Exit Magazine

Maandelijks Brugs Cultuurblad

Tweede editie W.E.R.F.-Labelnight smaakt naar méér!

chris-joris-home-project_arnold-van-der-poel

Chris Joris (foto Arnold Van Der Poel)

De aanleiding voor de eerste W.E.R.F.-Labelnight in 2012, friste Roger De Knijf tijdens zijn introductie het geheugen op, was dubbel: de 100ste cd op het label was net verschenen en Concertgebouw Brugge vierde zijn 10de verjaardag. W.E.R.F. records werd in 1993 onder impuls van Rik Bevernage opgericht en met een staalkaart van wat in de voorbije ruim twee decennia is uitgebracht konden de aanwezigen op zaterdag 10 oktober op meerdere manieren kennismaken: voor iedere bezoeker een gratis exemplaar van de ‘Anthology’ (4 cd’s!) en een live programma met 10 acts. De presentator gaf in dat verband mee dat om de strakke timing te kunnen aanhouden geen der aantredende groepen een bisnummer zou geven.

Het siert De Werf dat men bij het samenstellen van de affiche plaats had gereserveerd zowel voor gevestigde namen – vaak zelfs al met internationale faam – als voor jonge groepen die recent debuteerden en nu hun verdere stappen in de moeilijke jazzwereld moeten zetten. Anderzijds zorgde diezelfde affiche ook voor hoofdbrekens bij de gulzige jazzcats die hoopten zo veel mogelijk te zien en te horen: immers, naast 4 concerten die door allen konden worden bijgewoond, waren er ook 2 momenten waarop een keuze diende gemaakt uit 3 op hetzelfde tijdstip geprogrammeerde groepen. Een keuze die menig liefhebber met een dilemma opzadelde. L’embarras du choix, quoi.

Pianist, componist èn Bruggeling Kris Defoort, de eerste ooit om een cd op het label uit te brengen, mocht in de Concertzaal de avond openen. In het Engels bracht hij dank aan Concertgebouw Brugge voor de opdracht om een nieuw werkstuk te maken, aan auteur Peter Verhelst voor zijn toestemming om teksten te gebruiken – de schrijver zelf kon niet aanwezig zijn wegens voorstelling van het nieuwe boek van Stefan Hertmans – en aan Budapest Music Center. Tevens bracht hij hulde aan Rik Bevernage, die terecht een straf applaus in ontvangst mocht nemen. Voor zijn gloednieuwe groep ‘Diving Poet Society’ heeft Defoort zijn trio (Nicolas Thys, elektrische bas en Lander Gijselinck, drums) uitgebreid met Guillaume Orti (altsaxofoon) en Veronika Harcsa (vocals). De groep begon zijn set met een vierdelige suite, genaamd ‘The Pine Tree’, waarin Harcsa de teksten afwisselend declameerde en zong. Aan dat – op zich al indrukwekkend – zingen verleende Orti extra meerwaarde door saxgewijs de zanglijnen te volgen. Was dit al een vernieuwend en zeer boeiend project, dan schudde Defoort nog een primeur uit de mouw, want hij had voor het eerst zelf lyrics schreven voor een compositie getiteld ‘Heavenly Billie’. In twijfel of die tekst wel voldeed, kreeg hij naar eigen zeggen van Harcsa de laconieke commentaar: ‘In English everything works’… De set werd besloten met het oude ‘Sound Plaza’ in een nieuw, verrassend arrangement, dat Orti ruimte gaf om (eindelijk!) even voluit te gaan in een schitterende solo en dat ook een scattende Veronika Harcsa liet horen. Een fantastische aftrap die het beste liet verhopen voor het vervolg van de avond, maar ook meteen de lat wel erg hoog legde.

Volgde (helaas) de eerste keuzeronde, waarin werd gedwongen te selecteren uit SCHNTZL, Estiévenart – Delannoye Quartet en Bart Defoort Quintet. Laatstgenoemde groep gaf enkele dagen voor de Labelnight een dermate geslaagd optreden in The Black Cat (Torhout) – voor mijn recensie: zie www.jazzhalo.be – dat ondergetekende naar méér snakte. In Studio 1 speelde het vijftal o.l.v. saxofonist èn Bruggeling Bart Defoort – niet enkel naamgenoot maar ook broer van Kris – opnieuw uitsluitend composities uit de beresterke cd ‘Inner Waves’ (W.E.R.F. 137, een aanrader!). Daarbij werd geopteerd voor meer stevige en uptempo stukken: ‘Light Red To Dark Blue’; het gospelachtige ‘No More Church’; titelnummer ‘Inner Waves’; ‘The Yearning Song’. Alvorens de gebalde en spetterende set wederom vol (h)eerlijke jazz – ik citeer even mezelf – af te sluiten met ‘Make That Move’, had Defoort lovende woorden voor het W.E.R.F.-label dat zo veel inspanningen heeft gedaan voor de Belgische jazz, zonder onderscheid te maken tussen stijlen.

Voor het derde concert van de avond, in de Concertzaal opnieuw, stond Chris Joris Home Project feat. Naima Joris in. Wat dat is geworden, heeft ondergetekende – door honger en dorst gekweld even afhakend – proberen af te leiden uit de commentaren van zij die er wèl bij waren. En die kritieken bleken, unaniem, niet mals. “Een popconcert” was er een van – jazzliefhebbers zijn geen makkelijke jongens en meisjes – en uit diep en gemeend respect voor Joris geef ik niet in woorden weer wat mijn oren nog opvingen. Zijn recente cd ‘HOME and old stories’ (W.E.R.F. 139) is nochtans een gevarieerd werkstuk geworden dat ik met graagte beluister: Chris zelf demonstreert weer volop en uitgebreid wat een getalenteerd percussionist hij wel is en dochter Naima durft een aantal gewaagde covers aan (o.a. ‘Both Sides Now’ van Joni Mitchell en ‘Grinnin’ In Your Face’ van Son House), zonder kleerscheuren of andere schade achteraf.

De beslissing wie te gaan zien tijdens de tweede keuzeronde, lag al lang vast: ondanks sympathie voor Ragini Trio en Sander De Winne – Bram De Looze Duo (dat inviel voor Trio Grande), bestond er geen ogenblik twijfel dat ik Sluijs – Vermeulen weer eens aan het werk wou horen. De altsaxonist en de pianist presenteerden in de Kamermuziekzaal een fijnproeversmenu samengesteld uit standards en eigen werk: ‘Goodbye’; ‘Broke’; ‘Parity’; ‘Epistrophy’ van Monk en ‘Sweet Dulcinea’ van Kenny Wheeler. Bij elk concert van deze muzikanten, die zowel als duo als elk met eigen groep meerdere cd’s voor het label hebben opgenomen, valt steeds opnieuw op in welke mate zij op elkaar zijn ingespeeld: blindelings voelt de een de ander aan, verbale uitwisseling noch gebaren zijn nodig. Bovendien kunnen zij na al die jaren in duo nog steeds zelf genieten: zie bijvoorbeeld hoe Sluijs met gesloten ogen en een glimlach om de lippen luistert wanneer Vermeulen een passage solo speelt. Dit concert was van zo’n klasse dat het als veel te snel voorbij werd ervaren en het is nu al vol verwachting uitkijken naar een nieuwe cd, hopelijk in de zeer nabije toekomst.

Het slotconcert in de Concertzaal was toevertrouwd aan MikMâäk, het 16-koppig gezelschap dat zich over de volledige breedte van het podium uitvouwde. Wie deze uitgelaten bende kent, was vooraf voorbereid op het bij momenten anarchistisch aandoend muzikaal geweld dat dit op het eerste zicht zootje ongeregeld produceert. In de loop van het optreden bleek dat een aantal aanwezigen daarvan schrokken en/of het niet langer konden aanhoren, met als gevolg toch wat weglopers. Wie wèl bleef – voor alle duidelijkheid: de overgrote meerderheid – liet zich vol genoegen wegzinken in de poel van klanken die het collectief aanlegde. De setlist – 5 lange stukken – bevatte hoofdzakelijk composities uit de live in De Werf opgenomen dubbel-cd die in 2015 verscheen (W.E.R.F. 132-133). Het typeert het lef van de groep dat men niet voor de makkelijkst het oor binnensluipende melodieën ging: o.a. ‘Tilt’; ‘Back And Force’ (een geschenk van Andy Emler) en de 4-delige suite ‘Katsounine’ kregen potige versies aangemeten. Het blijft een ware tour de force wat MikMâäk telkens weet te presteren en de beslissing om die groep een hoofdplaats op de affiche te geven, kan dan ook enkel worden toegejuicht.

Bij het betreden van de inkomhal bleek Compro Oro – met nieuwe mij onbekende bassist in de rangen – al aan zijn energieke vertoning begonnen. Zij vergastten het stilaan uitdunnend en staand publiek op een mix van werk uit ‘Transatlantic’ (W.E.R.F. 128) en nieuwe stukken. Dat dit vijftal voor ambiance kan zorgen – tenminste als de toehoorders mee willen – bleek ook nu, want enkelingen schuifelden een voorzichtige danspas. Maar de avond was al lang geweest en vele hoofden zaten tot de rand gevuld met muzieknoten en melodieën…

Deze Labelnight evaluerend mag zonder aarzeling worden gesteld dat ook de tweede editie zeer tevreden gezichten opleverde, zowel wegens het gevarieerd aanbod – van intieme “kamerjazz” tot uitbundige bigband – als wegens het niveau van de optredens. Ook qua opkomst mag van een succes worden gesproken. Hopelijk is het W.E.R.F.-label na de samensmelting van De Werf en Vrijstaat O een verder leven beschoren en kan het nog tientallen cd’s van dezelfde kwaliteit afleveren. (Paul Godderis)

Comments are closed.

%d bloggers liken dit: