Exit Magazine

Maandelijks Brugs Cultuurblad

Ik was 18 in 1980 in Brugge

 

Stadsarchief en Red Zebra-zanger Peter Slabbynck zoeken materiaal voor expo ‘Ik was 18 in ’80 in Brugge’

In 2020 viert Red Zebra 40 jaar ‘I can’t live in a living room’. Ook Cultuurcentrum Brugge en het Stadsarchief zetten mee de schouders onder dit initiatief. Zo zal de groep op zaterdag 18 april optreden in de Magdalenazaal samen met De Brassers en Alk-A-Line. Ze stellen die avond ook hun nieuwe verzamelcd voor, ‘Songs and Stripes’, met daarop de nieuwe single ‘My boss, the robot’. Sinds september 2019 draagt het Biekorfplein ook de naam ‘Peter Slabbynck-plein’.

Het Stadsarchief organiseert samen met zanger Peter Slabbynck in het voorjaar 2020 de tentoonstelling ‘Ik was 18 in ‘80 in Brugge.’

1980 was echt een scharnierjaar voor Red Zebra met de release van ‘I can’t live in a living room’ en hun plaats in de finale van Humo’s Rock Rally. “Er gebeurde in die jaren zo veel in Brugge”, zegt Peter Slabbynck. “Er waren heel veel bands actief en er was een opmerkelijke punkbeweging, met cafés als Het Slecht Ventje en Het Slecht Wuvetje. Kort nadien sloeg ook de new wave aan. Maar er was ook metal met een groep als Acid. Je kon elk weekend naar tal van fuiven of je kon een concert van een interessante buitenlandse band gaan bekijken in de Groene Meersen in Zedelgem. Het hoogtepunt van het jaar was de massale uittocht van Brugse jongeren naar Rock Torhout. En wie platen van al die straffe bands wou kopen, kon terecht in de Bilbo, toen nog een kleine winkel aan het eind van de Noordzandstraat. Met deze expo wil ik die positieve sfeer van toen oproepen. Met veel visueel materiaal. Ik heb al tal van interessante zaken kunnen verzamelen, maar wie weet heeft iemand in Brugge nog iets interessants op zolder of in een schuif liggen.”

Het Stadsarchief lanceert hierbij een oproep. Schepen van Cultuur Nico Blontrock: “Wie meent dat hij of zij iets bruikbaars heeft, kan op zaterdag 25 januari tussen 13.00 en 17.00 uur naar het Stadsarchief op de Burg (nr. 11A) komen. Daar kunnen die zaken oordeelkundig gerepertorieerd en gescand worden. En wie weet kunnen we die dan gebruiken voor de expo. We zijn alvast zeer benieuwd naar wat er nog allemaal zal opduiken. De tentoonstelling beperkt zich wel tot de jaren 1979, 1980 en 1981 en focust op het uitgaansleven en de muziekscene.”

Wie materiaal heeft maar op zaterdag 25 januari niet kan langskomen, kan contact opnemen met het Stadsarchief (stadsarchief@brugge.be).

De expo ‘Ik was 18 in ‘80 in Brugge’ vindt plaats van 17 april tot en met 21 juni 2020 in het Stadsarchief, Burg 11A, 8000 Brugge

Vuurwerk

Vuurwerk

Er komt niet opnieuw een dronesshow op Oudejaarsavond op het Zand in Brugge. Dat is beslist op een vergadering met het betrokken bedrijf, organisator van Brugge Feest het Comité voor Initiatief en Pluzand, de handelskring van het Zand. We gaan voor geluidsarm vuurwerk, eventueel in combinatie met een Lasershow, zo meldt Schepen van Cultuur Nico Blontrock.

Toneeltip januari 2020

Wat is de Wat, HetPaleis/Simon De Vos
20 januari, 20 uur (MaZ)

Simon De Vos is ongetwijfeld een van de meest interessante jonge theatermakers van dit moment. Zijn bewerking van de theaterklassieker Romeo en Julia enkele jaren terug was fris, geestig en spits, en werd een echte publiekslieveling. Wat is de Wat is een stuk gebaseerd op de gelijknamige roman van Dave Eggers. Het boek en het stuk draaien om Valentino Achak Deng. Hij behoort tot de zogenaamde ‘Lost Boys’, een verzamelnaam voor de bijna 20.000 kinderen die bij het uitbreken van de burgeroorlog in Soedan in 1987 een onmenselijke voettocht naar veiligheid ondernamen. Na een verblijf in Ethiopië en Kenia, kon Deng naar Amerika verhuizen. Een van de allerlaatsten voor 9/11 een einde maakte aan Amerika’s gastvrijheid. Acteur Gorges Oclo brengt een beklijvende monoloog. Mauro Pawlowski speelt livemuziek.

www.ccbrugge.be

Toneeltip januari 2020

 Een man een man, Popop Producties
17 januari, 20 uur (CC Scharpoord)

 

In deze komedie delen twee levende Vlaamse theaterlegendes het podium: Herbert Flack en Bob De Moor. Ze worden daarbij geflankeerd door de jonge actrice Fleur Hendriks. Een man een man gaat over hen, de twee mannen, maar ook over een tafel, een serveerster en over de dingen (niet) groter maken dan ze zijn. De twee mannen zijn collega’s en gaan samen uit eten om hun band te versterken. Wanneer een van de twee naar het toilet gaat, is hij compleet vergeten waar het gesprek over ging. Dit ogenschijnlijk kleine detail groeit uit tot een avond vol wantrouwen, miscommunicatie en verbaal geweld. Van hun ‘gezworen vriendschap’ blijft geen spaander heel. De Nederlandse krant Het Parool is lovend: ‘Prins en Bloemen schreven een hilarisch stuk waar de verbale ballen in hoog tempo over het net vliegen’.

www.cultuur.knokke-heist.be

Vurig straattheater in vijf Brugse wijken

 

In het kader van de Uitwijken Wintertoer laten de vuurtemmers van La Salamandre vijf avonden op rij de temperatuur stijgen in vijf Brugse wijken, van 18 tot 22 januari. Ze toerden al eens mee met Uitwijken in 2015. Brugge Plus nodigt ze opnieuw uit tijdens het feestjaar, want in 2020 blaast Uitwijken 10 kaarsjes uit. En wie kan die kaarsen beter aansteken dan Cie La Salamandre?

Met hun poëtische voorstelling Péplum overstijgen ze tijd en ruimte. Ze katapulteren iedereen naar de antieke oudheid en terug. Tijdens Péplum reizen ze naar het hart en de oorsprong van de hitte. Een mysterieuze opvoering waar vuurrituelen centraal staan. Lichtcirkels, vuurlansen, brandende paraplu’s en prachtige choreografie maken hun opwachting.

 

Data en locaties
Za 18 januari – Groene-Poortdreef t.h.v. nr. 16, parking Casserole, Sint-Michiels
Zo 19 januari – Male, kerk Sint-Thomas in de Brieversweg – Peellaertplein, Sint-Kruis
Ma 20 januari – kerk Sint-Paulus in de Sint-Paulusstraat, Sint-Pieters
Di 21 januari – Kerkplein in de Arendstraat, Koolkerke
Wo 22 januari – Noordbruggestraat, Sint-Andries

 De Uitwijkenbar gaat open om 19 uur voor dranken aan kleine prijzen, gratis koffie, thee en plat water. Om 19.30 uur start Compagnie La Salamandre de voorstelling ‘Péplum’ (duurt een half uur). Alle leeftijden zijn welkom, voorstelling is gratis.

 

_____

 

 

http://www.uitwijken.be

 

David Galle komt op 18 januari naar de Stadsschouwburg

(foto EDM)

Goed nieuws voor al wie een ticket heeft gekocht voor de show van de Brugse comedian op zaterdag 18 januari in de Stadsschouwburg: David Galle komt. Zet u schrap voor een rollercoaster aan vlijmscherpe beschouwingen en trefzekere observaties over Het Leven, gewikkeld in een humoristische folie.   ‘Humor is de mensen kietelen op een plaats in de hersenen waar ze zelf niet aan kunnen.’

EXit: David Galle komt: moeten we een betekenis achter de titel zoeken?

David Galle: ‘Neen, het is niet dubbelzinnig bedoeld, dus niets seksueels ofzo. Een aantal mensen denkt dat echter wel, maar dat komt omdat ze een raar beeld hebben van mij. Ik zocht een titel die vooral simpel en eenduidig moest zijn. Ik ga naar de mensen, ik kom af. That’s it. Wat moet je ook altijd verzinnen? Als comedian ben je bijna twee jaar op voorhand verplicht te weten waarover je show moet gaan. Ik had wel een vaag vermoeden en er spookten al een paar thema’s door mijn hoofd, maar het is dan nog altijd niet zeker dat ze ook in mijn show zullen belanden. Al was het dit keer wel het geval.’

EXit: Wat is de rode draad in je nieuwe show?

Galle: ‘Het verhaal gaat over de ontdekking van mezelf. Ik word veertig in 2020 en ik vind het jammer dat ik nu pas doorzie hoe ik zelf in elkaar steek. Wat ik wel kan en niet kan. Dat komt vooral door mijn zoon. Via hem heb ik eigenlijk ontdekt hoe ik zelf in elkaar zit en probeer ik hem te behoeden voor de fouten die andere mensen vroeger met mij hebben gemaakt. Ik was nogal een introvert, sociaal geïsoleerd en moeilijk kind op school. Geen goede schoolresultaten en ook geen vriendenkring. Als je niet goed kunt rekenen of schrijven, dan was je vroeger de pineut. ADHD of ASS, het telde toen niet. Ze zeiden: ‘word jij maar strontraper achter de treinsporen’. Nu is het onderwijssysteem gelukkig helemaal anders. Iedereen moet meekunnen, al kunnen sommige mensen in onze maatschappij gewoon niet mee. Als je problemen hebt, moet je geholpen worden. Punt.’

EXit: Zie je gelijkenissen met je zoon?

Galle: ‘Ja, en ook met mijn vader. Ik heb me uit dat isolement moeten losbreken en serieus moeten werken aan mijn zelfvertrouwen. Als je je hele jeugd te horen krijgt dat je niet meekan en maar een dwaze kloot bent, dan werkt dat frustrerend en word je onzeker. Ik denk dat veel mensen daarmee nu aan het worstelen zijn. Zij hebben vroeger niet de juiste begeleiding gekregen en daardoor niet het juiste pad kunnen volgen waardoor we een behoorlijk aantal mensen hebben in onze maatschappij die niet goed weten wat te doen en bijgevolg ongelukkig zijn. Het is dus van groot belang dat we dat in het onderwijs erkennen en mensen begeleiden waarin ze goed zijn. Als maatschappij hebben we ook nut dat ze hun talenten volledig ontplooien. Wat heb je als samenleving aan mensen die dagelijks tegen hun goesting werken? Onderwijs is de basis en dat zorgt voor een goede toekomst van je land.’

EXit: Een serieuze thematiek, maar toch slaag jij er altijd in om het op een grappige manier te verpakken.

Galle: ‘Zoals een beeldhouwer een stuk marmer bekijkt en er een schitterend beeldwerk in ziet, zo zie ik in de meest triestige situaties ook altijd een vleugje humor doorschemeren. Die persoonlijke verhalen zijn zeer interessant om te brengen. Angsten, twijfels, verlangens die dieper zitten… Veel mensen zullen zich in de situaties herkennen.’

EXit: Jij werkt aan je grappen op kantoor?

Galle: ‘Aan een bureau zitten en grappen schrijven: zo werkt het niet bij mij. Omdat ik thuis geen aparte ruimte heb, huur ik een appartement in de binnenstad. Dat werkt zeer inspirerend, je hebt die constante beweging van het stadsleven. Ik zit aan een tafel om te schrijven, maar schrijven is voor mij niet alleen maar woorden tikken. Dat is rechtstaan, rondlopen, kijken, eventjes zitten, iemand uitnodigen om te babbelen, door het raam staren, buiten een wandeling maken… De inhoud van een show muist voortdurend in mijn hoofd. Daar zit een knobbel in die ik probeer te ontwarren tot een verhaal, een grap. Het vergt tijd, maar het lukt uiteindelijk wel. Ik heb dat lang proces nodig. Mijn show handelt niet over de actualiteit, ik breng meer universele thema’s naar voren. Daarom duurt het misschien ietsje langer om tot een geheel te komen. Ik heb het gevoel dat ik bij iedere show slimmer word, meer leer over mezelf en beter ontdek hoe de wereld ineen steekt. Door te schrijven kom ik tot een soort machine. Ik weet perfect waar ik naartoe wil, iedere zin heeft zijn betekenis en zijn effect. Gaandeweg leer je wat je wel moet schrappen en wat niet.’

EXit: ‘Schaven tot het een machine wordt, en dan samen een ritje maken’, las ik ergens van je.

Galle: ‘Een grap werkt omdat je die op een bepaalde manier vertelt. In de opbouw geef je eerst bepaalde informatie. Als je de ‘vertelling’ in een nieuw daglicht zet en dan omdraait, dan zorgt dat voor een effect bij je publiek. Humor is de mensen kietelen op een plaats in de hersenen waar ze zelf niet aan kunnen.’

EXit: We moeten het ook nog even over je voorprogramma hebben. Dat is een act van Friends Are Magic en heeft, voor alle duidelijkheid, niets van doen met een goochelshow.

Galle: ‘Ik wil altijd uitpakken met een origineel voorprogramma. Ik had eerst het idee opgevat om voor elke show een ander voorprogramma te kiezen, al was het een vrouw die Tupperware verkoopt of al was het een man die kloefen kapt. Dat bleek te veel werk tot ik op Friends Are Magic stootte, een humoristisch combo (Jason Dousselaere van The Violent Husbands en actrice Eva Binon, ADC) dat aan tafel communiceert via liedjes. Apart en heel geestig!’

EXit: Tot slot: staat er nog tv-werk voor jou op stapel?

Galle: ‘Ja, momenteel ben ik met Bart ‘Freddy De Vadder’ Vanneste en acteur Wouter Bruneel een tv-serie aan het schrijven. Het is een werk van lange adem, maar het is tegenwoordig vooral moeilijk om genoeg budget bij elkaar te harken. Het kan dus nog gerust vijf jaar duren voor je de eerste glimp ervan op tv ziet. Voor de personages rekenen we op de cast van Bevergem, het verhaal zal uiteraard compleet anders zijn…’ (ADC)

 

www.davidgalle.be, www.comedyshows.be

 

 

Topneeltip januari 202O

Nocturama, Theater De Spiegel & HERMESensemble
12 januari, 10.30, 14 en 16 uur (Concertgebouw Brugge)

In het museum van de nacht slaapt iedereen. Of toch niet? Terwijl de kinderen slapen, komen de nachtdieren tot leven. Ze willen in de dromen van de kinderen duiken en meegaan op avontuur. Nocturama is de allernieuwste productie van Theater De Spiegel. Het gezelschap focust al enkele jaren op muziektheater voor de allerkleinsten. Acteurs en muzikanten spelen met figuren, ruimte, muziek én publiek, wat leidt tot hartverwarmende voorstellingen. Theater De Spiegel stimuleert de nieuwsgierigheid, verwondering en fantasie van zowel kinderen als volwassenen. De muziek is van HERMESensemble, een Antwerps collectief voor hedendaagse muziek en kunst. Voor kinderen vanaf één jaar.

www.concertgebouw.be

Robert Devriendt in Parijs: Schilderen is topsport

(foto EDM)

De Brugse kunstenaar Robert Devriendt (°1955) is in januari de centrale gast van de Parijse Galerie Loevenbruck. Hij toont er het derde deel van zijn werk The Missing Script. In eigen stad dateert Devriendts tentoonstelling in Groeninge al van 2015. Een hint…?

 EXit: Een tentoonstelling in een Parijse, gerenommeerde kunstgalerij: hoe komt zoiets tot stand?

Robrt Devriendt: ‘Ik werk al meer dan tien jaar samen met Galerie Loevenbruck, die in het Quartier Latin gevestigd is. Een assistente van de galerie had hun op mijn werk gewezen tijdens een kunstbeurs in Parijs, en zo werd ik uitgenodigd om er te exposeren. Die dingen gebeuren gewoon, zoiets heb je helemaal niet in de hand.’

‘Nu toon ik er het derde deel van The Missing ScriptThe scent of burning wood. Laat ons zeggen dat de geur van brandend hout een van mijn lievelingsparfums is. Misschien wordt het branden van  hout ooit wel helemaal verboden en kunnen we een dergelijke geur alleen nog ervaren in de vorm van chemisch spul. Ik stel mij voor dat de mensen uit het derde deel op zoek zijn naar die ‘primitieve’ geur, en naar alles wat je erbij kunt fantaseren. ‘

EXit: Wat is het concept van de tentoonstelling?

Devriendt: ‘The Missing Script is een meerjarenproject waarbij elk schilderij dat ik maak in verhouding staat tot alle andere werken. Het gaat vooral over de combinatie van schilderijen. Wat gebeurt er als je twee of drie schilderijen met elkaar combineert? Elke kijker geeft andere betekenissen aan de confrontatie van beelden, en maakt eigen associaties. Er is niet één verhaal. Zelf ontdek ik soms jaren nadat het werk gemaakt is, betekenissen waarvan ik mij eerst niet bewust was. Natuurlijk bepaalt ook de manier waarop er geschilderd wordt de inhoud van het werk. De drang om betekenis te geven aan opeenvolgende beelden gebeurt zo automatisch dat je het nauwelijks beseft. Je ziet een schilderij van een auto in een bos, met ernaast een portretschilderij, en meteen gaat je fantasie aan het werk, of je nu wilt of niet.’

‘Het eerste deel van dit meerjarenproject had als titel Blind Seduction, waarbij ook de verleiding door het beeld centraal stond. In het tweede deel voerde ik een duister alter ego op. En nu, in het derde deel, situeer ik onder andere personages in een landschap. Ik zie het geheel van die schilderijen als een eigenzinnig storyboard waarbij de kijker een eigen script kan fantaseren, elk voor zich. In zekere zin voel ik me een filmregisseur. Tenslotte gaat het over wat er gebeurt in de hoofden van de toeschouwers en is het werk slechts een aanleiding. Maar wel een belangrijke aanleiding.’

EXit: U bent toch al een tijdje niet in Brugge verschenen met nieuw werk… How come?

Devriendt: ‘Naast Galerie Loevenbruck in Parijs werk ik ook nog met Galerie Baronian Xippas in Brussel. Dat is voor mij voldoende. Ik heb trouwens nog altijd goede herinneringen aan mijn tentoonstelling in het Groeningemuseum in 2015, die echt wel een succes was. Zelfs nu nog spreekt men mij erover aan. In principe sta ik open voor  deelname aan elke goede tentoonstelling. Maar het is wel zo dat ik lange tijd bezig ben aan een werk. Soms zonder ik mij lange tijd af om in alle stilte nieuw werk te kunnen maken, tot wanhoop van galeries en curatoren. Ik heb verschillende tentoonstellingen in Londen en New York geweigerd, omdat het qua tijd gewoon niet haalbaar was. Kwaliteit en intensiteit staan bij mij voorop. Maar toegegeven, ik heb zo mijn trucs om die afzondering aangenaam te maken. Elk uur verlaat ik mijn atelier en loop even de stad in, drink ik een thee of een koffie. Zo blijft de relatie ten opzichte van mijn werk fris. Ooit zei iemand me dat het soort werk dat ik maak te vergelijken is met topsport, zoiets houdt je geen acht uur op een dag vol. Ik ben het daar volledig mee eens.’

EXit: U houdt ook van teksten schrijven en fictie. Wordt dat een aanvulling op uw beeldend werk?

Devriendt: ‘De laatste jaren heb ik naast het schilderen ook heel intensief geschreven. Fictie. Uiteraard zijn er linken tussen beide disciplines, maar de teksten verklaren mijn schilderijen niet. Eerder schreef ik het boekje Schilderen – iets tussen dagboek en essay-  dat intussen niet meer te verkrijgen is. Ik zie nog wel wat ik met de nieuwe teksten aanvang.’ (LF)

 

THE MISSING SCRIPT, Part 3. The scent of burning wood. Galerie Loevenbruck, 6, rue Jacques Callot, 75006 Paris. Van 24 januari tot 7 maart 2020

 

‘Ruimte voor meer subsidies’

Burgemeester Dirk De fauw :‘Er komt in deze legislatuur ruimte om de subsidies te verhogen’

(foto EDM)

Die verkiezingszondag in oktober 2012 zal Dirk De fauw zich wellicht levenslang herinneren. Als gedoodverfde kandidaat burgemeester speelde hij te elfder ure de sjerp kwijt, tegen de brede verwachting in. Zes jaar later speelde hij op veilig en haalde in oktober 2018 de bekroning binnen. Vandaag toont zijn college een verrassende eensgezindheid en een neus voor grote projecten. Een gesprek.

EXit: Hoeveel drukker is het leven met een burgemeesterssjerp geworden?

Dirk De fauw: ‘Mijn leven was al behoorlijk druk, maar nu is alles toegespitst op dat burgemeesterschap. Vroeger deed ik aanvullend nog heel wat advocatenwerk, maar daar is weinig tijd meer voor. Maar ik bof, mijn oudste zoon is in de praktijk gestapt. Ik word nu volledig ‘losgelaten’.’

‘De tijd die je vandaag aan de politiek besteedt, is veel ruimer geworden. Als ik vergelijk met mijn loopbaan als schepen, gedeputeerde of OCMW-voorzitter stel ik vast dat ik vroeger meer tijd overhield voor andere zaken. Naast de politiek volg ik nu ook nog de verplichte bijkomende opleiding als advocaat, die gelukkig via de computer verloopt. Daarnaast probeer ik ook nog wat sportieve prestaties af te leveren, maar dat wordt steeds moeilijker. Bij de laatste Kerstloop kon ik wel de zes kilometer in 37 minuten lopen.’

 

EXit: Met de deur in huis: Gent en Leuven zetten volop in op cultuur. Gent investeert maal vier in zijn gebouwen, Leuven steunt jonge starters.

De fauw: ‘Zowel in het verleden als in de toekomst doet Brugge zware inspanningen op het vlak van cultuur en vooral op het vlak van infrastructuur. De plannen voor een cluster-cultuur op de Biekorf-site is een mooi voorbeeld daarvan. Er is de nieuwe museumsite op de gronden van Sint-Andreas (Groeninge), geraamd op een kleine 30 miljoen euro, met de sluitende garantie dat het voor die prijs (28,5 miljoen) wordt gebouwd. Wat de aannemers voorstellen, moeten ze bouwen. Alleen kan de Stad nog aanvullende werkzaamheden vragen bovenop dat budget. Dit is een les die we uit het verleden hebben geleerd, zoals met de bouw van het Concertgebouw dat uiteindelijk veel meer kostte dan gepland. Deze werkwijze passen we ook toe voor de bouw van het nieuwe Beurs- en Congresgebouw.’

EXit: Geldt die werkwijze ook voor de verbouwing van de site-Biekorf?

De fauw: ‘Nee, dat is een geval apart, dat werkt nog volgens het oude principe. Hier worden de werken geraamd op 9 miljoen euro, maar er is ruimte voorzien voor bijkomende werkzaamheden. De architect Lennaert Claeys, van Dertien 12, kwam aanvankelijk uit op een veel groter bedrag, maar dat hebben we gemilderd. Anderzijds, je voelt hier een geweldige flow bij de medewerkers en bij de partners (Biekorf, Cultuurcentrum…). De mensen van de bibliotheek hadden dit helemaal niet verwacht. De hele verbouwingsidee kwam uit de koker van Dertien 12 en de mensen van De Republiek. Tenslotte investeren we 3,45 miljoen euro in een regionale erfgoedfabriek.’

EXit: Politici leiden een druk leven. Tijd om boeken te lezen is er niet, beklaagt Rik Torfs zich.

De fauw: ‘Klopt, tijd vinden is bijzonder moeilijk. Ik heb nu net ‘Durf!’ van Bart Verhaeghe (CEO Club Brugge) gelezen, een dun boekje dat je tijdens een vliegtuigvlucht kunt lezen. Daarnaast lees ik geboeid in ‘Grand Hotel Europa’ van Ilja Leonard Pfeijfer, maar dat verloopt in veel etappes. Het gekke is dat ik bijzonder veel boekentips van boekenfans krijg. Maar eerlijk, ik heb geen tijd. En onze vrije tijd (met echtgenote) gaat vooral naar avontuurlijk reizen. Kamperen in een tentje op het dak van een jeep in Zuid-Afrika en Mozambique en genieten van een kampvuur… tijd om te lezen is er dan niet meer.’

 EXit: Het hoofdstuk ‘werkingssubsidies 2020: de culturele sector reageert ontgoocheld. Begrip?

De fauw: ‘Die boodschap is nog niet tot bij mij doorgedrongen, maar misschien wel tot bij Nico (LF. Nico Blontrock, schepen van Cultuur). Ik begrijp dat men gehoopt had op een forse inhaalbeweging, maar anderzijds moesten wij ook consequent handelen. Als Cultuur moest stijgen, dan ook Jeugd en Sport, en dat konden we niet doen. Maar ik ben ervan overtuigd dat er tijdens deze legislatuur ruimte zal komen om de subsidies te verhogen. Vergeet ook niet dat we nu aantraden met een nieuwe ploeg, een nieuwe burgemeester en een nieuwe schepen van Financiën, waardoor we onze berekeningen achteraf een beetje moesten aanpassen en corrigeren. Van een tekort kwamen we dan toch uit op een reserve aan middelen.’

EXit: Is het burgemeesterschap voor u de bekroning van een politieke carrière?

De fauw: ‘Ik vind van wel, hoewel ik alle voorgaande functies met heel veel plezier heb gedaan. Dit is nu de meest ingrijpende en boeiendste periode in mijn leven. Je wordt elke dag, elk uur, met steeds andere dossiers geconfronteerd.’

‘Of ik de sjerp verwacht had? Eerlijk, ik heb het altijd gedroomd. Zes jaar geleden was ik echter veel zekerder van mijn stuk en dat viel dan serieus tegen. Het was een heel speciale zondag toen (oktober 2012).’

‘Ik heb van mijn partij altijd alle kansen gekregen, maar ik heb steeds verkondigd dat ik vooral een job ambieerde op het lokale of op het regionale niveau. Het burgemeesterschap is derhalve een bekroning.’

 EXit: Uw twee voorgangers, Patrick Moenaert en Renaat Landuyt, hebben zich sterk geprofileerd op het vlak van cultuur. Is dat ook uw terrein?

De fauw: ‘Pas op, Renaat deed dat omdat hij ook schepen van Cultuur en schepen van Toerisme was. Anderzijds hoor(de) ik vaak uit de culturele sector dat hij weinig bereikbaar was. Burgemeester zijn is een voltijdse job, je hebt geen tijd voor andere zaken. Ik vind cultuur trouwens te belangrijk om het ‘erbij’ te nemen en dat geldt ook voor toerisme. Patrick daarentegen heeft zich cultureel geprofileerd omwille van het Concertgebouw en Brugge 2002. Hij was natuurlijk dominant aanwezig.’

EXit: Het stadsbestuur pakt uit met een nieuw evenement: Wintergloed. Tevreden?

De fauw: ‘Het was gedurfd, maar ik denk dat het geslaagd is. Er was aanvankelijk veel kritiek, onder meer vanuit het Brugse Handelscentrum dat de verhuis van de ijspiste slecht verteerde. Maar wij wilden iets totaal nieuws en kwaliteitsvol. Er waren uiteindelijk twee kandidaten, en het schepencollege koos voor het Wintergloed-model.’

EXit: Een vraag die in een interview niet mag ontbreken: de nieuwe concertzaal van Muziekcentrum Cactus op het Kanaaleiland. Wachten op Godot?

De fauw: ‘Het dossier is eindelijk binnen, tot en met de langverwachte omgevingsvergunning. Ik denk dat er nu niets meer kan dwars liggen. Binnen het schepencollege heerst de overtuiging dat het nu of nooit is. Het budget ligt al heel lang vast: de Stad met 800.000 euro, de Provincie met 200.000 euro en Vlaanderen met 1.200.000 euro. Dit dossier is helaas vreselijk ingewikkeld. De locatie was een heikel punt, net als heel wat opduikende technische problemen zoals met de riolering. Tenslotte was er ook vertraging als gevolg van de gezondheidsproblemen van de architect (LF. Ievan Decoster die ook de Magdalenazaal heeft gebouwd). Noteer maar: definitieve datum voor de werkzaamheden, medio 2020.’

 EXit: Het Concertgebouw. Daar was de vraag veel groter dan het aanbod.

De fauw: ‘We konden natuurlijk geen uitzondering maken voor het Concertgebouw, terwijl iedereen moet besparen. Dat zou niet te verantwoorden zijn. We investeren wel fel in het gebouw (LF. 712.400 euro) voor onderhoud en andere verplichtingen. Wij dragen alle kosten. Bovendien ontvangen ze 472.891 euro voor de artistieke werking. Voeg daar nog de stevige bijdrage van Vlaanderen (3,12 miljoen euro) bij. Maar ik begrijp hun verzuchting. Wat we bijkomend hebben gedaan is de besparing op infrastructuur die de voorbije drie jaar werd opgelegd door de Stad ongedaan maken.’

EXit: Een ander moeilijk dossier is dat van de Sint-Godelieveabdij in de Boeveriestraat. De kogel geraakt niet door de kerk.

De fauw: ‘Ik ga de kroon niet ontbloten, maar binnen twee maanden komt er een totaal nieuwe switch op dat vlak. Plannen waarmee Brugge een voorbeeld zal zijn voor heel Vlaanderen over hoe men moet omgaan met religieus erfgoed. Het plan gaat zelfs verder dan alleen maar met de abdij. Ook het project Engels Klooster (Carmersstraat) start binnenkort met geleide gidsbeurten in een nog bewoond klooster.’ (LUC FOSSAERT)

 

Nieuwjaarsbrief van Filip Strobbe, directeur Cultuurcentrum Brugge

(foto EDM)

Beste Bruggeling,

Wanneer de laatste bezoekers van de Koninklijke Stadsschouwburg van Brugge de zaal en het foyer hebben verlaten en ook de artiesten zijn vertrokken, loont het de moeite om eens gewoon te luisteren. Zelfs al is er geen levende ziel in het gebouw, toch hoort u af en toe kraken, piepen, kermen en een soort gezucht. De oppervlakkige waarnemer zal dit toeschrijven aan het zetten van de houten balken of het afkoelen van de metalen theaterspots of aan de verwarming die vreemde geluiden maakt. Mijn collega’s en mezelf kunnen u echter een geheim verklappen: dat is niet de oorzaak. Wat u hoort, is het ademen, het kreunen en het genieten van de honderdvijftigjarige dame. Bij deze weet u het: de schouwburg leeft.

‘We shape our buildings and afterwards they shape us’, zei Winston Churchill. De schouwburg werd opgericht door een ambitieus stadsbestuur dat meteen voor het mooiste, maar ook voor het duurste ontwerp koos. Maar zelfs met dit startkapitaal had het project ook een mislukking kunnen worden. In de beginjaren waren de meningen over de nieuwe schouwburg erg verdeeld. Als het een troost kan wezen voor vandaag: honderdvijftig jaar geleden was de samenleving niet minder verdeeld dan nu en werden de verschillende meningen ook niet altijd subtiel geformuleerd. Een van de notoire tegenstanders van de nieuwe schouwburg was Guido Gezelle. De dichter die zijn tijd ver vooruit was, had geen goed woord over voor wat hij een duivels oord van verderf noemde. Hij vreesde dat het aantal onwettige geboortes in Brugge zou stijgen door ‘ ‘t vrouwvolk dat de theaters bezoekt’.

Diezelfde Guido Gezelle mocht enkele jaren later aan zijn baas, de bisschop, komen uitleggen waarom hij in de schouwburg was gesignaleerd tijdens een voorstelling. Er is geen enkel bewijs dat hij zich liet overhalen door de argumenten van zijn tegenstanders. De enige rationele verklaring is dat de koppige pastoor zich liet betoveren door de nog jonge dame die toen al een eigen leven leidde. De schouwburg is immers even koppig. Na honderdvijftig jaar is het voor haar medewerkers nog altijd onvoorspelbaar welk effect ze zal hebben op de bezoekers. In het beste geval zitten we er maar een klein beetje naast.

De kracht van haar betovering valt echter voor geoefende oren feilloos waar te nemen. Na de voorstelling kunt u aan de vestiaire, op de trappen of in het foyer aan het timbre, de tonaliteit en de intensiteit van het geroezemoes horen hoe de voorstelling is geweest. In het slechtste geval wijst een stilte op onverschilligheid, in het beste geval wijst een sprankelende klankenwolk op euforie. De medewerkers en de artiesten doen hun best om van elke voorstelling een feest te maken. Maar of de betovering zijn werk doet, hangt af van de genade van de oude dame. Ze leeft niet alleen, ze geeft ook leven. Zou het daarom zijn dat we over de schouwburg onbewust spontaan in vrouwelijke vorm praten?

Eind september 2019 was ze voor de viering van haar verjaardag bijzonder mild gestemd. Honderden mensen woonden in de kledij van haar jeugd een knappe musical bij. Opvallend: niemand was verkleed in Guido Gezelle, nochtans de beroemdste Bruggeling uit die tijd. Niemand had daar blijkbaar aan gedacht. Misschien was dit wel een subtiele knipoog van de oude dame: ze houdt niet van opgeheven vingertjes. Wat binnen haar muren wordt getoond, moet niet noodzakelijk stichtend zijn of andere morele doelstellingen dienen, of dat nu de versterking van de Vlaamse identiteit is of de bevordering van de sociale gelijkheid. De oude dame zorgt er zelf wel voor dat goed gemaakte kunst tot een betere wereld leidt en laat zich daarbij door niemand sturen.

Ook in het nieuwe jaar zal de schouwburg in al haar vergulde glorie schitteren dankzij straffe kunstenaars, een gemotiveerde ploeg medewerkers en een talrijk en enthousiast publiek. Ze verlangt naar u. De schouwburg leeft, lang leve de schouwburg.

De beste wensen voor een nieuw, warm cultureel jaar!

Filip Strobbe

Directeur Cultuurcentrum Brugge

 

%d bloggers liken dit: