Exit Magazine

Maandelijks Brugs Cultuurblad

Maandelijks archief: mei 2024

Kiezen voor kwaliteit: EXit juni

met interviews Herr Seele en Dominique Savelkoul, maar ook Feest in ’t Park, Franse chansons met Alex Gryson, fotograaf Eddo Hartmann, Koen De Brabander en waarom ook niet: Willy Lustenhouwer en zoveel meer.

De  kleine Gezelle, een grote meneer

Guido Gezelle gelezen, zo. 26 mei om 14 uur, Spiegeltent Magic Mirrors

In het laatste decennium van zijn leven vroeg Gezelle zich af wat er van zijn poëtisch werk zou overblijven: ‘Is ’t mogelijk dat gij, reken, die ‘k nu schrijve, langer leven als die u heeft geschreven’.

En wat blijkt: 125 jaar na zijn dood in november 1899  is hij nog steeds springlevend. Alweer is een nieuwe Gezelle-publicatie van de persen gerold: ‘de kleine Gezelle,’ van Patrick Lateur.

Parelvisser

Patrick Lateur, classicus, vertaler, essayist en dichter, doorzocht tot in alle uithoeken van het uitgebreide oeuvre van de Meester en viste er 100 parels uit. Nee, niet de bekende en veel gebloemleesde gedichten als ‘ O! ’t Ruischen van het ranke riet!’ of ‘Dien avond en die rooze’, maar de minder bekende worden voor het voetlicht gebracht. Vandaar de titel van het boek ‘ de kleine Gezelle

De leeszaal van de Biekorf liep vol voor de boekvoorstelling. Gezellekenner prof.em. Piet Couttenier hield deze mooi uitgegeven bundel tegen het licht. Want inderdaad, er bestaan veel Gezelle-bloemlezingen , maar Lateur koos voor een verrassende invalshoek, en ging op zoek naar parels als ‘De jongen aan mijn vensterruit’ of ‘De Tijd’. Karel Platteau, voorzitter van het  Gezellegenootschap, bracht met de voordracht van enkele gedichten de taalvirtuositeit van Gezelle ten gehore.

Classicus

In zijn keuze kon de classicus Lateur zoals Gezelle beroep doen op een diepgaande vertrouwdheid met de antieke literatuur: Horatius en Vergilius zijn voor Gezelle inspiratiebronnen. Maar ook de schoonheid van de natuur, oog voor al wat leeft en groeit en bloeit zijn voor Gezelle aanleiding om aan het dichten te slaan: ‘De regenbuie’,’ Het manelicht’, ‘Chrysanthemen’.

De lectuur van een Gezellegedicht blijft zonder woordverklaring een uitdaging, en hieraan wordt verholpen onderaan de pagina. Soms wordt ook de context geschetst waarin het gedicht ontstond.

Vele facetten van de dichter komen naar voor. Zijn afkeer voor een van boven opgelegde eenheidstaal,’ ’t Gemengsel wordt Hollandsch genaamd’, zijn antimodernisme bij een aantal maatschappelijke en culturele evoluties, zoals bij een bezoek aan een museum met antieke beelden:

‘Foei! neen, ge’n kunt mij niet doen blozen, spijts uw ’billen vol naakte sierlijkheid’ . De trein kan dan wel op zijn goedkeuring rekenen: Overal en allenthenen,/ waar de snelle wagenschenen/voeren van het stoomgerid’ .

Bewondering

Die gaat bij Gezelle altijd uit naar zijn woorden en zijn taal, de klank en de muzikaliteit, het ritme en metriek. De originele keuze van de gedichten tonen de sterke kracht van zijn poëzie, en maken het exploreren van zijn minder bekende gedichten tot een diepe ervaring . Paul van Ostaijen noemde hem ‘De Meester’, en in zijn bekende Gezellegedicht heeft hij het over ‘tempeest over alle diepten/storm over alle vlakken. ‘

Eerder had Kloos het al in 1901 over ‘Guido Gezelle, de zeer ongemeene, geheel-en-al-oorspronkelijke dichter’. In een bloemlezing uit 1954 zet Paul Rodenko Gezelle als  eerste bij de avant-garde-dichters, en ziet één lijn: Gezelle-Van Ostaijen-Lucebert

Nee, Gezelle hoefde zich geen zorgen te maken, na bijna 200 jaar na zijn geboorte in 1830 weten velen nog zijn dichtkunst te bewonderen. ‘’k Ben nen rijmstaf rijk gebleven’, schrijft hij in 1896:

zal ik uwe dichterzalen/zegepralen,/stemmen halen/sterker als de sterke dood.’ Ja hoor, onze stem heeft hij alvast. (Robrecht Fossaert)

Frederik Lucien De Laere gaat op zoek naar de woorden in hun oerstaat

Met zijn meest recente bundel ‘Andere richtingen’ stapt de Brugse dichter Frederik Lucien De Laere moedig af van de gebaande paden van de traditionele poëzie. Door onder meer kosmologie, mythologie en popcultuur te vermengen, nodigt De Laere zijn lezers uit tot diepgaande reflectie en een verkenning van de complexiteit van het menselijk bestaan.

EXit: Je bundel heet ‘Andere richtingen’. Ga je met je dichtkunst ook effectief een andere richting uit? En in hoeverre is het dan een stijlbreuk met je vroeger werk?

Frederik Lucien De Laere: ‘Met ‘Andere richtingen’ voeg ik een radicaal nieuw hoofdstuk toe aan mijn werk. Mijn vroegere bundels zijn stuk voor stuk opgebouwd volgens een thematisch concept. ‘Andere richtingen’ bevat gediversifieerde content en is een zorgvuldig geconstrueerd orakel, waarbij ik afstap van wat men traditionele poëzie pleegt te noemen: strofische gedichten, met lettertekens en interpunctie zoals in de gangbare gebruikstaal. Deze poëzie is een stroom van beelden en associaties, voortdrijvend op de magische logica van de taal, de klank en het ritme. Het is een taalexperiment, een vernuftig spel. Ik neem risico’s en bewandel onbegane paden. Ik ga op zoek naar de woorden in hun oerstaat.’

EXit: Je mixt kosmologie en mythologie met populaire cultuur. Dat vraagt denkwerk én research?

Frederik: ‘In ‘Andere richtingen’ zijn elementen uit wetenschap, religie, mythologie en popcultuur samengebracht. Ik noteer zaken die mij opvallen in lectuur, media, actualiteit, dagelijkse gesprekken en ga hiermee op een bepaald moment als dichter aan de slag. Uiteraard is het schrijven van poëzie iets anders dan een concrete mededeling of een gebruikershandleiding. Het is niet de taak van de dichter om de dingen te zeggen zoals ze bestaan in de dagelijkse werkelijkheid. Het ‘lyrische ik’ komt aanwaaien en de dichter laat zich meeslepen door de magie, het ritme, de sonoriteit van de taal en het onderbewuste dat door de act van het schrijven zelf naar boven komt.’

EXit: Hoe ga je dan effectief te werk?

Frederik: ‘Soms gebeurt het dat er mij iets spontaan binnenvalt, soms doe ik effectief research in functie van een bepaald onderwerp. Dit is ten opzichte van mijn vorig werk niet veranderd. Alleszins is het schrijven altijd voor mij een noodzaak geweest, en misschien nu nog meer in deze precaire, turbulente, hallucinante tijden. Ik zie het schrijven ook als een ambacht, ik werk nog met pen en papier. Zodra de eerste regel is geschreven, volgt de rest meestal vlot. Te veel ‘gestruggel’ tijdens het schrijven is geen goed teken. In mijn geval moet het eruit vloeien, de spontaniteit is belangrijk.’

EXit: Schrijf je een gedicht met in het achterhoofd ‘dit moet ik ritmisch op een podium kunnen brengen’?

Frederik: ‘Ik schrijf niet met de gedachte: ‘dit moet werken op een podium’. Ik beschouw mezelf niet als slammer, rapper of podiumdichter. Ik beoefen een ander genre. Voor mij zijn klank en ritme in goede poëzie intrinsiek aanwezig. Een sterk gedicht leent zich er automatisch toe om on stage te worden gebracht, waarbij het publiek woord voor woord kan proeven, zich kan laten leiden door de onstuimige energie en de lenigheid van de taal, zich kan onderdompelen in meeslepende virtuoze formules, in contact kan komen met een ander soort waarheid. Paul van Ostaijen stelde in zijn ‘Gebruiksaanwijzing der Lyriek’ dat klank en betekenis een verbintenis moeten aangaan om te komen tot een ‘vervuldzijn-door-het-onzegbare’, zoals bij de extase. In mijn poëzieperformances probeer ik net dit te bereiken.’

EXit: Je gedichten bevatten woorden als meanaden, satyrs, succubi, chimaera’s of dilaterend. Dat vergt een inspanning van de lezer?

Frederik: ‘Nog altijd heerst de opvatting dat poëzie begrijpelijk, helder, makkelijk verstaanbaar moet zijn. Er zijn echter verschillende niveaus van begrijpen. Tegenwoordig moet alles wetenschappelijk geanalyseerd worden, maar er zijn nog andere waarheden.’
‘De alledaagse spreek- en schrijftaal is in overvloed te vinden. De werkelijkheid is echter complex, gelaagd, verrassend, onvoorspelbaar. Bijgevolg is hapklare poëzie arm. Wat is er mis met rijke woordenschat, onverwachte zinswendingen, neologismen en dergelijke in de dichtkunst? Er mag wel wat verwacht worden van de lezer, ook van de dichter trouwens: meer dan ooit is er nood aan verdieping en herbronning in tijden van nivellering. Mijn poëzie is nooit gemakkelijk geweest, in de zin van eenduidig. Over mijn debuutbundel Paniek in het Circus schreef J.M.H. Berckmans al ‘het zijn gedichten die je beter geen twee maar tien keer leest’.
In zijn poëtica ‘Het geheim van het vermoorde geneuzel’ beweert Ilja Leonard Pfeiffer: ‘Wie gevaarlijk wil dichten, moet als een profeet orakels balken in de taal van engelen’. Ik denk dat mijn bundel ‘Andere richtingen’ deze richting uitgaat.’ (ADC)

______

‘Andere richtingen’ (Uitgeverij Fluxenberg) is te koop in de boekhandels of rechtstreeks via de dichter, contact: fldelaere@gmail.com, http://www.frederikluciendelaere.be

De voorstelling van de dichtbundel vindt plaats op zondag 25 februari in zaal De Snuffel, Ezelstraat 42, 8000 Brugge, gratis toegang. Registratie via http://www.eventbrite.be.