Exit Magazine

Maandelijks Brugs Cultuurblad

Heidi Deneweth over de geschiedenis van drie Brugse buurten

Al bijna 30 jaar inspireert de Brugse hoofdarchivaris Jan D’hondt de vrijwilligers van de VZW Levend Archief, de ‘vrienden van het Stadsarchief’ om de originele archiefbronnen voor de kennis van de Brugse huizen te ontsluiten. Tegelijkertijd publiceerde de VZW Levend Archief al verscheidene detailstudies over de geschiedenis van een groot aantal huizen verspreid over de Brugse binnenstad. In 2002 was de tijd dan ook rijp voor een academisch onderzoek waarin de historische ontwikkeling voor drie verschillende buurten wordt uitgespit.

Dit onderzoek werd verricht door de Brugse historica Heidi Deneweth (1961), die al heel vroeg meewerkte aan de werkgroepen van VZW Levend Archief. Ze promoveerde in 2008 aan de VUB tot doctor met een proefschrift van meer dan 1.000 pagina’s ‘Huizen en mensen. Wonen, verbouwen, investeren en lenen in drie Brugse wijken van de late middeleeuwen tot de negentiende eeuw’. In 2020 voltooide zij de bewerking van dit proefschrift tot een leesbaar boek van 225 pagina’s: ‘Goede muren maken goede buren. Verbouwingen en buurtleven in Brugge, 1500-1800’, een uitgave van het Brugse Genootschap voor Geschiedenis, vzw Levend Archief en uitgeverij Marc Van de Wiele.

De geschiedenis van het Brugse vastgoed

Brugge was in de vroegmoderne periode nog steeds een belangrijke centrumstad in de Zuidelijke Nederlanden. Ondernemers en ambachtslieden speelden veerkrachtig in op de nieuwe economische situatie na de vervalperiode op het eind van de middeleeuwen. Tot circa 1680 was de stad een belangrijke groeipool met weer ongeveer 35.000 inwoners in 1680. Daarna ging het bergaf: rond 1740 telde de stad nog amper 28.000 inwoners. De vastgoedmarkt, de woningbouw en de hele ruimtelijke ordening van de stad ondervonden daar uiteraard de gevolgen van. Niet alleen de evolutie van de huizenmarkt voor bewoners, eigenaars en huurders komt in Deneweths boek aan bod, maar ook de manier waarop buren en huiseigenaars met elkaar omgingen om het samenleven te organiseren, burenconflicten op te lossen en gemeenschappelijke voorzieningen uit te bouwen en te onderhouden, wordt duidelijk belicht. En uiteraard besteedt de auteur ook aandacht aan de rol van de stedelijke autoriteiten in het buurtleven. Daarnaast wordt duidelijk dat het Brugse vastgoed in die drie eeuwen voortdurend evolueerde door afbraak, nieuwbouw, verbouwingen, opsplitsingen en samenvoeging van percelen. Vooral drie buurten komen aan bod in het boek, elk met een eigen geschiedenis: de deftige buurt rond de Riddersstraat, de middenklasse-wijk rond de Eekhoutstraat, en de volkse Sint-Clarastraat, elk met hun eigen geschiedenis tegen de achtergrond van de algemene stadsgeschiedenis.

Sociale geschiedenis van Brugge

Heidi Deneweth heeft de sociale geschiedenis van het vroegmoderne Brugge een onderdak gegeven. Door ook aandacht te besteden aan ogenschijnlijk triviale samenlevingsproblemen in de Brugse buurten, zoals privacy, afwatering, gebruik van beerputten, kon ze ook kleur en geur geven aan de sociale geschiedenis van Brugge. De lezer krijgt op die manier letterlijk een inkijk in de buurten en de huizen van de Bruggelingen tot aan het begin van de Franse tijd. (NOEL GEIRNAERT)

Culinaire happening op site Het Entrepot

Logisk, velsmagende, lokal (logisch, lekker, lokaal). Het zou de slagzin van Noma uit Denemarken kunnen zijn. Dit gastronomisch restaurant behoort al jaren tot de wereldtop en werkt heel bewust uitsluitend met lokale producten. Deze combinatie van gastronomie, duurzame voeding en sociaal engagement vormt dan ook de basis voor de driedaagse culinaire happening A TASTE OF FOOD op de site van Het Entrepot van 14 tot 16 augustus. Op het programma: film, talks, walks en workshops.

De culinaire happening A TASTE OF FOOD is een samenwerking van Brugs Food Lab, De Republiek, Het Entrepot, Brugge Plus, Kookeet, MOOOV en Food Wave. Deze partners brengen van zaterdag 14 tot en met maandag 16 augustus op de site van Het Entrepot een culinaire ontdekkingsreis met een focus op duurzame voeding, gastronomie en sociaal engagement. Centrale gast is Claus Meyer, de bezieler van het Deense toprestaurant Noma, die op zaterdag 14 augustus de documentaire ‘A Taste of Sky’ komt voorstellen. Daarin heeft hij het over veerkracht, mentorschap en de bindende kracht van voeding. Na de film licht Claus Meyer zijn verhaal persoonlijk toe tijdens een gesprek met de andere gasten.

Ogen, oren én smaakpapillen de kost geven kan op zondag 15 augustus tijdens de ontbijtfilm ‘The Great Green Wall’ in het bijzijn van de klimaatdichters. Tijdens de film ontdek je hoe die grote groene muur, een strook van 8.000 km bomen, tot stand kwam en hoe die de verwoestijning moet tegengaan. Als afsluiter laten klimaatdichters Sara Eelen, Maarten Inghels en Johanna Pas hun poëtische woorden weerklinken.

Op zondagnamiddag 15 augustus doet de Brugse binnenstad dan weer dienst als pluktuin. Samen met een gids kan men op pad gaan en ontdekken dat het wilde groen tussen de Brugse kasseien soms ook nuttig en lekker kan zijn. Na de wandeling serveren Ran Van Ongevalle en Janah Van Cleven (Bar Ran) een drankje en een hapje van Bruno Timperman (Bistro BRUUT) op basis van wilde kruiden.

Op maandagavond 16 augustus staat een Pecha Kucha op het programma met zeven korte, inspirerende verhalen over concrete projecten rond duurzame voeding. Volgende sprekers hebben alvast bevestigd: Bart Dewulf (Hops Meets Friends), Kelly Van Houtte (La Nomagére) en Rien Vandermeersch (Veldernis).

Naar aanleiding van A TASTE OF FOOD werd ook een fietstocht ‘eetbare stad’ uitgestippeld. Een 25 km lange tocht waarbij je op je route enkele verrassende initiatieven die inzetten op duurzame voeding ontdekt.

A TASTE OF FOOD heeft ook een programma achter de schermen. Zo neemt een Brugse chef een groep jongeren mee op sleeptouw voor een kookworkshop. (LF)

_____

Info & programma: http://www.atasteoffood.be  

SEADS bouwt monumentale kunstinstallatie in het Sint-Janshospitaal

Kunst, natuur en wetenschap staan centraal in ‘Biomodd [BRG13]’

Op de zolder van het Sint-Janshospitaal is de hele zomer een bijzondere installatie te zien. ‘Biomodd [BRG13]’ is een creatie van het internationale collectief SEADS. Deze monumentale sculptuur en de vele gekoppelde activiteiten zijn een van de meest uitdagende projecten van de Brugse kunstzomer.

EXit: Wie of wat is SEADS?
Michel Dewilde:
‘SEADS staat voor ‘Space Ecologies Art & Design’. Dit dynamische, trans-disciplinaire collectief verzamelt kunstenaars, wetenschappers, ingenieurs, ontwerpers, programmeurs en activisten uit alle hoeken van de wereld die toekomstgericht kritisch denken en experimenteren. Ze ontwikkelen projecten rond maatschappelijk relevante thema’s als ecologie en technologie, én doen dat op participatieve wijze.’

EXit: Een van hun projecten is ‘Biomodd’?
Michel
: ‘’Biomodd’ is een sociaal geëngageerd kunstwerk waarbij ecologie en technologie centraal staan. Het staat voor de samentrekking van biologie en ‘modding’. Het is een concept dat het collectief ondertussen op verschillende locaties heeft uitgewerkt. In Brugge werd op de zolder van het Sint-Janshospitaal ‘Biomodd [BRG13]’ontwikkeld. Deze monumentale installatie verbindt op unieke wijze levend biologisch materiaal, computers en mensen. De leden van SEADS bouwden ze ter plekke op de site van het Sint-Janshospitaal op, samen met iedereen die zich engageerde om mee te werken.’

EXit: In de installatie zit een computergame verwerkt?
Lieven De Visch:
‘Het eindproduct is inderdaad zeer interactief opgevat. ‘Biomodd [BRG13]’ nodigt de bezoeker uit om in dialoog te gaan met die systemen. Heel concreet gebeurt dat via een computergame die is ingebouwd in het kunstwerk. In deze game interageren bezoekers, planten en andere organismen op eindeloos variërende manieren. Op die manier slaat de installatie een brug tussen het rijke historische verleden van de stad en de artistieke visies over de toekomst van onze wereld.’

EXit: Het gebruikte materiaal is op zijn minst opmerkelijk?
Michel:
‘SEADS recycleert heel uiteenlopende zaken. Dit doen ze vanuit een voortdurend evoluerende visie en samenwerking. De manier waarop ze werken, is vergelijkbaar met het demonteren, terug assembleren en pimpen van auto’s, maar dan met computers. ‘Biomodd’ bestaat uit restanten van oude technologische toestellen (zogenaamd e-waste) en constructiemateriaal van Musea Brugge, gerecycleerd uit de vele kunsttentoonstellingen van de voorbije 20 jaar. Er werd onder meer afgedankt ICT materiaal van de Stad gebruikt. De gerecycleerde computers zijn verbonden in een netwerk waarop de op maat gemaakt computergame draait.Een tweede component binnen ‘Biomodd’ zijn de lokale ecologische systemen. Ze gaan in dialoog met de technologische ontwerpen. Concreet werden planten en stekjes verwerkt van de dienst Openbaar Domein van de Stad, maar ook enkele Bruggelingen zorgden voor het nodige materiaal.’

EXit: SEADS draagt participatie hoog in het vaandel?
Michel: ,Het collectief ontwikkelt hun installaties inderdaad altijd ter plaatse met de lokale gemeenschappen. Ze hebben als doel een kritische dialoog op gang te brengen met de inwoners. Begin mei werd een oproep gelanceerd om mensen uit te nodigen om mee te werken. Jong en oud waren welkom. Uiteindelijk konden we rekenen op een 160-tal mensen die een viertal weken aan de slag gingen op de site van het Sint-Janshospitaal. Het ging om Bruggelingen, leden van SEADS van over de hele wereld en medewerkers van Cultuurcentrum en Musea Brugge.’

EXit: Ook gezinnen met kinderen zijn welkom?
Lieven:
‘De hele zomer is voor kinderen op de kleine zolder een ‘Tinkerlab’ geïnstalleerd. ‘Tinkeren’ is een begrip uit het Engels. Je kunt dit het beste vergelijken met bricoleren. Al doende kunnen kinderen op ontdekking gaan en experimenteren op de manier waarop het collectief SEADS aan de slag ging. Op woensdag is begeleiding voorzien, op zondag zijn er workshops.’ (RD)

____

SEADS en ‘Biomodd [BRG13]’ , tot 29 augustus, Sint-Janshospitaal, www.museabrugge.be

Lies Gallez, een rijzende ster in de literatuur

‘Het Water Vangen’ is intrigerend debuut

De Brugse auteur Lies Gallez (30) verraste in volle coronatijden de literaire wereld met haar debuutroman ‘Het Water Vangen’. Die kon vooral de Nederlandse recensenten verleiden die deze bundel kortverhalen met vier sterren  bekroonden. Het is weinig debutanten gegund: een debuut onderbrengen bij een gereputeerde uitgever (Querido).

Lies Gallez: ‘Ik kwam supertoevallig bij Queridoterecht. Ik had nog geen enkele tekst opgestuurd en al zeker geen manuscript, want er was nog niks. Mijn enige ervaring bestond uit een aantal bescheiden literaire teksten en een van mijn kortverhalen werd via de omweg van de sociale media door de uitgever opgemerkt. Ik werd uitgenodigd in Amsterdam en ze vroegen mij naar een manuscipt dat ik nog niet had. Heel grappig. Toch gaven ze mij alle vertrouwen, want ik wist toen nog niet welke literaire richting ik zou uitgaan: poëzie of roman of kortverhaal. Daarom wil ik ook niet in eigen beheeruitgeven, want ik wil echte steun. Ik wou het gevoel hebben dat het niet alleen mijn werk was, maar gedragen werd door een redactie.’

EXit: Meteen rijst de vraag: van waar komt dit talent?

Lies: ‘Aha, de vraag naar de microbe. Als kind al schreef ik, bij gebrek aan zangtalent, liedjesteksten en beginnerspoëzie. Zo won ik in 1999 een poëziewedstrijd in het kader van een Gezelle-wedstrijd. Ik kreeg een aantal poëziebundels cadeau en mijn reactie was ‘dat wil ik ook kunnen’. Een aantal van die gedichten gebruik ik vandaag nog steeds in het kader van mijn lessen Nederlands aan anderstalige leerlingen.’

EXit: En toen was er geen houden meer aan?

Lies: ‘Ik begon te schrijven voor het eigen plezier en dat is nooit meer gestopt. Aanvullend heb ik toen een opleiding scenario’s schrijven gevolgd aan het RITS. Die techniek wilde ik in de vingers hebben. Dat is mij later heel dienstig geweest in het schrijven van verhalen. Scenario-schrijven is een supergoede achtergrond voor roman en poëzie.’

EXit: Geheel in de stijl van jouw verhalen is ook de titel nogal cryptisch…

Lies: ‘Een correcte titel vinden was niet evident. ‘Het water vangen’ verwijst naar elke poging tot verbinding met zichzelf en de andere. En soms zijn dat onmogelijke pogingen. De cover toont ook het blauw van het water dat ons gidst door het leven.’

EXit: De meeste van je verhalen baden in een geheel aparte, soms zelfs lichtjes absurde sfeer. Maar het grootste verhaal uit de bundel over een asielzoeker uit Mali, is heel down to earth.

Lies: ‘Dat klopt, maar dat is nu eenmaal het bereik van de auteur. Mijn materiaal varieert van fictie over non-fictie, over poëzie en concrete verhalen. In een verhalenbundel kan dat. Dit boek is geen roman waar je een gekozen vorm moet aanhouden. De lezer komt daardoor plots in een andere wereld terecht.’

EXit: Het boek, 326 pagina’s, is bijzonder kwistig met het gebruik van twee haakjes of terzijdes.

Lies: ‘Mmm… dat is een leuke vraag, maar kijk, als scenarist mag je veel en allerlei instructies geven. Da’s plezant. Waarom zou je dat niet mogen toepassen in proza? Voor mij is dat meer dan een spel. Ik probeer op die manier spanning te creëren, zonder te betuttelen. Maar het klopt dat de reacties over dat gebruik heel verdeeld zijn.’ (LUC FOSSAERT)

_____

‘Het Water Vangen’, uitgeverij Querido

Lies Gallez en Diane Broeckhoven komen op zondag 29 augustus om 15 uur naar Hoeve Hangerijn (Assebroek).

Lies Gallez groeide op in Brugge, volgde les in Olva en verkaste later naar Antwerpen, maar de (familie)band met Brugge houdt ze strak. ‘In Brugge kan ik stilvallen’ zegt ze. Zelf komt ze niet uit een literair nest met een moeder wetenschapper en een vader gepensioneerde militair met ervaring op de hotspots van deze planeet. Gallez lezen vraagt aandachtige lectuur, want haar verhalen wisselen van lichtvoetig naar diepgravend en een prettige dosis absurdisme zoals De Volkskrant opmerkte. Grappig detail: de dag van dit interview ontmoet Lies bij toeval burgemeester De fauw. Ze biedt hem meteen een exemplaar aan. De burgervader belooft aandachtige lectuur. (LF)

foto Ellen De Meulemeester

MAfestival (6-14 augustus) wijkt uit naar Concertgebouw

Artistiek directeur MAfestival Tomas Bisschop verzekert ons: ‘Ik slaap nog zeer rustig, o ja’. Nadat hij de editie van vorig jaar grotendeels moest schrappen wegens u weet wel, staat hij nu met zijn team klaar om van de augustusmaand een boeiende festivaleditie te maken. Alles is voorzien om er een veilige editie van te maken, zo onder meer door het uitwijken naar het Concertgebouw.

EXit: We kunnen er niet onderuit: hoe erg was de coronacrisis voor jullie?

Tomas Bisschop: ‘Het is een redelijk intens seizoen geweest, ondanks het feit dat er amper iets mocht worden georganiseerd. Het wachten heeft ons wel de tijd gegeven om een en ander te reorganiseren. Anderzijds moesten we ons ook voorbereiden op ook maar de kleinste wijziging. Dat heeft veel geëist van ons. Het was een periode van voortdurend anticiperen, vooruitkijken en verschillende scenario’s bestuderen voor het festival.’

EXit: Een sterkhouder en uithangbord van MAfestival is het muziekconcours.

Tomas: ‘Dit jaar gaat het zeker door, maar organisatorisch wordt het aangepast door te anticiperen op de reisproblemen en de onzekerheid bij veel mensen. De eerste ronde is grotendeels digitaal verlopen, nu komen er veertien mensen opdagen voor de halve finale. Hopelijk is het voor alle deelnemers mogelijk om de oversteek te maken. Ik ga er in elk geval van uit dat het concours zal plaatsvinden. De UK is de alarmerende factor, maar tot op vandaag (23 juli) zijn er geen verontrustende geruchten. Wij verwachten bovendien nog versoepelingen tegen begin augustus.’

EXit: Het voorbije jaar tekende wellicht voor een grote verliespost?

Tomas: ‘Dat is nu nog moeilijk te zeggen. De overheid is ons, net zoals de Stad, blijven steunen. Maar er is veel onzekerheid over de toekomst, de periode 2021-2022, omdat we nu nog niet kunnen inschatten wat de kosten zullen zijn van de veel duurdere reizen.’

‘Twee: de ticketverkoop is uiteraard veel lager ingeschat wegens de iets kleinere zaalcapaciteit. Er is ook veel onzekerheid over de reactie van het publiek: hoe gaan ze reageren op een groot of een binnen-evenement? Het publiek komt terug, traag maar zeker, maar wij zijn klaar voor de start. Daarbovenop komt er nog een zwaar seizoen aan, want veel organisaties zijn bezig met het herboeken van hun programma’s. Voor ons is het natuurlijk een hele geruststelling dat alles in de beste omstandigheden zal verlopen wegens het comfort en de zekerheid dat we over de infrastructuur van het Concertgebouw beschikken. Dat is een keuze die wij bij hoge uitzondering hebben gemaakt. De samenwerking loopt prima, maar het wordt sowieso een ander festival.’

EXit: Wat is de rode draad doorheen de programmering?

Tomas: ‘Het thema is ‘mind and body’, een keuze die al sinds vorig jaar vastlag. We hebben dat quasi integraal kunnen verplaatsen naar dit jaar. Het gaat over de relatie tussen lichaam en geest, een gegeven dat we in coronatijd des te meer hebben ervaren, al of niet gewild. Voor velen heeft dat ook positieve effecten gehad met het bereiken van een betere balans tussen lichaam en geest. In die zin is het een heel dankbaar thema.

____

Info & tickets op http://www.mafestival.be

Jan Desmet en de liefde voor de wolf

Nog tot eind augustus loopt in het Stadsarchief (Burg 11 A) een boeiende tentoonstelling over de wolf, een realisatie van Jan Desmet, het kloppende hart achter ‘Mens en Dier op papier’.

EXit: Sinds enkele jaren is de wolf niet meer uit het nieuws weg te branden.

Jan Desmet: ‘Dat een groot en mythisch roofdier als de wolf, na in de 19eeeuw quasi volledig uit West-Europa te zijn weggeveegd, er toch in is geslaagd om op korte tijd zoveel verloren terrein goed te maken, spreekt natuurlijk tot de verbeelding.’

EXit: Niet één bioloog/ecoloog durfde dit te voorspellen?

Desmet: ‘Momenteel maken wij in de Lage Landen de pioniersfase van deze herkolonisering mee, wat resulteert in een bijna dagelijks/wekelijks feuilleton van nieuwe wendingen en animositeiten met wolven. De dag waarop onze expo de deuren opende, verschenen in Le Soir de eerste foto’s van wolvenwelpen in de Hoge Venen. Enkele dagen daarvoor gebeurden de eerste zichtwaarnemingen van jonge wolfjes op een militair oefenterrein in Limburg.’

EXit: Toch blijft de wolf voor rumoer zorgen.

Desmet: ‘De toeneming van de wolf in een dichtbevolkt landsdeel als Vlaanderen zal allicht blijvend voor ‘rumoer’ zorgen, maar er is vandaag een zéér groot verschil met de mensenmentaliteit van anderhalve tot drie – vier eeuwen geleden. Veel mensen zien de wolf niet langer als een baarlijke duivel die dringend voor 100% verdelgd dient te worden (zie onder meer de tentoongestelde klemmen en oude prenten in de tentoonstelling). En met organisaties als ‘Welkom wolf’ heeft de wolf nu een strijdvaardige ‘fanclub’ achter zich staan terwijl dat vroeger even strijdvaardige wolvenhaters en dito –jagers waren.’

EXit: Waar hebt u al die info en documateriaal vandaan?

Desmet: ‘Alles wat wij op de expo tonen, komt uit het eigen archief, verzameld in de loop van drie à vier decennia. Het gaat niet alleen om foto’s, maar ook om heel wat authentieke stukken zoals voorwerpen, oude gravures en documenten.’

EXit: Hoe ziet de toekomst van Mendop er uit?

Desmet: ‘Ons depot blijft gehuisvest in het Brugse Stadsarchief. Hoofdarchivaris Jan D’hondt zetelt in het bestuur van onze vzw. Wij archiveren op neutrale basis en vellen geen oordeel. We willen zaken van dierenerfgoed bewaren opdat toekomstige generaties de maatschappelijke ontwikkelingen over onze omgang met andere levensvormen beter kunnen duiden en begrijpen. Hopelijk kan Mendop vzw zich verder ontwikkelen tot hét Vlaamse informatiecentrum & archief voor mens-dierrelaties.’ (LF)

_____

www.mendop.org

Brugge en Damme slaan de handen (cultureel) in mekaar

NEST Stadslab Damme, een plek van kunst en erfgoed

Het Sint-Janshospitaal in Damme is al meer dan 750 jaar een gasthuis voor ouderen, zieken en reizigers. Na het vertrek van het woonzorgcentrum in 2013 nestelt zich nu onder de naam NEST Stadslab Damme een nieuwe cultuur-toeristische werking in de gebouwen en tuinen. De eeuwenoude traditie van gastvrijheid blijft zo behouden, want NEST Stadslab Damme wordt een warm en open rustpunt voor elke bezoeker en een broedplaats voor creatievelingen, gedragen door de monumentale geschiedenis.

Coördinator Mariebelle Deceuninck: ‘De nieuwe werking past in de visie van Stad en OCMW Damme voor de reconversie van vrijgekomen rusthuissite en haar omgeving. Het hospitaal, de bijgebouwen en de twee aanpalende tuinen krijgen onder de nieuwe naam NEST Stadslab Damme een vaste publieke bestemming als historisch waardevolle en cultureel boeiende bezienswaardigheid.’

EXit: Momenteel zijn er nog werkzaamheden bezig?

Mariebelle: ‘Om de werking van NEST Stadslab Damme te kunnen opstarten, krijgt het Sint-Janshospitaal onder begeleiding van architecten Koen Bovée en Jason Slabbynck een tijdelijke inrichting, zowel uit praktische noodzaak, maar ook om de aantrekkingskracht van dit monument voor het publiek nu al te vergroten. Zo zal het bijvoorbeeld voor het eerst mogelijk worden om een blik te werpen op de indrukwekkende zolder van het oude hospitaal.’

Lothar Casteleyn: ‘Damme profileert zich als een onthaaste stad. De vrijgekomen rusthuissite in het hart van Damme-centrum biedt hierin opportuniteiten. Het publiek leerde de site al kennen via het jaarlijkse kunstenfestival van Stichting IJsberg dat we graag verder blijven behouden. Maar daarnaast willen we ook de sfeer en de erfgoedwaarde van dit monument en zijn rijke collectie opnieuw een hoofdrol geven. Zo wordt NEST Stadslab Damme meer dan ooit een plek van kunst en erfgoed en dus van boeiende interacties tussen verleden, heden en toekomst. Soms averechts of schurend, maar altijd speels en verbindend. Want ook de heel jonge bezoeker wordt er niet vergeten.’

Tijdelijk Erfgoedlab met Brugge

Gastvrijheid maar ook troost is de rode draad in de hele voorbereiding van het eerste Erfgoedlab dat zal plaatsvinden van 31 juli tot en met 5 september 2021. Onder begeleiding van coördinator Mariebelle Deceuninck maakten diverse cultuurmedewerkers van Damme en Brugge een unieke selectie uit de rijke erfgoedcollectie van het Sint-Janshospitaal dat varieert van grafstenen tot gebruiksvoorwerpen, van devotionele objecten tot voogdenportretten. (LF)

_____

NEST, stadslab Damme en Erfgoedlab (Kerkstraat 33, Damme) op 30 juli. Erfgoedlab loopt tot tot 5 september,  10 – 17 uur (gesloten op maandag en dinsdag). Toegang is gratis toegang, www.nestdamme.be

Foto EDM

Stadsfestival MOODS! tovert binnenstad om tot intieme concertzaal

Door het verdomde C-virus moest het stadsfestival MOODS! vorig jaar zijn artiesten noodgedwongen in de wachtzaal parkeren. Kniezen geblazen voor de liefhebber van het betere concert in een feeërieke openluchtsetting. Gelukkig verschijnt het muziekfestival in 2021 wel aan de oppervlakte en hoe: er wordt kwistig met (zittende) concerten gegooid, want vanaf 1 augustus tot en met 19 augustus tellen we maar liefst negentien optredens die in coronaveilige omstandigheden worden georganiseerd op verschillende locaties in de Brugse binnenstad.

Het gaat om een gevarieerd programma waar de nadruk ligt op artiesten en groepen van Belgische en Nederlandse makelij, vaak onder de noemer ‘Vloedgolf’. Vloedgolf wil de muzikale grens tussen Nederland en België openbreken voor jonge artiesten, luidt het. Drie avonden komt fris talent aangewaaid van boven en onder de moerdijk: The Haunted Youth en Yuka op donderdag 5 augustus, Kids With Buns en Mia Porter op zondag 8 augustus en Froukje en Aili op zondag 15 augustus, telkens op het terrein van House of Time (aan de Komvest).

Ook Dans Dans en Mattias De Craene op dinsdag 3 augustus en High Hi en ILA op vrijdag 6 augustus spelen daar hun set.

De historische locatie van de Burg wordt dan weer de uitgelezen stek voor de toppers: Gabriel Rios op zondag 1 augustus, Trixie Whitley op donderdag 12 augustus en Novastar (Joost Zweegers samen met Mikey Rowe) op donderdag 19 augustus.

Geen MOODS! zonder het sfeervolle plein van Gruuthuse. Dit jaar goed voor drie avonden muzikaal plezier: Mooneye en Bluai op dinsdag 10 augustus, Naima Joris en Rosa Butsi op woensdag 11 augustus en STUFF. en Dijf Sanders op dinsdag 17 augustus. Wees er snel bij om uw ticket(s) te reserveren! (ADC)

____

www.moodsbrugge.be

Elke dag een propere onderbroek voor Harm

Als Harm (38) aan het dichten slaat, maakt hij het zichzelf niet gemakkelijk. Hij haalt zijn oldskool typemachine (met lint!) boven en bouwt letter per letter zijn puntige gedichten op. Vaak uren aan een stuk zit hij te schaven tot zijn literaire universum zijn eigen stempel draagt. Het resultaat is nu een lijvige bundel geworden met zeventig gedichten, afgewisseld met 25 Polaroid-reeksen van telkens drie beelden. Voor de titel ‘Een Propere Onderbroek’ speelde de Bruggeling leentjebuur bij wijlen Jean-Marie Berckmans.

‘De titel voor de bundel kwam er na het bekijken van een oud interview met schrijver Jean-Marie Berckmans. In dat interview – nog terug te vinden op YouTube – zegt hij dat hij terug bij zijn ouders introk omdat hij daar iedere dag een propere onderbroek krijgt. Wanneer de journalist lachend vraagt naar het belang van een propere onderbroek, antwoordt Berckmans laconiek en op bulderende toon: ‘Dat lijkt mij gezien de beschetenheid van mijn existentie nogal belangrijk!’. Ik wist dat ik daar iets mee moest doen’, zegt Harm die in het verleden al radio maakte, schilderijen tentoonstelde, improvisatietheater speelde en dj was, maar zich pas in 2017 verdiepte in de dichtkunst na het overlijden van zijn grootmoeder. ‘Zij was het laatste vaste ankerpunt in mijn leven. Dat heeft mij getekend. Op een avond wist ik met mijn verdriet geen blijf en heb ik mijn eerste gedicht geschreven. Het hielp mij, het had blijkbaar een therapeutische waarde.’

In 2018 verscheen zijn eerste dichtbundel ‘dood is punk’, goed voor een dertigtal gedichten met eigen tekeningen en foto’s. Zijn opvolger ‘Een Propere Onderbroek’ bevat zeventig gedichten met de typemachine geschreven die in de bundel worden onderbroken door 25 Polaroid-reeksen die telkens bestaan uit drie beelden. ‘Dat is mijn manier van werken’, zegt Harm. ‘Zowel de typemachine als de instantcamera hebben een onherroepelijk karakter. Eens je de toets hebt ingedrukt, komt het onuitwisbaar beeld. De foto’s moeten voor een rustpunt zorgen bij de lezer. Er zit vaak leed in mijn werk, maar het gaat ook over leuke dingen. De dagelijkse bekommernissen vormen een belangrijke inspiratiebron. Ik schrijf korte gedichten omdat ik me niet wil verliezen in het poëtisch omschrijven van zaken. Als een bloem een bloem is, dan is dat zo. Ik ga daar niet rond zeveren, ik kan en wil het niet. Ik heb graag duidelijkheid en dat valt bij de mensen in de smaak, ook bij degene die niet zo vertrouwd zijn met poëzie. Ik wil met mijn gedichten iedereen en alles kunnen raken, zelfs al heb je geen ‘’uitstaans’ met poëzie. Ik ben ervan overtuigd dat iedereen in mijn boek minstens één gedicht zal vinden die hem/haar zal treffen. ‘In eenvoud weet je ons te raken’, zei iemand me. Nog iemand anders vertelde me dat ze kon zien aan mijn gedichten dat ik veel naar muziek luister omdat er veel ritme in mijn woorden zit. Mooie complimenten’, aldus Harm die zijn eigen stem en taal in de dichtkunst lijkt gevonden te hebben en in de toekomst verder de toetsen op zijn typemachine zal geselen. Als hij in de kringwinkel tenminste genoeg linten blijft vinden… (ADC)

____

‘Een propere onderbroek’ is in eigen beheer uitgebracht en is te koop bij boekhandel De Reyghere (Markt, Brugge) en bij Corman (Oostende)

%d bloggers liken dit: