Exit Magazine

Maandelijks Brugs Cultuurblad

De bioscoopmemoires van ‘een cinemazotje’

warnier

Bob Warnier (Foto Stijn Vos)

De bibliotheek met Brugge-boeken blijft maar aangroeien. Na Brupop!, dat vijftig jaar lokale popgeschiedenis in beeld brengt, is er nu ‘Brugge en zijn bioscoopverleden’ van stadsgids Bob Warnier, die zichzelf omschrijft als ‘een cinemazotje’. Het resultaat is een lezenswaard verhaal, doorspekt met nostalgie uit een tijd dat cinema’s nog in elke wijk  terug te vinden waren.

Nog niet zo heel lang geleden telde zowel de Brugse binnenstad als de randgemeenten een uitgebreid netwerk van cinema’s. Namen als het Kennedy & Richelieu-complex, Memling, Scala, Forum, Rembrandt, Zwart Huis en zelfs een onvervalste sex-bioscoop (de Ritz tegenover de Stadsschouwburg) maakten Brugge tot provinciale hoofdplaats van de cinema. Bob Warnier start zijn verhaal op het eind van negentiende eeuw.

De allereerste film uit de geschiedenis, een uitvinding van de gebroeders Lumière, joeg in het Parijs van  1895 de eerste bezoekers nog de stuipen op het lijf, toen ‘een trein recht op het publiek inreed’, met algehele paniek als gevolg. De Brugse filmprimeur was weggelegd voor Cinema Pathé op de Markt die tijdens de Meifoor van 1909 enkele kortfilms programmeerde, die muzikaal  opgelijst werden door de Brugse volkszanger Mon Canard. De bindteksten waren dan wel in het Frans, maar een explicateur vertaalde met veel tremelo’s. Daarmee schoot de Brugse filmgeschiedenis voorgoed uit de startblokken, een verhaal dat zichzelf honderd jaar later opdoekt door de komst van megaplexen als Kinepolis.

Bob Warnier heeft een verleden met film. Thuis registreerde de vooroorlogse filmprojector de feestelijke momenten, na WO II kocht hij zijn eerste soundtrack, vier 78-toerenplaten met de filmmuziek van Pinocchio. Nadien volgde het schriftje met besprekingen van films die hij, vaak stiekem, ging zien. ‘Stiekem?’, jazeker, want de scholen controleerden nauwkeurig wie wat waar ging zien, soms met wegsturing als gevolg. Uiteindelijk gaat Warnier zelf ook filmen en kaapt hiermee zelfs  enkele bescheiden prijzen weg. In 1982 biedt het Brugsch Handelsblad hem een wekelijkse filmpagina aan, een recenserende bezigheid die hij aanhoudt tot in 1998. Later, en tien jaar verder, gidst hij toeristen (en filmvedetten) langs Brugse filmlocaties en verdwenen cinemaverleden. Enkele van deze verhalen verschijnen geregeld in het blad Brugge die Scone en liggen aan de basis van dit boek dat volledigheid ambieert en weinig over het hoofd ziet. Een boeiend hoofdstuk gaat over ‘Brugge als filmset’, een verhaal dat begon met ‘The Nun’s Story’ uit 1959 (vertaald als ‘Zuster Luc’) en uitloopt met het succesvolle ‘In Bruges’. Het boek besluit met een collectie historische filmaffiches die tijdens de gouden jaren van de stadscinema zowat overal werden opgehangen.’ (LF)

Brugge en zijn bioscoopverleden, Bob Warnier, uitgave West-Vlaamse Gidsenkring, 24 euro

Comments are closed.

%d bloggers liken dit: