Exit Magazine

Maandelijks Brugs Cultuurblad

Jazz in de loopgraven

IMG_0201

Matthijs de Ridder wijdt in zijn boek ‘Rebelse Ritmes’ een hoofdstuk aan oorlogsheld en muziekvernieuwer James Reese Europe. In het kader van STORM! komt passioneel jazzliefhebber, essayist en literatuurcriticus de Ridder het verhaal vertellen hoe Europe de jazz naar Europa bracht.

EXit: James Reese Europe lijkt mij “wat ondergesneeuwd” in de geschiedenis van de jazz? Nochtans heeft hij een belangrijke rol gespeeld, zowel bij het introduceren van dat muziekgenre in Europa als in de prille geschiedenis van de opgenomen jazz?

Matthijs de Ridder: ‘Europe is niet alleen ondergesneeuwd, maar door het grote publiek totaal vergeten. Dat heeft natuurlijk alles te maken met het feit dat hij stierf nog voor hij echt zijn stempel op de muziek heeft kunnen drukken. Europe en zijn band hadden er alles aan gedaan om hun land te mogen vertegenwoordigen in de loopgraven. Dat was in het gesegregeerde Amerika van die tijd geen simpele opgave. Zwarte soldaten mochten niet samen dienen met blanke soldaten. Gemengde regimenten waren uit den boze, maar toen Europe er eenmaal in geslaagd was om een zwart regiment op te richten, bleek dat regiment ook niet opgenomen te mogen worden in de zogenaamde regenboogdivisie van het Amerikaanse leger, die eind 1917 naar Europa werd gestuurd. Dat Europe en zijn mannen uiteindelijk toch in de loopgraven terecht kwamen is te danken aan de Fransen. Europes regiment werd namelijk toegevoegd aan het Franse leger. Ze vochten ook in (deels) Franse uniformen. Al snel kregen deze heldhaftige zwarte soldaten de bijnaam ‘Hell Fighters’, een naam die ze als geuzennaam hebben aanvaard en die ook gebruikt werd door de legendarische regimentsband. Voortaan gingen ze als ‘James Rees Europe’s Hell Fighters Jazz Band’ door het leven. Die band was vooral zo speciaal omdat Europe de ragtime van voor de oorlog, onder invloed van zijn ervaringen aan het front, een rauw en zelfs opstandig randje had gegeven. In de loopgraven begon Europe liedjes te schrijven over het niemandsland, de ruimte tussen de twee fronten die in de verbeelding van de componist de enige plek was waar de zwarte Amerikanen aanspraak op konden maken. Als je er even over nadenkt is dat een even wrange als inventieve manier om om te gaan met het racisme waarvoor deze muzikanten werden geplaatst. Dit soort liedjes hadden overigens veel succes. Dit was het soort jazz dat Europa al snel op zijn kop zou zetten en die ook in de Verenigde Staten erg populair werd. Toen de Hell Fighters in 1919 weer in de VS waren, hebben ze uitgebreid getoerd met dit repertoire. Ergens halverwege die tour hebben ze hun muziek, gelukkig voor ons, inderdaad zelfs opgenomen. Die opnamen behoren tot de vroegste jazzregistraties van zwarte artiesten. Maar lang heeft Europe niet van die roem mogen genieten. Aan het eind van de tour ontstond er een ruzie in de ritmesectie van zijn band. Een drummer ging compleet over de rooie en stak Europe dood. Dat is natuurlijk een zeer tragisch einde voor een oorlogsheld en muziekvernieuwer. Na zijn dood gebeurde eigenlijk hetzelfde als na de dood van Charlie Parker. Mensen weigerden te aanvaarden dat hij er niet meer was en zwoeren dat zijn muziek hem in leven zou houden. Deels is dat gebeurd. We spreken immers vandaag weer over James Reese Europe. Maar de jazz heeft zich vervolgens zeer snel ontwikkeld. De hoofdstroming van de jazz werd instrumentaal en de gezichtsbepalende figuren waren allemaal virtuozen op hun instrumenten. Ook de opnametechnieken werden snel veel beter en dat zorgde ervoor dat de wat primitieve opnamen van de componist en dirigent James Reese Europe op de achtergrond verdwenen. Maar zijn bijdrage is enorm geweest. Niet alleen voor de ontwikkeling van de jazz, maar ook voor de acceptatie van de muziek in de blanke maatschappij. Men zegt altijd dat Fats Waller in 1942 de eerste zwarte jazzmuzikant was die in Carnegie Hall optrad, maar eigenlijk is dat James Reese Europe geweest met zijn Clef Club Symphony Orchestra in… 1912.’

EXit: Einstürzende Neubauten brachten enkele van zijn composities tijdens hun concert in het kader van de herdenking van 100 jaar W.O. I en die stukken staan dus ook op ‘Lament’. Vind jij die bewerkingen geslaagd?

de Ridder: ‘Ja, zeer. Ten eerste was ik zeer verrast dat de Neubauten precies de twee nummers hebben opgenomen waarover ik schrijf en die ik ook in de lezing zal behandelen. Wat zij er vervolgens mee doen, is een mooie hedendaagse illustratie van het effect dat deze muziek op de nietsvermoedende Europeanen na de Eerste Wereldoorlog moet hebben gehad. Die muziek moet namelijk een mate van bevreemding hebben opgeroepen die wij ons niet goed meer kunnen voorstellen. Wij zijn intussen gewend aan het ritme, en tal van oorlogen later kijken we ook niet meer op van muziek waarin de destructie van de gewapende strijd wordt verbeeld. Maar bevreemding en destructie zijn uiteraard twee van de voornaamste ingrediënten waarmee de Einstürzende Neubauten werken. Zij slagen er dus wel in om de muziek van Europe tegelijkertijd onverzettelijk enthousiast én huiveringwekkend te laten klinken.’

EXit: Hoe zal de lezing opgevat zijn: heb je het vooral over de muzikant of zoom je ook in op zijn niet-aflatende strijd om een volwaardig burgerschap voor de Afro-Amerikaanse gemeenschap?

de Ridder: ‘Ik wil de mensen graag het verhaal van de beginjaren van de jazz vertellen en dat verhaal gaat automatisch ook over de geschiedenis van de prille twintigste eeuw. Dat begint met de strijd voor gelijke rechten in Amerika, maar heeft ook onherroepelijk zijn weerslag op wat er tijdens en na de Eerste Wereldoorlog in Europa gebeurde. Jazz is in de jaren tien en twintig veel meer dan alleen een nieuwe muzieksoort. Jazz is een van de eerste collectieve rages. En omdat de structuur van de muziek zo anders is dan vrijwel alles wat er in Europa aan voorafging, wordt de muziek al snel ook spiegel van de moderniteit. Veel mensen hadden het idee dat de muziek een totaal andere ordening van de werkelijkheid voorstelde en daar werd zeer heftig op gereageerd. Veel moderne kunstenaars omarmden de jazz, maar menig moralist hoorde er de ondergang van de beschaving in. Ook daarvan wil ik een paar voorbeelden laten zien.’

EXit: Je brengt ook een muzikant mee? Zal er ruimte zijn voor vragen uit het publiek?

de Ridder: ‘Ja, Brecht Goudesone is een accordeonist die zich onder andere heeft toegelegd op ragtime en vroege jazz. Samen gaan we proberen om de sfeer van die tijd op te roepen en natuurlijk zal Brecht nog een aantal van zijn favoriete melodieën laten horen. En vragen zijn natuurlijk welkom. De vraag-en-antwoord-structuur is een van de fundamenten van de jazz, dus die mag hier ook niet ontbreken!’ (PJG)

Zondag 15 februari om 11.00 uur in Vrijstaat O. – www.vrijstaat-o.be

 

 

 

Comments are closed.

%d bloggers liken dit: