Exit Magazine

Maandelijks Brugs Cultuurblad

Brugs vo Begunneliengen

 

Brugs_001
 
Uitgeverij Zorro uit Damme heeft een leuk boekje uit, Brugs vo Begunneliengen. Dat boekje is er gekomen op vraag van de vele cursisten die enkele maanden geleden in het volwassenenonderwijs bij SNT Brugge (Arsenaalstraat) de lessenreeks met dezelfde titel volgden. Die cursus, over vijf avonden van telkens drie uur, kwam er op voorstel van schepen Yves Roose. Die stelde vast dat allochtonen zich integreren door Nederlands aan te leren, maar dan vaak in de problemen komen in de praktijk. Niet evident ook als ze je plots in de beenhouwerij vragen oj je ‘nog e poor schellen ooflakke moedèn’. Een leuk idee, waar de directie graag op inpikte.
 Maar wat bleek? Niét de allochtoon meldde zich massaal, wel…de Bruggeling. Mensen die waren uitgeweken en na hun pensioen de roots weer opzochten, maar het Brugs kwijt raakten of toch de finesses ervan. Bruggelingen die meer wilden weten en kennen van die typische uitdrukkingen of zegswijzen. ‘Het was en is nooit de bedoeling geweest om ervoor te pleiten het Nederlands nu plots overal te vervangen door het Brugs’, zegt Jo Berten, een van de drie auteurs. Jo legde zich als voorzitter van de Gidsenbond toe op waar nog resten te zien zijn in het straatbeeld van het Brugse dialect. ‘Ik leg uit waar de naam Rooms Couvent van komt. Of waar de Geirnoortstoate haar naam aan ontleende. Ik ben persoonlijk erg geïnteresseerd in de manier waarop bepaalde worden of uitdrukkingen ontstaan. Van èstentèès komt bijvoorbeeld van het Engelse Hand to Hand. Leuk toch om weten?
 
Hedwig Dacquin, voormalig hoofdredacteur van het Brugs Handelsblad en Nico Blontrock, vrt-journalist, legden zich dan weer toe op de woorden, zegswijzen, uitdrukkingen en dergelijke. Ina Galle was de vierde lesgeefster. ‘We kregen al van bij het begin van de lessen vraag naar een bundeling van wat we vertelden. Er is natuurlijk de cursus, maar mensen wilden iets anders en ook bleek al gauw de interesse van mensen die ervan hoorden, maar de lessen niet volgden. We besloten dan maar een bescheiden boekje te maken,” aldus Hedwig. Bescheiden, maar wél erg leuk. De auteurs hebben niet zomaar woordenlijsten bij elkaar gepend, ze geven ook randinformatie over tal van Brugse items. Over de namen van de Brugse markten bijvoorbeeld. ‘De vraag naar vervolglessen is erg groot. Maar we hebben besloten die voorlopig niet te organiseren. De wachtlijsten met mensen die de beginnerscursus willen volgen bij de SNT is zo groot dat we in september eerst weer een reeks Brugs vo Begunneliengen brengen. Wie zich wil inschrijven, moet wél vlug zijn,’ zegt Nico Blontrock. Dan kom je ook te weten of je dur jen oor groeit, of dajje ’t plaffong van de mart ant schilderen ziet, waar toetoet vandaan komt, of je een reulienk bent dan wel een ééte tienke. Een leuke om te eindigen? Die van twee mannen. Zegt de een tegen de andere: je moet ekki kiekken no die béénen van da vrouwmèns. Os die rails ol zo schoone zien, wa moet de stootie ton nie zien…? Wie de lessen volgt moet soms wel tegen een taal-stootje kennen. Dialect is erg beeldrijk. Het boekje Brugs vo Begunneliengen ligt in elke Brugse Boekhandel en kost 10 euro. (LF)         
 

Comments are closed.

%d bloggers liken dit: