Exit Magazine

Maandelijks Brugs Cultuurblad

Gezelle en de gazette

 

Ja, Gezelle is alive and kicking. De jaarlijkse studiedag van het Guido Gezellegenootschap lokte veel belangstellenden. Gezelle en de muziek was de invalshoek, met onder andere een gewaardeerde uiteenzetting van David Vergauwen over Joseph Ryelandt en Gezelle. Over Ryelandt horen we in het voorjaar meer, want dan staat een grootse viering van deze Brugse componist op het programma. En nu verschijnt nog een Gezelle-boek: Gezelles Gazette, met als leuke ondertitel: de strijd tussen blauw en zwart. Het zwart is de kleur van de priestertoog, het blauw staat hier voor de ‘liberalen’, Gezelles opponenten, door hem steevast ‘ribberollen’ genoemd.

Het genie

Na Gezelles overlijden, nu precies 120 jaar geleden, begon algauw de heiligverklaring en de cultus van het genie de kop op te steken. Gezelle en de bloempjes en de bijtjes, de priester, de zoetgevooisde dichter, de publicatiedrift tierde welig.

Maar er zijn meerdere Gezelles, zo bijvoorbeeld de taalgeleerde, de woordverzamelaar, en ook: de journalist, de polemist. Dit facet kwam in de Gezellestudie al meerdere keren aan bod, maar bij het grote publiek is dit weinig gekend. Deze lacune wordt nu opgevuld door Dirk Van Tieghem.

 

Gezelles Gazette

De auteur maakte een grondige studie van ’t Jaer 30. Dit weekblad, voor het grootste deel volgeschreven door Gezelle, verscheen van 1863 tot 1870. Vanaf 1857 werd de katholieke kerk geconfronteerd met een antiklerikaal liberalisme en een actieve vrijmetselarij. De invloedrijke paus Pius IX(1846-1878) leverde een titanenstrijd voor het behoud van de oude privilegies. De encycliek Quanta Cura en de bijgevoegde Syllabus Errorum waren een oorlogsverklaring aan de moderne wereld. Die katholieken die deze visie ondersteunden werden ultramontanen genoemd, zoals de bisschoppen Malou (1848-1864)en Faict (1864-1894), die Gezelle voor hun kar spanden om de liberalen lik op stuk te geven. Veel overtuigingskracht hadden ze wellicht niet nodig, en zo werd Gezelle een ‘gedirigeerd’ journalist, een kruisridder tegen het goddeloze liberalisme, die de ‘penne als een goedendag’ hanteerde.

De Westvlaming

Zo heette de krant van de liberalen, die ze oprichtten in aanloop van de verkiezingen van 12 januari 1864. Het episcopaat stelde daar Kiesgazetje voor het arrondissement Brugge tegenover, dat achtentwintig maal verscheen, van mei 1863 tot augustus 1864. Gezelle was een van de opstellers.

Aangemoedigd door zijn superieuren, bouwt Gezelle ’t Kiesgazetje uit tot een geregeld weekblad: ’t Jaer 30 met als ondertitel Politike wegwyzer voor treffelyke lieden. De titel beroept zich op de grondwet van 1830, maar verzet zich fel tegen de consequenties van de ingebouwde grondwettelijke vrijheden. We zijn dan wel uit de handen van Jantje Kaes weten te ontsnappen, maar we dreigen in de klauwen van Pietje Pek te raken, is de visie van de hoofdredacteur. In 1830 heerste eendracht en samenhorigheid, nu gaat het ‘hoe langer hoe beter met de averechtse’ . Gezelle belooft een zachte aanpak, wel af en toe een ‘blygeestig kleed onder een spotzieke kappe monkelend’, maar van die goede bedoelingen komt weinig in huis. Een week later is er de gepikeerde reactie van de Westvlaming: ‘Er is een schimpschriftje verschenen van bisschoppelijke desem (…), een samenhangsel van schijnheilige leugens en laster.’ De toon is gezet, en de rust zal nooit weerkeren, integendeel.

 ’t Jaer 30

Het weekblad verschijnt elke zaterdag, van 1863 tot 1870, in een oplage van 1.000 exemplaren in de begintijd, tot 2.150 in het laatste jaar. Iedere zondagmorgen kregen haast alle West-Vlaamse steden en dorpen een of meerdere exemplaren. Maar de doorsneelezer van het blad was een ‘hoorlezer’, want in 1866 waren er tot 53% analfabeten: het blad werd voorgelezen in herbergen, familiekring, en in vergaderingen van verenigingen. Zo werd een kring van bij de 40 à 50.000 mensen bereikt.

Gezelle zag het katholieke Vlaanderen bedreigd door de erg veranderende wereld, door een ‘Umwertung aller Werte’, en die oude orde wilde hij in stand houden. Hij wilde een restauratie bewerkstelligen van de godsdienstbeleving zoals die tot aan de Franse Revolutie in Vlaanderen had bestaan. Hij koesterde de droom van de ideale middeleeuwse samenleving, zoals hij die zag herleven in de neogotische beweging.

Boyaval

Vandaar dat Gezelle, en velen met hem, de neoclassicistische architectuur afwees, immers een kind van de Verlichting. De nieuwe Stadschouwburg met de renaisssancegevel werd dan ook bestreden als een uiting van het antireligieuze wereldse denken. Meer bijval genoot de restauratie van de H.Bloedkapel op de Burg.

Alle initiatieven uitgaande van het liberale Brugse stadsbestuur werden bestempeld als werk van het kwaad. Burgemeester Boyaval was de schietschijf, de ‘oppergaai’, en de compromisloze Gezelle scherpte zijn pen. Brugge kende 22 jaar liberaal bestuur. ‘Ze zitten aan het scheuteltje’, schreef Gezelle. Zijn houding was in wezen regressief, hij voerde een niet te winnen anachronistische strijd. Zo is ook het gebruik van de West-Vlaamse volkstaal te begrijpen: zo kon hij zijn teksten haarfijn afstellen op de gemeenschap die hij wou bereiken. Dirk van Tieghem breekt hier wel een lans voor een herwaardering voor Boyaval, die een palmares kan voorleggen die het aanschijn van het Brugge van die tijd grondig veranderde. Het beeld van ‘Bruges-la morte’ klopt niet : de schouwburg, het station en West-Brugge, de verbreding van straten en moderniseringen, het zijn vele realisaties van Boyaval en zijn ploeg.

Boek

Voor wie is dit boek bestemd ? De Gezellianen hoeven niet te worden overtuigd, maar zoals professor Johan Van Iseghem bij de voorstelling beklemtoonde: al wie interesse heeft voor de sociale geschiedenis van het Brugge van die tijd, zal er zijn gading in vinden. En er mag ook gelachen worden: de humoristische teksten van Gezelle toveren nu nog een lach, een glimlach of een ‘monkellach’ op de lippen. Hier spreekt de taalvirtuoos, de scherpe observator van mens en dier, van hemel en aarde.

Het tweede deel van het boek geeft een systematisch overzicht van alle ’t Jaer 30 – nummers.

Een must-read dus. En zeg nu zelf: wie niet weet wat er zich voor zijn of haar geboorte afspeelde, is gedoemd eeuwig kind te blijven. (ROBRECHT FOSSAERT)

Gezelles Gazette, de strijd tussen blauw en zwart, Uitgaven West-Vlaamse Gidsenkring (UWG), 450 blz., € 39,50

Comments are closed.

<span>%d</span> bloggers liken dit: