Exit Magazine

Maandelijks Brugs Cultuurblad

Frits van Oostrom schrijft magistraal boek over de geschiedenis van het Nederlands in de 14de eeuw

prof1

foto Stijn Vos

‘Als buitenstaander ben ik gemakkelijker bereid om Brugge een spiegel voor te houden’

De voorbije maand was hij hier twee keer te gast: eerst als (boeiendste) spreker op een studiedag over het Egidiushandschrift, de tweede keer in een volgelopen Biekorf om te praten over zijn moeilijk te overtreffen ‘Wereld in Woorden’.  Het slothoofdstuk daarin is een originele en vernieuwende kijk op ‘Bruisend Brugge’. ’Als buitenstaander’ vindt hij, ‘ben ik gemakkelijker bereid om Brugge een spiegel voor te houden’.

De kritiek in Nederland en Vlaanderen kwam superlatieven te kort om (wellicht) het levenswerk van professor van Oostrom te bejubelen. Meer dan  zeshonderd pagina’s lang beschrijft hij in een weergaloze taal de literatuurgeschiedenis uit de (‘waanzinnige’) 14de eeuw, een literatuur ‘zonder betoverende heiligenlevens’, maar des te meer met non-fictie en realisme en weinig onderscheid tussen hoog- en laagcultuur.

EXit: Hoe reageert Vlaanderen op uw boek?

Van Oostrom: ‘Verhoudingsgewijs niet gelijk met de belangstelling vanuit Nederland. Vlaanderen is iets minder een boekenkopersland, maar nu lopen de cijfers wel heel uiteen. Hoewel ‘Wereld in Woorden’  voor ruim 80 procent over Vlaanderen gaat (ver)koopt Nederland het tienvoudige. De drie drukken zijn tot nu toe Nederlands, maar (grappend) Vlaanderen kan nog langszij komen.’

EXit: Onze kijk op de 14de eeuw is vooral gevoed door Barbara Tuchmans ‘De Waanzinnige 14de eeuw’.

Van Oostrom: ‘Misschien had Tuchman het met haar beeldvorming op de verkeerde manier toch bij het rechte eind. Het bijzondere aan de 14de eeuw was de combinatie van crisis (pest, scheuring in de Kerk…) en literatuur die een geweldige evolutie doormaakte. In crisistijd proberen mensen dingen uit die voorheen niet konden. Op het vlak van geloof, samenleving en literatuur gebeurde dat. Men ging vrijer om met de volkstaal, stond kritisch tegenover de kerk en er werd vinnig gediscussieerd.’

EXit: U schetst een minder bekend beeld van het middeleeuwse Brugge. Men noemde Brugge vanaf de 14de eeuw al ‘the cradle of capitalism’, wij denken eerder aan een eeuw later.

Van Oostrom:  ‘Brugge zit natuurlijk op een breukvlak. De Vlaamse Primitieven kleuren de 15de eeuw, maar de 14de eeuwse miniaturen hebben de weg geëffend. Brugge was ook internationale top voor zijn grafplaten, zijn boekverluchting, als wieg van de beurs, als Mariastad en als stad waar commercie en cultuur hand in hand gingen. Tenslotte was Brugge als de meest kosmopolitische stad zelfs artistiek en literair de meest innovatieve. Minder bekend? Tja, als buitenstaander ben ik gemakkelijker bereid om Brugge een spiegel voor te houden.’

EXit: Nog tot eind juni loopt hier Liefde & Devotie rond het Gruuthusehandschrift.

Van Oostrom: ‘Er is heel veel zorg aan besteed, want het boek zelf oogt niet meteen spectaculair, hoewel de inhoud dat wel is. Er moest dus heel veel verhaal’ omheen’ verteld worden. Vormgevers van tentoonstellingen profiteren en benutten hedendaagse technologieën, maar ze moeten wel opletten dat de vorm niet overheerst. Op bepaalde momenten vind ik de vorm in Liefde & Devotie wel ‘heel aanwezig’. Maar het geheel oogt spannend en je wordt verleid om de volgende zalen te gaan zien, die voor mijn ogen soms iets te donker zijn. Maar ook dat is relatief natuurlijk.’

EXit: Wat dacht u indertijd toen bleek dat Brugge niet geboden had op het Egidiushandschrift?

Van Oostrom: ‘Ik begrijp de gevoeligheid hier rond. Het heeft iets ongemakkelijks dat een boek, dat hier 600 jaar geleden is ontstaan, dan weer verhuist. Het ging natuurlijk om een zeer aanzienlijk bedrag (LF. bijna 5 mio euro), maar de Koninklijke Bibliotheek in Brussel  had wel iets meer kunnen doen.  Overigens voel ik geen enkele Nederlandse triomf, integendeel zelfs. Maar we moeten ook blij zijn met de huidige situatie.’

EXit: Stadsarchivaris Noël Geirnaert vermoedt dat hij Egidius (Honin) heeft kunnen traceren. Groot nieuws?

Van Ostrom: ‘Het is nog niet bewezen, maar er is een graad van waarschijnlijkheid en we zullen het wellicht nooit weten. Historisch interessant, jazeker, maar poëtisch van weinig belang. Moeten wij weten wie Marieke (Brel), Michelle (Beatles) of Angie (Stones) uit de muziekliteratuur is? Ik probeer in de beschrijving van het Egidiuslied vooral de literaire sensatie, de poëzie, over te brengen. De biografische achtergrond is niet wezenlijk voor het gedicht. Overigens is de meest centrale figuur wellicht Jan Van Hulst, een ongemeen creatieve en bezige figuur in het Brugge van toen. ’

EXit: Waarom spreken middeleeuwse handschriften vandaag zo tot de verbeelding?

Van Oostrom: ‘Die belangstelling is er altijd al geweest. De ambachtelijkheid ervan en de hoge standaard van het handgeschreven boek had in de Middeleeuwen al iets fascinerends. Probeer eens met een ganzenveer op perkament te schrijven! Ik probeer het vakmanschap achter die boeken te laten zien.’

‘Bovendien is er de taal. Wereld in woorden is vooral het verhaal van het (middel)Nederlands, een taal die vreemd oogt maar toch zo herkenbaar is. Het voorlezen tijdens lezingen is steevast het orgelpunt van de avond. De rijkdom van die taal fascineert. Er is ook zo’n breed scala aan teksten. In het 14de eeuwse Nederlands kon je alles zeggen wat je ook vandaag kunt zeggen. Uit de vroegste fase van onze taal gaat een soort betovering uit.’ (LF)

Wereld in woorden, Geschiedenis van de Nederlandse literatuur  1300-1400, Frits van Oostrom, uitgeverij Bert Bakker,

 

 

Comments are closed.

%d bloggers liken dit: