Exit Magazine

Maandelijks Brugs Cultuurblad

Expo ‘The Last Beach’ in de Poortersloge

‘De oude wereld is aan het sterven en de nieuwe heeft moeite om geboren te worden’

Een stijgende zeespiegel, broze verzamelingen die onvermijdelijk uiteenvallen en een wereld die voortdurend in flux is: dat is het decor van ‘The Last Beach’, de nieuwe tentoonstelling van huiskunstenaar Diego Latruwe, nog tot en met zondag 9 maart in de Poortersloge (Kraanrei 19). Samen met acht gelijkgestemde kunstenaars (Lieven Lefere, Charlotte Vandenbroucke, Gilles Dusong, Merel Van de Casteele, Lucian Moriyama, Zeli Bauwens, Har van der Put en Krystel Geerts) werpt hij een onheilspellende blik op thema’s als verval, herhaling en oneindigheid. Met literaire grootheden als H.G. Wells, Michel Houellebecq en Jorge Luis Borges als leidraad onderzoekt deze expo de fragiele grens tussen conserveren en verdwijnen. Latruwe, die zowel kunstenaar als curator is, legt in zijn eigen woorden uit waarom de Poortersloge niet alleen de ideale plek is voor dit verhaal, maar zelf een hoofdrol opeist: ‘Het is een gebouw dat alles heeft gezien én doorleefd.’

EXit: Wat inspireerde je om het thema van ‘The Last Beach’ te kiezen?

Diego Latruwe: ‘Toen ik de kans kreeg om de tentoonstelling te maken was ik al bezig met een videowerk te maken met de titel ‘The Last Beach’. (Die wordt trouwens getoond op een centrale plek in de Poortersloge.) Het leek me dus interessant om een tentoonstelling te maken met als onderwerp een thema dat ik in mijn eigen werk al aan het onderzoeken was. Zo kon ik het thema verder uitdiepen met de hulp van andere kunstenaars.’

EXit: Hoe past dat onderwerp binnen je eigen artistieke visie?

Diego: ‘In zijn essay ‘The Last Beach’ diagnosticeert Umberto Eco een ideologie van conservatie en replicatie ten koste van context en onderzoekt wat de gevolgen zijn van die ingesteldheid. Ik ben zelf erg begaan met verzamelen, bewaren en catalogiseren, dat zit ook in onze natuur als mens. Mijn sculpturen en installaties zijn een manier om te proberen om te gaan met de zinloosheid van dat accumuleren en sorteren. Ook de mooiste verzamelingen vallen onvermijdelijk weer uiteen.’

‘Tegelijkertijd ben ik met het 3D-scannen en 3D-printen in aanraking gekomen met een manier om vrij efficiënt de vorm van talloze voorwerpen te repliceren. Een schijnbare digitale onsterfelijkheid biedt zich aan. Ook dat is een thema dat ik onderzoek binnen mijn werk.’

EXit: Het thema van de tentoonstelling raakt aan verval, herhaling en oneindigheid. Waarom zijn deze thema’s volgens jou zo relevant in onze huidige tijd?

Diego: ‘Het is in 2025 niet moeilijk om donkere wolken te zien hangen boven het avondland. Klimaatverandering is maar een van de vele catastrofes die zich kenbaar aan het maken zijn. Dat is al genoeg om soms de hoop op een betere toekomst te verliezen. Maar we zijn hier al eens geweest. Doemdenken is van alle tijden en komt terug in cycli. De oude wereld is aan het sterven en de nieuwe heeft moeite om geboren te worden. De tentoonstelling is ook een manier om daarop door te denken en om op mezelf in te praten.’

EXit: Hoe heb je de kunstenaars geselecteerd met wie je samenwerkt voor deze tentoonstelling?

Diego: ‘Wel, dat ik graag wilde samenwerken met kunstenaars die werkten rond gelijkaardige thema’s, is evident. En dat ik wou samenwerken met kunstenaars wiens werk ik buitengewoon sterk vind, spreekt ook voor zich. Maar ik wou ook een groep mensen samenbrengen die vanuit een gelijkaardige blik naar de wereld kijken. En het resultaat is een uitzonderlijk coherent geheel.’

EXit: Hoe speelden de ideeën van H.G. Wells, Michel Houellebecq en Jorge Luis Borges een rol in de ontwikkeling van deze tentoonstelling?

Diego: ‘Deze schrijvers zijn allemaal denkers die graag met ‘what if’-scenario’s werken en zo de toekomst proberen te plotten. Wells vanuit een meer wetenschappelijke blik, Houellebecq is vooral op politiek en cultureel vlak aan het denken en Borges’ scenario’s zijn veel ambiguer en poëtischer. Het zijn schrijvers die me fel hebben beïnvloed in mijn manier van denken. En ze kleuren dus ook mijn blik in het omgaan met de thema’s van de tentoonstelling.’

EXit: Je bent huiskunstenaar van het Cultuurcentrum. Hoe verschilt je rol als curator van je rol als kunstenaar? Een uitdaging om deze twee rollen te combineren?

Diego: ‘Ik vind het prachtig om deze tentoonstelling te mogen cureren. Nee, ik ondervind dat deze twee rollen elkaar net mooi aanvullen en versterken. Als curator heb ik de indruk dat ik meer op een meta-niveau aan het denken ben. Dat ik op een ladder kruip om naar mijn eigen werk te kijken en het zo vanuit een standpunt kan zien dat ik het nog niet eerder zag. Een heel waardevolle ervaring.’

EXit: Hoe heb je de Poortersloge ingezet om het verhaal van ‘The Last Beach’ te vertellen?

Diego: ‘Ik denk niet dat ik de Poortersloge kan inzetten. Ik heb eerder de indruk dat de Poortersloge mij inzet om een kant van haar verhaal te vertellen. Het is een mastodont van een gebouw, hé. Niet alleen qua oppervlakte, maar vooral qua geschiedenis. De Poortersloge staat op de plek waar de schepen toekwamen met hun exotische lading. De handelsmagnaten die er samenkwamen, maakten dankzij hun expansiedrang een revolutie in de schilderkunst van Noord-Europa mogelijk. Maar aan alles komt een eind; het Zwin verzandt en daarmee verzandt ook Brugge. Het is niet moeilijk om de link te maken met de thema’s van de tentoonstelling. Ik kan me geen betere plek inbeelden om ze te tonen dan de Poortersloge, die dit alles heeft meegemaakt en aan den lijve heeft ondervonden.’ (ADC)

______

www.ccbrugge.be

Een jaar in extremen: Marec slaat opnieuw toe met snedige satire

Wie op zoek is naar een passend cadeau voor onder de kerstboom, komt ongetwijfeld het nieuwste meesterwerk van cartoonist Marec tegen. Met Een extreem jaaroverzicht fileert hij het nieuws van september 2023 tot september 2024. Geen flauwe oplijsting van gebeurtenissen, maar een cocktail van prikkelende tekeningen en persoonlijke inzichten, zoals alleen Marec die kan serveren.

De Brugse grootmeester van de Rotringpen heeft zijn blik dit keer nog scherper afgesteld. Met één voet in Gaza, een vingertik op het Eurovisiesongfestival en een melancholische buiging voor wijlen Het Nieuwsblad-hoofdredacteur Pascal Weiss neemt Marec je mee op een boeiende trip door twaalf maanden chaos en catharsis. Zijn stift rust nooit: Donald Trump en Joe Biden, Geert Wilders, Bart De Pauw, Vladimir Poetin, Herman Brusselmans, George-Louis Bouchez, Elon Musk, Keir Starmer, Matthias Diependaele, Conner Rousseau, Rod Stewart, Paul Magnette, Benjamin Netanyahu, Tom Van Grieken, Taylor Swift, Oasis Queen Nikkolah en vele anderen. Allemaal worden ze treffend getekend én ontleed.

‘De cartoonist ziet dubbel’
In zijn begeleidende teksten – het leest soms als een dagboek – laat Marec ook ditmaal weer meer van zichzelf zien. Hij gunt ons een blik achter het gordijn, waar zijn geest overuren draait. Elke dag het nieuws volgen is één ding, maar het omzetten naar een cartoon: dat is topsport. Voor Marec begint het jaar niet op 1 januari, maar bij de eerste blaadjes die vallen in september. ‘Mijn seizoenen volgen de grillen van de politiek’, zegt hij.

Dat grillige krijgt vorm in hilarische en snijdende tekeningen. Zijn satirische lens weet groots én alledaags vast te leggen, van de triomf van Bart De Wever tot YouTuber Acid’s gekonkel. Toch is er ook ruimte om even stil te staan, naast de waan van de dag. In ‘stille’ tekeningen brengt Marec eerbetoon aan overleden grootheden zoals Françoise Hardy, Alain Delon, Aleksej Navalny, Benoït van Innis en Melanie. Tekeningen die telkens raken.

Een Brugse Bourgondiër met wereldvisie
Marec, wiens carrière begon in de Brugse Uitkrant, heeft intussen een indrukwekkend palmares opgebouwd. Met meer dan dertig boeken en prestigieuze prijzen zoals de Karel Anthierens Prize, heeft hij zichzelf stevig verankerd in de Vlaamse cultuur. Hij is niet enkel een chroniqueur van de waan van de dag, maar ook een gids door de tijd. Elk dag opnieuw in de krant. Elk jaar opnieuw in boekvorm. Niemand anders dan Marec maakt het nieuws zo aanschouwelijk en tegelijk geestig in sierlijke lijnen. De scherpe pen als kompas. De wereld is gek, maar dankzij Marec lachen we er tenminste om. En dat is – zeker in een extreem jaar – geen klein kunstje. (ADC)

_____

www.cartoonistmarec.be

Concertgebouw richt met PIXL Talk #1 de lens op fotografie

Een zondag om in te kaderen: op zondag 19 januari 2025 barst het Concertgebouw in Brugge van het fotografisch talent. Tijdens de allereerste editie van ‘PIXL Talk’ wordt een podium geboden aan zowel doorgewinterde professionals als aanstormende talenten. En dat alles met een programma dat even verrassend als inspirerend is. Verwacht geen droge theorie over diafragma’s of sluitertijden, maar een warme zondagnamiddag vol beeld, verhaal en ontmoeting. Jimmy Kets en Stephan Vanfleteren bijten de spits af van dit gloednieuwe initiatief.

Het programma trapt om 15.00 uur af met de documentaire ‘New Pigs on the Block’ van Jimmy Kets. De maker – vooral bekend voor zijn portretfotografie – verdiende ook zijn sporen als cameraman voor onder meer de treffende documentaire over Harry Gruyaert en ‘Shalom Allemaal’, een reeks over de Joodse gemeenschap in Antwerpen. Deze keer richt hij zijn lens op een familie varkens—Luc, Anja en Mia—die een bestaan opbouwen op een braakliggend terrein in de stad. Het is een speelse knipoog naar Gorki, maar de film heeft ook een diepere laag. Door de ogen van deze varkens kijkt Kets met een ontwapenende directheid naar de mens en zijn omgeving. 

‘Jimmy’s camerawerk is heel interessant’, zegt programmator Peter De Bruyne. ‘Hij heeft een unieke blik die het banale een poëtische diepgang geeft. Deze film is zowel teder als confronterend en verdient veel nieuwe ogen.’ 

De mens achter de meester

Na de film rolt het Concertgebouw om 17.00 uur de zwart-witte loper uit voor Stephan Vanfleteren. Deze iconische Belgische fotograaf, bekend om zijn rauwe, indringende zwart-witportretten, laat zich niet vaak strikken voor publieke optredens. Maar voor deze gelegenheid gaat hij in gesprek met cultuurdier Bent Van Looy, die garant staat voor een boeiend gesprek waarin de mens achter de camera centraal staat. 

‘Het zal niet gaan over techniek’, zegt De Bruyne. ‘Dit wordt een intieme kijk op wat Stephan drijft, wat hem ontroert en hoe hij de wereld ziet.’ Exclusief voor deze editie toont Vanfleteren een foto die nooit eerder publiekelijk werd vertoond. ‘We noemen dat ‘Uit de kast’. Een primeur voor het Concertgebouw en hopelijk ook een speciale ervaring voor het publiek. Misschien gaat die foto na 19 januari gewoon weer terug in de kast en was dit once in a lifetime.’ 

Ontmoeten, leren en dromen

Het hele evenement draait om ontmoeting en inspiratie. Vanaf 13.00 uur kunnen geselecteerde fotografen hun werk voorleggen aan panels van galeriehouders, uitgevers en journalisten. De oproep om portfolio’s in te sturen werd enthousiast onthaald, en De Bruyne ziet het als een unieke kans voor opkomend talent. ‘Het is een oefening, maar wie weet opent het deuren richting publicaties, galerijen of kunstboeken.’ 

Naast de gesprekken en presentaties is er ook ruimte voor ontspanning. Thomas Barbier van boekhandel De Reyghere zet een ‘fotoboekenbuffet’ klaar, een selectie van bijzondere titels die je ter plekke kunt bekijken en kopen. ‘We wilden een evenement creëren dat niet alleen voor fotografen interessant is, maar ook voor wie simpelweg van beelden en verhalen houdt. Het Concertgebouw koos bewust voor een zondagnamiddag in januari, een tijd die uitnodigt tot gezelligheid en reflectie. PIXL Talk is dus meer dan een evenement; het is een ontmoetingsplek voor iedereen die geïnteresseerd is in beeld, cultuur en verhalen’, aldus Peter De Bruyne. (ADC)

_____

www.concertgebouw.be

Koersen en scheuren: de Koerskalender 2025 is een wielerfeest voor elke dag

Met de vijfde editie van de Koerskalender haalt samensteller Geert Vandenbon opnieuw een gele trui binnen. Deze scheurkalender is niet zomaar een verzameling data en weetjes: het biedt elke dag een inkijk in de wielergeschiedenis. Of je nu een jonge koersliefhebber bent of een doorwinterde wielersenior, de Koerskalender 2025 biedt 365 dagen lang een mooie blik op de meest heroïsche, bizarre en grappige momenten uit de rijke wielertraditie.

Bruggeling Geert Vandenbon, die onder meer eerder naam maakte als organisator van de Ronde van Vlaanderen en auteur is van verschillende (koers)boeken, ziet wielrennen niet zomaar als een sport. ‘Koers is cultureel erfgoed’, zegt hij. ‘Het is een bron van verhalen die mensen samenbrengt, emoties oproept en generaties verbindt.’ Die visie vormt het fundament van de Koerskalender, waarin hij zijn liefde voor de sport combineert met een scherp oog voor detail. Het is niet alleen een kalender, maar dus een ware tijdreis door de rijke en soms tragische geschiedenis van de mooiste sport ter wereld.

Met deze editie graaft Vandenbon nog dieper. Elke dag zoomt hij in op een specifiek wielerfeit, van heroïsche prestaties en legendarische renners tot vergeten verhalen en onbekende helden. ‘We wilden verder gaan dan korte weetjes. Voor deze kalender maken we van elk verhaal een kleine kroniek. Zo geef ik niet alleen informatie, maar ook context en ziel aan de koers.’

Van de Hel van het Noorden tot onbekende wieltjeszuigers

De Koerskalender 2025 neemt je mee van de kasseien van Parijs-Roubaix tot de grindwegen van de Strade Bianche. De Tour de France en de Giro d’Italia passeren uiteraard de revue, maar Vandenbon heeft ook oog voor het grappige en het onbekende. ‘Het zijn de verhalen achter de statistieken die de sport echt tot leven brengen’, zegt Vandenbon. “Waarom trakteerde Jean-Pierre Monseré iedereen op een Rodenbach? Wat maakt de Koppenberg zo meedogenloos? Die vragen beantwoorden we op een manier die zelfs de grootste wielerleek nieuwsgierig maakt.’

Naast verhalen en anekdotes bevat de kalender ook verjaardagen, sterfdata en pittige quotes van renners. Zoals die van Yves Lampaert: ‘I will celebrate this with a big pak friet’ of ‘Het is oké, ook als het eens niet oké is’ van Lotte Kopecky. ‘Het is mijn manier om mensen nog meer te laten genieten van de koers’, aldus Geert Vandenbon.

Van scheurkalender naar koersbijbel?

Met vijf edities op de teller is de Koerskalender intussen een begrip in de wielerwereld. Maar het scheuren van de blaadjes voelt soms bijna pijnlijk omdat de ‘dagen’ in de papierbak verdwijnen. Misschien moeten alle weetjes, verhalen en anekdotes uit deze kalenders eens gebundeld worden in een allesomvattend boek? Een soort koersbijbel, zodat het titanenwerk van Geert Vandenbon na het dagelijkse scheuren een tweede leven krijgt. (ADC)

_____

www.lannoo.be

38 tinten grijs en een vleugje humor 

GRYSDE zet de kust op stelten

Tom Ternest (°1981), de acteur die als artistiek leider deze afgelopen zomer nog de Praalstoet van de Gouden Boom vers leven inblies, heeft momenteel zijn handen meer dan vol. Samen met zijn Theatermakery Het Eenzame Westen duikt hij in de woelige wateren van de vergrijzing. Zijn nieuwe theaterproductie GRYSDE neemt de kust als decor en speelt drie weekends in januari in het voormalige visrestaurant Fishbone op de Seafront-site in Zeebrugge. Daarna trekt een zaalversie van 6 februari tot en met 2 maart het land door. Met GRYSDE slaat Tom Ternest een brug tussen schrijnende realiteit en ontroerende humor, tussen lokaal en universeel.

‘Het idee begon tien jaar geleden met een beeld’, zegt Tom Ternest. ‘Ik was in Koksijde op een grijze, miezerige, winterse dag. Vanop afstand zag ik een oud manneke met zijn boodschappentrolley zich een weg banen tegen de striemende wind in. Hij haperde aan een borduur en daardoor rolden zijn boodschappen over de grond. Er was niemand die hem hielp. Twee oude vrouwtjes gluurden vanachter hun gordijnen naar de onbeholpen man. Dat beeld van die eenzaamheid, die tristesse, heeft me nooit losgelaten en vormde de kiem om aan GRYSDE te beginnen schrijven. Of zoals ik het vaak – een beetje gruwelijk – omschrijf: winter aan de (grijze) kust; de uitgestorven plek wacht terug op het leven, de vele grijze bewoners wachten er op de dood.’

De grijze golf: lust of last?

Met de theatervoorstelling GRYSDE duikt Ternest niet alleen in het thema van vergrijzing, maar ook in de migratiestromen die de kust overspoelen. Tweedeverblijvers die eersteverblijvers worden, lokale gemeenschappen die worstelen met een instroom van nieuwkomers, en een generatie babyboomers die massaal op pensioen gaat. ‘Het Zilverfonds? Daar zwijg ik nog over’, grapt Ternest. ‘Maar het is wél een belangrijk thema. Zijn gemeenten zoals Zeebrugge voorbereid op wat er komt? Dat is een vraag die door de voorstelling heen sluimert.’

De productie is gebaseerd op vijftien lange interviews met locals en ‘aangespoelden’. ‘We vertellen hun verhalen, en ze zitten ook letterlijk in de voorstelling. Sommige grijsaards verschijnen via videoprojecties, anderen leverden de basis voor onze teksten. Het blijft natuurlijk fictie, maar met een stevige voet in de realiteit.’

Humor als balsem

Dat de voorstelling zwaar op de maag zou liggen, is niet de bedoeling. ‘We brengen het verhaal met humor. Dialect en humor zijn essentieel voor ons gezelschap. Dat maakt het herkenbaar en verteerbaar, zelfs als de thematiek schrijnend is. Mensen moeten zich amuseren, en ondertussen laten we een paar prikkelende uitspraken passeren’, zegt Tom.

Warre Borgmans en Ingrid Schaillée spelen twee grijsaards, de ene lokaal, de andere aangespoeld. De jonge Billie Tcheke geeft gestalte aan iemand uit de zorg. Maar ook de techniekers krijgen een rol en spelen samen met Tom een ambitieus bedrijfje binnen de zorgsector. Videoprojecties krijgen een prominente plaats. Tom: ‘Het is een hele klus om de interactie met die video’s te doen werken. Maar het maakt het visueel heel sterk. We geloven dat ze een visuele versterking zijn van de inhoud. We schreven ook deze keer de tekst zelf en werden hierbij gecoacht door de Brugse stadsschrijver Lara Taveirne. De muziek werd gemaakt door Luka Marsala en ook Dimitri Leue vonden we bereid deel uit te maken van dit ondertussen hechte groepje makers.’ 

Een uniek traject

Met GRYSDE slaat Tom Ternest een brug tussen schrijnende realiteit en ontroerende humor, tussen lokaal en universeel. Of zoals Ternest zelf zegt: ‘Via kleinmenselijke lokale verhalen proberen we telkens een West-Vlaams en tegelijk universeel thema aan te snijden. Via de lach proberen we mensen hun hart open te zetten om er dan eens in te koteren en zo iets te beroeren. GRYSDE wordt hopelijk een ode aan het eeuwige zoeken en ploeteren van de mens, en deze keer dus een ode aan de grijze bevolking aan de kust. Tegelijk kan de voorstelling ook gezien worden als een theatraal verpakte oproep om creatiever na te denken over het organiseren van onze zorgsector en daarbij het betrekken van onze groeiende vergrijzende bevolking.’ 

De keuze om de productie eerst op locatie te spelen, is typisch voor Theatermakery Het Eenzame Westen, het gezelschap dat Ternest mee oprichtte. ‘We creëren altijd in situ’, zegt hij. ‘Deze keer dus in Zeebrugge, waar de interviews zijn afgenomen en de lokale sfeer voelbaar is. De voorstelling zal niet alleen in West-Vlaanderen te zien zijn. ‘We gaan met GRYSDE de grenzen over. Zelfs in Limburg zullen we in het West-Vlaams spelen. Geen nood, we delen woordenboekjes uit voor de niet-West-Vlamingen. Het dialect maakt het gewoon écht.’ (ADC)

_____

www.ccbrugge.be

Nadenken over Brugges toekomst

‘Geen idee is te zot’

De formule is sinds enkele jaren goed bekend en stevig verankerd: op elke editie van ‘Brieven aan de Stad’ nodigen Architectenatelier Dertien/12 en De Republiek een aantal briefschrijvers uit die hun visie weergeven op de toekomst Brugge in briefvorm. Het verhaal startte in 2019 en loopt nog verder, maar de eerste tien edities en 37 bijbehorende edities zijn nu netjes gebundeld onder de noemer ‘Brieven aan de Stad’.

De initiatiefnemers zien het groots, want zeggen ze: ‘Het boek is er voor iedereen’. Het initiatief kon in elk geval rekenen op stevige steun van Brugge 2030 (dat toen nog in de running was voor Culturele Hoofdstad).

Het boek, een ferme knoert van 300 bladzijden, is uitgegeven in eigen beheer en is ingepakt in een stadskaart die verwijst naar de kaart van Marcus Gerards uit 1562, een creatie van de Brugse illustrator Pieter Van Eenoge. Opvallend: een aantal essays verschijnen in het Engels, ten behoeve van wie?

De ‘brieven’ werden in vijf categorieën ondergebracht, van ‘Brugge Zeestad’ tot ‘De gastvrije Stad’ en zelfs ‘De wilde Stad’. Ze moeten elk apart doen nadenken over de toekomst van de stad, een hoog gegrepen ambitie.

Breed gamma

De auteurs-briefschrijvers zoeken, naar eigen zeggen, naar de kernactiviteiten van de stad, met de eigen stad als uitgangspunt. Dat levert een breed gamma op van heel uiteenlopende aandachtspunten, van ‘Zeebrugge en de nieuwe zeesluis’, ‘geen idee is te zot, ‘Een sermoen van (zanger) Sioen’, een persoonlijk gekleurd verhaal van Elviera Velghe (directeur Musea Brugge) en andere. De Brugse auteur Peter Verhelst gooit het over een andere boeg met een lijstje van twintig boeken ‘omdat we leven in spannende tijden’. Hij selecteert onder andere ‘Regenboog van zwaartekracht’ van Thomas Pychon tot ‘Intolerance’ van Luc Tuymans.

Nevenplaatje: de auteurs kozen doorgaans aparte locaties voor hun lezing. Zo belandden ze in De Poortersloge, Pand 33, De Republiek, Het Tolhuis, het klooster van de Kapucijnen, De Tank (Burg) of B&B Monsieur Cyril.

Voor wie wil meedenken over de toekomst van deze stad is dit boek gesneden brood. (LF)

____

‘Brieven aan de Stad’, verkrijgbaar in de Brugse boekhandels, foto’s van Femke den Hollander, illustraties en kaft Pieter Van Eenoge. Kostprijs: 20 euro.

EXit 2024: een (beknopt) jaaroverzicht

Wat een jaar was 2024! Brugge bewees opnieuw dat het meer is dan een toeristische trekpleister: het is een stad waar cultuur leeft en blijft verrassen. Van indrukwekkende restauraties en inspirerende boeken tot bruisende festivals en spraakmakende tentoonstellingen, er was voor elk wat wils. In dit beknopt jaaroverzicht nemen we u mee langs enkele blikvangers van het afgelopen jaar. Namens EXit wensen we u, beste lezer, een cultureel en inspirerend jaar toe. Exit 2024, enter 2025! Fijn eindejaar!

Januari: De spits van het nieuwe jaar 2024 afbijten was weggelegd voor woelwater en Bruggeling Tijs Synaeve, die vanuit zijn arendsnest in de Stadsschouwburg vriend en vijand bestookt met vaak tegendraadse opinies. Synaeve noteerde ‘heel wat culturele hoogtepunten’, maar bovenaan met stip zet hij ‘het sublieme Docfest’. Hij noemt het ‘eindelijk weer een festival met inhoud, durf en pit’. Veel lof.

Februari: De eervolle vermelding voor februari was weggelegd voor het grondig heringerichte Sint-Janshospitaal. Er was een portie risico in het spel. Het beroemde hospitaal staat er immers al negen eeuwen en leent zich niet zomaar voor een reshuffle, maar opdracht volbracht. Bovendien komt Brugge met een absoluut topwerk van kunstenares Berlinde De Bruyckere weer een stapje dichter bij de 21ste eeuw. Speciaal voor het SintJanshospitaal kocht Musea Brugge het nieuwe topwerk ‘Liggende-Arcangelo II’ aan. 

Maart: Dé blikvanger van maart was auteur en stadsschrijver Marieke De Maré die een opvolger klaar had voor haar succesvolle debuut Bult. Haar tweede boek, ‘Ik ga naar de schapen’, noemt ze bescheiden ‘een stilleven van heel gewone mensen’. Het enthousiaste publiek zorgt voor druk na druk, de pers volgde gedwee.

Een mooi gebaar van Cultuurcentrum Brugge was dan weer een bloemlezing (samengesteld door Lara Taveirne) van het werk van Patricia Lasoen. De dichteres, die overleed in 2023, keek terug op een turbulent leven en op een nog turbulenter huwelijk. Haar literaire loopbaan kende bovendien nooit de verwachte doorbraak waarop ze had gehoopt, maar dit late eerbetoon, samen met de benoeming van het theaterpleintje aan de Biekorf tot het Patricia Lasoenplantsoen en dat voor de duur van één jaar, was gepast.

April: Sinds 2020 zat het Provinciaal Hof op de Markt gevat in steigers met het oog op de hoogdringende restauratie die vandaag met smaak is afgewerkt. Geen eenvoudige opdracht, vonden ook de architecten, want de neogotiek is een stijl die weinig vaklui kan bekoren. Bijkomende moeilijkheid: een functie voor het gebouw dat hier als Open Huis werd ingericht. Om het publiek voor zich te winnen, werd curator Wim Opbrouck binnengehaald. Hoe dan ook, een aanwinst voor stad én provincie. Ondertussen trapt de vierde editie van Triënnale Brugge zich op gang met twaalf kunst- en architectuurinstallaties.

Opmerkelijk debuut: de Brugse auteur Inge Denaeghel met het boek ‘Bevroren Levens’, een verhaal dat zich grotendeels afspeelt in het Russische noorden, maar net zo goed in Vlaanderen. Niet autobiografisch, zegt de auteur, maar toch flink geput uit eigen ervaringen.

Mei: Het was toch eventjes luid schrikken: Jeroen Vanacker, artistiek directeur van het Concertgebouw, maakt zijn afscheid bekend. Hij stond hier 21 jaar aan het roer, maar de ambitie kriebelde richting Bozar als Hoofd Muziek. De opvolger werd in eigen huis opgevist: Alexander Jocqué, een man met adelbrieven.

Een boeiende en vernieuwende tentoonstelling was gewijd aan het oeuvre van Constant Permeke in Jabbeke, waar zijn kunstenaarswoning werd gerestaureerd. Permeke genoot vanaf het begin van zijn loopbaan ruime internationale erkenning. Naderhand bleek dat dit de laatste tentoonstelling zou zijn van directeur Dominique  Savelkoul.

Juni: Het stond nochtans mooi gedrukt: ‘Wij hebben grote ambities met Permeke in Jabbeke’, aldus Dominique Savelkoul. Maar toen kwam ‘an offer you can’t refuse’en exit Mu.ZEE. Voortaan gaat ze de grootste kunstbeurs ter wereld leiden. In het Minnewaterpark beleefde ‘Feest in’t Park’ een succesvolle editie.

Juli: Nog een afscheid: directeur Patrick Keersebilck neemt afscheid van Muziekcentrum Cactus. Als afscheidscadeau mag hij de deuren openen van de gloednieuwe Cactusclub. Een dossier met een onwaarschijnlijke looptijd, maar het enthousiasme is groot.

Voorts: oud-journalisten Thierry Beyts op crimi-tour (Duistere Brugse verledens) en Guido De Ville die blijkbaar het recept kent van een gelukkig leven. En Marc Vandenbon gidst ons met zijn boek feilloos rond in Rome.

Augustus: Augustus is steevast de maand waarop de benen worden los geschud tijdens Benenwerk (of Ballroom Brugeoise), een evenement dat al jaren staat als een huis. Ook: vanaf nu heeft Brugge met ‘The Bruges Fourchette’ een ‘most wanted souvenir’. Belangrijk muzikaal nieuws: Cactus heeft een nieuwe directeur gekozen uit een ruim aanbod. Sinds 1 november is Tim Beuckels de nieuwe directeur (zie ook blz. 5). De Bruggeling is al twee decennia actief in de muziekindustrie.

September: Wij voorspelden in september ‘Verkiezingen beloven vuurwerk’, maar ruim een maand later bleef het verwachte spektakel uit. Groot blijft groot, klein mag weer zes jaar aankijken op een muur. De schepen van Cultuur, Nico Blontrock, mag aanblijven tot de pensioengerechtigde leeftijd, Doenja Van Belleghem mag nog twee jaar warmlopen voor ze de plaats van Blontrock inneemt.

Van een andere orde: actrice Liesa Naert krijgt dan weer, voor de duur van één jaar, haar eigen pleintje (Sint-Jakobsstraat 8). Guido Gezelle bekoort opnieuw een jonge generatie dichters (Mirage festival) en het streetartfestival Bridges III keerde Bruggewaarts met een fonkelende editie. Het meerdaagse festival AMOK zette in op ontdekking en beleving en vormde Brugse binnenstad om tot een culturele speeltuin.

Oktober: Oktober isgetrouw boekenmaand. Schrijfster Lara Taveirne pakt uit met een absolute topper over de tragische verdwijning en late vondst van haar broer Wolf in het noorden van Zweden. Het dieptragische verhaal maakt veel emoties los.

Een aanwinst voor de wereld van de beeldende kunst is dan weer de herschikte en hertekende Poortersloge die bekoort als tentoonstellingsruimte. Broodnodig nu ook De Bond (het pakhuis aan de Smedenpoort) op de verkooplijst staat.

November: Een mooi literair project van A tot Z is ‘Vrouwen van papier’, een expo rond de 200 vrouwen, evenveel verhalen en 600 brieven van Guido Gezelle, gericht aan zijn penne-vriendinnen. Opvallend: de prachtige collages van kunstenaar Sammy Slabbinck rond de literaire werken van geselecteerde kunstenaars.

Nog een restauratie waarop het lang wachten was: De Republiek in de Sint-Jakobsstraat is nu grondig verbouwd in fasen. Directeur Bart Geernaert denkt ‘dat vele andere steden een beetje jaloers zijn’.

December: Het dansfestival December Dance blijft bekoren en een overwegend jong publiek lokken. Sigrid Janssens wil sterk inzetten op Belgische creaties. Festivals van die grootte moeten samenwerkingen zoeken. December Dance doet dat met het Cultuurcentrum en KAAP. Samen kan veel meer.

De Bruggeling blijft zijn stad nauwgezet volgen. Zo legt actiegroep Brugge die Scone het stadsbestuur een tienpuntenbundel voor die de stad weerbaarder moet maken tegen de dreigende Disney- of Katelijnisering. Auteur Delphine Lecompte blijft haar strijd voeren tegen wat zij de wanbehandeling van de paarden noemt.

Tot slot: Architectuuratelier Dertien/12 en De Republiek pakken uit met een lijvig boek suggesties, verpakt in ‘Brieven aan de Stad’.

En o ja: Brugge 2030 slaagde er niet in om het project verkocht te krijgen. Op naar 2025!  (LUC FOSSAERT) 

Benenwerk 11 august 2018 Dans Dance festival Brugge Bruges DJ Dansinitiatie Photo: Alex Vanhee Modern stage Astridpark

Van rode reus tot gouden ezel

Een duik in de handgeschilderde wereld van Anne Verbeure

Ze balanceert tussen de kunst van Brueghel en de finesse van Japanse cinema, verkiest penseel boven digitaal gemak, en liet zich voor haar nieuwe kortfilm ‘ De Gouden Ezel’ inspireren door het middeleeuwse Brugge. Maak kennis met Anne Verbeure (°1993), de Brugse animator en verhalenverteller die sinds haar afstudeerfilm ‘Red Giant’ furore maakt op het (inter)nationale filmfestivalcircuit. In haar nieuwe kortfilm, die afgelopen maand in première ging op het Film Fest Gent, komt Verbeures talent voor kleurrijke, handgeschilderde animatie volledig tot bloei. Maar achter de verf en de pixels schuilt meer dan techniek; haar werk ademt een diepe fascinatie voor het menselijke, het humoristische en het mythologische. En dat blijkt nog maar het begin te zijn van een carrière die het Brugse erfgoed nieuw leven inblaast, frame per frame.

EXit: Een (late) proficiat met je selectie van je animatiefilm ‘De Gouden Ezel’ voor het Filmfestival van Gent. Wat betekende deze erkenning voor jou?

Anne Verbeure: ‘Bedankt! Het was uiteraard een enorme eer dat ik met mijn eerste professionele kortfilm in wereldpremière kon gaan op Film Fest Gent. Na twee jaar werken aan de kortfilm is het naast de grote eer ook een enorme bevestiging om te blijven voortwerken aan nieuwe projecten. Daarnaast was het ook betekenisvol om geselecteerd te worden op Film Fest Gent, omdat daar ook mijn afstudeerfilm ‘Rode Reus’ (2021) in première ging. De film wordt binnenkort ook vertoond op Kortfilmfestival Leuven en hopelijk kan de film daarna nog even verder reizen op het festivalcircuit, we wachten momenteel nog op een eerste buitenlandse selectie.’ 


EXit: Klopt het dat het ‘middeleeuwse Brugge’ een belangrijke inspiratiebron was?

Anne: ‘Drie jaar geleden heb ik mij gedurende de zomermaanden verdiept in de verhalen van het middeleeuwse Brugge en de lokale boekverluchtingen van de 14e en 15e eeuw. Ik geraakte geobsedeerd door de prachtige composities, het kleurgebruik en de humoristische personages in deze boekverluchtingen en heb deze bijna direct overgenomen in mijn kortfilm.’

EXit: Wat waren enkele van de grootste uitdagingen die je tegenkwam tijdens het maken van De Gouden Ezel?

Anne: ‘Het werkproces zat vol van uitdagingen, dus het was eigenlijk constant oplossingen bedenken. Onder andere tijdens de schrijf- ontwikkelingsfase zat ik al met de uitdaging dat er te veel personages waren om in een korte 15 minuten volledig te kunnen ontwikkelen. Een aandoenlijk ridderpersonage heb ik toen dus moeten schrappen. De film is volledig handgeschilderd, dus het inkleuren van de frames was moeilijk om binnen de twaalf maanden af te krijgen. En een ietwat persoonlijke uitdaging is daarbovenop dat ik wat lui van aard ben en animatie is allesbehalve het medium voor luiaards.’ (lacht)

EXit: Zijn er specifieke technieken of stijlen die je hebt gebruikt in De Gouden Ezel? Jij tekent alles nog met de hand?
Anne: ‘Ik teken en schilder handmatig de frames, wat een beetje tegendraads is in onze digitale wereld. Maar ik houd enorm van het geschilderde, ‘ambachtelijke’ effect van handgetekende animaties. Het geeft een extra dimensie van levendigheid aan mijn eerder vlakke figuurtjes. Elke figuur wordt na het schilderen gescand, frame per frame digitaal uitgesneden en uiteindelijk samengesteld met de geschilderde achtergrond. Soms voeg ik digitaal nog wat details toe aan de geschilderde frames, zoals licht of schaduw bijvoorbeeld.’

EXit: Hoe verliep dan het productieproces van je kortfilm?

Anne: ‘Het was de eerste keer dat ik met animatoren werkte, dus het was even spannend om te zien hoe het zou werken als iemand mijn stijl kopieert. Wat ik ontdekt heb, is dat het juist heel mooi is hoe iemands animeerstijl in zekere mate kan behouden worden zodat de kortfilm uiteindelijk echt het resultaat is van een samenwerking. Bij de shots die de animatoren hebben geanimeerd, krijgt de film naar mijn gevoel een geheel eigen leven.’

EXit: Wat was de aanleiding om animatiefilm te gaan studeren en te maken?
Anne: ‘Ik heb altijd verhalen willen vertellen en gezocht naar manieren om die over te brengen. Eerst via muziek, dan via beeldende kunsten en om niet te moeten kiezen tussen de twee ben ik bij film beland, waar ze evenwaardig aan bod komen. Na twee jaar filmregie aan het RITCS heb ik vervolgens beseft dat ik niet zo graag direct met de werkelijkheid aan de slag ging. Dan heb ik beslist om met animatiefilm verder te gaan. De opleiding aan het KASK was perfect voor mij weggelegd, omdat je de vrijheid kreeg om te experimenteren en je eigen stijl te ontwikkelen.’

EXit: Hoe zou je je eigen stijl omschrijven?
Anne: ‘Visueel gebruik ik levendige kleuren, eenvoudige vormen en simpele gezichten en figuren. Mijn getekende animatie is over het algemeen puur en eenvoudig van beweging. De kleine en subtiele bewegingen van mijn personages eindigen vaak in stilstand. Inhoudelijk werk ik graag rond personages die worstelen met hun identiteit of met existentiële twijfels. Ik zet graag het banale alledaagse van de kleine mens in contrast met grootse, fantasierijke legendes of sprookjes.’

EXit: Kun je ons even meenemen in je creatief proces? Hoe begin je een nieuw project?
Anne: ‘Ik begin met het verzamelen van bestaande verhalen: uit de krant, oude sprookjes, kleine vertellingen op straat of op de trein … Dan ontstaat er al snel een personage en een algemeen concept waarmee ik aan de slag ga. Na vele tekeningen van het personage, begin ik met het scenario en maak ik tegelijk een eerste storyboard. Soms schrijf ik eerst het volledige scenario en schrijf ik pas na het storyboard de volledige dialogen uit. En vervolgens werk ik de (heel rudimentaire) animatic uit. Bij de animatic laat ik graag nog wat ruimte voor experiment of improvisatie, om tijdens het lange productieproces beeldgewijs nog aanpassingen te kunnen maken en het op die manier wat speels te houden.’

EXit: Hoe blijf je jezelf artistiek uitdagen?
Anne: ‘Door heel veel films te kijken. Momenteel ben ik bijvoorbeeld verdiept in Japanse films van de jaren 60, waardoor ik nu heel graag wil werken met bijvoorbeeld specifieke camerabewegingen of theatrale decors.’

EXit: Zijn er specifieke kunstenaars die je inspireren?
Anne: ‘Ah zoveel! De eerste die in me opkomt is onze goede oude Brueghel, of Tsuguharu Foujita, maar ook filmmakers zoals Louis Malle, Alice Rohrwacher, Kelly Reichardt, Fellini … Specifiek in animatiestijl kijk ik veel af van de grappige, minimalistische Atsushi Wada, Satoshi Kon of Emma De Swaef en Marc James Roels. Deze laatste waren via het VAF mijn mentors tijdens het schrijfproces van ‘De Gouden Ezel’.’

EXit: Wat ligt er momenteel van project(en) op je tekentafel?
Anne: ‘Enkele weken geleden heb ik het nieuws gekregen dat mijn nieuw kortfilmproject ‘A Sleeping Fire’ ontwikkelingssteun krijgt van het VAF, dus hopelijk kan ik tegen 2025-2026 beginnen aan de productie van de kortfilm. De film gaat over een jonge vrouw met een burn-out die, begeleid door een pratende kat ,op een louterende reis door de onderwereld trekt. De film zal ook met de hand geanimeerd en geschilderd worden.’ (ADC)

Madeline Roose en Febe Sanders brengen muzikale warmte in donkere dagen

Wat hebben TikTok, busken in Gent en een snufje Burt Bacharach met elkaar gemeen? Voor Madeline Roose (Brugge) en Febe Sanders (Lokeren) vormen ze het perfecte recept voor een muzikale vriendschap die vonken geeft. Na spontane straatoptredens en een gedeelde passie voor melancholische melodieën, schreven deze twee jonge vrouwen een ontroerend lied in het kader van De Warmste Week. Met ‘Doof Niet Uit’ reiken ze een muzikale reddingsboei aan iedereen die worstelt met eenzaamheid. Een knap staaltje La Vie en Roose, dat zelfs Edith Piaf trots zou maken.

EXit: Waarom koos je ervoor om, samen met Febe Sanders, De Warmste Week te steunen met het lied ‘Doof Niet Uit’?

Madeline Roose: ’Eigenlijk is het lied eerder een leuke extra. We wilden heel graag in de winter buiten Gent gaan busken. Daardoor kregen we het idee om zelf een busk-tour te organiseren in functie van De Warmste Week. Om het dan een meer persoonlijke touch te geven, daagden we onszelf uit om een lied te schrijven rond het thema van dit jaar: eenzaamheid.’

EXit: Wat betekent busken (op straat) voor jou? Is dat de ideale leerschool voor een muzikant(e) die later op een podium wil staan?

Madeline: ‘Ik denk dat het de artiest en het publiek veel meer op een gelijk niveau plaatst. Op straat leer je heel gemakkelijk andere mensen kennen, soms muzikanten die een liedje komen meespelen, maar eender wie kan naar je toe komen en je aanspreken. Ik denk dat als je het gewend bent om enkel op podia te staan, het sneller een gevoel van ‘wij-zij’ kan geven. Busken toont mij hoe verbindend muziek kan zijn op alle vlakken en met iedereen.’

EXit: Wanneer ontdekte je je liefde voor muziek en gitaarspelen?

Madeline: ‘Ik groeide op omringd door muziek en ben van jongs af aan altijd veel bezig geweest met verschillende instrumenten (viool, accordeon, piano). Het moment waarop ik echt besefte hoe graag ik bezig was met muziek, was toen ik in het middelbaar (De Frères) in de schoolband belandde. In die periode ben ik ook gitaar beginnen te spelen. Dat was de eerste keer dat ik met leeftijdsgenoten kon samenspelen en dat was zo leerrijk. Lang waren die repetities ook echt dé reden waarom ik met zoveel plezier naar school ging.’

EXit: Wat trekt je aan in het spelen van covers, en hoe verschilt dat van het schrijven van je eigen nummers?

Madeline: ‘Ook bij het live brengen van covers gebeurt dat vaak op een totaal andere manier. Op de Gentse Feesten bijvoorbeeld weet je al welke liedjes aanslaan, waar de mensen enthousiast bij meezingen, maar zonder nog elke keer stil te staan bij waar het lied over gaat of wat de tekst precies inhoudt. Eigen liedjes snijden dieper, komen beter tot hun recht voor een luisterpubliek. Je moet hun dan wel een goede tekst en een mooie melodie serveren, want hun waardering afdwingen met iets dat voor hen totaal nieuw is, is moeilijker dan hen een wereldhit te laten meebrullen.’

EXit: Hoe zou je jouw zachte, engelachtige stem omschrijven? Heb je specifieke artiesten die je op vocaal vlak inspireren?

Madeline: ‘Lizzy McAlpine, Billie Eilish, Phoebe Bridgers zijn personen die mij (op vocaal vlak) inspireren. Ik zou – zoals waarschijnlijk elke andere zanger – van mezelf niet zeggen dat ik een speciale of mooie stem heb. Wat telt voor mij is dat je de muziek kan brengen op de manier waarop jij dat voelt en dat je een verhaal erin kwijt kan.’

EXit: Hoe heeft het opgroeien met een vader als Kries Roose jouw muzikale ontwikkeling beïnvloed?

Madeline: ‘Mijn papa is een groot voorbeeld voor mij. Hij heeft altijd wel geprobeerd om mijn zus en ik te betrekken in muziek, maar hij koos er ook heel bewust voor om nooit iets op te dringen.’

EXit: Wat vind je het moeilijkste aan het leven als jonge muzikante?

Madeline: ‘Goh, ik heb nog niet in heel veel lastige situaties gezeten. Ik geloof ook dat je veel zelf in handen kan nemen. Dat is ook wat we doen met ons concept voor De Warmste Week. Als er even minder optredens gepland staan, dan geeft het mij meer ruimte om te schrijven of kan ik op straat gaan spelen.’

‘Het samenspelen met anderen is heel leerrijk. Op dat vlak heb ik al wat ervaring en heb ik ook een aantal moeilijkere dingen meegemaakt. Het spreekt voor zich dat visies en meningen enorm kunnen verschillen tussen personen, en al zeker tussen muzikanten! Ondertussen heb ik zoveel toffe vrienden met wie ik muziek kan spelen, zonder dat we aan elkaar moeten vasthangen. Ik denk dat dat belangrijk is. Veel plezier blijven hebben en ervoor zorgen dat je – naast andere projecten – ook je eigen ding kan blijven doen.’ (ADC)

‘Een van de allerbeste poëziebundels van het voorbije jaar’

Dat zeggen wij niet, maar wel Bart Stouten, de zoetgevooisde stem die een carrière lang bij Klara het mooie weer heeft uitgemaakt. De dichtbundel heet ‘Het geduld van water’ en is het poëziedebuut van de Brugse kunstschilder Johan Clarysse.

Bart Stouten, die de gedichten uit de bundel in Brugge kwam toelichten, wist met zijn bewondering geen blijf. Hij liet dan ook op Facebook noteren ‘dat hij zelden zo’n fijne poëzie heeft gelezen als die van Johan Clarysse’. ‘Het geduld van water’ noemt hij dan ook ‘een van de allerbeste van het voorbije jaar’, en de dichter zelf ‘nog eens een talent naar mijn hart’.

Johan Clarysse (°1957) maakt deel uit van het Brugse Poëzieatelier.  Het is een plek waar (amateur)dichters hun gedichten voorleggen aan de begeleider en aan elkaar. Onderling wordt feedback uitgewisseld waardoor de deelnemers geleidelijk aan betere gedichten zouden schrijven. Tot voor kort was Clarysse vooral bekend als kunstschilder, met een breed palet aan zowel schilderijen, collages als tekeningen. Zijn vroegste gedichten werden meteen wijd en en zijd verspreid. Zijn poëzie haalde de selectie van ‘De 100 beste gedichten uit de gedichtenwedstrijd 2022’.

Helder en raadselachtig

Waarom de kunstschilder zich, na het schilderen aan poëzie waagt? Zijn antwoord luidt: ‘Omdat het gewone leven niet volstaat.’ De dichter brengt dan ook intense poëzie die persoonlijke ervaringen en herinneringen vastlegt in treffende beelden en in een taal die tegelijkertijd helder en raadselachtig is.

Dichteres Astrid Arns prijst Clarysse omdat hij vaak met krachtige en wondermooie beelden ratio, verlangen en sentiment laat samengaan.

Saai hoeft zijn poëzie niet te zijn. ‘Waar nodig countert de dichter de ernst van het lot met de broodnodige ironie van het leven’, besluit Paul Rigolle, hoofdredacteur van De Schaal van Digter. (LF)

___

De bundel is een uitgave van Poëziecentrum.