Exit Magazine

Maandelijks Brugs Cultuurblad

Maandelijks archief: september 2017

Nieuwe muzikale broedplaats in Brugge

Dirk Defauw

 

‘We hebben alles in huis’, zegt Dirk Defauw, niet de Brugse schepen, wel de trotse eigenaar en drumbouwer van The Jamm, de nieuwe repetitieloods voor muziekgroepen. Nouja, loods is misschien niet de meest eerbiedige omschrijving voor de vier prachtige ruimtes in de Pathoekeweg 34C waarin bands in luxueuze omstandigheden kunnen repeteren.

Van je hobby je beroep maken, heet dat dan. Dirk Defauw timmerde en ontwierp meer dan een kwarteeuw lang kwalitatieve meubels op maat en drumde ook een tijdje bij de Tijuana Prison Band uit Tielt, goed voor een stevige portie rockabilly uit de jaren 50. Hij schoof die twee zaken aan de kant, maar nam die ervaring wel mee voor de uitbouw van zijn nieuwste projecten: The Jamm en Exclusive Drums.

The Jamm

The Jamm huisvest vier ruimtes die elke dag af te huren zijn door bands om te repeteren, telkens in blokken van vier uren. Daarbij zijn er twee grote studio’s waar er drumstellen (een elektrische en een akoestische) aanwezig zijn. Er is ook een soort ‘backoffice’ met Chesterfield-sofa’s (‘de rock ’n roll-zetels!’) en minibar waar de groepsleden eventjes kunnen bijtanken en brainstormen. ‘Alles is hier perfect geïsoleerd met de beste materialen’, zegt Dirk die heel wat eurobriefjes in zijn project pompte. ‘De akoestiek is top, want ik heb alles laten uitmeten en uitrekenen door een ingenieur-akoestiek. Geen nattevingerwerk, dus. Het resultaat mag er zijn. Als je in The Jamm repeteert, hoef je nooit te vrezen dat je de buren zal storen. We hebben alles in huis: je kunt hier zelfs opnames maken. Drummers kunnen drumstel thuislaten, gitaristen hoeven enkel hun instrument en versterker mee te brengen. Er zijn lockers in de gang zodat we ze het wekelijkse sleurwerk kunnen besparen. Kostprijs van de repetitieruimtes? Per blok van vier uren bedraagt dit 90 euro voor de grote ruimtes en 50 euro voor de kleinere ruimtes waar er ook genoeg plaats is voor vijf of zelfs zes mensen.’

Exclusive Drums, handmade in Brugge

Op de benedenverdieping van The Jamm tref je ook een kleine shop aan waar Defauw zelfgemaakte drums verkoopt onder de naam Exclusive Drums, daarbij geholpen door zijn verleden als interieurbouwer en meubelmaker. Handmade in Brugge. ‘Met mijn kennis van hout als grondstof en de manier om het te bewerken en behandelen, maakte ik mijn eerste eigen snare drum. Met vallen en opstaan perfectioneerde ik mijn techniek en leerde hoe drums te maken voor diverse soorten muziek ( jazz, blues, rock)’, zegt Dirk. ‘Ik bouw stave shell drums volgens het ‘duigen – of staaf-principe’. Hierbij worden blokjes hout naast elkaar gelijmd in een cirkel en vervolgens aan de binnen-en buitenkant rond gemaakt. Dit is vergelijkbaar met het principe van een regenton. Dit is een volledig andere techniek in vergelijking met de meer klassieke techniek waarbij dunne laagjes hout onder druk worden samengevouwen. De ketels van Exclusive Drums staan niet onder druk waardoor de toon lager en de klank veel rijker is. Naast het feit dat elke drum er geweldig uitziet, is vooral hun fantastische sound hetgeen me het meest voldoening geeft. Elk van deze handgemaakte drums is dan ook een uniek instrument. Duurzaamheid staat bij mij voorop: ik werk heel vaak met hout dat ik van de brandstapel red. Zo kan ik een oud meubel omvormen tot een waardevolle snare drum.’ (ADC)

http://www.thejamm.be en http://www.exclusivedrums.co

 

De Mens sluit tiende Autoloze Zondag af

 

Foto Guy Kokken

 

Op zondag 17 september is Koning Auto persona non grata in de Brugse binnenstad. De macht wordt voor één dag overgedragen aan wandelaars en fietsers die in Breydeltown kunnen genieten van een gezellige autovrije drukte. Als vertier onder meer de voorstelling ‘Velodroom’, de workout met Steve Boedt, de Cultuurmarkt, de MobiMarkt, de speelse badeendjesroute voor het hele gezin en als afsluiter een knalconcert van De Mens op de Markt.

De Mens, die groep staat al sinds 1992 garant voor gebalde energie, vrolijkheid en melancholie verpakt in Nederlandstalige topnummers waarvan meer dan een dozijn klassiekers in de binnenzak. Denk aan ‘Dit is mijn huis’, ‘Jeroen Brouwers’, ‘Nooit genoeg’, ‘Irene’, ‘Sex verandert alles’, ‘Ergens onderweg’…, genoeg materiaal dus om het publiek op de Markt anderhalf uur uit de bol te laten gaan.

EXit: De Mens: dat is een zeer hechte vriendengroep.

Frank Vander linden (zang en gitaar): ‘ Meer nog, dat is familie. Michel De Coster (bas) is echt mijn broer. Ik ken hem sinds mijn zevende – dus al 48 jaar lang – en we spelen samen muziek sinds mijn zeventiende. Dirk Jans (drums) heeft zich 23 jaar geleden bij De Mens gevoegd. En David Poltrock (keyboard) sinds vier jaar. Loyaliteit vind ik belangrijk.’

EXit: Wat me opvalt, is dat je na een kwarteeuw nog steeds met heel veel goesting en overtuiging je nummers speelt.

Vander linden: ‘Aja, zeker, dat plezier zit erin en ik zal zeggen waarom: we doen het voor het publiek, maar in se doen we het voor onszelf. Dat is de enige manier om het zelf niet beu te worden. De regel is: wat je erin steekt, haal je eruit. Het werkwoord is muziek spelen. Ik-speel-muziek. Wat een gouden cadeau dat je voor je werk muziek kunt spelen! We mógen optreden! Dat klinkt romantisch of slijmerig, maar dat is niet zo. Aan optreden zijn er ook een aantal aspecten verbonden die minder leuk zijn (weer eens vertrekken, in de auto zitten, wachten, soundcheck, wachten…) en om dat te compenseren, moet je nog meer in die muziek gaan en het als een ultieme cadeau ervaren.’

EXit: Was het 25 jaar geleden een strategische keuze om voor het Nederlands te kiezen?

Vander linden: ‘Ik zou graag willen zeggen dat het toen zo was. Toen we de eerste cd van De Mens maakten, waren we bijna dertigers, al vrij oud, dus. Ik speelde al in groepen vanaf mijn vijftiende. Als ik demo’s uit die tijd nog eens beluister, dan denk ik dat het dwaas is dat het zo lang heeft geduurd voordat we in het Nederlands zongen. Muzikaal zat het al goed, maar er zat geen gevoel in. Dat was fake. Muziek gaat over het uitdrukken van gevoelens en laten we wel wezen: gevoelens heb ik in het Nederlands, niet in het Engels. Groepen als de Tröckener Kecks en The Scene hebben mijn ogen geopend. In tien dagen tijd heb ik de helft van de nummers van onze eerste cd geschreven, waaronder ‘Irene’, ‘Jeroen Brouwers’ en ‘Dit is mijn huis’. Dat laatste nummer had ik in het Engels (‘Come to my house’) gepend, maar door het in het Nederlands te zingen, ging er plots een deur open. Ik heb de vraag nooit meer moeten stellen.’

EXit: Hoe fantastisch is het om een kwarteeuw later nog altijd die nummers te zingen?

Vander linden: ‘Dat is een cadeau, hé. Het staat er. Op het moment van creatie besef je dat niet. Een geluk. Die eerste nummers hebben een gevoel dat je nooit meer kunt imiteren. Je maakt die nummers eigenlijk in een soort naïviteit.  Daarna maak je – dat geldt voor ons en wellicht ook voor andere groepen – albums die eigenlijk beter zijn, maar die frisheid van die eerste nummers komt nooit meer terug.’

‘Ik ben eigenlijk ook maar een bard, een kleinkunstenaar, maar ik heb het geluk omringd te zijn met de beste ritmesectie van België. De Mens is eigenlijk een dansorkest. Ik ben ritmisch niet zo sterk, maar het is dankzij Michel en Dirk dat De Mens altijd een soort feestgroep was. Dat heeft het gaande gehouden.’

EXit: Het is een druk jaar voor De Mens?

Vander linden: ‘Ja, eind mei verscheen ons mini-album ‘De Mens Live en Akoestisch in de Club’, in augustus namen we onze nieuwe cd in 24 uur tijd op in Malmédy (verschijnt eind september) en in het najaar volgt er nog een feestelijk en groot ‘De Mens is Vijfentwintig Jaar’-concert. Dan last De Mens een pauze in van anderhalf jaar zodat ik me kan concentreren op mijn soloplaat en –optredens en ook nog op een duoplaat met Chantal Acda. Vroeger was ik zuinig op mezelf, nu is het meteen alles. Maar eerst nog de Brugse Markt op Autoloze Zondag inpalmen!’ (ADC)

 

www.demens.be en http://www.bruggeplus.be

 

Welke toekomst voor historische gebouwen?

Foto Matthias Desmedt

 

Steeds meer Brugse kerken worden aan de (katholieke) eredienst onttrokken. De voorbije jaren was dat het lot van het Bilkske (Brugge), Blijmare (Sint-Andries) en Sint-Franciscus (Sint-Kruis), die nu alleen nog bestemd zijn voor burgerlijk gebruik. Sint-Walburga, het belangrijkste religieuze bouwwerk uit de Brugse barok, lijkt de volgende te worden. 27 Brugse erfgoedbewakers, op initiatief van Brugge die Scone, hebben nu een reddingsactie op het getouw gezet. Eenvoudig wordt het niet, want open houden kost hier 50.000 euro per jaar.

Met (voorlopig) meer succes is de Brugge Foundation aan het werk. Een groep geëngageerde Bruggelingen wil leegstaande historische gebouwen een nieuwe invulling geven en daarmee bouwpromotoren te snel af zijn. Het eerste ‘pilootproject’ richt zich op de Sint-Godelieveabdij (Boeveriestraat), waarvan de Foundation ‘beheerder’ is. Zo zet de stichting nu de boomgaard van de abdij open voor publiek.  Er wordt ook verder gezocht naar een invulling die leven in de brouwerij brengt. Het verhaal loopt: niet minder dan 30 mensen lieten recent de Foundation opnemen in hun testament. (LF)

Het nieuwe Concertgebouw est arrivé

 ‘Van gesloten bastion tot open huis’

Foto EDM

 

Voor de argeloze bezoeker wordt het vanaf het openingsfeest op zondag 17 september eventjes wennen wanneer hij/zij, via het nieuwe stadspleintje op ‘t Zand, een bezoek brengt aan het grondig heringerichte Concertgebouw. Bouwvakkers en andere vaklui deden de voorgaande weken grondig werk in het Concertgebouwcafé en de aanpalende inkomhal. Het resultaat moet gezien worden, want dit is de voorbode van een Concertgebouw-nieuwe-stijl. Lise Thomas van het Concertgebouw licht het hele verhaal toe.

 

Basisidee

Lise Thomas: ‘De basisidee is gegroeid vanuit een concrete aanleiding: de sluiting van Forum 5 (Sound Factory) en Forum 7 (het dakterras) in de Lantaarntoren. De exploitatie van deze locaties was een samenwerking tussen Concertgebouw Brugge en Musea Brugge. Toen de Musea uit dit initiatief stapten, wilden wij deze waardevolle plek, waar iedereen aan de slag kan met klankinstallaties, blijven openhouden, desnoods op eigen houtje. Zo groeide de idee om het huis tout court breder open te stellen, want wij waren nog te vaak een gesloten bastion. Meer dan alleen maar een museumlocatie toevoegen, wil het Concertgebouw vandaag een bruisend centrum worden, een plek waar je zomaar binnen en buiten loopt omdat er van alles te doen is.’

Grenzen vervagen

Thomas: ‘Wij willen het gebouw teruggeven aan het brede publiek, de mensen, en de heraanleg van ‘t Zand bood ons daarvoor een uitgelezen kans. Het verkeerspleintje met de rotonde aan de ingang verdwijnt en wordt vervangen door een hoekig, verkeersvrij pleintje met bomen.’

‘De herinrichting moet grenzen doen vervagen, zowel die tussen binnen en buiten als die in het gebouw zelf. De scheiding tussen front en backstage wordt weggewerkt en we willen artiesten, medewerkers van het Concertgebouw en publiek dichter bij elkaar brengen. Veel artiesten blijven meestal backstage, maar nu wordt het de bedoeling dat er vooraan een mix van publiek ontstaat. De mensen moeten weten wat er gebeurt in dit huis.’

 Laagdrempelig

Thomas: ‘Zo zijn we beland bij een project met als werktitel Open Huis, een open gebouw voor iedereen die geïnteresseerd is in cultuur of architectuur, in een fototentoonstelling of gewoon een kop koffie wil komen drinken. Al die dingen willen we nu ontsluiten met een verhaal dat meerdere luiken telt.’

‘Het eerste luik van de herinrichting kenden we toe aan het Gentse NU architectuuratelier, in nauwe samenwerking met het bureau Robbrecht & Daem, de architecten van het Concertgebouw. Zij bouwden een bezoekersparcours uit langs de architectuur van het gebouw, de permanente kunstcollectie (LF. met artistiek werk van o.a. Tuymans, Braeckman, Verhelst…) en de klankinstallaties met aandacht voor de akoestiek en de werking van het huis, alles samen goed voor twintig stopplaatsen waar telkens iets te zien of te beleven valt. Ze doen dat op een laagdrempelige en niet belerende manier. De bezoeker krijgt zeker geen overdaad aan infopanelen in de maag gespitst.’

De maquette

Thomas: ‘Het publiek blijft binnenkomen via de inkomhal. Op de foyer van het parterre vind je de maquette, ruim drie meter lang, die de mechaniek bevat van zowel een klavecimbel (verwijzend naar de Kamermuziekzaal) als van een piano (voor de Concertzaal). De bezoekers kunnen op een auditieve manier binnenkijken in de werking van het Concertgebouw. Je krijgt composities en opnames te horen uit de dagelijkse routine van het huis. En dat gaat vrij ver: van geluidservaringen in de bureaus, het laden en lossen in de laadzone, repetities van orkesten tot ‘luisterstops’ bij de kunstwerken in het gebouw. Geluidskunstenaar Ruben Nachtergaele zorgde voor deze opnames. Deze maquette is illustratief voor wat we doen in dit huis. Voor een totaalzicht op de Concertzaal moet je in de volgspotruimte van het Concertgebouw zijn.’ (LF)

Bezoekersgids

De drietalige bezoekersgids is een handig ding met illustraties van Peter Goes in Fiep Westendorp-stijl. Aanvullend is er een gids voor kinderen waarmee ze via zoekopdrachten aan de slag kunnen in het gebouw. U merkt het, men wil een zo ruim mogelijk publiek aanspreken. Het gebouw is, los van de concerten, open van woensdag tot zondagvoormiddag. Bruggelingen krijgen gratis toegang op zondagvoormiddag, de toerist betaalt. (LF)

De inkomhal

NU architectuuratelier heeft gezocht naar een ruimte waar iets te beleven valt. In het midden van de inkomhal komt een bemande balie waar je terechtkunt voor tickets en andere vragen. Als blikvanger is er breed wandrek waarop informatie ter beschikking wordt gesteld en leuke hebbedingen te koop worden aangeboden. De twee nissen in de inkomhal krijgen nieuwe polyvalente functies. En tenslotte is er nog plaats voor een grote multifunctionele tafel. Je kunt er boeken lezen of vergaderen. Met de beschikbare iPads kan iedereen ‘muzikale groeten-uit-het-Concertgebouw’ versturen naar vrienden en familie. Kortom, deze plek wordt echt the place to be. (LF)

Gratis openingsfeest op zondag 17 september

Maak in primeur kennis met Concertgebouw Circuit tijdens het gratis openingsfeest op autoloze zondag 17 september. Met kleine en grote concerten in alle uithoeken van het gebouw, workshops, kinderanimatie, een fanfare, majorettes, een grote vliegerkesworp, een live-uitzending van Radio 2 en natuurlijk gratis toegang tot het parcours van Circuit. (LF)

http://www.concertgebouw.be

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

‘Jan Zonder Vrees is een echte familiemusical’

Blinker, de eerste grote productie van Team Jacques in 2015, werd een instant succes. Nu spelen ze de familiemusical Jan Zonder Vrees. Jonas Jacques schreef het stuk en is één van de drijvende krachten achter het gezelschap.

EXit: Jan Zonder Vrees is een stukje Vlaamse geschiedenis?
Jonas Jacques:
‘We zijn inderdaad nogal chauvinistisch en duiken graag onze eigen literatuur of geschiedenis in. Het verhaal van Jan Zonder Vrees spreekt tot de verbeelding van jong en oud. Jan woont bij zijn grootmoeder ‘grootje’ en is van niets of niemand bang. Samen met Dokus, een graatmagere slungel, wil hij het moerasmonster Kludde verslaan. Dokus kan zo een echte man worden, want dat is wat hij heel graag wil. Zo ontstaat een verhaal boordevol spanning, avontuur én een vleugje romantiek.’

 EXit: Een historische musical?
Jacques:
‘Dat niet. We werken het allemaal heel modern uit. Ik schreef een stuk met nieuwe songteksten, gebaseerd op de verhalen over deze volksfiguur. Hier en daar is er wel een knipoog naar het verleden, in de muziek, in de kostuums. Jan Zonder Vrees is in eerste instantie een familiemusical voor iedereen vanaf 6 jaar.’

 EXit: Creatie staat centraal bij Team Jacques?
Jacques:
‘We willen inderdaad telkens nieuw, eigen werk presenteren. De muziek is van Oostendenaar Rory Six die in 2010 in Brugge de musical Een leven zonder jou bracht, gebaseerd op het boek Als rozenblaadjes vallen van Brigitte Minne. Hij schreef ook de muziek voor Blinker en die viel zo in de smaak dat we hem er graag weer bij wilden. Zijn score is ook nu heel leuk. Bruggeling Hannes Vandersteene, een jonge, professionele musicalacteur die heel vaak met jongeren werkt, staat in voor de regie.’

EXit: Team Jacques bestaat uit een grote, jonge ploeg?
Jacques:
‘Naast creatie, is ook dat een stokpaardje. We willen jongeren de kans geven om hun talenten te ontwikkelen. Team Jacques wil kwaliteit brengen, maar is ook een leerschool. In totaal werken een vijftigtal mensen mee aan de musical. We deden ook opnieuw audities, precies om iedereen de kans geven om mee te doen. Onze musical is een totaalbeleving, zowel voor het publiek als voor wie er aan meewerkt.’

 EXit: Wat zijn jullie toekomstambities?
Jacques:
‘Het hele creatieproces neemt veel tijd in beslag. Het duurt ongeveer twee jaar om een eigen stuk op poten te zetten. De uitdaging is nu om een versnelling hoger te gaan. Volgend jaar willen we met meer dan één productie uitpakken, waarbij we ons, naast families, ook op het volwassen publiek willen richten. Er borrelen al heel wat ideeën op, maar we houden die graag voor een volgend artikel (lacht).’ (SD)

 Jan Zonder Vrees, vrijdag 15 en zaterdag 16 september om 20 uur, zondag 17 september om 15 uur in de Stadsschouwburg, http://www.teamjacques.be.

 

Kijk omhoog Sammy (Slabbinck)

 

Foto EDM

 

Het grafisch oeuvre van de Brugse kunstenaar Sammy Slabbinck (40), zoals nu samengebracht in het boek ‘Surrealistic Check’, geniet steeds meer internationale belangstelling. Uiteraard heeft zijn ontwerp voor de hoes van de laatste plaat (You want it darker) van Leonard Cohen daarin een belangrijk aandeel gehad, net zoals het ‘dispuut’ met Coldplay die voor een videoclip overduidelijk inspiratie vond in Slabbincks digitale oeuvre. Surreality Check is een mooi eerbetoon aan een kunstenaar die zichzelf liever ‘grafisch vormgever’ noemt en telg is uit een Brugse kunstenaarsfamilie.

 

Slabbincks werkwijze is intussen wijd en zijd bekend: hij knipt, scheurt en plakt uit zijn torenhoge voorraad prenten uit de magazines die in de jaren ’50 tot ’70 (Paris Match!) het perslandschap kleur gaven. Met dat materiaal gaat hij aan de slag en componeert hij het prentenmateriaal tot collages met een meestal verrassende dubbele bodem of tot videoclips voor de grote merken uit ons consumptiepatroon. Bekend in het wereldje werd Slabbinck door Instagram, het medium waarmee wel vaker zaken te doen zijn. Sinds enkele jaren wordt zijn werk wereldwijd opgepikt en een overzicht in boekvorm mocht ook in deze digitale tijden niet ontbreken.

De thematiek van Slabbincks oeuvre oogt op het eerste gezicht vrij doorzichtig, maar na aandachtige lectuur overheerst alsnog de diepere betekenis en een flinke portie humor. Het beeldmateriaal, met veel vrouwelijk naakt op het menu, zoekt hij in het verleden, de vormgeving in het heden. Iemand kwalificeerde Slabbincks collages en videoclips als ‘retro-futuristic’, andere pers goochelde meteen met het label ‘surrealistic’ wat meteen werd overgenomen door de uitgeverij. Journaliste Inge Schelstraete vindt deze term onvermijdelijk voor een Belgisch kunstenaar, want: ‘use a background with clouds, and everyone shouts ‘Magritte’!’. Magritte, die vijftig jaar geleden stierf en nu in Knokke uitgebreid wordt herdacht, zou zich wellicht het best kunnen vinden in dit oeuvre.

Sammy Slabbinck heeft zijn artistieke ziel van thuis meegebracht. De broer van zijn grootvader, Rik Slabbynck, had een reputatie als beeldend kunstenaar, zijn vader (Frank) en broer (Stan) volgden dat voetspoor. Sammy vindt overigens dat vader Frank Slabbincks werk ‘onderbelicht’ is gebleven. Zelf gelooft hij weinig in artistieke netwerken, maar wel ten volle in de kracht van het internet. Zo toont de Londense ‘Michael Hoppen Galery eind dit jaar Slabbincks werk in een expo. (LF)

Surreality Check, Sammy Slabbinck, uitgeverij Lannoo

 

 

‘Musical blijft een leuk medium om te doen’

 

 

September is musicalmaand in Brugge. De eerste twee weekends van september spelen twee musicalverenigingen hun productie in de Stadsschouwburg. KotéKoer opent het Brugse culturele seizoen in het weekend van 8 september met Legally Blonde.

EXit: Hoe verklaar je het succes van het genre?
Matthijs Vandekinderen:
‘Musical blijft een heel leuk medium om te doen. Je combineert drie totaal verschillende disciplines: zingen, acteren en dansen. Succes bouw je ook op. Met KotéKoer zijn we ondertussen al meer dan acht jaar bezig en we streven elk jaar opnieuw naar een zo goed mogelijke show. Kwaliteit primeert, wat ons een heel trouw publiek oplevert.’

 EXit: Jullie kiezen voor bestaand werk?
Vandekinderen:
‘Klopt, maar we pinnen ons niet vast op één genre. We gaan elke keer voor een totaal andere show, zeker voor ons publiek. Op ons palmares staan onder meer Peter Pan en The Beauty and the Beast, maar evengoed minder bekend werk als Seussical of het zeer geestige Little Shop of Horrors. We kiezen vooral die stukken die we zelf heel graag willen spelen.’

 EXit: Zoals Legally Blonde?
Vandekinderen:
‘Ik zag het stuk enkele jaren geleden al in Londen en het is altijd op mijn verlanglijstje blijven staan. Legally Blonde is een bewerking van de gelijknamige romantische blockbuster uit 2001 en gaat over de jonge, blonde studente Elle Woods. Ze bevestigt aanvankelijk alle clichés van het domme blondje. Wanneer haar verhoopte verloofde haar in de steek laat en gaat studeren aan Harvard, gaat ze hem achterna. Eerst wil ze hem terug, maar gaandeweg blijkt dat studeren haar wel afgaat en dat ze veel meer in haar mars heeft.’

EXit: Een licht en luchtig stuk?
Vandekinderen:
‘Het verhaal wordt met veel humor verteld en er zijn heel wat hilarische momenten. De muziek is heel poppy en catchy. Wie buitenkomt, zal de melodie zeker nog een tijdje in het hoofd houden. Anderzijds is het helemaal geen gemakkelijk stuk om te spelen. Het tempo is pittig, er is een zware vrouwelijke hoofdrol en er wordt ook veel gedanst in het stuk.’

EXit: Musical is voor ‘liefhebbers’ niet te onderschatten?
Vandekinderen:
‘De combinatie van de vele ‘skills’ maken er inderdaad een zeer uitdagend genre van. We houden er ook aan om met een live orkest te spelen, wat in het professionele circuit niet meer zo vaak gebeurt. In totaal werken we met bijna tachtig mensen aan deze productie, cast en crew samen. Op het moment dat de ene show gedaan is, ben je eigenlijk al bezig met de volgende. Het stopt eigenlijk nooit, maar onze passie voor het genre is zo groot, dat we dat er graag bij nemen.’ (SD)

Info http://www.kote-koer.be

Open Monumentendag: tip 3

Sint-Pieterkapel (Keerske, Keerstraat 1). Voormalige Sint-Pieterskapel, nu thuis van de Verenigde Protestantse Kerk en de English Church. Mooie eenbeukige kapel, veel authentieke bouwelementen uit 18de en 19de eeuw en 17de eeuws schaargebinte. Bezoek zeker eens de (kleine) crypte. Vrij en begeleid bezoek.

 

Tip 2: Open Monumentendag:

Kasteel Leyselebeke (Heidelbergstraat 78). Een uitstapje richting Loppem hoort er bij met het weinig bekende Kasteel Leyselebeke. Duikt voor het eerst op in het kadaster in 1808 als onderdeel van een site met aanpalende boerderijen. Prachtig interieur. Huidige eigenaar Herman Walleyn heeft het recent ‘te koop’ gezet. Reserveren verplicht. (LF)

Brugge Open Monumentendag

 

 

 

Noblesse oblige. Een van de belangrijkste culturele evenementen in Vlaanderen is de Open Monumentendag (OMD) op zaterdag 9 en zondag 10 september die jaarlijks duizenden bezoekers trekt. Brugge als erfgoedstad speelt daarin een voortrekkersrol met 22 opengestelde monumenten, tien wandelingen, drie tentoonstellingen en vijf themawandelingen.

Dit jaar zijn er enkele absolute blikvangers die normaliter voor het publiek gesloten blijven, maar nu, mits reservering, eenmalig toegankelijk zijn. Het eerste kasteel, Het Forreist in de Doornstraat in Sint-Andries, is een absolute parel van bouwkunst en op sublieme wijze gerestaureerd. Het andere kasteel is Leyselebeke in de Heidelbergstraat.

OMD-Brugge staat dit jaar in het teken van 300 jaar ‘Academie’ . Deze instelling heeft een grote invloed heeft gehad op de Brugse architectuur en op het stadsbeeld, met Frankrijk als inspiratiebron. Een van de eerste classicistische gebouwen in Brugge was het Landhuis van het Brugse Vrije (1722). Klassiek van buiten, binnenin rijk aangekleed. EXit selecteert graag tien adressen waarvan een bezoekje meer dan waard is.

We geven u elke dag enkele tips.

Tip 1: Abdijkerk Ten Duinen (Potterierei 72). Beter gekend als de kerk van het Grootseminarie, gebouwd tussen 1775 en 1785. Een ietwat vergeten monument wegens geen functie meer, maar in het recente verleden uitstekende thuishaven voor tentoonstellingen. Dankzij Cirque Plus is de tuin met grazende koeien een begrip voor elke Bruggeling. Enkel begeleid bezoek.

 

%d bloggers liken dit: