Exit Magazine

Maandelijks Brugs Cultuurblad

EXit-januari dit weekend in de rekken

cover241

Met daarin onder meer:

*de nieuwjaarsbrief van schrijfster Lara Taveirne

*VRT-journaliste Kristien Bonneure over stilte in de stad

*Maarten Goethals debuteert met dichtbundel ‘Hees’

*Marloes De Cloedt biedt cartoonisten een internationaal forum

*Feline Dewaele (13): blind, maar toch een rol in Parsifal

*Cinema Lumière Europees gelauwerd

*Boekenoogst Brugse auteurs

*De eerste jazzpluk en een stevige portie toneel

*en de dag-aan-dagkalender waarheen in Brugge

Sara: Philip Le Bon

scan 3

 

Hoe ver kun je gaan om iemand echt te treffen? Hoe hard kun je worden als je echt geraakt bent? Om de macht over zijn Londense concurrent CytoSerum en zo een baanbrekend nieuw geneesmiddelenpatent te verwerven, zet de Duke alle middelen in. Benissa, een bloedmooie zwarte huurmoordenares, moet het pad vrijmaken voor de Duke. Tegelijk krijgen twee gewetenloze Tsjetsjenen de opdracht om Sara, de dochter van zijn aartsrivaal, te gijzelen. Er ontspint zich een wreed kat-en-muis (sic) spelletje. Maar dan duikt iemand uit Benissa’s pijnlijke verleden op… en kantelt alles. Tot zover de aanzet van een zeer on-Vlaams aandoend thrillerdebuut.

 

Bruggeling Philip Le Bon, pseudoniem voor Philip Vagras en momenteel aan de slag als veiligheidsadviseur bij Securitas, ruilde onlangs Brugge in voor Ruddervoorde en kiest nu voluit voor het schrijven. Zijn ambities zijn niet mals: een vierdelige thrillerreeks waarvan het eerste deel, een turf van 428 bladzijden die ‘wordt vervolgd’, in de boekhandel ligt. Zijn debuut ‘Sara, de mooie moorden’ zal beslist niet onopgemerkt blijven, maar dan niet meteen om de voor de hand liggende redenen. Er worden in dit boek vanaf pagina éen sadistische spelletjes gespeeld, gemoord en verkracht dat het een lieve lust (?) is. Nu is er niks fout met dit genre, maar het vereist wel een technische finesse die hier nog te vaak ontbeekt, en waardoor de hoofdfiguren meestal karakterloos en soms karikaturaal getekend worden  De seksuele spelletjes, met (de onvermijdelijke) Tsjetsjenen in de hoofdrol, neigen ook iets teveel naar verkrachtingsfantasieën om overtuigend te zijn. Thrillerauteur en recensente Johanna Spaey noemde het dan ook ‘een Vlaams thrillerdebuut met een hoog afrukgehalte’. Bovendien verliest het verhaal zich te vaak in eindeloze uitweidingen die het leestempo stremmen. Toch verdient deze debuterende auteur krediet, want hij heeft een degelijke pen, kent zijn wereld en legt de lat hoog. Alleen hoort er een eindredacteur bij die weet dat ‘schrijven schrappen’ is en de vele clichés eruit haalt. En alsnog: lectuur niet voor gevoelige zielen. (LF)

SARA is uitgegeven bij uitgeverij Lannoo

Lieve Hoet: Tanne en ik

De ‘Brugse’ jeugdauteur Lieve Hoet, geboren in Argentinië en na enkele omzwervingen in Brugge beland, heeft een nieuwe historische roman klaar. ‘Tanne en ik’ speelt zich af in het Brugge van de zestiende eeuw en vertelt het verhaal van twee jonge meisjes die volwassen worden in de woelige periode van de Reformatie. Beiden zijn dochter van historische figuren: Josine van de schilder Adriaan Isenbrandt, Tanne de dochter van Ambrosius Benson, en dit alles keurig binnen de historische lijnen getekend.

Lieve Hoet:Tanne en ik’ ontstond op een vreemde manier. Ik was op zoek naar de geschiedenis van ons huis in Brugge. In de bibliotheek stootte ik op een prachtige gids die me leidde langs Brugse huizen uit de zestiende eeuw. Bij die huizen hoorden verhalen. En daar kwam ik Adriaan Isenbrandt tegen. En zijn onwettige dochter Josine en meester Benson en… ik ging verder op zoek en vond ook Tanne. Die onwettige dochters lieten me niet meer los. Ik vroeg me af wat dit in die tijd betekende.’

‘Je kunt in Brugge heel veel terugvinden in het archief. Zoals het stuk dat op de cover staat en uit een Wezenboek komt, de gegevens over de erfenis van Adriaan Isenbrandt. Maar ook het vonnis waarbij Adriaan Isenbrandt en de moeder van Josine, Katelijne Van Brandenburch, veroordeeld werden omdat ze een verboden relatie hadden. En het verslag van de veroordeling van de huishoudster van meester Isenbrandt, wat ze gestolen had en welke straf ze kreeg. Het zijn telkens kapstokjes die je tot een bepaalde gebeurtenis of gedachtegang brengen in het verhaal.’

‘Heel wat personages uit het boek zijn dus historisch, ook voor de historische gebeurtenissen ben ik zo getrouw mogelijk bij de feiten gebleven. Maar het blijft een roman, dus staat het verhaal van Tanne en Josine centraal.’

Lieve Hoet, Tanne en ik, uitg. www.scriptomanen.org

 

 

Achter (klooster)muren

scan kloosters

 

Achter (klooster)muren, Nico Blontrock en Jean-Pierre Drubbel, Zorrouitgeverij

De Damse uitgever Guido Deville blijft de boekencrisis te lijf gaan met… nieuwe boeken. Jongste aanwinst is ‘Mensen achter Brugse kloostermuren’ van het duo Nico Blontrock (solliciterend naar de titel van Bekendste Bruggeling) en Jean-Pierre Drubbel, een man met een levenslange carrière in de Dienst Toerisme. Samen gingen ze maandenlang aankloppen op kloosterdeuren voor een losse babbel over het leven in de snel leeglopende kloosters en de bedreigde toekomst. Ze telden nog 30 kloostergemeenschappen in Brugge en rand en die bleken, op één uitzondering na, allemaal bereid te getuigen. Het resultaat is een aardig stukje Brugse geschiedenis.

In de meeste kloosters vielen de verhalen te herleiden tot de bekende problematiek, maar het totaalbeeld toont toch nog een rijke wereld van (vaak) bateloze inzet in onderwiis en ziekenzorg . Het boek opent met het verhaal van de ‘Papnunnen’ (Wijngaardplein) die hun naam verdienden toen ze in 1852 met papbedeling de cholera-epidemie te lijf gingen. Vandaag wonen en werken er nog drie zusters.

Andere kloosters kampen met andere problemen. Het Engels klooster (Carmerstraat) verhuurt ruimtes voor internaten en stelt zijn tuin in de zomermaanden open voor het publiek. Toch blijft het klooster te groot voor de weinige resterende zusters. In Spermalie (Snaggaardstraat) ligt het archief van kanunnik (stichter) Carton te verkommeren in de kelders. Andere kloosters, zoals de Dominanessen (Vlamingdam), zochten nieuwe taken op: een rustoord voor zusters, opvang vrouwen in moeilijkheden, en realiseerden daarvoor een nieuwbouw. Een echte contemplatieve orde vind je nog in de Schutterstraat waar de weinige zusters van Karmel een ingetogen leven leiden, samen met onder meer drie Japanse zusters. Bekend is dan weer het huis van de zusters van Don Bosco in de Moerstraat. In Huis Mensa bieden ze plaats en opvang aan thuisloze vrouwen. De grote Brugse scholengemeenschappen (Jozefienen, Maricolen, Xaverianen…) tellen elk nog een kleine kloostergemeenschap, maar ook hier dreigt binnenkort de leegloop. Daardoor staat het dossier kerkelijk erfgoed hoog op de agenda. Enkele kloosters zijn op zoek naar nieuwe bestemmingen voor hun site en de Stad is een geïnteresseerde partner, mogen we hopen. Het verhaal van de Jezuïetenkerk (‘Bruges Celebrations’) wordt hopelijk niet herhaald. Het boek kan een aanzet zijn om dit dossier op tafel te leggen. (LF)

 

 

Greet Bosschaert & Elly van der Linden & Ootje

 

Ootje 

Met de Brugse illustrator Greet Bosschaert gaat het steeds beter, zo bewijst haar jongste prentenboek ‘Ootje het bruidsmuisje’, gemaakt in samenspraak met de Nederlandse auteur Elly van der Linden. Uitgeverij Clavis was op zoek naar een leuk boekje met duiding rond het gegeven ‘trouwdag’ en twee muizen die gaan trouwen. De muisjes gedragen zich als mensen, ze worden volwassen, verliefd en gaan trouwen. En op zo’n feest horen ook bruidsmuisjes. De tekeningen zijn een speelse weelde voor het oog en het resultaat is een kleurrijk en speels verhaal.

Greet Bosschaert: ‘Voor mij was het een uitdaging om dit verhaal boeiend, vrolijk en lieflijk in beeld te brengen. Omdat de 12 illustraties qua opvolging zo dicht bij elkaar lagen, was het net alsof ik een strip aan het tekenen was. Elk hoofdfiguurtje, genodigden, orkest, stoeltjes , bloemetjes… moesten bijna op elke prent terugkeren. De feestelijk uitgedoste genodigden waren een intens werk om te tekenen omdat alles correct herhaald moest worden. Ik wou de verhoudingen ook wel juist vandaar de grote bloemen. De bloemenweide refereert trouwens naar de mooie wilde bloementuin van Elly van der Linden. Ik vond het heerlijk om de twee bruidsmuisjes Ootje en Aafje te typeren. Detailwerk was ook weer aan de orde en dit kun je duidelijk zien in de illustratie waar de trouwring een muizenhol inrolt. De illustraties zijn gemaakt met kleurinkten en pastelpotloden.’ (LF)

 

 

Peter Slabbynck en Veerle Jacobs bedenken mini-museum voor kinderen

EDM_9768

Foto EDM

 

Een weet- en doeboek voor kleine kunstenaars

Iedereen kent hem als de energieke frontman van de groep Red Zebra (nu EX-RZ), maar Peter Slabbynck mag zich al sinds 1998 ook jeugdauteur noemen. In dat jaar debuteerde hij, met illustrator Klaas Verplancke, met het boek ‘Het neusje van Paulien’. Na de publicaties ‘De bolletjestrui’ (1999) en ‘Het huis in het midden van de straat’ (2002) bleef het wat stil, maar zie. Sinds kort ligt het prachtig vormgegeven boek ‘Dat kan een aap schilderen, maar kan jij ook een aap schilderen?’ in de winkelschappen. Zonder Klaas deze keer, maar wel met de hulp van zijn vrouw Veerle Jacbos.

EXit: ‘Dat kan een aap schilderen, maar kan jij ook een aap schilderen?’ is een weet-en doeboek. Verklaar je even het concept, Peter?

Peter Slabbynck: ‘In het boek staan twintig verhalen die gestoffeerd zijn met anekdotes rond een bepaalde schilder of een bepaalde richting in de schilderkunst zonder dat die richting expliciet wordt genoemd. Aan elk verhaal is er een specifieke opdracht gekoppeld, bedacht door Veerle. Deze schilderopdrachten kunnen in het boek zelf worden uitgevoerd. We kozen er bewust voor om geen schilderijen bij de verhalen te publiceren, maar achteraan in het boek weer te geven. Zo worden de kinderen minder beïnvloed als ze zelf aan de slag gaan.’

EXit: De keuze voor bepaalde schilders is soms voor niet voor de hand liggend?

Peter: ‘Dat klopt, ik wil immers niet het verhaal van de schilderkunst brengen. Een toffe anekdote primeert eerder dan de naam van een beroemde schilder. Bekende namen als Salvador Dali, Pablo Picasso of Claude Monet zitten er wel bij, maar niet doelbewust. Ik ben op zoek gegaan naar geestige anekdotes of verhalen en die vond ik ook bij pakweg Jean-Baptiste Oudry, Giacomo Balla en Elias Van den Broeck.’

‘Ik loop al lang rond met het idee om een boek te schrijven over Frankrijk waarin ook de diefstal van de Mona Lisa, het wereldberoemde schilderij van Lenoardo da Vinci, aan bod komt. Toen het schilderij spoorloos was, trok de ‘lege plaats’ van de Mona Lisa meer bezoekers aan dan anders. Het Frankrijkproject is voorlopig uitgesteld, maar dit verhaal heb ik onthouden voor het Aap-boek. Dat was de start om nog meer leuke verhalen te sprokkelen. Samen met Veerle bezoek ik veel musea en tentoonstellingen in binnen- en buitenland. Daar valt altijd wel iets te rapen, maar een gewoon ‘weetboek’ vonden we te eng.’

EXit: Voor het ‘doegedeelte’ deed Peter beroep op jou, Veerle.

Veerle Jacobs: ‘Als docente beeldende kunst aan de Academie van Geraardsbergen werk ik al 24 jaar met alle leeftijdsgroepen en daar voel ik dat er een grote nood is aan een goed boek. Veel boeken zijn zodanig voorgekauwd dat je er nog weinig kunt aan toevoegen of ze zijn zo inhoudelijk flauw dat het niveau voor de Academie niet hoog genoeg is. Dit boek vult een leemte in. Je kunt met een paar kleine, eenvoudige ingrepen of extra weetjes over techniek een schilderij veel echter, persoonlijker en doortastender maken. Kinderen uit de lagere graad hebben meestal voorgekauwde technieken meegekregen. Om een extra dimensie aan hun werkjes te geven, zijn die opdrachten bij de verhalen gevoegd.’

EXit: Kinderen hoeven niet gezegend te zijn met het grootste schilder- of tekentalent om die opdrachten uit te voeren?

Veerle: ‘Neen, zeker niet. Ze hebben geen voorkennis nodig. Ze vertrekken letterlijk van een leeg blad. Dat maakt het boek net zo toegankelijk voor kinderen: ze krijgen meteen een persoonlijk resultaat.’

Peter: ‘Ze beschikken, na het uitvoeren van die opdrachten in het boek zelf, over een eigen museum. Je kunt dus je eigen museum samenstellen en in huis halen. Ik wil wel aanstippen dat dit geen puur kinderboek is. Ook volwassenen zullen iets hebben aan de verhalen. Er zit ook veel humor in, vaak met een knipoog, en ik heb de specifieke kunsttermen bewust uit de teksten geweerd.’

Veerle: ‘De verhalen blijven pittig met menselijke details. Het is dus geen worstelboek, maar een duurzaam kunstboek voor alle leeftijden. Ik geef ook nog creatieve workshops en daar stel ik vast dat er een vraag is voor workshops waarbij zowel het kind als de ouder/grootouder worden betrokken. De mensen vinden het fantastisch om met hun (klein)kind geboeid bezig te zijn. Ons boek is daartoe zeer geschikt: je krijgt een stukje kunstgeschiedenis mee en je kunt samen de opdrachten uitvoeren.’

EXit: In welk opzicht is het een duurzaam boek?

Veerle: ‘Ik ben de laatste tijd veel bezig geweest rond ecologisch verantwoorde kunst. Vaak stel ik in de Academie vast dat kinderen als ze een foutje hebben gemaakt direct hun blad papier in de vuilnisbak gooien. Vind ik niet leuk. De tips die bij de opdrachten staan, hebben een ecologische toets. Je kunt bijvoorbeeld je eigen verf maken in plaats van potjes industriële verf te kopen. Aangezien je de schilderijen in het boek zelf kunt creëren, gaat er geen extra papier verloren.’

ANTOINE DE CLERCK

Pleidooi voor een ‘University College’ in Brugge

Luk Van Langenhove photoshoot Summer 2013

 

De in Brugge opererende Universiteit van de Verenigde Naties bracht recent een aantal lokale partners (Stad, Provincie, Resoc, e.a…) samen voor een avondvullend pleidooi voor de oprichting van een ‘University College’ in Brugge. Een University College is een nieuwe vorm van hoger onderwijs (kleinschalig, Engelstalig, persoonlijk bachelor programma, samenwerking over de grenzen ) die overal veld wint, maar waarvan de oprichting in grote mate afhangt van ‘een universiteit’. We polsten professor Van Langenhove (van de Universiteit van de Verengide Naties) naar het waarom en de slaagkansen.

 EXit: Wat is de concrete aanleiding voor deze haalbaarheidsstudie over nieuw hoger onderwijs in Brugge?

Van Langenhove: ‘Er is een samenloop van aanleidingen. Ten eerste zijn er internationale trends die Vlaanderen min of meer aan zich voorbij laat gaan. We zien hoe overal in Europa ingezet wordt op het differentiëren en internationaliseren van het hoger onderwijs, en in dat kader zien we dat veel universiteiten inzetten op de zogenaamde ‘university colleges’ (een betere naam is LAS-colleges, Liberal Arts and Sciences Colleges). Het gaat om kleinschalig, breed, academisch, interdisciplinair en Engelstalig bachelor onderwijs. Studenten stellen er onder begeleiding van hun persoonlijke mentor een eigen studieprogramma samen. Het kleinschalige karakter van de opleiding betekent wel dat er aan de poort geselecteerd moet worden, dat staat natuurlijk in contrast met wat we in Vlaanderen gewoon zijn.’

‘Dat brengt mij ook tot de tweede aanleiding. Onze aula’s aan de Vlaamse universiteiten zitten voor sommige vakken stampvol. Zo’n grote groepen, vaak meer dan duizend studenten! beperken nu eenmaal de mogelijkheden om interactieve lessen te organiseren. En ik heb het gevoel dat echt gemotiveerde studenten in zo’n grote groepen niet altijd aan hun trekken komen. Ik denk dat sommige studenten hun talenten via alternatieve opleidingsvormen nog beter zouden kunnen ontwikkelen. LAS Colleges zouden dan, als nieuwe opleidingsvorm onder de vleugels van de Vlaamse universiteiten, deze studenten kunnen opvangen.’

‘Een derde aanleiding is de oproep van de Europese Commissie tot meer interdisciplinaire en brede bacheloropleidingen. Een vierde aanleiding komt eigenlijk uit Nederlandse hoek. Het nabije University College Roosevelt in Middelburg denkt al geruime tijd na over samenwerking over de grens. Zij zorgden uiteindelijk ook voor de financiering van het project. Een vijfde en laatste aanleiding was het gevoel dat er een groeiend lokaal draagvlak in Brugge was voor het ontwikkelen van nieuwe initiatieven voor het hoger onderwijs in de stad. ‘

EXit: Is dit een haalbaar plan in besparingstijden?

Van Langenhove:  ‘De timing kon inderdaad beter. Financieel zijn er in Vlaanderen nauwelijks mogelijkheden en de Vlaamse universiteiten lijken niet echt happig om in dergelijke initiatieven te investeren. Maar de echte vraag blijft: kan Vlaanderen het zich permitteren om deze internationale trein te missen?’

EXit: Hoe ziet het kostenplaatje eruit?

Van Langenhove: ‘Het exacte kostenplaatje weet je natuurlijk nooit op voorhand, maar ik denk dat we mogen schatten tussen de 15 en 20 miljoen euro voor de opstart. Om het operationeel te houden, schat ik dat er jaarlijks 6 miljoen euro nodig is. Dat is veel geld, maar er kan een beroep gedaan kunnen worden op Europese financieringsbronnen voor de opstart. De jaarlijkse financiering zou dan van de Vlaamse overheid moeten komen, dus politieke wil zal noodzakelijk zijn. We mogen ook niet vergeten dat zo’n nieuwe instelling ook economisch iets oplevert voor de regio. De UGent berekende bijvoorbeeld de economische impact van UCR op de regio, en vond een impact van zo’n 15 miljoen euro per jaar. Dat vertaalt zich in ongeveer 200 jobs. We verwachten een gelijkaardig cijfer voor Vlaanderen. Wat de locatie betreft, is er nog geen voorstel. Brugge heeft een aantal troeven.’

‘Er zijn overigens nog voordelen voor Brugge. Hoger onderwijs instellingen spelen immers een belangrijke rol in regionale ontwikkeling. Willen we verder evolueren naar een kenniseconomie, dan kan zo’n LAS College daartoe bijdragen. Daarnaast, hoewel er maar 600 studenten zouden bijkomen, zou Brugge ook de naam ‘studentenstad’ meer waardig worden. Het zal de braindrain problematiek in West-Vlaanderen niet oplossen, maar ook op dit vlak zal het zijn steentje bijdragen.’ (LF)

Info: UNI-CRIS, Potterierei 72, Brugge

Academie Pop-uP Galerie’: editie 3

Voor deze editie, die loopt tot en met 21 december, stellen opnieuw 2 leerlingen aan de Academie Brugge DKO tentoon: Veerle de Schepper volgt de opleiding schilderen bij Kathy Ackaert; Dina Mouton bekwaamt zich in de disciplines keramiek en digitale kunst.

De vernissage is op zondag 7 december om 11.00 uur (met improvisaties van Lies Six, klarinet), waarna de expo die dag nog te bezichtigen is tot 20.00 uur

Verdere openingsuren:

woensdag 10 december van 16.00 tot 20.00 uur

donderdag 11 december van 11.00 tot 14.00 uur

zondag 14 december van 14.00 tot 20.00 uur (performances van 18.00 tot 20.00 uur)

zondag 21 december van 14.00 tot 22.00 uur (finissage van 20.00 tot 22.00 uur).

Pop-uP Galerie, Langestraat 83

(PJG)

 

 

December Dance: Ghost Track, een fascinerende reis door twee danswerelden

December Dance 14 verbindt oost en west

Ghost Track van LeineRoebana

 

 

 In 2007 lanceerden het Concertgebouw en het Cultuurcentrum het internationale dansfestival December Dance. Met Sidi Larbi Cherkaoui als curator was de eerste editie meteen een schot in de roos. Vermaarde choreografen als Anne Teresa De Keersmaeker (2009), Akram Khan(2011) en Wim Vandekeybus volgden (2013). In de even jaren verkenden de programmatoren de hedendaagse dansscene van Québec (2008), Centraal-Europa (2010) en Noord-Europa (2012). Met Connecting Asia biedt December Dance 14 van 4 tot en met 14 december een boeiende inkijk in de veelzijdige en fascinerende schoonheid van de oosterse (hedendaagse) danscultuur.

 De slotvoorstelling Ghost Track toont een ragfijn netwerk van oosterse en westerse vertakkingen, in dans en muziek. Choreograaf Harijono Roebana studeerde filosofie, muziek en hedendaagse dans. Sinds 1989 vormt hij samen met Andrea Leine een bijzonder choreografenduo. In Nederland worden ze ‘het koningskoppel van de hedendaagse Nederlandse dans’ genoemd. In Vlaanderen ‘onbekend en onbemind’?

EXit: In Nederland en heel wat andere landen is LeineRoebana een begrip. Enig idee waarom jullie werk in Vlaanderen nauwelijks te zien is?

Harijono Roebana: ’Eerlijk gezegd, ik weet het zelf ook niet. Misschien omdat wij een heel eigen danstaal hebben ontwikkeld die moeilijk aansluiting vindt bij het gangbare Vlaamse danslandschap?’

EXit: Wat is zo specifiek aan het dansvocabularium van LeineRoebana?

Roebana: ’Ons werk legde een heel parcours af. We ontwikkelden een eigen bewegingstaal, een andere benadering van symmetrie, ritme en compositie. Pure, lichamelijke dans maar wel met een soort bokkigheid. Een bewegingstaal waar letterlijk een hoek af is en met muziek die schuurt. Toen ik dans studeerde, zette het postmodernisme de toon. Wat ik op school leerde, probeerde ik van meet af aan te verbinden met mijn grote liefde: muziek, van klassiek tot hedendaags. Ik zocht een manier om de verdiensten van de traditie te verzoenen met vernieuwing en experiment. De moord op Theo van Gogh in 2004 was erg confronterend en deed ons nadenken over de essentie van het mens-zijn. Wij voelden de nood om persoonlijker en directer te zijn en wilden een grotere betrokkenheid met het publiek. Livemuziek moet de werkelijkheidservaring en die unieke lichamelijkheid maximaliseren.’

EXit: Ook in ’Ghost Track’ speelt livemuziek een heel centrale rol?

Roebana: ‘De ontmoeting van de acht dansers – vijf Europees geschoolde en drie in Indonesië opgeleide dansers, wordt versterkt en verrijkt door de muzikale composities van de Indonesische muzikant Iwan Gunawan en het gamelan-ensemble. Een gamelanorkest bestaat voornamelijk uit slaginstrumenten. Gamelan sluit aan bij de Indonesische volksmuziek en is vooral in Centraal-Java heel populair. De componist vermengt traditionele klanken met afwijkende instrumenten en zelfs met elektronica. Op die manier bouwt hij een compleet nieuw geluidsspectrum op. De muziek en de muzikanten gaan in dialoog met de dansers en dat geeft een heel sterke fysieke aanwezigheid. Dat maakt de voorstelling heel gedreven en energiek.’

EXit: Je bent half-Indonesiër. Voelde je op een bepaald moment vanuit je roots de behoefte om deze voorstelling te maken?

Roebana: ‘Aanvankelijk niet. Het was eigenlijk puur toeval. In Nederland wil men via allerlei projecten de culturele ontmoeting met het Midden-Oosten stimuleren en ik zag het wel zitten om hierop in te gaan.Toen mijn vader vanuit Indonesië naar Nederland kwam, heeft hij zijn land en cultuur ver achter zich gelaten. En hij is meer Nederlander dan de meeste Nederlanders geworden. Ik ben westers opgegroeid en had geen enkele band met het land en de cultuur van mijn voorvaderen. Maar sinds kort is Indonesië in mijn leven gekomen en ik ben er nog steeds mee bezig het te ontdekken.’

EXit: Is Ghost Track de gedroomde afsluiter voor een festival dat de ontmoeting en confrontatie met het Oosten centraal stelt?

Roebana: ’Ghost Track toont meer dan een simpel East-meets-West-verhaal. Aziaten en Europeanen hebben veel meer gemeenschappelijk dan wat je op het eerste zicht zou denken. Bij de creatie hebben we heel veel ruimte gegeven aan de dansers en muzikanten. Het was een proces van generositeit en ontmoeting. Elk had zijn eigen inbreng. Heel complexe dingen bleken opeens heel simpel en heel simpele dingen bijvoorbeeld in de manier van bewegen bleken plots heel complex. Zowel de Indonesische als de westerse dansers zijn door deze ontmoeting anders geworden, hun lichaamstaal is rijker, uitgebreider geworden. Ghost Track laat zien dat wanneer oost en west elkaar ontmoeten, de uitkomst nooit eenduidig is en vaak even ongrijpbaar is als het leven zelf.’

SONIA DEBAL

December Dance: elke dag, nog tot 14.12, info: http://www.decemberdance.be

 

Nathan Daems Karsilama Quintet

Nathan Daems (Karsilama Quintet

 

Speciaal op verzoek van Vrijstaat O. werpt Nathan Daems zich ditmaal op Turkse zigeunermuziek. Deze klinkt door haar Arabische roots zeer oriëntaals, maar biedt net door die zigeunerinvloed een grote vrijheid op het vlak van improvisatie. Een kolfje naar de hand van deze muzikant dus.

Voor zijn concert, dat kadert in de 50ste verjaardag van de migratieakkoorden met Turkije en Marokko, stelde Nathan (sax, Turkse kaval) een repertoire samen met nieuwe composities en traditionals. Aan zijn zijde de Brugse violist Tcha Limberger, de Bulgaarse Roma Niki Alexandrov, de Griekse accordeonist Dimos Vougioukas en musicoloog Tristan Driessens (ûd). (PJG)

Zaterdag 6 december om 20.00 uur – www.vrijstaat-o.be

 

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 1.061 andere volgers