Exit Magazine

Maandelijks Brugs Cultuurblad

Daan Janssens, een muzikaal portret

Foto Isabelle Francoix

‘Meer dan 90% van de muziek is eigenlijk ‘oud’’

 

Met zijn wilde krullen heeft hij de looks van een artiest, maar gezeten in een keukenschort en vrijuit babbelend terwijl de spaghettisaus borrelt, heeft Daan Janssens (Brugge, °1983) allesbehalve de kapsones van de cliché-kunstenaar. En dat babbelen gaat hem goed af, zeker als het gaat over muziek, Janssens’ absolute passie.

 

Zijn studenten aan het conservatorium van Gent, waar hij ook woont, kunnen erover meespreken. Janssens doceert er compositie, want dat is hij in de eerste plaats: componist. En niet de eerste de beste. Zijn werken worden gespeeld in de belangrijkste huizen in ons land en in het buitenland. Eind april nog ging Janssens’ nieuwste opera Menuet, naar het gelijknamige boek van Louis Paul Boon in première. Intussen was de productie ook te zien in onder meer Breda en op de Operadagen Rotterdam. Stilaan behoort Janssens tot de belangrijkste hedendaagse componisten van ons land. Een portret in vier bewegingen.

Carmen

Opera is niet meteen het meest toegankelijke muziekgenre. De meesten leren het dan ook pas later kennen en waarderen, nádat ze al wat vertrouwd zijn met klassiek. Niet zo Daan Janssens: ‘Het is eigenlijk via opera, dat ik klassieke muziek heb ontdekt. En dan nog per toeval eigenlijk. Mijn pa had gewoon een cd gekocht van Carmen van Georges Bizet. Opera was een wereld die zich opende, en ik was bezeten door een drang om alles van opera te weten. Ik was nog maar twaalf jaar, maar ik was meteen verkocht.’

Dat Janssens een leven in de muziek tegemoet ging, stond in de sterren geschreven. Al vanaf zijn eerste les notenleer aan het stedelijk Conservatorium van Brugge zette hij zelf muziek op papier. Octaaf Van Geert, die harmonie gaf, was een bepalende figuur: ‘Via hem heb ik enorm veel nieuwe muziek leren kennen’, zegt Janssens. ‘Hij stimuleerde ons ook om concertjes te geven en zelf creatief te zijn. Een fijne petite histoire: mijn allereerste creatie – ik was toen 15 – werd gezongen door Thomas Blondelle (nu operazanger, nvdr)!’

Gegeven /…(Beweging)…

Na zijn middelbaar trok Janssens naar Gent. Eerst voor een jaartje filosofie aan de universiteit, om vervolgens toch compositie te studeren aan het conservatorium. Daar kwam hij terecht bij Frank Nuyts. ‘Bij hem heb ik de muziek van de 20e eeuw leren kennen. Ligeti, Boulez… Noem maar op. Ik studeerde nog aan het conservatorium, toen ik in 2004 een project opzette met het Goeyvaerts Strijktrio, waarvoor ik Gegeven /…(Beweging)… schreef. Dit strijktrio is het eerste werk op mijn ‘officiële werkenlijst’ en het begin van mijn compositorisch parcours. Bij de uitvoering zat Mark Delaere (prof. musicologie en artistiek directeur Transit, festival voor moderne muziek, nvdr) in de zaal, en plots werd ik opgepikt. Sindsdien is de bal aan het rollen gegaan.’

‘In het laatste jaar aan het conservatorium heb ik ook Nadar Ensemble (in seizoen 2017-2018 huisartiest bij Concertgebouw Brugge, nvdr) opgericht samen met een vriend, cellist Pieter Matthynssens. Dit ensemble heeft bijzonder veel betekend in mijn carrière; ik heb het veel gedirigeerd, erin meegespeeld en er ook werk voor geschreven.’

Der Ring des Nibelungen

‘In mijn lijstje met bepalende composities heeft Wagners Ring des Nibelungen zonder twijfel een plaats. De muziektaal van Wagner, en de manier waarop hij tekst, muziek en dramatiek met elkaar verbindt, is werkelijk volslagen uniek’, zegt Janssens. Die taal heeft zijn eigen aanpak en stijl, die hij vooral ontwikkelde tijdens zijn doctoraat, sterk beïnvloed. ‘Ik geloof dat muziek communiceert, dat muziek in essentie een dramatisch – in de zin van verhalend – karakter heeft. Voor mij is muziek niet abstract, niet conceptueel. De luisteraar heeft niets aan een concept. Wel aan een verhaal. Sterke muziek is altijd toegankelijk, is altijd een beleving. Daarvoor je heb niet massa’s kennis vooraf nodig. Mijn muziek vertrekt steeds vanuit het narratieve.’

‘Wel kies ik steeds voor aan atonaal harmonische taal, zonder een duidelijk gebruik van metrum, zonder echt melodische lijnen ook. Voor mij refereert die aanpak te veel aan romantiek, een taal van het verleden. Hoe mooi die taal ook is, voor mij is dat niet meer de expressie van vandaag. In mijn stijl zitten niettemin veel invloeden. De Franse sensitiviteit voor kleur is zeker aanwezig, net als de Duitse rigiditeit en klanktexturen.’

Les Aveugles

Met zijn enorme passie voor opera is het niet verwonderlijk dat Daan Janssens zich vroeg of laat zelf aan het genre zou wagen. En het werd vroeg: in 2011 creëerde hij op vraag van LOD Muziektheater de eenakter Les Aveugles, naar een toneelstuk van Maurice Maeterlinck. Daar kwam zeer recent Menuet bij. In de hedendaagse klassieke muziek zijn dus nog braakliggende domeinen te ontdekken? Janssens: ‘Zeker, ik ben ervan overtuigd dat we niet ‘alles’ al gehoord hebben. Ik ben zelf steeds weer verbaasd als componisten erin slagen een klank, vorm of structuur te creëren, die nog niet eerder bedacht is. Het probleem – nou ja, geen probleem per se – is dat we vandaag in het verleden leven. Kijk maar naar de programmatie: meer dan 90% van de muziek is eigenlijk ‘oud’. Idem met opnames. Er zijn nu eenmaal al zoveel meesterwerken, zoveel steengoede opnames; we luisteren met al die referenties in ons hoofd, waardoor je op een heel andere manier naar nieuwe muziek gaat luisteren. Misschien is het tegenwoordig te gemakkelijk om muziek te beluisteren? Ik bedoel dat letterlijk: de toegang tot een werk, zelfs in vele verschillende opnames, is één muisklik verwijderd. Dat maakt het bijzonder moeilijk om onbevangen, met een ‘lege’ geest naar nieuwe muziek te luisteren.’

‘Dat historische kader zorgt ervoor dat mensen bijna a priori wantrouwig staan tegenover nieuwe muziek. Ik begrijp dat. Ik heb hedendaagse muziek zelf lang óók zo ervaren! Nu is dat anders, omdat ik er zoveel mee bezig ben. Het simpele element van ‘onbekend is onbemind’ speelt zeker mee. Voorts heeft het volgens mij ook te maken met de manier waarop hedendaagse muziek gepresenteerd wordt: het 20e of 21e-eeuwse werk wordt vaak letterlijk ‘weggemoffeld’ op een concert. Die muziek wordt als eerste geplaatst op een programma, ‘omdat we er dan vanaf zijn’. Dat helpt niet in de perceptie van het publiek.’

‘Maar het is de ethische plicht van programmatoren om nieuwe muziek aan bod te laten komen; niet omdat ze moeten, maar omdat het een noodzaak is. Het zou toch jammer zijn om te zeggen: ‘Alle muziek is geschreven; vanaf nu luisteren we enkel nog naar datgene wat al bestaat.’ Sorry, maar dat kan toch niet! De maatschappij evolueert, het is dan ook logisch dat nieuwe muziek die veranderende maatschappij reflecteert.’ (ALEXANDER JOCQUE)

 

Comments are closed.

<span>%d</span> bloggers liken dit: