Exit Magazine

Maandelijks Brugs Cultuurblad

Maandelijks archief: juni 2017

Zwerm voert literatuur aan Brugse jeugd

Foto EDM

 

Zaten ze met zijn vijven, allen literatuurliefhebbers, op een zondagavond te brainstormen over een naam voor een nieuwe Brugse vzw die (vooral) jongeren wil enthousiasmeren voor literatuur. Het oog viel op Zwerm, geheel toevallig (?) ook de titel van de vijfde roman van Peter Verhelst. Zwerm ziet het groots: schrijfwedstrijden, auteurslezingen, herdenking Georges Rodenbachs Bruges-la-Morte, fotografie en liefde voor het boek.

 

Elsie Roose (De Makersrepubliek) stak het vuur aan de lont:

‘Het begon met de lectuur van de boeken van de Amerikaanse auteur Ransom Riggs die met De kinderen van mevrouw Peregrine, een horrorachtig fantasyverhaal schreef, geïnspireerd op oude foto’s die hij bijeen gaarde op rommelmarkten. Over die soms knotsgekke foto’s strijkt hij zijn fantasie uit in elkaar opvolgende boeken (en films, met onder meer Tim Burton). Zeer geschikte literatuur voor (jong)volwassenen waarmee je aan de slag kunt, en ik ging aankloppen bij Thomas Barbier (zaakvoerder boekhandel De Reyghere) met één vraag.’

Thomas Barbier: ‘Er iets mee doen. We dachten meteen: laat de jongeren een verhaal schrijven bij een merkwaardige foto. Dat is het project geworden waarmee we nu, nog voor het einde van het schooljaar, zullen starten. Met de resultaten van de schrijfwedstrijd maken we aansluitend een tentoonstelling in de Biekorf en/of in de Makersrepubliek en koppelen er een specifieke prijs voor min-achttienjarigen aan vast.’

Sammy Roelant: ‘De wedstrijd loopt via de deelnemende scholen, maar je kunt ook individueel deelnemen, ongeacht de leeftijd. Wij zorgen voor lespakketten en doen een beroep op auteurslezingen in de deelnemende scholen. Voorts zullen we samenwerken met Vel tegen Vel , de educatieve projecten van Brugge Plus. Het hele concept willen we presenteren op de ‘Uit-met-je-klas-dag’ waarin culturele en andere projecten voor scholen worden aangeboden.’

In het najaar wil Zwerm uitpakken met een herdenking van het in 1892 gepubliceerde Bruges-la-Morte van Georges Rodenbach die met zijn 125 jaar geleden verschenen roman Brugge voorgoed op de literaire kaart zette. Sammy Roelant spant hiervoor samen met kunstenaar Jan Verhaeghe (Cultuurcentrum). Doel: een licht-enscenering in de sfeer van Bruges-la-Morte vanuit de Poortersloge op het water van de Spiegelrei. Roelant vindt dat Brugge één en ander goed te maken heeft met deze fout begrepen auteur die Brugge beroemd maakte, maar daar zelfs geen gedenkteken aan overhield.

Samengevat: Zwerm tekent voor een serieuze inspanning met een nobel doel: jongeren aan het schrijven zetten. Uit de Biekorf-cijfers blijkt immers dat jongeren vertrouwde bib-bezoekers zijn met een lichte voorkeur voor fantasy. Met de nodige samenwerking met Brugse scholen, Brugge Plus, Biekorf en Academie zit er zeker muziek in dit verhaal. (LF)

 

Elviera Velghe leidt het Fotomuseum

Foto EDM

 

Een berichtje op de iPhone: ‘Hallo, ben al zeven jaar directeur van het FOMU in Antwerpen. Beetje trots als Bruggelinge. Vermelding in EXit?’ De boodschapper? Elviera Velghe, een jonge kunsthistorica met negen jaar ervaring in het Brugse Groeningemuseum, maar sinds 2010 aan de slag als directeur van het Fotomuseum Antwerpen. Op zoek naar een uitdaging, zo luidt het.

 Elviera Velghe: ‘Ik ben indertijd bij de Brugse musea gestart als adjunct-conservator, en was daar vooral verantwoordelijk voor de publiekswerking. Later werd dat uitgebreid naar stukjes beleid en coördinatie. De huidige hoofdconservator Till-Holger Borchert was toen mijn directe overste. Manfred Sellink (LF. nu directeur Koninklijk Museum Schone Kunsten Antwerpen) en Walter Rycquart (LF. nu departementshoofd Cultuur provincie Antwerpen) leidden toen de Musea Brugge. Inderdaad, een kleine wereld.’

‘Aan mijn Brugse periode heb ik veel goeie herinneringen overgehouden en schitterende projecten kunnen doen. Een hoogtepunt was de Groeninge-tentoonstelling uit 2009 over Karel de Stoute en de Bourgondische pracht en praal. We werkten samen met het Historisches Museum van Bern en in overleg bepaalden we zelf de opzet van de expositie. Het resultaat was een heel ander concept dan in Bern. Het betekende voor mij persoonlijk heel veel: intens met (internationale) collega’s samenwerken, de coördinatie van zo’n grootschalig project leiden, de tentoonstelling tot bij een zo groot mogelijk publiek brengen. Het was een fantastische ervaring.’

EXit: Toch hebt u kort nadien Groeninge achter u gelaten. Waarom?

Velghe: ‘Na de coördinatie van deze expositie had ik de smaak te pakken gekregen om mee te sturen, een beleid vorm te geven. Toen was hier geen ruimte voor doorgroeimogelijkheden, terwijl het Fotomuseum (FOMU) net op zoek was naar een directeur. Ik vond het ook boeiend om met een nieuw medium aan de slag te gaan, ook al heb ik geen specifieke opleiding fotografie achter de rug. Het klinkt cliché, maar ik hou enorm van uitdagingen. Het FOMU had dringend iemand nodig om het museum een dynamische push te geven. Dat leek absoluut iets voor mij. Ik dacht: wie niet waagt niet wint, en kwam verrassend als beste uit de selectieprocedure.’

EXit: Een carrièreswitch heet zoiets.

Velghe: ‘Ja, maar een volledige carrièremove is het niet. Een museum leiden is overal grotendeels hetzelfde. Of dat nu in Gent, Antwerpen of Brugge is, dat maakt an sich niet zoveel uit. Je werkt in elk museum met een collectie, met publiek, een bepaald budget, personeel. Het belangrijkste is dat je de sterktes van het museum bepaalt en erkent, en ze nog meer naar voor haalt.’

‘Ik beschouw mezelf niet als dé expert in fotografie, ik heb mezelf er wel in bijgeschoold. Uiteraard heeft het FOMU een team knappe experten in huis.’

EXit: Waar hoort het Fotomuseum bij?

Velghe: ‘Het Fotomuseum is vandaag nog steeds een provinciaal museum, maar moet volgend jaar overstappen naar een nieuw stelsel (LF. Provincies moeten hun culturele taken overhevelen naar Vlaanderen). Antwerpen telt vandaag drie provinciale musea, het Modemuseum, het DIVA (het vroegere Zilver- en Diamantmuseum) en het FOMU, en die worden volgend jaar samengebracht in een zakelijke werking, een Stichting. FOMU is daarin de oudste partner, want bestaat al meer dan 50 jaar.’

EXit: Wat doet een directeur van een Fotomuseum?

Velghe: ‘Ik beschouw mij vooral als een algemeen manager. Ik zorg ervoor dat het FOMU een goed draaiend, hedendaags en dynamisch museum is dat zorg draagt voor het fotografisch erfgoed – onze collectie telt 2 miljoen stuks – en fotografie naar een groot divers publiek brengt, liefst tot in de huiskamer. Als museum moet je met beide voeten in de maatschappij staan. Ik vind dat ontzettend belangrijk en dat wil ik met het FOMU uitdragen. We richten ons vooral op individuele jongeren en dat werkt: 1 op de 4 bezoekers is jonger dan 26 jaar.’

‘Het publiek kent ons vooral door onze sterke tentoonstellingen. Een goed voorbeeld daarvan was de expo onlangs rond de figuur van Saul Leiter (1923-2013), een New Yorkse fotograaf die eind de jaren veertig en begin vijftig experimenteerde met kleurenfoto’s. Werd toen nog als zeer on-kunstzinnig beschouwd. Zwart-wit was hét artistieke expressiemiddel. Die tentoonstelling beschouw ik als één van onze toppers. Vandaag en nog tot 22 juni is er die andere succes-expo met een selectie van het werk van Herman Selleslags, een van de bekendste fotografen in België. Hij schonk in 2015 zowel zijn archief als dat van zijn vader aan het FOMU. We laten zien wat zijn archief inhoudt en welke impact dat heeft op een museumwerking. Zo tonen we voorbeelden uit zijn Humo-periode, maar ook een selectie uit zijn vrij werk met foto’s van Julien Schoenaerts, Mick Jagger, Paul McCartney, enz.’

 EXit: U komt uit de wereld van de schilderkunst, fotografie lijkt daar veraf.

Velghe: ‘Pas op, ik ben absoluut gepassioneerd door fotografie. Ik heb gedurende die zeven jaar een ruimere blik gekregen op het medium. Nu vind ik fotografie de moderne schilderkunst. Fotografie zat lang in het verdomhoekje, maar intussen is er een hele weg afgelegd. Vlaanderen beschikt over heel veel talent terzake. Dat heeft te maken met zowel de goede opleiding als met een algemene artistieke boost. Een buitenlandse kunstexpert zei me onlangs dat Vlaanderen te weinig beseft hoeveel verscheiden artistiek talent hier rondloopt op een betrekkelijk klein oppervlakte. Denk maar aan onze talrijke muzikanten, choreografen, beeldend kunstenaars, modeontwerpers, fotografen; velen op internationaal niveau. Klopt helemaal, bovendien speelt onze typische bescheidenheid ons soms parten. Onlangs heb ik een aantal buitenlandse fotografiemusea bezocht. Dat was een tof en leerrijk verhaal, maar daar bleek vooral uit dat het FOMU de absolute top is in Europa, zowel wat bezoekersaantallen, tentoonstellingen als collectie betreft. In Antwerpen verwelkomen we elk jaar rond de 80.000 bezoekers, weinigen doen ons dat na.’

EXit: De voor de hand liggende slotvraag…

Velghe: ‘Of en wanneer ik naar Brugge terugkeer? Ik sluit niets uit,

maar er is zeker geen haast bij. Ik ben trots dat ik het FOMU mag leiden. Bovendien wachten er ons spannende tijden, want er is een nieuw cultureel erfgoed-decreet in de maak waarbij de sector op een andere manier wordt benaderd. De musea zullen bijvoorbeeld zelf meer financiële middelen moeten inbrengen om een ambitieus beleid te voeren, meer participatie met de bezoekers is een andere nieuwe beleidslijn. Weer heel wat uitdagingen…’ (LUC FOSSAERT)

 

____

 

 

Marec in Parijs

Foto EDM

 

Nog tot 30 juni loopt in de Cité Internationale Universitaire de Paris (Boulevard Jourdan) een tentoonstelling van onze huiscartoonist Marec. ‘Marec à Paris’ kreeg de expo als titel mee en brengt een selectie van cartoons over de relatie tussen België en Frankrijk die de voorbije jaren zijn verschenen in de Belgische pers. Naast deze cartoons toont Marec ook enkele van zijn vele schetsen die hij maakte tijdens zijn passages in Frankrijk en zijn geliefde stad Parijs in het bijzonder. Als het daar regent, dan vloeit de inkt uit zijn pen.

__www.fbl-paris.org

Livemuziek in de Belgiek


Belgiek: het is niet alleen de naam van een gehucht in de gemeente Deerlijk (West-Vlaanderen), maar ook de naam van een lunapark uit 1975 dat door het team van Brugge Plus omgetoverd werd tot een mobiele cultuurzaal. Ettelijke keren per jaar doet de Belgiek met een goedgevuld programma Brugse wijken aan. Op de agenda: 9 juni (Sint-Pieters), 16 juni (Christus-Koning) en 23 juni (Zeebrugge).

In juni wordt de Belgiek dus nog in drie Brugse wijken opgesteld. Op de vrijdagavonden organiseert Brugge Plus er gratis concerten onder de noemer ‘Muziekcafé’, op zaterdag en zondag organiseren de lokale buurtcomités en verenigingen er telkens hun activiteiten. De Belgiek staat gratis ter beschikking voor Brugse buurtcomités, de belangrijkste voorwaarde hierbij is dat ze met minimum twee comités uit dezelfde omgeving samenwerken aan één Belgiekweekend. In het omgebouwde lunapark kunnen een honderdtal mensen zitten. Er is een basis klank– en lichtinstallatie, een bar, een podium en er zijn tafeltjes en stoelen. De opbouw ervan duurt ongeveer zes uur met vier personen, de afwerking en inrichting neemt, met twee personen, vier uur in beslag. Binnenin vormen het jarenzestig-interieur en het decor met kunstig lijnenspel in onvervalste Bauhausstijl het typische karakter van de Belgiek. De buitenkant krijgt z’n unieke look mee door de op Piet Mondriaan geïnspireerde beschildering en de flashy neonlichten.

Belgische muziekgeschiedenis

Op vrijdag 9 juni staat een concert van Emile Verstraeten (21 uur) in Sint-Pieters (Bareelweg) op het bord. Hij stond al op de planken bij iedereen die naam heeft in België en ver daarbuiten: met Ivan Smeulders in Vlaanderen, met Sioen in Zuid-Korea en met Björk. Nu brengt hij zijn eigen songs, gekleurd en verrijkt door een volwassen groep met vier muzikanten. Strijkers en contrabas, dansend en in harmonie met vijf stemmen. Een week later, op vrijdag 16 juni, is dirk Blanchart te gast in de Belgiek in het Graaf Visartpark in Christus-Koning voor een optreden. Blanchart is verantwoordelijk voor een stukje Belgische muziekgeschiedenis. Denk aan de groep Luna Twist met ‘African Time’ en zijn eigen hits als ‘No regrets’, ‘Heart beats faster’, ’Building an Empire’, ‘L’amour ça va’ of ‘Fool Yourself Forever’. Het Marktplein in Zeebrugge vormt op vrijdag 23 juni het decor voor het Muziekcafé met een concert van Sheewawah, de nieuwe band van zanger/gitarist/songschrijver Jeroen Kant. Vorig jaar won hij nog de Vlaamse Nekka-prijs en speelde heel wat concerten. Verwacht songs met eigenwijze Nederlandstalige teksten op dansbare grooves en stomende blues.(ADC)

____http://www.belgiek.be

 

Lore Vos en de kunst van tipi’s

Handmade in Brugge

Foto SV

 

Tien jaar was ik en heel beslist: na lectuur van de 64 Arendsoogboeken was ik voorgoed verknocht aan diens Indiaanse helper Witte Veder die vanuit zijn tipi uitkeek over het wilde westen. Lore Vos, een jonge Brugse ontwerpster met textiel, maakt van tipi’s ontwerpen haar specialiteit. Geheel gebaseerd op oorspronkelijke modellen, weliswaar op kindermaat en met een hedendaagse touch. Handmade in Brugge, pur sang.

Lore Vos genoot een opleiding ‘kleding’ bij de Brugse Zusters Maricolen met het oog op een opleiding aan de Antwerpse modeacademie. Ter elfder ure afgehaakt zocht ze voldoening als edelsmid, volgens haar ‘een boeiende techniek met branders, solderen en smelten van metalen’. Na een periode als edelsmid zocht ze, samen met haar vriend, soelaas in de bossen van de Midi-Pyrénées van Zuid-Frankrijk. Hij als bosbouwer, zij terug bezig met naaiwerk, met stoffen en kleuren. De eerste tipi die ze maakte was een probeersel, een geschenk voor een neefje. Foto’s verschenen her en der en meteen kwam de vraag naar meer en de opstart van een DROOM.

EXit: Wat is er zo bijzonder aan de DROOM-tipi’s?

Lore Vos: ‘Ik gebruik uitsluitend natuurlijke materialen, ruwe honderd procent katoen en de rechte stokken van de hazelaarstruik die je in het zuiden van Frankrijk overvloedig aantreft. In plaats van borstelstokken, zoals in de commerciële productie. Zo ontstond een vast patroon. Ik ontwierp ook bijbehorende elementen als kussentjes en een bodembedekking. Ik wilde een tipi waar kindjes liggend op hun rug met hun handjes onder hun hoofd met zicht op de wolken kunnen wegdromen van grootse avonturen. Nu ben ik wel op zoek naar een uitbreiding van mijn producten, extra-gadgets die iets te maken moeten hebben met avontuur.’

De bekendmaking verliep aanvankelijk uitsluitend via Facebook en een eigen website (www.tipi-s-droom.com). Later kwamen daar de deelnames aan specifieke (Antwerpse) marktjes bij waar men oog had voor wat men ‘een nieuw concept’ vond.

‘Facebook werkt, maar slechts in bescheiden mate’, zegt Lore. ‘Ik hou mijn productie ook bewust low profile. Met één of meerdere opdrachten per week is het perfect combineerbaar met een deeltijdse job in een souvenirwinkel. Ik wil ook altijd alleen werken, het product van begin tot eind zelf creëren. Het moet perfect afgewerkt zijn.’

Over Handmade in Brugge (zie kader), dat jonge creatieve makers ondersteunt, heeft ze weet, nu ze definitief uit Frankrijk is teruggekeerd. Ondersteuning vindt ze een goed idee, want ‘op de Academie leerden wij wel producten maken, maar over de zakelijke kant, het verkopen of de belastingen leerden wij niks’. (LF) 

www.tipi-s-droom.com

 

 

 

Fabre’s vuur brandt in de Gezelletuin

 

Foto Sarah Bauwens

 

Een gebogen figuur die ietwat weggedoken onder zijn jas en blootvoets iemand een vuurtje geeft, terwijl zijn schoenen een beetje verderop op een sokkel rusten. Die gepolijste bronzen figuur lijkt bijzonder goed op Jan Fabre zelf, en naar de bijbehorende symboliek is het niet lang gissen: de kunstenaar komt van zijn sokkel af om het vuur van de poëzie door te geven aan anderen, zoals Guido Gezelle dat indertijd ook deed.

Het sculptuur heeft een verleden. In 1999 was het precies 100 jaar geleden dat de priester-dichter overleed in het Engels Klooster in de Carmerstraat. Brugge greep deze gelegenheid aan voor een eerbetoon. Kunstenaar Jan Verhaeghe liet Brugge opschrikken met het inkokeren van het Guido Gezelle-standbeeld op het Guido Gezelleplein. De hoofdvogel was de creatie-opdracht die werd toevertrouwd aan Jan Fabre. Zijn beeld De man die vuur geeft werd, op vraag van Fabre zelf geplaatst in een uithoek van de Gezelletuin en leidde daar een onopgemerkt bestaan, vaak overwoekerd door het groen. Bovendien raakte de aansteker snel in onbruik, ging het beeld oxideren en werden de schoenen beschadigd.

De komst van het literaire festival Bru-Taal was een uitgelezen kans om het beeld in ere te herstellen. De restauratie (de Stad verwachtte een fikse rekening…) werd bekostigd door Fabre zelf, terwijl het opknapwerk (flink geboend) werd uitgevoerd door de firma Art Casting uit Oudenaarde. De Stad zocht een nieuwe plek (naast het ingangspoortje naar de tuin), de aansteker reageert alleen op binnenkomende bezoekers, dit om nodeloos gasverlies te vermijden.

Vandaag is het Gezellemuseum een trekpleister rijker. De groentetuin bloeit als nooit tevoren en de tuin is een oase van stilte en natuur. Gezelles laatste woorden waren dan ook ’k Hoorde zo geerne de veugelkens schufelen’. (LF)

 

 

OPROEP: OP ZOEK NAAR KOORDLOPERS

Woesh en Brugge Plus zoeken jongeren (12+) en volwassenen die willen leren koordlopen. De resultaten zullen getoond worden in de circusvoorstelling ‘Pechstrook’ op Cirque Plus in de imposante tuin van het Grootseminarie in Brugge. Podium- en circuservaring zijn niet vereist, een gezonde dosis doorzettingsvermogen en enthousiasme des te meer. De repetities lopen vanaf eind juni, de voorstelling vindt plaats op Cirque Plus op vrijdag 21, zaterdag 22 en zondag 23 juli. Mis deze unieke ervaring niet en schrijf je in via lessen@woesh.be of 0486 79 06 40.

www.bruggeplus.be

%d bloggers liken dit: