Exit Magazine

Maandelijks Brugs Cultuurblad

Verleiding! Moord! en Liefde! in Mozarts Don Giovanni

(foto Evelien Van Rijn)

Zo vaak pakt het Concertgebouw niet uit met een grote opera, maar dit gemis wordt nu goedgemaakt met een dubbelslag op 18 en 19 oktober. Niet te missen deze Don Giovanni met een toporkest en top-uitvoerders.

 De story Don Giovanni is wijd en zijd bekend. Een gewiekste verleider die zijn verdiende loon krijgt, daar houden we van. In de handen van Mozart en librettist Lorenzo da Ponte werd het verhaal van deze don juan éen van de grootste opera’s in de muziekgeschiedenis. In Concertgebouw Brugge maken een droomcast en een legendarisch orkest zich op voor een concertante uitvoering (‘opera zonder poppenkast’) van dit spannende drama.

Wervelende muziek

Het Weense wonderkind gaat in deze opera met verve alle boekjes te buiten. Op hoogst geraffineerde wijze vermengt hij de ‘opera seria’-stijl van de hogere klasse met de komische ‘opera buffa’ die voor het gewone volk bedoeld was. Personages als Elvira, Anna en Ottavio krijgen lyrische muzikale passages toebedeeld, terwijl speelse melodieën de karakters van Zerlina, Leporello en Masetto verklanken. Het grote dansfeest op de bruiloft van Zerlina vormt een bijzonder staaltje van Mozarts muzikale vernuft. Heel ingenieus schrijft hij door de zang heen voor elk wat wils: een menuet voor de adel, een snelle dans waarop Don Giovanni nota bene de bruid zelf wil paaien en een volksdans waarop de bruidegom zijn dansbenen toont.

 

Een wijze moraal

Genieten van de liefde en het leven, zonder je te bekommeren om de stoet van gebroken harten die je achterlaat; het is even verdorven als aantrekkelijk. Maar de kruik gaat zo lang te water tot ze barst. Mozart en Da Ponte laten hun protagonist genadeloos ten onder gaan. Wie laatst lacht, best lacht, zo leren zowel Don Giovanni als het publiek.

Supersterren in spe

Elk muzikaal genre heeft zo zijn absolute vedetten, en deze uitvoering van Mozarts meesterwerk wordt gedragen door zo’n onbetwist dreamteam. Jonge, verrukkelijke stemmen als André Morsch, Paula Murrihy of Katharine Dain staan op de rand van hun wereldwijde doorbraak. Zo jong als de solisten zijn, zo ervaren is het orkest (‘Orkest van de Achttiende Eeuw’) dat hen begeleidt. (HP/LF)

vr 18 & za 19 oktober om 19.30 uur / Concertzaal Concertgebouw Brugge

Orkest van de Achttiende Eeuw / Mozart. Don Giovanni

Jongeren t.e.m. 26 jaar betalen slechts 7 euro voor hun ticket.

 

 

 

 

Harpiste Mathilde Wauters op drempel internationale carrière

(foto EDM)

‘Van thuis uit gepusht? Verre van…’

 

Seduced by harps, u kunt er zich veel bij voorstellen. De harp heeft inderdaad een romantisch imago, maar dat clichébeeld leeft niet in de harpwereld, zegt de Brugse muzikante Mathilde Wauters, die sinds haar vijfde de harp bespeelt. Voorbije zomer scoorde ze in de Verenigde Staten verrassend hoog met haar uitvoering van een bekend muziekstuk voor harp: het Concierto de Aranjuez. Een prestatie die telt. Wauters staat nu aan de start van een professionele carrière.

EXit: Heel wat musici, zoals uzelf, startten hun loopbaan op piepjonge leeftijd. Is dat een voorwaarde voor een latere carrière in de muziek?

Mathilde Wauters: ‘Mmm…. Is moeilijk te zeggen, maar het staat buten kijf dat het helpt. De mensen rondom mij zijn vrijwel allemaal vroeg gestart, pakweg tussen acht en tien jaar. Er zijn er natuurlijk ook die er ‘ver’ mee komen, hoewel ze pas op latere leeftijd een instrument kozen. Bij die vroege starters merk je wel vaak op dat ze uit een muzikale familie komen. Bij ons thuis was dat eender. Mijn ouders zijn allebei beroepsmuzikanten en lesgevers in het Brugse Conservatorium. Samen met mijn vier zussen, die elk een instrument bespelen, kunnen we sporadisch samenspelen.’

EXit: U bent op vijfjarige leeftijd begonnen met muziek. Is dat niet onverantwoord vroeg?

Mathilde: ‘Natuurlijk niet. In mijn geval is dat heel speels begonnen met oefenen op een kleine harp. Ik wou het echt leren en kunnen, maar les volgen was er nog niet bij. Het was evenmin een zaak van ‘moeten van thuis’, verre van zelfs. Mijn oudere zus, die ook harp speelt, was mijn mentor.’

‘Aan het Conservatorium heb ik de volledige opleiding doorlopen, zijnde negen jaar of de volledige cyclus. Ik bewaar daar goede herinneringen aan. Mijn leerkracht was Eline Groslot. Zo’n opleiding vergt veel van de kinderen, maar ik heb die met veel plezier gevolgd. Natuurlijk is discipline in deze nodig. Zonder dagelijks oefenen gaat het niet. Ik heb het gelukkig nooit ervaren als een opdracht en ik heb er zeker geen trauma aan overgehouden.’

EXit: Is een muziekopleiding compatibel met een zorgeloze jeugd?

Mathilde: ‘Voor mij gaan die twee zaken wel samen. Ook omwille van het feit dat ik van thuis uit niet gepusht werd. Ik heb een zorgeloze jeugd gehad en muziek is daarin altijd mijn grote passie geweest. Ik koos vanaf mijn zevende voluit voor de harp. De kleine modellen waren perfect bruikbaar voor mij. Ik volgde daarmee het voorbeeld van mijn oudere zus.’

EXit: Hoe is uw carrière tot op vandaag gelopen?

Mathilde: ‘Zo lang ik in Brugge bleef wonen, en school liep in het SASK (in Sint-Kruis), was muziek voor mij een hobby. Later mocht ik in Antwerpen aan het Conservatorium een soort jong-talent-traject volgen. Ik liep verder school in Brugge, maar de opleiding werd aangevuld met een muziekopleiding in Antwerpen. Ik volgde er het traject ‘Jong Talent’ . Ik heb toen beslist om professioneel verder te gaan met de harp. Ik ben toen ook in Antwerpen gebleven en heb er mijn master behaald (LF. Met de grootste onderscheiding)’.

 EXit: En op een dag bood zich een buitenkans aan: het Conservatoire National Supérieur du Musique in Parijs.

Mathilde: ‘Op een gegeven moment kreeg ik de kans aangeboden om een stage te volgen bij Isabelle Moretti aan het Parijse Conservatorium. Moretti is één van de bekendste harpisten ter wereld. Nadien heb ik gekozen voor een opleiding aan datzelfde Conservatorium. Om er te kunnen studeren, moest ik een loodzware test in twee fases overleven, iets waarin ik slaagde. Het Parijse Conservatorium is een van de belangrijkste in Europa. Frankrijk telt overigens maar twee conservatoria, het tweede is dat van Lyon. U begrijpt waarom ze beide overbevraagd zijn. Ik had natuurlijk veel zin om daar aan de slag te gaan en de opleiding te volgen. Die loopt tot eind dit schooljaar en dan sta ik terug op eigen benen. ‘

EXit: En u gaat dan meteen beroepshalve aan de slag?

Mathilde: ‘ Dat is toch de bedoeling, tenzij ik er eerst nog een opleiding tot leerkracht bij neem. Nodig? Toch wel, lesgeven is een ingebouwde veiligheid, want in deze (harp)sector struikel je niet over de werkaanbiedingen. Ik wil als freelancer aan de slag gaan, want er zijn toch heel wat mogelijkheden: zelf concerten organiseren, projecten voorstellen, audities doen of Kamermuziek. Het probleem bij een harpist(e)-carrière is voorts dat een groot orkest meestal maar één harpiste nodig heeft.’

EXit: Wat ik mij afvraag: harpisten moeten vaak opbotsen tegen een heel orkest. Is dat geen onbegonnen werk?

Mathilde: ‘’Dat is inderdaad één van de grote frustraties. Gelukkig valt de praktijk nogal mee. Maar als ik tijdens een concert helemaal achteraan op het podium zit, speel ik des te harder. Je kunt een harp meer volume geven, meer dan bijvoorbeeld een luit. Veel hangt ook af van de speelwijze, maar tegen een volledig orkest kun je niet op.’

EXit: U speelt geregeld en graag hedendaagse muziek. Een niet evidente keuze.

Mathilde: ‘Hedendaagse muziek spreekt mij aan. Vorig jaar nog speelde ik, samen met mijn zus Emma, in de Kamermuziekzaal een werk van Stockhausen. Niet evident, maar de reacties waren heel lovend. We hebben er toen zelfs bij gezongen, want de zangpartij is een deel van het stuk en moet door de harpistes zelf worden gezongen.’

‘Ik speel ook geregeld samen met het Hermes Ensemble, dat zich specialiseert in hedendaagse muziek. Ik vind dat het publiek de kans moet krijgen om ten minste kennis te maken met deze muziek. Na kennismaking reageren de luisteraars doorgaans heel enthousiast. Als die muziek goed ingekaderd wordt, spreekt dat het publiek aan. Het soort ‘hedendaags’ dat je brengt is natuurlijk ook van belang. Er is trouwens heel wat repertoire voor hedendaagse harp. Veel componisten die repertoire schreven voor de harp waren harpisten. Zij zijn niet altijd zo bekend voor niet-harpisten (zoals de grote en beroemde componisten), hoewel ze voor ons heel belangrijk waren.’

EXit: U was voorbije zomer knap derde in de USA International Harp Competition. Een hele prestatie, een hele eer.

Mathilde: ‘Het was voor de eerste keer dat een ‘Belg’ in de top drie geraakte, terwijl de jury toch uit internationaal bekende harpisten bestond.’

‘Het grote voordeel van zo’n concours is dat je in de aanloop naar de wedstrijd enorm veel moet ‘lezen’. Je leert ook een repertoire van buiten waarvan je in normale omstandigheden slechts enkele fragmenten speelt. Wij moesten dertien stukken inoefenen en zo’n opdracht vraagt om indeling en overzicht en brengt aardig wat stress mee. Ja, je kunt het, qua inspanning en niveau, een beetje vergelijken met topsport. In de finale speelde ik het Concerto van Rodrigo. ’

EXit: Waarmee hebt u de jury overtuigd?

Mathilde: ‘Het ‘prijsconcert’ was het Concierto de Aranjuez van Joaquim Rodrigo. Voor deze uitvoering kreeg ik een speciale prijs. Het stuk is oorspronkelijk geschreven voor gitaar, maar door de componist nadien bewerkt voor harp.’

‘Deze wedstrijd is één van de belangrijkste harpwedstrijden ter wereld, een beetje vergelijkbaar met de Elisabethwedstrijd bij ons. Alle werken moesten uit het geheugen worden gespeeld. Er namen 40 kandidaten deel, komende uit 18 verschillende landen.’ (LUC FOSSAERT)

Wie Mathilde Wauters (en het HERMESensemble) aan het werk wil horen: 18 oktober in het Amuz (Antwerpen). In het voorjaar 2020 staat ze geboekt voor een concert in Brugge, maar de precieze datum ligt nog niet vast.

Toneeltip

Blue Skies Forever, Buren
Donderdag 10 oktober, 20 uur (Biekorf Theaterzaal)

Het collectief ‘Buren’ werd in 2012 in het leven geroepen en bestaat uit Oshin Lambrecht, afkomstig uit Koksijde en Melissa Mabesoone, geboren in Knokke. Beide dames hebben een kunstopleiding achter de rug. Het feministische werk van dit veelzijdige kunstenaarsduo zit ergens op de grens tussen performance, theater en beeldende kunst. De twee resideerden eerder al in Vooruit en Vrijstaat O. Na een geslaagde doortocht tijdens Theater Aan Zee staan ze op 10 oktober in de Biekorf Theaterzaal met Blue Skies Forever. Daarin gaan ze aan de slag met heel uiteenlopende inspiratiebronnen: enerzijds videowerk van Pipilotti Rist dat volgens hen veel gelijkenissen vertoont met videoclips van Beyoncé, maar anderzijds ook Dorothy uit The Wizard of Oz. Ergens tussen fantasie en cliché tonen ze verschillende beeltenissen van die vrouwelijke archetypes uit de popcultuur, media en film. Muziek en sound zijn van buren, Benjamin Dousselaere & Ferre Marnef. (SD)

 

www.KAAP.be

Signs of Algorithm doen het met Luk Wyns in Skincrawler

 

Mennekes! Nieuws uit het kamp van de metalheads Signs of Algorithm: op zaterdag 12 oktober speelt de band-met-Brugse-roots ten dans in Het Entrepot tijdens het event ‘Music for the Oceans’. De leden Frederick, Didier, Kevin, Yochi en Jonathan zijn goed op dreef, want onlangs namen ze samen met acteur/scenarist Luk ‘Crimi Clown’ Wyns de niet onbesproken videoclip ‘Skincrawler’ op, check YouTube. Dat nummer spelen ze straks ook in Het Entrepot, maar dan wellicht zonder Luk en de schaars geklede dames…


EXit: First things first: we mogen jullie band situeren in het metalgenre?

Frederick Vanhille: ‘We zijn inderdaad te situeren binnen het metallandschap. Onze invloeden komen uit verschillende stromingen en subgenres binnen het metalgenre. We houden er eigenlijk niet heel erg van om onze band te labelen, maar als we echt een genre moeten benoemen, leunen we het dichtst aan bij metalcore en deathcore.’

EXit: Jullie namen met ‘Skincrawler’ een heuse videoclip op. Ik kan me voorstellen dat die gemengde reacties uitlokt…
Frederick
: ‘’Skincrawler’ is onze nieuwste release en dus ook een voorproefje van ons volgend album dat hopelijk in maart 2020 zal verschijnen. Het betreft een erotisch getinte clip over de fantasie van enkele mannen op het containerpark. Reacties hierop zijn subjectief en uiteraard uiteenlopend. Sommigen vinden de clip supervet, anderen vinden dat een clip meer om muziek moet draaien dan om borsten en billen. Dat kun je als band natuurlijk wel verwachten als je dit soort clip uitbrengt. Wij vonden het vooral leuk de clip te shooten en hebben ons enorm geamuseerd.’

EXit: Een opmerkelijke gast in deze clip is acteur/Gamma-stemmenman Luk Wyns. Hoe komen jullie bij hem terecht?
Frederick
: ‘Klopt. Wij zijn gaan aankloppen bij Diamond City Films om ‘Skincrawler’ te shooten. Dit is het productiehuis van Luk Wyns waar hij onder andere Crimi Clowns mee uitbracht. Tijdens de besprekingen en voorbereidingen van de clip hadden we nog enkele gastrollen in te vullen. Uiteindelijk hebben we gezamenlijk besloten dat het eigenlijk enorm tof zou zijn als de rollen ingevuld werden door Luk Wyns himself en zijn zoon Jonas Wyns.’

EXit: Wat staat er zoal op de to do-lijst van Signs of Algorithm?

Frederick: ‘Momenteel hebben we een druk schema aangezien er een hoop shows gepland staan tijdens de ‘Skincrawler Tour’ die nog loopt tot januari 2020. Tot op heden was het hoogtepunt van deze tour onze show op Metaldays 2019. Een topfestival in Slovenië waar we de affiche deelden met tal van topnamen uit de scene zoals Arch Enemy, Architects, Dimmu Borgir, While She Sleeps en vele anderen. Daarnaast was de algemene sfeer op het festival echt top. Volgend jaar krijgen we de kans om terug te keren naar Metaldays en er de mainstage te openen. Daar kijken we echt naar uit. Verder werken we achter de schermen en tussen shows door aan materiaal voor een nieuwe cd.’

‘We hebben ondertussen vijf Europese tours achter de rug waardoor we ondertussen al in een dertiental landen op het podium stonden.’

 EXit: Jullie spelen op zaterdag 12 oktober in Het Entrepot. Hoe ziet de avond van ‘Music for the Oceans’ eruit?

Frederick: ‘Dat wordt ongetwijfeld een topavond, want de organisator heeft zijn best gedaan om een gevarieerde internationale line-up neer te zetten in Het Entrepot. Zo hebben we bands uit Nederland (Another Now), België (Speed Queen, Signs Of Algorithm, Hell City, Fields Of Troy) en Frankrijk (Novelists). Een leuke en gevarieerde line-up als je het mij vraagt. Nu nog een hoop volk en het dak vliegt er gegarandeerd af.’

 EXit: Tot slot: wat prijkt er die avond op de setlist?

Frederick: ‘We brengen die avond een gevarieerde setlist waarin we zowel nieuw en oud materiaal aan bod laten komen. De show is ook een ode aan de overleden vader van de organisator waardoor de mogelijkheid bestaat dat we iets toevoegen aan de setlist dat we slechts één keer live zullen brengen die avond in Het Entrepot.’ (ADC)

 

http://www.facebook.com/SignsOfAlgorithm

 

Reba Malin: ‘Een mix van stijlen’

(foto EDM)

 

Reba Malin: onthoud die naam en pik eens een concertje mee als deze (redelijk) versbakken groep rond zangeres Floor Vanden Bussche in de evenementenkalender voorkomt. Op vrijdag 11 oktober bijvoorbeeld, want dan treden ‘Flo en de boys’ op in het mooie zaaltje van de Snuffel in de Ezelstraat.

Reba Malin was tot voor kort de band van zangeres/gitariste Floor Vanden Bussche en drummer Dirk Defauw, maar sinds enkele maanden zijn de rangen versterkt met bassist Stefan Taveirne (die we ook kennen van Cosy Corner) en gitarist Matthias Rosseel (vroeger ook actief in The Mood of Steffi en de folkgroep Donder in ’t hooi). ‘We zijn gestart met twee, maar het is altijd de bedoeling geweest om er een full band van te maken’, zegt Dirk. ‘Klopt’, vult Floor aan. ‘We hadden ook nood aan een ruimere bezetting. We speelden vroeger al eens op plaatsen waar het podium te groot was voor ons twee. De nummers van Reba Malin zijn immers niet alleen geschreven om in een akoestische versie gebracht te worden.’

EXit: Hoe zou je je groep verkopen?

Floor Vanden Bussche: ‘Moeilijke vraag, hoor. Op onze muziek kun je niet meteen een stempel kleven. Misschien iets in de trant van ‘rock meets souls meets…’.’

Stefan Taveirne: ‘…jazz meets een beetje blues en indierock… Ik was overtuigd na de eerste repetitie en ben blijven plakken. Het klonk te goed om deze groep zomaar te laten liggen.’

Matthias Rosseel: ‘Met onze set kunnen we op Gent Jazz spelen, maar evengoed ook op Rock Werchter. Het is een mix van stijlen. Het zijn eigen nummers, maar we hebben geen hokje ter beschikking om ze in te steken. We hebben onze sound ook nooit op voorhand bepaald. We spelen gewoon en we zien wel waar een bepaald nummer strandt.’

EXit: Geldt de songtekst als bepalende factor?

Floor: ‘Het is vooral de sfeer die belangrijk is. Muziek is voor mij meer dan alleen maar woorden, alhoewel ik veel tijd spendeer aan het schrijven van mijn teksten. Samen zoeken we altijd naar de juiste sfeer van de song.’

EXit: Waarover gaan jouw liedjes?

Floor: ‘Ik heb een hekel aan platte teksten als ik naar muziek luister, dus ik leg de lat voor mezelf graag hoog. De inhoud? Over de alledaagse dingen des levens, de strubbelingen van het leven. Mijn teksten vertrekken bijna allemaal vanuit een biografisch standpunt, maar gaandeweg ontwikkelen ze zich naar een song die voor velen herkenbaar is.’

Matthias: ‘Ik luister niet meteen naar de tekst, mijn gehoor spitst zich eerst toe op de melodie. De structuur van het nummer moet eerst goed zitten. We beginnen met een kapstok en hangen er achteraf de jassen aan.’

Stefan: ‘We hebben zelden een nummer klaar tijdens een repetitie. De ruwbouw is misschien af, maar week na week sleutelen we eraan tot het goed zit. Floor heeft een unieke stem en daar willen we geen muur van lawaai rond breien. We spelen in functie van het geheel.’

Matthias: ‘Als je een nummer de hele avond in het repetitiekot hebt gespeeld, kun je daar niet objectief naar luisteren. Moet je even laten rusten.’

 EXit: Reba Malin: die naam moet je toch eens verklaren, Floor.

Floor: ‘Ik wou niet optreden onder mijn eigen naam, want Vanden Bussche vind ik totaal niet geschikt als groepsnaam. Ik heb een tijdje in Canada gewoond en daar konden ze mijn naam ‘floor’ niet uitspreken zonder in lachen uit te barsten. Ik wilde niet dat ze met mij de ‘vloer’ aanveegden, dus heb ik daar dan maar Flo gebruikt. Dat was simpeler. Voor de bandnaam schuif ik mijn eigen naam wel aan de kant en heb ik twee andere delen samengevoegd. Malin is een veel voorkomende Zweedse meisjesnaam en Reba is geïnspireerd op de Amerikaanse zangeres Reba Neil McEntire die al sinds eind de jaren 70 bekendstaat als The Queen of Country Music. Klinkt toch goed, hé?’

EXit: Je straalt ambitie uit met Reba Malin, Floor!

Floor: ‘Na ons optreden in de Snuffel, is het de bedoeling om enkele nummers in de studio in te blikken zodat we een mooi visitekaartje in handen hebben. Je hebt gelijk als je zegt dat we ambitieus willen zijn, want ik wil graag investeren in mijn band. Graag pikken we volgend jaar mooie concerten op mooie locaties mee. Ook festivals schuwen we niet.’

Stefan: ‘Zonder pretentieus te willen zijn: we zijn niet van plan om het coverbandcircuit af te lopen. We zijn immers géén coverband. We willen wel zoveel en zo ver mogelijk gaan spelen. Met ‘eigen’ muziek moet je andere plaatsen zoeken om te spelen. Dat is onze ambitie met Reba Malin.’ (ADC)

http://www.snuffel.one

 

Boeiende expo over geschiedenis Stadsschouwburg

 

De Brugse Stadsschouwburg opende zijn deuren op 30 september 1869 met de opvoering van ‘Les Mousquetaires de la Reine’, een ‘opéra comique en 3 actes’. In de loop van de voorbije 150 jaar beweegt er in en rond het gebouw heel wat. De tentoonstelling in het Arentshuis (Dyver) gaat dieper in op het stedenbouwkundige, architecturale en programmatorische verhaal. Bezoek aanbevolen.

 Voor de bouw van de schouwburg werden heel wat middeleeuwse huizen afgebroken, straten recht getrokken en werd er een nieuw theaterplein gecreëerd. Er werd aan zes architecten gevraagd om plannen te tekenen. Uiteindelijk mag de Brusselse architect Gustave Saintenoy het gebouw realiseren. Het gebouw straalt rijkdom uit en het wordt bejubeld door een deel van de elite, een ander deel van de bevolking vindt het pompeus.

Ook de invulling van de programmering ondergaat gedurende 150 jaar een enorme verandering. Het Grand Théâtre de Bruges evolueert van een elitaire schouwburg waar de klassen letterlijk in een rangorde gescheiden worden naar een open cultuurhuis dat modern theater, muziek en dans verwelkomt.

Een nieuw stadskwartier

De wijk waar de nieuwe Stadsschouwburg wordt gebouwd, is eeuwenlang het commerciële hart van de stad. Hier stroomt de Reie, bevindt zich de stadskraan en rond het Oude Beursplein staan diverse natiehuizen. Op het einde van de 18de eeuw verhuist de havenactiviteit naar de rand van de stad, de Reie wordt dichtgelegd. Maar de organisch gegroeide wijk heeft zijn middeleeuwse structuur behouden. Grote handelshuizen wisselen af met kleine woningen. De straatjes zijn smal en kronkelen zich tussen de huizen waardoor er weinig licht en lucht binnen stroomt.

Op het moment waarop beslist wordt een kleine vijftig gebouwen af te breken, wordt de wijk nog volop gebruikt voor handelsactiviteiten. Heel wat huizen zijn verhuurd. De eigenaars zijn dokter, advocaat, ambtenaar of grootgrondeigenaar. Er woont en werkt een mix van arm en rijk. Studenten architectuur van Howest hebben de omgeving voor en na de bouw van de schouwburg gevisualiseerd.

Het ontwerp voor de schouwburg is het werk van een jonge architect uit Brussel. Gustave Saintenoy is drieëndertig als hij zijn ontwerp in 1865 indient. Zijn plan voorziet een schouwburg volgens de regels van de kunst. Hij herwerkt zijn ontwerp in 1866, haalt een koepel weg boven de foyer en past de afmetingen wat aan. De trappen worden verbreed. De zaal heeft een ellipsvorm omwille van de akoestiek. In de meeste theaters is trouwens de evolutie te zien van een langwerpige naar een min of meer ronde of ellipsvormige zaal. (LF)

De expo over 150 jaar Koninklijke Stadsschouwburg Brugge loopt in het Arentshuis (Dyver) tot 1 maart (www.museabrugge.be). Bruggelingen mogen gratis binnen

Symposium over ‘geniale alleskunner’ Leonardo da Vinci in historische setting

 

In 2019 is het vijfhonderd jaar geleden dat Leonardo da Vinci het tijdelijke met het eeuwige heeft gewisseld.  De veelzijdige kunstenaar is alvast nog niet vergeten: op zaterdag 5 oktober 2019 (14 uur) vindt er in Hof Bladelin (Naaldenstraat 19) het symposium ‘Reiken naar de eeuwigheid met Leonardo da Vinci’ plaats.

Op donderdag 2 mei 2019 was het precies vijfhonderd jaar geleden dat Leonardo da Vinci (1452-1519) op 67-jarige leeftijd stierf in de armen van een Franse koning. Het was het zachtmoedige einde van een veelzijdig kunstenaarsleven dat vol zat met visionaire ideeën en uitvindingen. Naar aanleiding van die vijfhonderdste sterfdag organiseert de vzw Lectorium Rosicrucianum een Leonardo-symposium in Hof Bladelin. Die locatie is niet toevallig gekozen, want op die plaats zijn nog verbindende sporen te zien met een mecenas van da Vinci, Lorenzo de Medici. Tussen Brugge en het Italiaanse Firenze bestonden indertijd zowel handels- als spirituele krachtlijnen, die voor de De Medici’s een kenmerkend fenomeen waren.

‘Da Vinci hanteerde kunst als een ervaringswetenschap, waardoor hij mens en wereld nader probeerde te doorgronden’, zegt Eddy Matten. ‘Niet voor niets noemde hij zich een leerling van de ervaring. De Da Vinci Code kennen, betekent niet dat we de code hebben om Da Vinci te kennen. Neem alleen al het feit dat hij zijn beroemdste werk, de Mona Lisa, overal waarheen hij verhuisde met zich meenam en als nooit voltooid beschouwde. Welke Leonardo da Vinci is dat? De inleiders brengen Leonardo tot leven in zijn onbeperkte veelzijdigheid als een klassieke ‘uomo universale’, een geniale alleskunner. Voor hen is Leonardo een klokkenluider van een nieuwe tijd, die bijna iedere dag van zijn welbestede leven grens­overschrijdend heeft ingevuld. Hij was de belichaming van de lente van het Europese zelfbewustzijn, een lente die vijfhonderd jaar later nog steeds voortduurt.’

Inschrijven via info@rozenkruis.be of via sms 0032 494 894895 (Katrien Depoorter)

‘Zoektocht naar verbindingen tussen mensen en gemeenschappen met dans als woordeloze taal’

 

Op 5 en 6 oktober nodigt Cultuurcentrum Brugge iedereen van 12 tot 150 uit voor het allereerste performancefestival ‘Van kop tot teen’. Twee dagen lang staan voorstellingen op het programma die theater en/of dans naadloos vermengen met beeldende kunst. Het publiek zelf speelt een cruciale rol. Het festival sluit af met de bejubelde voorstelling INVITED van choreograaf/performer Seppe Baeyens.

 

EXit: In INVITED nodig je letterlijk het publiek uit om mee de scène op te gaan?
Seppe Baeyens:
INVITED is inderdaad een heel interactieve voorstelling. Spelers en publiek bevinden zich samen op het podium. Drie muzikanten en twaalf performers gaan heel gestaag de dialoog aan met de kijkers in de zaal. Zo ontstaat stap voor stap een gezamenlijke choreografie. Centraal binnen de voorstelling staat ROPE, een verbindende slang van 65 meter, gecreëerd door beeldend kunstenaar Ief Spincemaille.’

EXit: Hoe wordt ROPE geïntegreerd?
Baeyens:
‘De spelers gaan samen met het publiek met en rondom de slang bewegen. De interactie verloopt zeer organisch. Het stuk is heel toegankelijk. We demonstreren eenvoudige bewegingen, leiden het publiek, wisselen rollen … Spelers worden publiek en omgekeerd. Nu en dan laten we ook het publiek zelf beslissen. ROPE biedt zo een antwoord op een van mijn centrale vragen bij de creatie van dit stuk: hoe kan ik de afstand tussen spelers en publiek wegwerken en hoe kan ik het publiek mee de choreografie laten schrijven?’

EXit: Vanwaar die grote aandacht voor het publiek?
Seppe:
‘De mens is voor mij een thema op zich. Ik laat mensen graag zien zoals ze zijn. In 2011 ben ik bij Ultima Vez gestart met workshops voor buurtbewoners. Daar is de kiem gelegd voor mijn manier van werken. Ik zoek naar verbindingen tussen mensen en gemeenschappen met dans als woordeloze taal. In Tornar, mijn eerste creatie, moest een gemeenschap na de doortocht van een tornado alles terug opbouwen, een metafoor voor het afbrokkelen en weer doen groeien van solidariteit.’

EXit: Die gemeenschap is telkens zeer divers?
Seppe:
‘Wat ik op het podium laat zien, moet een weerspiegeling zijn van de maatschappij. De cast is daarom altijd een mix. Ik werk met mensen met verschillende culturele achtergronden en leeftijden, met dansers, performers en muzikanten. Aan INVITED nemen ook kinderen deel, er zijn enkele mensen met een beperking en er staan er ook op de planken die een stuk ouder zijn. Léon, die ik eerder al castte, is ondertussen 96 jaar. De beste voorstellingen van INVITED zijn trouwens die waarin ook het publiek nog eens een weerspiegeling is van de cast.’

EXit: Net als het gros van je performers, heb je ook zelf geen professionele dansopleiding achter de rug?
Seppe:
‘Nee, maar ik was al vrij vroeg bezig met theater en performance en ik kwam heel snel tot de ontdekking dat je zonder woorden onnoemelijk veel kunt vertellen. Na een auditie om mee te doen bij fABULEUS ging de bal aan het rollen. Ik maakte er kennis met gewezen Bruggeling Randi De Vlieghe. Zijn danstaal was voor mij een grote bron van inspiratie. Ik stond in drie van zijn stukken en werken met hem, leidde tot mijn beslissing om zelf choreograaf te worden. Na fABULEUS, volgden samenwerkingen met onder meer Kabinet K, Kopergietery en Miet Warlop. Vandaag ben ik resident bij Ultima Vez, het gezelschap van Wim Vandekeybus.’

 EXit: Van waaruit je ook nieuw werk creëert?
Seppe:
‘Ultima Vez is voor mij een belangrijke basis. Elke zaterdag tijdens het schooljaar zet ik er Atelier Quartier op. Een heel open atelier waar iedereen uit de buurt welkom is. We gaan er aan de slag met dans als taal. Vanuit die workshops ontstaan ook mijn creaties. Alle performers in INVITED heb ik daar ontmoet. Ik doe nooit audities, maar rekruteer mijn mensen tijdens de workshops.’

EXit: Je werk groeit heel organisch?
Seppe:
‘Ik geloof heel erg in procesmatig werken en in tijd als een soort kwaliteitslabel. Leren van elkaar, wat mijn makers doen, vraagt tijd en geduld. Daarom maak ik maar om de drie jaar een nieuw stuk. Ik blijf ook zoeken naar nieuwe vormen. Waar Tornar een vrij klassieke voorstelling was met het publiek in de zaal, zet ik in INVITED spelers en publiek samen op de scène. In Birds wil ik nog verder gaan, het theater verlaten en de publieke ruimte opzoeken. Ook toevallige voorbijgangers zullen deel uitmaken van de performance.’

EXit: Het performance genre zit in de lift. Kun je het succes verklaren?
Seppe:
‘Ik denk dat het vooral te maken heeft met een tijdsgeest, met de plek van theater en dans in de maatschappij. Die evolueert voortdurend. Ik voel alvast dat er – ook bij mezelf – een heel grote behoefte leeft om het theater opnieuw aan de mensen te geven. In een maatschappij waarin vaak grote verdeeldheid heerst, onder meer op politiek vlak, kan het theater verbindend werken. Daar ben ik van overtuigd. Ik geloof heel erg dat theater een sociaal-maatschappelijke taak heeft.’ (SD)

 

www.cultuurcentrumbrugge.be

Beleef de Koninklijke Stadsschouwburg ‘Van kop tot teen’

 

Het programma van Cultuurcentrum Brugge staat dit najaar in het teken van 150 jaar Koninklijke Stadsschouwburg. Als eerbetoon wordt de schouwburg gedurende het weekend van 5 en 6 oktober volledig opengezet voor het publiek tijdens het performancefestival ‘Van kop tot teen’. Elke voorstelling van het festival is een zelfgekozen route doorheen het gebouw met een bijzondere performance op een unieke locatie. ‘We willen de magie van het theater tot bij het publiek brengen’, zegt medeorganisator Lore Missinne.

 Lore Missinne: ‘We palmen de stadsschouwburg volledig in, van de kelder tot de nok van de zolder. Samen met Michel Dewilde, mijn collega met wie ik het festival op poten heb gezet, zijn we bewust op zoek gegaan naar kunstenaars die werken op de snijlijn van beeldende kunst, dans en theater. Zo konden we een mooie cohesie vormen die buiten alle traditionele vakjes valt.’

EXit: Het eerste deel van het festival bestaat uit vier verschillende voorstellingen?

Lore: ‘De bezoeker kiest zelf een route uit een van de vier voorstellingen, die telkens op een verschillende locatie plaatsvindt. Bij de eerste route neemt kunstenaar Emilio Lopez Manchero je mee op een ontdekkingstocht doorheen de Stadsschouwburg. Tijdens die groepsperformance, ‘Trying to be’, meet elke deelnemer zichzelf een personage aan, compleet in kostuum en maquillage. Route twee leidt naar de kelders van het gebouw waar het jonge Gentse Collectief Elan(d) met ‘Loving is Allowed’ een visuele voorstelling brengt, met koptelefoon, als theatrale ode aan het feest waar mensen elkaar ontmoeten. Het jonge talent van Academie Kunsthumaniora Brugge loodst je doorheen de derde route aan de hand van een theaterparcours en in de houten zolder van de schouwburg transformeert kunstenaar Joris van Oosterwijk met ‘Stamping’ je lichaam in een levensgroot kunstwerk tijdens route vier.’

‘Aangezien elke voorstelling anders is en je er ook maar één kan uitkiezen hebben we een langere pauze dan gebruikelijk voorzien. Nieuwsgierigen krijgen zo de kans om hun ervaringen uit te wisselen met elkaar. Enkele leden van het stedelijk Conservatorium zullen de pauze van een streepje muziek voorzien.’

EXit: Voor het tweede deel wordt iedereen op scène uitgenodigd?

Lore: ‘We sluiten de namiddag af met de voorstelling ‘INVITED’ van choreagraaf Seppe Baeyens wiens werk steeds focust op inclusie. Deze keer wil hij het publiek laten proeven hoe het voelt om mee deel uit te maken van een dansvoorstelling. De scenografie speelt in deze voorstelling een belangrijke rol. Met ‘ROPE’, een blauwe verbindende slang van 65 meter, gecreëerd door kunstenaar Ief Spincemaille worden alle deelnemers op een heel speelse manier met elkaar verbonden.’ (LDD)

‘Van kop tot teen’ vindt plaats op zaterdag 5 en zondag 6 oktober. De voorstellingen zijn toegankelijk voor iedereen vanaf 12 jaar. Tickets en info: http://www.ccbrugge.be

‘Daar is’em’, bijna voor de 300ste keer

We weten van geen ophouden, getuige dit vuistdikke nummer met veertig pagina’s cultuurnieuws. Mooi volk alweer aan de tand gevoeld: mediafiguur Dalilla Hermans, harpiste Mathilde Wauters en drummer Steven Van Havere. Voorts: een stevig leesstuk van Eric Van Hove over het Schouwburgkwartier (‘De verbeelding aan de macht’) en talloos veel moois uit creatief Brugge.

%d bloggers liken dit: