Exit Magazine

Maandelijks Brugs Cultuurblad

Triënnale 2015: Brugge en de blijvende imagoverandering

scan Triënnale

 

U herinnert zich 1968 nog? Links deed Europa met Mei ’68 op zijn culturele grondvesten daveren en Brugge pikte aan met een spraakmakende tentoonstelling die als ‘Triënnale’ een een geheel eigen leven ging leiden. Toenmalig burgemeester Pierre Vandamme schreef: ‘Dergelijke manifestatie moet uiteraard aangrijpen, leiden tot ontroering of tot weerzin, zoals alle vernieuwing doorheen de eeuwen steeds met zich mee heeft gebracht’.

Burgemeester Renaat Landuyt grijpt dit citaat aan om Brugge ‘een stad van vernieuwing’ te noemen en hij kijkt daarvoor naar de rijke geschiedenis van deze stad met de Polyfonie, de Vlaamse Primitieven, de wereldhandel en Ter Beurze. De derde editie van Triënnale, die op 18 oktober afloopt, en een positieve tussenevaluatie meekrijgt, heeft nu als orgelpunt een catalogus-nieuwe-stijl gekregen.
Deze gids is geen traditionele tentoonstellingscatalogus, maar wordt opgevat als een ‘open’ publicatie. Zo wordt de catalogus een forum, een ontmoetingsplaats waar verschillende standpunten en invalshoeken over verstedelijking en over de plaats van kunst in een stedelijke ruimte in dialoog gaan. Wetenschappelijke traktaten komen er niet aan te pas, het thema wordt uitgediept aan de hand van interviews, onder andere met de Deense architect Jan Gehl en kunstenaars Rainer Ganahl, Marjetica Potrč, Bijoy Jain.

De twee curatoren, Michel Dewilde en Till-Holger Borchert, ontbreken uiteraard niet. Till Borchert schuwt daarin enkele pijnpunten niet: ‘Vanuit stedenbouwkundig oogpunt was Brugge in haar hele geschiedenis waarschijnlijk nooit zo onbeweeglijk als vandaag… Sinds UNESCO de Brugse binnenstad in 2000 uitriep tot werelderfgoed, bovenop de toch al sterke reglementerings- en klasseringsdrang bij beheerders, zit de rem nog sterker op de stadsontwikkeling, met een complete stilstand als gevolg’.

Over Brugge 2002 schetst Borchert zijn ontgoocheling: ‘De late poging om Brugge met de titel ‘Culturele Hoofdstad’ in 2002 opnieuw op de kaart te zetten, ook architectonisch, en het imago van de stad om te buigen, bleek ijdele hoop’. Hij hoopt dan ook dat de jongste Triënnale ‘een blijvende imagoverandering’ zal teweeg brengen.

Dat klinkt dan weer behoorlijk ambitieus, want Brugge is daarvoor geen evidente stad, zoals de 15de eeuwse zakenman Pero Tafur al in 1438 liet optekenen: ‘Het lijdt geen twijfel: de godin van de luxe heeft hier veel macht. Brugge is geen oord voor arme zielen, die zijn hier niet welkom. Maar als je geld hebt en dat graag uitgeeft, vind je in Brugge alles wat de hele wereld te bieden heeft…. Vorig jaar was er hier nog een grote hongersnood’. (LF)


Info: Triënnale 2015, de catalogus, 29,95 euro. Uitg. Borgerhoff & Lamberegts

 

Fernand Traen: de Brugse schepen die geen burgemeester werd

 scan Fernand Traen

Fernand Traen, de rijzige man (°Brugge, 1930) die twaalf jaar schepen van cultuur (1965-1977) was en eerste schepen van de toeristenstad Brugge en van 1975 tot 2001 voorzitter van de Brugse haven (Zeebrugge) was, schreef zijn soms pikante en onthullende memoires.

Misschien verschijnt dit boek wat te laat om in Brugge en omstreken nog voor meer ophef te zorgen, want de meeste politici, kunstenaars en hoge ambtenaren of andere notabelen zijn al overleden of bijna ondergedompeld in het recente verleden. Maar zijn boek bewijst wel dat deze politicus in elk geval een persoonlijke hoogstaande visie had op de cultuur en op het havenbeleid van zijn geliefde stad die zich sinds de fusie van 1971 uitstrekt van Lissewege en de Noordzeekust tot aan Oostkamp aan de snelweg Brussel-Oostende. Brugge was voor Traen zelfs een droomstad.

Stichter van Raaklijn

Traen omschrijft zichzelf aan het eind van zijn memoires als een Bruggeling met een historisch bewustzijn en dat is deze advocaat en politicus zeker tot op heden gebleven. Maar hij was ook de stichter of medestichter (samen met onder meer Paul de Wispelaere, Jan van der Hoeven en Jaak Fontier) van de legendarische modernistische culturele vereniging Raaklijn die tijdens de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw bijzonder veel uitstraling en activiteiten kende. Zo schrijft Traen niet zonder trots: ‘Raaklijn was uniek in het Vlaamse land en Brussel. Jonge mannen van dezelfde generatie die zich verenigden om moderne kunst te propageren en in eenzelfde, zij het bijzondere stad Brugge. Natuurlijk waren er interessante mensen en initiatieven in andere steden (de G58 in Antwerpen en later een groep actief geïnteresseerden in Gent met Karel Geirlandt als voorman.’ En niet zonder een lichte overdrijving: ‘Het eerste literair initiatief van Raaklijn was de voordracht van Adriaan de Roover over Paul van Ostayen, avonturier van het woord. In de geboortestad van Gezelle: een trompetstoot.’

Toch was deze bekwame beleidsman allicht altijd al wat te discreet en kreeg hij niet altijd voldoende steun in de stad en in zijn eigen partij die ook toen meer aandacht schonk aan figuren die het vertrouwen genoten van het sterke ACW zoals onder meer Gerard Eneman en Daniël Coens, de vader van Joachim Coens die Traen later mocht opvolgen aan het hoofd van de haven en ten slotte aan Patrick Moenaert. Binnen de standenpartij die de CVP toen nog meer dan nu was met ook de Boerenbond en de stadse middenstanders was de christelijke vakbond altijd al de sterkste vleugel. En dit heeft de onafhankelijke, maar betrouwbare en bekwame Fernand Traen zeker niet geholpen in zijn opgang in het later ontstane Groot-Brugge. Moest hij niet kiezen voor Pierre Vandamme of voor Michel van Maele (die wel de stadsreien of de stadsgrachten heeft gesaneerd)? Moest hij niet kiezen tussen de rigide ambtenaar Ghyssaert en de bevlogen dichteres Christine D’haen? Tussen de VLD en de CVP, zoals de historicus Andries van den Abeele deed? Tussen zijn toekomst als politicus van de oude stempel en als moderne manager van de containerhaven Zeebrugge die in zijn tijd nog in volle expansie was? Hoe dan ook, deze katholiek zou zeker een goed en bekwaam burgemeester zijn geworden indien hij de nodige steun van zijn eigen partij had genoten.

Brugge 2002

Toch komt zijn scherpe geest in deze niet altijd minzame memoires soms nog hoog naar boven, zoals in zijn uitspraak over Brugge Culturele Hoofdstad: ‘In 2002 werd Brugge culturele hoofdstad van Brugge. Wat onze stad toen gepresteerd heeft, was een grote ontgoocheling. Ik had een nota voor het schepencollege gemaakt, maar ik denk dat noch de leden van dit college noch de intendant (een theaterdirecteur van opleiding en ervaring) zich feitelijk rekenschap gaven van wat Brugge vandaag en in het verleden had betekend. Over moderne schilderkunst werd in een verloren zaal ergens in de stad een tentoonstelling geprobeerd. Over de drie Triënnales voor Plastische Kunst in België werd met geen woord gerept. Dat Panamarenko in 1968 al prominent aanwezig was, leek de verantwoordelijke intendant onbekend. Ik vermoed zelfs dat hij wat wantrouwig stond tegenover wat niet beantwoordde aan zijn clichébeeld van Brugge.

Ook over Achiel van Acker, die zèlf ook nooit burgemeester mocht worden (zijn zoon Frank van Acker dan weer wel) van de stad Brugge schrijft Traen: ‘In Brugge was Achiel van Acker een buitengewoon populaire figuur. Ik kan dit niet volledig verklaren. De werkman beschouwde hem als diegene die welvaart en maatschappelijke zorgen in de stad had gebracht, die heel lang door een conservatieve groep bestuurd werd. Dit beeld moet natuurlijk meer genuanceerd worden maar Van Acker bleef toch een symbool van de socialistische opmars in Vlaanderen. Hij was een intrigerend persoonlijkheid, een echte selfmade man, socialistisch politieker, boekhandelaar en uitgever van De Garve.

Hendrik Carette

Info: Brugse memoires, van Fernand Traen, Brugge: Uitgeverij Van de Wiele, 2015, 215 blz., 24,50 euro, ISBN 978 90 7629 756 9.

 

 

 

September Jazz 2015

Anton Goudsmit (Krijn van Noordwijk)

Anton Goudsmit (Krijn Van Noordwijk)

Op 12 september is de speelplaats van De Ganzeveer weer het schouwtoneel voor de (inmiddels 19de editie) van dit jazzfestival. EXit moest geduld oefenen vóór een interview kon met programmator Willy Schuyten, die in Avignon een rol had als jurylid van het jaarlijkse Jazzconcours. Ons vraaggesprek vatte hij trouwens aan met verheugend nieuws uit die internationale muziekwedstrijd, waarvoor ook SCHNTZL (het duo van de Brugse pianist Hendrik Lasure en zijn kompaan Casper Van De Velde) was geselecteerd.

Willy Schuyten: ‘Van de 4 te winnen prijzen hebben “onze jongens” er maar liefst 2, nl. beste compositie en beste instrumentist, weg kunnen kapen. Begin september treden ze overigens wéér voor een internationaal publiek op, want ze zijn geselecteerd om een showcase te brengen op de Belgian Jazz Meeting in De Werf.’

Exit: Achter de programmatie van September Jazz zit telkens een visie?

Schuyten: ‘Mijn visie is zoals ze al die jaren al geweest is, gedreven door passie voor deze muziek, altijd met een oog op de actualiteit, kwaliteit en zo groot mogelijke toegankelijkheid. Opener Bas Bulteel Trio heb ik gekozen omwille van de in het oog springende kwaliteit van de muziek. Bas is een onwaarschijnlijk bescheiden artiest die niet opschept met zijn kwaliteiten als muzikant en jazzpianist. Met zijn debuut-cd voor het W.E.R.F. Label – hij heeft al andere cd’s – kaapte hij de Klara-Prijs voor “beste Vlaamse cd-productie voor jazz“ weg. Daarom wilde ik hem hier nog eens volop in de spotlights plaatsen voor een breder publiek: op September Jazz zijn er een 400 à 500 man, dus ik hoop dat er toch een aantal zullen zijn die wat van die muziek oppikken. De slotact, Compro Oro, is eveneens Belgisch en heeft ook recent een cd uit op het W.E.R.F.-label. Ook hier geldt: dit is een groep die méér aandacht verdient bij een groter publiek. Bovendien is dit vijftal werkelijk in staat om zelfs de bomen op de binnenkoer van De Ganzeveer te doen swingen! Headliner is New Rotterdam Jazz Orchestra meets Anton Goudsmit. Ik ben al lang grote fan van Goudsmit, een gitarist met een ongelooflijke muzikale bagage, als muzikant zeer gedreven, èn een ongeleid projectiel. Toen September Jazz nog in de brouwerij in de Langestraat was, heb ik ooit de octet-versie van New Cool Collective, een initiatief van Benjamin Herman, aangetrokken. Reeds toen viel Goudsmit mij op en sindsdien koesterde ik de droom om deze beide muzikanten nog eens samen op een podium te krijgen. Daarover gecontacteerd was Anton onmiddellijk enthousiast en ook Herman bleek dat wel te zien zitten, maar stelde de vraag naar een goede Belgische pianist. Begin mei bleek dat Herman door een vergissing dubbel geboekt stond op dezelfde datum. Desondanks liet Goudsmit me prompt weten dat hijzelf nog steeds bereid was om op September Jazz op te treden, wat – naar keuze – in verschillende formaties kon. Bij die mogelijkheden vermeld was ook NewRJO dat muziek speelt van Goudsmit. Beeldmateriaal op YouTube overtuigde mij: dit is té gek en werkelijk ontiegelijk goed in alle opzichten. De groep brengt een mix van muziek waarin allerlei invloeden zijn verwerkt en is niet voor één gat te vangen.’

Exit: Misschien nog wat extra informatie over deze toch minder bekende act?

Schuyten: ‘NewRJO is een atypische bigband, want heeft in de rangen geen pianist en de muzikanten spelen bovendien rechtstaand, in een halve cirkel. De gast, Goudsmit dus, staat links van de band opgesteld en onder impuls van deze vervaarlijke gitarist zal het er op het podium stevig aan toe gaan. Voor Compro Oro, die nadien moet optreden, zal het een hele opgave worden, maar ik ben ervan overtuigd dat het die jongens zal lukken. Overigens was bij het boeken van de hoofdact een bijkomende moeilijkheid dat de manager van Goudsmit niet dezelfde is als van NewRJO: er diende dus met 2 personen onderhandeld. Maar uiteindelijk is de knoop eind mei doorgehakt. En had ik als headliner niet een quintet, zoals oorspronkelijk gepland, meer een heuse bigband. Van een upgrade gesproken!’ (PJG)

Zaterdag 12 september, vanaf 18.30 uur in De Ganzeveer (Bilkske) – www.dewerf.be

Uitzomeren sluit knalseizoen af

foto uitzomeren (1)

Foto Brugge Plus

Menige vakantieganger sleept zich dezer dagen nog van festival naar optreden, en nu reeds pakt Brugge Plus, de lokale evenementenorganisator, uit met een interessante seizoensafsluiter. De voorbije weken stonden in het teken van het intussen vertrouwde vakantie-aanbod met Uitwijken (netjes verdeeld over de vijf randgemeenten) en het Cirque Plus-festival in de tuinen van het Grootseminarie als uitschieter. Zeebrugge mocht andermaal Film(s) op het strand verwelkomen. Elke donderdag in augustus is het strand het decor voor een gratis openluchtbioscoop. In de namiddag worden voor het jongere publiek twee jeugdfilms vertoond, waarvan de tweede telkens geselecteerd werd door het Jeugdfilmfestival. Om 20 u. staat de hoofdfilm op het programma. Filmfans en anderen noteren meteen 13, 20 en 27.08 als filmdata. Ook Lissewege sluit elk jaar aan bij het zomergebeuren met het vertrouwde Lichtfeest (21 en 22.08) dat vooral Lissewege zelf op de been brengt.

Aan het eind van de vakantie, het laatste weekend van augustus, haalt Brugge Plus, dat met de Triënnale al een behoorlijk takenpakket meekreeg, nog één keer alles uit de kast. Ze doen dat in het in het kleine, maar gezellige Sebrechtspark. In samenwerking met Cinema Lumière presenteert Brugge Plus van vrijdag 28 tot en met zondag 30 augustus een mix van film, muziek en straattheater. Op vrijdag- (28 augustus) en zaterdagavond (29 augustus) kiest Cinema Lumière de films uit voor een filmavondje in openlucht. Op zondag 30 augustus zwaaien we de zomer definitief uit met een portie straattheater en muziek. Aan de zomerbar wordt voor de nodige verfrissing gezorgd en op zondagmiddag is iedereen welkom van 11u tot 18u om naar hartenlust te picknicken.

Het volledige programma ziet er als volgt uit. Vanaf 20u: Eet- en cocktailbar en muziek, om 21u30 de film – The Young and Prodigious T.S. Spivet (Het tienjarige wonderkind T.S. Spivet verlaat de ranch van zijn ouders in Montana en gaat richting Washington D.C., waar hij zijn prijs van het Smithsonian Instituut mag ontvangen als beloning voor zijn mysterieuze uitvinding.)Op zaterdag 29 augustus is er vanaf 20 u. terug de Eet- en cocktailbar en een voorstelling: Circo Ripopolo. Later die avond is er om 21.30 de film When Marnie was there, een Japanse animatiefilm over een innige vriendschap tussen twee, op het eerste gezicht, heel verschillende meisjes. Naarmate hun band dieper wordt, lijkt het erop dat ze meer met elkaar gemeen hebben dan ze dachten. De afsluiter is op zondag 30 augustus met van 11 u. tot 18 u. muziek en straattheater. Op zondagmiddag is iedereen vanaf 11u welkom om naar hartenlust te picknicken. Aan de zomerbar wordt voor de nodige verfrissing gezorgd. Het programma is een mix van muziek en straattheater: een openluchtzwembad in een oude Volkswagen, twee gekke levende robots, voorstellingen van Productions en Zonen, De Wenkbrauwerij, Zirk Theatre en nog veel meer.

www.uitzomeren.be

 

 

 

Ciné Raversyde: film in een bunker!

Film_The_Invader_2

Met film in het park en film op het strand zijn we al langer vertrouwd; snel gewend als wij aan alles geraken vinden we dergelijke zomerinitiatieven intussen vanzelfsprekend en kijken er derhalve niet echt meer van op. Provinciedomein Raversyde komt echter (en voor het eerst) met een dermate origineel aanbod dat het toch de aandacht trekt.

Drie avonden op rij worden in augustus films vertoond in een bunker die dateert uit de tweede wereldoorlog. Bovendien zijn het films die het commerciële circuit overstijgen:

13.08 – Einddagen der Mensheid, delen 1 en 2 (Kevin D’heedene)

14.08 – Ministry of Fear (Fritz Lang)

15.08 – The Invader (Nicolas Provost)

Wie in domein Raversyde aan de overblijfselen van de Atlantikwall al een bezoek heeft gebracht, heeft proefondervindelijk kunnen vaststellen dat in de bunkers daar niet bepaald ruimte is voor een mensenmassa. Reserveren is dan ook noodzakelijk. (PJG)

Ciné Raversyde op 13, 14 en 15 augustus, telkens om 20.00 uur, gratis, maar vooraf inschrijven via info@raversyde.be want het aantal plaatsen is beperkt.

Info: www.raversyde.be

 

 

 

Twee Brugse jeugdauteurs vallen in de prijzen

 

Inge Bergh

Inge Bergh

Sylvia Vanden Heede 1

Sylvia Vanden Heede

Sylvia Vanden Heede en Inge Bergh winnen een Vlag en Wimpel van de Griffeljury voor hun boek Hond weet alles en Wolf niets. Sylvia ontvangt daarnaast ook – al voor de derde keer! – een Zilveren Griffel voor Een afspraakje in het bos.

Voor ‘Hond weet alles en Wolf niets’ had de jury heel wat lof: ‘De uitgebalanceerde samenwerking tussen een fictie-, een non-fictie-auteur en een illustrator levert een schat aan informatie op, verpakt in een aantrekkelijk, vakkundig geschreven humoristisch dierenverhaal.

Het resultaat mag gezien worden. Dit is een dik boek voor leergierige kinderen, met weetjes over mummies en skeletten, ridders en piraten, dino’s en draken, raketten en de maan. Verhalen in de bekende stijl van Wolf en Hond, aangevuld met leerrijke non-fictie. De informatieve hoofdstukken schreef Sylvia Vanden Heede samen met Inge Bergh. Marije Tolman zorgde voor de illustraties.

Over Een afspraakje in het bos’ van Sylvia Vanden Heede schreef de jury: ‘De kracht van ‘Een afspraakje in het bos’ schuilt in het beeldend woordgebruik van Vanden Heede (‘fladderlappen’ en ‘dolksnavel’) en in de hilarische vergissing: beide dieren dachten een ander te zullen treffen. […] Het vertelplezier spat van de pagina’s af en Vanden Heede vertelt de love story met groot gevoel voor humor.’

Sylvia Vanden Heede brengt een humoristisch verhaal over een niet voor de hand liggend duo. Benjamin Leroy zorgt met zijn frisse en gedetailleerde illustraties voor uren kijkplezier. Een groot en kleurrijk voorleesboek vol humor, aangevuld met weetjes over de natuur en boeiende zoekopdrachten. (LF)

Beide boeken zijn uitgegeven door Uitgeverij Lannoo

Zomertentoonstelling in Galerie Pinsart

Zomertentoonstelling_Pinsart

Nog tot en met zondag 25 augustus loopt in Galerie Pinsart (Genthof 21) een zomertentoonstelling: onder de titel ‘Over stilte en andere geluiden’ is daar werk van maar liefst 4 kunstenaars te bezichtigen.

Van Mark Cloet wordt geschreven dat hij “graag mensen in beweging zet”. Het beeld noemt hij “een samenvatting niet van zijn maker, maar van het beeld zelf”.

Dan Declerck liet zich inspireren door de Triënnale die momenteel in onze stad de meest uiteenlopende commentaren uitlokt. De vraag wat er zou gebeuren als Brugge uitgroeit tot een megastad waar rust een schaarste is, inspireerde hem tot een ‘stilte automaat’.

Maen Florien creëert beelden in keramiek die “onaf” zijn, “verweesd”, en gevangen in “un jardin secret”.

Boudewijn Perneel, afkomstig uit de wereld van de animatiefilm, distilleert uit dat arbeidsintensief medium zijn actuele werk: lijntekeningen die de toeschouwer ruimte laten voor interpretatie. (PJG)

Meer info: www.pinsart.be

Bruggeling Daan Janssens schrijft verplicht werk voor MAfestival

 

Daan Janssens

Van de finalisten van een concours mag je altijd iets meer verwachten. Zij krijgen zoals altijd een verplicht werk voorgeschoteld. Sinds enkele jaren bevat het opgelegd repertoire enkele hedendaagse composities, een relevante oefening, evenzeer voor een wedstrijd oude muziek. Bisschop: ‘Het uitgangspunt is historisch verantwoord. We willen jonge muzikanten confronteren met situaties die ook 17e- of 18e-eeuwse musici meemaakten: nieuw materiaal interpreteren en uitvoeren, een persoonlijk verhaal schrijven, waar de context of het referentiekader eerder onbekend terrein is. Creatie is essentieel binnen het idee van historische uitvoeringspraktijk. Daar komt nog een extra uitdaging bij: hoe ga je om met een hedendaagse compositie op een historisch instrument?’

Voor de editie van dit jaar werd Daan Janssens (°1983) gevraagd om het opgelegd werk te schrijven. Hij studeerde aan het conservatorium van Gent, en was op het einde van zijn studietijd, in 2006, zelf laureaat van een concours. Toen won hij de compositiewedstrijd Week van de Hedendaagse Muziek. Sindsdien was zijn werk al te horen in onder meer De Singel, het Concertgebouw en de Munt. Zijn nieuwe compositie (…presque pas.) duurt ongeveer zes minuten, en wordt door de finalisten gecreëerd op 5 augustus. (AJ)

Kopje Zwam in de kinderschoenen

Kopjezwam

Foto Aäron Maes

 

Aan de site van de oude gistfabriek kreeg het Kopje Zwam collectief – in het kader van de Triënnale – de kans om van wal te steken. Kopje Zwam is ontstaan uit het idee van permafungi, een nieuwe methode om zwammen en meststof te produceren dat al in Brussel en Gent toegepast wordt. Het collectief baseert zich hierop, maar wil er nog een stapje verder in gaan door te streven naar een volledig energie-neutraal product aanbieden. Een gesprek met dit collectief.

EXit: Waarom zwammen?

Kopje Zwam: ‘Op dit moment hebben we al courgettes en pompoenen staan, maar ons hoofdproduct zal wel uiteindelijk de oesterzwam zijn omdat dit een zeer dankbaar product is. Het is geen arbeidsintensieve teelt en er is ook weinig materiaal voor nodig. Daarom is het ideaal om zo energie-neutraal mogelijk te werken.’

EXit: Hoe komen jullie aan de vorm van de ‘tuin’?

Kopje Zwam: ‘Eigenlijk waren we eerst van plan om architecturaal een mooie tuin aan te leggen, waar mensen ook kunnen komen tuinieren, maar de grond hier is niet rijk genoeg om groenten in te kweken. Het tweede idee was om zo’n bakken te gebruiken zoals er hier al staan, maar daar voelde ik mij niet goed bij. Li van Li O Lait kwam uiteindelijk op het idee om gebruikte jutten koffiezakken te gebruiken. Dat vonden we natuurlijk een prachtig idee. Dan heb ik gebeld naar Efico, een importeur van koffiebonen, omdat ze daar ecologie hoog in de vaandel dragen. Door de gevulde jutten zakken kwamen we toevallig op deze vorm die wel wat doet denken aan een bunker.’

EXit: Hoe zien jullie het project evolueren?

Kopje Zwam: ‘Het idee om dit collectief op te richten was er al langer en dankzij de Triënnale kunnen we er nu gestalte aan geven. Martijn De Coster, de architect die meewerkt aan ons project, vond dit de ideale gelegenheid om eraan te beginnen. De bedoeling is om een soort boerderij op te richten in de binnenstad waar we oesterzwammen kweken op koffiegruis. Het koffiegruis dat we gebruiken komt ook van lokale zaken. We werken nu al samen met Li O Lait, Marie’s House en Urb Egg die ons van koffiegruis voorzien. Ook de verkoop van die zwammen willen we in de binnenstad houden. De koffiegruis die overblijft, gaan we verwerken in pellets omdat het in feite een ideale bodemverbeteraar is. Daaraan gekoppeld komt er ook een sociaal project waarbij langdurig werklozen en ex-gedetineerden werk aangeboden krijgen in het kader van re-integratie in de maatschappij. Eigenlijk willen we min of meer een socialprofit-organisatie oprichten. Het enige dat nog voor wat moeilijkheden zorgt, is het vinden van een locatie voor ons project. Aangezien er in Brugge binnenstad zo veel leegstand is, zouden we daar graag gebruik van maken. Aanvankelijk leek ons dit niet zo moeilijk, maar administratief gezien is er nog wat werk aan de winkel. Momenteel mogen we gebruik maken van de site aan de oude Gistfabriek maar dat is slechts tijdelijk. Ik heb er wel vertrouwen in dat we iets zullen vinden. We zien het Kopje Zwam groots, maar zo’n project groeit natuurlijk niet overnacht. Er is nog veel werk aan en we hebben er allen zin in.’ (LOUISE VAN ELST)

Info: op vrijdag 28 augustus zal er op de site een jamsessie georganiseerd worden.

Schuitens fantasie, Brugge 100 jaar verder

poster luc schuiten

Luc Schuiten, erkend ‘visionair architect’, of utopisch denker als u dat liever leest, heeft exclusief voor Triënnale Brugge een poster ontworpen over hoe Brugge er uit zal zien in honderd jaar. Een hebbeding zowel als een interessante visie.Een gesprek.

U heeft enkele werken in de tentoonstelling Imaginaire Steden, een van de drie indoor venues van de Triënnale Brugge 2015. Hoe kwam u met het project in contact?

Luc Schuiten: ‘Curator Michel Dewilde nam contact met me op, met de vraag om een affiche ontwerpen. Hij had de afbeelding van het model Shanghai in vier tijdperken gezien (werk dat tijdens de triënnale in het stadhuis te bewonderen is). Hij vond dat mijn werk rond steden van morgen perfect aansloot bij een van de thema’s in de triënnale. Hij vroeg me na te denken over stedelijke leefbaarheid en Brugge te schetsen zoals ik de stad zie binnen honderd jaar. Wat zou er gebeuren als Brugge plotseling zou transformeren in een megalopolis? Dit probleem is lastig omdat de stad vooral als een levend museum wordt beschouwd. Zonder ongelukkige en destructieve confrontaties aan te gaan met de unieke mix van eeuwenlange getuigenissen uit het verleden een projectie van de toekomst maken, was een uitdaging.’

Wat zijn de belangrijkste ideeën die u wil meegeven met uw ontwerp voor Brugge-in-honderd-jaar?

Schuiten: ‘k heb geprobeerd om de tegenstelling te beantwoorden door een ontwikkeling van de stad in de diepte. Een kraterstad graaft zich uit rond gebouwen met een hoge historische waarde en ontwikkelt meanders langs de straten. Verlichting van dat toekomstige Brugge komt gedeeltelijk uit de glazen vloer die straten en pleinen bedekt. Bioluminescentie van de draagstructuur vervolledigt ruimschoots de verlichting van boven af. Door de specifieke vorm van de glasplaten, ze zijn gestileerd als traditionele kasseien, blijft het eeuwenoude aspect van de straten behouden. Als de bezoeker zijn blik verticaal naar beneden richt, ziet hij onder zijn voeten een nieuwe wereld opdagen, met vormen die naar de natuur geïnspireerd zijn, waar zich ook allerlei organismen ontwikkelen. ‘

Zit Brugge vast in een onherroepelijk verleden van monumenten en erfgoed?

Schuiten: ‘Als je goed kijkt naar de luchtfoto van Brugge, zie je dat de stad al meerdere evoluties heeft doorgemaakt en dat zelfs futuristische architecturen aan de slag zijn gegaan, zonder te breken met de algehele sfeer van Brugge. Nieuwe hangend tuinen verschijnen op de platte daken van moderne gebouwen. Deze oases van rust en groen zijn enkel te zien vanaf de lucht, omringd door een zee van hellende daken met rode pannen of traditionele leisteen. Hier en daar verschijnen nieuw gevels die het tijdperk verraden tot waar de stad zich heeft ontwikkeld.’

Uw architectuurontwerpen zijn niet meteen alledaags. Wat wil u dankzij uw imaginaire projecten bereiken?

Schuiten: ‘Ik zeker tot op zekere hoogte een dromer, idealist, planner, etc … maar, ik probeer vooral verder te gaan dan de droom. Het is een oefening ver boven enige werkelijkheid. Mijn werk is meer gericht op “andere mogelijke”, dat van verzoening tussen de mens, het leven en het milieu.’

EVA TAHON

 

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 1.263 andere volgers

%d bloggers op de volgende wijze: