Exit Magazine

Maandelijks Brugs Cultuurblad

William Kentridge in Sint-Janshospitaal

Foto Musea Brugge

 

Zowel het Groeningemuseum als het Sint-Janshospitaal pakken momenteel uit met twee heel uiteenlopende, maar allebei zeer boeiende, tentoonstellingen. Groeninge doet dat met Pieter Pourbus en enkele ‘vergeten meesters’ uit de zestiende eeuw, het Sint-Janshospitaal met het werk van William Kentridge (°1951), een Zuid-Afrikaan met adelbrieven in de hedendaagse kunst.

 Voor artistiek directeur Till-Holger Borchert en zijn team breken boeiende tijden aan. De Stad investeert zwaar in enkele heikele dossiers die de werking van de musea moeten opwaarderen.

Till-Holger Borchert: ‘Het gaat hier over drie grote infrastructuurprojecten waar heel veel komt bij kijken: de verbouwing van de Gruuthuse-site (met paviljoen), het kunstendepot in de Kleine Pathoekeweg en de invulling van de KTA-site. Deze drie puzzelstukken moeten wij bijeen brengen. Na jaren van nonchalance gaan we nu echt snel vooruit. Vooral de invulling van de KTA-site (LF. de voormalige Atheneum-site in de Oude Gentweg) wordt het grootste project in jaren.’

‘Over de concrete plannen kan ik nog niets kwijt, maar er komt in elk geval een grote tentoonstellingszaal. De ambities zijn groot. We willen daar tentoonstellingen organiseren waarvoor de Bruggeling nu naar Londen of Parijs gaat. Sommige tentoonstellingen zullen gelinkt zijn aan Brugge, andere helemaal niet.’

EXit: In afwachting verwacht u veel van de tentoonstelling van William Kentridge, een grote naam uit de hedendaagse kunst.

Borchert: ‘Ik heb Kentridge leren kennen in de late jaren 80 met een tentoonstelling in de toenmalige Bozar. Hij hanteerde toen al een zeer specifieke en eigen beeldtaal. Ik ben hem nadien blijven volgen met tentoonstellingen in New York, Wenen en andere plaatsen. Ik had al heel lang de ambitie om iets met hem te doen. Dankzij een aantal persoonlijke contacten zijn we er in geslaagd om hem naar Brugge te brengen.’

EXit: Hedendaagse kunst in een middeleeuwse ziekenzaal, een goede combinatie?

Borchert: ‘Waarom Kentridge in een middeleeuws decor? Omdat we nog geen tentoonstellingszaal hebben, maar dat is een grapje, natuurlijk. We kozen voor het Sint-Janshospitaal omdat de zaal een theatraal aspect heeft. De ruimtelijke indeling zorgt voor een bijzondere ervaring. We hadden ook een grote zaal nodig voor de video-projectie (‘May Sweety play the dance’) en de Diksmuidezolder van het Sint-Janshospitaal is daarvoor uitstekend geschikt. Deze film is wellicht dé blikvanger van de tentoonstelling. Het gaat over een hedendaagse interpretatie van de Dodendans uit de middeleeuwen. Wie gaat zien, zal niet snel vergeten. Ik heb de installatie al op verschillende locaties gezien en het blijft telkens heel speciaal.’

EXit: Waarom moeten de mensen komen kijken?

Borchert: ‘Kentridge is een kunstenaars-kunstenaar. Hij is iemand die op een zeer intelligente manier omgaat met de creatie en met de geschiedenis ervan die zowel speels als ontroerend is. Kentridge is een zeer interessante figuur. De tentoonstelling is een eer voor Brugge. Het is bovendien zijn eerste grote museale tentoonstelling in België.’

‘We voegen daar een boeiende publicatie aan toe die onder meer aantoont dat Kentridge sterk beïnvloed is door Marcel Broodthaers waarvan Brugge een flink deel van zijn werk in archief heeft. Samengevat: we zijn trots dat we erin geslaagd zijn om een kunstenaar van dit allure naar Brugge te brengen.’

____

De tentoonstelling William Kentridge, Smoke, Ashes, Fable loopt tot 25 februari 2018 in het Sint-Janshospitaal. De lezing vindt plaats op 17 oktober in het Concertgebouw.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: