Exit Magazine

Maandelijks Brugs Cultuurblad

Maandelijks archief: september 2020

Till-Holger Borchert (directeur Musea Brugge): ‘Heel wat publiek uit de buurlanden is
teruggekomen’

De impact van de pandemie voor musea is globaal moeilijk te
voorspellen en ook voor Musea Brugge is het koffiedik kijken. Ondanks
het feit dat het mondiale toerisme in onze stad uiteraard verminderd is,
is er toch heel wat bezoek uit de buurlanden teruggekomen, dus niet
alleen het lokaal publiek vindt aardig de weg terug naar onze musea. Wij

merken wel hoe de soms tegenstrijdige berichtgeving over de pandemie
onmiddellijk effect heeft op de bezoeken. 

Globaal gezien zijn heel wat musea nog altijd gesloten. Sommigen lenen
zelfs geen kunstwerken meer uit, omdat de transporten van kostbare en
fragiele werken nu door de coronamaatregelen niet meer op de
gebruikelijke manier door koeriers begeleid kunnen worden, terwijl
andere instellingen voorlopig gewoon doorgaan met hun
tentoonstellingsprogrammatie, alsof er niets aan de hand is.
Sommige collega’s in internationale musea hebben dan weer grotere
projecten met enkele maanden uitgesteld of ‘on hold’ gezet in de hoop
dat de situatie op termijn gaat verbeteren. Het is duidelijk dat een
bepaald type tentoonstellingen door de door- veiligheidsoverwegingen-
opgelegde-restricties voor aantallen bezoekers financieel nog minder
haalbaar zijn dan voordien, tenzij men de toegangstickets op een voor
musea tot nu toe ongekend niveau gaat verhogen. Dat zou dan wel
misschien in New York, Moskou en Londen werken, waar superrijken de
middelen hebben om hun wens naar exclusiviteit uit te leven, maar of het
in Brugge gaat aanslaan, daar heb ik niet alleen twijfels bij, maar ben ik
zelfs een pertinente tegenstander van. Zeer drukke toestanden, zoals
tijdens de Leonardo-Tentoonstelling in het Louvre, zijn in mijn ogen
bovendien noch wenselijk, noch voor herhaling vatbaar.

Juist in onzekere tijden zoals we die nu beleven kunnen kunst en erfgoed
soelaas bieden en helpen de dingen te relativeren. Feitelijk worden we
door de pandemie sterker dan ooit uitgedaagd om onze vaste collecties
op een creatieve manier te valoriseren naar een evenementieel –
georiënteerd publiek toe. Vergeet niet dat mijn gedreven collega’s met
veel kennis en enthousiasme sinds de start van de lockdown een
uitgebreid digitale aanbod van Musea Brugge op poten gezet hebben. We
hebben in de voorbije jaren systematisch op collectie-valorisatie ingezet,
vanuit de wens naar duurzaamheid op cultureel, intellectueel en artistiek
vlak. We hebben gefocust op de troeven van de rijke erfgoedcollecties in
Brugge – niet alleen van onze eigen musea – en die in de kijker geplaatst,
denk maar aan ‘Haute Lecture’, het project rond Colard Mansion. De
tentoonstelling ‘van Eyck in Bruges’ die we dankzij het feit dat we vooral
lokale bruiklenen exposeren, konden verlengen tot 8 november, is hier
ook een mooi voorbeeld van. Het feit dat deze expo toch redelijk wat volk
over de vloer krijgt, toont ook aan dat er interesse is voor dit soort
exposities. Zo startte net ook de expo over Simon Stevin in het
Stadsarchief, die op een soortgelijk principe berust. De expositie
‘Memling now’ die omwille van corona niet in het voorjaar kon openen,
maar die we normaliter vanaf 1 oktober kunnen presenteren, is dan weer
een andere, meer eigentijdse manier om de vaste collectie te

revaloriseren of herinterpreteren. Ook de expo van ‘Nele van Canneyt’
die Brugge tijdens de lockdown met wondermooie foto’s heeft
gedocumenteerd kan je in het Arentshuis vanaf 27 november verleiden
opnieuw anders naar de stad te kijken.

We willen nu vooral onderzoeken op welke manier we de museale
locaties nóg beter onder de aandacht kunnen brengen in tijden van
corona. We hebben er resoluut voor gekozen om volgend jaar – het jaar
van de volgende triënnale – in te zetten op multidisciplinaire
kruisbestuivingen en met eigentijdse kunstenaars, dansers en
muzikanten projectmatig samen te werken in de hoop dat hun creativiteit
– op een positieve manier – besmettelijk kan zijn voor het grote publiek. (THB)

Never waste a good crisis

(foto EDM)

Jeroen Vanacker, directeur Concertgebouw

‘Eind februari 2020 in het pop-up café op de zesde verdieping van de
Lantaarntoren: we klinken onbezorgd op het succesvolle, stemmige tête-
à-têtes, een festival met muzikale intimiteit en persoonlijk contact als
uitgangspunten, stel u voor!

De maanden die erop volgden, waren een lange oefening in loslaten.
Collega’s, familie en vrienden van achter het computerscherm, een stil
Concertgebouw zonder artiesten en publiek; we beseften zeer goed wat
we misten nu het er niet meer was of slechts via een interface. De
dagelijkse pianostukken van Daan Vandewalle onder de titel ‘Caress’
zorgden 46 dagen lang voor troost, en verbonden het publiek met de plek
waar ze zo graag samenkomen voor muziek en dans.

(Van) achter de schermen was intussen een processie van Echternach
bezig: voorstellingen werden verplaatst van maart naar juni en van juni
naar augustus en van augustus naar …, om uiteindelijk vast te stellen dat
we met z’n allen de impact van dit virus serieus hebben onderschat.
Gelukkig kwam er met voortschrijdend inzicht ook voortschrijdend
optimisme en gloorde er stilaan weer meer hoop aan de horizon.
Het nieuwe seizoen werd in mei online gelanceerd, weliswaar zonder
ticketverkoop. In juni werkte de klassieke muzieksector samen aan het
project Klara on tour. In de zomer mochten we de avant-première van de
nieuwe voorstelling van Anne Teresa De Keersmaeker co-presenteren in
Brussel en boksten de Brugse cultuurpartners in no time het warme zomerfestival uitZOMERlijk in elkaar (dat helaas vroegtijdig werd
stopgezet).

Stilaan leren we leven met dit virus, zijn er veilige omstandigheden
gecreëerd om een waardevol artistiek programma te presenteren vanaf
september. Never waste a good crisis: veel oplossingen dragen ook de
kiem van een meerwaarde in zich. Is een inleiding in een andere ruimte
not done? Een korte introductie in de concertplek bereikt de komende
maanden het volledige publiek. Breekt een pauze soms de
spanningsboog? De omstandigheden laten ons in de nabije toekomst
kiezen voor intense ééndelige sets. Het ontdubbelen van de concerten is
bovendien een experiment met andere starturen. Ik kan me voorstellen
dat een aantal oudere bezoekers het niet zo erg vindt om in de late
namiddag naar de voorstelling te komen. Vertoont de kalender gaten
door het wegvallen van grootschalige evenementen in verhuur? Uit 43
aanvragen voor een residentie in de Concertzaal en Kamermuziekzaal na
een ‘open call’, selecteerden we veertien artiesten en gezelschappen die
onze zalen ook zonder publiek zullen laten zinderen met hun artistieke
praktijk. Het (her)plannen op korte termijn is voor ons zowel een
uitdaging als een kans: de flexibiliteit die we nu aan de dag leggen, zal
ons in de toekomst sterker en veerkrachtiger maken. We zijn hoopvol
maar ook beducht voor de challenges: hoe kunnen we zo snel mogelijk
het vertrouwen terugwinnen? Van virologen en politici over de veilige
omgeving die we met man en macht verzekeren, van het publiek om – nu
nog met afstand – opnieuw de medemens op te zoeken – ook in de
concertzaal.

Essentieel is ook het vertrouwen van de artiest wiens moed in de
schoenen is gezakt. De artiest die we weer perspectief moeten geven om
door te gaan. Met ideeën, flexibiliteit, positivisme en vooral solidariteit
en samenwerking kunnen we ervoor zorgen dat iedereen op en naast het
podium verenigd blijft om te participeren aan kunst, voor zovelen een
onmisbaar onderdeel van een zinvol leven.’

Filip Strobbe, directeur Cultuurcentrum
Brugge: ‘Liveoptredens zijn ons DNA’


‘The show must go on, dat is een grondwet van de cultuursector. Daarom
heeft ons team van bij het begin van de crisis alternatieven uitgedacht
voor de afgelaste voorstellingen. Die alternatieven zochten we in de
eerste plaats in de digitale sfeer. We streamden vroegere opnames ,
presenteerden een theaterstuk via Whatsapp en organiseerden virtuele
tentoonstellingen en digitale zoektochten voor kinderen in de
schouwburg. We leven in een tijdsgewricht waarin alles wat digitaliseert
als een stap vooruit wordt gezien. Op een bepaald ogenblik dachten we:
dit is de versnelling naar een nieuw digitaal cultureel tijdperk die we
misschien zelfs nodig hadden.

Eerlijk: dat moeten we toch serieus nuanceren. Als programmator
vermijden we zelf al om een voorstelling enkel op basis van een opname
te boeken of te beoordelen. Dat is gevaarlijk omdat je de reactie van het
publiek niet ziet en de context, de elektriciteit in de zaal en de al dan niet
schitterende ogen evenmin ervaart. Theater, dans, circus of concerten op
een scherm: het is een afkooksel van de live-ervaring. Komt daarbij dat
we tijdens de coronacrisis misschien nog meer dan vroeger aan ons scherm zijn gekluisterd. Dan hebben we echt geen nood aan nog eens
extra culturele schermtijd.

Zo’n crisis legt bloot wat de eigenheid van je organisatie is en welke
elementen daarin onontbeerlijk zijn: de artiesten in de eerste plaats
natuurlijk maar ook de magie van een speelplek en de reacties van de
andere toeschouwers zijn van groot belang. Liveoptredens zijn ons DNA,
en niet het maken van digitale producties of het verspreiden ervan via
schermen. Daar zijn andere instanties zoals televisie of radio veel beter
in.
Ons publiek verwacht van ons voorstellingen die ‘levende versch’ zijn.
Dat bleek toen we het komende seizoen in verkoop brachten en het even
leek alsof er geen crisis was. Dat bleek ook toen we deze zomer met alle
Brugse culturele partners UitZOMERlijk organiseerden, een vijftigtal
kleinschalige openlucht voorstellingen. In een mum van tijd waren die
voorstellingen uitverkocht. Dat UitZOMERlijk vroegtijdig moest stoppen,
maakte aan de andere kant ook weer duidelijk in welke kwetsbare
situatie de culturele sector zich bevindt. Na het opdoeken van het
voorjaar mochten we het vervangprogramma van de zomer voor een
groot stuk annuleren en dit terwijl er nog grote onzekerheid heerst over
het najaar.

Ons motto is: ‘Schoonheid, Inspiratie, Creativiteit. Elke Dag, Voor
Iedereen’ en dat willen we binnen om het even welke context waarmaken.
Het ziet er naar uit dat we bepaalde onderdelen, zoals tentoonstellingen,
verder zullen kunnen organiseren. Een schouwburg met een maximale
capaciteit van 100 toeschouwers stelt grotere uitdagingen. We zijn
natuurlijk nog niet aan het einde van onze creativiteit of mogelijkheden.
Zoals Pippi Langkous zei: ‘We hebben het nog nooit gedaan dus we
denken dat we het wel kunnen.’’