Exit Magazine

Maandelijks Brugs Cultuurblad

Maandelijks archief: september 2019

Jeugdauteur Brigitte Minne start poppentheater

(foto EDM)

‘Elke keer voel ik mij Alice in Wonderland’

Het poppentheater is in Brugge terug van weggeweest. Op de zolder van Brasserie Uilenspiegel in de Langestraat wordt sinds kort  met poppen gespeeld, in Dudzele is er een vestzak-theatertje en de Brugse jeugdauteur Brigitte Minne start nu ook met een poppentheater in de Moerstraat. Wat is er gaande?

 

EXit: Een poppen- en verteltheater ten huize Minne in de Moerstraat, waarom?

Brigitte Minne: ‘ Ik heb zelf heel veel mooie momenten in poppentheaters beleefd, zowel in het volkse Marionettentettentheater in Aalter, bij Toone in Brussel, bij Pierke in Gent en talloos veel andere plaatsen in het buitenland. Voor mij is dat pure magie. Elke keer voel ik mij Alice in Wonderland. Ik hou van verhalen, vertel ze graag, zowel met woorden als beelden. De magie van poppenspel delen, maakt me blij.’

EXit: Is die poppenverslaving een nasleep uit de kinderjaren?

Brigitte: Poppen zijn een rode draad in mijn leven. Als kleuter was ik diep ontgoocheld dat ik in de poppenhoek moest om daar eindeloos poppen aan- en uit te kleden omdat ik een meisje was. Gelukkig speelde zuster Denise op vrijdagnamiddag poppenkast. Dat maakte veel goed. Ik was helemaal verkocht als de gordijnen open schoven. Dat zullen mijn ouders geweten hebben. Toen ik vijf was, bracht Sinterklaas wel een heel inspirerend geschenk. Zo leerde ik miniatuurwereldjes creëren en bouwen. Tussen het schrijven in maak ik al jaren poppenhuizen, mini-winkeltjes, een berenhuis, een boerderij met dieren die de grootte van een vingernagel hebben…Van al dat pietepeuterig knutselen word ik helemaal zen.

EXit: Verhalen en poppen, wie doet wat?

Brigitte: ‘Het zijn verhalen die uit mijn pen vloeien. Een poppenspel voor oud en jong met poppen en decors die vrienden-kunstenaars met mij bedenken en maken. De poppen voor de eerste voorstelling zijn gebaseerd op grafisch werk van illustrator An Candaele. Kunstenares Naomi Kerkhove die indrukwekkende installaties met textiel maakt, toverde ze om in zwart-wit personages en ontwierp de Brugse beer, enkele zwanen en een paard dat op de markt televisie kijkt. Naomi tekende ook voor enkele attributen onder andere een prachtige carrousel. Erik Wille, creatieve duizendpoot, bezorgde de poppen een mechanisme zodat ze gemakkelijk hanteerbaar zijn, een passend decor en deed de regie. Stadsbeiaardier Wim Berteloot zorgde voor muziek, Bernard Dewulf zorgde voor geluid en klank en Steven Vandenbosch toverde met licht.’

EXit: U beschikt over een authentieke collectie poppen. Hoe is die verzameling tot stand gekomen? 

Brigitte: ‘Mijn vader Jacko kreeg van zijn peter, Germain Sys, Beeusaert handpoppen in papier maché. Jacko had zijn eigen theater op zolder aan de Damse Vaart. Alle kinderen moesten betalen om naar zijn voorstelling te komen.’

‘Toen ik vijf was, timmerde mijn moeder stiekem in de kelder een poppenkast. Naast mijn schoen vond ik op 6 december niet alleen de poppenkast, maar tot mijn eigen verbazing ook de grote blikken doos met oude handpoppen van mijn vader: Boerke Naas, de rechter, de duivel, een cowgirl, de Gelaarsde Kat, Roodkapje en haar grootmoeder. Jaren later breidde de verzameling uit door rommelmarkten af te schuimen, op internet te zoeken en dankzij vondsten en cadeaus. Vrienden schonken mij een doos met poppen bij de opening van het theatertje.’

EXit:  Behalve het poppentheater hebt u onlangs een kunstgalerij(tje) geopend in de (smalle) Stoofstraat.

Brigitte: ‘Galerie Magiek is evengoed gegroeid uit de magie van verhalen. Galerie Magiek geeft in de Stoofstraat Vlaamse illustratoren, kunstenaars en designers een plek om hun werk te tonen en te verkopen. De Bruggeling moet het nog ontdekken. Er zijn nog enkele kastjes vrij voor mooie zaken van mensen met gouden handen. Wie zich geroepen voelt…’ (LF)

____Speelkalender Poppentheater: http://www.galerie-magiek.be,

Open op vrijdag en zaterdag van 11 tot 17.30 uur, zondag van 12 tot 17 uur

 

 

Jazz in september, maar geen September Jazz

(foto Alexander Popelier)

U bent vergeefs op zoek naar de juiste datum voor September Jazz op een zaterdag ergens halfweg de maand ? U hoeft niet verder te zoeken: na 22 edities heeft men de deur van dit jaarlijkse evenement geruisloos dicht getrokken. Het concept van de bezielers – voormalig schepen Yves Roose en programmator Willy Schuyten – combineerde een laagdrempelige ontmoetingsplaats in een volkse fin-de-saison sfeer met een festivalpodium waar nooit aan kwaliteit werd ingeboet. Dat September Jazz afgevoerd werd mag zonder meer een jammere zaak genoemd worden. Wie zich aan live jazz tegoed wil doen, komt in september evenwel aan zijn trekken… Een overzicht.

 

*** Als u zich niet per definitie laat afschrikken – dat zou overigens ten onrechte zijn – door de minder toegankelijke stempels als daar zijn ‘free jazz’, ‘experimentele muziek’ of ‘avant garde’, dan kan u op zondag 22 september terecht in Parazzar in de Torhoutsesteenweg. Saxofonist Trevor Watts wordt op keyboard en piano begeleid door Veryan Weston (69). Beide Britten steken hiervoor het kanaal over vlak na een tweedaagse doortocht in café Oto in Londen waar de 80e verjaardag van Watts gevierd wordt. Voor wie zou twijfelen aan de kwaliteit die in Parazzar regelmatig te vinden is : in de afgelopen jaren waren al niet minder dan vier topmuzikanten te gast die op de recente en sublieme ‘John Zorn bagatelles’-dag op Jazz Gent (9 juli jongstleden) in verschillende bezettingen te zien waren. Drie van hen deelden in mei jongstleden in Brugge zelfs nog samen het podium als trio in Parazzar : Sylvie Courvoisier, Kenny Wollesen en Drew Gress.  Namen om ‘U’ tegen te zeggen.

*** Wie de website van drummer Stéphane Galland opzoekt, vindt er volgende Albert Einstein-quote : ‘There are two ways to live: you can live as if nothing is a miracle; you can live as if everything is a miracle’.  Daar mag elke ochtend bij het opstaan even over nagedacht worden. Galland zal voor de meesten wel nog steeds voornamelijk geassocieerd worden met het in 1992 opgerichte powertrio Aka Moon (met naast Galland saxofinist Fabrizio Cassol en Michel Hatzigeorgiou (bas)). Zijn weelderige haardos uit de jeugdjaren is hij al een tijdje kwijt, zijn virtuoze drumtechniek heeft er niet bij ingeboet.  Op vrijdag 27 september kan u in De Werf in een organisatie van KAAP Stéphane Galland & (The Mystery of) KEM gaan zien. Samen met Sylvain Debaisieux (tenorsax), Bram De Looze (piano) en Federico Stocchi (contrabas) vertolkt hij er zijn recentste cd die in het najaar van 2018 het levenslicht zag. Verwacht u aan veel ritmiek waarbij accenten uit de wereldmuziek prominent aanwezig zijn.

*** Mocht u op zondag 22 september een herfstuitstap naar Oostende plannen, weet dan dat u op de Zeedijk in Vrijstaat O om 17 uur het Jacob Bro Trio aan het werk kan zien. Op het KAAP-programma: verfijning en oorstrelende subtiliteit in een onthaastende sfeer, geheel conform de lijn van het ECM-label waarop dit trio in 2017 een in New York opgenomen live-cd uitbracht. Het trio bestaat naast Bro (gitaar) uit niemand minder dan Joey Baron (drums) en Thomas Morgan (contrabas).  Het trio was in november 2018 ook al eens te beleven in de kamermuziekzaal van het Concertgebouw als onderdeel van het Jazz Brugge 2018-festival.

*** Naast Parazzar is 27b Flat ook zo’n fijne horecaplaats waar concerten gepland worden vanuit privé-initiatief.  27b Flat mag begin dit jaar dan al verhuisd zijn van de Katelijnestraat naar de Sint-Jakobsstraat, de ziel van de zaak is ongeschonden behouden. Uitbater Jan Dedeyne heeft er het hele jaar door zowat wekelijks muzikanten te gast. In het najaar timmert hij verder aan de weg met op zaterdag 6 september het Alejandro Vargas Trio. Componist Vargas (piano) – geboren in Cuba – leeft vandaag in Santiago de Compostella, waar hij muziekles geeft. In 27b Flat wordt hij begeleid door Gaëtan Casteels op contrabas. Casteels studeerde bij Jean-Louis Rassinfosse aan het Koninklijk Conservatorium in Brussel. Stephen Scharmin neemt de drums voor zijn rekening. (RUDI VANMARCKE)

 

Schrauwen portretteert zielige zuipschuit in stripverhaal

 

Een van de interessantste striptekenaars van het moment is een Bruggeling die meer dan een decennium geleden naar Berlijn is uitgeweken. Olivier Schrauwen (°1977) is zijn naam en hij bracht onlangs met ‘Portret van een zuipschuit’ een nieuw ‘piratenboek’ uit. Het scenario kroop uit de pennen van twee Fransmannen. Florent Ruppert zorgde voor de dialogen en de verhaallijn en Jérôme Mulot bedacht de decors. Schrauwen stond in voor de fascinerende en soms bizarre tekeningen. Ook het decor van Brugge, zijn geboortestad, krijgt een klein rolletje toebedeeld.

Verwacht in het boek ‘Portret van een zuipschuit’ (Vrije Vlucht-collectie van Dupuis) geen figuur als Piet Piraat, Kapitein Haddock of Jack Sparrow van Pirates of the Carribean. Neen, het hoofdpersonage Guy is een zielige, pathetische dronken lapzwans waar je geen greintje sympathie kunt voor veinzen en die over geen enkel normbesef lijkt te beschikken. Het verhaal situeert zich halfweg de jaren 1800 en vangt aan in de historische binnenstad van Brugge. Dronkaard Guy maakt zich van ’s morgensvroeg al op voor een zuipfestijn van jewelste: met zijn gebral valt hij stadsgenoten lastig, plast hij in de kroeg andere stamgasten onder en vermoordt hij tenslotte een edelman. Wat daarna volgt, is een delirium aan ruwe toestanden, zeg maar helse anekdotische taferelen, op volle zee en aan wal, die zowel absurd als bevreemdend overkomen. Dat heeft vooral ook te maken met de aparte tekenstijl die Schrauwen voor dit boek hanteert. Soms krijg je mooie kleurplaten te zien, maar vaak ook ‘onafgewerkte’ of ruwe tekeningen die je als lezer zelf moet proberen in te vullen. Dat levert samen een fascinerend geheel op en het laat je op het einde van het boek achter met een apart gevoel. Het is niet zomaar een stripverhaal dat je na het lezen achteloos op de stapel gooit. De taferelen kruipen in je hoofd, net als een paar stevige liters gerstenat dat doen.

Uitdaging

‘De persoonlijkheid van Guy is volledig vervangen door het cliché van de dronkaard. Hij is een klootzak van begin tot eind, zonder dat we zijn gedrag op een of andere manier vergoelijken. Tegelijk hebben we de meeste nevenpersonages bewust vaag gehouden, waardoor je wordt verplicht om mee te gaan in Guys verschrikkelijke avonturen. Een uitdaging voor onszelf en de lezer’, zegt Olivier Schrauwen in Knack Focus. ‘De structuur is gebaseerd op de gemiddelde dag van een dronkaard. Guy staat op met een kater, begint te drinken om zich beter te voelen, gaat feesten en ontspoort volledig. We hebben veel inspiratie opgedaan in filmpjes van zatlappen op YouTube. Dronkenschap heeft iets kluchtigs, maar kan heel snel overslaan in verschrikkelijke drama.’ (ADC)

_______http://www.dupuis.com

 

Iedereen welkom op openingsfeest 150 jaar Koninklijke Stadsschouwburg Brugge

Cultuurcentrum Brugge beleeft, samen met heel wat partners, in het cultuurseizoen 2019 – 2020 een feestjaar van jewelste. Met de 150ste verjaardag van de Brugse Koninklijke Stadsschouwburg belooft het cultuurhuis een pak boeiende en unieke projecten en culturele voorstellingen in de Stadsschouwburg en ver daarbuiten. Om het feestjaar met een knaller te starten, nodigt Cultuurcentrum Brugge op zaterdag 28 september alle Bruggelingen en cultuurliefhebbers uit om het glas te heffen op de verjaardag van deze ‘schone dame’. De openingsreceptie belooft alvast iets unieks te worden. Cultuurcentrum Brugge dompelt die middag het publiek onder in de tijdsgeest van 1869, het geboortejaar van de Stadsschouwburg. Tal van figuranten trekken 19deeeuwse kledij aan en zullen op het plein en de straten rondom flaneren. Randanimatie en muzikale ‘opluisteringen’ zullen de passanten even doen wegdromen naar het geboortejaar van de Brugse Stadsschouwburg. Praktisch Iedereen is welkom op zaterdag 28 september om 15.30 uur op het voorplein van de Koninklijke Stadsschouwburg om samen het feestjaar te starten. Het volledige programma van het feestgebeuren ‘150 jaar Koninklijke Stadsschouwburg Brugge’ staat op http://www.150jaarstadsschouwburg.be.

Het verlaten graf van Mohamed en Ibrahim

Van Koelies en Sepoys in de Westhoek ’14-‘18

 Met ‘De vergeten soldaten van de Eerste Wereldoorlog’ heeft de Brugse historicus Dominiek Dendooven een huzarenstukje afgeleverd dat, meer dan 100 jaar na datum, eindelijk recht doet aan de verdiensten van tienduizenden Chinese en Indiase soldaten uit WO I.  Ze vochten hier mee in een bittere oorlog zonder einde en kregen daarvoor zowel tijdens als na de oorlog ‘stank voor dank’. Bovendien hadden ze af te rekenen met een verholen racisme. De pastoor van Dikkebus noteerde waarschuwend: ‘Ze kijken bijzonder gaarne door de vensters van de huizen’.  Deze studie komt daarmee geen dag te vroeg, want zoals auteur Cyriel Buysse het toen al verwoordde: ‘Wie zal er ooit knielen naast het verlaten graf van Mohamed of Ibrahim in Vlaamse grond? ’  

 EXit: Wat drijft een Brugse historicus in de armen van Wereldoorlog I ?

Dominiek Dendooven: ‘Het zal wellicht vreemd klinken, maar aanvankelijk had ik helemaal geen belangstelling voor WO I. Mijn vakgebied was de 18de eeuw. Dat veranderde toen ik mijn toenmalige vriendin, afkomstig uit Ieper, leerde kennen. De kennismaking met deze stad verraste me. Ik zag vooral veel gelijkenis tussen beide steden, ondanks de verschillende schaal. In beide steden, het ouderlijk huis staat in de Goezeputstraat, woonde (en woon) ik in het historische centrum, wat een zegen betekent voor een historicus, want beide steden behoren tot de meest historische sites van de provincie. Veel van waarmee ik vandaag bezig ben is te verklaren vanuit mijn Brugse roots en het leven in een historisch centrum. Waar ik opgroeide als kind, tussen Station en Markt, passeerde de hele wereld voor onze deur. ‘

EXit: U bent wetenschappelijk medewerker van het ‘In Flanders Fields Museum’. Jullie kijken streng toe op de goede smaak.

Dominiek: ‘Brugge is natuurlijk een fantastische stad, maar het toerisme in Ieper is van een heel andere orde dat het beleid soms moeilijk maakt. Wij moeten streng toezien dat de goede (historische) smaak niet wordt belaagd. Een restaurant met de naam Ieperiet (LF. mosterdgas) of een slager met In Flandern Fields paté, daar houden wij niet van, hoe goed bedoeld ook. Wij hebben hier immers te maken met een heel divers toerisme. Veel familieleden komen hier op bezoek naar het graf van hun voorouders. Wij ontvangen zowel de pure toerist, naast de piëteitsvolle bezoeker.’

EXit: De voorbije vijf jaar was Wereldoorlog I een absolute tophit. Is alles nu gezegd, herdacht en onderzocht?

Dominiek: ‘Nee, verre van zelfs, maar alles wat het strikt militaire aangaat, de veldslagen en dergelijke, is bijna afgerond. Maar hoe meer je je verwijdert van het front, hoe beperkter de kennis. Als iemand informatie opzoekt over een overgrootvader die bij de artillerie vocht, ongeacht de nationaliteit, ligt dat meteen een pak moeilijker. Over het Chinese aandeel in WO I bijvoorbeeld bestond er 15 jaar geleden slechts één boek en één artikel, gepubliceerd door een Engelsman in eigen beheer. Er streden nochtans 140.000 Chinezen mee in de strijd.’

EXit: Daar is een uitleg voor.

Dominiek: ‘Zeer zeker. Het waren, in de denktrant van toen, maar ingehuurde arbeiders. Ze kregen bovendien geen enkele rol van betekenis toebedeeld. Racisme speelde ook een rol, hoewel er ook andere stemmen waren. Er waren evenveel Chinezen in Britse dienst als er Nieuw-Zeelanders waren, maar in de officiële herdenkingen werden hun namen niet genoemd. Die westerse houding leidde tot veel frustraties  bij deze Aziatische soldaten. De naoorlogse herdenkingen waren dan ook heel ‘nationaal’ gekleurd, want oorlog heeft veel te maken met identiteit. Ik moet er toch aan toevoegen dat Vlaanderen zich wel goed heeft ingezet om een breder beeld te schetsen.’

EXit: Waar vond je de nodige informatie over deze ‘vergeten soldaten’?

Dominiek: ‘ Een moeilijke zaak, want de taalbarrière is immens. Veel van deze Chinese of Indische strijders waren analfabeten die geen bronnen nalieten. Je moest de informatie echt gaan ‘schrapen’. Er waren natuurlijk de officiële brieven, maar die waren meestal ‘gedicteerd’. Toch zijn wij goed op de hoogte van de Indische wapenfeiten omdat de censuurcommissie heel wat verslagen bijhield en vertaalde naar het Engels. Veel van die brieven werden later ‘voorgelezen’ in de dorpen, en dat zorgde voor nog een extra-filter.’

‘Omdat ik zelf geen Chinees of Indisch ken, kreeg ik veel steun van Bruggeling Philip Vanhaelemeersch, de directeur van Brugse Conficius-instituut die wel Chinees begrijpt. We zijn samen naar China geweest.’

 EXit: Je vraagt je, na lectuur van dit lijvig boek, af waarom ze überhaupt hier kwamen mee vechten. Ze hadden er amper iets mee te winnen.

Dominiek: ‘Heel eenvoudig: de Chinezen kwamen voor het geld, maar die houding evolueerde naarmate ze hier waren. Bij de Indiërs lag het dubbel: het geld, jazeker, maar een groot aantal was ook beroepssoldaat. De Indische soldaten waren overigens de uitzondering op de regel dat alleen de blanke soldaat mocht vechten. De Britten beschikten immers over te weinig mankracht. Toch werden ook die huursoldaten slachtoffer van een racistische instelling. Een Engelse soldaat was in die optiek meer waard dan een Indische korporaal. ‘

‘Ook na de oorlog werden ze niet beloond. Hun hoop of politieke onafhankelijkheid werd snel de bodem ingeslagen, wat dan weer leidde tot radicalisering. Je kunt het enigszins vergelijken met de Vlaamse houding en strijd voor onafhankelijkheid die na de oorlog radicaliseerde. Desondanks vormt het verhaal van de Chinezen en de Indiërs het beginpunt van de strijd om dekolonisering.’ (LF)

Dominiek Dendooven, ‘De vergeten soldaten van de Eerste Wereldoorlog’, Epo, 317 blz, 24,90 euro

 

Concert van Ronny Mosuse & vrienden

 

Een opmerkelijke muzikale gast op Uitwijken op zaterdag 7, 21 en 28 september in Sint-Andries, Sint-Kruis en Assebroek is Ronny Mosuse. Hij begon zijn muzikale reis in 1988 samen met broer Robert in de groep ‘The B-Tunes’. Bart Peeters nam de broertjes Mosuse onder zijn vleugels en samen bouwden ze als ‘The Radios’ een mooi muzikaal parcours uit. Aan de zijde van Hugo Matthysens CpEX neemt hij onder het alter ego Sylvain Aertbeliën de baspartijen voor zijn rekening. Ook solo bracht Ronny al een handvol cd’s uit, ‘Altijd oktober’, ‘Allemaal Anders’ en ‘Halfweg’ om er maar enkele te noemen. Op de Uitwijken Septembertoer vult hij drie concertavonden in. ‘Ik ben vooreerst vereerd om de muzikale invulling te mogen verzorgen. Ik kleur heel graag buiten de lijntjes. Ik denk dan ook dat ik ga voor nieuwe muzikale ontmoetingen. Hoogstwaarschijnlijk zal mijn compagnon de route en beste vriend Aram Van Ballaert wel steeds van de partij zijn. Het zal alleszins zomers en intiem zijn. In dat kader kleur ik de muziekjes. De rest is een verrassing, ook voor mij’, vertelt Ronny. Of hij straks een muzikale link met Brugge in zijn set zal steken? ‘Daar moet ik nog eens stevig over nadenken. Mijn meest muzikale link met Brugge was namelijk een optreden dat we in een ver verleden deden in de vrouwengevangenis van Brugge. Dat was uiteraard een onvergetelijke ervaring, maar ik weet niet of ik die herinnering muzikaal kan oproepen…’ (ADC)

‘House of Time schrijft open boek

 

Een bende jonge gasten die hun intrek hebben genomen op de gronden van site DuPont, beter bekend als de Oude Gistfabriek. Zo denkt menige passant over House of Time, een van de projecten van Triënnale Brugge 2018 die nu een vervolgverhaal krijgt. Vandaag geven de initiatiefnemers, de jongeren en hun begeleiders open boek: wie zijn ze, wat doen ze, wat willen ze. Een mooi verhaal.

 EXit: Vraag aan de auteurs: wat is House of Time nu precies?

Shendy Gardin: ‘House of Time is een vrijplaats die een tweede thuis wil zijn voor de lokale jeugd. Een plek waar ze kunnen verblijven, ontwerpen en bouwen. We baseerden ons niet op bestaande formules, zoals bijvoorbeeld van een jeugdhuis, dus het was een groot experiment. De participanten moesten zelf hun aanpak bepalen en betekenis aan het project toekennen.’

EXit: Jullie beschrijven in het boek ‘drie cruciale momenten’ in de werking.

Shendy: ‘Het eerste cruciale moment voor ons was de start van het project: de zoektocht naar en het bepalen van een locatie. Toen volgde de opening van Triënnale Brugge in mei 2018, wanneer de site voor het eerst werd opengesteld en bezoekers in grote getallen de grasvlakte betraden. Het derde moment was de daaropvolgende winter, toen House of Time in een winterslaap verviel. Nu zijn we een (voorlopig) laatste fase ingegaan met een nieuw team van ‘huisbewaarders’ dat het project voortzet.’

EXit: In welke zin was de opening van Triënnale Brugge bepalend voor het project?

ShendyWe herinneren ons dat moment als de dag van gisteren. De burgemeester kwam langs en enkele van de jongeren leidden hem trots rond op de site. Veel bezoekers volgden hem. De jongeren die het voor de opening gewoon waren om elkaar te ontmoeten in ‘hun’ plek, kwamen nu in een geheel andere positie terecht. Plots waren ze ook deel van een tentoonstelling, waar ze als host en gids fungeerden en bezoekers meenamen in het verhaal van House of Time. Dat gaf een nieuwe wending aan het project. Terwijl het ook een toevluchtsoord en werkplek bleef waar ze konden rondhangen en ontspannen.’

EXit: Jullie proberen ‘kwetsbare jongeren’ te bereiken en een plek te geven in het House of Time-verhaal. Geen eenvoudige opdracht.

ShendyDagelijks zet een netwerk van organisaties en individuen zich in om Brugse kwetsbare jongeren te ondersteunen, hen bij te staan in hun noden en hen een ontmoetingsplek te bieden waar ze weg van huis tot rust kunnen komen. We wilden dat House of Time een aanvulling hierop werd, een extra jongerenplek die op de een of andere manier bijdraagt aan het sociale landschap van de stad. Een plek waar jongeren kunnen experimenteren, nadenken over wat ze willen doen en het ook uitvoeren. Waar andere plekken voornamelijk zijn gericht op het vrijetijdsaanbod, heeft House of Time één grote troef: een uitgeruste werkplek en keuken die de jongeren de mogelijkheid geeft om zelf aan de slag te gaan.’

EXit: Jullie hebben in elk geval een vergeten uithoek in de kijker gezet.

Shendy: ‘De Pakhuizensite (terrein Oude Gistfabriek), waar House of Time uiteindelijk is gevestigd, heeft nochtans veel troeven. Er is een grote groene open ruimte die als filter tussen de site en de stad fungeert. In twee richtingen heb je zicht op de pittoreske reien en de Brugse ring. Kenmerkend voor de plek is ook het bestaande lange Pakhuisgebouw waarin we uiteindelijk een fantastische werkplek hebben ingericht. De façade doet dienst als buffer tussen de oude opslagruimtes en de nog steeds werkende fabriek en ommuurt ook een leegstaande WO II-bunker die smeekte om ingenomen te worden. En te midden van dit alles staat er in het groen een oude gigantische watertank die als oriëntatiepunt boven alles uitsteekt.’

Wat herinneren de mensen zich van een bezoek aan House of Time?

Shendy: ‘Wij denken: de verschillende vormen van samenzijn die mogelijk gemaakt worden door deze unieke plaats en door de mensen die het ‘bewonen’. Het is een plaats van uitwisseling, debat, verliezen en ontdekken. Een plaats vol nog te realiseren dromen. Een plaats vol leven.’ (LF)

 

http://www.triennale.be

 

%d bloggers liken dit: