Exit Magazine

Maandelijks Brugs Cultuurblad

Geen Bob, maar George Dylan op Paletrock

Foto EDM

 

Amper negentien jaar en nu al gezegend met een artiestennaam als een klok en een repertoire met hitpotentieel. Als de sterren gunstig in zijn richting wijzen en het geluk aan zijn kant staat, zullen we nog veel goeds over en van Bruggeling George Dylan horen. Om te beginnen al op Paletrock – het muziekfestival van basisschool Het Palet in de Nieuwstraat – op vrijdag 1 juni waar hij, samen met Twolfnolf, Teachers In Trouble, Mozz en Mondayitis, het podium mag delen.

 

DE KIEM 

George Dylan: ‘Er was en is altijd muziek bij ons thuis. Dat heeft veel geholpen, want ik werd continu geprikkeld. Mijn vader luistert naar tijdloze muziek en naar jazz en heeft zijn smaak aan mij doorgegeven. Als ik artiesten op een podium zag staan, kreeg ik zin om hun plaats in te pakken. Zo begon dat te groeien… Toen ik zestien was, heb ik een gitaar gekocht en lessen gevolgd in Metronoom. Die lessen hebben me goed geholpen om de basis te leggen, de rest heb ik zelf bijgeleerd. Met al die kennis op zak, ben ik dan nummers beginnen te schrijven. Over mijn eerste nummers was ik niet zo tevreden. Ik ben heel kritisch.’

 

HET COMPONEREN

George Dylan: ‘Het was zoeken naar een goede stijl. In het begin was mijn muziek nog te gevarieerd, nu groei ik stilaan naar een bepaalde sound en stijl, een mix tussen folk en hiphop. Dat zijn genres waar ik graag naar luister. Ik pik daar de beste dingen uit. Er staan voorlopig nog maar drie nummers op mijn vi.be-pagina op internet, maar ik kan nu al gerust een set van een uur spelen met deftige nummers. Ik heb ondertussen al 30 à 35 nummers geschreven. Ik schrijf vlot, al neem ik er wel de tijd voor. Ik focus me vooral op mijn tekst. Om te componeren, moet ik altijd neerzittend gitaar spelen. Ik speel een paar akkoorden, improviseer wat en dan komt er vanzelf wel een melodie opzetten. Na het hummen komen er woorden en zinnen.’

 

DE NAAM

George Dylan: ‘Mijn naam mag dan al verwijzen naar de beroemde Bob, ik heb dit niet bewust gedaan. Dylan is mijn voornaam en ik vond dat in combinatie met ‘George’ goed klinken. Het is gewoon een mooie naam die blijft hangen en die ook buiten de landsgrenzen goed tot zijn recht komt. Of ik vertrouwd ben met het oeuvre van Bob Dylan? Absoluut, ik ben ermee opgegroeid. Mijn vader heeft me zijn muziek vaak laten horen. Ik ben fan en ik kijk op naar hem. Zijn teksten vind ik steengoed.’

 

DE REST VAN HET ARTIKEL LEEST U IN DE PAPIEREN EXIT VAN JUNI. GRATIS MEE TE NEMEN OP MEER DAN HONDERD VERDEELPUNTEN.

 

__

‘Ik reis altijd alleen, anders wordt het te gemakkelijk’

Foto Friese Landuyt

 

Zopas opende de eerste fototentoonstelling ‘100°C Foto-expo: Een reis van -50°C naar +50°C’ van Elisabeth Callens. Locatie: de kale muren van De Republiek in de Sint-Jakobsstraat waar de foto’s uitstekend tot hun recht komen. Voor deze tentoonstelling zocht de fotografe de koude van Siberië en Groenland op. Daarna trok ze verder richting Oman en Jordanië om het contrast tussen koud en warm vast te leggen op de gevoelige plaat.

 

EXit: Je hebt altijd al veel gereisd?

Elisabeth Callens: ‘Ik studeerde drie jaar fotografie in Antwerpen. Voor mijn eindwerk reisde ik naar Tsjernobyl, want ik wou zien hoe het leven is buiten de verboden zone. Buiten de dertig kilometer waar niemand in mag, zou iedereen zogezegd gezond zijn, maar bijna Iedereen heeft daar  gezondheidsproblemen. Dat was de eerste keer dat ik alleen op reis ging.’

‘Ik leg de lat telkens hoger voor mezelf. Ik reis ook nu nog alleen, want anders wordt het te gemakkelijk. Voor mijn eerste grote reis was het de bedoeling dat ik twee maanden naar Kazachstan zou trekken met een slee. Uiteindelijk werden er dat negen. Twee maanden Kazachstan, twee maanden Kirgizië, drie maanden Tadzjikistan en twee maanden Mongolië. Ik wou vooral de leegte opzoeken.’

 

EXit: Welk soort foto’s maak je?

Callens: ‘Ik kom in een dorpje en daar vraag ik om een slaapplek. Vervolgens maak ik bij de mensen thuis portretjes of foto’s die tonen hoe de mensen leven. De focus leg ik wel vooral op het stappen om ergens te belanden waar niets is. Ik fotografeer vooral de uitgestrektheid van landschappen. Voor de tweede reis (waarover de tentoonstelling gaat), zocht ik het verschil tussen -50 en +50 graden. Ik ben eerst naar Siberië en Groenland gegaan om de koude op te zoeken en ik ben dan doorgereisd naar Jordanië en Oman. Oman was verschrikkelijk van de hitte. Ik heb toch liever de koude.’

 

EXit: Reis je altijd in functie van je fotografie?

Callens: ‘Als ik voor mijn plezier met vrienden op reis ga, neem ik geen camera mee. Dan geniet ik gewoon. Als ik reis om foto’s te nemen, ben ik volledig uitgerust om op elk moment te kunnen fotograferen. Dan mag er niemand rond mij zijn of het zijn mensen die ik toevallig tegenkom.’

 

DE REST VAN HET ARTIKEL LEEST U IN DE PAPIEREN EXIT VAN JUNI. GRATIS MEE TE NEMEN OP MEER DAN HONDERD VERDEELPUNTEN.

 

_

Tachtigjarige Oorlog komt naar de Sint-Jakobskerk

Het Brugse koor Da Cantar bestaat 25 jaar. Voor zijn zilveren jubileum organiseert het vocale ensemble dat polyfonische muziek uit de renaissance zingt een uniek verjaardagsconcert over de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) op zondag 3 juni (om 19 uur) in de Sint-Jakobskerk. We spraken met dirigent Wim Maeseele.

 

EXit: Een kwarteeuw Da Cantar. Staat de beginperiode nog fris voor de geest?

Wim Maeseele: ‘Ik heb Da Cantar opgericht in 1993. Ik had al snel de microbe beet om oude muziek te zingen. Polyfonie zingen en uitvoeren is een pak eenvoudiger dan een instrument bespelen omdat je stemmen kunt kneden. Toch kun je nooit de typische renaissancestemmen nabootsen. De behoefte om zo’n ensemble op te richten, was er vrij snel omdat ik zelf ontzettend graag zing. Toch merkte ik dat dirigeren voor mij logischer was. Voor mij was het als het ware een laboratorium waar ik van alles kon uitproberen. Ik had zelfs nog nooit gedirigeerd.’

 EXit: Een polyfoniekoor was toen vrij uniek?

Maeseele: ‘Een koor dat zich specifiek richt tot polyfonie en renaissancemuziek was er nog niet en tot op vandaag blijven we origineel. Al heeft het Gentse kamerkoor El Grillo min of meer hetzelfde profiel. In Antwerpen zijn er ook hier en daar een paar ensembles, maar in Brugge blijven we zeker uniek.”

EXit: Blijven jullie programma’s hetzelfde of zijn ze doorheen de jaren geëvolueerd?

Maeseele: ‘Er is zoveel renaissancemuziek dat die bron nooit uitgeput geraakt. Het is zo breed dat ik me niet gauw verveel. Toch is het niet zo dat ik gefixeerd ben op polyfonische muziek. Ik ben niet vies van moderne werken, maar het moet dan echt wel goed zijn.’

EXit: Uit hoeveel leden bestaat Da Cantar?

Maeseele: ‘Achttien leden is ons maximum. We hebben een vaste kern. Sommigen zingen al 25 jaar voor Da Cantar. In die 25 jaar hebben de leden enorm veel kennis opgedaan over de polyfonie. In het conservatorium in Gent (waar ik lesgeef) daarentegen merk ik dat men daar vaak nog van nul moet beginnen.’

DE REST VAN HET ARTIKEL LEEST U IN DE PAPIEREN EXIT VAN JUNI. GRATIS MEE TE NEMEN OP MEER DAN HONDERD VERDEELPUNTEN.

 

Tachtigjarige Oorlog komt naar de Sint-Jakobskerk

 

Het Brugse koor Da Cantar bestaat 25 jaar. Voor zijn zilveren jubileum organiseert het vocale ensemble dat polyfonische muziek uit de renaissance zingt een uniek verjaardagsconcert over de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) op zondag 3 juni om 20 uur in de Sint-Jakobskerk. We spraken met dirigent Wim Maeseele.

EXit: Een kwarteeuw Da Cantar. Staat de beginperiode nog fris voor de geest?

Wim Maeseele: ‘Ik heb Da Cantar opgericht in 1993. Ik had al snel de microbe beet om oude muziek te zingen. Polyfonie zingen en uitvoeren is een pak eenvoudiger dan een instrument bespelen omdat je stemmen kunt kneden. Toch kun je nooit de typische renaissancestemmen nabootsen. De behoefte om zo’n ensemble op te richten, was er vrij snel omdat ik zelf ontzettend graag zing. Toch merkte ik dat dirigeren voor mij logischer was. Voor mij was het als het ware een laboratorium waar ik van alles kon uitproberen. Ik had zelfs nog nooit gedirigeerd.’

EXit: Een polyfoniekoor was toen vrij uniek?

Maeseele: ‘Een koor dat zich specifiek richt tot polyfonie en renaissancemuziek was er nog niet en tot op vandaag blijven we origineel. Al heeft het Gentse kamerkoor El Grillo min of meer hetzelfde profiel. In Antwerpen zijn er ook hier en daar een paar ensembles, maar in Brugge blijven we zeker uniek.”

EXit: Blijven jullie programma’s hetzelfde of zijn ze doorheen de jaren geëvolueerd?

Maeseele: ‘Er is zoveel renaissancemuziek dat die bron nooit uitgeput geraakt. Het is zo breed dat ik me niet gauw verveel. Toch is het niet zo dat ik gefixeerd ben op polyfonische muziek. Ik ben niet vies van moderne werken, maar het moet dan echt wel goed zijn.’

EXit: Uit hoeveel leden bestaat Da Cantar?

Maeseele: ‘Achttien leden is ons maximum. We hebben een vaste kern. Sommigen zingen al 25 jaar voor Da Cantar. In die 25 jaar hebben de leden enorm veel kennis opgedaan over de polyfonie. In het conservatorium in Gent (waar ik lesgeef) daarentegen merk ik dat men daar vaak nog van nul moet beginnen.’

DE REST VAN HET ARTIKEL LEEST U IN DE PAPIEREN EXIT VAN JUNI. GRATIS MEE TE NEMEN OP MEER DAN HONDERD VERDEELPUNTEN.

 

_____

Troefkaart Triënnale

 

De krantentitels logen er niet om. De Standaard zag het ‘Venetië van het Noorden een update’ krijgen, De Morgen kwam alweer niet verder dan ‘Moderne kunst in een decor van chocola, bier en kunst’, De Tijd hield het bij ‘Stad in beweging’. Ook de buitenlandse pers, ruim aanwezig op de persvoorstelling, tapte uit hetzelfde vaatje en was kwistig met lof. Alleen het Brugs Handelsblad noteerde dat er ‘toch al ontevreden reacties van buurtbewoners en horeca-uitbaters’ waren: er zijn nog zekerheden.

Zoveel is duidelijk: deze tweede editie van Triënnale Brugge 2018 (waarvan de pionierseditie teruggaat naar 1974) belooft een voltreffer te worden. Het publiek daagt talrijk op en kijkt op een andere manier, vaak vanop het water, naar de stad. Moderne kunst en architecturale ingrepen in de openbare ruimte, zie ook het kwaliteitsvolle aanbod van Beaufort, is een troefkaart die Brugge moet uitspelen. Het doet de bezoeker op een andere manier kijken naar een stad die nog al te vaak in clichés wordt beschreven.

De kritiek op sociale media (‘de toeristen komen naar Brugge voor het middeleeuws karakter en niet voor enkele, tijdelijke, modern constructies,’) snijdt dan ook geen hout. Brugge mag niet op zijn laatmiddeleeuwse lauweren rusten. Het is de verdienste van het curatorenteam (Till Borchert, Els Wuyts en Michel Dewilde) dat ze een actueel beeld van deze stad tonen aan (de argeloze passant die Brugge verkent van Oud Sint-Jan tot O.L.V. Ter Potterie. Het laatmiddeleeuwse Brugge (zie ‘Haute Lecture’, zie muziekfestival Gold en straks MAfestival) sluit daar naadloos op aan. Het is geen spel van of/of, maar van en/en.

De sterke punten van deze Triënnale zijn enkele constructies en installaties die de toeschouwer dwingen tot meedenken. Twee springen er zo uit: op het Jan Van Eyckplein toont het Amerikaanse duo Studio KCA een ‘plastic whale’, samengesteld uit plasticafval uit de oceaan rond Hawaï. Hier krijg je een geweten gestompt. Het inspireerde de Brugse schrijfster Lara Taveirne en zoon Samuel (9 j.) tot het maken van een toren die bestaat uit 330 blikjes, oogst van één maand afval rapen in hun straat. Schitterende actie.

Blikvanger twee is het kleurrijke paviljoen op het water van de Coupure. Het Spaanse duo Selgascano creëerde een rustplek op het water die een zomer lang een ideale verpozingsplek zal zijn. Militant bezorgd over de klimaatopwarming die, volgens prognoses, delen van Brugge zal overspoelen, is de toren van de Brugse architect Pieter Van Driessche op de binnenrei van Oud Sint-Jan. Zijn modules kunnen losgekoppeld worden en zo een drijvende stad vormen. Het meest ‘Brugse’ kunstwerk is van de Amerikaan John Powers die een machtige stalen constructie bouwde in de vorm van een zwanenhals, te bekijken op het Minneboplein. Conclusie: er mag nu al gedacht worden aan een volgende editie. (LF)

 

EXit-juni, de zomer lonkt

EXit-juni met heel wat moois

*Leen Speecke geeft bibliotheekfakkel door aan Koen Calis

*Paul Van Damme met naslagwerk over ‘Propaganda in België’

*Het Concertgebouw verkent de kosmos tijdens nieuw seizoen

*Burlesque met een ondeugende knipoog

*Nieuwe muziektempel in hartje binnenstad

*Da Cantar bvrengt De Tachtigjarige Oorlog komt naar de Sint-Jakobskerk

*Fotopagina: Stijn Vos toont de Triënnale

*en zo veel meer….

 

Aan het strand van….

Up with People te gast in Brugge

 

Op zondag 20 mei (20 uur) brengt Up with People een muzikale show in het Sint-Lodewijkscollege. Up with People is een organisatie waarbij een honderdtal internationale studenten gedurende een periode de wereld rondreizen. Sinds het ontstaan (52 jaar geleden) heeft de groep al meer dan zeventig landen bezocht. Ook veel Bruggelingen maakten al deel uit van de groep. 

‘Up with People is het best gekend voor hun muzikale show die de hele familie aanspreekt, maar het is meer dan dat. Het is een internationale educatieve organisatie die jonge mensen de kracht wil bijbrengen om positieve veranderingen teweeg te brengen in hun eigen gemeenschappen en de wereld’, zegt woordvoerder Peter Monbailleu die in 1984-85 zelf meereisde met de groep. ‘Door de unieke combinatie van muziek, sociale projecten en internationale reizen realiseren ze een sterke impact op de gemeenschappen die ze bezoeken. Op die manier brengen ze jonge mensen de kennis en ervaring bij die ze nodig hebben in onze huidige complexe samenleving. Al meer dan vijftig jaar doorbreekt Up with People culturele grenzen en brengt de groep mensen samen net door de unieke vorm waarop ze de wereld rondreizen. Op die manier werkt Up with People aan een wereld met meer hoop, vertrouwen en vrede.’

De studenten van Up with People verblijven in Brugge van 15 tot 22 mei bij gastfamilies. Ze zullen aan verschillende sociale projecten meewerken. Op zondag 20 mei treden ze op in het Sint-Lodewijkscollege met hun nieuwste productie ‘Live On Tour’. De show bevat popmedleys, internationale dansen en originele UWP-nummers.

‘De show meemaken is niet de enige manier om betrokken te geraken bij de groep. Lokale jongeren tussen 17 en 29 kunnen zich ook kandidaat stellen om mee te reizen met één van de komende tournees. De voorbije jaren reisden trouwens heel wat Bruggelingen mee met Up with People’, aldus Peter Monbailleu.

 

Aspe en Marec richten uitgeverij en koffiebar op in de Sint-Jakobsstraat

Foto EDM

 

De nieuwe logebroeders van Brugge

 

De (h)echte vriendschap tussen Pieter Aspe en Marec wordt verankerd in De Loge van Marec en Aspe, een eigen gloednieuwe uitgeverij en koffiehuis in de Sint-Jakobsstraat. De ene is Vlaanderens meest gelezen misdaadauteur met een verkoop van drie miljoen (!) boeken op zijn conto, de andere is een van de beste cartoonisten van ons land met een jaarlijkse productie van enkele duizenden tekeningen. Met De Loge willen ze hun eigen werk en ook die van anderen in boekvorm aan het publiek presenteren.

 

Tussen Aspe en Marec zijn enkele parallellen te trekken. Ze zagen allebei het levenslicht in de Brugse parochie Sint-Jakobs: Pierre Aspeslagh werd  er 65 jaar geleden geboren, Marc De Cloedt volgde drie jaar later. ‘We hebben elkaar toen nooit ontmoet. Pierre woonde aan de kerk, ik in de Beenhouwersstraat.’

De vriendschapsband tussen beide auteurs zou pas later ontstaan, meer bepaald in de Ronde van Frankrijk editie 2011 toen ze – in opdracht van Het Nieuwsblad waar Marec al een kwarteeuw cartoonist is – drie weken lang elk op hun eigen manier zouden berichten over het wel en wee van de geletruidrager en het daarmee gepaard gaande randcircus.  ‘Wijnjournalist Alain Bloeykens maakte ook deel uit van ons gezelschap, maar hij ging elke avond vroeg slapen. Dan bleven Pierre en ik plakken in de bar. Het klikte wonderwel goed tussen ons, we zaten nooit om gespreksstof verlegen’, zegt Marec. Aspe beaamt: ‘Die weken waren intensief. We deelden niet alleen dezelfde visie, maar ook dezelfde vorm van humor. Na de slotrit op de Champs Elysées dachten we dat ons contact nadien zou verwateren, maar het tegendeel bleek waar. We bleven elkaar opzoeken en we gingen vaak samen eten, altijd vergezeld van onze echtgenotes.’

 

Muze

Het is de liefde voor hun echtgenotes dat ervoor zorgde dat in september 2017 hun eerste gezamenlijk boek verscheen. ‘Bea. Afscheid van een Muze’ luidt de titel van de graphic novel die meandert over ‘de liefde, de dood en alles daartussenin’ in het algemeen, maar in het bijzonder over de bijzondere romance tussen Pieter Aspe en zijn lieve vrouw Bernadette Vandebroucke die veel te vroeg en onrechtvaardig op 31 augustus 2016 na een korte, slepende ziekte kwam te overlijden. ‘Ik liep al een paar jaren met het idee rond om eens iets anders te tekenen – in een andere stijl – dan de dagelijkse cartoons. Ik had zin om nog eens te tekenen wat ik zag en niet alleen wat ik in mijn hoofd had. Als onderwerp had ik het thema ‘de muze’ naar voren geschoven. Wat betekent een muze voor een kunstenaar? Ik weet wat het is om een muze te hebben en ik wilde dat eens uitleggen. Voor mij is een muze iemand die op onverwachtse momenten de kunstenaar inspireert. Ik dacht hiervoor al langer aan Pierre en Bernadette, maar toen werd ze plots ongeneeslijk ziek. Na haar overlijden, durfde ik het niet goed te vragen. Het betekende veel voor mij dat Pierre toch zijn deur heeft opengezet en mij heeft toegelaten om hun verhaal op te tekenen. Ik moest telkens diep graven bij Pierre om alles naar boven te halen. In het begin was het zoeken naar een goede formule om het boek te maken. We zijn twee keer opnieuw begonnen.’

 

EXit: Pierre, voor jou was het wellicht ook een moeilijke opdracht om je verhaal zo persoonlijk neer te schrijven?

Aspe: ‘Als ik ons verhaal alleen had moeten schrijven, dan zou ik het daar zeer moeilijk mee hebben gehad. Gelukkig kwam Marc op het juiste moment met zijn vraag. Een maand eerder was ik er nog niet klaar voor. Ik heb het muze-project bekeken als een soort eerbetoon aan Bernadette, dat is voor mij uiteindelijk de motivatie geweest om het toch te doen. We kozen ervoor om mijn verhaal uit mijn standpunt te vertellen en het verhaal van Bernadette via de tekeningen van Marc. Die twee verhaallijnen lopen parallel in het boek door en treffen elkaar om de zoveel pagina’s. Het is een mooi boek geworden. Er zit zoveel symboliek in verwerkt en er zitten zoveel lagen in om het te doorgronden. Ik denk dat Bernadette het zo gewild zou hebben.’

 

EXit: Is het voor sommigen een troostboek?

Aspe: ‘Ik heb veel positieve reacties gekregen van mensen die zich aangesproken voelden. En geen enkele negatieve. Althans niet in mijn gezicht.’

Marec: ‘Een van de mooiste reacties die we kregen, was tijdens een signeersessie in The Cartoonist. Een vrouw in de buurt had het boek gekocht en kwam na enkele uren geëmotioneerd terug. Het verhaal had haar tot tranen toe bewogen. Zoiets had ik nog nooit meegemaakt; meestal bezorgt mijn werk mensen tranen van het lachen.’

 

DE REST VAN HET INTERVIEW LEEST U IN DE PAPIEREN VERSIE VAN EXIT MEI. OP MEER DAN HONDERD LOCATIES GRATIS VERKRIJGBAAR!

The Congos in het Kingston van de Noordzee

Reggaeliefhebbers, aandacht: op zaterdag 12 mei spelen The Congos een concert in Bredene, het Kingston van de Noordzee. Na passages van onder meer The Gladiators, Lee Perry, Max Romeo, Ken Boothe en Inner Cirlce pakt de organisatie dus opnieuw uit met een straf reggaeconcert in het Meeting & Eventcentrum Staf Versluys.

Op de Afro C Festival Launch Party op 12 mei wordt de line-up van het Afro C Festival bekendgemaakt. Dit kleurrijke festival in Bredene vindt plaats op vrijdag 10 en zaterdag 11 augustus en blijft ook in 2018 volledig gratis.
De Launch Party vindt plaats in het gezelschap van de legendarische Jamaicaanse band The Congos.

Volgens het weekblad Humo maakten The Congos in 1977 met ‘Heart of the Congos’ het allerbeste reggaealbum aller tijden. De band rond spilfiguren Cedric Mython en Ashanti Roy brengen spirituele en geëngageerde reggaemuziek. Wereldwijd zijn ze een graag geziene reggaeband. Veertig jaar na hun ontstaan en vele platen later  zijn The Congos nog steeds on the road en in bloedvorm.

In mei verschijnt er een nieuw album van The Congos. Hiervoor werken ze samen met de Belgische reggaetrots Pura Vida. Het wordt hun tweede plaat samen en dus een opvolger van de klassieker “We nah give up” uit 2011.

Tickets: 18 euro VVK en 20 euro ADD, http://www.stafversluyscentrum.be

%d bloggers liken dit: