Exit Magazine

Maandelijks Brugs Cultuurblad

Maandelijks archief: maart 2013

Patrick Spriet schrijft biografische roman over Italiaanse tenor Caruso

 Patrick SprietPatrick Spriet

Bruggeling Patrick Spriet is een man van extremen. In 1988 publiceerde hij ‘Coltrane, Trappist & Dikke Maurice’, een warm portret van de legendarische en enige Brugse Free Jazz Club, ‘De Spiegel’, die werd gerund door Maurice Vande Vannet. In 2004 publiceerde hij ‘Een tragische minnares’, een portret van de Brusselse (in Brugge wonende) kunstschilderes Rachel Baes, amie de coeur van de vooroorlogse Verdinaso-leider Joris Van Severen, die in Brugge woonde en werkte. Vandaag ligt Spriets derde ‘roman’ in de boekhandel, een geromantiseerd portret van de Italiaanse tenor Caruso (1873-1921) die een paar zomers in Oostende en Blankenberge optrad.

Patrick Spriet ontdekte Caruso bij toeval tijdens een vakantie in het Italiaanse Sorrento. Slenterend over het Piazzo Tasso ontdekte hij aan de muur van een hotel een plaquette die bekend maakte dat de operatenor Caruso in 1921 ‘hier zijn laatste dagen’ doorbracht. Jazzfan Spriet draaide een muzikale knop om en besloot ‘alles’ over Caruso op te zoeken. Gevolg: ‘Er ging een totaal nieuwe wereld voor mij open, een wereld van emotie en schoonheid die ik in de jazz niet terugvond’. En Spriet gaat intens opera luisteren: eerst in De Munt, later in London, Parijs, Wenen, Berlijn en zelfs in de Scala in Milaan. Hoe wondermooi ook, niets kwam bij hem in de buurt van de magie van de mythische Caruso waarvan de 78-toerenplaten met hun nostalgische ruis een romantisch en mythisch verhaal vertellen, vond Spriet.

Een jaar later keert Spriet terug naar Sorrento: ‘Deze keer bekeek ik de stad helemaal anders. Het was een ijkpunt in Caruso’s leven, zo ook in het mijne. Ik  boekte zelfs dezelfde suite die Caruso in 1921 had betrokken. Daar, terwijl Caruso’s Napolitaanse liedjes weerklonken, wist ik wat ik wou: schrijven over Caruso. Deze man was de eerste, echte popmuzikant van de 20ste eeuw wiens aria’s de hits van toen waren. De opmars van de grammofoonplaat, waarvan hij er 5 miljoen verkocht, heeft zijn populariteit wereldwijd verspreid.’

Nadien? Een klassieke biografie was te hoog gegrepen: de archieven liggen verspreid over Italië en Amerika en veel materiaal zit nog in privé-bezit. Wat dan wel?

Spriet:De andere optie was een ‘biografische roman’, waarin verbeelding en historische werkelijkheid samenkomen in een intrige.’

Het resultaat is een boeiende mix. We maken Caruso mee tijdens de zomers van 1910 en 1911, vooral gevuld met optredens in het Kursaal van Oostende, stad die volgens de auteur toen ‘het Rome van de Belle Epoque’ was. Tegen een achtergrond van elitair kusttoerisme, politiek gekonkelfoes en rijke, cultureel bevlogen hoteleigenaars verweeft Spriet verhaaltjes met aantrekkelijke dames, de kunstschilders Leon Spilliaert en (Bruggeling) Jef Vande Fackere, de bariton Pasquale Amato en Caruso zelf, de ‘dandy met de uitstraling van snoepgoed’. Het slothoofdstuk loopt letterlijk dood in Sorrento, waar Caruso, ‘de grootste zanger van de 20ste eeuw’, zijn levenseinde slijt en waar Spriets ‘queeste’  begon. Aanbevolen voor de muziekliefhebber die Caruso op Youtube naar hartenlust kan beluisteren. (LF)

Info: Caruso, Patrick Spriet, uitg. Flanor, 15 euro. Verkrijgbaar in de Brugse boekhandel De Reyghere (waar het boek donderdagavond (21.03) wordt voorgesteld om 19.30

Brugge gegeerd door (en voor) de camera

The White Queen 3 oktober 2012 004

Heel wat Vlamingen stemmen op Eén af voor het programma ‘Topstarter’. De twee overblijvende kandidaten van dit spelprogramma spelen de finale in Brugge met beelden van o.a. de Burg en de Markt. De opnames voor dit populaire programma gebeurden reeds in september vorig jaar, maar de uitzending staat gepland voor maandag 25 maart. Intussen blijft het productiehuis Skyline, een vertrouwd beeld inmiddels in Brugge, bedrijvig met Aspe. Maandag 18 maart gingen ze van start met het eerste van vier opnameblokken. De vier blokken samen zijn goed voor meer dan honderd draaidagen. Zo zullen de Bruggelingen weer o.a. de bekende Herbert Flack, Francesca Vanthielen en Adriaan Van Hoof in de stad kunnen worden gespot. Voor wie denkt het goed te doen voor de camera, kan zijn kans wagen op www.inthepicture.tv.

Het zelfde Skyline houdt het niet alleen bij Aspe, maar zal in Brugge ook opnames maken voor een nieuwe vijfdelige serie ‘Albert II’, dat in het najaar op het scherm verwacht wordt. Nog meer belangstelling van de camer

a voor Brugge : de bekende Jan Verheyen sprak het City Film Office van Brugge aan voor zijn langspeelfilm ‘Het Vonnis’. Niet te verwonderen met deze titel dat de opnames zich in en rond het Gerechtsgebouw van Brugge situeren.

Maar het blijft niet bij Vlaamse of Belgische producties. Burgemeester Renaat Landuyt verheugt zich ook op internationale belangstelling van audio-visuele producties : “Brugge wordt straks alweer de bestemming voor een Japanse televisieploeg. Zij maken een reisreportage onder het thema ‘water’. Vanzelfsprekend zullen hier de Brugse reien, en alles wat om de beroemde Brugse reien draait, het doelwit. Maar ook het Belfort en zijn beiaard, de gastronomie en de Brugse kant komen voor de lens”.

Ook uit Aziatische hoek komt een Singaporese TV-ploeg, dat een reisgezelschap van om en bij de 100 landgenoten zal volgen tijdens hun anderhalf daags bezoek aan Brugge. De tour operator die het verblijf in de Breydelstad organiseert, zal de beelden uitbrengen voor een nationale TV-reisshow. “Deze toenemende belangstelling van de audio-visuele sect

or betekent voor Brugge een welgekomen nationale en internationale promotie voor het toerisme naar Brugge, maar ook voor Brugge als naam in het wereldgebeuren”, aldus een fiere Burgemeester Renaat Landuyt. (meegedeeld Persdienst Brugge)


QNX toont nieuwe tentoonstellingsruimte op Brugse Markt

fotostijn_exit

vlnr. Helmut Stallaert, Peter Verhelst, Maud Bekaert en Geert Praet (Foto Stijn Vos)

QNX 4, intieme kunst in kamertjes

Letterbeeldhouwster Maud Bekaert en schrijver en regisseur Peter Verhelst werken drie jaar lang in Brugge samen met kunstenaars om telkens op een andere locatie in de stad een QNX-plek open te stellen. QNX staat voor equinox, het tijdstip waarop de zon loodrecht boven de evenaar staat, waardoor de dag even lang is als de nacht. In QNX 1 werden beelden ingesmeerd met de as van wensbriefjes, vermengd  met de tranen van druppelende stenen. In QNX 2 weende een beeld van Johan Tahon een meer vol. In QNX 3 vormden werken van Christina Iglesias, Lili Dujourie, Dirk Braeckman een kijkroute in het Concertgebouw.

 Voor QNX 4 nodigen jullie Helmut Stallaerts en Mitja Tusek uit. Vanwaar die keuze?

 Maud Bekaert: ‘Ik zag het werk van Helmut Stallaerts voor het eerst in 2009 in Brussel op een tentoonstelling in zijn galerij ‘Baronian’. Ik voelde me toen meteen aangesproken. Ook letterlijk. Alsof zijn werk een vraag stelt waarop je kijkend en lang na het kijken een antwoord probeert te formuleren. Hij maakt schilderijen en installaties waarin de mens meestal centraal staat. Zijn werk varieert van heel klein tot groot. Het is tegelijkertijd intiem en bevreemdend werk. De grens tussen realiteit en fictie is dun. Toen ik met Peter (Verhelst) rond QNX begon te werken waren we het er heel snel over eens dat we Helmut Stallaerts erbij wilden.’

Peter Verhelst: ‘De legendarische curator Bart Cassiman maakte me in de jaren negentig attent op het werk van Tusek. Vooral de werken in was intrigeerden me omdat de beelden lijken te vervagen en hij tegelijk abstract en figuratief werkt. Heel interessant ook hoeveel schilders er in Tusek lijken te verblijven: hij maakt zulke uiteenlopende schilderijen. Het werk van Helmut ken ik al een achttal jaar. Onmiddellijk was ik gegrepen door de enorme beeldkracht en door figuren die op zijn schilderijen staan: mensen die zich vermommen, handelingen die we herkennen en toch een raadsel lijken te verbergen. Kortom: hij is duidelijk een van de meest talentvolle schilders die we hebben. Samen met Helmut en Mitja hebben we de collectie van het Groeningemuseum bekeken en hebben we daar werken uit geselecteerd die het raadsel vergroten en betekenissen toevoegen.’

 Waar?

 Peter Verhelst: ‘In de Breidelstraat tussen de Markt en de Burg was vroeger het stadsarchief. We richten de eerste verdieping in. Allemaal kamertjes. Echt mooie ruimtes, omdat we zo de werken tegelijk kunnen isoleren en een geheel maken. En je hebt een prachtig zicht op de Markt.’

 Van 20 maart tot 19 mei 2013 is QNX4 open op donderdag, vrijdag, zaterdag en zondag van 15 tot 19u. Breidelstraat 3, tussen Burg en Markt in Brugge. De toegang is gratis.

De hoogmis van de gulle lach

William Boeva (foto Peter De Schryver)

WilliamBoeva-Megalomaan(FotoPeterDeSchryver)

Wie dacht dat stand-up comedy over zijn hoogtepunt heen was, heeft het mis’, zegt Ruben De Ville van De Commeere. En hij kan het weten, want naar jaarlijkse gewoonte organiseert hij de Commeere Comedy Cup, dit jaar al de vierde editie op zaterdag 23 maart in de Brugse Stadshallen (Belfort). En dit jaar met een special guest…

De Commeere Comedy Cup wint aan bekendheid binnen de comedywereld. De ‘kluchtigaards’ weten dat ze tijdens deze Hoogmis van de Gulle Lach altijd voor een groot publiek spelen en op die manier naam en faam kunnen maken.
‘We ontvingen dit jaar 17 inzendingen en 8 comedians mogen deelnemen’, vertelt Ruben. ‘Comedians uit heel Vlaanderen schreven zich in, en ook enkele Nederlanders. Er komen nog steeds stand-uppers bij. We geraken dus gemakkelijk aan voldoende kandidaten en dat stemt ons tevreden. Zo kunnen we een goede selectie maken. We selecteren op basis van filmpjes die de comedians doorsturen.’

Wie haalde de selectie?

Ruben De Ville: ‘Wilfried Van der Elst (Schoten) vindt inspiratie in zijn werk bij de zoo en zijn eigen luiheid; Bruggeling Kristof Micholt is gortdroog en vertelt onder andere over zijn wedervaren als Belg in Argentinië; Ann Helena Kenis (Antwerpse met Limburgse roots) brengt een unieke mix van comedy, cabaret en musical; Jarno Boone uit Eernegem is 17 en trakteert ons op hilarische verhalen uit het tienerleven; Guy Folie (Heist-op-den-Berg, geboren in Oostende) was publieksopwarmer bij de VRT en waagt het nu als stand-up comedian; Peter Vermersch uit Zelzate boetseert stand-up comedy, mime en slapstick tot een aanstekelijk geheel; de twintigjarige belofte Nick De Wil uit Aarschot brengt observatiehumor en verzorgde recent het voorprogramma van Alex Agnew en Arnold Quartjeneger is een Antwerpse komiek en rapper die ons entertaint met anekdotes uit het leven van een – euh – kwartje neger.’

De grappigste dwerg

Een vakjury, onder leiding van cartoonist Marec, heeft 200 euro veil voor de beste grappenmaker van deze avond. Ook het publiek kan weer participeren en de publiekslieveling belonen met zijn eigen gestalte in bakken Brugse Zot.
‘Onze special guest is William Boeva, winnaar van Humo’s Comedy Cup 2012. Ook wel de grappigste dwerg van de lage landen genoemd’, zegt De Ville. ‘Master of ceremony is Bruggeling Bart Vantieghem, winnaar van de editie 2011, die alles aan elkaar praat (en zingt!). Het publiek krijgt er zelfs nog een gratis portie Brugge Kaas bovenop.’ (ADC)

Info: decommeere@hotmail.com en tickets: 7,5 euro onder meer te koop bij In&Uit ’t Zand en http://www.ticketsbrugge.be

 

Toyo Ito wint ’s werelds meest prestigieuze architectuurprijs

De Japanse architect Toyo Ito, in ons land vooral bekend omwille van het Paviljoen op de Burg, kreeg dit weekend de ‘2013 Pritzker prize for architecture for buildings’ toegekend, goed voor 100.000 dollar. De Pritzker Prize is een van de meest prestigieuze architectuurprijzen ter wereld. Ito’s gehele oeuvre, waaronder het Brugse paviljoen, wordt geprezen voor zijn ‘creatieve design’ en zijn ‘tijdloze gebouwen’. De onderscheiding werpt uiteraard ook een schaduw op de afhandeling van het Brugse dossier.

Eventjes recapituleren? Het paviljoen kwam er naar aanleiding van het cultuurjaar Brugge 2002 en was geconcipieerd als ‘tijdelijk’. Het paviljoen scoorde hoog in architectuurmiddens en bij de Brugse Monumentenzorg, maar iets minder bij de modale Bruggeling. Dat leidde toch tot de bescherming van ‘het jongste monument van Vlaanderen’. In de periode na 2002 verloederde het monument en het staat er nu al jaren verwaarloosd bij.Het stadsbestuur wil het paviljoen graag ‘verhuizen’ en deed daarom aanvraag tot ‘declassering’, een dossier dat nu op het kabinet van Geert Bourgeois een lang leven leidt. De Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen adviseerde de vraag tot declassering alvast negatief en de kans dat de minister dit advies negeert is klein. Bovendien vindt Brugge geen alternatieve site voor het paviljoen. Lissewege stelde zich kandidaat, een ander suggereerde het Lappersfortbos, maar geen van beide pistes oogt geschikt. Een verhuis van het Paviljoen kan nooit een waardevolle oplossing betekenen. Dan nog liever de afbraak, suggereren architectuurkenners.
Conclusie: het dossier zit muurvast, met het Paviljoen gaat het van kwaad van erger, maar Toyo Ito is kandidaat om het monument te restaureren. (LF)

Een overzicht van Toyo Ito’s oeuvre vindt u in The Guardian

De spot op The Ego

The Ego

De Foyer van de Stadsschouwburg was onlangs het strijdtoneel voor de voorstelling van het debuutalbum ‘Lovers Killing The Others’ van de Brugse groep THE EGO. ‘We zijn niemands knecht en maken muziek zonder compromissen. Ons debuutalbum is dan ook niet ‘aangenaam’ om te beluisteren en te nemen of te laten’, luidt het.

Groepsnaam

‘We zouden er een Freudiaanse beschrijving kunnen aan geven, maar laten we het eenvoudig stellen. THE EGO is van het begin als groepsnaam gekozen als reactie op de talloze windbuilen die door onze maatschappij zweven. Of hoe een lakje nepgoud een lege bel kan sieren maar uiteindelijk bitter weinig voorstelt. Veel pose en weinig zelfrelativering. We hebben het er knap lastig mee en zijn eigenlijk zelf te bescheiden in wat we doen. We zoeken constant de grens op tussen wat nog gezond en ziek is. Tongue-in-cheeck.’

Opname van ‘Lovers Killing The Others’

‘Dit album is in één namiddag opgenomen in onze repetitieruimte, samen in één keer ingespeeld. We hebben beslist om zonder dralen elf nummers uit onze set te spelen en de fragmenten in de opnames waar het even wringt er niet uit te poetsen. Het konden dus evengoed elf andere composities zijn geweest. Eén voor één stukken waar we achter staan. Eigen werk natuurlijk, want liedjes van anderen naspelen, daar zijn we euh… niet zo goed in (lacht).’

Genre

‘Veel moet je daar niet over vertellen, je kunt het beter horen en voelen. Maar laten we het houden bij penetrante rock met teksten als lijfeigenen van wat wij denken en voelen. Iedereen in onze groep schrijft nummers en muziek. We arrangeren ze samen, dat is ons genre. Het titelnummer ‘Lovers Killing The Others’ bijvoorbeeld, dat is neergezet door Alain Hatse (bassist) maar danig in groep verwerkt dat het een THE EGO-nummer pur sang geworden is.’

Onder invloed

‘Als je over invloeden spreekt, kun je bij ons niet om de Manic Street Preachers heen. Alain is een onvoorwaardelijke adept. Ze zijn een echte meerwaarde qua teksten en muziek. Jammer dat de meeste mensen enkel maar hun ‘Motorcycle Emptyness’kennen. Mathieu Vandevoorde (drummer) is dan meer een volger van The Cure. Met ook al zo’n rijke discografie én invloed op verschillende generaties. Wat betreft Stef. Van Daele (zanger/gitarist), die is dan wild van het vroege werk van The Stranglers en wil The Rolling Stones met Keith Richards als held. Maar moeten we nog uitwijden? Er zijn zoveel artiesten die ons beïnvloed hebben. Kom het ons eens vragen.’ (ADC)

Info: www.theego.net, Facebook

Muziek zonder grenzen in Parazzar

Joeri Hostens wijkt voor het eerstvolgende concert in Parazzar bij wijze van uitzondering (maar met gegronde reden: Nasheet Waits komt op 17 maart naar Vrijstaat O.!) af van zijn steevaste programmatie op zondagavond. Op dinsdag 19 maart is hij gastheer van een lading muzikanten die respectievelijk in Zwitserland, Portugal en België het levenslicht mochten/moesten aanschouwen, waarmede andermaal moge zijn bewezen dat muzikanten zijn gezegend met die benijdenswaardige gave elkaar ongehinderd door lands- en taalgrenzen te vinden en te appreciëren.

Sebastian Strinning bekende zich reeds op 9-jarige leeftijd tot de saxofoon, richtte amper 16 jaar oud zijn eerste rock-jazz trio op, maar geraakte in de loop der jaren betrokken bij projecten van de meest uiteenlopende aard, met steeds meer voorkeur voor geïmproviseerde en hedendaagse avant-garde jazz. Hugo Antunes (contrabas) kan al evenmin op één enkel genre worden vastgepind. Toen zijn debuutalbum (‘Roll Call’) verscheen, vergeleek een recensent hem zowaar met de jonge Charles Mingus. Drummer Jakob Warmenbol had o.a. Dré Pallemaerts en Teun Verbruggen als leermeesters en won met een van de formaties waarin hij actief is, ‘The Unrevealed Society’, in 2012 de prijs voor Jong Jazz Talent Gent. Voor alle liefhebbers van muziek waarop niet makkelijkshalve een etiket kan worden gekleefd. (PJG)

Praktisch: dinsdag 19 maart – 20.30 uur (stipt!) – tickets en info www.parazzar.be

‘Gitaren kunnen geweldig mooi wenen’

Low Vertical

Geweldige bands, ze bestaan (nog). They are giants: Seppe Van den Berghe van Low Vertical en Bram Pauwels van Tomàn spreken over hun nieuwe cd’s met EXit.

Seppe Van den Berghe:‘Onze vorige cd‘I Saw A Landscape Once’ is een samenraapsel van ideeën en uitprobeersels. Met ‘We Are Giants’ werd het meteen duidelijk waar we naartoe gingen. Sfeer, mooie klanktapijtjes en een samenhangend geheel was het doel en dat bereikten we met vier neuzen in dezelfde richting en de producerneus van Wouter Vlaeminck als stuurman. We trokken hiervoor naar de GAM studio in de Ardennen. De volledige plaat is daar op tien dagen ontstaan. Alles verliep er ongelooflijk vlot. Iedereen deed zijn ding, luisterde mee, werkte aan zijn klanken en bijgevolg staat er ook geen noot teveel op ‘We Are Giants’.Dat is volgens mij het grootste verschil met onze eerste plaat.’

EXit: ‘Postrockhits II’ heet het recente en vierde album van Tomàn, maar zijn jullie na 12 jaar nog een steeds een echte postrockband?

Bram Pauwels: ‘Volgens de meeste recensies klinkt er nu vooral krautrock door in ons laatste album, dus blijkbaar hebben we de titel verkeerd gekozen. Maar zijn wij een postrockband? Ik zou het niet weten. We denken daar niet bij na als we repeteren. We prutsen en foefelen en daarna noemen journalisten en recensenten dat postrock.’

EXit: Waarom springen jullie zo spaarzaam om met ‘het gezongen woord’? Het instrumentarium is belangrijker?

Bram: ‘Ik denk dat niemand in de groep zich geroepen voelt om grote boodschappen op de wereld los te laten. We zijn allemaal jongens die een vlekkeloze jeugd doorgemaakt hebben, we zien ons lief graag en we spreken met 2 woorden, meneer. En muziek gaat voor ons verder dan tekst, een gitaar kan zeer mooi wenen, of een synth die kan helemaal krols zijn, zonder woorden. Misschien heeft het ook wat te maken met die immense muziektraditie. Alles is al gezegd, en wie zijn wij om daar tekstueel nog iets aan toe te voegen? Maar dat kun je van de muziek zelf ook zeggen en we maken toch nog altijd nieuwe cd’s. Euh, laat het ons houden bij het feit dat wij meer kunnen zeggen met onze instrumenten.’

EXit: Wie komt bij Low Vertical met Het Idee aandraven?

Seppe: ‘Meestal ontstaat een nummer spelenderwijs. We jammen wat en na verloop van tijd ontstaat er bij iedereen wel een idee over het ‘hoe en wat’. Daar wordt dan wat op gewerkt, maar uiteindelijk ontstaat de definitieve versie van een nummer in de studio. Met de structuur en sfeer die ontstond in het repetitiekot in het achterhoofd, gingen we met zijn vieren aan de slag. Wat daarna gebeurde is een pure samenwerking tussen ons allen met een resultaat dat niet per se gelijkaardig was aan het vooropgestelde basisidee.’ (ADC)

Toman

De rest van dit interview leest u in EXit maart.

Info:www.cactusmusic.be, www.tomantheband.com en www.lowvertical.be

Lijdensweg

De Brugse uitgeverij Muurkranten, gespecialiseerd in wenskaarten, brengt een verzamelbox uit met 15 reproducties van schilderijen van de Franse kunstenaar Jean-Luc Bonduau. De werken zijn gebaseerd op 15 schilderijen van een Kruisweg die in de kathedraal van Rijsel, de Notre Dame de la Treille, ophangen. Op de keerzijde van de reproductie schreef de Nederlandse auteur Marinus van den Berg korte mijmeringen over de zin van lijden en sterven. Van den Berg is priester en werkt als verzorger in een palliatief centrum in Rotterdam. Publiceert veel over rouw en levenseinde. Zowel van den Berg als Bonduau zijn vertrouwd met Brugge en het Manna Kunsthuis en beogen met deze uitgave ‘een hertaling’ van de Kruisweg. (LF)

Info: Lijdensweg voor Ongelooflijken, uitg. Muurkranten, verkrijgbaar in Manna Kunsthuis, Heilige Geeststraat, 3, Brugge. 15 euro. Online bestellen via info

Het wapen van Lodewijk van Gruuthuse is echt

foto Sarah Bauwens, Musea Brugge

Op vrijdag 22 maart opent in het Gruuthusemuseum de langverwachte tentoonstelling Liefde en Devotie, opgebouwd rond het laatmiddeleeuwse Gruuthusehandschrift . Dezer dagen wordt hard gewerkt aan het inrichten van de zalen met talloos veel handschriften, boeken, sieraden, gebruiksvoorwerpen, muziekinstrumenten en schilderijtjes. De centrale zaal toont alleen het befaamde handschrift dat in 2007 vanuit Brugs (adellijk) privé-bezit voor een recordsom verhuisde naar de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag. Het handschrift is hier vooral bekend omwille van de liederen waaronder het vaak aangehaalde Egidius waer bestu bleven. Toch bleef er lang twijfel bestaan of het wapen van Lodewijk van Gruuthuse (1427-1492) in het manuscript authentiek was of een 18de eeuwse toevoeging, bedoeld om het ‘onooglijke manuscript’ meer aanzien te geven. De Koninklijke Bibliotheek heeft daarover nu uitsluitsel, na vergelijking met een ander wapen uit het handschrift uit de Gruuthuseverzameling. De conclusie luidt: het wapen is echt. De onderzoekers zullen hun onderzoek volgende maand toelichten op een congres in Brugge. (LF)

<span>%d</span> bloggers liken dit: