Exit Magazine

Maandelijks Brugs Cultuurblad

Het Gruuthusehandschrift te zien én te horen

ClubMed@KoenBroos1

Thomas Baeté (foto Koen Broos)

 

In het vorige nummer van EXit brachten we de nieuwe tentoonstelling rond het vermaarde Gruuthusehandschrift onder de aandacht. Naar aanleiding van de terugkeer van het manuscript in zijn geboortestad staan echter nog heel wat andere activiteiten op stapel. Van 26 tot en met 28 april vindt een concertreeks plaats in het Concertgebouw, waarin onder andere de muziek uit het handschrift zelf wordt uitgevoerd. ClubMediéval, onder leiding van haar artistiek leider Thomas Baeté, neemt het openingsconcert voor haar rekening.

 EXit: Wat moeten we ons bij zo’n lied uit het Gruuthusehandschrift voorstellen?

Thomas Baeté: ‘Wat betreft de vorm, zou je kunnen zeggen dat liederen zoals in het Gruuthusehandschrift de muzikale tegenhanger vormen van de miniatuurkunst. De liederen zijn meestal immers zeer compact en beknopt, maar wel erg verfijnd en gedetailleerd. Dit vormt ook meteen het verschil met de latere renaissancemuziek, die meer uitgesponnen en “horizontaal” is. Voorts zijn de liederen uiteraard geschreven in het Middelnederlands, en zo brengen we ze ook. We hebben ons goed geïnformeerd over de dictie van die oervorm van het Nederlands en uiteindelijk blijkt het vooral veel weg te hebben van het West-Vlaams. Dus qua locatie voor het concert konden we het niet beter treffen (lacht). Inhoudelijk gaat het om een heel bonte verzameling liederen, allen wel wereldlijk van inslag. Zo zitten er ook een paar heel schunnige tussen.’

EXit: Waar moeten we het Gruuthusehandschrift plaatsen tussen andere muziekbundels uit die tijd?

Baeté: ‘Eigenlijk vormt de muziek in het manuscript een grote uitzondering op de andere muziek die we kennen uit de late middeleeuwen. In eerste instantie uit zich dat in de notatiewijze. Zonder al te technisch te worden, werd rond 1400 doorgaans de mensurale notatie gebruikt. Dit is de voorloper van ons huidige muzieksysteem, dat al toeliet om zowel melodisch als ritmisch precies aan te geven hoe de muziek uitgevoerd diende te worden. De liederen in het Gruuthusehandschrift daarentegen zijn nog neergeschreven aan de hand van de “streepjesnotatie”: enkel de toonhoogte is aangegeven doormiddel van een streepje op een notenbalk. Meer informatie, althans in de vorm van een specifieke muzieknotatie, is niet voorhanden.’

EXit: Waarom werd voor die notie geopteerd?

Baeté: ‘Dat is niet helemaal duidelijk. De meest gangbare uitleg is dat de liederen bestemd waren voor een kleine groep mensen, die niet noodzakelijk mensurale notatie konden lezen. De neergeschreven melodie diende dan enkel als geheugensteuntje. Dergelijke summiere notatie was mogelijk omdat het in het Gruuthusehandschrift geen polyfonie betreft, maar wel monodie. Er is dus maar één melodielijn.’

EXit: Betekent dat dan dat er ook maar één zanger of instrumentalist nodig is?

Baeté: ‘Zeker niet. De melodie kon gezongen worden door één of meerdere stemmen, die men bovendien instrumentaal ondersteunde. Die begeleiding is dus echter niet genoteerd. De precieze bezetting trouwens ook niet. Maar in de teksten van de liederen zelf wordt er hier en daar van instrumenten zoals de vedel of het hakkebord gerept, wat het logisch maakt om die ook te gebruiken bij het begeleiden. Op dat vlak hebben we bijgevolg wel enige zekerheid. Wat betreft de harmonisatie moeten we daarentegen enigszins creatief zijn, maar intussen is er genoeg gekend van de muziekpraktijk uit die tijd, zodat we een goede basis hebben om de muziek te interpreteren. Uiteraard proberen we de liederen zo authentiek mogelijk uit te voeren en al bij al ben ik ervan overtuigd dat we behoorlijk dicht bij het origineel zitten.’ (ALEXANDER JOCQUE)

Info: www.concertgebouw.be en http://www.liefdeendevotie.be

Comments are closed.

%d bloggers liken dit: