Exit Magazine

Maandelijks Brugs Cultuurblad

Een passionele moord in Congo (1892)

De Brugse professor en antropoloog Daniël Vangroenweghe kent Congo op z’n duimpje. In 1985 maakte hij (koloniale) furore met het snoeiharde Rood Rubber, verwijzend naar de wrede en onbarmhartige rubberpolitiek van Leopold II. In 2012 verraste hij met een studie over Kannibalisme en mensenoffers bij Afrikaanse en Midden-Amerikaanse culturen. Hoe interessant de lectuur ook is, uitgevers lopen niet (meer) warm voor dit soort studies en daarom verschijnt Vangroenweghes jongste boekje in eigen beheer.

Het verhaal speelt zich af in Congo 1892, in de pioniersjaren van het koloniale avontuur. Leopold II (Vorst-Soeverein van Congo) stuurt op dat moment twee edellieden naar de kolonie: prins Henri de Croÿ en zijn neef Ernest d’Ursel. Beiden moeten hun intrek nemen in Luluaburg, een post op 2.000 kilometer van Boma, de toenmalige hoofdstad van Congo. Na amper drie weken op zijn post sterft graaf d’Ursel, maar omdat beide heren in een amoureuze twist verzeild waren, wordt het sterfgeval grondig onderzocht. Lokale onderzoekers  denken dat de graaf arsenicum is toegediend waarna  de hoogste magistraat in Congo (rechter Desaegher) een eigen onderzoek gaat voeren. Hij komt tot de conclusie dat de graaf stierf aan een soort malariakoorts.

Het boekje Congo 1892 vertelt het verhaal van naaldje tot draadje. Vangroenweghe kreeg daarvoor inzage in een reeks documenten die als ‘geheim’ stonden geclassificeerd. Een sluitend bewijs voor de moord wordt niet geleverd, maar de uitspraak van Leopold II, ‘Ah, de ellendeling, hij heeft ook dat nog gedaan’ is veelbetekenend. Een koloniaal verhaal voor de fans. (LF)

Congo 1892, Daniël Vangroenweghe, 19,95 euro (verzendingskosten inbegrepen), via Daniel.vangroenweghe@telenet.be. Ook verkrijgbaar in de Brugse boekhandels.

 

Bettie en Harrie in dertien ongelukjes (die niemand zag aankomen)

Anna Vercammen is naast actrice en theatermaakster ook schrijfster. In 2014 verscheen met ‘De Koningin is verdwenen’ haar eerste kinderboek waarmee ze meteen werd genomineerd voor de Boekenleeuw. Sabien Clement tekende toen de illustraties en stond daarna ook mee op scene in de gelijknamige theatervoorstelling. Clements werk werd bekroond met een Boekenpauw en een Gouden Uil en ze illustreerde werk van onder meer Dimitri Leue, Pieter Embrechts en Raf Walschaerts.

‘Bettie & Harrie, in dertien ongelukjes (die niemand zag aankomen)’ is hun gezamenlijke tweede boek voor kinderen vanaf vijf jaar. De verhalenbundel bevat korte verhalen vol spitante humor op kindermaat. De hoofdrolspelers in het verhaal zijn een bazige, grote zus en een volgzaam klein broertje. De twee wonen in een huis met een plat dak in Bengelbrugge. Als Bettie een plan heeft, luistert Harrie met open mond. Maar Harrie is altijd erg onhandig en dan gebeuren er ongelukjes. Gelukkig is er voor elk verhaaltje ook een pleister. ‘Bettie en Harrie, in dertien ongelukjes (die niemand zag aankomen)’ vertelt op licht verteerbare manier verhaaltjes over groot worden, over de wereld ontdekken en over de beste manier om je fantasie te gebruiken. Het boek werd uitgegeven bij uitgeverij De Eenhoorn. (SD)

 

Info http://www.eenhoorn.be

 

Stedelijke Academie, 300 jaar in de bres voor kunst

 

Foto EDM

 

Wellicht geen enkele Brugse school teert op zoveel geschiedenis als de stedelijke Academie in de Katelijnestraat. Het 300-jarig bestaan van deze kunstenschool grijpt terug naar 8 november 1717 wanneer met ‘een Hallegebodt’ de toelating wordt verleend voor de oprichting van ‘een vrije ende exempte academie’. Van 1720 tot 1890 is de Poortersloge in de Academiestraat de thuishaven. Vanaf dan wordt de Academie gehuisvest in de voormalige Bogardenkapel. 300 jaar geschiedenis wordt een (school)jaar lang gevierd met twintig tentoonstellingen en activiteiten allerhande. Centraal het werk van de alumni en de rol van kunstenaars die hier hun opleiding genoten.

 Joost Goethals (directeur Deeltijds Kunstonderwijs): ‘Op 10 november opent de Academie Brugge – vandaag Academie Brugge DKO en de Kunsthumaniora Brugge -, haar 300-jaar-viering. Wij presenteren met de nodige trots onze centrale tentoonstelling in de Stadshallen. Deze expo vormt een hoogtepunt in ons jubileumjaar. Daarnaast leggen we de nadruk op de Alumnitentoonstellingen die heel het academiejaar te zien zullen zijn in de stad. Niet enkel de Bogardenkapel zal dienst doen als expositieruimte, ook de Schipperskapel is een speerpunt binnen de Alumniprogrammatie. Een twintigtal tentoonstellingen zullen gedurende de hele periode het zwaartepunt vormen van onze 300 jaar-werking. In april 2018 komt er in dit kader een heus Theaterfestival met professioneel werk van jonge aan de Hogeschool pas afgestudeerde Academiestudenten.’

Vrijheid

De samenstelling van de grote tentoonstelling in de Stadshallen werd toevertrouwd aan de Brugse kunstcurator Pierre Muylle, die na een jarenlang kunstenavontuur in Luik de weg terugvond naar zijn Brugge. Muylle noemt zich hier geen curator, maar ‘coach’.

 Pierre Muylle: ‘We stellen in de expo zes thema’s voor die gekoppeld zijn aan onze waarden doorheen 300 jaar geschiedenis. Gebaseerd op die thema’s maken we een bewust niet-geschiedkundige tentoonstelling waar geselecteerd werk te zien is van onze leerlingen. Eerst en vooral focussen we op vrijheid. Vanaf 8 november 1717 mag men schilderen, tekenen én zijn werk verkopen. De Brugse Academie is als enige Academie ook democratisch. Iedereen met talent mag gratis binnen.’

EXit: Elke school pakt toch ook graag uit met bekende ex-studenten?

Goethals: ‘Zeker, en daarom belichten we enkele ‘netwerken’. Schilder Joseph-Benoît Suvée bijvoorbeeld wint in 1771 de Prix de Rome, dat was zowat het EK voor kunstenaars. Als oud-leerling van de Academie zorgt hij ervoor dat tientallen Brugse kunstenaars die in de Academie studeerden hun carrière kunnen maken in Parijs of Rome.’

‘Een andere beroemdheid is architect Louis Delacenserie. Mocht je alle gebouwen in Brugge kunnen uitgommen waar deze architect iets mee te maken had, er bleef van de Brugse binnenstad niet veel meer over. Hij was een oud leerling van onze Academie.’

EXit: Ook de vrouw wordt niet vergeten.

Muylle: ‘Feminisme en emancipatie komen zeker aan bod. Daarom, leve Jef Van De Fackere! We zouden een extra vrije heiligen-feestdag moeten krijgen ter ere van hem. Hij stichtte in 1918 het dagonderwijs voor juffrouwen zoals dat toen zo mooi heette.’

EXit: En zelfs de allerkleinsten worden niet vergeten?

Goethals: ‘Zeker niet. Aansluitend op het werk in de Stadshallen tonen we in de Jan Garemijnzaal de tentoonstelling Masterview door en voor kinderen waar we workshops organiseren in een heus pop-up-atelier.’

EXit: De Academie wil vandaag vooral een actueel verhaal vertellen. Slaat dat imago aan?

Jo Decoster (directeur Kunsthumaniora): ‘Denk van wel. Met meer dan 1.700, vooral Brugse kinderen, jongeren en volwassenen die les volgen overdag of ’s avonds in onze Academie, zijn we meer dan ooit aanwezig in het sociaal weefsel van de stad. We zijn dé plaats waar velen een kunstopleiding volg(d)en en voor de meesten ook de enige plek waar ze hun persoonlijke en artistieke ontplooiingen verder kunnen ontwikkelen. De Academie is daarmee een van de grootste kunst- en cultuurinstellingen die Brugge rijk is. Een taak die we serieus nemen en belangrijk vinden. En eentje die gevierd mag worden.’ (LF)

____

Van 10 november tot 3 december: 300 jaar Academie in de Stadshallen

Overige tentoonstellingen zijn terug te vinden op http://www.academiebrugge.be

 

‘Ik ben ervan overtuigd dat dingen moeten ontstaan vanuit een noodzaak’ 

Aan de rand van de kliffen staan twee meisjes. Ze kijken naar de zon. Hun handen houden elkaar vast. Eén voetstap later staat er nog maar één meisje … Het boek De Kinderen van Calais van Brugs auteur Lara Taveirne kon ondertussen vele lezers bekoren. Zo ook Anna Vercammen en Dominique Collet van het Gentse theaterhuis Kopergietery. Meisjes van Krijt, hun theaterbewerking, staat op donderdag 9 november op de planken van de MaZ.

 

EXit: Hoe ben je met De kinderen van Calais bij Kopergietery terecht gekomen?
Lara Taveirne:
‘Actrice, schrijfster en theatermaakster Anna Vercammen is van oorsprong Brugse en we waren altijd al gefascineerd door elkaars werk. Dominique Collet, coördinator van de theaterateliers bij Kopergietery, had het boek gelezen en wilde er heel graag wat mee doen. Onze visies bleken erg compatibel. We zaten een maand lang samen, schreven en stileerden tekstfragmenten en gingen improviseren met de jonge actrices in het stuk. Daarna zijn Anna en Dominique autonoom verder gegaan. Uiteindelijk ontstond zo een heel nieuwe creatie die mij heel erg kon bekoren.’

 

EXit: Het verhaal bleef intact?
Taveirne:
‘In grote lijnen wel. De hoofdpersonages zijn Violaine, Lillith en dochter Roos. Roos groeit op met een moeder die jaren terug iets heel ergs heeft meegemaakt. Lilith probeert dat verleden toe te dekken door voortdurend verhalen te vertellen. Roos raakt daarin verstrikt, net op een keerpunt in haar eigen leven. Het verleden haalt voortdurend het heden in en iedereen probeert zich daarbinnen staande te houden.’

 

EXit: Het stuk kreeg wel een nieuwe titel?
Taveirne: ‘
Meisjes van Krijt verwijst naar de krijtrotsen die een cruciale rol spelen in het verhaal, maar ook naar de breekbaarheid, de kwetsbaarheid van de personages. Krijt is bovendien erg vergankelijk, net als de verhalen van Lilith. In wat ze vertelt, is ze de mooiste, maar eigenlijk hangt aan haar leven een heel grote tragiek vast. Liliths verhalen bieden Roos slechts een schijnbare houvast.’

 

EXit: Wie speelt?
Taveirne:
‘De vrouwenrollen worden vertolkt door Anna, Dominique en de twee jonge actrices Jeanne De Voogdt en Suza De Gryse. Dominique begeleidt heel veel ateliers binnen de Kopergietery en was overtuigd van hun grote draagkracht op scene. Simon D’Huyvetter fungeerde als coach. Hij werkt heel beeldend en net dat aspect was voor mij het meest verrassend.’

 

EXit: Het boek wordt ook verfilmd?
Taveirne:
‘Daar gaat alles veel trager, omdat er heel veel budgetten moeten worden verzameld. Anne-Julie Vervaeke schreef het scenario. Eerst samen met mij, maar ook zij werkt nu autonoom verder. De titel wordt Waterwolf. Waar het boek zich afspeelt in de jaren zestig/zeventig, zet zij het verhaal in een hedendaagse setting. De dagboeken en brieven worden chats en mails, wat visueel-filmisch heel interessant is.’

 

EXit: Heb je geen moeite om je verhaal in handen van iemand anders te geven?
Taveirne:
‘Ik had het boek al losgelaten toen het uitkwam. Ik was er al enkele jaren mee bezig en het zat al zo lang in mijn systeem. Voor mij was het af op het moment dat ik het aan de lezers kon toevertrouwen. Ik regisseerde ooit zelf, schreef ook theaterstukken, maar De Kinderen van Calais zat altijd in mijn hoofd als een boek. Ik ben er eigenlijk heel erg van overtuigd dat dingen moeten ontstaan vanuit een noodzaak. Dat andere makers de nood voelen om met mijn verhaal aan de slag te gaan, daar kan ik alleen maar dankbaar om zijn.’

 

EXit: Voor je nieuwe boek ga je uit van één van die eigen theaterteksten?
Taveirne:
Kerkhofblommen is inderdaad geïnspireerd op Kerkhofblommenstraat, een stuk dat ik enkele jaren terug schreef voor de Torhoutse Toneelkring Sint-Rembert. Ik had toen het gevoel dat het niet helemaal af was. Van de oorspronkelijke verhalen blijft nog weinig over, maar ik vertrek wel van het gegeven van zeven vrouwen die samenwerken op een chrysantenveld. Arabella, een meisje op de grens van kind en volwassene, wordt het hoofdpersonage. Zij probeert te ontsnappen aan haar zeer kille moeder. Ze zoekt haar toevlucht bij de vrouwen die de chrysanten telen en wordt daar geconfronteerd met hun geheimen.’

 

EXit: Opnieuw werk met alleen vrouwen in de hoofdrol?
Taveirne:
‘Ik ben helemaal nog niet klaar met thema’s als moederschap, dochter zijn, relaties tussen moeders en dochters … Soms denk ik wel eens dat ik de mannelijke kanten van vrouwen eens op papier moet los laten, maar dat lukt voorlopig nog niet (lacht). Ik ben nu volop aan het schrijven en hoop – aangezien alles zich afspeelt rond Allerheiligen – met het boek uit te komen in november 2018. ’ (SD)

 www.ccbrugge.be

Born to be Kim Wilde

Popicoon treedt op donderdag 9 november op in Kursaal Oostende

Ze verkocht meer dan dertig miljoen albums en singles en is sinds ze haar debuutsingle/wereldhit ‘Kids in America’ zong in 1981 nooit echt meer van het internationale poprocktoneel verdwenen, een korte (moederschaps)pauze niet na te gesproken. Tussen toen en nu zitten tal van hits zoals ‘Cambodia’, ‘Never trust a stranger’, ‘You Came’… die in het collectieve geheugen zijn opgenomen. Kim Wilde is anno 2017 nog steeds een popicoon en mijn stem trilt dan ook een beetje als ik haar toevertrouw dat ik als achtjarige snotneus amoureuze gevoelens had voor haar, de rockbitch. ‘Oh really?’ lacht ze en ze stelt me meteen op mijn gemak. Wat een lieve vrouw!

EXit: Mogen we het een comeback noemen?
Kim Wilde: ‘Mijn comeback dateert eigenlijk al van 15 jaar geleden, zeker wat optreden betreft. Toen ik trouwde en kinderen kreeg, heb ik inderdaad wat stilgelegen. Nadat mijn kinderen ouder waren, heb ik de draad weer opgepikt. In de jaren tachtig draaide het meer om video- en tv-opnames, nu ligt de nadruk meer op het live spelen. De laatste vijftien jaren van mijn carrière vind ik ontzettend aangenaam. Ik heb nog steeds veel energie en dat deel ik graag met het publiek.’

EXit: Liever op de planken van het podium dan tussen de muren van de studio?
Kim Wilde: ‘Ik hou van beide zaken, maar het ene kan meestal niet zonder het andere. We hebben de laatste jaren in de studio doorgebracht om aan een nieuwe cd te werken. Verschijnt volgend jaar in de lente. De nummers klinken in elk geval fantastisch. Het maakt mij niet zoveel meer uit of we er veel succes mee zullen hebben of niet. Ik voel geen druk meer en dat geeft me meer emotionele vrijheid om te creëren. Dat is ook de reden waarom ik er zo blij mee ben. Misschien zit er wel een nieuwe hit in, wie weet?

EXit: Hoe zou je je nieuw album omschrijven?
Kim Wilde: ‘Het wordt een album vol poprocksongs met diverse invloeden, gaande van glamrock tot synthpop. Ik nam de cd op samen met mijn band waarmee ik al vijftien jaar speel. Ook mijn broer Ricki maakt daar deel van uit. In de songs gaat hij loos met zijn fantastische synthesizers-stuff. Hij is mijn andere helft. He is the Yin to my Yang.
Ik kan en wil het niet zonder hem doen.’

EXit: Ook je vader Marty was heel belangrijk voor jou?
Kim Wilde: ‘Ja, mijn vader en broer schreven thuis songs en mijn moeder nam het huishouden voor haar rekening. Das was verdomd handig, want mijn debuutsingle ‘Kids in America’ was zo’n grote hit in zo’n korte tijd. Het heeft ons een beetje in snelheid gepakt. We zijn er meteen keihard moeten invliegen. Het zat direct goed, maar er zijn later ook veel momenten geweest waar het niet zo goed draaide. Ik heb mijn carrière lange tijd met een rollercoaster vergeleken, want het verliep met ups en downs.’
‘We hadden niet verwacht dat ‘Kids’ meteen zo’n grote hit zou zijn. Ik was net van school en zorgde met mijn mama voor mijn kleine zus die net geboren was. Ik wilde wel zangeres worden, maar geloofde in geen duizend jaar dat ik al direct een miljoenenverkopende single zou scoren. Leuk, dat wel, maar ik was niet voorbereid op wat zou volgen. Je start hoog, maar je kunt laag vallen. De beginjaren waren wel fantastisch. Op je twintigste de wereld mogen rondreizen is niet voor iedereen weggelegd. Ik had de eer om de grootste popsterren in de wereld te mogen ontmoeten zoals Sting, Paul McCartney en Michael Jackson. Met enkele grootheden heb ik zelfs mogen samenwerken. Nu vind ik mijn leven ook wel best gezellig, want ik ben echt wel een family woman. Ik houd ervan om met mijn kinderen bezig te zijn en met de hond te gaan wandelen. Het beste van alle werelden – muziek en familie – heb ik nu verenigd.’

EXit: Je vindt het niet erg om van huis weg te zijn als je weer eens op het podium wordt verwacht?
Kim Wilde: ‘Totaal niet! Iedereen zorgt voor je als we on the road zijn. Het is veel lastiger om thuis te zijn, want er is altijd wel een plasje en een wasje te doen in huis. Op tour word je verwend en meestal nemen anderen in jouw plaats alle beslissingen. Toeren, dat is voor mij vakantie.’

EXit: Wat we soms eens vergeten in ons land, is dat je naast je muziekcarrière ook een bekend gezicht bent in Engeland als ‘tuinier’?
Kim Wilde: ‘Ja, ik heb al veel energie gestopt in ‘gardening design’. Dat doe ik trouwens nog altijd, want ik ben nog steeds betrokken in tuin- en groenprojecten in onze gemeenschap, meestal voor goede doelen. Het neemt een groot deel van mijn leven in beslag. Het zorgt alvast voor veel inspiratie. De tuin is een creatieve plaats, hoor.’

EXit: Wat mogen we verwachten op 9 november in het Casino Kursaal van Oostende?
Kim Wilde: ‘Ik heb al vaak in jouw land opgetreden en ik kijk er echt naar uit om nog eens in Oostende op te treden. Verwacht nog geen nieuwe songs – dat is pas voor volgend jaar -, maar we spelen, naast de grote hits en enkele toffe nummers uit mijn catalogus, ook enkele interessante covers. Het wordt alvast een uitgebreide show, jullie krijgen waar voor jullie geld.’

(ADC)

Productieploeg zoekt pasgeboren baby’s voor filmopnames

Voor de opnames van de Franse film Les Champs de Fleurs in de Zorgcampus Sanapolis in Sijsele (Damme) is Casting & Location op zoek naar enkele zwangere vrouwen die eind november of begin december uitgerekend zijn om te bevallen, en die graag enkele dagen willen meewerken samen met hun kersverse spruit aan de opnames van de film tussen 12 en 20 december 2017.

De film “Les Champs de Fleurs” van de regisseur Jeanne Herry schetst het portret van een jonge vrouw die het beste wil voor haar pasgeboren baby, maar er zelf niet kan voor zorgen en dus kiest voor het opvangnet van adoptie.

Deze dramatische komedie vol liefde en passie wordt gefilmd met een bekende Franse cast waaronder Sandrine Kiberlain en Gilles Lellouche.

De scènes die worden opgenomen met de baby spelen zich af in een serene sfeer in het decor van de materniteit. De mama moet zelf niet mee spelen, maar blijft uiteraard aanwezig op de set en kan alles van zeer dichtbij volgen.

Alle info via Wim De Waegenaere (Casting Director & Location Manager) op gsm 0477 643 845 en www.castingandlocation.be

Met FRONT kaapt het jongerencollectief Soundcast het Concertgebouw


Concertgebouw Brugge pakt op 10 en 11 november uit met het indrukwekkende ‘War Requiem’ van de Britse componist Benjamin Britten, een concert dat kadert binnen de topstukweken. Naar aanleiding van deze opvoering pakt Soundcast, het jongerencollectief van het Concertgebouw, uit met een eigenzinnige randprogrammering. Dat bestaat uit een ambitieuze tentoonstelling (8 november – 26 november) met 12 jonge kunstenaars en een openingsavond (10 november) met performances die rond het War Requiem gecreëerd werden.

We spraken met Tim Theo Deceuninck, lid van Soundcast, en Jella Onderbeke, één van de kunstenaars die op FRONT haar werk toont.

EXit: Hoe kwam het project tot stand?

Tim Theo Deceuninck: ‘Met Soundcast zien we het als onze missie om jongeren kennis te laten maken met de eigenzinnige programmatie van Concertgebouw Brugge, waar naast klassieke muziek ook heel wat hedendaagse muziek en dans wordt getoond. Wij willen daarbij drempelverlagend werken en waren vragende partij om jongeren een plaats te geven binnen het Concertgebouw. FRONT is hiervan het resultaat.’

EXit: FRONT kadert binnen de topstukweek van het ‘War Requiem’. Hoe weerklinkt het ‘War Requiem’ in de tentoonstelling?

Deceuninck: ‘Door de versmelting van de klassieke Latijnse Requiemtekst met de poëzie van Wilfred Owen, soldaat-dichter uit WOI, ontstaat een zeer geladen en universele dodenmis die vragen stelt over de morele leegte die de oorlog achterlaat. Het ‘War Requiem’ is opgedeeld in zes verschillende hoofdstukken en binnen deze hoofdstukken hebben we gezocht naar kunstenaars van wie het werk relateert met de inhoud en het gevoel dat binnen deze delen wordt uitgedrukt. De keramieken sculpturen van Jella Onderbeke sluiten bijvoorbeeld perfect aan bij het Agnus Dei, waarin (uit het gedicht) het beeld van de Christus die zijn been, verloor centraal staat.’

Verleidelijke madonna

 

Jella Onderbeke: ‘Mijn belangrijkste inspiratiebron vormt de christelijke volkskunst. Ik maak kleine, fragiele heiligenbeeldjes die herinneren aan de Mariabeeldjes die in de vorige eeuw in veel huishoudens op de schouw te vinden waren. Het klassieke beeld van de vrouw binnen het Christendom is er één zonder menselijke eigenschappen en wordt getypeerd door een goddelijke maagdelijkheid en kuisheid. Door de toevoeging van nieuwe elementen zoals minuscule oogjes of handen, cellulitis op de bil van een verleidelijke madonna… toon ik een andere blik op vastgeroeste idealen. De versmelting van de oude beeldcultuur met een hedendaagse, geseculariseerde blik, lokt nieuwe betekenissen uit waarmee ik het sacrale wens te vermenselijken.’

Deceuninck: ‘In het Agnus Dei staat Britten stil bij het deficit van de christelijke leer. Het principe van de naastenliefde vervalt binnen de strijd die jonge strijdkrachten, in wezen mekaars gelijken, maar in oorlog mekaars vijand, met elkaar beslechten. De sculpturen van Jella tonen deze verscheurdheid, zowel letterlijk als figuurlijk.’

Onderbeke: ‘Het gedicht van Wilfred Owen dat in het Agnus Dei centraal staat, inspireerde mij ook tot nieuw werk. Op FRONT toon ik vier nieuwe sculpturen getiteld ‘Kwelling’. Bij het lezen van het gedicht ‘Calvary near the Ancre’ bleef de zin ‘They were flesh-marked by the Beast’ onophoudelijk nazinderen in mijn hoofd. Het was voor mij dan ook vanzelfsprekend om hiermee aan de slag te gaan.’

Verval en wederopbouw

EXit: Is uw werk een vorm van maatschappijkritiek?

Onderbeke: ‘Ik zie mijn werk niet enkel als een kritiek. In de langzame handenarbeid die eigen is aan het werken in keramiek, ontstaat een ambigue relatie tussen lichaam en hoofd, tussen aanvoelen en bedenken. Mijn sculpturen komen voort uit deze relatie en de puurheid van het ambacht. Het gebruik van vrouwelijke heiligen komt veel meer voort uit een fascinatie voor de levens van deze personen dan uit het onderuithalen van christelijke idealen. Wel is een feministische lezing van mijn werk niet uitgesloten.’

Deceuninck: ‘FRONT wil niet louter een politiek of maatschappelijk statement nalaten. Veel meer hebben we gezocht naar een krachtige uitdrukking van de gevoelens van destructie en verval, maar eveneens van hoop en wederopbouw die met oorlog gepaard gaan.’

____

FRONT expo: 8 – 26 november. Openingsavond: vrijdag 10 november (vanaf 21.30 uur) – GRATIS. War Requiem door het Bochumer Philharmoniker 10 en 11 november. Alle info over FRONT op concertgebouw.be/front. Info en tickets War Requiem: concertgebouw.be

Met beeldend werk van:

Tom Callemin, Juliana Canal Paternina, Judith Desmyttere, Nicolas Erauw, Pieter Jennes, Flor Maesen, Jella Onderbeke,  Annelies Rios Casier, SynART, Naomi Süssholz, Merel Van de Casteele, Ezra Veldhuis

Met performances van:

Op 10 nov: Samuel Baïdoo & Hernan Mancebo Martinez, Victor Goemaere & Amélia Malfait, Aïda Gabriels, Tim Taveirne en de polen/Kobe Chielens & Lieselotte De Keyzer

 

 

De ultieme Brugse cultuurtips (slot)

Foto EDM

 

Het cultuurseizoen belooft dit jaar, meer nog dan de vorige jaren, een rijk geschakeerd palet van muziek, dans, toneel en beeldende kunst te worden. Kiezen wordt zo steeds moeilijker. Daarom gaan we te rade bij de professionals van het vak. Zij tippen ons hun soms verrassende top-drie.

 Frederik Styns (intendant Symfonieorkest)

1.Elegie , Symfonieorkest Vlaanderen & Pieter Wispelwey (15 maart 2018, Concertgebouw): topcellist Pieter Wispelwey is een oude bekende van Symfonieorkest Vlaanderen. Samen met het orkest brengt hij het celloconcerto van Elgar, een van de hoogtepunten uit het cellorepertoire. Deze klepper wordt geconfronteerd met de veel minder bekende Pastoral Symfonie van Vaughan Williams, en War Elegy van Ivor Gurney. Deze twee laatste stukken verklanken de donkerste momenten uit de recente geschiedenis. Zowel Vaughan Williams als Gurney vochten aan het front tijdens de Eerste Wereldoorlog.

2.        Magnificat, Vox Luminis (2 februari 2018, Concertgebouw): het Belgische ensemble Vox Luminis is uitgegroeid tot een van ’s werelds beste en meest innovatieve ensembles op het vlak van oude muziek. Zonder dirigent weten ze zich vlot én met overtuiging een weg te banen doorheen het rijke repertoire uit renaissance en barok. Zo ook is hun lezing van Bachs Magnificat een ware belevenis. Ongetwijfeld ontdekt u nieuwe nuances en details in dit meesterwerk, uitgevoerd door dit vocaal en instrumentaal ensemble dat gecoacht wordt door Lionel Meunier.

3.        Pieter Pourbus en de vergeten meesters (tot 21 januari 2018, Groeningemuseum): ontdek in deze tentoonstelling de vergeten Brugse meesters uit de 16de eeuw. Het oeuvre van Pieter Pourbus staat centraal, een aanstormend talent dat heel wat belangrijke opdrachten wist binnen te slepen, van het ‘Laatste Oordeel’ en de ‘Annunciatie’ tot treffende portretten van Brugges voornaamste families. Maak voor de eerste keer ook kennis met het oeuvre van Claeissens, de verrassing van de tentoonstelling! 

Het stormt drie dagen lang in De Grote Post

Foto Thomas Geuens

 

Of u nu een fervente jazz-adept bent of niet, de kans is groot dat de naam Hendrik Lasure bij u een belletje doet rinkelen. Hendrik – nog steeds maar 20 lentes oud – groeide op in Brugge, zo goed als in de schaduw van het Werfgebouw in het Stubbekwartier. Jarenlang maakte hij daar op zeer jonge leeftijd al indruk tijdens jamsessies, waar hij menig toeschouwer verbaasd achterliet met zijn toen al erudiete en soepele pianospel waarmee hij moeiteloos de foyer van De Werf inpalmde.

Ondertussen heeft Hendrik de overstap gemaakt naar de grote podia. Samen met de eveneens jong begonnen Casper Van de Velde (drums) staan zij als SCHNTZL binnenkort op het podium van het heiligdom genaamd Bimhuis (A’dam). Iets waar Hendrik en Casper ongetwijfeld heel erg naar uitkijken.

Maar … eerst valt hen de eer te beurt om in De Grote Post in Oostende het Stormfestival te openen. Op vrijdag 10 november om 19 uur steekt het festival van wal, en zijn we vertrokken voor drie dagen bedwelmende Storm! : drie concerten op vrijdag, vier op zaterdag (vanaf 19 uur), vier op zondag (vanaf 14 uur).

De imposante locatie van dit festival, een oord dat als voormalig PTT-RTT-gebouw deel uitmaakt van de achtergrond van mijn Oostendse collegejaren, werd een aantal jaren geleden grondig gerenoveerd en in gebruik genomen als cultuurcentrum, waarbij typerende elementen van de oorspronkelijke functie als postgebouw behouden bleven. Neem dus gerust de tijd om even met een glas in de hand het gebouw te verkennen tussen de concerten door, het is de moeite waard.

Verdeeld over twee podia wordt ons door KAAP een intens jazz-bad aangeboden dat op drie dagen tijd elf bezettingen aan het woord laat. Het volledig programma en details over elk van de concerten vindt u verderop in deze EXit

Waar ik zelf naar uitkijk? Om er een drietal te noemen: het slotconcert van Christian Scott aTunde Adjuah op de eerste concertavond, de confrontatie van Peter Vermeersch (FES) en David Bovée (Think of One) op zaterdag. Ik ben ook heel benieuwd naar wat Ragini Trio & Bojan Z & Sawani Mudgal op zondag op het podium zullen brengen.

Jazz not jazz… zo luidt de ondertitel van het festival. Benieuwd naar de betekenis hiervan polste ik bij Pieter Koten en Benny Claeysier naar de betekenis van die ondertitel. Die ligt voor de hand, en vertrekt vanuit de eeuwige vraag “wat is jazz ?”. Veel muzikanten wensen zich vandaag niet meer gevangen te weten in vakjes, willen de grenzen slopen en zichzelf open stellen voor andere muzikale werelden, voor klassieke invalshoeken, voor etnische elementen, voor het gebruik van elektronica. Maar dit steeds met een instelling waarbij de lat uitdagend hoog wordt gelegd.

Een label plakken op elk van de festivaldagen ? Misschien… vrijdag : jong aanstormend talent. Zaterdag : een ontdekkingsreis met klassieke elementen en een wereldse inslag over vijf continenten. Zondag : klemtoon op virtuositeit.

Nog jazz in november ?

Als uw jazz-honger na Storm! nog niet gestild is – en dat is mogelijk, ik spreek uit ervaring – kunt u op zondag 12 november in de intimistische en eigenzinnige Parazzar (Torhoutse Steenweg) in Sint-Andries terecht voor het trio Bones Again (Ziv Taubenfeld – bass clarinet, Shay Hazan – double bass, Nir Sabag – drums).

Amper één week later, op zondag 19 november, staat in diezelfde Parazzar Oui Chef op het menu (Jean Dousteyssier – clarinets, Gabriel Levasseur – trumpet, Johan Graden – piano, Vilhelm Bromander – double bass, Jakob Warmenbol – drums)

Op zaterdag 4 november is het wat mij betreft ook heel erg uitkijken naar het concert van Sarathy Korwar dat in een samenwerking van Cactus en KAAP geprogrammeerd staat in Cactus Club (MaZ). De uitstekende debuutcd van deze artiest (Day to day – uitgebracht op Ninja Tune 2016) heb ik onlangs met enige tegenzin teruggebracht naar de Biekorfbibliotheek waar u hem bij de “W” van wereldmuziek kunt terugvinden. Wat mij betreft hoort hij eerder thuis bij de “J” van jazz, want jazz it is for sure.

(RUDI VANMARCKE)

http://www.kaap.be

Landjuweelfestival voor amateurtheater strijkt neer in Oostende

Het Landjuweelfestival voor amateurtheater kreeg enkele jaren terug een heel nieuwe, hedendaagse invulling, aangepast aan de noden en wensen van de vele gezelschappen in Vlaanderen. Vandaag is het een rondreizend festival en dit keer mag Oostende van woensdag 1 tot en met zondag 5 november de honneurs waarnemen.

 De stad aan zee toont het amateurtoneel in al zijn kwaliteit en diversiteit. Een team van kenners selecteerde uit 80 theaterproducties van het voorbije seizoen acht producties.

Opener op woensdag 1 november is een bewerking van Pygmalion van de bekende theaterauteur George Bernard Shaw. In het stuk ontfermt een taalprofessor zich over een simpel straatmeisje. Theatergroep Hoogspanning uit Beerse maakt er een heel gedurfde, ruwe en maatschappijkritische versie van. Speciaal voor het festival wordt ook een op en top Oostendse productie gecreëerd met lokale acteurs in een regie van Ineke Nijssen. Deze unieke creatie neemt het publiek op donderdag 2 november mee op een bijzonder parcours doorheen De Grote Post. Op verdoken en minder verdoken plekken kom je personages tegen, als waren het inwoners van een dorp.

 Voorts zijn er ook stukken van bekende theaterauteurs als Alex van Warmerdam, Jon Fosse, Stijn Devillé en Adriaan Van Aken. Theater Krakeel uit Gentbrugge sluit af met Nachtelijk Symposium, werk van wijlen Eric De Volder over ‘het beest dat de mens is.’

Naast de producties zijn ook heel wat omkaderende activiteiten gepland. Er zijn workshops voor jongeren met een afsluitend toonmoment, je kunt nieuw repertoire leren kennen en er is een ruilbeurs voor kostuums en rekwisieten. (SD)

%d bloggers liken dit: