Exit Magazine

Maandelijks Brugs Cultuurblad

Dichter bij God: Willy Tibergien

foto's Tibergien

Foto Stijn Vos

Doet de naam Tibergien niet bij iedereen meteen een belletje rinkelen, zijn levenswerk, de Poëziekrant en het Poëziecentrum in Gent, des te meer. Willy Tibergien, die het Poëziecentrum in 201 handen gaf van Carl De Strycker, woont sinds korte tijd langs de Potterierei in Brugge, maar blijft actief op zijn geliefkoosd terrein van de poëzie. Voorbije zomer was hij verantwoordelijk voor de poëziekeuze van ‘Kunstenfestival Watou’ en van het kunstenfestival ‘De Hervonden Tijd’ in Damme, waar hij samen met enkele geestesgenoten het ‘Antiquariaat Maerlant’ uitbaat. Kortom, een man met een verhaal.

EXit: Of naar Brugge komen wonen een reis in de tijd is?

Willy Tibergien: ‘Nee, want Brugge ken ik al heel lang, ik houd ook van deze stad. Mijn meter woonde indertijd in Sint-Andries en ik kwam er, als twaalfjarige, graag op vakantie. Ze leerde mij de stad kennen in de jaren ’57 en ’58. Zelf ben ik afkomstig en opgegroeid in Petegem-aan-de-Leie. Beroepshalve heb ik gewerkt in de privésector, onder meer bij Unilever, waarna ik de overstap maakte naar de sociale sector, tot ik tien jaar later met beide voeten in de culturele sector ben beland. We schrijven 1980.’

EXit: Tijd voor iets dat nog niet bestond: een poëziekrant.

Tibergien: ‘Poëzie is mijn leven lang een bijzondere passie geweest. In 1976 zag ik het gat in de markt met een poëziekrant, een beetje gespiegeld aan het Nederlandse voorbeeld ‘Gedicht’ van Remco Campert. Zowel het initiatief als het ongebruikelijke formaat sloeg aan en ik telde in geen tijd 200 abonnees. Ik had Poëziekrant opgericht met eigen middelen, maar dat kon niet blijven duren. Ik startte de zoektocht naar subsidies en in 1978 draaide de kraan open en kregen we een bedrag van 15.000 BEF (375 euro).’

 

HET VOLLEDIGE INTERVIEW LEEST U IN EXIT 238

Comments are closed.

%d bloggers liken dit: