Exit Magazine

Maandelijks Brugs Cultuurblad

Twee Oostendse grootmeesters verenigd in nieuwe museumvleugel

_DSC8181

 Mu.Zee eert voortaan twee Oostendse kunstenaars uit de 19de en begin 20ste eeuw: James Ensor en Léon Spilliaert. Ze doet dat op permanente basis in een nieuwe vleugel van het museum dat voorheen dienst deed als depot. Het resultaat is een 1000 vierkante meter grote, helwitte ruimte die, dankzij een inspirerende vormgeving, een boeiend verhaal vertelt over twee schilders die vandaag Oostends erfgoed zijn.

De relatie tussen Ensor en Oostende is al vaker onderwerp geweest van een tentoonstelling, de verhouding Spilliaert & Oostende iets minder. Nochtans zijn enkele van zijn bekendste, vaak donkere en duistere werken, het resultaat van zijn nachtelijke zwerftochten door de stad en zijn wandelingen langs het strand.

De tentoonstelling volgt een semi-biografische route waaruit blijkt dat het Oostende van Ensor fel verschillend was van het Oostende van Spilliaert. De eerste woonde en werkte in een klein vissersdorp met open riolen, Spilliaert leefde in een mondaine badstad, met dank aan de favoriete behandeling door enkele Belgische koningen (hoewel de bezoekersgids hem nog eens de plunderingen van Kongo aansmeert). In de schaduw van de twee grootmeesters focust de tentoonstelling ook nog op tijdgenoot en cineast Henri Storck en fotograaf Maurice Antony. Samengevat: ‘vier grootmeesters en één meesteres, Oostende, de eigenzinnigste kunstkoningin der badsteden’, vermeldt de viertalige bezoekersgids met gepaste trots.

De vormgeving van de tentoonstelling, is het werk van Kaat Flamey (die ook de vormgeving van EXit ontwierp), dit in nauwe samenwerking met curator Mieke Mels.

Kaat Flamey: ‘Het verhaal van de twee kunstenaars wordt verteld aan de hand van kunstwerken, foto’s en teksten. Daarom is de typografie (lettertype, grootte en kleur) van groot belang, evenals de leesbaarheid van de teksten en collages. De kijker/bezoeker moet in alle rust de info kunnen lezen. De teksten verschijnen in donkergrijze tinten, de citaten in zwart, net als de beelden en collages. Dezelfde typografie en vormgeving vind je ook in de bezoekersgids, de stadsbakens, de affiches en uitnodigingen.’

Het bezoek leert en toont je het intellectuele milieu waarin Ensor en zijn kunst gedijde, de vele etsen die hij maakte, zijn obsessie met licht, de vrienden met wie hij ging tekenen in de Oostendse duinen. Bijzondere aandacht gaat naar de 19de eeuwse Franstalige dichter uit Sint-Amands (én vriend én kunstpromotor) Emile Verhaeren. Een hoogtepunt in de tentoonstelling is het reusachtige wandtapijt met ‘De intrede van Christus’, waarvan het geschilderde origineel zich in het Amerikaanse Gettymuseum bevindt. Ensor zelf tekende voor de kleuren.

Het bezoek aan de expo leert eveneens dat beide schilders qua thematiek en werken hemelsbreed van elkaar verschilden: de explosieve kleuren van Ensor versus het donker en duister van Spilliaert of een verschil van dag en nacht.

Aansluitend op de tentoonstelling is een bezoekje aan het Ensorhuis (Vlaanderenstraat) aanbevolen. Binnenkort opent op een boogscheut van het Mu.Zee het Spilliaerthuis, een privé-initiatief. Het Mu.Zee zelf draagt zorg voor de grootste Spilliaert-collectie in Europa. (LF)

Mu.Zee, Romestraat 11, Oostende. Tickets 9 euro, jongeren 1 euro.

 

Comments are closed.

%d bloggers liken dit: