Exit Magazine

Maandelijks Brugs Cultuurblad

Weldadige STORM! verfriste Oostende

 Lander @ Jens

Met een uitdagende slagzin als “the next thing in jazz”, een (alvast op papier) zeer aantrekkelijk ogend muziekaanbod en het gegeven van De Grote Post als locatie, kon het niet anders als lokte de eerste editie van het jazzfestival STORM! behoorlijk wat verwachtingen uit. De equipe van Vrijstaat O. is er met glans in geslaagd de ambities waar te maken. Wellicht is de piste om te werken met 2 jonge gastcuratoren – drummers Jens Bouttery en Lander Gyselinck – die de vrije hand kregen in de samenstelling van de affiches voor de kleine zaal, hier niet vreemd aan: daardoor slaagde men er in ook nogal wat “jongere bezoekers” naar het festival te lokken, een leeftijdscategorie die jazzoptredens helaas meestal aan zich voorbij laat gaan.

De programmatie was zo opgebouwd dat de muzikale veelvraat elke avond alle 6 concerten – 3 in de grote zaal, 3 in de kleine – kon bijwonen. Theorie was dat, zo bleek al snel op vrijdagavond: het strakke tijdschema liet tussendoor weinig ruimte voor een langere (adem-/drank-/eet-/plas-)pauze; wie toch elk optreden betrachtte te halen moest zich dus noodgedwongen vernederen tot minstens een vorm van snelwandelen. Ondergetekende die sinds zijn collegejaren past voor elke vorm van sportbeoefening, zette zich uit zelfrespect dan maar over het besef heen dat kiezen verliezen heet te zijn.

Brussels Youth Jazz Orchestra mocht op vrijdagavond openen en deed dat verdienstelijk: terecht stelde dirigent John Ruocco – die zich (hoewel neergezeten) als stand up comedian ontpopte – de vraag waarom in al die zgn. “Talent Shows” overal ter wereld nooit muzikanten van dit kaliber aan bod mogen komen. Badenhost-Evrard-Gyselinck verzorgden daarna in de kleine zaal een felgesmaakt optreden, waarvoor ze één uur aan materiaal hadden voorbereid en ter plekke moesten overleggen wat goed genoeg was om te spelen. Probleem, aldus Lander, was dat ze eigenlijk alles goed bevonden. Het leverde een intense, tot luisterovergave uitdagende set op, met o.a. “Urbis orbit”, een enkele weken geleden in New York door Gyselinck geschreven compositie. Shai Maestro Trio speelde in première voor België voornamelijk werk uit een later dit jaar te verschijnen CD, wat inderdaad in de vooraf aangekondigde “tsunami van klanken” resulteerde en uitgroeide tot het hoogtepunt van de vrijdagavond; de set werd verrassend afgesloten met 2 (bewerkte) composities van “Le Mystère des Voix Bulgares”. Roller Trio daarna bleek mij een te onoverbrugbare kloof na het voorgaande, vandaar voortijdige vlucht uit de zaal, toevallig gelijktijdig met Joachim Badenhorst wat als opportuniteit een korte babbel met hem over zijn net gespeelde set opleverde.

Rémi Panossian Trio, opener op zaterdag, klonk aan het begin van de set veelbelovend, maar kon me naarmate het concert vorderde steeds minder boeien en werd naar het einde toe ronduit drammerig. Van een heel ander niveau was Les Chroniques de L’inutile, met Kris Defoort als special guest. Dit kwintet, o.l.v. gitarist Benjamin Sauzereau en met Jens Bouttery achter de drumset, experimenteerde met verschillende muziekgenres wat een zeer geslaagde – voor mij best té korte – muziekervaring opleverde. Nóg méér Bouttery daarna, samen met Gyselinck, in het speciaal voor het festival gecreëerde “Sandy”, een drumproject waarin beide slagwerkers – nochtans rug aan rug gezeten – elkaar feilloos aanvoelden en met een ongelooflijk gevoel voor timing één lange, maar nimmer vervelende, compositie brachten: ronduit impressionant. Nóg indrukwekkender werd het concert waar ikzelf het meest naar had uitgekeken: Yaron Herman Quartet, featuring Emile Parisien. De vraag vooraf was vooral hoe de romantische lyriek van pianist Herman zich zou laten rijmen met de tomeloze energie van saxofonist Parisien (en vice versa). Beide muzikanten slaagden er in elkaar in die mate te bezielen en op te zwepen dat het optreden voor ondergetekende een zelden meegemaakte (en nog steeds nazinderende) ervaring werd die ik maar meteen tot slotakkoord van mijn festivalbeleving bekroonde.

Op de vraag in EXit april of STORM! een terugkerend initiatief kan worden, antwoordde Pieter Koten: “in de aanloop stelde zich o.a. de vraag of in de regio wel nood is aan een bijkomend festival?”. Dat vraagteken mag resoluut worden gewist: met bezoekersaantallen ten belope van 300 op vrijdag- en 350 op zaterdagavond, slaagde men er telkens in de grote zaal voor minstens driekwart te vullen. Voorafgaand aan het eigenlijke festival trok het luik “STORM! op komst” in totaal een 600-tal toeschouwers en naar het kinderprogramma op zaterdagmiddag (“Muziekkamers”) kwamen 160 mensen.

Slotsom: muziekprogrammator Pieter Koten behoorlijk vermoeid maar zéér tevreden en met hem ongetwijfeld de meeste concertgangers van wie ik in de wandelgangen velen de hoop hoorde uitspreken dat dit festival een vervolg mag krijgen. Deze wens koestert ook (PJG).

Comments are closed.

%d bloggers liken dit: