Exit Magazine

Maandelijks Brugs Cultuurblad

Stefanie Troffaes en de kunst van de traverso

Foto Stijn Vos

 Op zondag 13 augustus brengt de Brugse traverso-speelster Stefanie Troffaes samen met klavecinist Julien Wolfs sonates van J.S. Bach in de Heilig-Hart kerk van Steenbrugge, in het kader van Vélo Baroque. Een mooie aanleiding voor een gesprek over Bach, een vroege carrière en de unieke klank van de traverso.

‘Als dochter van twee architecten heeft Bachs werk mij altijd gefascineerd door zijn ingenieuze opbouw en expressie. Deze muziek ontroerde me al in mijn kindertijd’, zegt Stefanie Troffaes, al 17 jaar professioneel aan de slag als traversospeler.

EXit: Ik lees dat u, amper elf jaar oud, al gefascineerd was door de muziek van Bach. Toch vrij uitzonderlijk.

Stefanie Troffaes: ‘Muziek was bij ons thuis altijd aanwezig. In de vroege uurtjes tokkelde mijn zus preludes op haar gitaar en in de woonkamer stond het klavecimbel waar mijn broer goed mee overweg kon. Je kunt het best een ‘muzikaal nest’ noemen waarin ik opgroeide.

Mijn enthousiasme voor J.S. Bach is er dan ook vroeg gekomen. In het Brugse Conservatorium had ik het geluk les te krijgen van traverso-speler Patrick Beuckels. Toen was de oude muziek beweging in volle opmars en Patricks enthousiasme werkte zo aanstekelijk dat ik als tiener al nieuwsgierig was naar die ‘grote Bach’. Er hing een aureool omheen en ik was vastbesloten het hoe en waarom van dat mysterie rond Bachs genie te doorgronden.’

EXit: U koos van jongsaf meteen voor de Oude Muziek?

Troffaes: ‘Het is een misvatting dat ik als kind bewust koos voor oude muziek op zich. Het was het timbre van de traverso dat mij voor het instrument deed kiezen. Automatisch kwam ik later uit bij de vele vragen die de historische uitvoeringspraktijk met zich meebrengt. Maar het was in de eerste plaats die fascinatie voor de klank die mij bij de traverso bracht. Het voelde als een soort roeping.’

‘Wat mij specifiek heeft verleid tot de traverso? Ik denk vooral de warmte van het hout, het voelen van de lucht dicht tegen je vingertoppen als je blaast, dat geeft een sensueel gevoel. Met de dwarsfluit heb ik dat gevoel nooit gehad.’

EXit: U koos voor een historisch instrument. Dat was niet de gemakkelijkste weg.

Troffaes: ‘Zeker niet, maar wel een hele interessante weg. De keuze voor historische uitvoeringspraktijk maakt de muziek voor mij veel sterker omdat de intenties van een componist duidelijker spreken. Daar kan ik persoonlijk niet omheen. De historische achtergrond, de keuze van het type instrument: je kruipt als het ware in het hoofd van de componist. Er blijven natuurlijk altijd veel vraagtekens over. De interpretatie van die grijze zone maakt het ook net voor het publiek interessant.

Omwille van dat historische aspect heb ik ook veel verschillende instrumenten. Naargelang het land en de locatie waar het werk geschreven werd, speel ik op een ander type fluit. Daarbij komt nog dat een standaardstemming in de 18e eeuw nog niet bestond. Daardoor speelde men in een land als Frankrijk bijvoorbeeld ’een toon lager’ dan de stemming waarop vandaag bijvoorbeeld een piano gestemd staat. Die hele voorafgaande zoektocht werpt soms een hele andere kijk op een muziekstuk. Ik denk dat iedere muzikant zich vragen moet stellen bij de wijze waarop hij muziek uitvoert. Of dat nu oude muziek is of hedendaagse, dat maakt misschien niet zo veel uit.’

EXit: Leeft de discussie nog tussen de believers en de non-believers van de historische uitvoeringspraktijk?

Troffaes: ‘Moeilijk te zeggen. Ik denk dat het voor een muzikant interessant is bewust je keuzes te maken qua uitvoeringspraktijk en te weten wat je een publiek wil meegeven. Dat is voor iedereen anders.’

EXit: U bent nog jong en toch hebt u al een gevulde carrière?

Troffaes: ‘Toen ik nog studeerde bij Barthold Kuijken en Marc Hantaï aan het Koninklijk Conservatorium Brussel was ik al aan het werk bij het Franse barokorkest Les Talens Lyriques. Zovele jaren later word ik als freelance muzikant gevraagd bij verschillende internationaal gerenommeerde barokensembles. Daarnaast houd ik ervan mijn eigen solo projecten te realiseren. Die combinatie van solo-en orkestwerk is erg uitdagend, want je moet een ijzersterke techniek hebben. Als orkestmuzikant moet je het idee van een dirigent meteen kunnen vertalen naar je eigen spel, als solist doe je je eigen ding. Dat is een heel andere métier.’

EXit: 17 jaar professioneel bezig. Dat eist zijn tol?

Troffaes: ‘Een carrière is meer dan alleen maar spelen. Het beeld dat mensen hebben van ‘de chaotische artiest’ klopt niet. Er komt veel meer bij kijken: de dagelijkse discipline, de druk om altijd op topniveau te staan, de financiële onzekerheid. Het vele reizen kan ook best vermoeiend zijn. Mensen bekijken ons soms als een halve toerist, maar dat is het allerminst. ’s Ochtends het vliegtuig op, ’s middags snel een hapje eten, dan repetitie en ‘s avond op het podium. Wanneer je op tournee dat ritme tien dagen aanhoudt, voel je je helemaal niet als een toerist.’

EXit: U staat op de affiche van het MAfestival. Een oude liefde?

Troffaes: ‘Zeker. Ik ben opgegroeid in het centrum van Brugge in een tijd waarin de meeste (toen nog) Musica Antiqua-concerten plaatsvonden op verschillende historische locaties binnen de stad. Het Concertgebouw stond er toen nog niet. Het deed je een beetje reizen in je eigen stad, je kwam op plaatsen waar je anders nooit kwam. Tegelijk kwam de wereld naar je toe met dat talrijke internationaal publiek van het Festival. Die uitbundige sfeer bij elk concert, dat had iets speciaals.’

‘Aan het Concours heb ik wel de mooiste herinnering. In 2002 behaalde ik er een finaleplaats voor traverso. Vooral de appreciatie van een jury van vakmensen en de steun van lokale supporters waren fijne ervaringen. Het gaf een enorme boost om verder te realiseren waar ik in geloofde. Ik ben dan ook erg blij na het succes van onze debuut-cd samen met Julien Wolfs ons programma met Bachsonates op Vélobaroque te brengen.’ (LF)

http://www.mafestival.be

Comments are closed.

<span>%d</span> bloggers liken dit: