Exit Magazine

Maandelijks Brugs Cultuurblad

MAfestival 2015 – Een combinatie van toppers en aanstormend talent

Photo Jean Rondeau

Jean Rondeau, zat. 1.8 om 22.30 (za. 1.8 om 22.30)

Vanaf 31 juli kan je met het MAfestival weer genieten van tien dagen muziek uit maar liefst zes eeuwen, met focus op renaissance en barok uiteraard. Het recept is gekend: een combinatie van toppers uit het vakgebied en aanstormend talent in de fringe-concerten. Tussendoor kan je de klavecimbelexpo in de stadshallen bezoeken en getalenteerde solisten horen wedijveren voor de eindoverwinning op het concours. Afsluiten doet het festival met Vélo Baroque, de muzikale fietstocht door het Brugse Ommeland.

Omnia Vanitas

Een schedel, een kaars, bloemen, fruit, juwelen, een boek… Het kleurrijke campagnebeeld laat geen twijfel bestaan over het thema van deze editie van het MAfestival: het zijn alle typische symbolen van de vanitas, vergankelijkheid maar ook ijdelheid. Artistiek directeur Tomas Bisschop verantwoordt de keuze voor dit onderwerp: ‘We proberen altijd een thema te zoeken dat verband houdt met vandaag. ‘Metamorfosen’ vorig jaar was bijvoorbeeld makkelijk te verbinden met de klimaatopwarming. ‘Vanitas’ is misschien wel nog actueler. We zijn nog nooit zo bezig geweest met uiterlijk vertoon, ijdelheid. Denk maar aan sociale media waar je alleen maar de beste kanten van jezelf en je leven laat zien. En daaraan gepaard is er ook die fascinatie, misschien wel afkeer of angst voor die andere betekenis van vanitas: de vergankelijkheid. Een botox-kuur is nooit veraf…’

Het MAfestival exploreert muzikale uitingen van vanitas. Ver moet je daarvoor niet zoeken. Waarvoor dienen virtuositeit en technische hoogstandjes anders dan om de ijdelheid van de muzikant te strelen? Zeker de barok, met zijn weelderige versieringen en ruimte voor improvisatie, is een pronkzuchtige stijlperiode. Niet voor niets zijn ook muziekinstrumenten een vanitassymbool. Het openingsconcert van het Schotse Dunedin Consort zet meteen de toon. Het ensemble brengt Il Trionfo del Tempo e del Disinganno, de triomf van de tijd en het inzicht. In dit allegorisch oratorium van Händel wordt Bellezza (Schoonheid) verleid door Piacere (Plezier), maar zetten Tempo (Tijd) en Disinganno (Inzicht) haar weer met de voetjes op de grond. Verder zijn er een zestal concerten gewijd aan de danse macabre. Een dodenmis brengt de sterfelijkheid eveneens in herinnering. Dit genre komt aan bod in de programma’s van Stile Antico en Cappella Amsterdam. ‘De affiche van dit jaar is meer dan ooit doordrongen van het thema. We geven artiesten altijd de opdracht om werk te zoeken of een programma in elkaar te steken dat aansluit bij het centrale onderwerp, en dat is dit jaar bijzonder goed gelukt’, aldus Bisschop.

Concours speerpunt van festival

In het jaar waarin de vanitas centraal staat, is het best wel passend – of niet zonder ironie, zo je wil – dat de internationale wedstrijd van het MAfestival een nog belangrijkere rol krijgt toebedeeld. Dat deze editie voor klavecimbel is, toch wel het uithangbord van het concours, heeft daar veel mee te maken. Maar de ruime aandacht voor de competitie is ook het gevolg van een bewuste strategie. Het MAfestival dankt haar prestige en internationale bekendheid in grote mate aan zijn concours. Bisschop beseft de waarde van de wedstrijd, en wil er in de toekomst nog meer op inzetten. ‘De organisatie van het concours is een erg dure zaak. Dit jaar nemen er meer dan 70 kandidaten aan deel uit alle windstreken, en het prijskaartje van de logistiek is niet min. Toch wil ik in de toekomst nog meer investeren in de wedstrijd, want­ hierop kunnen we ons echt profileren. Er zijn weinig concoursen voor solisten die zo specifiek zijn. Voor ensembles bestaan er wel meerdere oude muziek-wedstrijden, maar individuele specialisten van de renaissance en barok kunnen zich op niet veel plaatsen meten met de concurrentie.’

Zo’n concours is er uiteraard niet alleen voor het festival, maar komt in de eerste plaats de deelnemende muzikanten ten goede. Bisschop: ‘Met de wedstrijd kan je jonge artiesten concreet iets aanbieden. Het heeft geen zin om te verkondigen dat je als festival jonge muzikanten steunt, en dan niets onderneemt. Het concours biedt een antwoord. Het is een springplank naar een professionele, vaak internationale carrière. Een visitekaartje dus.’ Hoe ziet die investering in de toekomst er dan uit? Bisschop: ‘Ik denk dat er nog mogelijkheden in wat ik de ‘nazorg’ noem. Het is niet omdat de muzikanten weg zijn uit Brugge, dat we ze niet meer verder kunnen blijven ondersteunen. Ik zie een rol weggelegd voor een festival als het onze als intermediair. We kunnen artiesten opnieuw uitnodigen, in contact brengen met andere muzikanten, masterclasses uitwerken enzovoort.’  (ALEXANDDR JOCQUE)

 

Comments are closed.

%d bloggers liken dit: