Madeline Roose en Febe Sanders brengen muzikale warmte in donkere dagen
Wat hebben TikTok, busken in Gent en een snufje Burt Bacharach met elkaar gemeen? Voor Madeline Roose (Brugge) en Febe Sanders (Lokeren) vormen ze het perfecte recept voor een muzikale vriendschap die vonken geeft. Na spontane straatoptredens en een gedeelde passie voor melancholische melodieën, schreven deze twee jonge vrouwen een ontroerend lied in het kader van De Warmste Week. Met ‘Doof Niet Uit’ reiken ze een muzikale reddingsboei aan iedereen die worstelt met eenzaamheid. Een knap staaltje La Vie en Roose, dat zelfs Edith Piaf trots zou maken.
EXit: Waarom koos je ervoor om, samen met Febe Sanders, De Warmste Week te steunen met het lied ‘Doof Niet Uit’?
Madeline Roose: ’Eigenlijk is het lied eerder een leuke extra. We wilden heel graag in de winter buiten Gent gaan busken. Daardoor kregen we het idee om zelf een busk-tour te organiseren in functie van De Warmste Week. Om het dan een meer persoonlijke touch te geven, daagden we onszelf uit om een lied te schrijven rond het thema van dit jaar: eenzaamheid.’
EXit: Wat betekent busken (op straat) voor jou? Is dat de ideale leerschool voor een muzikant(e) die later op een podium wil staan?
Madeline: ‘Ik denk dat het de artiest en het publiek veel meer op een gelijk niveau plaatst. Op straat leer je heel gemakkelijk andere mensen kennen, soms muzikanten die een liedje komen meespelen, maar eender wie kan naar je toe komen en je aanspreken. Ik denk dat als je het gewend bent om enkel op podia te staan, het sneller een gevoel van ‘wij-zij’ kan geven. Busken toont mij hoe verbindend muziek kan zijn op alle vlakken en met iedereen.’
EXit: Wanneer ontdekte je je liefde voor muziek en gitaarspelen?
Madeline: ‘Ik groeide op omringd door muziek en ben van jongs af aan altijd veel bezig geweest met verschillende instrumenten (viool, accordeon, piano). Het moment waarop ik echt besefte hoe graag ik bezig was met muziek, was toen ik in het middelbaar (De Frères) in de schoolband belandde. In die periode ben ik ook gitaar beginnen te spelen. Dat was de eerste keer dat ik met leeftijdsgenoten kon samenspelen en dat was zo leerrijk. Lang waren die repetities ook echt dé reden waarom ik met zoveel plezier naar school ging.’
EXit: Wat trekt je aan in het spelen van covers, en hoe verschilt dat van het schrijven van je eigen nummers?
Madeline: ‘Ook bij het live brengen van covers gebeurt dat vaak op een totaal andere manier. Op de Gentse Feesten bijvoorbeeld weet je al welke liedjes aanslaan, waar de mensen enthousiast bij meezingen, maar zonder nog elke keer stil te staan bij waar het lied over gaat of wat de tekst precies inhoudt. Eigen liedjes snijden dieper, komen beter tot hun recht voor een luisterpubliek. Je moet hun dan wel een goede tekst en een mooie melodie serveren, want hun waardering afdwingen met iets dat voor hen totaal nieuw is, is moeilijker dan hen een wereldhit te laten meebrullen.’
EXit: Hoe zou je jouw zachte, engelachtige stem omschrijven? Heb je specifieke artiesten die je op vocaal vlak inspireren?
Madeline: ‘Lizzy McAlpine, Billie Eilish, Phoebe Bridgers zijn personen die mij (op vocaal vlak) inspireren. Ik zou – zoals waarschijnlijk elke andere zanger – van mezelf niet zeggen dat ik een speciale of mooie stem heb. Wat telt voor mij is dat je de muziek kan brengen op de manier waarop jij dat voelt en dat je een verhaal erin kwijt kan.’
EXit: Hoe heeft het opgroeien met een vader als Kries Roose jouw muzikale ontwikkeling beïnvloed?
Madeline: ‘Mijn papa is een groot voorbeeld voor mij. Hij heeft altijd wel geprobeerd om mijn zus en ik te betrekken in muziek, maar hij koos er ook heel bewust voor om nooit iets op te dringen.’
EXit: Wat vind je het moeilijkste aan het leven als jonge muzikante?
Madeline: ‘Goh, ik heb nog niet in heel veel lastige situaties gezeten. Ik geloof ook dat je veel zelf in handen kan nemen. Dat is ook wat we doen met ons concept voor De Warmste Week. Als er even minder optredens gepland staan, dan geeft het mij meer ruimte om te schrijven of kan ik op straat gaan spelen.’
‘Het samenspelen met anderen is heel leerrijk. Op dat vlak heb ik al wat ervaring en heb ik ook een aantal moeilijkere dingen meegemaakt. Het spreekt voor zich dat visies en meningen enorm kunnen verschillen tussen personen, en al zeker tussen muzikanten! Ondertussen heb ik zoveel toffe vrienden met wie ik muziek kan spelen, zonder dat we aan elkaar moeten vasthangen. Ik denk dat dat belangrijk is. Veel plezier blijven hebben en ervoor zorgen dat je – naast andere projecten – ook je eigen ding kan blijven doen.’ (ADC)