Exit Magazine

Maandelijks Brugs Cultuurblad

De beat stopt nooit voor Gino Claeys, zelfs niet na 40 jaar op het podium

De man, de machine, de drummer! Gino Claeys, de onvermoeibare ritmekunstenaar, viert zijn 40-jarig jubileum op de planken. Met zijn nieuwe band genaamd Arnouveau – een eerbetoon aan de muziek van wijlen Arno Hintjens – belooft hij op vrijdag 1 maart het dak eraf te spelen in De Kelk (Langestraat, Brugge).

Gino Claeys is geboren en getogen in Zeebrugge waar zijn passie voor de drums vorm kreeg. ‘Ik voelde me vaak de ‘Witte van Zichem’ terwijl ik opgroeide in dat rustige en avontuurlijke dorp,’ zegt hij. ‘Ik had een gezin vol muzikale inspiratie, met vier oudere zussen en een jongere broer.’

Claeys, die in zijn jonge jaren de bouw overwoog als carrière, veranderde het roer toen hij in 1982 een episch concert bijwoonde met bands als Q-Bic, TC Matic en The Scabs. ‘Toen wist ik het zeker: drummen, dat is wat ik wil! Ik wou meteen gaan werken, want ik had geld nodig om mijn eerste drumstel te kunnen kopen. Ik ben maar pas op zestienjarige leeftijd begonnen met drummen, wat eigenlijk vrij laat was … Maar ik had wel tussen mijn 7 en 12 jaar notenleer en piano gevolgd in de stedelijke muziekschool. Ik pleit dan ook hartstochtelijk voor muziekonderwijs op scholen. Zonder die ritmische muziekles zou ik misschien nooit begonnen zijn met drummen’, erkent hij.

Inspirerende beats

Zijn invloeden variëren van legendarische drummers als Dennis Chambers tot de ontelbare inspirerende beats die hij ontdekte tijdens zijn 40-jarige carrière. ‘Luisteren naar andere drummers opent je geest en maakt je nederig. Hoe meer je luistert en drumt, hoe meer je beseft hoe weinig je eigenlijk nog kunt.’

Op de geloofsbrieven van Gino staan verschillende bands genoteerd, waaronder Jazzylipsy, Rhythm Deep en Dogwalker, de band waarmee hij tussen 2009 en 2011 enkele hits scoorde en die opgepikt werd door de eerder ‘commerciële’ radiozenders. ‘Succesvol zijn als drummer betekent meer dan alleen goed kunnen drummen; het draait om de harmonie binnen de band’, zegt hij.

Eerbetoon aan Arno

Met zijn nieuwste project Arnouveau brengt Gino Claeys een eerbetoon aan TC Matic en Arno, de muzikale legende die ons bijna twee jaar geleden veel te vroeg verliet. In de Venetiaanse Gaanderijen in Oostende loopt er trouwens nog tot 21 mei 2024 een ronduit schitterende foto-expo van zijn vriend/huisfotograaf Danny Willems. ‘In De Kelk brengen wij met Arnouveau op vrijdag 1 maart om 21 uur ook een mooi eerbetoon. Net zoals bij Arno is muziek spelen ook mijn leven. Het podium lonkt, en ik kan niet wachten om er weer tegenaan te gaan’, aldus de ritmische ‘veteraan’ die bewijst dat leeftijd slechts een getal is en dat de beat nooit stopt voor hem. (ADC)

foto Johan Vanparys

Bach op gitaar

Alexander Makay, een Bruggeling met Hongaarse roots, is niet voor één gat te vangen. Studeerde gitaar sinds zijn achtste en is sindsdien de graag geziene gast (en stichter) van Podium voor de Passie. Specialiseerde zich in de werken van Johann Sebastian Bach op gitaar. Vandaag strekt zijn repertoire zich uit van middeleeuwse tot hedendaagse muziek en, o ja, ook Mark Knopfler van Dire Straits ontbreekt niet. Vandaag ligt de focus voornamelijk op de voorstelling van Moods & Tales (plaatopname), enkele programma’s op torresgitaar en de voorbereiding van het seizoen 2024-2025 van De Appelvink (concertenreeks). Een gesprek met een gedreven man.

EXit: Een mooi initiatief is de concertenreeks van ‘De Appelvink’. Hoe loopt dat verhaal?

Alexander Makay: ‘Deze concertenreeks vindt voornamelijk plaats in Damme in hechte samenwerking met het stadsbestuur. Aan de hand van artiesten in residentie focussen we op specifieke instrumenten. Dit seizoen staan onder meer natuurhoorn, ûd, klavecimbel, flamencogitaar en -dans en pianoforte in de kijker. Voor dat laatste instrument trekken we naar het Chris Maenemuseum in Ruiselede, het Mekka van de historische piano’s. Daar het DNA van De Appelvink op de focus van instrumentarium ligt, kunnen we ook heel breed gaan over genres heen, van oude muziek over traditionele volksmuziek tot songwriting. Het is op die manier ook een weerslag van mijn eigen interesses en activiteiten als gitarist-componist.’

EXit: Makay klinkt als een naam met vreemde roots.  Is dat ook zo?

Alexander: ‘Mijn vader is van origine een Hongaar.  Hij vluchtte in 1956 op 11-jarige leeftijd met zijn familie uit Sopron naar België. De reden was dat zijn familie niet veilig meer was aangezien de revolutie tegen het communistisch regime was mislukt.’

EXit: U werkt momenteel aan een plaatopname?

Alexander: ‘’Moods & Tales’ bestaat uit tien eigen songs. Ze zijn een reflectie van mijn eigen ervaringen, maar ook van fictieve gedachtereizen. Centraal staan de elektrische en western gitaar die minstens even belangrijk zijn als de zangpartijen. Ik presenteer ze vanaf dit jaar in triosetting met Ghislain Vandewalle (keyboards) en multi-snaarman Gijs Hollebosch. In maart staat inderdaad de release van een ep-vinylplaat op de agenda. Spannende en opwindende tijden!’

EXit: Wat heeft Makay met Mark Knopfler te maken?

Alexander: ‘Ik was gedurende tien jaar frontman van Compressions (op het einde The Str8ts), een Dire Straits Tributeband. Gedurende die tijd heb ik me intens toegelegd op de specifieke fingerpicking gitaarstijl van Mark Knopfler.’

‘Het kriebelde al langer om mijn eigen songs te realiseren aan de hand van die gitaarstijl. Vorig jaar heb ik dan de knoop doorgehakt om volledig te gaan voor mijn eigen muziek. Mark Knopfler heeft net als ik een Hongaarse vader en West-Europese moeder; ik beeld me soms in dat ik daardoor een intieme affiniteit heb met zijn stijl, maar dat is waarschijnlijk niet meer dan een romantisch ideetje.‘

EXit: U bespeelt en programmeert verschillende instrumenten. Waar zit de voorkeur?

Alexander: ‘Het organiseren enerzijds en zelf actief met muziek bezig zijn anderzijds, ervaar ik als een fijne combo. Het is een kwestie van een goede balans te vinden, wat de ene dag al beter lukt dan de andere. Als gitarist-componist focus ik me op twee totaal verschillende dingen waar ik geen voorkeur over zou kunnen uitspreken: torresgitaar, bespannen met darmnsnaren en bespeeld zonder nagels en fingerpicking waarvan eerder sprake. Wat torresgitaar betreft: het is de Spanjaard Francisco Tárrega die als godfather van de klassieke gitaar eind 19e eeuw de instrumenten van Antonio de Torres op de kaart zette.’

‘Ik speel op een kopie van een Torres, gemaakt door luthier Dirk Deroo. Ik hoop dan ook mijn steentje bij te dragen aan de herontdekking van die specifieke traditie; het spelen zonder nagels op darmsnaren en componeren van eigen werk naast cultivering van het bestaand repertoire.’ (LUC FOSSAERT)

____

http://www.deappelvink.be

Duurzaamheid staat centraal tijdens het Circulair Festival (23/2 – 25/2)

Na een geslaagde eerste editie organiseren initiatiefnemers De Republiek, Avansa regio Brugge en Stad Brugge (Circular Hub Brugge en BruggeNaarMorgen) voor de tweede keer het Circulair Festival. Van vrijdag 23 tot en met 25 februari worden opnieuw heel wat boeiende en prikkelende initiatieven over het thema circulaire economie in de kijker gezet. Een overzicht.

Even opfrissen: in een circulaire economie wordt afval maximaal vermeden door materialen, producten en gebruiksvoorwerpen zo lang mogelijk op een hoogwaardige manier in te zetten en hun levensduur te verlengen. Zo wordt vermeden we nieuwe producten moeten worden gemaakt worden en het bespaart ook energie, grondstoffen én geld. Iedereen kan hiertoe bijdragen, want in de circulaire economie staat hergebruik, herstel, huren of delen voorop.

Het Circulair Festival wil Bruggelingen tonen wat circulaire economie inhoudt en welke ondernemingen en initiatieven hier al op inzetten. Dit met een gevarieerde mix aan activiteiten, gaande van bezoeken, lezingen, proefsessies tot workshops. Uitvalsbasis en festivalhub is opnieuw Korf in de Naaldenstraat, maar ook op andere locaties in de stad vinden activiteiten plaats.

Zo kan men op vrijdag 23 februari de modulaire elektrische fiets van de Brugse start-up Urbanisto ontdekken, meer te weten komen over circulair bouwen bij expertisecentrum Acasusof zelf je fiets leren herstellen in de kersverse Kringwinkel Seafront in Zeebrugge. ‘s Avonds is er opnieuw de Pecha Kucha-avond waar circulaire doeners het woord krijgen en en hun innovatieve projecten kunnen voorstellen. Op de affiche onder andere Bazar Cezar, Footprint Inc., de Fietsbieb, Marieke De Backer met haar SEAt SHELL en Tristan Ryckaert van Tillup.

Preloved fashion shoppen met stijladvies

Tijdens het weekend zijn er proef- en ontdeksessies en tal van workshops. Zo kan men textielverven met keukenrestjes, juwelen maken uit oude fietsbanden of een tweede leven geven aan kledij door visible mending. Op zaterdag kan men preloved fashion shoppen mét stijladvies of aanschuiven bij een diner met circulaire en lokale producten. Zondag start met een lezing door pionier Lieven D’hont over de boeiende wereld van huren en delen en een workshop accessoires maken uit restleder. Op zondagnamiddag kan men op de fiets naar enkele makers van Handmade in Brugge of kennismaken met circulaire stadslandbouw bij Kopje Zwam in de Sint-Godelieveabdij.

Dit jaar worden ondernemers extra verwend met een speciaal luik binnen het festival. De Circular Hub Brugge wil hen zo aansporen om circulaire economie nog meer te integreren in hun bedrijfsvoering, Zo krijgen ze op donderdagavond een ‘deep dive’ in de verschillende strategieën rond circulaire economie en hoe ze die in hun onderneming kunnen toepassen. Op vrijdag is er een ontbijtsessie over duurzame verpakkingen en op zaterdagavond worden jonge circulaire ondernemers tijdens de TURBO-avond in de spotlight geplaatst.

Brugge Circulaire Stad

De hele maand februari staat Brugge in het teken van Brugge Circulaire Stad in de aanloop naar het festival. Voor alles wat te maken heeft met circulaire economie kan men bij het Klimaatpunt in het Huis van de Bruggeling terecht. Daarnaast presenteren verschillende makers van Handmade in Brugge hun creaties rond circulariteit in het Sashuis tijdens de expo Re-Rewind.

De studenten van de modeafdeling van de Maricolen zijn geruime tijd bezig geweest met een upcyclingproject, waarbij ze textieloverschotten van Oxfam Tweedehands gebruiken. Ze presenteren trots hun creaties in de etalages van zowel Oxfam Tweedehands als Shopping Brugge. (RD)

_____

Het volledige programma staat op http://www.circulairfestivalbrugge.be. Verschillende activiteiten zijn gratis, maar voor de meeste is inschrijven verpli

In search of America: een verhaal over rouw en verlies en moederschap

‘Van kleins af aan ben ik opgegroeid met een moeder die gefascineerd was door Amerika, ze was zot van goede films. Ik was vijf toen ze me voor de eerste keer meenam naar cinema Rialto in Oostende en ‘Grease’ was mijn eerste bioscoopfilm. Ik keek naar ‘Psycho’ of ‘The Birds’ in plaats van naar Donald Duck. Samen met mijn vader reisde ze ontelbare keren naar Amerika. Van Hollywood tot Denver, Memphis, Grand Canyon, Monument Valley, New York, New Orleans. Helaas: ze stierf veel te vroeg. Ze was pas 67, ik was er toen 37.’

Aan het woord is Katrien Orlans, een Brugse fotografe en collagekunstenares. Zij zal de komende maanden (tot 28 april) de binnenwanden van het Concertgebouw illustreren met ‘In search of America’, een fotografisch verslag van haar Amerika-reizen.

EXit: Ook een verwoed Amerika-reiziger?

Katrien Orlans: ‘Na haar dood kreeg ik een onweerstaanbare drang om naar Amerika te reizen en te zoeken wat haar zo fascineerde. Misschien was het een poging om haar te vinden? Geïnspireerd door mijn moeder, maar ook door de boeken van John Steinbeck en Jack Kerouac, door de muziek van Johnny Cash, Elvis en Ennio Morricone, door de vele films die ik zag als kind en natuurlijk door fotografen zoals William Egglestone en schilders zoals Edward Hopper. Ik leg de grootheid van het land vast, de lege lange wegen, de motels, een zekere melancholie.’

‘Ik reis alleen of met mijn gezin. We lopen in haar voetsporen. Achterom kijkend en zoekend naar het verleden, naar de ongrijpbare schaduw van mijn moeder. Onderweg spreek ik mensen aan, neem hun portret en stel hen steeds dezelfde vraag: wat betekent het woord moeder voor jou? Het leverde vaak heel mooie, maar ook schrijnende antwoorden op.’

EXit: Hoe kwam het Concertgebouw bij jou aankloppen?

Katrien: ‘Peter De Bruyne van het Concertgebouw had mijn collagewerken opgemerkt toen ik in 2022 geselecteerd was voor Sant en kwam mijn atelier bezoeken. We praatten wat en zo vertelde ik hem over mijn documentaire waar ik een negental jaar aan gewerkt heb. Peter was enthousiast en de expo werd een feit.’

EXit: Hoe zie je als fotografe de toekomst voor de fotografie?

Katrien: ‘Het beroep zal misschien uitsterven, maar de kunstvorm niet. Als je sterk inhoudelijk werk maakt en een authentiek verhaal te vertellen hebt, zal dat altijd blijven boeien. Of dat nu collage- of schilderkunst of literatuur is, dat maakt niet uit. Elke kunstdiscipline is de peper en zout van het leven.’ (LF)

_____

‘In search of America’, van zondag 28 januari tot 28 april 2024. De foto’s kun je bekijken tijdens de openinguren van het Concertgebouw.

B-Art Gallery: nieuwe kunsthotspot in de Langestraat

In de Langestraat tref je sinds kort een nieuwe kunstgalerij aan: B-Art Gallery, de artistieke toevluchtsoord van Bart Ocket, een gepassioneerde kunstenaar van 64 jaar. Sinds oktober prijkt zijn eigen werk trots naast de beeldende kunst van Eric Verhelst. Hier deelt Ocket niet alleen zijn schilderijen, maar ook zijn visie op kunst: ‘Zoek niet naar de grote boodschap in mijn schilderijen, ik wil vooral schoonheid delen.’

De afgelopen vijf jaar heeft Bart Ocket zijn artistieke reis beleefd met exposities in Brugge, Gent, Eindhoven en Waregem. Echter, de drang naar een permanente stek in zijn thuisstad Brugge groeide. ‘Ik was op zoek naar een vaste stek in Brugge. Om allerlei redenen: gemakkelijk omdat ik een Bruggeling ben, maar ook omdat er veel volk rondloopt in onze stad’, zegt Ocket. Zijn zoektocht bracht hem naar de Langestraat nummer 30, waar hij de benedenverdieping van een B&B huurt om niet alleen zijn eigen werk te exposeren, maar ook om ruimte te bieden aan andere kunstenaars.

Terwijl Ocket zijn eigen werk graag in de schijnwerpers zet, benadrukt hij dat de galerij niet exclusief voor zijn creaties is bestemd. ‘Ik ben geen galeriehouder die iedereen zomaar uitnodigt. Ik ben in de eerste plaats een kunstenaar,’ zegt hij. Zijn visie omvat ook de wens om driedimensionaal werk van andere beeldende kunstenaars een plek te geven, waarmee hij een boeiende combinatie van kunstvormen in zijn galerij beoogt.

Autodidact

Achter het kunstenaarschap van Ocket schuilt een boeiende achtergrond. Ingenieur van opleiding en werkzaam in de logistiek, maar autodidact in de kunst. ‘Ik heb geen kunstopleidingen gevolgd, maar ben sinds mijn zevende levensjaar al aan het tekenen’, zegt hij. Zijn liefde voor schilderen ontwikkelde zich geleidelijk, van pentekeningen in zijn studententijd tot schilderijen in aquarelverf. Tijdens zijn professionele loopbaan heeft Ocket altijd ruimte gevonden om kunst te creëren.

Zijn schilderijen, veelal vrouwengezichten, stralen een aantrekkelijke esthetiek uit. ‘Ik vind nu eenmaal vrouwen mooier dan mannen. En ik wil die schoonheid delen’, legt Ocket uit. Hij put inspiratie uit diverse bronnen, zoals affiches, beelden op het internet of foto’s in tijdschriften. ‘Wat kan ik daar mee aanvangen?’ is de vraag die bij hem opborrelt. Het gebruik van afdruipende verf en zijn voorliefde voor acrylverf kenmerken zijn aanpak.

De spiegels van de ziel

Opvallend zijn de sprekende ogen in zijn schilderijen. ‘Klopt, de ogen zijn de spiegels van de ziel. Ogen tonen veel emotie, hé’, zegt hij. Zijn schilderijen zijn geen middel om een boodschap te verkondigen of trauma’s te verwerken. ‘Ik schilder omdat ik graag schilder’, bekent Ocket. ‘Mijn opzet is anders bij de werken die gelieerd zijn aan de Nederlandse schilder Johannes Vermeer. Ik heb een aantal van zijn werken als basis genomen en er mijn twist aan gegeven. Het resultaat zijn een aantal originele en authentieke schilderijen met een verhaal geïnspireerd op de werken en het leven van Vermeer. Aan deze werken gaat een heel denkproces aan vooraf.’

B-Art Gallery belichaamt niet alleen de artistieke reis van Bart Ocket, maar nodigt ook anderen uit om de schoonheid van kunst te omarmen. Deze plek in de Langestraat 30 wordt niet alleen een permanente basis voor Ocket, maar ook een levendige ruimte waar kunst van anderen kan bloeien. (ADC)

____

www.baroc-paintings.be

U telt mee? EXit 350 loopt nu met onder meer:

*Brugge en Anima Eterna, een artistieke samensmelting

*Jeugdfestival (JEF) on tour in Brugge

*Duurzaamheid staat centraal tijdens nieuwe editie Circulair Festival

Katrien Orlans maakt fotografisch verslag van Amerika-reizen

*Alexander Makay speelt Dire Straits en Bach op gitaar

*Jente Neels (22) is Ratmosphere ’s geheim wapen

*En 28 pagina’s meer…

Wolinski: één jaar van lachen, magie en was drogen

Een jaar geleden gooiden Marloes De Cloedt en David Galle de deuren van een nieuwe zaak open langs de Oostendse Steenweg 36 in Sint-Pieters: Wolinski. Het zou een plek worden waar comedy centraal staat, maar waar ook veel ruimte is voor danslessen, expo’s en boekvoorstellingen.

EXit: Hoe kijken jullie terug op het afgelopen jaar?

David Galle: Het was een fijn jaar. We hebben een gevarieerd scala aan evenementen georganiseerd, van boekvoorstellingen tot workshops en natuurlijk onze kernactiviteit: comedy. Het was een genoegen om getalenteerde comedians zoals Kamagurka, Jens Dendoncker en William Boeva te verwelkomen. We zijn tevreden dat onze shows telkens uitverkopen. Niets triestiger dan een lege comedyclub. Niet alleen voor de organisatoren, maar ook voor de artiesten die op het podium staan.’

EXit: Hebben jullie ondertussen al een vaste fanbase opgebouwd?

David: ‘We hebben een toegewijde groep van zo’n twintig ‘vaste klanten’, die hier altijd zijn. Maar afhankelijk van wie er op het podium staat, zien we mensen van heinde en verre komen. Soms komen ze alleen maar omdat ze die ene comedian van tv kennen. Je merkt toch wel dat tv-bekendheid nog steeds een grote rol speelt. Voor Jeroen Leenders gingen de tickets aanvankelijk niet echt vlot van de hand, tot hij in het tv-programma ‘De Slimste Mens Ter Wereld’ verscheen. Sindsdien is zijn show ook uitverkocht. Het is als magie, maar dan zonder konijnen.’

EXit: De beste comedians kiezen jullie podium. Is dat vanwege de naam David Galle?

David: ‘De meeste comedians stappen hier binnen en denken: ‘Wow, op deze plek hangt een gemoedelijke sfeer!’ Hier voel je je meteen thuis, als thuis een gezellige plek is waar mensen onophoudelijk lachen en waar je niet verplicht bent om de vaatwasser te ledigen. Ik zag het ook toen Kamagurka hier optrad. Het publiek moet zich comfortabel voelen, maar ook de artiest op het podium moet zich hier op zijn gemak voelen. Als die twee zaken vervuld zijn, ontstaat er magie. En ja, ik heb twintig jaar ervaring, dus ik weet waarover ik praat. Misschien niet altijd, maar meestal wel.’

‘En komen ze ook omwille van mijn ‘klinkende’ naam? Ik denk het wel. Als ik een sms naar Philippe Geubels stuur, is dat al voldoende om hem hier te krijgen. Ik kan me inbeelden dat andere organisatoren die luxe niet hebben.’

EXit: Wat maakt Wolinksi anders dan andere comedyclubs?

David: ‘Met Wolinksi hebben we het concept van een comedyclub uit de schaduw getrokken. Iedereen wil natuurlijk op tv verschijnen of in die enorme theaterzalen optreden, maar eerlijk gezegd, het écht leuke is als je op een iets intiemere locatie kunt spelen. Gezellig dichtbij het publiek, zodat je bij wijze van spreken de poriën van de mensen kunt zien. Hier heerst een andere vibe, een soort ‘stand-up comedy, right in your face’, zoals het zou moeten zijn. Onze zaal geeft comedians de kans om hun materiaal te testen in een setting waar ze de lach direct kunnen voelen. Het is als een speeltuin voor comedians, maar dan met minder schommels en meer punchlines.’

EXit: Ook de dansworkshops van Marloes staan nog altijd op het programma?

David: ‘Zeker, Marloes geeft regelmatig hedendaagse danslessen en organiseert ook workshops voor kinderen. Alle dansbewegingen die ze in haar danscarrière heeft geleerd, zitten daarin gebald verwerkt. Als Wolinksi geen comedyclub is, dan is het een danszaal. En als het geen danszaal is, dan staat de was hier gewoon te drogen.’

EXit: De comedy-optredens stonden aanvankelijk op elke eerste zaterdag van de maand gepland, maar zijn nu al uitgebreid?

David: Inderdaad. Sommige mensen, zoals zij die in de horeca werken, konden nooit op zaterdag komen. Daarom hebben we besloten om ook af en toe op zondag optredens te organiseren, zoals met Jan Jaap van der Wal in februari, Jeroen Leenders in maart en Philippe Geubels in mei.’

EXit: Wolinksi is wellicht ook het ideale platform voor jouw show?

David: Absoluut! Binnenkort neemt Jasper van het Groenewoud mijn vorige show ‘Joepie’ hier integraal op. Ik wil mijn show gratis online aanbieden omdat er blijkbaar weinig beeldmateriaal van mij op het wereldwijde web circuleert. Ik bedoel, wat als mensen na mijn dood beweren dat ik nooit heb bestaan? Dan kan ik tenminste zeggen: ‘Hier, kijk, ik heb grappen gemaakt en mensen hebben gelachen!’ En ja, ik ben druk bezig met het schrijven van een nieuwe show die ik hier zal uitproberen. Het is heerlijk om mijn eigen comedyclub te hebben. Ik hoef nergens anders te bedelen voor een try-out. En ik kan hier gewoon mijn was laten drogen.’ (ADC)

Archief van bouwonderneming Gustave Vandendorpe zit nu in het Stadsarchief

De familie Vandendorpe schenkt het rijke archief van de bouwonderneming van Gustave Vandendorpe (1931-2005) aan het Brugse Stadsarchief. ‘Vader Gustave was een gepassioneerd restaurateur van historische gebouwen en liet een indrukwekkend erfgoed achter dat nu een onschatbare bron vormt voor toekomstige generaties’, zeggen zijn kinderen Karel, Francis en Sabine Vandendorpe.

Gustave, zoon van aannemer Camiel Vandendorpe, volgde de familietraditie in de bouwsector. Vanaf de late jaren 1940 werkte hij samen met zijn vader aan diverse projecten, waaronder het gerechtshof op de Burg in Brugge. In de jaren 1960 specialiseerde Gustave zich steeds meer in de restauratie van historische gebouwen, met opmerkelijke projecten zoals de Sint-Annakerk en de Halletoren in Brugge.

Gustave’s bekommernis voor het behoud van Brugs erfgoed blijkt uit zijn betrokkenheid bij restauraties zoals de Hallezalen, het Paradijsportaal van de Onze-Lieve-Vrouwekerk en het Belfort. Zijn zorgvuldigheid en toewijding aan het vak worden geïllustreerd door het hergebruik van bouwmaterialen, zoals Balegemse steen uit de Sint-Aldegondiskerk in Zwevezele.

‘Volgende anekdote over het Paradijsportaal aan de Onze-Lieve-Vrouwekerk typeert vader’, zeggen Karel en Francis. ‘Dit aanbouwtje tegen de zijkant van de kerk bleek tijdens de restauratie in een zeer bouwvallige staat te verkeren. Het stadsbestuur vatte zelfs het plan op om het Paradijsportaal als ruïne te laten klasseren! Dat kon Gustave niet laten gebeuren. Hij beschouwde het als een schande om ‘een monument voor altijd verloren te laten gaan’. Hij heeft dan ook de verdere restauratie op zich genomen, in overleg met de opdrachtgever (Kerkfabriek en dienst monumenten). ‘Als het niet mooi en correct gerestaureerd is, moeten jullie niet betalen’, zei hij. Gelukkig was de uitvoering wel mooi en degelijk.’

Toekomstige generaties

Na zijn pensionering in 1991 bleef Gustave actief betrokken bij restauratieadviezen. Hij overleed in 2005. Zijn archief, dat nu overgedragen werd aan het Stadsarchief, wordt volledig gedigitaliseerd, waardoor het toegankelijk wordt voor onderzoekers, restaurateurs en liefhebbers van Brugs cultureel erfgoed.

De schenking omvat niet alleen bouwplannen, lastenboeken en foto’s, maar ook waardevolle documentatie over Gustave’s restauratieprojecten, waaronder kerken, torens en historische gebouwen in Brugge en omgeving. Het archief biedt een diepgaand inzicht in de restauratieprocessen, geschiedkundige documentatie en correspondentie met leveranciers en het stadsbestuur.

De schenking van het Gustave Vandendorpe-archief benadrukt het belang van het behoud van restauratiegegevens: het vormt een onmisbare bron van kennis en inspiratie vormt voor toekomstige generaties die de rijke geschiedenis van Brugge onder de loep én onder werkmanshanden willen nemen. (RD)

Brugse wielerfanaat stelt onmisbare Koerskalender 2024 samen

Net zoals de voorgaande jaren heeft Bruggeling en gepassioneerd koersmens Geert Vandenbon opnieuw een fraaie Koerskalender in elkaar gebokst. Om (je) te bescheuren, letterlijk dan, want blad na blad laat Geert je door de rijke koersgeschiedenis fietsen. Met onder meer fijne quotes, verrassende cijfers en boeiende mini-verhalen over het nationale en internationale gebeuren van een van de belangrijkste sporten van ons westelijk halfrond.

Dat Geert Vandenbon een diepe passie koestert voor de pedaalsport en ook voor muziek, is een knoert van een understatement. Hij werkte op festivals en evenementen, schreef een lijvig en prachtig boek over ’30 jaar Stageco’ (en een deel van de geschiedenis van Rock Werchter), is boeker van onder meer Jan De Wilde, organiseerde meer dan 20 jaar lang de Ronde van Vlaanderen, is mede-stichter van het Centrum RvV in Oudenaarde en schrijft boeken over koers. Daarnaast maakte hij als muzikale sidekick van presentator en columnist Michel Wuyts de theaterprogramma’s ‘Planeet Koers’ en ‘Dag & Nacht Koers’, goed voor zo’n 125 voorstellingen in theaterzalen en culturele centra. En nu is er dus weer de jaarlijkse Koerskalender.

Koers = cultureel erfgoed

De Koerskalender 2024, denk aan een Druivelaar XXXL, is het resultaat  van maandenlange opzoekingswerk, zijn liefde voor de sport en zijn scherpe kijk op historische momenten in de wielergeschiedenis. Met die kennis en toewijding slaagde hij erin om fascinerende en gedenkwaardige nationale en internationale koersfeiten en -weetjes te bundelen, van de Vlaamse klassiekers tot de prestigieuze Grote Rondes. ‘Dat gaat over de meest ernstige gebeurtenissen uit de wielergeschiedenis tot de meest absurde, zinloze, grappige, verrassende en vreemde verhalen en verhaaltjes. Daarnaast geef ik ook cijfers, data, records, quotes, verjaardagen, sterfdagen …. van renners, wedstrijden en gebeurtenissen uit het verleden aan. En zoals het een kalender betaamt, kijk ik ook naar de toekomst: op de achterkant van het blad staat, naast een extra weetje of wielerwoordjes, al een vooruitblik naar de koerswedstrijd van morgen’, zegt Geert Vandenbon. De Koerskalender 2024 is niet alleen een opsomming van datums, namen en weetjes, het is dus tegelijk een eerbetoon aan de grootsheid van de wielersport, doordrenkt met de liefde en toewijding van een gepassioneerde fan. Voor Geert is de wielersport cultureel erfgoed dat mensen samenbrengt en emoties oproept. Wie ooit een quizploeg samenstelt, moet hem zeker rekruteren. Succes op winst gegarandeerd! (ADC)

___

www.lannoo.be

foto Michel De Pourcq