Exit Magazine

Maandelijks Brugs Cultuurblad

Twintig jaar Tindersticks in tienjarig Concertgebouw

 

Webbanner_tindersticks
Veel belangstelling deze week voor het concert van de Tindersticks, een organisatie van Cactus, dat het Concertgebouw aardig deed vollopen. Steven Claerhout bericht.
 
Om en bij de duizend melancholici sterk waren we, of liever zwak, veel liever zwak, geheel in lijn met de zweem van tristesse die zanger Stuart Staples doorgaans over zijn composities sluiert. Zo ook in opener Blood, geplukt uit hun titelloos debuut twee decennia terug, maar tijdloos in al zijn bevragende onzekerheid: Where does the blood go? Een rode gloed vult het podium, wat Staples ertoe verleidt aanhoudend en veelvuldig de al dan niet pijnlijke liefdestoer op te gaan, eerst in If You’re Looking For A Way Out, een soulvolle Odyssey-cover, en daarna in Dick’s Slow Song, een titel die zorgt voor een naadloze knipoog naar het volgende nummer van een secuur opgebouwde, ingetogen set.
 
In Chocolate betreedt toetsenist en mede-oerlid David Boulter namelijk het spreekgestoelte voor een kinky verhaal over een vakkundig opgescharrelde vrouw die, dos cervezas nog aan toe, dan toch niet zo volkomen vrouwelijk blijkt te zijn als puntje bij het in dit geval niet geheel spreekwoordelijke paaltje komt. Een lijzige verhaallijn en de instrumentale trein der traagheid die zich plots in gang zet en versnelt, het is een beproefd recept bij Tindersticks.
 
 Ter vervollediging van de heilige drievuldigheid streelt derde hond Neil Fraser als vanouds de gitaar. Rijk in zijn spaarzaamheid, wat eveneens gezegd kan worden van de assisterende handen op drums (afgeborsteld) en vibrafoon.
 
Nerveuzer wordt het tijdens Show Me Everything. De dreigende bariton van Staples draagt een vreemdsoortige, natuurlijke echo in zich, de saxofoon zwelt aan en de drums stokken hortend.
 
Onweer hangt in de lucht, maar wijkt vooralsnog tijdig. Een paar behoedzame tellen tussen ingehouden donder en bliksem later volgen de echte krakers van de avond, I Know That Loving, uitermate aanstekelijk gebracht, en vooral ook Frozen, een hoogtepunt uit hun jongste plaat The Something Rain, waaruit vanavond zowat de helft van de gebrachte set wordt gepuurd. If I could just hold you, zo klinkt het jachtig, repetitief en smachtend, maar één song daarna worden we als toehoorders voor het eerst losgelaten.
 
 De geoogste bijval is op dit moment nog van het gedistingeerde soort en wordt vanop het podium beantwoord met een applausje voor zichzelf en een schuchtere buiging.
 
 Engelser kan moeilijk, wat zich vertaalt (of net niet dus) in 4:48 Psychosis als eerste bis. Gebaseerd op het gelijknamige toneelstuk van de Britse Sarah Kane, ook al valt er een tekstuele gelijkenis te ontwaren met Jerdacuttup Man, geschreven door de Australische zielsverwanten van The Triffids. Cherry Blossoms baadt in nostalgisch minimalisme en zet het Concertgebouw definitief in bloei. Een aantal plaatselijke staande ovatietjes lokken de heren zelfs ten tweeden male terug.
 
 Definitieve afsluiter Medicine is de slaappil van dienst, een beetje tam maar bijgevolg des te werkzamer. Sour dreams…
 
   Steven Claerhout
 
 

Comments are closed.

%d bloggers liken dit: