Exit Magazine

Maandelijks Brugs Cultuurblad

Stadsfestival Brutaal zet het literaire boek in de kijker

Bruisend Brugge in boeken

Georges Rodenbach

 Het was een ideetje van burgemeester Renaat Landuyt: een literair festival met (hier soms residerende) binnen- en buitenlandse auteurs, een zetje voor de Brugse boekhandels en literatuur op de planken van de verschillende Brugse podia. Ging daarvoor aankloppen bij het Oostendse Vrijstaat O. (nu KAAP), waar ze sinds vele jaren ervaring hebben opgebouwd met interessante hedendaagse auteurs. Voor BRUTAAL (5-13 mei) zelf is het nog eventjes talmen , zodat er tijd rest om op zoek te gaan naar ‘Brugse’ auteurs de geschiedenis hebben gehaald.

Wanneer verdient een stad het label boekenstad ?

Berlijn omwille van Berlin Alexanderplatz? Macondo omwille van Honderd Jaar Eenzaamheid? Of Damme, vereeuwigd door Charles De Costers Uilenspiegel? Ook voortreffelijk is de story over Maerlants graf in Damme    en het geharrewar daarover. Feit is dat er stevige band bestaat tussen Damme en de stamvader van de Nederlandse letterkunde. Mag Brugge bogen op literaire vereeuwiging met het Gruuthusehandschrift? Of kiezen we dan toch het in 1892 verschenen Bruges-la-Morte dat zowel het boek, Brugge en de auteur Georges Rodenbach wereldberoemd maakte? Een overzicht.

De oudste literaire vermelding van Brugge dateert, volgens het naslagwerk Brugge Beschreven van Fernand Bonneure, uit 1042. Komt uit een lofrede op de toenmalige Engelse koningin waarin de auteur getuigt dat Brugge ‘beroemd was door het bezoek van talrijke kooplieden en omdat men er in overvloed de waren aantrof waar de mensen het meest prijs op stellen’. Eeuwenlang ontwikkelde Brugge zich daarna tot ‘de internationaalste stad van het toenmalige Europa’ en ‘the cradle of capitalism’, zoals Frits van Oostrom heeft aangetoond in zijn magistrale ‘Wereld in woorden’. Zoveel welvaart leidde in de late Middeleeuwen ertoe dat Brugge omstreeks 1400 van de Lage Landen ‘artistiek en zelfs literair de meest innovatieve was’.

 Waer bestu bleven?

Uit die periode dateert het beroemde Gruuthusehandschrift, volbloed Brugs, maar in 2008 ‘vermoedelijk voor altijd vervreemd van zijn geboortegrond’ om te belanden in de Haagse Koninklijke Bibliotheek. Om emotionele redenen mogen we betreuren dat dit fameuze handschrift, al die tijd in het bezit van de Brugse adellijke familie van Caloen, de sprong heeft gemaakt naar Nederland waar het ‘met pijnlijke Hollandse arrogantie’ (zegt professor van Oostrom) als ‘een behouden thuiskomst’ is voorgesteld. Een verhaal ook van gemiste kansen: de Koninklijke Bibliotheek in Brussel deed geen enkele pogng om het handschrift te verwerven, Stad Brugge kon de gevraagde 5 miljoen euro niet opleveren, en weg was de buit die hier zeshonderd jaar geleden was ontstaan. Anderzijds niet getreurd: in 2013 leidde een Vlaams-Nederlandse samenwerking hier tot de boeiende, aan het handschrift gewijde tentoonstelling ‘Liefde en devotie’.

Wereldberoemde titel

 Brugges beroemdste boek doorheen de geschiedenis is zonder twijfel Bruges-la-Morte van Georges Rodenbach uit 1892. De tekst van deze roman verscheen voor het eerst als feuilleton in de Parijse krant Le Figaro en werd vier maanden later gepubliceerd met foto’s van het ‘dode’ Brugge. In die tijd dweepten kunstmiddens met weemoed en fin-de-siècle-moeheid en Rodenbach legde er nog een zware laag romantiek bovenop. Dit banale verhaal, zo geplukt uit een stationsromannetje, maakte Brugge wereldberoemd. Het werd talloos veel keren ge- en herdrukt en in heel wat talen vertaald, maar op de Nederlandse vertaling was het wachten tot in 1998. De weerklank overtrof de literaire kwaliteit van het boek, maar de Brugse horeca mag er Rodenbach eeuwig dankbaar voor zijn.

Et les autres?

 Mag een stad een schrijver annexeren omdat hij of zij hier literaire furore heeft gemaakt? Een cassant voorbeeld hiervan is de Brugse dichteres Christine D’Haen (1923-2008). D’Haens poëzie werd slechts in beperkte, eerder elitaire kring gesmaakt, ook al omdat zij zelf graag verwees naar illustere voorgangers als Milton, Dante en Rilke. Ze woonde bijna levenslang in Brugge, maar vanuit haar huis in de Nieuwe Gentweg voerde ze een permanente guerrilla tegen deze stad die ze verworden zag tot een toeristische miskleun. Desondanks gaf Brugge haar een straatnaam, weliswaar in een kleurloze verkaveling langs de Damse Vaart.

Een andere ‘moeilijke’ auteur die men graag bij Brugge betrekt is Marguerite Yourcenar, de eerste vrouw die in de Académie Française werd opgenomen . Ook zij geniet de twijfelachtige eer van een Brugse straatnaam. In 1968 publiceerde ze ‘L’Oeuvre au noir’ (Het hermetisch zwart) die voor haar grote doorbraak zorgde. Daarin wordt het Brugge uit de Renaissance haarscherp beschreven. Gek genoeg was ze voor die datum zelden of nooit in Brugge geweest. Ze bouwde later wel een vriendschap op met de toenmalige uitbaatster van boekhandel De Reyghere, Lucienne De Reyghere.

Tot slot weet Brugge niet meteen wat aan te vangen met de figuur van Guido Gezelle (1830-1899), spijts een eigen museum en talloos veel pogingen om de dichter te actualiseren. Gezellekenner Julien Vermeulen noemt Gezelle overigens ‘een onbekende Europeaan’.

Julien Vermeulen: ‘ Als dichter heeft Guido Gezelle nooit enige internationale uitstraling gekend. Nog minder heeft hij een internationale literaire beweging op gang gebracht. Tijdens zijn leven werd zijn poëzie voor de buitenlandse lezer niet toegankelijk gemaakt, ook al had hij zelf heel wat contacten met Engelse expats in Brugge en Roeselare. Gezellevertalingen verschenen pas heel laat, waren heel beperkt en bleven lang van dubieuze kwaliteit.’ (LUC FOSSAERT)

 

BRUTAAL loopt van 5 tot 13 mei.

 

 

 

   
   

 

Comments are closed.

%d bloggers liken dit: