Exit Magazine

Maandelijks Brugs Cultuurblad

Delphine Lecompte in drievoud

scan `delphine

 

De Brugse dichteres Delphine Lecompte (1978) is in zes jaar tijd toe aan evenveel (lijvige) dichtbundels. De titel van haar jongste boek klink als een aftelrijm, ‘Dichter, Bokser, Koningsdochter’, verwijzend naar haar dichterscarrière, de bokser Delphine Persoone en (koningsdochter) Delphine Boël. Inhoudelijk verschilt deze dichtbundel met een andere toon van de vorige vijf bundels. In het exemplaar dat ze mij signeert zet ze de puntjes op de i: ‘Nee, ik ben geen ontgoochelde dichter. Echt niet. Ik blijf baldadig en brutaal’.

Delphine Lecompte stapt literair door een moeizame periode. Voordrachten lopen terug, de magie van het debuut is op zijn terugweg, en ze stapte zelfs eventjes uit het woelige literaire leven. Lecompte is natuurlijk geen hype als een Maud Vanhauwaert, en dat heeft zo zijn weerslag, vertelt ze: ‘Je wordt minder gevraagd, je krijgt minder recensies ook’. Ze weet en beseft: ‘De realiteit van vandaag is dat je zelf je promotie moet verzorgen en precies dat heb ik in de voorbije periode schromelijk verwaarloosd. Ik dacht dat het ook zonder die aanstellerij zou lukken. Nee, dus. Ik was naar het andere einde doorgeslagen.’

Toch is Delphine al die tijd blijven poëzie schrijven. Zelf noemt ze het ‘kleine verhaaltjes vermomd als gedichten’. Ze heeft ook ‘meer tederheid’ toegelaten in haar gedichten. ‘Meer’, omdat ze minder tevreden was over de gedichten uit haar vorige bundel ‘De baldadige walvis’. Haar uitgever De Bezige Bij stak een handje toe en coachte haar met een eindredacteur die elk gedicht aan commentaar en analyse onderwierp. Het heeft gewerkt.

De thematiek van de bundel is wel vertrouwd gebleven: de baldadige kindertijd in De Panne, de terugkerende personages als de kruisboogschutter, de imker en de touwslager en de psychiatrie. Haar voorkeurgedicht uit de bundel heet dan ook ‘Deze keer is het de waarheid’ en opent met ‘Ja, ik heb al verschillende gedichten over touwslagers geschreven/ Maar ze waren telkens verzonnen, of ze waren metaforen/..

Is Delphine tevreden met de nieuwe bundel, toch gaat ze op zoek naar nieuwe uitdagingen, naar een nieuwe vorm. Ze wil met haar poëzie veel mensen bereiken, maar met gedichten alleen lukt dat niet. Ze noemt zich vandaag dan ook ‘werkzoekend’. Ze is bang dat ze een parodie van zichzelf zou worden, en daarvoor past ze. Ze klinkt duidelijk en beslist: ‘Ik zoek een nieuwe Delphine’. Ze wil iets anders gaan doen met haar werkinstrument, de taal. Dat kunnen (vage) plannen zijn om een kinderboek uit te geven samen met een illustrator, of een biografie over haar geliefkoosde blueszanger Leadbelly. Ze droomt van een nieuwe start, want ze voelt zich gevangen in een knellend stramien.Daarom schrijft ze nu naast de meer ingetogen gedichten verhalen. Een zoekende mens. (LF)

 

De zee en de ezel

Ik toon hem de kerk waar ik gedoopt werd

De zee ligt vlakbij, ik kon haar al spellen

Toen ik gedoopt werd, ‘zee’ en ‘stal’

Dat waren mijn lievelingswoorden

Nu niet meer, maar ik blijf gedoopt en van de zee houden.

 

Ik toon hem het strand waar mijn hart gebroken werd

Door de ruwe zoon van de ezeldrijver

Ook ik was ruw, ben ik nog onbehouwen?

De oude kruisboogschutter vraagt of ik hier ontmaagd ben

Nee, dat was verder, in een bunker door een vieze imker/…..

Comments are closed.

%d bloggers liken dit: