Exit Magazine

Maandelijks Brugs Cultuurblad

Oudste geschiedenis Café Vlissinghe ontsluierd

Café Vlissinghe_Matthias Desmet

Foto Mathias Desmet

Op 21 december 2015 werd de 500ste verjaardag van Café Vlissinghe met het nodige feestgedruis en met een positief gevoel afgesloten.

De herberg is levendiger dan ooit nu ook het erfgoed errond stevig onder de aandacht kwam. Finaal kwam nog een verrassing uit de bus.

In het laatste nummer van het tijdschrift ‘Brugs Ommeland’ dat eind december werd verspreid, is een artikel opgenomen van Brigitte Beernaert van de stedelijke dienst voor Monumentenzorg waarin de oudste geschiedenis van het gebouw verder is ontrafeld (Vlissinghe Revisited, vijfhonderd jaar herberg, in B.O., 2015/4, p. 210-224)

Het doorploegen van archiefdocumenten bracht persoonlijke gegevens over de eigenaars en bewoners doorheen de geschiedenis aan het licht en de meest prangende vraag wordt bovendien beantwoord …er was hier in 1515 echt wel al een herberg en de viering was dan ook meer dan terecht.

Eeuwenoude rekeningboeken van het passantenhuis Sint-Juliaans uit het OCMW-archief bewaren het bewijs. Hierin zijn huiseigenaars in Brugge vanaf 1487 mooi chronologisch opgesomd en soms wordt hun beroep erbij vermeld. Hoofdbedoeling van die rekeningen was noteren of de jaarlijkse rente of belasting op het huis tijdig werd betaald.

Tussen 1487 en 1519 waren twee (wellicht?) naast elkaar gelegen gebouwen in de Blekersstraat, steeds in het bezit van eenzelfde eigenaar. Op beide stond een rente ten voordele van Sint-Juliaans.Eén ervan was ooit een publieke badinrichting (een stove ) en het andere is het huidige Vlissinghe. De buurt was niet onbesproken, zo dicht bij het vroegere havenkwartier. Bovendien was de straat smal en discreet en ideaal voor een rendez-voushuis. Brugge telde in de 15de eeuw niet minder dan 40 publieke badstoven, veelal in het Sint-Gilliskwartier. In de vroege 16de eeuw veranderd de situatie enigszins.

Vanaf 1515 betaalde een zekere Jan Breij als eigenaar en bewoner de belasting op beide panden. Hij staat genoteerd met als beroep tavernier. Vlissinghe is dan al zeker een taverne en het buurpand in de straat was ‘wijlent’ een badstoof.

De vijf eeuwen oude herberggeschiedenis wordt door dit archiefdocument bewaarheid! Over de afkomst en de levenswandel van herbergier Jan Breij zijn voorlopig geen verdere gegevens bekend. Hijzelf baatte nooit de badinrichting uit, maar enkel de herberg. Het artikel staat ook stil bij jongere eigenaars en doet bovendien een proeve tot beschrijving van het nog bestaande, fraaie gebouw dat als monument is beschermd. Nu rest er alleen Jan Breij een gezicht en een geschiedenis te geven als eerste herbergier.

BRIGITTE BEERNAERT

 

Comments are closed.

%d bloggers liken dit: