Exit Magazine

Maandelijks Brugs Cultuurblad

Geen spektakelarchitectuur

 

Wordt het niet stilaan tijd voor een nieuwe versie van het boek Nieuwe architectuur in Brugge van Marc Dubois uit 2002? Zijn verhaal legde toen nog eens de pijnpunten bloot van foute (integratie)architectuur in de binnenstad, zoals geïllustreerd met het winkelcentrum Zilverpand en het woonproject Pandreitje, maar toonde anderzijds veel appreciatie voor de nieuwe bouwprojecten die een keerpunt betekenden in de bouwcultuur in deze stad.

 

De gemiddelde Bruggeling staat er misschien niet bij stil, maar het stadsbeeld intra muros is de voorbije twintig jaar grondig opgewaardeerd. De tijd dat historische monumenten (de Smedenkapel in de Smedenstraat)) of iconische gebouwen (de vroegere Gistfabriek, de Chicoreifabriek op het Minneboplein) werden gesloopt is definitief verleden tijd. In de plaats kwamen een aantal, meestal bescheiden, maar kwaliteitsvolle privé-realisaties tot stand. Zie Huis Patrick Hoet (Niklas Desparstraat), designwinkel Callebert (Wollestraat), restaurant De Refter (Molenmeers), het verbouwde Dominicanessenklooster (Vlamingdam), de stadswoning van Robbrecht & Daem (Muntplein), het verbouwde Jezuïetencollege (naast de Walburgakerk). Een lijstje dat bovendien zeer onvolledig is.

Het hoogtepunt kwam er met het cultuurjaar 2002. Robbrecht & Daem ontwierpen het Concertgebouw, door kenners geroemd als ‘een mijlpaal in de Belgische architectuur, een meesterwerk waarop Brugge en Vlaanderen trots mag zijn’. Te vaak vergeten in deze, maar zeker het vermelden waard, zijn de Magdalenazaal in Sint-Andries (ook buiten de stadspoorten wordt gebouwd) en de voetgangersbrug van Jurg Conzett (Coupure) dat inmiddels al aan grondige herstelling toe is. Eén architecturaal baken heeft het niet gehaald en zorgde jarenlang voor commotie in architectuurmiddens: het paviljoen van de Japanse architect Toyo Ito (‘een ode aan het licht’) dat nu keurig opgeborgen wacht op andere (?) tijden.

Het stadsbestuur voegt hier nu enkele bakens aan toe: het plein van 150 linden of ‘t Nieuw Zand en de nieuwe Beurshalle op het Beursplein. ‘t Nieuw Zand laat inmiddels al een aantal troeven zien, zoals het herstellen van de oude verbinding Boeveriestraat-Zuidzandstraat. Het Concertgebouw deelt ook mee in de vreugde, want het krijgt een volwaardig voorplein dat een ontmoetingsplek moet worden voor de diverse bezoekers.

Van de nieuwe Beurshalle onthouden we nu al dat het vooral ‘sober en functioneel’ moet worden en ten dienste staan ‘van buurt, wijk, bewoner en bezoeker’. ‘We kiezen niet voor spektakelarchitectuur’ weerklinkt de waarschuwing, maar met het dakterras op een hoogte van 31 meter is een nieuw zicht op het Brugse dakenspel verzekerd.

De oppositie loopt minder warm voor het ontwerp van de Portugees De Moura. ‘Weinig origineel’ vindt raadslid Ann Soete die ‘een kloon van het Concertgebouw’ ziet. Landuyt prijst dan weer ‘de onopvallendheid’ van het project’. Hij vindt het project ‘bijna een Bruggeling: geen stoefer’. (LF)

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: