Exit Magazine

Maandelijks Brugs Cultuurblad

De Deeldeliers in De Werf: muziek èn woord

Deeldeliers

Dat er massale belangstelling was, zaterdagavond 21maart, voor het concert van De Deeldeliers in De Werf, zal er zeker mee te maken hebben gehad dat voor dit project ene Jules Deelder in samenzwering gaat met Bas van Lier Trio. Hij deed zijn reputatie trouwens al meteen eer aan door er eigenhandig voor te zorgen dat het optreden met enige vertraging begon: de foyer betredend had hij zich namelijk meteen een weg gebaand richting draaitafels waar DJ van dienst Benny Claeysier er met zijn keuze voor swingende muziek aardig in slaagde de bezoekers in the right mood te brengen. Deelders nam de teugels meteen over en deed dat met zo’n enthousiasme en overgave dat Bas van Lier hem eigenhandig moest komen aanmanen nu toch maar eerst mee te komen naar de zaal opdat het concert zou kunnen beginnen. Zijn argument dat Jules “achteraf nog plaatjes mocht draaien” had gelukkig het gewenste effect.

Het optreden ging in een verschroeiend tempo van start, met scheurende uithalen van saxofonist Boris van der Lek en brede orgelpartijen van van Lier zelf, beiden in de rug gedekt door drummer Erik Kooger en geflankeerd door “tweede slagwerker” Deelder die de gehele avond zijn snare en hihat met brushes zou strelen. Dit begin zette eigenlijk meteen de toon voor het verdere muzikale gedeelte: uptempo nummers zouden de set grotendeels domineren. Na ‘Jungle Strut’ van Gene Ammons gaf van Lier een eerste keer Deelder de gelegenheid om verbaal indruk te maken, waarop deze het ontroerende gedicht ‘Vogelvrij’ declameerde. Prompt liet hij dit volgen door een nagelnieuw vers getiteld ‘Gad’, waarin de schepping van de wereld een geheel nieuwe interpretatie krijgt. Toen hij aangaf dat men dit vers ook kan zingen en meteen de daad bij het woord voegde, maakte van Lier duidelijk dat het niet in aanmerking kwam voor een plaat van De Deeldeliers. Gevat repliceerde de dichter dat hij het toch al voor een eigen plaat opeiste en dat het zelfs niet eens een hit hoeft te worden: als het op plaat staat, brengt het meteen op.

Dat zou het stramien voor het vervolg van het optreden worden: stukken muziek met tussendoor telkens een open doelkans voor Deelder die dan ook moeiteloos demonstreerde waar hij meester is als het op scoren aankomt. Behalve zijn poëzie, bracht hij ook grappen, bv. over de culinaire wensen van een kannibaal in het ziekenhuis. Toch had het gezelschap nóg verrassingen in petto, want Deelder zong zowaar. Eerst ‘Brother can you spare a dime’, een klassieker waarvan hij de historische (en tragische) context overigens nauwkeurig schetste, maar die hij liet voorafgaan door een sneer naar Ella Fitzgerald die véél te lang was blijven doorgaan en tenslotte van een podium was gedonderd. Later op de avond zou hij nog zijn gedicht ‘Blues on Tuesday’ zingen.

Op muzikaal vlak bleven de heren kiezen voor de snellere nummers – bv. ‘Cameltoe’ – met veel ruimte voor sax en orgel, maar af en toe was er een adempauze in de vorm van een ballad (bv. ‘One for my baby’). Vóór afsluiter ‘Deeldelirium’ praatte van Lier met ware Hollandse koopmansgeest het publiek nog aan na het optreden de vinylversie – gelimiteerde oplage! – van de nieuwe cd te kopen à 30 euro (“voor diegenen die de voorkeur geven om 15 euro aan drank te besteden is er een cd-versie à slechts 15 euro”). Een bisnummer kwam er niet, maar dat hoefde ook niet echt, want uiteindelijk was de slotsom dat de die avond gebrachte muziek weliswaar swingde, maar uiteindelijk té weinig gevarieerd was om blijvend te boeien. Toch een luide ovatie, door een gedeelte van het publiek staande gebracht, waaruit moge blijken dat het optreden echt wel de gewekte verwachtingen had ingelost.

En ook Deelder was een gelukkig man, want mocht, zoals beloofd, na afloop “nog wat plaatjes draaien”. (PJG)

 ps. De Deeldeliers in De Werf: Jules Deelder (woord, zang, slagwerk), Bas van Lier (orgel), Boris van der Lek (sax), Erik Kooger (drums).

(PJG)

 

Comments are closed.

%d bloggers liken dit: