadat ze eerder al enkele theatershows hebben gemaakt (en Jan presenteert al jarenlang op zaterdagmiddag zijn rubriek ‘De Dikke Delvaux’ in het Radio 1-programma ‘Allez Allez’), toeren ze sinds eind vorig jaar met een nieuwe vierde show die toepasselijk Belpop Bonanza Quattro’ heet en ‘deel uitmaakt van een alsmaar groter wordend geheel’. In de voorbije kerstvakantie pakten ze op Canvas ook een weeklang uit met ‘Belpop Bonanza TV’, een nieuw format waarin ze met even grote verwondering naar de Belgische muziekgeschiedenis keken zoals ze ook deden en doen in hun theatershows.

 Van wafel naar uitgeverij

Een deel van de verhalen die in de voorstelling onder het fileermes en de pick-upnaald van het duo belanden, heeft Jan Delvaux ook opgetekend in een vers en lijvig boek ‘Belpop Bonanza’ (277 blz), verpakt in een schitterende tricolore Ever Meulen-covertekening. Aandacht gaat uit naar The Names, dEUS, Toots Thielemans , Liliane Saint Pierre, T.C. Matic, Soulwax en zo veel markante artiesten . Omdat dergelijke woorden het best ondersteund worden met een toepasselijk streepje muziek is er, naast de theatervoorstelling, ook een deluxe driedubbele cd met de beste Belgische nummers te koop.

Opmerkelijk: het boek ‘Belpop Bonanza’ is de eerste publicatie van hun eigen Uitgeverij Sylvain. De naam en het logo verwijzen naar Sylvain Tack, de uitvinder van de Suzy wafel. ‘Niemand in België kan zo’n fabelachtig parcours voorleggen als de flamboyante ondernemer uit Halle’, stelt Delvaux. ‘Lees er zijn verhaal maar eens op. Zo ontfermt hij zich in de jaren 70 onder meer over het talent van Paul Severs, staat in 1973 aan de wieg van het muziekmagazine Joepie en begint twee jaar later de piratenzender Mi Amigo’

‘Het boek is de neef of de zus van de theatershow en de televisiereeks. Dat is ideaal voor die niche van enkele duizenden geïnteresseerden. Muziekboeken zijn schaars, buiten af en toe een biografie verschijnt er weinig bij traditionele uitgevers. Maar ik weet waar het publiek zit, waarom zou ik een omweg maken?’ (ADC)

___www.belpopbonanza.be en www.comedyshows.be

 

Film voor en door jongeren

Foto Reinout Hiel

 

Ook dit jaar staat de krokusvakantie naar goede gewoonte in het teken van de betere jeugd –en kinderfilm. Het Jeugdfilmfestival, die deze editie voor het eerst onder de naam JEF festival plaatsvindt, is voor vele jonge filmliefhebbers en hun ouders een vaste waarde geworden in het Brugse vrijetijdsaanbod. Afspraak in Cinema Lumière van zaterdag 10 tot en met zaterdag 17 februari waarin de jeugd het even overneemt voor een week vol filmbeleving, premières en leuke workshops.

 De gewijzigde festivalnaam komt er naar aanleiding van de lancering van de nieuwe jeugdfilmorganisatie JEF. Na een jarenlange samenwerking tussen het Jeugdfilmfestival, jeugdfilmdistributeur Jekino en Lessen in het donker zijn deze drie organisaties met steun van het Vlaams Audiovisueel Fonds gefusioneerd tot JEF. Concreet betekent dit een groter budget en meer draagkracht voor de jeugdfilm in Vlaanderen en Brussel. De nieuwe organisatie, die opereert vanuit Antwerpen en Brugge, blijft verder inzetten op hun bestaande projecten maar is ook volop bezig met het uitwerken van nieuwe ambitieuze en duurzame pistes. Eén van die focuspunten is innovatie waarmee JEF naast traditionele filmvertoningen kinderen wil uitdagen om nieuwe media te ontdekken. Binnen het educatieve luik tracht JEF onder de noemer ‘Meer dan film’ een breed lespakket aan te bieden die het volledige leertraject van kinderen en jongeren moet overbruggen.

Bij JEF staat het uitgangspunt ‘voor en door jongeren’ centraal. Het valt dus niet te verwonderen dat de organisatie kan rekenen op een enthousiast team van jonge vrijwilligers die elk jaar opnieuw een handje komt toesteken. Eén van die vrijwilligers is Sarah Verplancke, een 21-jarige studente Kunstgeschiedenis die ondanks haar jonge leeftijd al heel wat jaren ervaring op haar teller heeft staan.

Sarah Verplancke: ‘Ik kwam voor het eerst in contact met het toenmalige Jeugdfilmfestival toen ik negen jaar was. Mijn moeder had een oproep in EXit gelezen waarin het festival leden voor de kinderjury zocht. Die ervaring liet meteen een diepe indruk na en heeft de manier waarop ik naar films keek voor altijd veranderd. De jaren die volgden, brachten steeds nieuwe taken en verantwoordelijkheden met zich mee. Die evolutie is bovendien een schoolvoorbeeld van de investering die JEF in zijn vrijwilligers steekt. De organisatoren houden rekening met onze interesses en talenten, ook al hebben we die zelf nog niet ontdekt. Zo werd er mij drie jaar geleden gevraagd of ik wou meeschrijven aan de lesmappen, een taak die ik vandaag nog steeds graag doe.’

EXit: Welke rol speel je in deze editie van het JEF festival?

Sarah: ‘Dit jaar heb ik weer de kans gekregen om een nieuwe uitdaging aan te gaan. De Jonge Programmatoren is een nieuw luik binnen het festival, een reboot van wat voorheen Cut the Crap heette en waarin een groep van 12- tot 16-jarigen een programma mag selecteren voor leeftijdsgenoten. Ik heb die jongeren tijdens het proces begeleid.’

EXit: Welke kijktip kun je ons nog meegeven?

Sarah: ‘Mijn favoriete vertoning uit het jongerenprogramma dit jaar is ‘DRIB’, een mockumentaire over manipulatie van beelden in de media die me volledig heeft omver geblazen. Een echte aanrader dus!’ (LDD)

____

Het JEF festival vindt plaats van zaterdag 10 tot zondag 18 februari in cinema Lumière. Het programma vind je op bladzijde 24 in deze EXit. Contacteer JEF (info@jeugdfilm.be) met al je vragen over jeugdfilm en meer dan film voor in vrije tijd en onderwijs.

http://www.jeugdfilm.be

 

WIN TICKETS VOOR DE OPENINGSFILM!

 

EXit en het JEF festival geven vijf duotickets weg voor de openingsfilm ZOOks (6+) op zaterdag 10 februari om 14 uur in Cinema Lumière. Mail uw gegevens vóór 4 februari naar exitbrugge@gmail.com. Succes!

 

Film voor en door jongeren

 

Ook dit jaar staat de krokusvakantie naar goede gewoonte in het teken van de betere jeugd –en kinderfilm. Het Jeugdfilmfestival, die deze editie voor het eerst onder de naam JEF festival plaatsvindt, is voor vele jonge filmliefhebbers en hun ouders een vaste waarde geworden in het Brugse vrijetijdsaanbod. Afspraak in Cinema Lumière van zaterdag 10 tot en met zondag 18 februari waarin de jeugd het even overneemt voor een week vol filmbeleving, premières en leuke workshops.

De gewijzigde festivalnaam komt er naar aanleiding van de lancering van de nieuwe jeugdfilmorganisatie JEF. Na een jarenlange samenwerking tussen het Jeugdfilmfestival, jeugdfilmdistributeur Jekino en Lessen in het donker zijn deze drie organisaties met steun van het Vlaams Audiovisueel Fonds gefusioneerd tot JEF. Concreet betekent dit een groter budget en meer draagkracht voor de jeugdfilm in Vlaanderen en Brussel. De nieuwe organisatie, die opereert vanuit Antwerpen en Brugge, blijft verder inzetten op hun bestaande projecten maar is ook volop bezig met het uitwerken van nieuwe ambitieuze en duurzame pistes. Eén van die focuspunten is innovatie waarmee JEF naast traditionele filmvertoningen kinderen wil uitdagen om nieuwe media te ontdekken. Binnen het educatieve luik tracht JEF onder de noemer ‘Meer dan film’ een breed lespakket aan te bieden die het volledige leertraject van kinderen en jongeren moet overbruggen.

Bij JEF staat het uitgangspunt ‘voor en door jongeren’ centraal. Het valt dus niet te verwonderen dat de organisatie kan rekenen op een enthousiast team van jonge vrijwilligers die elk jaar opnieuw een handje komt toesteken. Eén van die vrijwilligers is Sarah Verplancke, een 21-jarige studente Kunstgeschiedenis die ondanks haar jonge leeftijd al heel wat jaren ervaring op haar teller heeft staan.

Sarah Verplancke: ‘Ik kwam voor het eerst in contact met het toenmalige Jeugdfilmfestival toen ik negen jaar was. Mijn moeder had een oproep in EXit gelezen waarin het festival leden voor de kinderjury zocht. Die ervaring liet meteen een diepe indruk na en heeft de manier waarop ik naar films keek voor altijd veranderd. De jaren die volgden, brachten steeds nieuwe taken en verantwoordelijkheden met zich mee. Die evolutie is bovendien een schoolvoorbeeld van de investering die JEF in zijn vrijwilligers steekt. De organisatoren houden rekening met onze interesses en talenten, ook al hebben we die zelf nog niet ontdekt. Zo werd er mij drie jaar geleden gevraagd of ik wou meeschrijven aan de lesmappen, een taak die ik vandaag nog steeds graag doe.’

EXit: Welke rol speel je in deze editie van het JEF festival?

Sarah: ‘Dit jaar heb ik weer de kans gekregen om een nieuwe uitdaging aan te gaan. De Jonge Programmatoren is een nieuw luik binnen het festival, een reboot van wat voorheen Cut the Crap heette en waarin een groep van 12- tot 16-jarigen een programma mag selecteren voor leeftijdsgenoten. Ik heb die jongeren tijdens het proces begeleid.’

EXit: Welke kijktip kun je ons nog meegeven?

Sarah: ‘Mijn favoriete vertoning uit het jongerenprogramma dit jaar is ‘DRIB’, een mockumentaire over manipulatie van beelden in de media die me volledig heeft omver geblazen. Een echte aanrader dus!’ (LDD)


Het JEF festival vindt plaats van zaterdag 10 tot zondag 18 februari in cinema Lumière. Het programma vind je op bladzijde 24 in deze EXit.
Contacteer JEF (info@jeugdfilm.be) met al je vragen over jeugdfilm en meer dan film voor in vrije tijd en onderwijs.

http://www.jeugdfilm.be

WIN TICKETS VOOR DE OPENINGSFILM!

EXit en het JEF festival geven vijf duotickets weg voor de openingsfilm ZOOks (6+) op zaterdag 10 februari om 14 uur in Cinema Lumière. Mail uw gegevens vóór 4 februari naar exitbrugge@gmail.com. Succes!

 

Dichten voor de stad

Foto EDM

 

Tania Verhelst, Brugse met Oostendse roots en werkzaam als psychologe in het A.Z. Sint-Jan, wordt de eerste ‘vrije stadsdichter(es)’ in deze stad. Ze treedt daarmee in de voetsporen van dichters als Hedwig Speliers, Peter Theunynck, Lies Van Gassel, Marcus Cumberlege en Herman Leenders die hun poëzie verbonden aan de strijd om het behoud van het Lappersfortbos. Deze poëzie is nu gebundeld in een uitgave van poëzie-uitgeverij P.

 

Nu wordt het vizier gericht op de stad, en om het onofficiële karakter van dit project in de verf te zetten luidt de naam voortaan ‘De Vrije Stadsdichter’.

De keuze om dit project te trekken, viel op Tania Verhelst. Poëzie is niet haar enige ding, want ze is ook intens bezig met grafiek en grafisch werk. Tania zal over een periode van twee jaar twaalf gedichten publiceren en die op heel diverse podia ten gehore brengen.

Het stadsdichterschap vindt ze een uitgelezen kans om poëzie toegankelijk te maken voor een publiek dat doorgaans niet maalt om poëzie. Waar, wanneer en hoe, daarover heeft ze ideeën zat. Dichten kan op reclameborden, infopanelen, bij de inhuldiging van een nieuwe brug, in parkings en andere gebouwen. Er is volop kans tot samenwerking met onder meer boekhandels, stadsbibliotheek of Uitwijken dat sowieso al cultuur in de wijken brengt.

De Vrije Stadsdichter is een initiatief van de recent opgerichte vzw Zwerm die poëzie, literatuur en fotografie hoog in het vaandel voert en mikt op een jong publiek. (LF)

 

Tania Verhelst over haar straat in Assebroek

MAAIKE KERREBROECK

 

Maaike Kerrebroeck is een kleine en een doodlopende straat

dat Maaike Kerrebroeck een straat zou worden, dat had zij niet voorzien

dat zij klein zou zijn nog minder

maar dat zij dood zou lopen?

 

en allicht was zij liever een autostrade geweest;

met het lichaam van tarmac uitreiken van hot naar her

uitrusten op een klaverblad, versteend tot geluk

geef toe dat Maaike Kerrebroeck alvast beter klinkt dan E40

wat dacht je van: het is aanschuiven op de Maaike Kerrebroeck

gelieve om te rijden via de Arnoldine van Den Rade

– die andere weerloze vrouw, ook gedoemd tot het asfalt

 

Maaike Kerrebroeck is een kleine en een doodlopende straat

Maaike Kerrebroeck is een straat geworden opdat wij

niet zouden vergeten wat wij met haar deden

weet je nog toen wij vroeger dat liedje zongen:

Mieke, houd je vast aan de takken van de bomen

Mieke of Maaike…

 

Maaike, houd je vast aan de takken van de bomen

alsof we toen al wisten dat de grond onder haar voeten onbetrouwbaar was

dat de bomen worden gesnoeid en een seizoen lang fantoompijn hebben

dat de hemel wordt gesneden uit takken die er niet meer zijn

dat er teveel wordt soms en dat je tegen zoveel worden niet opgewassen bent

dat je niet veel meer rest dan

 

het sprokkelen

van hout

voor een nest

of een brandstapel

 

 

 

De nieuwe EXit est là

EXit-februari ’18 is uit. Met onder meer interview Kurt Van Eeghem over Beethoven en Anima Eterna. Voorts:  Brugs talent op Humo’s Rock Rally, topjazz in De Werf, Tania Verhelst is de nieuwe ‘vrije stadsdichteres’, het Jeugdfilmfestival (5 duo-tickets gratis en voor niks), Agenda Toneel, Manon Verplancke wordt circusacrobate en een pak meer.

Kamagurka met #hahaha op 27 januari in Daverlo

Fptp EDM

 

‘Als ik teken of schilder, dan ben ik op vakantie’

 

Hij mag er dan al veel grappen over maken in zijn theatershows, toch is Kamagurka de files meer dan beu. Hij heeft zijn vaste schildersatelier in Merelbeke verlaten en schildert, tekent en schrijft vanaf nu vanuit een tijdelijk atelier in de Brugse binnenstad met zicht op het water. Feeëriek, dat wel, maar vooral zeer praktisch, want dichtbij huis. Ook de sketches die hij op zaterdag 27 januari in zaal Daverlo (Assebroek) in zijn nieuwe show #hahaha zal brengen, vloeien daar vaak uit zijn pen.

Tot voor kort kon Kamagurka met penseel en kwast aan de slag in het atelier van Marc Coucke in Merelbeke. Coucke broedt op plannen en heeft daarvoor die ruimtes nodig. Weg atelier. Kama zocht en vond dankzij een vriend een onderkomen om te schilderen in een prachtig pand aan de Brugse reien. Tijdelijk weliswaar, want de cartoonist/schilder/stand-upcomedian is momenteel bezig met de bouw van een eigen atelier op een niet nader te noemen locatie in de Vlaanders. ‘Dat verkeer tegenwoordig! Als ik van Brugge naar Merelbeke rijd, dan ben ik snel een uur kwijt. Omgekeerd, ook hetzelfde scenario. En als er nog wat file is, dan zit je twee à drie uur in de auto. Ik vind het te zot om zo lang onderweg te zijn als ik een schilderij wil maken. Als ik nu van thuis vertrek, dan sta ik in tien minuten achter mijn schildersezel.’

 EXit: Wat zijn voor jou de eigenschappen voor een goed atelier?

Kamagurka: ‘Er moet voldoende ruimte zijn. Ik heb altijd een eigen atelier gehad en hoe meer je werkt, hoe groter de ruimtes moeten zijn om je werk en spullen te plaatsen. Het mag er niet te koud of te vochtig zijn, want anders beginnen de doeken te krullen. Lichtinval is ook heel belangrijk als ik schilder. Hier heb ik dat. Als ik wil, kan ik ook grotere werken maken. Er staat ook een bureau waar ik mijn cartoons kan maken, maar tekenen kan ik in feite overal. Thuis of zelfs in de auto. Met mijn iPhone ben ik overal waar ik moet zijn. Ik kan overal een tekening maken en die met mijn iPhone fotograferen en doorsturen. Mijn iPhone is als het ware mijn mobiel bureau.’

EXit: Ik vind het telkens fascinerend hoe jij tijdens het tekenen altijd in je eigen wereld kruipt en niets meer merkt van wat er rond je gebeurt.

Kamagurka: ‘Ja, wat soms vervelend is voor de mensen die rond me staan. Zo werk ik nu eenmaal. Dat is concentratie. Als ik me niet concentreer, dan kan ik een uur over één tekening doen. Als ik mijn focus op het blad richt, dan staat het er in enkele minuten op. Concentratie is alles.’

EXit: Aan je productiviteit te zien (schilderijen, optredens, dagelijks enkele cartoons…), ken jij wellicht zelden een vrij moment?

Kamagurka: ‘Als ik optreed, dan voel ik me vrij. Dat ontspant me volledig. Als ik aan het tekenen of schilderen ben, dan ben ik op vakantie. Mijn werk is enerzijds concentratie, maar anderzijds staat het ook volledig in harmonie met wat ik ben en doe. Ik ondervind totaal geen moeite mee om elke dag bezig te zijn, alleen moet ik de tijd ervoor kunnen nemen. Ik teken nooit tegen mijn goesting en ik sta niet te schilderen met stress in mijn lijf.’

EXit: Opdrachtgevers zitten wel constant achter je vodden, want er zijn deadlines te halen…

Kamagurka: Ja, maar ik ben daarmee vertrouwd sinds ik teken. Ik heb nooit anders gekend dan deadlines. Je leert daarmee omgaan. Iedereen heeft eigenlijk een deadline. Als je ’s morgens in bed ligt en de wekker loopt af, dan heb je al een eerste deadline. Dan volgen ze elkaar voortdurend op: tandenpoetsen, ontbijten… Allemaal deadlines. Hetzelfde heb ik met mijn tekenwerk, want ik maak dagelijks tekeningen voor NRC Handelsblad en Het Laatste Nieuws.’

EXit: Je was een van de early adapters die via iPad zijn tekeningen maakte…

Kamagurka: ‘… en ook een van de eersten om ermee te stoppen. Het was geestig en er zijn veel mogelijkheden, maar niets kan op tegen pen en papier. Dat blijft de essentie. Veel leuker om te doen. Het is directer, scherper, zwart-wit… Op iPad correspondeert de lijn niet met het gevoel dat ik wil overbrengen zoals ik dat wel kan doen met pen en papier. De meeste tekenaars werken met een soort tablet en werken met Photoshop sommige tekeningen af, maar ik heb daar geen gevoel bij. Zoals ik minder voel voor een draadloze microfoon als ik op het podium sta. Microfoon mét draad, dat wil ik als ik optreed.’

EXit: We zullen er rekening mee houden in Daverlo op zaterdag 27 januari!

Kamagurka: ’Het gebeurt soms dat ik een uur voor een optreden me even apart zet om nog enkele teksten te schrijven. Dan stel ik een mix samen van oud en nieuw, volgens een bepaald schema. Nu ben ik bezig een nieuwe show aan het schrijven en dat moet klaar zijn tegen 2019. Er is straks al een try-out in Daverlo, maar ik weet nog niet wat het precies zal worden. Ik ben nu aan de slag met een aantal oude teksten en sketches, daartussenin steek ik nieuwe dingen, al is het nu nog te vaag voor mij. De lijn zal stilaan duidelijker worden naarmate ik speel. Zoiets groeit organisch. Ik ga ervan uit: wat doe ik graag op een podium op dat bepaald moment? Dat is mijn vertrekpunt. Als ik dat gevonden heb, dan houd ik me daaraan. Dat is daarom niet hetgene waar de mensen het hardst mee lachen. Zo ontwikkel ik een nieuwe sketch.’

EXit: Pure Improvisatie, dus?

Kamagurka: ‘Niet echt, improviseren is nog iets anders, meer uw plan trekken. Ik zou het eerder houden op creëren. Je bent meer aan het creëren dan aan het improviseren. Maar je kunt natuurlijk niet creëren zonder te improviseren. Er zijn ook sketches die ik eerst uitschrijf en dan woord voor woord breng. En er zijn nog andere die ik liever met het publiek ontwikkel. De reacties van de mensen brengen me ook op ideeën.’

EXit: Tot slot nog even iets over je tentoonstellingen. In Sint-Martens Latem loopt nog tot 13 januari de expo ‘Kerst met Kama’, maar het wordt in 2018 vooral uitkijken naar de tentoonstelling in het Noordbrabants Museum in ’s-Hertogenbosch (Nederland)?

Kamagurka: ‘Klopt, volgende zomer krijg ik een grote expo in het Noordbrabants Museum. Het wordt een dwarsdoorsnede van mijn werk, van hele oude tekeningen (uit 1972), schilderijen tot grote nieuwe werken. Ik maak ook een Kamagurka-robot die allerlei dingen kan doen met mijn werk. De tentoonstelling is nog veel groter opgevat dan de expo in Oostende van afgelopen zomer (15.000 bezoekers in drie maanden tijd, ADC). De curatoren zijn er al een half jaar mee bezig, ze zitten zelfs te grasduinen in mijn prille jeugdjaren, het zal de moeite worden.’

ANTOINE DE CLERCK

_____

 

www.ccbrugge.be en http://www.kamagurka.com

 

 

Bram De Looze op donderdag 25 januari in De Werf

‘Bach en jazz’

Pianist Bram De Looze zal zijn 27e verjaardag nog maar net verteerd hebben als hij op 25 januari De Werf laat vollopen voor een creatieconcert met jazzimprovisaties rond de muziek van Bach. De Looze komt er in het kader van een samenwerkingsproject tussen Kaap en het Concertgebouw de muziek van Bach integreren in zijn eigen werk en gaat op zoek naar muzikale vormen die hem raken en waarmee hij het voornamelijk jazzgerichte publiek van De Werf wil bekoren.

 Het concert kadert in de meerdaagse Bach Academie Brugge 2018 (“Bach bewerkt” – van woensdag 24 tot en met zondag 28 januari), een evenement dat op verschillende locaties (Concertgebouw – De Werf – Stadsschouwburg – Sint-Godelieveabdij – Sint-Walburgakerk) verschillende disciplines aan bod laat komen (een tentoonstelling, concerten, lezingen, open repetities, improvisaties).

Bram De Looze koos ervoor dit project zelf voor om solo aan het werk te gaan en met de mechanismen en structuren van Bachs muziek eigen improvisaties uit te werken. ‘Het zou niet zo evident zijn om hier nog een twee- of drietal andere muzikanten bij te betrekken gezien de tijd die ik aan de voorbereiding van het project wens te besteden’, zegt hij. Een keuze dus waarbij hij zich volledig en ongeremd kan wijden aan het project zonder rekening te moeten houden met agenda’s en accenten van andere muzikanten.

De improvisaties vormen een logisch vervolg op de recente realisatie van het album ‘Piano e Forte’ (Outhere Music – maart 2017) , waarbij De Looze met een aantal piano’s uit de collectie van Piano’s Maene (Ruiselede) aan de slag ging. Ook bij dit improvisatieconcert rond Bach wordt opnieuw gewerkt met een nieuw instrument van Maene, met name met een piano waaraan Chris Maene het instrument parallelle snaren meegaf die de klank binnen de klankkast op een manier laat bewegen die de interesse van pianist De Looze prikkelt.

Collectie jazzplaten van opa

Bram De Looze – die vandaag in Brussel woont – werd thuis in Heist van jongs af aan ondergedompeld in de jazz. Zijn vader had een hele collectie jazzplaten liggen van opa Etienne De Looze (die Bram jammer genoeg nooit gekend heeft) en daaruit werd gretig geput om Brams muzikale smaak aan te wakkeren. Leraars Marcel Gooremans en Werner Meert hielpen hem verder op weg, en eens Bram de tienerjaren bereikt had leek het improviseren meer en meer aan te slaan. Enkele aansluitende zomerstages en de hiermee gepaarde ontmoeting met tientallen muzikanten hadden een enorme impact op de jonge tiener.

Volgen daarna een tweetal jaar Lemmens, een jaar Conservatorium in Antwerpen, en via een beurs kwam Bram in hartje New York terecht waar hij in de New School for Jazz & Contemporary Music in aanraking kwam met mensen als Reggie Workman, Uri Caine, Marc Copland… Het verblijf in New York bracht hem dichter dan ooit bij de muziek die hij al jarenlang beluisterde, en dankzij het hoge tempo aan activiteiten kon hij er heel wat vaardigheden verder ontwikkelen en groeide vooral de drang naar ultieme vrijheid en het zoeken naar eigenheid in improvisatie en compositie.

Er valt aan het talent van Bram De Looze weinig te twijfelen als je weet dat hij recent met een project rond 100 jaar Thelonious Monk een reeks concerten mocht brengen in het gezelschap van Robin Verheyen (sax) en niemand minder dan de 62-jarige Joey Baron (drums), die als geniale drummer van topgroepen als het Masada quartet en het uitgebreidere Electric Masada al tientallen jaren aan John Zorns zijde staat. De Looze over Baron : ‘Joey is een drukbezet artiest en is zeer op zijn hoede en kieskeurig met wie hij het podium deelt. Het was een leuke ervaring om met hem een aantal concerten te spelen. Dit trio draait echt rond subtiliteit qua timing en orkestratie, rond inventiviteit en spontaniteit.’

Als je het mij vraagt : als je zo’n ervaring als 26-jarige op je CV mag zetten, dan kan dit wel tellen als visitekaartje. (RUDI VANMARCKE)

www.kaap.be en http://www.concertgebouw.be

 

%d bloggers liken dit: